19. getekend Raadsvoorstel besluitvormend - 762413 Vaststellen Reglement van Orde gemeenteraad Teylingen 2024 (2)
Tekst van het document
Raadsvoorstel Besluitvormend Vaststellen Reglement van Orde gemeenteraad Teylingen 2024 aan: zaaknummer: datum voorstel:
de raad van de gemeente Teylingen Z-24-372286 21 februari 2024
datum presidium:
28 februari 2024
raadsvergadering: 25 april 2024 portefeuillehouder: Presidium
Wij stellen voor: 1. Vast te stellen het navolgende Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Teylingen 2024.
Inleiding Het huidige reglement van orde is van 2006 en is toe aan actualisatie. Als basis is het Modelreglement van Orde van de VNG gebruikt. Hierin is de huidige werkwijze van de raad van Teylingen in grote lijnen verwerkt. In de was-wordt lijst (zie bijlage) is per artikel aangegeven wat de wijzigingen zijn. De afgelopen periode heeft een evaluatie van de werkwijze van de commissies en het samenspel van raad, commissie en college plaatsgevonden door middel van een enquête, gesprek in de commissies en een Raad op Zaterdag-bijeenkomst. Doel was samen te werken aan concrete en heldere afspraken over hoe het in Teylingen is geregeld en hoe we met elkaar omgaan. Afspraak was deze afspraken te verankeren in een up to date Reglement van Orde, een Verordening op de Raadscommissies en een Gentle-Agreement ‘Zo doen wij dat in Teylingen’. Het Reglement van Orde ligt nu voor. De andere documenten volgen in een apart raadsbesluit. Naast deregulering (= het terugbrengen van het aantal artikelen) en actualisatie naar aanleiding van nieuwe wettelijke bepalingen zijn in hoofdzaak de onderstaande wijzigingen verwerkt -
Aanpassing van de bepalingen aan de digitale werkwijze en videotulen (notulen in videovorm). Mogelijkheid tot uitwerking van een aantal onderwerpen in protocollen/werkprocessen, zoals spreektijden, geheimhouding en technische vragen door het presidium Aanpassing verordening aan nieuwe werkwijze van het spreekrecht. Dit conform de modelverordening (verschuiving naar het voortraject) Het aanwijzen van het presidium als agendacommissie voor de raad en de commissievoorzitters als agendacommissie voor de commissieagenda’s.
Beoogd effect Met dit besluit wordt de werkwijze van de raad in vastgelegd in een actueel Reglement van Orde. Argumenten: 1.1. Actualisatie en deregulering is nodig. Het huidige reglement is van 2006, de laatste versie van het Modelreglement van de VNG is van maart 2022. De afgelopen jaren heeft een vereenvoudiging van het modelreglement plaatsgevonden en is het aantal artikelen teruggebracht o.a. om dubbele regelingen met de Gemeentewet te voorkomen. 1.2. Uitwerking in protocollen geeft presidium handvatten voor actie Het opnemen in het reglement van de mogelijkheid voor het presidium om concrete werkwijzen uit te werken geeft het presidium een instrument om actie te ondernemen indien bijvoorbeeld vergadertijden uit de pas lopen en het proces rondom besluitvorming te stroomlijnen. Uiteraard kunnen deze werkwijzen nooit een inperking van het wettelijk recht van een raadslid bevatten maar wel hoe raad, college en ambtelijke organisatie met het invullen van deze rechten om zouden moeten gaan. 1.3 Een agendacommissie voor de commissies geeft extra grip op planning en proces In het Reglement is voorzien in een agendacommissie voor de raadscommissies, naast een agendacommissie voor de raadsvergaderingen. Dit geeft meer overzicht, grip en sturingsmogelijkheden in een eerder moment in het (plannings)proces.
Kanttekeningen 1.
De dynamiek van politieke besluitvorming in de raad is niet 1-op-1 te vatten in een reglement. Er zijn ook andere, meer zachte afspraken nodig om te komen tot een goed samenspel. Deels zijn deze in de Gentle Agreement 2.0 ‘Zo doen wij dat in Teylingen’ opgenomen. Er zal echter altijd een zeker mate van gewoonterecht ontstaan en nodig zijn binnen deze regels.
2.
Ook externe ontwikkelingen, zoals komende wetswijzingen als de wijziging van inspraak naar participatie, maken in de toekomst aanpassingen van het Reglement nodig. Het Reglement is naar zijn aard een dynamisch document, dat periodiek of naar aanleiding van een specifieke ontwikkeling aangepast wordt.
3.
Afstemmings- en sturingsvraagstukken tussen beide agendacommissies zullen zich nog uitkristalliseren in werkprocessen en t.z.t. moeten worden verwerkt in Reglement en Verordening op de raadscommissies. Ook de doorontwikkeling van de Raadsagendaplanning (RAP) als sturingsinstrument zal hierin t.z.t. een plek krijgen.
