CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

14. Bijlage X - Quickscan natuurtoets 's Gravendamseweg 65 in Voorhout.pdf - Bijlage X - Quickscan n

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Principeverzoek vernieuwen en vergroten overslagstation VAB 's-Gravendamseweg 77 Voorhout7.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan natuurtoets ’s Gravendamseweg 65 in Voorhout In opdracht van Meerlanden N.V.

Colofon Quickscan natuurtoets ’s Gravendamseweg 65 in Voorhout

Opdrachtgever Contactpersoon

Meerlanden N.V.

Opdrachtnemer

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel

Projectnummer Rapportnummer Auteur Controle Status Publicatiedatum Foto voorblad

5213 2737

Definitief 25-3-2024 Plangebied (foto:

)

Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en soorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten. Het voorkomen van beschermde en Rode Lijstsoorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus (www.netwerkgroenebureaus.nl).

Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk.

Inhoud Samenvatting ...................................................................................................................... 1 1

2

3

4

Inleiding en doel........................................................................................................... 2 1.1

Inleiding ................................................................................................................ 2

1.2

Doel ...................................................................................................................... 2

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 3 2.1

Gegevens plangebied ........................................................................................... 3

2.2

Beschrijving van het plangebied ........................................................................... 3

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied ................................................................ 3

2.4

Geplande flora- en fauna-activiteit ........................................................................ 3

Gebiedsbescherming in de Omgevingswet .................................................................. 5 3.1

Inleiding ................................................................................................................ 5

3.2

Provinciaal beschermde gebieden ........................................................................ 5

3.3

Natura 2000 .......................................................................................................... 9

3.4

Bijzondere natuurgebieden en landschappen ..................................................... 10

3.5

Beschermde houtopstanden ............................................................................... 11

3.6

Conclusie gebiedsbescherming .......................................................................... 13

Soortenbescherming in de Omgevingswet ................................................................. 14 4.1

Methode ............................................................................................................. 14

4.2

Resultaten .......................................................................................................... 15

4.3

Consequenties soortenbescherming ................................................................... 24

4.4

Conclusie soortenbescherming ........................................................................... 27

Literatuurlijst ..................................................................................................................... 28 Bijlagen ............................................................................................................................. 29 Bijlage 1 Impressie plangebied ......................................................................................... 30 Bijlage 2

Natuurbescherming onder de Omgevingswet .................................................. 31

Samenvatting Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor de geplande flora- en fauna-activiteit, bestaande uit bouwwerkzaamheden achter de ’s Gravendamseweg 65, geen aanvullend onderzoek in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk is. Voor de rugstreeppad wordt het werken met een ecologisch werkprotocol noodzakelijk geacht. Voor elke flora- en fauna-activiteit geldt de specifieke zorgplicht. In het kader hiervan moet voor het plangebied rekening gehouden worden met broedvogels. De activiteit is mogelijk een ‘Natura 2000-activiteit. Het uitvoeren van een AERIUSberekening is noodzakelijk om vast te stellen of negatieve effecten op Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie aan de orde zijn en of daarmee sprake is van een ‘Natura 2000activiteit’. Voor Natura 2000-gebieden geldt de specifieke zorgplicht. Gezien de aard en beperkte omvang van de geplande activiteiten en de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn er in het kader van de specifieke zorgplicht geen maatregelen noodzakelijk, afgezien van eventueel noodzakelijke maatregelen om stikstofuitstoot te beperken of compenseren. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de nog uit te voeren AERIUS-berekening. Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde. Het plangebied ligt niet in/nabij een bijzonder nationaal natuurgebied of bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap.

De activiteit heeft geen negatief effect op de instandhoudingsdoelen voor deze gebieden. Het nemen van maatregelen is niet noodzakelijk. Een kapmelding bij de provincie Zuid-Holland en een herplantplicht voor beschermde houtopstanden is ook niet aan de orde. In het kader van de specifieke zorgplicht voor houtopstanden zijn geen maatregelen noodzakelijk. Staring Advies voerde het onderzoek uit in opdracht van Meerlanden N.V.

Pagina 1

1

Inleiding en doel

1.1

Inleiding

Bij een flora- en fauna-activiteit moet, in het kader van de Omgevingswet, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde plant- en diersoorten, beschermde natuurgebieden en beschermde houtopstanden. Om in te schatten wat het effect van de flora- en fauna-activiteit is op beschermde soorten, beschermde natuurgebieden en beschermde houtopstanden wordt een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Indien beschermde soorten verwacht worden is nader onderzoek vereist. Er zijn plannen voor de bebouwing op een gedeelte van perceel 4134 en 4136, achter de woning van de ’s Gravendamseweg 65 in Voorhout. Mevrouw Tubbing van Meerlanden N.V. is betrokken bij de plannen en heeft aan Staring Advies gevraagd om deze quickscan natuurtoets uit te voeren.

1.2

Doel

Het doel van de quickscan is om snel te inventariseren of door de flora- en fauna-activiteit schade kan ontstaan aan populaties van beschermde soorten flora en/of fauna, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden. Hierbij wordt ook vastgesteld of nader onderzoek, nadere toetsing en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet aan de orde is. Daarnaast wordt met deze quickscan inzichtelijk gemaakt op welke wijze voldaan kan worden aan de specifieke zorgplicht die geldt bij soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden.

Pagina 2

2

Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden

2.1

Gegevens plangebied

Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:

2.2

’s Gravendamseweg 65 Voorhout Teylingen Zuid-Holland

Beschrijving van het plangebied

Het plangebied bevindt zich achter de woning van de ’s Gravendamseweg 65. Het betreft een volledig met betonplaten bedekt perceel (zie figuur 1). De ’s Gravendamseweg is een drukke weg buiten de bebouwde kom met lintbebouwing en veel bedrijven en loodsen.

