CConstaterende datTeylingen
Koppel je AI →
Document · PDF

10. Bijlage V - Geuronderzoek.pdf - Bijlage V - Geuronderzoek

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente TeylingenBij agendapunt: Raadsvoorstel Principeverzoek vernieuwen en vergroten overslagstation VAB 's-Gravendamseweg 77 Voorhout14.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NOTITIE

Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode Status Datum Referentie

Geuronderzoek Nieuwbouw grondstoffenhal Voorhout MeerVAB B.V. 141856 Definitief 04 19 september 2025 141856/25-014.709

Auteur(s)

Gecontroleerd door Goedgekeurd door Paraaf

Bijlage(n)

I Journaalbestanden II Geuronderzoek Rijsenhout 2024

Aan

MeerVAB B.V. -

Kopie

1

INLEIDING

De gemeenschappelijke regeling (GR) VuilAfvoerBedrijf Duin- en Bollenstreek (VAB) had een overslagstation aan de ’s-Gravendamseweg 77 in Voorhout en is verantwoordelijk voor de overslag en verdere verwerking van huishoudelijk afval van vijf gemeenten. Het overslagstation is technisch en economisch afgeschreven en voldoet niet meer aan hedendaagse eisen. Eind 2020 hebben de gemeenteraden van de vijf gemeenten daarom besloten dat het VAB-terrein moet worden vernieuwd en heringericht en dat de gemeenschappelijke regeling moet worden geactualiseerd. Het VAB-bestuur heeft daarvoor een samenwerking met Meerlanden N.V. gevonden. Samen hebben ze MeerVAB B.V. (MeerVAB) opgericht. Het overslagstation moet voorzien in een betere afvaloverslag. Daarom is besloten om een nieuwe hal te bouwen. Voor deze nieuwe hal worden omgevingsvergunningen aangevraagd. Om het effect van de wijzigingen op de geurbelasting te onderzoeken is een geuronderzoek nodig. Momenteel wordt er afval overgeslagen in twee hallen. Eerst wordt de achterste hal afgebroken, vervolgens wordt de nieuwe hal gebouwd en tot slot wordt de voorste hal afgebroken. De bouwperiode zal naar verwachting één jaar duren. Tijdens de bouw van de nieuwe hal wordt de capaciteit tijdelijk teruggeschroefd. Daarbij wordt geen ander afval buiten opgeslagen dan nu al het geval is.

De tijdelijke situatie leidt daarom niet tot extra geurhinder ten opzichte van de huidige situatie en is daarom niet in beeld gebracht.

Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Leeuwenbrug 8 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751

2

BEOORDELINGSKADER

Sinds 1 januari 2024 bij het ingaan van de Omgevingswet dient geur van milieubelastende activiteiten lokaal geregeld te worden in het Omgevingsplan. Het vaststellen van het aanvaardbaar geurhinder niveau is formeel een gemeentelijke bevoegdheid. De gemeente Teylingen heeft nog geen lokaal geurbeleid vastgesteld. In het kader van het vergunningentraject is afgesproken met de Omgevingsdienst West Holland dat getoetst wordt aan het geurhinderbeleid van provincie Zuid-Holland. Het Zuid-Hollandse geurhinderbeleid geeft een passend toetsingskader. Daarom wordt aan dit kader getoetst. Net als bij het landelijk geurhinderbeleid is in geurhinderbeleid van provincie Zuid-Holland, bij nieuwe situaties, het voorkomen van nieuwe hinder het uitgangspunt. De hindergrens betreft 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel en 2,5 ouE/m3 als 99,99-percentiel. In afbeelding 2.1 zijn de dichtstbijzijnde geurgevoelige bestemmingen weergegeven, waarop getoetst zal worden. De provinciale normen voor ‘nieuwe situaties’ zijn het uitgangspunt voor dit initiatief waaraan moet worden voldaan. Van een nieuwe situatie is sprake bij het oprichten van een nieuw complex bedrijf, een nieuwe milieubelastende activiteit, een nieuwe installatie, of als de productiecapaciteit van een bestaande installatie met meer dan 50 % wordt uitgebreid.

De nieuwe grondstoffenhal kan hierbij beschouwd worden als nieuwe installatie, waarmee de bovengenoemde provinciale normen van toepassing zijn. Het bedrijf wordt in de beoogde situatie een IPPC installatie, waarbij de BREF afvalbehandeling van toepassing is. Er is een aparte BBT toets gedaan en toegevoegd bij de aanvraag, waaruit blijkt dat de beoogde situatie voldoet aan alle BBT conclusies. In dit document wordt daarom geen beschouwing gegeven van de BBT eisen, maar wordt hiervoor verwezen naar de BBT toets.

Afbeelding 2.1 Projectlocatie met daarbij de geurgevoelige locaties (toetspunten). Parallel aan de bedrijfslocatie liggen woonboten in de Haarlemmertrekvaart. Dit zijn de dichtstbijzijnde geurgevoelige locaties

2|8

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Definitief 04

3

GEUREMISSIE

In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor het bepalen van de geuremissie beschreven en wordt de geuremissie van de beoogde situatie berekend.

3.1

Geurrelevante activiteiten

De opslag en handelingen van de voornaamste afvalstromen vinden plaats in een beoogde nieuwe dichte hal. Alle ruimtelucht van de hal wordt afgezogen en geëmitteerd via een luchtbehandelingskast met koolfilter op 16 meter hoogte. Daarnaast wordt nog een kleine hoeveelheid veegvuil opgeslagen buiten de hal. De grootte van de afvalstromen zijn conform het meest recente ontwerp. In tabel 3.1 zijn de geurrelevante afvalstromen en activiteiten weergegeven.

Tabel 3.1 Overzicht geurrelevante afvalstromen Soort afval

Handelingen

Hoeveelheid [ton/jaar]

groente, fruit en tuinafval (GFT)

inpandig op- en overslag

24.500

huishoudelijk afval*

inpandig op- en overslag en shredderen

27.025

plastic verpakkingen, blik en drinkpakken (PBD)

inpandig op- en overslag

12.000

kantoren-, winkel- en diensten afval (KWD)

inpandig op- en overslag en shredderen

15.500

veegvuil

buiten op- en overslag

100

* In totaal wordt 40.125 ton huishoudelijk afval verwerkt, maar enkel het gemengd stedelijk afval (Euralcode: 20.03.01) en het marktafval aandeel (Euralcode: 20.03.02) stoten geur uit. Stromen als papier, glas, textiel, grof vuil en hout dragen niet bij aan de geuruitstoot en zijn daarom niet meegenomen in deze tabel.

3.2

Emissieberekeningen

Ten opzichte van het geurrapport uit 20041 vinden wijzigingen plaats in de beoogde nieuwe situatie. Daarom zijn de toenmalige metingen aan de uitblaas van de luchtbehandelingskast niet representatief. Voor de onderhavige berekeningen worden de geuremissies van de activiteiten bepaald op basis van kentallen (metingen bij vergelijkbare bedrijven).

3.2.1

Halemissies

Aan- en afvoer De emissies van lossen en laden van de verschillende afvalstromen wordt berekend aan de hand van kentallen. Het emissiekental voor GFT is overgenomen uit een brancheonderzoek voor GFT composteerbedrijven2. Voor huishoudelijk afval en KWD afval is een kental voor bedrijfsafval gebruikt (zie bijlage II), omdat huishoudelijk afval, bedrijfsafval en kantoor-, winkel- en dienstenafval allemaal om restafval gaat. Geur van afvalstromen is voornamelijk het gevolg van organische resten in het afval. PBD afval heeft doorgaans een (veel) lagere geuremissie dan restafval, vanwege de kleine hoeveelheid organische resten. In

1

Geuronderzoek bij Vuilafvoer Bedrijf (VAB) Duin- en Bollenstreek, Aanvraag in het kader van de handhaving ten aanzien van de Wet milieubeheer, 27 april 2004, projectnummer 138283.

2

Brancheonderzoek geurproblematiek GFT-composteerbedrijven, Witteveen+Bos, 24 oktober 1995.

3|8

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Definitief 04

sommige geurrapporten is PBD afval of vergelijkbare plastic verpakkingsmaterialen helemaal niet meegenomen3. Er is worst-case gekozen om PBD afval wel mee te nemen en hiervoor de helft van het kental voor huishoudelijk afval te gebruiken. De berekende emissies door aan- en afvoer zijn weergegeven in tabel 3.2. en vinden alleen tijdens werktijd (maandag tot vrijdag van 7.00 uur tot 19.00 uur en zaterdag van 7.00 uur tot 17.00 uur, dus 3.640 uur per jaar) plaats.

Tabel 3.2 Overzicht geuremissies door aan- en afvoer afval, gedurende 2.496 uur per jaar Soort afval

Hoeveelheid aan/afvoer [ton/jaar]

Emissiekental [Mou/ton]

Geuremissie [Mou/jaar]

Geuremissie [Mou/uur]

GFT

24.500

1,5

73.500

29,4

huishoudelijk afval

27.025

0,167

9.048

3,6

PBD

12.000

0,087

2.009

0,8

KWD

15.500

0,167

5.189

2,1

Opslag De geuremissies van opslag van de afvalstromen worden bepaald aan de hand van geurkentallen per vierkante meter. Het kental voor de opslag van GFT is overgenomen uit het eerder genoemde brancheonderzoek voor GFT. Voor huishoudelijk- en KWD afval is het kental voor de opslag van bedrijfsafval uit het genoemde onderzoek te Rijsenhout (bijlage II) genomen, en voor PBD afval is de helft van dat kental genomen. In tabel 3.3 zijn de emissies per afvalstof weergegeven.