Financiële consequenties Niet van toepassing Aanpak, uitvoering en participatie De uitgangspunten voor een nieuw Reglement van Orde zijn eerste helft 2023 besproken in het Presidium. Zie verder inleiding. Duurzaamheid Niet van toepassing Urgentie Het oude Reglement dateert uit 2006. Inmiddels is op onderdelen de werkwijze anders dan in het Reglement verwoord. Het is wenselijk deze situatie niet heel lang meer te laten duren. Evaluatie Het is aan te bevelen jaarlijks te bezien of kleine aanpassingen in het Reglement wenselijk zijn. Elke nieuwe bestuursperiode kan een nieuwe raad de werkwijze diepgaander evalueren en een eigen nieuw Reglement opstellen.
Bijlagen: -
Was-wordt tabel Reglement van Orde gemeenteraad Teylingen 2024
Namens het presidium,
Digitaal ondertekend door Marjoleine van Egeraat op 06-05-2024
Mw. Marjoleine van Egeraat Griffier
Digitaal ondertekend door Carla G.J. Breuer op 07-05-2024
Mw. Carla G.J. Breuer Voorzitter
GEAMENDEERD Raadsbesluit:
De raad van de gemeente Teylingen, Gelezen het voorstel van het presidium van 28 februari 2024 Gelet op het advies van de commissie DEB, Gelet op artikel 16 Gemeentewet
Besluit 1. Vast te stellen het navolgende Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Teylingen 2024 met de navolgende wijzigingen (wijzigingen vetgedrukt) en met toevoeging van het volgende artikel 12a:
Artikel 3 lid 3 sub c als volgt aan te passen: OUD het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid. NIEUW het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, en in het derde lid.
Artikel 12a Spreekrecht inwoners 1. Na het vragenkwartier kunnen aanwezige inwoners van de gemeente Teylingen of belanghebbenden gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste één uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5. De inspreker voert maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter doet een voorstel voor de afhandeling van de inbreng van de spreker.
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Teylingen 2024
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: - amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; - griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; - motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; - subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; - voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; - wet: Gemeentewet.
Artikel 1a. De voorzitter 1. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering; b. handhaven van de orde; c. het doen naleven van het reglement van orde; d. hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt. 2. De raad benoemt commissievoorzitters als plaatsvervangend voorzitters van de raad. Zij maken onderling de volgorde uit. Artikel 2. Het presidium 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter, zijnde de voorzitter van de raad, en de fractievoorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering aanwezig. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid of burgerlid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Elk lid heeft één stem in het presidium. Het presidium is openbaar.
Artikel 2a. Seniorenconvent 1. 2. 3. 4.
5.
Er is een Seniorenconvent dat bestaat uit de voorzitter, zijnde de voorzitter van de raad, en de fractievoorzitters. De griffier of diens vervanger is in elke vergadering aanwezig. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid of burgerlid aan dat hen bij afwezigheid in het seniorenconvent vervangt. Het seniorenconvent kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. Het Seniorenconvent fungeert namens de raad als overlegplatform voor tot de raad behorende aangelegenheden met een vertrouwelijk, politiek gevoelig en urgent karakter, waaronder ook adviezen over de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Het seniorenconvent is besloten.
6.
Het seniorenconvent kan geheimhouding opleggen op informatie die bij het seniorenconvent berust.
Artikel 3. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1. De raad kent de volgende agendacommissies: a.
2. 3.
4.
5.
Er is een agendacommissie voor de commissies die bestaat uit de voorzitters van raadscommissies. b. Het presidium fungeert als agendacommissie voor de raadsagenda’s. De agendacommissie voor de raadscommissies heeft in ieder geval als taak het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor de raadscommissievergaderingen. Het presidium heeft als agendacommissie in ieder geval de volgende taken: a. het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor raadsvergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad, de raadscommissies, en c. het vaststellen van vergaderingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet, In aanvulling op de raadscommissievergaderingen, bedoeld in het tweede lid, vergadert een raadscommissie voorts als haar voorzitter het nodig acht of als ten minste twee fracties schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken. Elk lid heeft één stem in de agendacommissies.
Artikel 4. De griffier 1. 2. 3.
De griffier is aanwezig in raadsvergaderingen en vergaderingen van het presidium en kan aanwezig zijn in de commissievergaderingen van de raad. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een plaatsvervanger die door de raad is aangewezen. De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in de in lid 1 genoemde vergaderingen deelnemen.
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raads- en burgerleden 1. 2.
3. 4. 5.