2.3

Beschrijving van het onderzoeksgebied

Om het eventuele verstorend effect van de geplande flora- en fauna-activiteit op zowel beschermde als niet beschermde natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied (externe werking) in te kunnen schatten is een groter gebied onderzocht dan het plangebied alleen. Dit onderzoeksgebied bestaat uit een ligusterhaag aan de noordwestzijde en een kassencomplex aan de zuidwestzijde. Verder ligt er ten zuiden agrarisch land, zowel grasland als bloembollenvelden. Momenteel is het direct ten zuiden gelegen terrein kaal zand, maar dit vormt een onderdeel van het grasland van een grasmattenbedrijf. Ten noordwesten ligt het terrein van het Vuilafvoerbedrijf Duin en Bollenstreek (VAB) en het spoor (zie figuur 2).

2.4

Geplande flora- en fauna-activiteit

Er zijn plannen om, in verband met de sloop en nieuwbouw op het nabijgelegen VAB-terrein, tijdelijk activiteiten te ontplooien op een gedeelte van perceel 4134 en 4136 (locatie ‘s Gravendamseweg 65).

Pagina 3

Figuur 1. Luchtfoto van het plangebied (rood) en het onderzoeksgebied voor de quickscan natuurtoets (geel). Bron luchtfoto: Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2024).

Figuur 2: Globale ligging van het onderzoeksgebied (rood). Bron ondergrond: OpenStreetMap (2024).

Pagina 4

3

Gebiedsbescherming in de Omgevingswet

3.1

Inleiding

De gebiedsbescherming in de Omgevingswet bestaat uit de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000-gebieden, bijzondere natuurgebieden, bijzondere landschappen en houtopstanden. In paragraaf 3.2 wordt de geplande activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van provinciaal beschermde gebieden. In paragraaf 3.3 wordt de activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van Natura 2000-gebieden. In paragraaf 3.4 wordt de activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van houtopstanden.

3.2

Provinciaal beschermde gebieden

3.2.1 Algemeen De provincie Zuid-Holland heeft beschermde gebieden onderverdeeld in drie beschermingscategorieën: Beschermingscategorie 1, 2 en 3. Deze kennen geen externe werking. Beschermingscategorie 1 Dit is de categorie die het zwaarste beschermingsregime geniet. Hieronder valt onder andere het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het NNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het NNN in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruimte is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten. In de provincie Zuid-Holland vallen ook ecologische verbindingen en zoekgebieden natuur onder het NNN. Behalve het NNN vallen onder beschermingscategorie 1 ook zogenaamde ‘Kroonjuwelen cultureel erfgoed’. Daarnaast zijn er enkele specifiek aangewezen gebieden met een status die onder beschermingscategorie 1 vallen, zoals ‘Beschermd Grasland in de Bollenstreek’ en ‘Buijtenland van Rhoon’.

Pagina 5

Beschermingscategorie 2 Beschermingscategorie 2 is minder zwaar dan beschermingscategorie 1 en bestaat uit drie soorten gebieden: • • •

Belangrijk weidevogelgebied Groene buffer Recreatiegebied

Belangrijk weidevogelgebied Een omgevingsplan voor een belangrijk weidevogelgebied kan slechts voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ontwikkeling en de zo nodig daarmee in samenhang te nemen maatregelen geen significante beperking inhoudt van de kenmerken van het gebied en evenmin leidt tot een significante vermindering van het oppervlak, de kwaliteit of de samenhang daarvan. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: • •

de hoge weidevogeldichtheden of de potentie daarvoor; de factoren die de hoge weidevogeldichtheden mogelijk maken zoals het graslandgebruik, de waterhuishouding met relatief hoge grondwaterstanden, de landschapsstructuur en de rust van het gebied.

Groene buffer Een omgevingsplan voor locaties binnen Groene Buffers kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: • • • •

de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.

Recreatiegebied De kernkwaliteiten van deze beschermingszone gaan over recreatie. Deze aspecten zijn niet relevant voor deze natuurtoets. Beschermingscategorie 3 (Buitengebied) Een omgevingsplan voor een locatie in het Buitengebied kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig

Pagina 6

worden aangetast, zoals blijkt uit een afdoende motivering die ook ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: • • • •

de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.

Het eerste lid is niet van toepassing op de ontwikkeling van natuur- en groengebied en grote buitenstedelijke bouwlocaties.

3.2.2 Geplande activiteit Beschermingscategorie 1 Het plangebied ligt buiten gebieden met beschermingscategorie 1. Deze kennen geen externe werking. Er liggen twee typen gebieden dichtbij, namelijk: ‘Beschermd grasland in de bollenstreek’, ten zuiden van het plangebied en ‘Natuurnetwerk Nederland: Ecologische verbinding’, langs het spoor ten noorden van het plangebied (zie figuur 3). Beschermingscategorie 2 Het plangebied ligt buiten gebieden met beschermingscategorie 2. Deze kennen geen externe werking. Het dichtstbijzijnde gebied is ten zuiden van het plangebied, wat is aangemerkt als belangrijk weidevogelgebied. Beschermingscategorie 3 Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom en dus binnen gebieden die zijn aangewezen als ‘Buitengebied’ onder beschermingscategorie 3 (zie figuur 4). De openheid en het groene karkater van het landschap worden echter niet onevenredig aangetast. Hieronder volgt de motivering van de vermeende kwaliteiten zoals beschreven in de omgevingsverordening: Het plangebied ligt in feite ingeklemd tussen bedrijvencomplex, kassen en het Vuil- en afvalbedrijf (VAB). Het terrein is niet zichtbaar vanaf de openbare weg. In die zin steekt het ook niet uit vanaf de lintbebouwing, maar zal het pand opgaan in de al aanwezige bebouwing. Daarmee tast het plaatsen van een gebouw niet de weidsheid en openheid van het landschap aan.