Tabel 3.3 Overzicht geuremissies door opslag afval Soort afval

Oppervlakte* [m2]

Emissiekental [Mou/m2/uur]

Geuremissie [Mou/uur]

GFT

189

0,5

94,5

huishoudelijk afval

140

0,0558

7,8

PBD

216

0,0279

6,0

KWD

226

0,0558

12,6

* Bij deze oppervlakten is uitgegaan van een hoogte van het afval van 4 meter.

Shredderen Het huishoudelijk afval en het KWD afval worden geshredderd. Voor deze bewerking van deze specifieke afvalstromen zijn geen kentallen beschikbaar en wordt een vergelijking gezocht met ander afval.

3

Geuronderzoek Grondstoffencentrum De Kempen te Hapert gemeente Bladel, M+P, 27 september 2022, kenmerk: M+P.GKEMP.22.01.1.

4|8

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Definitief 04

Voor het shredderen van groenmateriaal is wel een kental bekend: het genoemde GFT-brancheonderzoek4 geeft een waarde van 3,6 Mou/ton. Emissiekentallen voor opslag van GFT en groenafval liggen echter aanmerkelijk hoger (circa een factor 8) dan van huishoudelijk afval. Daarom wordt voor het shredderen huishoudelijk afval uitgegaan van een factor 8 lager kental, namelijk 0,45 Mou/ton (dit is circa driemaal hoger dan het storten of afgraven van huishoudelijk afval).

Tabel 3.4 Emissies door shredderen afval gedurende 2.496 uur per jaar Handeling

Soort afval

shredderen

huishoudelijk

Hoeveelheid aan/afvoer [ton/jaar]

Emissiekental [Mou/ton]

Geuremissie [Mou/jaar]

Geuremissie [Mou/uur]

42.325*

0,45

19.046

7,6

* Er wordt 26.825 ton huishoudelijk afval geshredderd (niet de 200 ton van het marktafval) en alle 15.500 ton KWD afval.

Samenvatting halemissies De lucht die de hal verlaat gaat door een koolfilter en wordt vervolgens op 16 meter hoogte uitgestoten. Voor de koolfilters wordt een reductierendement van 90 % gehanteerd. 5 Verse, goed gedimensioneerde koolfilters hebben veelal een rendement van > 95 %. In de praktijk ligt het gemiddelde rendement echter lager. 90 % is een realistisch uitgangspunt wanneer het filter voldoende vaak vervangen/ververst wordt. Tabel 3.5 geeft de geuremissies van de hal weer.

Tabel 3.5 Halemissies Type bron

Aantal uren

Emissie voor filter [Mou/uur]

Reductie [%]

Emissie na filter [Mou/uur]

opslag totaal

8.760

120,9

90

12,1

handelingen totaal*

3.640

29,9

90

3,0

* Bij handelingen worden het aan- en afvoeren en het shredderen bij elkaar opgeteld.

3.2.2

Emissies op terrein (veegvuil)

De enige activiteit met een geuremissie die niet in de grondstoffenhal plaatsvindt is de emissie door het verwerken van veegvuil. Dit is een veel kleinere afvalstroom dan de andere geurende afvalstromen. MeerVAB heeft aangegeven dat er circa 24 keer per jaar veegvuil wordt aan- en afgevoerd. Hieruit volgt dat per aanof afvoer circa 8,3 ton veegvuil wordt gelost of afgegraven. Het gebruikte kental voor het overslaan van veegvuil is 0,095 Mou/ton6. Hieruit volgt (op basis van één uur per op aan- of afvoeractie) een geuremissie tijdens lossen of afvoeren van 0,8 Mou/uur. Vanwege de geringe hoeveelheden is de geuremissie als gevolg van de opslag van veegvuil verwaarloosbaar.

4

Brancheonderzoek geurproblematiek GFT-composteerbedrijven, Witteveen+Bos, 24 oktober 1995.

5

Dit ligt in de range van 80 - 95 % conform Iplo: Luchtbeperkende emissietechniek - adsorptiefilter, https://iplo.nl/thema/lucht/milieubelastende-activiteiten-lucht/technieken-beperking-luchtemissie/adsorptiefilter/

6

Geuronderzoek Langezaal Afvalverwerking B.V. te Haaksbergen, mei 2009, SCMR09H2, https://www.haaksbergen.nl/ruimtelijkeplannen/NL.IMRO.0158.BP1069-0001/tb_NL.IMRO.0158.BP1069-0001_4.pdf

5|8

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Definitief 04

4

BEPALING GEURBELASTING IN DE OMGEVING

4.1

Uitgangspunten

De berekening van de geurbelasting in de omgeving wordt uitgevoerd met het verspreidingsmodel NNM. Hiervoor is gebruik gemaakt van de module Stacks-G in het softwarepakket GeoMilieu v2024. De journaalbestanden van de berekeningen met de voor de berekening gebruikte uitgangspunten zijn weergegeven in bijlage I. Er wordt rekening gehouden met gebouwinvloed. De nieuwe hal is een dominant (een gebouw dat veel groter is dan de omliggende gebouwen) gebouw van circa 14,75 meter hoog. Dit is het enige gebouw dat is meegenomen in de berekeningen. De hoogte van het emissiepunt van de hal is 16 meter. De bronkenmerken zijn weergegeven in tabel 4.1. De emissie van laden/lossen van veegvuil is als puntbron op 1,5 meter hoogte gemodelleerd met minimaal debiet en zonder warmte-inhoud.

Tabel 4.1 Bronkenmerken hal Bron hal

4.2

Hoogte [m]

Diameter [m]

Debiet [m3/s]

Temperatuur [K]

16

1,2

8,33

290

Resultaten

Op basis van bovenstaande uitgangspunten en berekende geuremissies wordt de geurconcentratie in de omgeving berekend. Deze wordt weergegeven als geurcontour van 0,5 ou/m3 als 98-percentiel7. Naast de geurcontour wordt ook op een aantal nabije toetspunten getoetst. In afbeelding 2.1 is de locatie van de toetspunten weergegeven. In de Haarlemmertrekvaart liggen verschillende woonboten. Dit zijn de geurgevoelige locaties die het dichtst bij de projectlocatie liggen. Er liggen ook twee toetspunten op de woningen bij de ingang van het terrein. De afstand van de geurbronnen tot deze woningen is echter groter dan de afstand van de projectlocatie tot de woonboten. Aan de overkant van de Haarlemmertrekvaart, op Leidsevaart 188, is ook een toetspunt geplaatst. De resultaten van de verspreidingsberekeningen zijn weergegeven in afbeelding 4.1 (geurcontour) en in tabel 4.2 (op de toetspunten). Uit de resultaten blijkt dat de normen uit het Zuid-Hollands geurbeleid van 0,5 ouE/m3 als 98 percentiel en 2,0 ouE/m3 als 99,99 percentiel niet worden overschreden.

7

Een geurbelasting wordt uitgedrukt in een bepaalde uurgemiddelde geurconcentratie (ouE/m³) en een bepaalde onderschrijdingsfrequentie, in dit geval de daarvoor gangbare 98-percentiel. Het percentiel geeft het percentage van de tijd (als percentage van de uren per jaar) waarin de geurconcentratie niet wordt overschreden. Een geurcontour is de lijn die punten met een gelijke geurbelasting met elkaar verbindt (iso-concentratielijn).

6|8

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Definitief 04

Afbeelding 4.1 Geurcontour van 0,5 ou/m3 als 98 percentiel (buiten de rode lijnen is de concentratie lager dan de 0,5 ou/m3 als 98 percentiel)

Tabel 4.2 Geurconcentraties op de toetspunten Toetspunt

Locatie

X

Y

Geurbelasting 98 % [ouE/m³]

Geurbelasting 99,99 % [ouE/m³]

tp1

woonboot

93.948

473.143

0,4

0,7

tp2

woonboot

93.938

473.132

0,4

0,7

tp3

woonboot

93.923

473.116

0,5

1,2

tp4

woonboot

93.903

473.096

0,5

1,1

tp5

woonboot

93.876

473.068

0,5

1,0

tp6

woonboot

93.862

473.052

0,5

1,1

tp7

Leidsevaart 188

93.795

473.063

0,3

0,6

tp8

woonboot

93.892

473.082

0,5

1,2

tp9

huis oprit

94.151

473.244

0,2

0,4

tp10

huis oprit

94.101

473.239

0,2

0,5

7|8

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Definitief 04

5

CONCLUSIE

MeerVAB is voornemens om op hun locatie in Voorhout een nieuwe hal te realiseren. Hiervoor is een geuronderzoek uitgevoerd om de geurbelasting te bepalen in de beoogde situatie. Uit dit onderzoek is gebleken dat de geurbelasting op geen van de geurgevoelige locaties hoger is dan 0,5 ouE/m3 als 98-percentiel. Dit is onder de hindergrens van 0,5 ouE/m3 volgens het provinciale beleid. Hiermee wordt voldaan aan het provinciale geurhinderbeleid voor nieuwe situaties. De 99,99 percentielwaarden zijn maximaal 1,2 ouE/m3. Deze waarden liggen lager dan de hindergrens van 2,0 ouE/m3. De berekende geurbelasting voldoet aan het Zuid-Hollandse geurhinderbeleid.