Bij de benoeming van nieuwe raads- en burgerleden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de raads- en burgerleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadleden tot de raad en de benoeming van de burgerleden. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste raadsvergadering in oude samenstelling na de raadsverkiezingen. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd raadslid of een te benoemen burgerlid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating cq. benoeming wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 6. Benoeming wethouders 1. Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. 2. Deze onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet . 3. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 4. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
Artikel 7. Fracties 1. Raadsleden die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard worden bij de aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd. 2. Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3. De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. 4. Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. 5. Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. Artikel 7a. Burgerleden 1.
2. 3. 4. 5.
Fracties die slechts uit één lid bestaan mogen maximaal twee burgerleden ter benoeming door de raad voordragen. Fracties die uit twee leden bestaan mogen één burgerlid ter benoeming door de raad voordragen. Een voor te dragen burgerlid moet tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen op de kandidatenlijst van de betreffende partij hebben gestaan. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden. De raad kan een burgerlid ontslaan op voorstel van de fractie die het lid voor benoeming heeft voorgedragen. Een burgerlid en commissievoorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Het lidmaatschap van burgerleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege.
Hoofdstuk 2. Raadsvergaderingen Paragraaf 1. Voorbereiding
Artikel 8. Oproep en agenda Oproep en agenda 1.
2.
3. 4. 5.
6. 7.
De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een raadsvergadering de raadsleden een digitale schriftelijke oproep via het raadsinformatiesysteem en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van een digitale schriftelijke oproep een aanvullende agenda opstellen. Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raadsvergadering wordt deze met de daarbij behorende stukken digitaal aan de leden gezonden. Op de stukken, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel 9, derde lid, van toepassing. De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad vastgesteld. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van de behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 9. Digitaal ter inzage leggen van stukken
1.
2. 3.
4.
Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op een agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de digitale schriftelijke oproep digitaal ter beschikking gesteld. Als na het verzenden van de digitale schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk door middel van openbare kennisgeving. Digitaal beschikbare stukken worden op de website van de gemeente geplaatst. Inwoners kunnen deze ook desgewenst via de griffie inzien. Informatie van de raad of aan de raad verstrekte informatie waaromtrent op grond van hoofdstuk Va van de wet geheimhouding is opgelegd, blijft in afwijking van het eerste en tweede lid onder berusting van de griffier. Het presidium kan de werkwijze met betrekking tot geheime informatie uitwerken in een Protocol Geheimhouding.
Artikel 10. Openbare kennisgeving 1. Raadsvergaderingen worden ter openbare kennis gebracht door aankondiging in een plaatselijk nieuwsblad en op het raadsinformatiesysteem. 2. In spoedeisende gevallen of bij nazendingen/nagekomen agendapunten kan de openbare kennisgeving uitsluitend langs digitale weg plaatsvinden via het raadsinformatiesysteem
Paragraaf 2. Ter vergadering
Artikel 11. Presentielijst 1. De griffier draagt zorg voor het bijhouden van een digitale presentielijsten van raadsvergaderingen in het raadsinformatiesysteem 2. Bij binnenkomst in de vergaderzaal wordt de aanwezigheid/presentie verwerkt in de digitale presentielijst die aan het einde van elke raadsvergadering door de voorzitter en de griffier wordt vastgelegd in de besluitenlijst van de vergadering in het raadsinformatiesysteem.
Artikel 12. Aantal spreektermijnen, spreektijden 1. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. 3. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4. Het derde lid is niet van toepassing op een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend ten aanzien van de beraadslaging daarover. 5. Bij de bepaling hoeveel keer een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 6. Het presidium kan een nadere spreektijdenregeling uitwerken.
Artikel 12a Spreekrecht inwoners 1. Na het vragenkwartier kunnen aanwezige inwoners van de gemeente Teylingen of belanghebbenden gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2. Het woord kan niet gevoerd worden over: a. Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c.
3.
4. 5.
6.
Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste één uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. De inspreker voert maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter doet een voorstel voor de afhandeling van de inbreng van de spreker.
Artikel 13. Deelname aan de beraadslaging door anderen Onverminderd artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet, kan de raad besluiten dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging.
Artikel 14. Voorstellen van orde Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier terstond over.
14a. Zitplaatsen 1. 2. 3.
De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg in het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, secretaris en overige personen die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Paragraaf 3. Stemmingen
Artikel 15. Stemverklaring Nadat de stemming is afgerond kunnen raadsleden hun uitgebrachte stem kort toelichten.
Artikel 16. Beslissing 1. De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist. 2. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.
Artikel 17. Stemming; procedure hoofdelijke stemming 1.
De voorzitter vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen.
2.
3. 4.
5.
6.
7.
Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. Als een raadslid om stemming of hoofdelijke stemming vraagt, doet de voorzitter daarvan mededeling aan de raad. Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij aanvang van de raad door loting aangewezen raadslid en verloopt verder op alfabetische volgorde. Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. De voorzitter of de griffier deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. De voorzitter doet daarbij mededeling van het genomen besluit.
Artikel 18. Volgorde stemming over amendementen en moties 1. 2. 3.
4.
Als op een aanhangig voorstel amendementen zijn ingediend, wordt eerst over die amendementen gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft. Als meerdere amendementen of subamendementen op eenzelfde gedeelte van een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd. Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken.
Artikel 19. Stemming over personen 1. 2. 3.
4.
Bij stemming over personen voor benoemingen of het opstellen van voordrachten of aanbevelingen, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau. Aanwezige raadsleden die zich niet ingevolge artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming moeten onthouden, zijn verplicht een door het stembureau verstrekt stembriefje in te leveren. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van het stembureau beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Artikel 19a. Herstemming over personen 1. Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen in zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke personen de derde stemming zal plaatsvinden. 3. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Paragraaf 4. Verslaglegging; ingekomen stukken
Artikel 20. Verslag en besluitenlijst 1. 2.
3. 4. 5.
De griffier draagt zorg voor een verslag middels videotulen en digitale besluitenlijsten van raadsvergaderingen. Uit de digitale besluitenlijsten en videotulen blijkt in ieder geval: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de wethouders en de raadsleden, allen voor zover aanwezig, alsmede van de overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een aantekening van welke raadsleden afwezig waren; c. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; d. een overzicht van het verloop van elke stemming met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de raadsleden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de raadsleden die zich overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben vergist, en e. bij het desbetreffende agendapunt, de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van artikel 13 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. Vastgestelde besluitenlijsten worden door de voorzitter en griffier geplaatst op het raadsinformatiesysteem. Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de besluitenlijst zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt op het digitale raadsinformatiesysteem Digitaal beschikbare besluitenlijsten worden op de website van de gemeente geplaatst.
Artikel 21. Ingekomen stukken 1. 2. 3.
Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst die aan de raadsleden digitaal beschikbaar wordt gesteld en digitaal ter inzage wordt gelegd. In de vergadering stelt de raad op voorstel van het presidium, of in geval van onverwijlde spoed de griffier, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Het presidium kan een protocol Ingekomen stukken opstellen hoe om te gaan met bepaalde categorieën ingekomen stukken, zoals anonieme stukken en stukken met beledigende of bedreigende inhoud.
Paragraaf 5. Besloten raadsvergaderingen
Artikel 22. Toepassing reglement op besloten vergaderingen Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 23. Verslag besloten vergadering 1.
Conceptverslagen en -besluitenlijsten van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar berusten bij de griffier.
2.
Deze verslagen en besluitenlijsten worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet opheffen van de geheimhouding op het vastgestelde verslag en de besluitenlijst.
3.
De vastgestelde verslagen en besluitenlijsten worden door de voorzitter en de griffier digitaal ondertekend.
Artikel 24. Opheffing geheimhouding Als de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de wet voornemens is de geheimhouding van aan de raad verstrekte informatie op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Paragraaf 6. Toehoorders en pers
Artikel 25. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 26. Geluid- en beeldregistraties Degenen die van een openbare raadsvergadering geluid- of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar diens aanwijzingen.
Hoofdstuk 3. Bevoegdheden, instrumenten raadsleden
Artikel 27. Amendementen en subamendementen 1.
2. 3.
Raadsleden dienen amendementen en subamendementen voor het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben digitaal in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. Er wordt alleen beraadslaagd over amendementen en subamendementen die ingediend zijn door raadsleden die op presentielijst zijn opgenomen. Intrekking door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond.
Artikel 28. Moties 1. 2. 3.
4.
Raadsleden dienen moties digitaal in bij de voorzitter, tenzij de voorzitter oordeelt dat mondelinge indiening volstaat. De behandeling van een motie vindt gelijktijdig plaats met de beraadslaging over het onderwerp of voorstel waarop het betrekking heeft. Een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp wordt voor behandeling eerst doorverwezen naar de commissie wiens onderwerp het betreft, tenzij de raad bij de vaststelling van de agenda heeft bepaald dat het onderwerp urgent is en directe behandeling wenselijk is. Intrekking door de indiener van een motie is mogelijk totdat de beraadslaging daarover door de raad is afgerond.
Artikel 29. Initiatiefvoorstel 1. 2.
Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen digitaal in bij de voorzitter. Deze brengt een ingediend voorstel zo spoedig mogelijk ter kennis van het college. Het college kan binnen 30 dagen nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen.
3. 4.
De initiatiefnemer kan het voorstel naar aanleiding van de wensen en bedenkingen van het college aanpassen. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het tweede lid gestelde termijn is verlopen, wordt het (eventueel gewijzigde) voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst, tenzij de raad oordeelt dat het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie. Als de schriftelijke oproep voor de raadsvergadering reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.