Het terrein kent geen enkele relevantie in de relatie tussen stad en buitengebied. Het is niet te zien of te betreden vanaf de openbare weg. Ook brengt de huidige situatie, namelijk betonplaten, niks voor het groene karakter van het landschap. Er gaat landschappelijk dus niks verloren. ‘Kenmerkend voor de bollenstreek is dat op een betrekkelijk klein oppervlakte een grote landschappelijke variatie bestaat. Oude en jonge duinen, strandvlaktes, zanderijen, bloembollenvelden, buitenplaatsen, verstedelijking,

Pagina 7

oeverwallen, veenweidegebieden en een enkele droogmakerij komen allemaal voor’ (uit: Panorama Landschap: Duin- en Bollenstreek, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Deze landschappelijke variatie is, op verstedelijking na, niet te herkennen in het plangebied. Dit kan dus ok niet verloren gaan. Samengevat kan gesteld worden dat de plannen geen aantasting van het buitengebied.

Figuur 3. Gebieden met beschermingscategorie 1 (groen), beschermingscategorie 2 (lichtgroen) en beschermingscategorie 3 (roze) in relatie tot het plangebied (rood). Bron: Provincie Zuid-Holland, bron ondergrond: OpenStreetMap (2024).

Pagina 8

3.3

Natura 2000

3.3.1 Algemeen De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. De Omgevingswet beschermt onder andere Natura 2000gebieden. Voor activiteiten die significante, negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een omgevingsvergunning nodig. Een dergelijke activiteit wordt een ‘Natura 2000-activiteit’ genoemd en is vergunningsplichtig.

3.3.2 Geplande activiteit Het plangebied ligt niet in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Kennemerland-Zuid’ ligt op ruime afstand van het plangebied, vanaf circa 3,3 kilometer (zie figuur 5). Overige Nederlandse Natura 2000gebieden, waaronder Natura 2000-gebieden ‘Coepelduynen’ en ‘Meijendel en Berkheide’ liggen op ruimere afstand van het plangebied, vanaf ruim 4 km. Door de aard en de beperkte omvang van de activiteiten en door de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000gebied ‘Kennemerland-Zuid’ en overige Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven van desbetreffende Natura 2000-gebieden verwacht. Er is daardoor geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering, verdroging, geluidsverstoring etc. Hooguit kan er sprake zijn van negatieve effecten door stikstofdepositie. Stikstofdepositie Er is tijdens de werkzaamheden door in te zetten materieel en de verkeersbewegingen sprake van extra stikstofdepositie, tenzij er volledig gebruik gemaakt wordt van elektrisch materieel. Daarmee zijn er mogelijk negatieve effecten door extra stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten.

Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om vast te stellen of er sprake is van een (significante) toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden als gevolg van de geplande activiteiten. Specifieke zorgplicht Het plangebied ligt op ruime afstand van Natura 2000-gebieden. Gezien de aard en beperkte omvang van de geplande activiteiten en de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn er in het kader van de specifieke zorgplicht geen maatregelen noodzakelijk, afgezien van eventueel noodzakelijke maatregelen om stikstofuitstoot te beperken of compenseren. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de nog uit te voeren AERIUS-berekening. Op dit moment is nog niet vast te stellen is of de activiteit een ‘Natura 2000-activiteit’ is, omdat eerst een AERIUS-berekening moet worden uitgevoerd.

Pagina 9

Figuur 5. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (blauw = Vogelrichtlijn VR, geel = Habitatrichtlijn HR, groen = VR + HR). Bron: natura2000.eea.europa.eu (2024).

3.4

Bijzondere natuurgebieden en landschappen

3.4.1 Algemeen Het Rijk kan bijzondere nationale natuurgebieden aangewezen hebben. Dit zijn gebieden die zijn aangewezen als vooruitloper op de aanwijzing of begrenzing als Natura 2000-gebied of gebieden die bescherming behoeve voor de instandhouding of herstel van biotopen en leefgebieden van in Nederland van nature in het wild voorkomende soorten genoemd in bijlage I Vogelrichtlijn of Bijlage I, II, IV of V Habitatrichtlijn. Voor de bescherming van bijzondere nationale natuurgebieden geldt de specifieke zorgplicht. De provincies kunnen bijzondere provinciale natuurgebieden of bijzondere provinciale landschappen hebben aangewezen. Ter bescherming van deze gebieden zijn specifieke regels opgesteld. In Zuid-Holland zijn er buiten de provinciaal beschermde (natuur)gebieden ook nog UNESCO Werelderfgoederen aangewezen.

Pagina 10

UNESCO Werelderfgoed: Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de UNESCO Werelderfgoederen, worden in het omgevingsplan regels gesteld in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten opgesteld voor het desbetreffende werelderfgoed. De regels houden in ieder geval in dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast. De toelichting op het omgevingsplan bevat: a) een beschrijving van de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten; en b) een beschrijving en motivering van de wijze waarop die kernkwaliteiten in stand worden gehouden of versterkt. Groen erfgoed: In Nederland zijn door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verschillende groenstructuren aangeduid als groen erfgoed. Hieronder worden historische groenaanleggen zoals tuinen, parken, woonwijken, verdedigingswerken, begraafplaatsen, buitenplaatsen en landgoederen verstaan. Ook monumentale bomen en cultuurlandschappen met door de mens beïnvloed groen zoals (hakhout)bossen en houtwallen vallen ook onder de noemer Groen erfgoed.