8|8

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Definitief 04

I BIJLAGE: JOURNAALBESTANDEN

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Bijlage I | Definitief 04

applicatie

computerprogramma

STACKS+ V2024.1

release datum

Release 2023-06-06

versie PreSRM tool

24.010

datum berekening

starttijd berekening (datum/tijd)

18-9-2025 16:56

receptorpunten (rijksdriehoek)

totaal aantal receptorpunten

9169

meest westelijke punt (X-coord.)

93710

meest oostelijke punt (X-coord.)

94185

meest zuidelijke punt (Y-coord.)

472830

meest noordelijke punt (Y-coord.)

473305

receptorhoogte (m)

1.50

meteo-dataset

uit PreSRM

begindatum en tijdstip

2005 1 1 1

meteorologie

terreinruwheid

einddatum en tijdstip

2014 12 31 24

X-coordinaat (m)

93891

Y-coordinaat (m)

473004

monte-carlo percentage (%)

100.0

ruwheidslengte (m)

0.29

bron ruwheidslengte PreSRM (ja/nee)

ja

ruwheidslengte bepaald in gebied X-coord. links onder

92000

Y-coord. links onder

472000

X-coord. rechts boven

95000

Y-coord. rechts boven

475000

component

Geur

toetsjaar

2005

ozon correctie (ja/nee)

nvt

percentielen berekend (ja/nee)

ja

middelingstijd percentielen (uur)

1

depositie berekend

nee

eigen achtergrondconcentratie gebruikt

nee

bronnen

aantal bronnen

3

zeezoutcorrectie (voor PM10)

concentratie (ug/m3)

nvt

overschrijdingsdagen

nvt

stofgegevens

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Bijlage I | Definitief 04

Administratie bron-

bronnaa

nummer

m

Bron-coördinaten

Gegevens gebouwinvloed

X (m)

X

Y

hoogte

breedte

lengte

oriëntati

gebouw

gebouw

gebou

gebou

gebou

e

(midden)

(midden)

w (m)

w (m)

w (m)

gebouw

93926.2

473032.

14.8

34.4

91.9

47.8

14.8

34.4

91.9

47.8

14.8

34.4

91.9

47.8

Y (m)

(°) 1

[Uitblaas

473032.

1]

93926.

"KF8760,

3

4

8

koolfilter hal 8760 uu..." 2

[uitblaas

473032.

2]

93926.

"KF2496,

3

93926.2

4

473032. 8

Koolfilter hal 2496uur" 3

[Uitblaas

472976.

8] "veegv,

93854.

Veegvuil

9

93926.2

2

473032. 8

overslag"

Admini-

Oppervlaktebron

Uitblaas gegevens

stratie bron-

lengte

breedte bron

hoogte bron

oriëntatie

hoogte

inw. diameter

uitw.

nummer

bron (m)

(m)

(m)

bron (°)

(m)

(m)

diameter (m)

1

0.0

0.0

16.0

0.0

16.0

1.20

1.30

2

0.0

0.0

16.0

0.0

16.0

1.20

1.30

3

0.0

0.0

1.5

0.0

1.5

1.00

1.10

Admini-

Parameters

Emissie

stratie bron-

actuele

rookgas

rookga

gem.

warmte

emissievrac

Perc.initie

emissie

nummer

rookgassnelhei

temperatuu

s

warmt

-

ht (kg/uur

el NO2

uren

d (m/s)

r (K)

debiet

e

emissie

of ouE /s)

(%)

(aantal/jr)

(Nm3/s

emissi

afh. van

)

e

meteo ja

3360.0

nvt

8764.8

nee

830.0

nvt

3756.0

nee

220.0

nvt

26.2

(MW) 1

7.8

290.0

8.330 0.08

2

7.8

290.0

8.330 0.06

3

0.1

285.0

0.100 0.00

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Bijlage I | Definitief 04

II BIJLAGE: GEURONDERZOEK RIJSENHOUT 2024

Witteveen+Bos | 141856/25-014.709 | Bijlage II | Definitief 04

TOETS GEURIMMISSIE CONCENTRATIE MEERLANDEN B.V. TE RIJSENHOUT Geuronderzoek in het kader van aanvraag revisievergunning Rapportnummer:

BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024

Buro Blauw Luchtkwaliteit Nude 54 – 6702 DN Wageningen telefoon 0317 466699 – fax 0317 426111 email info@buroblauw.nl – internet www.buroblauw.nl

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 2 van 43

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding .........................................................................................................3

2. 3.

Toetsingskader ................................................................................................4 Inrichting en omgeving .....................................................................................5 3.1 Ligging inrichting en toetsingspunten ...........................................................5 3.2 Vaststellen geurbronnen.............................................................................6 3.3 Bespreken geurklachten .............................................................................7 4. EMISSIESCHATTING .........................................................................................9 4.1 Inleiding ..................................................................................................9 4.2 Compostering (E1) ....................................................................................9 4.3 Op- en overslag huishoudelijk- en bedrijfsafval (E2) .................................... 13 4.4 Buitenlocatie plantsoen- en tuinafval (E3, E4) ............................................. 15 4.5 Buitenlocatie RKG-slib en veegvuil (E5, E6) ................................................ 16 4.6 Houtgestookte kachel (E7) ....................................................................... 17 4.7 Samenvatting emissieschatting ................................................................. 18 5.

Verspreidingsberekeningen ............................................................................. 20 5.1 Verspreidingsmodel ................................................................................. 20 5.2 Resultaten vigerende situatie .................................................................... 21 5.3 Resultaten beoogde situatie ...................................................................... 22 5.4 Resultaten situatie nieuwe bronnen ........................................................... 23 6. Conclusies ..................................................................................................... 24 7. Literatuurlijst................................................................................................. 25 Bijlagen ............................................................................................................... 27 A. Berekeningsjournaal vigerende situatie ......................................................... 28 B. Berekeningsjournaal beoogde situatie ........................................................... 33 C. Berekeningsjournaal situatie nieuwe bronnen ................................................. 38 D. Processtromen verwerkingshal compostering .................................................

42 Verantwoording .................................................................................................... 43

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 3 van 43

1.

INLEIDING

In opdracht van Meerlanden voert Buro Blauw Luchtkwaliteit geurverspreidingsberekeningen uit voor de inrichting te Rijsenhout (verder: Meerlanden). Dit is gedaan in het kader van een aanvraag revisievergunning voor de inrichting. De doelstelling van dit onderzoek is voor het bedrijf de geurconcentratie op leefniveau, zoals veroorzaakt door de activiteiten van het bedrijf, te toetsen aan het geurbeleid van de provincie Noord-Holland. Op deze wijze kan worden nagegaan of wordt voldaan aan het aanvaardbaar geurhinderniveau. Op het bedrijf vindt op en overslag van (groen)afval en hout plaats, alsmede compostering en zeven van groenafval. In dit rapport wordt eerst een relevant toetsingskader (aanvaardbaar geurhinderniveau) besproken in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt de ligging van de inrichting gegeven. De emissieschattingen worden in hoofdstuk 4 gegeven. Hoofdstuk 5 presenteert de resultaten van de verspreidingsberekeningen. De conclusies van het onderzoek worden geformuleerd in hoofdstuk 6. In deze versie 6 van het rapport is het commentaar van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied op eerdere versies van het rapport verwerkt. Hierbij zijn de uitgangspunten van de emissieberekeningen nader toegelicht en is de invoer van de modelberekeningen aangepast en nader gespecificeerd.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 4 van 43

2.

TOETSINGSKADER

De inrichting van Meerlanden is gelegen te Rijsenhout. De gemeente Haarlemmermeer heeft geen eigen geurbeleid. Voor de beoordeling van de geurbelasting wordt voor het acceptabel geurhinderniveau aangesloten bij het geurbeleid van de provincie Noord-Holland. In het provinciaal geurbeleid wordt onderscheid gemaakt in de gevoeligheid van objecten. De indeling is als volgt, naar (1): A:Geurgevoelige objecten - aaneengesloten woonbebouwing, ziekenhuizen, scholen etc. B: Minder geurgevoelige objecten - verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen etc. C: Overige geurgevoelige objecten - onder A en B genoemde objecten gelegen op een bedrijventerrein bestemd voor type C inrichtingen. Voor de beoordeling van de geurbelasting ter hoogte van objecten wordt uitgegaan van de hedonisch gewogen geurbelasting, ofwel ouE(H)/m3. Dit is de geurbelasting gedeeld door de geurconcentratie behorende bij de hedonische waarde van -1 (H=-1). In geval voor een bron de geurconcentratie voor H=-1 niet bekend is, dient gerekend te worden met een hedonische weegfactor F van 0,5. In geval van een aanvraag voor bestaande activiteiten wordt de hedonisch gewogen geurbelasting beoordeeld naar de richt- en grenswaarden uit tabel 2.1. De hedonisch gewogen geurbelasting, als gevolg van alleen nieuwe activiteiten, moet voldoen aan de richtwaarde.