Artikel 30. Collegevoorstel 1. 2.
Een collegevoorstel aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, wordt niet ingetrokken zonder toestemming van de raad. Als de raad van oordeel is dat het nodig is een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug te zenden aan het college, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Artikel 31. Interpellatie 1. 2. 3.
4.
Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie digitaal in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval een omschrijving van het onderwerp en de te stellen vragen. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. Over verzoeken die ten minste 48 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 32. Schriftelijke (politieke) vragen 1. 2. 3. 4. 5.
Raadsleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester digitaal in bij de griffier, waarbij wordt aangegeven of er een voorkeur voor schriftelijke of mondelinge beantwoording bestaat. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. Schriftelijke beantwoording gebeurt zo spoedig mogelijk, in ieder geval binnen 30 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffier aan de raadsleden toegezonden. De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering nadere inlichtingen vragen over het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist
Artikel 33. Inlichtingen, technische vragen 1. 2.
3.
Raadsleden dienen technische vragen (verzoeken tot inlichtingen) als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. Wanneer beantwoording niet binnen de afgesproken termijn mogelijk is stelt het college of de burgemeester de griffier hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording zal plaatsvinden. Het presidium stelt een protocol vast met betrekking tot het delen en/of openbaar maken van de technische vragen/inlichtingen en de termijnen van beantwoording.
Artikel 34. Vragenkwartier
1.
2.
3.
4.
5. 6. 7.
In de raadsvergadering is een vragenkwartier, tenzij bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenkwartier op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenkwartier eindigt. Raadsleden die tijdens het vragenkwartier vragen willen stellen, melden dit onder aanduiding van het onderwerp de dag voorafgaand aan de raadsvergadering voor 12 uur bij de voorzitter. De voorzitter kan na overleg met het presidium weigeren een onderwerp tijdens het vragenkwartier aan de orde te stellen indien: a. hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven; b. het onderwerp niet vreemd is aan de orde van de dag; c. het onderwerp niet een mate van spoedeisendheid heeft, die aan een behandeling via het stellen van schriftelijke vragen of een behandeling langs het reguliere vergadertraject via raadscommissie en/of een daarop volgende raadsvergadering in de weg staat. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenkwartier aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Tijdens het vragenkwartier worden geen moties ingediend en geen interrupties toegelaten. Het presidium kan nadere regels stellen over de werkwijze rond het vragenkwartier.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 35. Uitleg reglement In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 36. Intrekking oude reglement Het Reglement van Orde van de gemeenteraad van Teylingen, vastgesteld op 2 januari 2006 wordt ingetrokken.
Artikel 37. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Dit reglement treedt in werking de dag na bekendmaking. 2. Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van orde gemeenteraad Teylingen 2024.
Aldus geamendeerd vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 april 2024,
De griffier, Digitaal ondertekend door Marjoleine van Egeraat op 06-05-2024
Mw. Marjoleine van Egeraat ------------------------------------
De voorzitter, Digitaal ondertekend door Carla G.J. Breuer op 07-05-2024
Mw. Carla G.J. Breuer
Toelichting In deze toelichting worden enkel die bepalingen behandeld die verdere toelichting behoeven. Op enkele plekken zijn bredere beschouwingen als achtergrondinformatie bij het betreffende artikel opgenomen. De toelichting is aangepast aan de Teylingse werkwijze. Artikelsgewijs
Artikel 1. Begripsbepalingen In artikel 1 worden een aantal begrippen uit dit reglement van orde gedefinieerd. Deze spreken grotendeels voor zich. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet (hierna: wet) schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. In artikel 1a is voor Teylingen opgenomen dat de commissievoorzitters tevens waarnemend voorzitter van de raad zijn. Zij maken onderling de volgorde uit. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering.
Artikel 2. Het presidium Het presidium heeft voornamelijk een algemeen adviserende rol (aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad). Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen, omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen niet strookt met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125, eerste lid, van de Grondwet). Het presidium als zodanig kan niet ook optreden als werkgeverscommissie. De werkgeverscommissie, ingesteld op basis van artikel 83 van de wet, bestaat immers enkel uit raadsleden (en dus niet, zoals het presidium, ook de voorzitter van de raad). Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol zoals hierboven aangegeven. In de VNG handreiking ‘De (rechts)positie van de griffie(r) in het decentrale bestuur’ is een modelbesluit voor het instellen van een werkgeverscommissie opgenomen. Het is wel mogelijk om de raadsleden van het presidium te benoemen in de werkgeverscommissie en de vergaderingen van deze commissie te laten aansluiten op de vergaderingen van het presidium, zodat er, indien nodig, snel overlegd kan worden.