3.4.2 Geplande activiteit Het plangebied waar de activiteit gaat plaatsvinden, ligt buiten UNESCO Werelderfgoed en er bevinden zich geen groene erfgoederen in het plangebied en de directe omgeving. Voor bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn geen preventieve of herstelmaatregelen noodzakelijk bij de geplande activiteiten.

3.5

Beschermde houtopstanden

3.5.1 Algemeen De Omgevingswet beschermt houtopstanden vanaf 10 are of meer en bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. Als men voornemens is houtopstanden te kappen die onder de Omgevingswet vallen dan geldt een algemene meldplicht en een herplantplicht. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij deze regels niet gelden.

3.5.2 Geplande activiteit Van bomenkap is geen sprake. De werkzaamheden vinden plaats buiten de bebouwingscontour houtkap. Er is geen sprake is van aantasting van beschermde houtopstanden. Voor deze activiteit is geen sprake van een meldplicht en/of herplantingsplicht. Specifieke zorgplicht Voor houtopstanden geldt de specifieke zorgplicht. Deze geldt bij het vellen van

Pagina 11

houtopstanden, het aanplanten van bomen of nadat een houtopstand teniet is gedaan. Als deze handelingen nadelige gevolgen hebben voor de doelstellingen van de regels voor het vellen en herplanten van houtopstanden, te weten natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal en het beschermen van landschappelijk waarden, dan is de initiatiefnemer verplicht om de nadelige gevolgen te voorkomen te beperken of ongedaan te maken of achterwege te laten. In het plangebied is van bomenkap is geen sprake. In kader van de specifieke zorgplicht voor beschermde houtopstanden zijn geen maatregelen nodig.

Pagina 12

3.6

Conclusie gebiedsbescherming

Natuurnetwerk Nederland Er is geen sprake van aantasting van beschermde waarden of ontwikkelingsdoelen van het Natuurnetwerk Nederland. Vervolgstappen, zoals nadere toetsing, vergunningsaanvraag of het opstellen van een versterkingsplan is niet noodzakelijk. Natura 2000-gebieden Op dit moment is nog niet vast te stellen of de activiteit een ‘Natura 2000-activiteit’ is, omdat eerst een AERIUS-berekening moet worden uitgevoerd. Gezien de aard en beperkte omvang van de geplande activiteiten en de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn er in het kader van de specifieke zorgplicht geen maatregelen noodzakelijk, afgezien van eventueel noodzakelijke maatregelen om stikstofuitstoot te beperken of compenseren. Dit is afhankelijk van de uitkomsten van de nog uit te voeren AERIUS-berekening. Bijzondere natuurgebieden en landschappen Voor bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn geen preventieve of herstelmaatregelen noodzakelijk bij de geplande activiteiten. Beschermde houtopstanden Er is geen sprake is van aantasting van beschermde houtopstanden. Voor deze activiteit is geen sprake van een meldplicht en/of herplantingsplicht. In kader van de specifieke zorgplicht voor beschermde houtopstanden zijn ook geen maatregelen nodig.

Pagina 13

4

Soortenbescherming in de Omgevingswet

4.1

Methode

Het verzamelen van gegevens heeft op twee manieren plaatsgevonden: via een literatuuronderzoek en er is gericht veldonderzoek uitgevoerd.

4.1.1 Literatuuronderzoek Ter ondersteuning van het veldonderzoek werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze database geeft informatie over beschermde flora- en faunasoorten, soorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. In de NDFF zijn uitsluitend gevalideerde gegevens opgeslagen. De NDFF is de meest complete databank voor de actuele verspreiding van Nederlandse flora en fauna met meer dan 100 miljoen waarnemingen. De databank wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. De NDFF is echter niet vlakdekkend en volledig. In de NDFF is voor een zoekgebied met een straal van circa 1 km rond het plangebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten die staan op de Rode Lijsten, uit de afgelopen 10 jaar.

4.1.2 Veldonderzoek Een onderzoeker van Staring Advies onderzocht het plangebied en nabije omgeving om een inschatting te maken van de beschermde soorten, Rode Lijstsoorten (flora en fauna) en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats (zie tabel 1). Bij het veldonderzoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en fotocamera. Tabel 1. Veldonderzoek.

Onderzoeker

Datum

Tijd

Weersomstandigheden

S. van der Steeg

07-03-2024

12.00 uur

Onbewolkt, droog, 8°C, wind 2 Bft

Pagina 14

4.2

Resultaten

Deze paragraaf bespreekt de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek.

4.2.1 Literatuuronderzoek Voor het literatuuronderzoek is de NDFF geraadpleegd. Voor het zoekgebied maakt de NDFF melding van de volgende beschermde en Rode Lijstsoorten: Flora De NDFF maakt voor het zoekgebied geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten. De NDFF maakt wel melding van de volgende soorten hogere planten die op de Rode Lijst staan: •

Planten: Blauwe bremraap, Engels gras en kleverige reigersbek.

Broedvogels De NDFF maakt voor het zoekgebied melding van diverse beschermde vogelsoorten en soorten die op de Rode Lijst staan. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen hier of in de omgeving wel een territorium bezetten, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. De NDFF maakt melding van de volgende vogelsoorten waarvan de vaste rusten verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd (categorie 1 t/m 4) zijn: •

Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief.

Daarnaast zijn er waarnemingen van categorie 5-soorten bekend. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het betreft de volgende soorten: •

Blauwe reiger, boerenzwaluw, boomkruiper, bosuil, ekster, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, huiszwaluw, ijsvogel, koolmees, oeverzwaluw, pimpelmees, spreeuw, tapuit, torenvalk, zwarte kraai, zwarte mees en zwarte roodstaart.