De geurbelasting van bestaande en nieuwe activiteiten gezamenlijk wordt beoordeeld naar de richt- en grenswaarde uit tabel 2.1. Tabel 2.1

Richt- en grenswaarde bestaande activiteiten, tevens bestaande en nieuwe activiteiten gezamenlijk. De gegeven richtwaarde wordt aangehouden als grenswaarde voor nieuwe activiteiten.

Type object

98 percentiel

99,9 percentiel

richtwaarde

grenswaarde

richtwaarde

grenswaarde

[ouE(H)/m3]

[ouE(H)/m3]

[ouE(H)/m3]

[ouE(H)/m3]

0,5

1

2

4

minder gevoelig

1

2

4

8

overig

10

20

40

80

gevoelig

In geval de bestaande activiteiten de richtwaarden overschrijden is sprake van een overschrijdingssituatie. Bij overschrijding van de grenswaarde, als gevolg van bestaande activiteiten, is sprake van een saneringssituatie.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 5 van 43

3.

INRICHTING EN OMGEVING

3.1

Ligging inrichting en toetsingspunten

De inrichting van Meerlanden is gelegen aan de Aarbergerweg 41 te Rijsenhout. In de omgeving van Meerlanden liggen een aantal geurgevoelige bestemmingen, die in deze rapportage als toetsingslocaties worden gebruikt. Figuur 3.1 toont de inrichting met omliggende toetsingspunten. Tabel 3.1 toont de gegevens van deze toetsingspunten, waarbij tevens de relevante toetsingswaarden worden getoond.

Figuur 3.1

Ligging van de inrichting en toetsingslocaties.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 6 van 43

Tabel 3.1

Toetsingslocaties rondom de inrichting van Meerlanden en toetsingskader.

ID

X

Y

1

109.863

2

Adres

Categorie

476.026

Aarbergerweg 12

Geurgevoelig

109.935

475.961

Aarbergerweg 20

Geurgevoelig

3

110.032

475.872

Aarbergerweg 21

Geurgevoelig

4

109.991

475.965

Aarbergerweg 28

Geurgevoelig

5

110.090

475.893

Aarbergerweg 31

Geurgevoelig

6

110.007

476.436

Aalsmeerderdijk 455 B12

Geurgevoelig

7

110.582

475.927

Aalsmeerderweg 617

Minder geurgevoelig

8

109.614

476.040

Aalsmeerderweg 645

Minder geurgevoelig

9

109.724

476.149

Aalsmeerderweg 651

Minder geurgevoelig

10

109.586

476.093

Aalsmeerderweg 655

Minder geurgevoelig

11

109.601

476.146

Aalsmeerderweg 670

Minder geurgevoelig

12

109.446

475.932

Aalsmeerderweg 680

Geurgevoelig

13

109.975

476.536

Aalsmeerderweg 686

Geurgevoelig

De woningen aan de Aalsmeerderdijk 455 t/m 670 zijn in tabel 3.1 ingedeeld in de categorie minder geurgevoelig. Dit is conform artikel 2, lid b van het geurbeleid van de provincie Noord-Holland. Deze woningen zijn gelegen in het landelijk gebied.

3.2

Vaststellen geurbronnen

De geurrelevante productstromen voor de inrichting van Meerlanden zijn: • • • • •

Bedrijfsafval KWD Huishoudelijk afval, rest Riool-, kolken-, gemalenslib en veegzand Takken (plantsoen- en tuinafval) GFT en organisch afval -> compostering

Op de inrichting vindt overslag, opslag en verwerking van afvalstromen plaats. Een deel van deze stromen wordt inpandig verwerkt in de daarvoor bestemde hal. Dit betreft het GFT en organisch afval. De overige stromen worden in de vigerende situatie in de buitenlucht of deels overdekt (huishoudelijk en bedrijfsafval) over- en opgeslagen. In de toekomstige situatie wordt het huishoudelijk- en bedrijfsafval in de grondstoffenhal verwerkt. Een overzicht van de tonnages behorend bij de geurrelevante bronnen is weergegeven in tabel 3.2.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 7 van 43

Tabel 3.2

Aantal tonnages beoogde situatie.

Productstroom Bedrijfsafval KWD Huishoudelijk afval, rest Takken (plantsoen- en tuinafval) Riool-, kolken-, gemalenslib en veegvuil GFT en organisch afval

Opslag (m2) 2001 2001 14,6 26,4 -

Overslag (ton / jaar) Vigerend Beoogd 2 48.866 100.0002 48.8662 100.0002 3.568 4.440 5.012 2.690 55.000 75.000

1 2

De afvalstromen worden samengevoegd en op dezelfde locatie van totaal 200 m2 opgeslagen. Samengevoegd tonnage, betreft worst-case doorzet wanneer alle stoffen in de grondstoffenhal uit deze stromen bestaan

3.3

Bespreken geurklachten

Meerlanden rapporteert jaarlijks een beschouwing van ontvangen geurklachten. Het meest recente rapport gaat over het jaar 2022 (2). In figuur 3.2 staat een overzicht van het aantal geurklachten over de periode 2015-2022.

Figuur 3.2

Overzicht van het aantal geurklachten m.b.t. de Meerlanden in de periode 2015-2022.

Uit deze overzichten blijkt dat het hoge aantal geurklachten uit de jaren 2015 en 2016 de laatste jaren drastisch terugloopt. De in 2017 doorgevoerde aanpassingen en nadere afspraken rondom de ontvangsthal GFT en de huisvuiloverslagloods hebben geresulteerd in deze sterke daling van het aantal geurklachten.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 8 van 43

Bij de 10 geurklachten in 2022 stond de wind altijd vanaf de Meerlanden. Er zijn geen oorzaken in de bedrijfsvoering van de Meerlanden gevonden die de geurklachten kunnen verklaren. Klachten treden op bij wind tussen NO en NNW, deze windrichting is niet de dominante windrichting in Nederland. In 2022 is dit gedurende 83 dagen het geval geweest, waarbij er op enkele dagen geurklachten gemeld zijn.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 9 van 43

4.

EMISSIESCHATTING

4.1

Inleiding

Er wordt een emissieschatting opgesteld voor de verschillende geur emitterende activiteiten, met emissiekentallen welke zijn gebaseerd op in het verleden uitgevoerde metingen. Voor de compostering is reeds een geurrapportage gemaakt bijbehorende de vergunning uit 2011. De compostering gebeurt in tunnels. Hierbij wordt er niet omgezet en is sprake van een constante geuremissie gedurende het composteringsproces van 2 weken. In paragrafen 4.2 tot en met 4.6 worden de emissies voor elk van de geurbronnen op de inrichting ingeschat. Paragraaf 4.7 geeft een samenvatting van de geschatte geuremissies op de inrichting. 4.2

Compostering (E1)

4.2.1 VIGERENDE SITUATIE Voor de compostering en bijbehorende verwerkingsactiviteiten is de geursituatie reeds in kaart gebracht bij de vigerende vergunning (3). Deze situatie blijft ongewijzigd bij de in gebruik name van de grondstoffenhal. De vergunde geuremissiesituatie is weergegeven in tabel 4.1 en 4.2. Dit betreft een emissie van 19,7 MouE/uur gedurende 6.680 uur, 22,5 MouE/uur gedurende 1.300 uur en 28,0 MouE/uur gedurende 780 uur (3). In dit geurrapport is de volgende werkwijze gehanteerd: − Er is gerekend met de netto capaciteit van de compostering; −

Gedurende het composteerproces treedt er een gewichtsafname op. In het rapport wordt gerekend met een gewichtsafname van 68,3% van het begingewicht;

−

Er is gerekend met een emissiefactor voor compostering van 0,25 Mou E/ton. Deze emissiefactor is de gemiddelde van meetwaarden vastgesteld bij 2 vergelijkbare composteringsinstallaties;

−

Uitgegaan is van een rendement van het biofilter van 95% (4).

Om de vergunde emissie te kunnen opnemen naar het huidige geurbeleid is hiervoor de hedonische correctie toegepast. Hiervoor is een hedonische waarde bij H=-1 aangehouden van 2,2 ouE/m3 op basis van elders gemeten biofilters (5).

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 10 van 43

Tabel 4.1

Emissieschatting compostering vigerende situatie per bron

Bron

Kental [MouE/ton]

Storten GFT Opslag GFT Voorbewerken GFT Composteren

1,5 MouE/ton 0,5 MouE/m2/uur 1,5 MouE/ton 0,25 MouE/ton/uur

57.207 ton 40 m2 57.207 39.0721 ton

Nabewerken (zeven) Opslag gerede compost

1,0 MouE/ton -

29.392 ton 18.068 ton

1

2.

omvang

Duur [uur/jaar] 780 8.760 2.080 8.760, verblijftijd 2 weken2 2.080 Continu

Emissie [MouE/uur] 110,0 20,0 41,3 374,7 14,1 -

68,3% * 57.207 (gewichtsafname van netto 55.000 naar 20.075 ton tijdens het composteerproces, oftewel 63,5% reductie gedurende 2 weken, gemiddeld ligt er derhalve 68,3% van het begingewicht in de composteertunnels) De jaaremissie als volgt berekend: 39.0721 [ton/jaar] * 0,25 [MouE/ton/uur] = 9.768,1 MouE/j]. Een batch duurt 14*24 =336 uur. De geuremissie per batch is dus het 336/8.760 deel van de geuremissie per jaar of te wel 336/8.760*9.768,1= 374,7 MouE/u. Deze emissie vindt het gehele jaar continu plaats.