Men zou er voor kunnen kiezen de regie van enkele interne of organisatorische kwesties bij het presidium neer te leggen. In artikel 2 is als aanvullende taak opgenomen dat het presidium aanbevelingen doet aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het Reglement van Orde voor de gemeenteraad Teylingen 2024, het instrueren van de griffier en het bespreken van agenda-technische zaken. Het is van belang dat in het presidium elke partij een stem heeft die even zwaar weegt. Op deze wijze wordt de positie van minderheidsfracties in een dualistisch stelsel versterkt. Tevens kan dit de betrokkenheid van alle fracties bij de raadsvergaderingen vergroten.
De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig (artikel 4, eerste lid), omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de secretaris kan ook gewenst zijn, omdat de secretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Overeenkomstig het derde lid kan de secretaris worden uitgenodigd. Als dit een ‘staande’ uitnodiging wordt, dan kan overwogen worden zijn aanwezigheid expliciet in het [citeertitel reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad] te regelen.
Artikel 2a. Seniorenconvent Het seniorenconvent is een door de raad ingestelde commissie en fungeert als overlegplatform voor tot de raad behorende aangelegenheden waaronder: Aangelegenheden met een vertrouwelijk, politiek gevoelig en/of urgent karakter. Hieronder vallen ook de taken die het presidium betreffen, maar die niet in de openbaarheid besproken kunnen worden. De samenstelling van het presidium en het seniorenconvent is om die reden gelijk.
Artikel 3. De agendacommissies en het vaststellen van vergaderingen De agendacommissie vervult een belangrijke (coördinerende) rol bij de agendering van zaken in [de raadscommissies en] de raad. De agendacommissie heeft het overzicht van alle onderwerpen waar de raad zich mee bezig houdt en zorgt voor de planning. In veel gemeenten wordt gewerkt met jaaroverzichten waarbij specifieke vergaderingen lang van te voren bekend zijn. Denk hierbij aan de begroting en jaarrekening. In het geval een gemeente deelneemt in een gemeenschappelijke regeling is in deze regeling opgenomen hoe de raad geïnformeerd wordt door de vertegenwoordiger van de gemeente in de gemeenschappelijke regeling en hoe verantwoording wordt afgelegd (artikelen 16 t/m 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Van belang is dat de agendacommissie de vergadercyclus van deze besturen kent. Het kan nodig zijn dat de raad voorafgaand aan een vergadering van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling de gemeentelijke vertegenwoordiger informatie of opvattingen wil meegeven. Ook de begrotingscyclus van de gemeenschappelijke regeling is relevant voor de agendacommissie zodat de raad tijdig noodzakelijke informatie kan leveren. Het is aan de agendacommissie om de planning in te vullen maar ook om deze te bewaken.
Hetzelfde geldt met betrekking tot andere organisaties waar de gemeente mogelijk in vertegenwoordigd is (stichtingen, vennootschappen). Ook deze vergadercycli kunnen voor een agendacommissie aanleiding zijn om deze te agenderen voor een raads- of commissievergadering, zodat er informatie uitgewisseld kan worden tussen de vertegenwoordiger van de gemeente en de raad. In het Reglement van Orde gemeenteraad Teylingen 2024 zijn twee raadscommissie. Een voor de agenda’s van de raadscommissies en de ander (tevens het presidium) voor de agenda’s van de raad, de jaarplanning en overige vergaderingen van de gemeenteraad. De commissies stellen de agenda's van de raadscommissies en de raad voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van de raadscommissies en de raad geschiedt bij de aanvang van de betreffende vergadering. Ingevolge artikel 17 van de wet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en voorts indien de burgemeester het nodig oordeelt of indien ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. De voorzitter pleegt in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg met de agendacommissie. Op deze wijze houdt de agendacommissie ook bij vergaderingen die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering.
Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Voor de raadscommissies is een vergelijkbare bepaling opgenomen in het Reglement van Orde artikel 3 lid 4.
Artikel 4. De griffier De raad is verplicht een griffier te benoemen (artikelen 100 en 107 van de wet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig (eerste lid). De wet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid, van de wet). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 van de wet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging.
Artikel 5. Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raads- en burgerleden
Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming (artikel V 1 van de Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde meldt schriftelijk aan de raad of hij de benoeming aanneemt (artikel V 2 van de Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt legt hij aan de raad stukken over waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de wet (artikel V 3 van de Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven en de beslissing over de toelating moeten in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de wet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. Ingevolge artikel V 4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden.
Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na de raadsverkiezingen beslist de raad in oude samenstelling in zijn laatste vergadering over de toelating van de nieuw gekozen leden. Met ingang van 00:00 uur de volgende dag treedt de nieuwe raad aan (artikel 18 van de wet en artikel C 4, tweede lid, van de Kieswet). Voor burgerleden is in Teylingen de benoemingsvereisten gelijk gesteld aan de toelatingsvereisten van raadsleden door in artikel 7a Reglement van Orde, door de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing te verklaren. De commissie onderzoek geloofsbrieven onderzoekt ook voor de burgerleden of zij hieraan voldoen. Eerste en tweede lid De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Derde lid Het onderzoek van het proces-verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt door de oude raad vlak voor de eerste samenkomst van de nieuwe raad na de gemeenteraadsverkiezingen. Het onderzoek van het proces-verbaal strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten.
Het derde lid ziet op de specifieke taak die de raad heeft na de raadsverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen heeft de commissie voor het geloofsbrievenonderzoek een extra taak, zij adviseert de raad ook over het verloop van de verkiezingen (of dit op wettige wijze is gebeurd) en het vaststellen van de uitslag (of deze juist is vastgesteld). Zij doet dit op basis van het proces-verbaal van het centraal stembureau. De raad dient op basis van dit advies een besluit te nemen over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag. Dit besluit is van belang omdat de raad de bevoegdheid heeft om te besluiten tot het hertellen van de stemmen en zelfs de bevoegdheid om te besluiten tot een herstemming, beide eventueel in een deel van de gemeente bij een aantal specifieke stembureaus. Het proces-verbaal vormt de aanleiding tot een besluit tot hertelling of herstemming. Dit dient concrete aanwijzingen te bevatten waarop de raad een dergelijk besluit kan baseren. Op 28 februari 2014 heeft de minister van BZK een circulaire uitgebracht waarin toegelicht wordt wanneer de raad gebruik kan maken van deze bevoegdheid (Gemeenteraadverkiezingen: hertellingen, kenmerk 2014-0000116196, 28 februari 2014, Ministerie van BZK. Zie: https://vng.nl/files/vng/publicatie_bijlagen/2014/20140319-hertelling-gemraadsverk-bzk20140000116196.pdf).
Deze circulaire was ook bij de raadsverkiezingen in 2018 en 2022 van toepassing. In deze circulaire wordt onder meer uiteengezet wanneer de raad tot hertelling kan besluiten. Het ligt niet voor de hand dat besloten wordt tot een hertelling waarvan tevoren duidelijk is dat deze niet tot een andere samenstelling in de raad kan leiden. Ook een verschil in zetels tussen de voorlopige uitslag en de definitieve uitslag is geen reden om over te gaan tot hertelling.
Vierde en vijfde lid
Na een raadsverkiezing kunnen de toegelaten raadsleden op de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling als bedoeld in artikel 18 van de wet de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen (vierde lid). Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden (vijfde lid). De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de wet vastgelegd.
Artikel 6. Benoeming wethouders Artikel 6 geeft invulling aan een leemte in de wet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrievenonderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De wet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder maar niet op welk moment deze getoetst worden.
Het ligt voor de hand om voor het benoemen van wethouders ook een commissie voor het onderzoek naar de geloofsbrieven in te stellen (eerste lid). De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (artikelen 36a, 36b, 41b en 41c van de wet). Voor wethouders is er de aanvullende verplichting om een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) te kunnen overleggen (artikel 36a, tweede lid, van de wet). De VOG kent een screeningsprofiel voor politieke ambtsdragers.
Bij de benoeming van een wethouder kan een integriteitstoets plaatsvinden. De gedragscode integriteit speelt hierbij een rol (zie Model Gedragscode Integriteit volksvertegenwoordigers in gemeenten, provincies en waterschappen 2015). Na het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, brengt de commissie advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder (derde lid).
[De kandidaat-wethouders kunnen in opdracht van de burgemeester voor aanvang van iedere ambtstermijn aan een integriteitstoets worden onderworpen. De burgemeester krijgt zicht op de volledige rapportage van de risicoanalyse. Zo heeft hij een goed beeld van de kandidaat en kan hij met de kandidaat een gesprek voeren over de uitkomsten. De burgemeester kan ten aanzien van de risicoanalyse en de conclusies geheimhouding opleggen aan de raad. Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur (artikel 87 van de wet) is de burgemeester hiertoe expliciet bevoegd gemaakt (vierde lid).]
Artikel 6 is ook van toepassing als er geen wethouder van buiten maar uit de raad wordt benoemd. De incompatibiliteiten en nevenfuncties dienen dan immers opnieuw beoordeeld te worden. Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, tweede lid, van de wet).