De NDFF maakt melding van de volgende vogelsoorten die op de Rode Lijst staan: •

Blauwe kiekendief, boerenzwaluw, boomvalk, Engelse kwikstaart, gele kwikstaart, goudplevier, graspieper, grauwe vliegenvanger, grote karekiet, grote mantelmeeuw, grutto, huismus, huiszwaluw, keep, kemphaan, kneu, kramsvogel, nachtegaal, oeverloper, ortolaan, patrijs, pijlstaart, ransuil, ringmus, roerdomp, slobeend, smient,

Pagina 15

spotvogel, tapuit, torenvalk, tureluur, veldleeuwerik, visdief, watersnip, wintertaling, wulp en zwarte mees. Zoogdieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde zoogdiersoorten: •

Nationaal beschermde soorten: bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, haas, huisspitsmuis, ree, rosse woelmuis, veldmuis en woelrat1.

Daarnaast maakt de NDFF melding van een Rode Lijst zoogdiersoort. Het betreft de volgende soort: •

Haas.

Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde amfibieën: • •

Nationaal beschermde soorten: bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker spec., kleine watersalamander en meerkikker1 . Internationaal beschermde soorten: rugstreeppad.

Daarnaast maakt de NDFF melding van een Rode Lijst amfibieënsoort. Het betreft de volgende soort: •

Rugstreeppad.

Ongewervelde dieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied geen melding van beschermde ongewervelde diersoorten. De NDFF maakt eveneens geen melding van ongewervelde Rode Lijstsoorten.

4.2.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. Flora Het plangebied bestaat volledig uit betonplaten. De direct aan het plangebied grenzende vegetatie beperkt zich tot twee slootkanten met alleen algemene plantensoorten van ruderale en voedselrijke omstandigheden als gewoon speenkruid, grote brandnetel, groot hoefblad,

1 Deze soorten zijn in de provincie Zuid-Holland vrijgesteld van de verboden als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid,

onderdelen a en b, bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Pagina 16

klimop, madeliefje, paardenbloem spec., robertskruid, smalle weegbree, straatgras en zachte ooievaarsbek. De noordwestzijde van het perceel bestaat uit een ligusterhaag. De NDFF (zie paragraaf 4.2.1) maakt geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten voor de omgeving van het plangebied. Deze worden in het plangebied niet verwacht, door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Natuurlijke groeiplaatsen van overige beschermde soorten zijn ook niet in de omgeving aanwezig. Rode Lijst Geen van de in de omgeving bekende Rode Lijstsoorten hogere planten wordt in het plangebied verwacht, door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied en de directe omgeving de volgende vogelsoorten aangetroffen: ekster, grauwe gans, graspieper, houtduif, heggenmus, huismus, kauw, koolmees, pimpelmees, waterhoen, witte kwikstaart en zilvermeeuw. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied het voorkomen van een aantal soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (zie paragraaf 4.2.1). Uitgezonderd huismus zijn in de omgeving van het plangebied geen overige soorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief.

Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde boombewonende soorten in het plangebied en in de directe omgeving waargenomen. Het plangebied, bestaande uit betonplaten, is ongeschikt als nestlocatie voor boombewonende soorten met jaarrond beschermde nesten. In de directe omgeving zijn enkele mogelijk geschikte nestlocaties voor deze soorten. Door het ontbreken van voldoende rust en dekking is het voorkomen van beschermde boombewonende soorten echter uitgesloten. Incidenteel kan een overvliegend of jagend exemplaar van de boomvalk, ransuil, roek of sperwer in het plangebied worden waargenomen, maar van een essentieel leefgebied is geen sprake. Gierzwaluw en huismus Tijdens het veldbezoek zijn gierzwaluwen niet waargenomen. Gierzwaluwen zijn echter op het moment van het veldbezoek (maart) in hun overwinteringsgebied in Afrika. Huismussen zijn wel waargenomen, op en rond het huis van de ’s Gravendamseweg 73 en 75. Gierzwaluwen en huismussen zijn koloniebroeders die hun verblijfplaatsen doorgaans hebben in bebouwing. Nestlocaties liggen vaak in ruimtes tussen dakpannen en het dakbeschot, achter dakgootbekisting of in scheuren of spleten van muren van gebouwen. Dergelijke broedplaatsen zijn niet aanwezig in het plangebied, maar wel aanwezig in de

Pagina 17

omgeving van het plangebied. Door de aard en beperkte omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten voor deze soorten echter uitgesloten. Grote gele kwikstaart Uit de omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen van deze jaarrond beschermde vogelsoort bekend. Het betreft hoofdzakelijk waarnemingen van overvliegende, foeragerende en pleisterende exemplaren buiten de broedtijd van de soort. Er zijn geen broedgevallen bekend vanuit het plangebied en de omgeving (bron: NDFF). Tijdens het veldbezoek is de soort niet waargenomen. Beken en andere waterlopen zijn het belangrijkste habitat voor de grote gele kwikstaart, waarbij als broedlocatie vrijwel altijd een sluis, watermolen, stuw of ander bouwwerk nabij het water wordt uitgekozen. Bij voorkeur zijn die beken en rivieren snelstromend, maar hij broedt ook aan zwak of zelfs nauwelijks stromend water. Het broeden in bebouwd gebied, en met name in dorpen waar een beek doorheen loopt, komt in de bolwerken (Twente, Achterhoek, Limburg) van de grote gele kwikstaart regelmatig voor (bron: Vogelbescherming Nederland). Dergelijk broedgebied ontbreekt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Incidenteel kunnen foeragerende of rustende grote gele kwikstaarten in de directe omgeving van het plangebied worden aangetroffen.