De massastromen in tabel 4.1 worden toegelicht in onderstaand schema overgenomen van de toelichting bij de aanvraag van de revisievergunning van de Meerlanden (6).

Figuur 4.1

Massastromen bij de compostering van organisch afval.

Tabel 4.2

Emissieschatting compostering vigerende situatie totaal

ID

E1.1 E1.2 E1.3

Beschrijving

Composteren + opslag GFT Composteren + opslag GFT + voorbewerken + nabewerken Alle

Emissie

Emissie

Emissie

Duur

[MouE/u] 394,7 450,1

Red uctie [%] 95% 95%

[MouE/u] 19,7 22,5

[MouE(H)/uur] 9,0 10,2

[uur/jaar] 6.680 1.300

560,1

95%

28,0

12,7

780

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 11 van 43

4.2.2 BEOOGDE SITUATIE In de beoogde situatie neemt de capaciteit van de compostering toe van 55.000 tot netto 75.000 ton / jaar. In lijn hiermee zal de benodigde beluchting en de daar bijbehorende geurconcentratie verhoudingsgewijs toenemen. Bij de berekening van de geuremissie is dezelfde werkwijze gehanteerd als in de vergunde situatie. De te verwerken stroom van 75.000 ton bestaat voor 10.000 ton uit vloeibare input voor de vergister. Deze stroom wordt via gesloten leidingen naar de vergister geleid, derhalve vinden hier geen emissies plaats. Na de vergisting wordt het digestaat uit de vergister naar de composteertunnels getransporteerd. Deze potentiële geurbron is verdisconteerd in de berekeningen door worst-case te veronderstellen dat alle input voor de compostering GFT-afval betreft. Zodoende wordt ook voor de input van de vergister worst-case een verladings- en voorbewerkingsstap in de berekening meegenomen. De werkinstructie vergisten en composteren maakt geen deel uit van voorliggende aanvraag. De processtromen in de composteerhal en vergister worden over het biofilter geleid. Het processchema is weergegeven in bijlage D. Om de geuremissie te berekenen voor 75.000 ton netto GFT afval wordt gecorrigeerd voor de vervuiling die voor en na het composteringsproces wordt verwijderd.

Hiervoor is de administratie van de afgelopen jaren als basis gebruikt: 4% voor, 9% na (2018); 4% voor, 9% na (2019); 4% voor, 10% na (2020); 5% voor, 9% na (2021). Worst-case worden de hoogste percentages van respectievelijk 5% en 10% verwijdering van vervuiling voor en na het composteringsproces gebruikt in de geurberekeningen. Zodoende wordt er 78.947 ton GFT aangevoerd, na de voorbewerking blijft er 75.000 ton te composteren GFT-afval over. Dit neemt tijdens het composteerproces in gewicht af tot 35.000 ton compost, na de twee zeefstappen blijft hiervan 31.500 ton compost over als eindproduct. De emissies worden over een gaswasser (zure wasser) en een biofilter geleid. Het biofilter wordt hierbij opgehoogd om bij een hoger debiet als gevolg van capaciteitsverhoging van de compostering. De verhoging bedraagt 1,95m – 1,25m = 70cm. De verblijftijd in het biofilter van de te reinigen luchtstroom van de compostering in de vergunde situatie bedraagt 58,4 seconde. Het geurverwijderingsrendement van het biofilter bedraagt hierbij, mede door de toepassing van speciaal filtermateriaal, 95%. De verblijftijd is in de beoogde situatie gelijk aan 63,4 seconde. Het is dus aannemelijk dat de werking van het biofilter in de beoogde situatie minimaal gelijk is aan de werking in de vergunde situatie, dus een rendement van 95%.

In de beoogde situatie wordt de luchtstroom uit de compostering eerst over een zure wasser geleid en daarna over het biofilter. Volgens de Handreiking Luchtemissiebeperkende technieken (7) hebben gaswassers een geurverwijderingsrendement van 60-85%. Als bij de Meerlanden conservatief uitgegaan wordt van een geurverwijderingsrendement van 30%, dan bedraagt het totale rendement van gaswasser + biofilter 1 – (1-0,3)*(1-0,95) = 96,5%.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 12 van 43

De emissieschatting per bron wordt weergegeven in tabel 4.3. De daaruit volgende geschatte geuremissie wordt weergegeven in tabel 4.4. Tabel 4.3

Emissieschatting compostering beoogde situatie per bron

Bron

Kental [MouE/ton]

Storten GFT Opslag GFT Voorbewerken GFT Composteren

1,5 MouE/ton 0,5 MouE/m2/uur 1,5 MouE/ton 0,25 MouE/ton/uur

Nabewerken (zeven) Opslag gerede compost

1,0 MouE/ton -

1 2

omvang 78.9471 ton 40 m2 78.9471 ton 57.8682 ton 2 * 35.0003 ton 31.500 ton

Duur [uur/jaar] 780 8.760 2.080 continu, verblijftijd 2 weken4 2.080 continu

Emissie [MouE/uur] 151,8 20,0 58,4 554,9 33,7 -

75.000 / 95% (5% vervuiling verwijderd uit aangevoerd GFT) 73,3% * 78.946 (gewichtsafname van netto 75.000 naar 35.000 ton tijdens het composteerproces, oftewel 53,3% reductie gedurende 2 weken, gemiddeld ligt er derhalve 73,3% van het begingewicht in de composteertunnels) 31.500 / 90% (10% verwijdering vervuiling uit gecomposteerd product) = 35.000 ton te zeven product. Er vinden twee zeefstappen plaats. Emissie als volgt berekend: 57.868 [ton/jaar] * 336 / 8.760 (verblijftijd van 2 weken in de composthoop) * 0,25 [MouE/ton/uur] = 554,9 [MouE/uur]

3 4

Tabel 4.4

Emissieschatting compostering beoogde situatie totaal

ID

Beschrijving

E1.1 E1.2

Composteren + opslag GFT Composteren + opslag GFT + voorbewerken + nabewerken Alle

E1.3

Emissie [MouE/u] 574,9 666,9

H=-1 2,2 2,2

Reductie [%] 96,5% 96,5%

Emissie [MouE(H)/uur] 9,1 10,6

Duur [uur/jaar] 6.680 1.300

818,8

2,2

96,5%

13,0

780

4.2.3 SITUATIE NIEUWE BRONNEN De toename in de capaciteit van de compostering bedraagt netto 20.000 ton/jaar. De toename in geuremissie wordt aangehouden voor het scenario van nieuwe bronnen. De geschatte geuremissie wordt weergegeven in tabel 4.5. Tabel 4.5

Emissieschatting compostering toename

ID

Beschrijving

E1.1 E1.2

Composteren + opslag GFT Composteren + opslag GFT + voorbewerken + nabewerken Alle

E1.3

Emissie [MouE/u] 0,4 0,8

H=-1 2,2 2,2

Emissie [MouE(H)/uur] 0,2 0,4

Duur [uur/jaar] 6.680 1.300

0,6

2,2

0,3

780

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 13 van 43

4.3

Op- en overslag huishoudelijk- en bedrijfsafval (E2)

4.3.1 GEBRUIKTE KENTALLEN Gezien in de vigerende situatie geen afzuiging plaatsvindt wordt de emissie hier berekend per ton overgeslagen product. Buro Blauw heeft de geuremissie van de opslag van huishoudelijk afval gemeten (8). Hierbij is een geuremissie gemeten van 0,0558 MouE/(m2*u). Algemeen geaccepteerd en overgenomen uit de vervallen bijzondere regeling voor groencompostering is een factor 3 tussen de geuremissie bij overslag en opslag. Derhalve wordt in dit onderzoek gerekend met een kental voor de overslag van huishoudelijk afval van 3*0,0558 = 0,17 MouE/t (kental K1). In het onderzoek is tevens een hedonische waarde H=-1 gemeten van 2,7 ouE/m3. In de beoogde situatie vindt de emissie van op- en overslag van huishoudelijk afval inpandig plaats in de grondstoffenhal. De hal wordt op onderdruk gehouden en de afgezogen lucht wordt over een actiefkoolfilter geleid met een verondersteld (worstcase) rendement van 80%.

4.3.2 VIGERENDE SITUATIE In de vigerende situatie wordt jaarlijks 26.937 ton bedrijfsafval en 21.929 ton huishoudelijk afval overgeslagen. Beide stromen worden samengevoegd, er wordt dus 48.866 ton verwerkt. Opslag hiervan vindt plaats in de tennishal met een openliggend oppervlak van 200 m2. De overslag van afval is opgesplitst in twee handelingen namelijk de aanvoer en de afvoer. Voor 48.886 ton afval wordt gemiddeld 2 * 48.886 ton/jaar = 97.732 ton/jaar overgeslagen. Er wordt uitgegaan van 2 vrachten per uur van 12 ton per vracht welke circa 15 minuten in beslag nemen. Er kan zodoende hypothetisch 12 * 4 = 48 ton/uur worden verladen. De momentane emissie bedraagt met kental K1 48 ton/uur * 0,17 MouE/ton = 8,2 MouE/uur. In werkelijkheid wordt er gedurende 30 minuten in een uur verladen. Met de rekenmethode voor emissiefluctuaties binnen het uur uit de NTA-9065 wordt de gemiddelde geuremissie berekend met behulp van de momentane geuremissie en een uurfractie: Euurgemiddeld=Emomentaan*(tijdverlading/tijduur)1/2. Dit resulteert voor de overslag van huishoudelijk afval in een gemiddelde emissie van 8,2*(30/60)1/2 = 5,8 MouE/uur en 2,1 MouE(H)/uur. Deze emissie vindt plaats gedurende 4.072 uur/jaar. De geuremissie voor de opslag van huishoudelijk afval wordt berekend als: 200 (m2) * 0,0558 (MouE/m2/uur) / 2,7 (ouE/m3) = 4,1 MouE(H)/uur gedurende 8.760 uur per jaar.