Artikel 7. Fracties Eerste en tweede lid De Kieswet en de Gemeentewet kennen het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de wet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). Vanaf de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen
aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Vierde lid In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mede (vierde lid). Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan als zelfstandige fractie verdergaan of zich aansluiten bij een bestaande fractie. Ook andere wijzigingen zijn mogelijk, bijvoorbeeld een fusie van twee fracties. Een andere (tijdelijke) wisseling in een fractie kan het gevolg zijn van ziekte of zwangerschap van een raadslid. Voor deze gevallen is in de Kieswet een vervangingsregeling opgenomen.
Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de wet en artikel 129 van de Grondwet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. Geen andere persoon of instantie kan hem rechtens bindende instructies opleggen met betrekking tot zijn stemgedrag. Het is de individuele volksvertegenwoordiger die een mandaat van de kiezer heeft gekregen. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook de Kieswet gaat niet uit van politieke partijen. Een zetel 'hoort' dan ook niet bij een partij, maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende.
De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie.
Dit betekent ook dat: kandidaten die van een kandidatenlijst deel uitmaken en binnen die lijst/partij een onderlinge schriftelijke (en soms notariële) afspraak maken, bijvoorbeeld dat men onder bepaalde voorwaarden zal afzien van aanvaarding van het raadslidmaatschap, zich dienen te realiseren dat dergelijke afspraken nietig zijn vanwege strijd met de wet en de Kieswet; -
personen die tussentijds van partij veranderen hun raadslidmaatschap niet verliezen;
als men uit een partij stapt en als eigen partij verder gaat, de verlatende partij geen middelen heeft om het raadslid uit de raad te weren.
Fractieafsplitsing en het ontstaan van een nieuwe fractie kan diverse praktische gevolgen hebben. Te denken valt aan: fractievergoedingen en -faciliteiten, fractievoorzitterschap dan wel vertegenwoordiging in het presidium, zo nodig andere zitplaatsen in de raadszaal, bezetting in raadscommissies en eventueel de bezetting in raadscommissies door burgerraadsleden.
Als moet worden voorzien in de vacature van een raadslid dat zich heeft afgesplitst, wordt teruggegrepen op de lijst waarop betrokkene oorspronkelijk was gekozen (artikel P 19 van de Kieswet).
Vijfde lid
De naam van de fractie dient getoetst te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde: deze toetsing vindt immers ook plaats wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Artikel 7a. Burgerleden Bij de totstandkoming van de Wet dualisering gemeentebestuur is uitdrukkelijk stilgestaan bij de rol en positie van een burgerlid van een raadscommissie. Uit de memorie van toelichting bij de Wet dualisering gemeentebestuur blijkt dat de regering het werk van commissieleden – daar vallen de burgerleden onder – in het verlengde zag liggen van dat van de raad. De regering liet expliciet de mogelijkheid open om niet-raadsleden toe te laten in raadscommissies, vooral met het oog op regelingen waardoor kleine fracties in staat worden gesteld zich in commissies door burgerleden (meestal lijstopvolgers) te laten vertegenwoordigen.
Naast ondersteuning en verdeling van de werkdruk is de meerwaarde van het toelaten van burgerleden dat het een kweekvijver is voor nieuw talent en andere kwaliteiten inbrengt in de commissie. Het burgerlidmaatschap is in het Reglement van Orde opgenomen, de samenstelling van de commissies is in de verordening op de raadscommissies opgenomen. De vereisten waar burgerleden aan moeten voldoen zijn opgenomen in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet, zij zijn op hen van overeenkomstige toepassing verklaard. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken en geen functie als bedoeld in artikel 13 van de wet mogen vervullen. Om te beoordelen of wordt voldaan aan de eisen van de wet ligt het voor de hand om gebruik te maken van een geloofsbrievenonderzoek. Het verdient aanbeveling dit onderzoek uit te laten voeren door de commissie die voor raadsleden en wethouders het op basis van artikel V 4 van de Kieswet verplichte geloofsbrievenonderzoek uitvoert. De vereisten die onderzocht moeten worden zijn immers gelijk. Dit onderzoek (alleen naar de niet-raadsleden) gaat vooraf aan het raadsbesluit waarmee de burgerleden benoemd worden.
Artikel 8. Oproep en agenda In artikel 19, eerste lid, van de wet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. De agendacommissie bepaalt hoe de voorlopige agenda er uit ziet. Het eerste lid stelt verplicht dat de voorzitter een vastgesteld aantal dagen vóór een vergadering de leden een schriftelijke oproep, waarin de vergadering wordt aangekondigd, en de voorlopige agenda met de daarbij behorende stukken stuurt. Uiteraard is het mogelijk, indien de raad dit wenst, de oproep en stukken per elektronische weg te versturen. De oproep vermeldt de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. In het eerste lid gaat het om een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om ruim voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de actualiteiten. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen (tweede lid). Bij de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de mogelijkheid vervallen om individuele raadsleden te informeren.