Kerkuil en steenuil Er zijn waarnemingen van de kerk- en steenuil bekend vanuit de omgeving van het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten niet waargenomen. Door de afwezigheid van geschikte en vrij toegankelijke gebouwen, speciale nestkasten, holle knotbomen en sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken, zoals braakballen, veren of krijtstrepen, worden geen nestlocaties van de kerk- en steenuil verwacht. De woningen rondom de ’s Gravendamseweg bevinden zich in het buitengebied, op korte afstand van agrarische percelen en erven waar mogelijk door de kerk- en steenuil gefoerageerd en gebroed wordt. Incidenteel kan een rustend of jagend exemplaar worden waargenomen. Van een essentieel leefgebied is echter geen sprake, op de betonplaten is niet of nauwelijks voedsel te vinden voor deze soorten. Ooievaar Van de ooievaar zijn vanuit de NDFF uitsluitend waarnemingen van overvliegende exemplaren bekend. Tijdens het veldbezoek is de soort niet waargenomen. In het plangebied en de directe omgeving is geen geschikt leefgebied voor de ooievaar aanwezig. Ook nestlocaties zoals kunstnesten, gebouwen en geschikte bomen ontbreken. Slechtvalk Slechtvalken maken zelf geen nesten. Nestkasten in hoge gebouwen, oude nesten van roofvogels en kraaien in open agrarisch gebied en hoogspanningsmasten worden door de slechtvalk als nestlocatie gebruikt.

In Nederland broedt het merendeel in steden in speciale nestkasten die vaak bij kerktorens, kantoorgebouwen of zendmasten worden geplaatst (bron:

Pagina 18

SOVON, 2018). Dergelijke broedplaatsen zijn niet aanwezig in de omgeving van het plangebied. Categorie 5 De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied diverse categorie 5-soorten. In het plangebied zelf is geen geschikte nestgelegenheid voor deze soorten aanwezig. Op gebouwen en in bomen in de directe omgeving van het plangebied kunnen wel enkele categorie 5-soorten broeden. Het betreft met name algemene en weinig kritische soorten als boomkruiper, ekster, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, spreeuw, zwarte kraai en zwarte roodstaart. Voor dergelijke soorten die in de omgeving kunnen broeden geldt dat door de aard en beperkte omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten voor deze soorten uitgesloten. Vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties van overige jaarrond beschermde vogelsoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikte broedgelegenheden. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving een aantal Rode Lijst soorten. In het plangebied ontbreekt geschikt broedbiotoop voor deze soorten. In de omgeving van het plangebied kan een boerenzwaluw, gele kwikstaart, huismus, huiszwaluw, kneu, ringmus, spotvogel en torenvalk broeden.

Broedgevallen van Rode Lijstsoorten worden niet verwacht in het plangebied en de directe omgeving door het ontbreken van geschikt leefgebied en/of nestgelegenheid. Grondgebonden zoogdieren Er zijn in het plangebied een aantal muizenholletjes aangetroffen. Verder zijn er geen (sporen van) zoogdieren aangetroffen. De NDFF maakt melding van de beschermde bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, haas, huisspitsmuis, ree, rosse woelmuis, veldmuis en woelrat (zie paragraaf 4.2.1). De randen van het plangebied en de direct aan het plangebied grenzende slootkanten kunnen het leefgebied vormen van algemene muizensoorten. Deze soorten zijn vrijgesteld in Zuid-Holland. Ook de andere uit de NDFF bekende grondgebonden soorten zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ontwikkeling in Zuid-Holland. Overige beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht, door het ontbreken van geschikt leefgebied. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen vaste verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de volgende Rode Lijst zoogdiersoort: haas Haas Het poldergebied ten zuiden van het plangebied vormt een geschikt leefgebied voor de haas.

Pagina 19

In het plangebied zelf is marginaal geschikt leefgebied in het plangebied. Hazen hebben echter een groot leefgebied van enkele tientallen hectares, waarbij de gras-/slootkanten van het plangebied in het niet vallen. Deze zullen ook niet worden aangetast door de werkzaamheden. Door de aard en beperkte omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten voor de haas uitgesloten. Overige grondgebonden zoogdiersoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Vleermuizen De NDFF maakt geen melding van vleermuizen voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Uit een aanvullend onderzoek van Staring Advies in 2022 op het naastgelegen VAB-terrein (rapportnummer 2518), bleek dat er gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis foerageerden en passeerden rondom het VABterrein. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen Het plangebied bestaat uit betonplaten, waardoor verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten als de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis uit te sluiten zijn. In gebouwen in de omgeving kunnen dergelijke verblijfplaatsen wel aanwezig zijn. Door de aard en beperkte omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten voor deze soorten uitgesloten.

Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen Het plangebied bestaat uit betonplaten. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig met voor vleermuizen geschikte holtes. Geschikte verblijfsruimten voor boombewonende vleermuizen, zoals de rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis, zijn dan ook uitgesloten. In de omgeving worden verblijfplaatsen van boombewonende soorten niet verwacht, maar kunnen ook niet worden uitgesloten. Door de aard en beperkte omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten voor deze soorten uitgesloten. Vliegroutes en foerageergebied(en) Het plangebied is dusdanig kaal en verlicht, dat het ongeschikt is als foerageergebied van enige ecologische betekenis. Foeragerende vleermuizen zullen waarschijnlijk ’s zomers wel te vinden zijn rondom het plangebied, maar van een essentieel foerageergebied is geen sprake gezien de beperkte omvang van dit terrein en de zeer ruime beschikbaarheid van gelijkwaardige terreinen in de omgeving. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving geen Rode Lijst genoteerde vleermuissoorten. Uitgezonderd de, reeds behandeld, Rode Lijst genoteerde laatvlieger