4.3.3 BEOOGDE SITUATIE In de beoogde situatie wordt huishoudelijk en bedrijfsafval overgeslagen in de grondstoffenhal. Gedurende 4.380 uur per jaar vindt hiervan emissie plaats naar de buitenlucht. Gedurende de overige uren vindt recirculatie plaats over het koolfilter en vindt geen emissie plaats. Gedurende deze tijd vindt derhalve wel geurreductie plaats maar geen geuremissie, er is dan ook geen sprake van accumulatie van geur in de hal buiten de bedrijfstijden. Dit is een energiemaatregel. Actieve afzuiging van de hal gedurende tijden waarop er geen activiteiten plaatsvinden betekent, met name in de wintermaanden, warmteverlies en dat dient voorkomen te worden.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 14 van 43

In de beoogde situatie wordt jaarlijks maximaal 100.000 ton bedrijfsafval en huishoudelijk afval overgeslagen. Beide stromen worden samengevoegd, er wordt dus 100.000 ton verwerkt. Gezien de grotere hoeveelheid overslag, wordt in de beoogde situatie uitgegaan van een continue emissie in de hal. Dit gebeurt gedurende 8.760 uur/jaar, waarbij sprake is van een overslagcapaciteit van 100.000/8.760 = 11,4 t/u. Opslag hiervan vindt plaats in de grondstoffenhal met een openliggend oppervlak van 200 m2. Het openliggend oppervlak blijft gelijk t.o.v. de vergunde situatie en wordt bepaald door de bedrijfsvoering en brandverzekering. Bij een hoger totaal te verwerken tonnage op eenzelfde opslagoppervlak zal de doorzet dus sneller opeenvolgend plaatsvinden. De overslag van huishoudelijk afval wordt geschat met kental K1 en bedraagt zodoende 11,4*0,17 = 1,9 MouE/uur. De emissie wordt over een koolfilter geleid. Hiervoor geldt een geurverwijderingsrendement van 80 tot 95% (9). Worst-case wordt uitgegaan van 80% reductie. De geuremissie voor de opslag van huishoudelijk afval wordt berekend als: 200 (m2) * 0,0558 (MouE/m2/uur) = 11,2 MouE/uur gedurende 4.380 uur per jaar. De emissie wordt over een koolfilter geleid. Hiervoor geldt een geurverwijderingsrendement van 80 tot 95% (9). Worst-case wordt uitgegaan van 80% reductie. Emissies uit de hal zijn weergegeven in tabel 4.6. Tabel 4.6 ID

Emissieschatting grondstoffenhal – discontinue emissies naar 4.380 uur

Beschrijving

A1 Overslag afval A3 Opslag afval Totaal

E_uurgem. [MouE/u] 1,9 11,2

H=-1 2,7 2,7

Emissiereductie 80% 80%

Emissie [MouE(H)/uur] 0,14 0,83 0,97

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 15 van 43

4.4

Buitenlocatie plantsoen- en tuinafval (E3, E4)

4.4.1 GEBRUIKTE KENTALLEN Omdat er geen geuremissie factoren bekend zijn voor de opslag van snoeihout en groenafval, wordt voor de overslag gebruik gemaakt van het emissie kental afgeleid van de opslag houtpellets (10) van 0,055 MouE/(m2*u) en een hedonische waarde van 1,8 ouE/m3. Algemeen geaccepteerd en overgenomen uit de vervallen bijzondere regeling voor groencompostering is een factor 3 tussen de geuremissie bij overslag en opslag. Het geuremissie kental K3 is dan 3*0,055 = 0,165 MouE/ton. Geuremissiefactoren voor de opslag van verkleind organisch materiaal zijn in verschillende onderzoeken gemeten. In 2003 (11) is een geuremissiefactor gemeten van 0,0165 MouE/m2/uur. Vervolgens is in 2003 (12) nogmaals een geuremissiefactor gemeten van 0,0285 MouE/m2/uur. In 2012 (13) is tweemaal een geuremissiefactor gemeten van respectievelijk 0,456 MouE/m2/uur en 0,123 MouE/m2/uur met een hedonische waarde van 1,4 en 3,8 ouE/m3. In 2018 is een geuremissie gemeten van 0,0743 MouE/m2/uur met een hedonische waarde van 2,9 ouE/m3 (14). Vanwege variatie in de samenstelling is voor de berekening van de tijdelijke opslag uitgegaan van de gemiddelde waarde van 0,0722 MouE/m2/uur met een hedonische waarde van 2,7 ouE/m3 als kental K4. 4.4.2 VIGERENDE SITUATIE In de beoogde situatie wordt 3.568 ton plantsoen- en tuinafval (takken) overgeslagen.

Opslag hiervan vindt plaats in een container met een oppervlakte van 14,6 m2. De overslag van plantsoen- en tuinafval is opgesplitst in twee handelingen namelijk de aanvoer en afvoer, oftewel 2 * 3.568 = 7.136 ton per jaar. Er wordt uitgegaan van 1 vracht per uur van 10 ton per vracht welke circa 15 minuten in beslag nemen. Er kan zodoende hypothetisch 10 * 4 = 40 ton/uur worden verladen. De momentane emissie bedraagt 40 ton/uur * 0,165 MouE/ton = 6,6 MouE/uur. Met de rekenmethode voor emissiefluctuaties binnen het uur uit de NTA-9065 wordt de gemiddelde geuremissie berekend met behulp van de momentane geuremissie en een uurfractie: Euurgemiddeld=Emomentaan*(tijdverlading/tijduur)1/2. Dit resulteert voor de overslag van plantsoenen tuinafval in een gemiddelde emissie van 3,3 MouE/uur en 1,2 MouE(H)/uur. Deze emissie vindt plaats gedurende 714 uur/jaar. De geuremissie voor de opslag van plantsoen- en tuinafval wordt berekend als: 14,6 m2 * 0,0722 MouE/m2/uur = 1,1 MouE/uur en 0,4 MouE(H)/uur gedurende 8.760 uur per jaar. 4.4.3 BEOOGDE SITUATIE In de beoogde situatie wordt 4.440 ton plantsoen- en tuinafval (takken) overgeslagen. Opslag hiervan vindt plaats in een container met een oppervlakte van 14,6 m2. De overslag van plantsoen- en tuinafval is opgesplitst in twee handelingen namelijk de aanvoer en afvoer, oftewel 2 * 4.440 = 8.880 ton per jaar.

Er wordt uitgegaan van 1 vracht per uur van 10 ton per vracht welke circa 15 minuten in beslag nemen. Er kan zodoende hypothetisch 10 * 4 = 40 ton/uur worden verladen. De momentane emissie bedraagt 40 ton/uur * 0,165 MouE/ton = 6,6 MouE/uur.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 16 van 43

Met de rekenmethode voor emissiefluctuaties binnen het uur uit de NTA-9065 wordt de gemiddelde geuremissie berekend met behulp van de momentane geuremissie en een uurfractie: Euurgemiddeld=Emomentaan*(tijdverlading/tijduur)1/2. Dit resulteert voor de overslag van plantsoen- en tuinafval in een gemiddelde emissie van 3,3 MouE/uur en 1,8 MouE(H)/uur. Deze emissie vindt plaats gedurende respectievelijk 888 uur/jaar. De geuremissie voor de opslag van plantsoen- en tuinafval wordt berekend als: 14,6 m2 * 0,0722 MouE/m2/uur = 1,1 MouE/uur en 0,4 MouE(H)/uur gedurende 8.760 uur per jaar.

4.5

Buitenlocatie RKG-slib en veegvuil (E5, E6)

4.5.1 GEBRUIKTE KENTALLEN Als kental voor de geuremissiefactor voor overslag en opslag worden K3 en K4 aangehouden. De kentallen behoort tot compostering van groenafval. Veegvuil bestaat voor een gedeelte uit organisch materiaal (e.g. bladeren), dat slechts langzaam afbreekt en daarmee vergelijkbaar is met materiaal in een groencompostering (15). De kentallen worden als worst-case benadering aangehouden (veegvuil bestaat niet volledig uit organisch materiaal en zal naar verwachting minder geur emitteren). 4.5.2 VIGERENDE SITUATIE De jaarlijkse doorzet bedraagt voor de vigerende situatie 5.012 ton. Opslag hiervan vindt plaats in het slibdepot met een oppervlakte van 26,4 m2. De overslag van RKG-slib en veegvuil is opgesplitst in twee handelingen namelijk de aanvoer en afvoer, per jaar wordt zodoende 2 * 5.012 = 10.024 ton per jaar overgeslagen. Er wordt uitgegaan van 1 vracht per uur van 17 ton per vracht welke circa 15 minuten in beslag nemen. Er kan zodoende hypothetisch 17 * 4 = 68 ton/uur worden verladen. De momentane emissie bedraagt 68 ton/uur * 0,165 MouE/ton = 11,2 MouE/uur. Met de rekenmethode voor emissiefluctuaties binnen het uur uit de NTA9065 wordt de gemiddelde geuremissie berekend met behulp van de momentane geuremissie en een uurfractie: Euurgemiddeld=Emomentaan*(tijdverlading/tijduur)1/2.

Dit resulteert voor de overslag van RKG-slib in een gemiddelde emissie van 5,6 MouE/uur en 2,1 MouE(H)/uur. Deze emissie vindt plaats gedurende 590 uur/jaar. De geuremissie voor de opslag van RKG-slib en veegvuil wordt berekend als: 26,4 m 2 * 0,0722 MouE/m2/uur = 1,9 MouE/uur en 1,1 MouE(H)/uur gedurende 8.760 uur per jaar. 4.5.3 BEOOGDE SITUATIE De jaarlijkse doorzet bedraagt voor de beoogde situatie 2.690 ton. Opslag hiervan vindt plaats in het slibdepot met een oppervlakte van 26,4 m2. De overslag van RKG-slib en veegvuil is opgesplitst in twee handelingen namelijk de aanvoer en afvoer, per jaar wordt zodoende 2 * 2.690 = 5.580 ton per jaar overgeslagen. Er wordt uitgegaan van 1 vracht per uur van 17 ton per vracht welke circa 15 minuten in beslag nemen. Er kan zodoende hypothetisch 17 * 4 = 68 ton/uur worden verladen. De momentane emissie bedraagt 68 ton/uur * 0,165 MouE/ton = 11,2 MouE/uur.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 17 van 43

Met de rekenmethode voor emissiefluctuaties binnen het uur uit de NTA-9065 wordt de gemiddelde geuremissie berekend met behulp van de momentane geuremissie en een uurfractie: Euurgemiddeld=Emomentaan*(tijdverlading/tijduur)1/2. Dit resulteert voor de overslag van RKG-slib in een gemiddelde emissie van 5,6 MouE/uur en 2,1 MouE(H)/uur. Deze emissie vindt plaats gedurende 316 uur/jaar. De geuremissie voor de opslag van RKG-slib en veegvuil wordt berekend als: 26,4 m2 * 0,0722 MouE/m2/uur = 1,9 MouE/uur en 0,7 MouE(H)/uur gedurende 8.760 uur per jaar.

4.6

Houtgestookte kachel (E7)

4.6.1 GEBRUIKTE KENTALLEN De geuremissie van de houtgestookte kachel wordt geschat op basis van metingen die Buro Blauw aan andere houtgestookte installaties heeft uitgevoerd. Buro Blauw heeft metingen uitgevoerd aan installaties van 240 kW, 350 kW, 500 kW en 1,25 MW. Er zijn te weinig metingen om de invloed van specifieke gegevens zoals rendement, al dan niet stoken op vol vermogen en kwaliteit van biomassa op de geuremissie te kwantificeren. Het is, op basis van meetresultaten aan betreffende installaties, de verwachting dat de geuremissie bij installaties met een groter vermogen relatief lager is. De emissie van de bestaande installatie wordt zodoende geschat op basis van de metingen aan de installaties van 240, 350 en 500 kW. Tabel 4.7 toont een samenvatting van de meetresultaten bij de installaties van 240, 350 en 500 kW (16) (17) (18).

Tabel 4.7

Samenvatting meetresultaten bij verschillende biomassa installaties.

Vermogen [kW] 240 350 500 1

2

Emissie [MouE/uur] 7,7 2,2 10,7

H=-1 [ouE/m3] 2,0

Geuremissie [MouE(H)/uur] 3,8

Emissie per 500 kW2 [MouE(H)/uur] 8,0

1,31

1,7

2,4

0,7

16,1

16,1

Bij de emissiemeting van de installatie van 350 kW zijn geen hedonische analyses uitgevoerd. De concentratie bij H=-1 wordt verondersteld gelijk te zijn aan het gemiddelde van de andere twee meetresultaten. Berekening: Geuremissie [MouE(H)/uur] / vermogen [kW] * 500 [kW]

De bestaande installatie heeft een vermogen van 500 kW, met een bijbehorende emissie van 16,1 MouE(H)/uur, kental K5. Deze emissie wordt in dit onderzoek gehanteerd. 4.6.2 VIGERENDE SITUATIE In de vigerende situatie is een houtkachel van 500 kW in gebruik. De emissie hiervan bedraagt met kental K5 16,1 MouE(H)/uur gedurende 8.424 uur per jaar. Het rookgasdebiet is op basis van de methode zoals beschreven in de Handleiding Meten van luchtemissies (L40) (19) berekend op 1.016 Nm3/u.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 18 van 43

4.6.3 BEOOGDE SITUATIE In de beoogde situatie zal een kachel met een vermogen van maximaal 590 kW worden geplaatst. Naar aangescherpte normering zal deze nieuwe kachel naar verwachting een lagere geuremissie hebben. Worst-case wordt voor de beoogde situatie dezelfde geuremissie aangehouden. De emissie wordt gecorrigeerd voor het verhoogd vermogen en bedraagt zodoende 590/500*16,1 = 19,0 MouE(H)/uur gedurende 8.424 uur per jaar. Het rookgasdebiet is op basis van de methode zoals beschreven in de Handleiding Meten van luchtemissies (L40) (17) berekend op 1.199 Nm3/u. 4.7

Samenvatting emissieschatting

De verschillende emissies, zoals vastgesteld in de voorgaande secties, worden samengevat in tabel 4.8 t/m 4.10. De cumulatieve jaaremissie bedraagt respectievelijk 225 en 246 MouE(H)/jaar in de vigerende en beoogde situatie. De relatief geringe toename in geuremissie in vergelijking met de capaciteitstoename van de inrichting wordt gerealiseerd door het huishoudelijk afval inpandig te verwerken en de lucht uit deze hal over een koolfilter te leiden. Ook zorgt recirculatie over het koolfilter ervoor dat er geen emissie plaatsvindt buiten de bedrijfstijden en de geur tevens niet accumuleert. Tabel 4.8

Emissies Meerlanden vigerende situatie

Bron ID E1.1 E1.2 E1.3 E2.1 E2.2 E3 E4 E5 E6 E7 Tabel 4.9

Beschrijving Compostering Compostering Compostering Overslag huishoudelijk- en bedrijfsafval Opslag huishoudelijk- en bedrijfsafval Overslag Plantsoen- en tuinafval Opslag Plantsoen- en tuinafval Overslag RKG-slib Opslag RKG-slib Houtkachel

Emissie

Emissieduur

[MouE(H)/uur] 9,0 10,2 12,7 2,1 4,1 1,2 0,6 2,1 1,1 16,1

[uur/jaar] 6.680 1.300 780 4.072 8.760 714 8.760 590 8.760 8.424

Emissie

Emissieduur

Emissies Meerlanden beoogde situatie

Bron ID

Beschrijving

[MouE(H)/uur]

[uur/jaar]

E1.1

Compostering

9,1

6.680

E1.2

Compostering

10,6

1.300

E1.3

Compostering

13,0

780

E2 E3

Overslag huishoudelijk- en bedrijfsafval

1,0

Overslag Plantsoen- en tuinafval

1,8

4.380 888

E4

Opslag Plantsoen- en tuinafval

0,4

8.760

E5

Overslag RKG-slib

2,1

316

E6

Opslag RKG-slib

0,7

8.760

E7

Houtkachel

19,0

8.424

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 19 van 43

Tabel 4.10 Emissies Meerlanden situatie nieuwe bronnen Bron ID E1.1 E1.2 E1.3 E2 E3 E7

Beschrijving Compostering Compostering Compostering Grondstoffenhal Overslag Plantsoen- en tuinafval Houtkachel

Emissie

Emissieduur

[MouE(H)/uur] 0,2 0,4 0,3 0,9 1,2 2,9

[uur/jaar] 6.680 1.300 780 4.380 174 8.424

De emissie-uren per jaar zijn voor de verschillende situaties gedetailleerd in het verspreidingsmodel ingevoerd (zie hoofdstuk 5).

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 20 van 43

5.

VERSPREIDINGSBEREKENINGEN

5.1

Verspreidingsmodel

5.1.1 ALGEMEEN Berekeningen zijn uitgevoerd om de geurimmissieconcentratie ter hoogte van geurgevoelige bestemmingen in de omgeving van het bedrijf te kwantificeren. Voor deze berekening is gebruik gemaakt van het softwarepakket GeoMilieu Stacks-G versie 2024.1. Dit programma is een implementatie van het NNM. Volgens het NNM dienen statistische berekeningen uitgevoerd te worden over een periode van tenminste vijf jaar. De berekeningen zijn uitgevoerd over de periode 2005 t/m 2014 zoals de beheercommissie van het NNM aanbeveelt. De ruwheidslengte is bepaald door het model (Pre-SRM). Voor een gedetailleerd overzicht van alle invoerparameters wordt verwezen naar de journaalbestanden van de modelberekeningen in bijlagen A t/m C. Berekeningen zijn uitgevoerd voor de toetspunten weergegeven in figuur 3.1. Er is uitgegaan van de in hoofdstuk 4 beschreven emissiesituaties voor de vigerende en de beoogde situatie. 5.1.2 BRONINVOER De emissies zijn gebaseerd op de emissieschattingen zoals gepresenteerd hoofdstuk 4. De emissies zijn met bijbehorende emissie-uren per jaar in het model ingevoerd. Hierbij zijn de emissies gedetailleerd per uur, per dag en per maand ingevoerd. Emissies uit de hal en de houtkachel zijn ingevoerd als puntbron met gebouwinvloed. De emissies van overslag op het buitenterrein zijn ingevoerd als puntbron op een hoogte van 1,5 m.