Pagina 20

worden overige vleermuissoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF meldt de beschermde bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, groene kikker spec., kleine watersalamander, meerkikker en rugstreeppad voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). In het plangebied zelf is geen open water te vinden. Van een voortplantingshabitat voor amfibieën en leefgebied voor vissen is dus geen sprake. De rugstreeppad vormt hierop wellicht een uitzondering, deze wordt hieronder nader behandeld. De naastgelegen slootjes vormen wel (voortplantings-)habitat. Hier worden echter alleen algemene en weinige kritische amfibieënsoorten zoals de bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander verwacht. Ook onder de vissoorten worden enkel algemene en weinige kritische soorten als drie- en tiendoornige stekelbaars, ruisvoorn en zeelt verwacht. Van een leefgebied voor reptielen is geen sprake, door het ontbreken van geschikt leefgebied en de afstand tot bekende populaties van beschermde reptielen. De slootkanten en de grond onder de ligusterhaag langs het plangebied vormen een geschikt landhabitat voor algemene amfibieën. Deze zijn vrijgesteld in Zuid-Holland. Incidenteel gebruik door bijvoorbeeld een bruine kikker of gewone pad kan voorkomen.

Rugstreeppad De internationaal beschermde rugstreeppad is voor zijn voortplanting afhankelijk van ondiepe wateren, die vrij snel opwarmen. Vaak wordt gebruik gemaakt van tijdelijke poeltjes en plassen, maar ook slootjes en vennen kunnen geschikt zijn. Rugstreeppadden zijn pioniers. Op opgespoten land verschijnt de rugstreeppad vaak al snel. De soort is een bewoner van zandachtige streken (bijvoorbeeld rivier- en zeeduinen en stuifzandheuvels) en ruderale gebieden zoals bouw-, industrie- en opgespoten terreinen en vuilstortplaatsen. Het plangebied zelf is nu niet geschikt voor de rugstreeppad. De directe omgeving is, door de aanwezigheid van ruderaal terrein in de vorm van kale zandbodems en mogelijke ruimte om en onder bouwmaterialen, zeer geschikt als habitat voor de rugstreeppad. De rugstreeppad zoekt voor zijn zomerhabitat en winterverblijfplaatsen hogere plekken op in het landschap. Van nature zijn dit bijvoorbeeld rivierduinen, maar in het veenweidegebied zijn dit vaak boerenerven. Het naastgelegen VAB-terrein en spoortalud zijn van dit soort hooggelegen plaatsen waar er verwacht wordt dat er onder andere overwintering plaatsvindt (SA-rapport: Aanvullend onderzoek VAB-terrein, 2022). Voortplantingswateren in de vorm van ondiepe, snel opwarmende, wateren waren tijdens het veldbezoek niet in het plangebied voorhanden.

Echter door aanwezigheid van diverse (aangrenzende) sloten is voortplanting van de rugstreeppad hier niet uit te sluiten. Daarnaast is het niet uit te sluiten dat na perioden van langdurige regenval ook lokaal ondiepe, tijdelijke wateren ontstaan. Er wordt veel gereden met zwaar materieel, wat het terrein nog bevattelijker maakt voor deze plassenvorming. Deze kunnen dan ook als voortplantingswater gebruikt worden.

Pagina 21

Foto 1: Rugstreeppad op het VAB-terrein (foto: D. Heintz). Datum waarneming: 27 juli 2022. Bron: SA-rapport: Aanvullend onderzoek VAB-terrein, 2022.

Dit ligt ook in de lijn van verwachting aangaande de werkzaamheden. Momenteel is het nog geen geschikt leefgebied, maar bij graafwerkzaamheden e.d. wordt het wel geschikt. Bij inzet van zwaar materieel en het aanvoeren van bouwmateriaal is de kans dat de rugstreeppad zich vestigt op het terrein zeer groot. Er moet dus rekening gehouden worden met de rugstreeppad tijdens de werkzaamheden. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving enkel de rugstreeppad, die staan opgenomen op de Rode Lijst. Deze soort is reeds behandeld. Overige soorten amfibieën, reptielen of vissen die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelde dieren aangetroffen. Deze zijn echter op het moment van het veldbezoek (maart) grotendeels niet actief. De NDFF vermeldt geen beschermde soorten de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1).

Pagina 22

Rode Lijst De NDFF vermeldt geen Rode Lijstsoorten voor de omgeving van het plangebied. Incidenteel kunnen verschillende graslandsoorten zoals een bruin blauwtje of verschillende wilde bijensoorten aangetroffen worden op het plangebied, maar van essentieel habitat is geen sprake. Overige soorten ongewervelden die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving.

Pagina 23

4.3

Consequenties soortenbescherming

Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel soorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen (zie bijlage 2). In dit hoofdstuk worden de nadelige effecten van de flora-en faunactiviteit op beschermde soorten, flora- en faunasoorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats besproken. Er is sprake van een vergunningsplichtig geval als schadelijke handelingen2 plaatsvinden met betrekking tot beschermde soorten. Om dit vast te kunnen stellen is mogelijk aanvullend onderzoek noodzakelijk. Hierover wordt in dit hoofdstuk geadviseerd. Tevens wordt in dit hoofdstuk in het kader van de specifieke zorgplicht aangegeven of er door de activiteit nadelige gevolgen zijn voor flora en fauna soorten, die opgenomen staan op de Rode Lijsten en de voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Als nadelige gevolgen worden verwacht dan wordt aangegeven hoe deze voorkomen kunnen worden, beperkt kunnen worden of ongedaan gemaakt kunnen worden.

Tijdens en na het verrichten van de activiteit moet nagegaan worden of de getroffen passende preventieve maatregelen de beoogde effecten hebben. Flora Wettelijk: Beschermde soorten Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten en het aanvragen van een omgevingsvergunning is dan ook niet noodzakelijk. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk. In het plangebied en de directe omgeving worden geen Rode Lijstsoorten verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen.