De emissies van opslag op het buitenterrein zijn ingevoerd als oppervlaktebron op een hoogte van 1,5 m. Het biofilter is ingevoerd met een emissiehoogte van respectievelijk 1,5m in de vergunde situatie en 2,9 m in de beoogde situatie. De emissie van het biofilter vindt continu plaats, de sterkte van de emissie kan fluctueren gedurende tijd, derhalve zijn er voor het biofilter drie bronnen ingevoerd met verschillende emissiesterkte. De emissieduur van de drie bronnen samen bedraagt 8.760 uur per jaar. De emissies zijn gedetailleerd per uur ingevoerd, waarbij realistisch is aangesloten bij de representatieve bedrijfssituatie.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 21 van 43

5.2

Resultaten vigerende situatie

In tabel 5.1 worden de geurimmissieconcentraties gegeven, zoals berekend voor de vigerende situatie. Tabel 5.1

Berekende geurconcentratie vigerende situatie omliggende geurgevoelige objecten. 98% [ouE(H)/m³]

99,90% [ouE(H)/m³]

0,5

1,4

0,8

2,0

0,5

1,4

Aarbergerweg 28

geurgevoelig

1,1

2,5

5

Aarbergerweg 31

geurgevoelig

0,8

2,2

6

Aalsmeerderdijk 455 B12

geurgevoelig

0,2

0,8

7

Aalsmeerderweg 617

minder geurgevoelig

0,6

1,6

Aalsmeerderweg 645

minder geurgevoelig

0,8

2,0

Aalsmeerderweg 651

minder geurgevoelig

0,6

1,6

10 Aalsmeerderweg 655 11 Aalsmeerderweg 670

minder geurgevoelig

0,6

1,5

minder geurgevoelig

0,9

2,4

12 Aalsmeerderweg 680 13 Aalsmeerderweg 686

geurgevoelig

1,0

2,7

geurgevoelig

0,5

1,6

ID Omschrijving 1 Aarbergerweg 12

Categorie geurgevoelig

2

Aarbergerweg 20

geurgevoelig

3

Aarbergerweg 21

geurgevoelig

4

8 9

Uit de tabel volgt dat de hoogste berekende geurconcentratie voor geurgevoelige objecten 1,1 ouE/m3 als 98-percentiel en 2,7 ouE/m3 als 99,90-percentiel. Voor minder geurgevoelige objecten bedraagt de hoogste berekende geurconcentratie 0,8 ouE/m3 als 98-percentiel en 2,4 ouE/m3 als 99,90-percentiel.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 22 van 43

5.3

Resultaten beoogde situatie

In tabel 5.2 worden de geurimmissieconcentraties gegeven, zoals berekend voor de beoogde situatie. Tabel 5.2

Berekende geurconcentratie beoogde situatie omliggende geurgevoelige objecten.

0,4

1,3

Normering (RW / GW) 98% 99,90% 0,5 / 1 2/4

2

Aarbergerweg 20

0,7

1,7

0,5 / 1

2/4

3

Aarbergerweg 21

0,5

1,4

0,5 / 1

2/4

4

Aarbergerweg 28

1,0

2,1

0,5 / 1

2/4

5

Aarbergerweg 31

0,7

2,1

0,5 / 1

2/4

6

Aalsmeerderdijk 455 B12

0,2

0,6

0,5 / 1

2/4

7

Aalsmeerderweg 617

0,5

1,4

1/2

4/8

8

Aalsmeerderweg 645

0,6

1,5

1/2

4/8

9

Aalsmeerderweg 651

0,4

1,1

1/2

4/8 4/8

ID Omschrijving 1 Aarbergerweg 12

98% [ouE(H)/m³]

99,90% [ouE(H)/m³]

10 Aalsmeerderweg 655 11 Aalsmeerderweg 670

0,4

1,1

1/2

0,7

2,4

1/2

4/8

12 Aalsmeerderweg 680 13 Aalsmeerderweg 686

0,7

1,7

0,5 / 1

2/4

0,4

1,1

0,5 / 1

2/4

Uit de tabel volgt dat de hoogste berekende geurconcentratie voor geurgevoelige objecten 1,0 ouE/m3 als 98-percentiel en 2,1 ouE/m3 als 99,90-percentiel. Voor minder geurgevoelige objecten bedraagt de hoogste berekende geurconcentratie 0,7 ouE/m3 als 98-percentiel en 2,4 ouE/m3 als 99,90-percentiel. Er wordt overal voldaan aan de grenswaarde voor geurgevoelige gebouwen in bestaande situaties. De berekende geurconcentraties zijn voor het 98 en het 99,9-percentiel overal gelijk of lager dan in de vigerende situatie. Hiermee wordt voldaan aan het geurbeleid van de provincie Noord-Holland.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 23 van 43

5.4

Resultaten situatie nieuwe bronnen

In tabel 5.3 worden de geurimmissieconcentraties gegeven, zoals berekend voor de beoogde situatie. Tabel 5.3

Berekende geurconcentratie situatie nieuwe bronnen omliggende geurgevoelige objecten.

0,1

0,1

Normering (GW) 98% 99,90% 0,5 2

2

Aarbergerweg 20

0,1

0,2

0,5

2

3

Aarbergerweg 21

0,1

0,2

0,5

2

4

Aarbergerweg 28

0,1

0,2

0,5

2

5

Aarbergerweg 31

0,1

0,2

0,5

2

6

Aalsmeerderdijk 455 B12

-

0,1

0,5

2

7

Aalsmeerderweg 617

-

0,1

1

4

8

Aalsmeerderweg 645

0,1

0,2

1

4

9

Aalsmeerderweg 651

-

0,1

1

4

-

0,1

1

4

0,1

0,2

1

4

0,1

0,2

0,5

2

-

0,1

0,5

2

ID Omschrijving 1 Aarbergerweg 12

10 Aalsmeerderweg 655 11 Aalsmeerderweg 670 12 Aalsmeerderweg 680 13 Aalsmeerderweg 686

98% [ouE(H)/m³]

99,90% [ouE(H)/m³]

Uit de tabel volgt dat de hoogste berekende geurconcentratie voor geurgevoelige en minder geurgevoelige objecten 0,1 ouE/m3 als 98-percentiel en 0,2 ouE/m3 als 99,90percentiel. Er wordt overal voldaan aan de grenswaarde voor gevoelige gebouwen voor nieuwe situaties.

Rapportnr. BL2024.10762.01-V06 Oktober 2024 Pagina 24 van 43

6.

CONCLUSIES

Buro Blauw heeft in opdracht van Meerlanden een geuronderzoek uitgevoerd voor de inrichting van aan de Aarbergerweg 41 te Rijsenhout. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het aanvragen van een revisievergunning. Uit het onderzoek worden de volgende conclusies getrokken:

1. Voor de vigerende situatie bedraagt de hoogste berekende geurconcentratie voor geurgevoelige objecten 1,1 ouE(H)/m3 als 98-percentiel en 2,7 ouE(H)/m3 als 99,90-percentiel. Voor minder geurgevoelige objecten bedraagt de hoogste berekende geurconcentratie 0,8 ouE(H)/m3 als 98-percentiel en 2,4 ouE(H)/m3 als 99,90-percentiel. 2. Voor de beoogde situatie bedraagt de hoogste berekende geurconcentratie voor geurgevoelige objecten 1,0 ouE(H)/m3 als 98-percentiel en 2,1 ouE(H)/m3 als 99,90-percentiel. Voor minder geurgevoelige objecten bedraagt de hoogste berekende geurconcentratie 0,6 ouE(H)/m3 als 98-percentiel en 2,4 ouE(H)/m3 als 99,90-percentiel. 3. In de beoogde situatie wordt overal voldaan aan de grenswaarde voor geurgevoelige gebouwen. 4. De berekende geurconcentraties zijn in de beoogde situatie overal gelijk of lager dan de vigerende situatie voor het 98- en 99,9 percentiel. 5. Voor de situatie met enkel nieuwe bronnen bedraagt de hoogste berekende geurconcentratie voor geurgevoelige en minder geurgevoelige objecten 0,1 ouE(H)/m3 als 98-percentiel en 0,2 ouE(H)/m3 als 99,90-percentiel. 6. Er wordt overal voldaan aan de grenswaarde voor gevoelige gebouwen en nieuwe bronnen. 7. De verwerking van huishoudelijk en bedrijfsafval vindt in de beoogde situatie inpandig plaats. Tevens wordt de grondstoffenhal afgezogen en over een koolfilter geleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Teylingen&id=5421d53e-4ca2-4d17-acbc-a9a0c201ad9b