2 De inhoud van de schadelijke handelingen komen overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes

uit de Wet natuurbescherming, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen.

Pagina 24

Broedvogels Alle vogelsoorten zijn beschermd krachtens de Omgevingswet (Vogelrichtlijn). Het opzettelijk verstoren, verontrusten, doden en anderszins nadelig beïnvloeden van deze soortgroep is niet toegestaan. Activiteiten moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen in het plangebied. Werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. Wettelijk: Beschermde soorten Soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) In het plangebied ontbreekt geschikt broedbiotoop voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten. In de (ruime) omgeving van het plangebied kunnen soorten als gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil broeden. Gezien de fysieke afstand tot mogelijke nestlocaties van deze soorten en de aard van de geplande activiteiten zijn negatieve effecten op voorhand uit te sluiten. Aanvullend onderzoek en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk voor de gierzwaluw, huismus, kerkuil en steenuil of andere jaarrond beschermde vogelsoorten. Categorie 5 soorten In het plangebied ontbreekt geschikt broedbiotoop voor categorie 5-soorten. In de (ruime) omgeving van het plangebied kunnen soorten als koolmees, pimpelmees, spreeuw en zwarte roodstaart broeden.

Om negatieve effecten op eventueel in de omgeving broedende categorie 5-soorten te voorkomen worden de werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart. De werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst In het plangebied en de directe omgeving ontbreekt geschikt broedbiotoop voor veel Rode Lijstsoorten. In de omgeving van het plangebied kunnen onder andere huismussen broeden. Om negatieve effecten op eventueel in de omgeving broedende Rode Lijstsoorten te voorkomen worden de werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart. De werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. Grondgebonden zoogdieren Wettelijk: Beschermde soorten In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren aanwezig. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk.

Pagina 25

Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk. In het plangebied en de directe omgeving worden geen Rode Lijstsoorten verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied. Vleermuizen Wettelijk: Beschermde soorten Binnen het plangebied bevinden zich geen verblijfplaatsen van vleermuizen. In de omgeving zullen verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten aanwezig zijn en mogelijk die van boombewonende soorten. Gezien de fysieke afstand tot mogelijke verblijfplaatsen van deze soorten en de aard van de geplande activiteiten zijn negatieve effecten op voorhand uit te sluiten. Aanvullend onderzoek en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk voor vleermuizen. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Rode Lijst vleermuizen zijn ook altijd al wettelijk beschermd en komen hierboven al aan bod. Amfibieën, reptielen en vissen Wettelijk: Beschermde soorten Rugstreeppad In het plangebied kan de rugstreeppad aangetroffen worden. Er is naar alle waarschijnlijkheid geen sprake van zomerhabitat, winterverblijfplaatsen of voortplantingsplaatsen, deze worden in de directe omgeving echter wel verwacht.

Het terrein wordt mogelijk geschikt voor de rugstreeppad door de werkzaamheden, waarbij aangevoerd bouwmateriaal schuilplaatsen biedt en het zwaar materieel wellicht voortplantingsplaatsen creëert. Dat kan ertoe leiden dat er rugstreeppadden door de werkzaamheden gedood of verwond worden. Het is noodzakelijk om te werken met een ecologisch werkprotocol en bijvoorbeeld het plaatsen amfibieschermen, waarmee de rugstreeppad en andere amfibieën kan worden geweerd van de bouwplaats. Dit voorkomt slachtoffers onder rugstreeppadden (en andere amfibieën). Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn overige beschermde amfibieën, reptielen en vissen uitgesloten. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Voor de strikt beschermde rugstreeppad moeten er al maatregelen getroffen worden. Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn overige amfibieën, reptielen en vissen van de

Pagina 26

Rode Lijst niet te verwachten in het plangebied. Het treffen van aanvullende maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk. Ongewervelde diersoorten Wettelijk: Beschermde soorten Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn beschermde ongewervelde diersoorten uitgesloten. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen beschermde ongewervelde diersoorten en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn ongewervelde diersoorten van de Rode Lijst niet te verwachten in het plangebied. Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk.

4.4

Conclusie soortenbescherming

Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor de geplande flora- en fauna-activiteit, bestaande uit een activiteit op een gedeelte van perceel 4134 en 4136, achter de woning van de ’s Gravendamseweg 65 in Voorhout, aanvullend onderzoek naar in het kader van de Omgevingswet niet noodzakelijk is. Wel zijn er maatregelen nodig ter bescherming van de rugstreeppad. Voor elke flora- en fauna-activiteit geldt de specifieke zorgplicht. In het kader hiervan moet voor het plangebied rekening gehouden worden met broedvogels.

Pagina 27

Literatuurlijst Rapporten Staring Advies (2022) Aanvullend natuuronderzoek VAB-terrein in Voorhout, SA Rapport 2518.

Kennisdocumenten - Bij12 (2017). Kennisdocument Rugstreeppad – Bufo calamita. BIJ12, versie 1.0, juli 2017. - NGB (2023). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming.

Websites - https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal - https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproductennatuur/informatiekaart-natuur - https://www.natura2000.nl/gebieden - https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/habitatrichtlijn - https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/vogelrichtlijn - https://iplo.nl/thema/natuur/bescherming-soorten/soorten-dieren-planten-nationaal-belang/ - https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/rode-lijsten - https://www.vlinderstichting.nl - https://www.nederlandsesoorten.nl/

Pagina 28

Bijlagen 1 2

Impressie plangebied Natuurbescherming onder de Omgevingswet

Pagina 29

Bijlage 1 Impressie plangebied

Pagina 30

Bijlage 2 Natuurbescherming onder de Omgevingswet

Pagina 31

Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl

Pagina 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=75946f13-e7cf-45fa-9fe9-13ca94ae644a