1. Ontwerp-programmabegroting VRHM 2027
Tekst van het document
Waarschijnlijk (70%) € 0,00 - € 0,36 mln. 70% x € 0,36 mln. = € 0,25 mln.
5. Het risico van frictiekosten a.g.v. bezuinigings-taakstelling op formatiekrimp Voor de begroting 2026 heeft VRHM na een uitgebreid bestuurlijk traject met verschillende scenario’s uiteindelijk intern € 1,1 miljoen omgebogen voor de onvermijdelijke meerkosten, met daarnaast € 0,4 miljoen bezuiniging. Daarbovenop is VRHM geconfronteerd een 10% korting op de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR), dat zorgt voor een extra bezuiniging van € 0,72 miljoen. Vanwege mogelijke frictiekosten is bij het opmaken van de jaarrekening 2024 de hoogte van de bezuinigingstaakstelling toegevoegd aan de algemene reserve.
43
De begroting 2026 als ook de voorgestelde ontwerp-programmabegroting 2027 sluiten met de gestelde personeelsbezuiniging. Frictiekosten zijn tot op heden binnen de exploitatie gedekt. Hierdoor is VRHM van mening dat het aanhouden van de € 0,4 miljoen in het weerstandsvermogen niet noodzakelijk is. 6. Krapte op de arbeidsmarkt en een tekort aan gekwalificeerd, deskundig en ervaren personeel. De aanhoudend krappe arbeidsmarkt vormt een belangrijk risico. Schaarste aan gekwalificeerd personeel leidt tot toenemende wervings- en inhuurkosten en een grotere afhankelijkheid van externe capaciteit. Dit kan druk zetten op zowel het kostenniveau als op de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening. Daarnaast vergroten verloop en verzuim het risico op productiviteitsverlies en vertraging in de uitvoering van beleidsdoelen. Het blijkt nog steeds lastig om enkele cruciale functies juist ingevuld te krijgen, vooral in de ondersteuning op het primaire proces. Het risico betreft, dat heeft VRHM ook daadwerkelijk zien optreden, extra uitgaven voor externe inhuur. Daarbij komen hogere kosten voor werving en selectie. Die zijn nadrukkelijk hoger dan mee gerekend is in de (reguliere) begrotingen. Kans: Impact, financieel risico ingeschat op: Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen:
Waarschijnlijk (70%) € 0,10 - € 0,40 mln. 70% x € 0,40 mln. = € 0,28 mln.
7. Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA) De veiligheidsregio moet, net als alle andere organisaties, voldoen aan vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) van de vakbekwaamheidsstaf. Eén daarvan is de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (DBA). De vakbekwaamheidstrainingen voor de brandweer worden veelal gegeven door eigen vrijwilligers. Gezien de wet DBA dienen hier marktconforme vergoedingen tegenover te staan. Als risico voorziet VRHM het mogelijk opvangen van claims, als blijkt dat een en ander niet juist is geregeld. Hier is op dit moment geen aanleiding toe. Echter, gezien het Deliveroo-arrest is dit te becijferen als een risico. De veiligheidsregio is zich aan het oriënteren welke oplossingsrichtingen genomen kunnen worden om te komen tot toekomstbestendige vakbekwaamheidsstaf. De financiering van de toekomstbestendige oplossingsrichting is nog een financieel vraagstuk. Kans: Impact, financieel risico ingeschat op: Bedrag t.b.v. Weerstandsvermogen:
Onwaarschijnlijk (30%) € 0,13 - € 0,42 mln. 30% x € 0,42 mln. = € 0,13 mln.
Om het benodigde weerstandsvermogen te berekenen vermenigvuldigen we de geschatte (maximale) impact met het percentage volgens onderstaande tabel. Kans Zeer waarschijnlijk Waarschijnlijk Reëel (50/50) Onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk
90% 70% 50% 30% 10%
Onderbouwing algemene reserve 2027 (bedragen x € 1.000,-) min. Meerkosten 550 Cyberrisico 550 Juridische claims 300 Landelijke PTSS Frictiekosten Krapte op arbeidsmarkt 100 Wet DBA 125 Risicoanalyse
max. 1.100 825 600 360 400 400 420
% 50% 50% 50% 70% 0% 70% 30%
Bedrag 550 413 300 252 280 126 1.921
44
3.1.4 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin onvoorziene tegenvallers kunnen worden opgevangen. De aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten staan garant dat de VRHM te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen (art. 51 gemeenschappelijke regeling VRHM). Echter, de veiligheidsregio heeft hierin ook een eigen verantwoordelijkheid. Vanuit normale bedrijfsvoering acht het onwenselijk, bij een onverwachte tegenvaller de deelnemende gemeenten aan te moeten spreken om financieel bij te springen. Daarom kiest zij ervoor zelf een robuuste weerstandscapaciteit op te bouwen die afdoende is, om (de belangrijkste) onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. De algemene reserve, en daarmee ook de beschikbare weerstandscapaciteit, is in 2025 gestegen. Dit komt voort uit de overdracht van de algemene reserve GHOR vanuit Hecht. Deze ‘balansoverdracht’ heeft in 2025 plaatsgevonden. Tegenover de algemene reserve vanuit de GHOR staan bijvoorbeeld ook materiële vaste activa. De risicoanalyse is met die overgang van de GHOR niet met hetzelfde bedrag uitgebreid. De specifieke risico’s vanuit de GHOR zijn opgenomen in de (bestaande) risicoanalyse van VRHM. Intentiebesluit voorleggen in het Algemeen Bestuur De benodigde weerstandscapaciteit is bepaald door middel van de beschreven risico’s uitparagraaf 3.1.3.
Daar is het risico ‘frictiekosten’ op nul gewaardeerd. Daarmee is de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 1,9 miljoen. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgelegd of de € 400.000,- van de frictiekosten terugvloeien naar de gemeenten. Als dat niet het geval is, stijgt de ratio weerstandsvermogen naar 1,20. Een stijging in ratio geeft een meer robuuste capaciteit in de huidige onzekere tijden. VRHM streeft naar een ratio weerstandsvermogen van 1,0 of hoger. Als de € 400.000,- van de frictiekosten wel terugvloeit naar de gemeenten, dan daalt het weerstandsvermogen voor 2027 naar:
Weerstandsvermogen 2027 =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 1.905.000 € 1.921.000
= 0,99
Met een waarderingsratio van 0,99 scoort VRHM (net aan) categorie ‘D’. Dat geeft een ‘matige’ score voor het weerstandsvermogen.
Ratio Weerstandsvermogen
Voorlopige realisatie 2025 1,20
Weerstandsvermogen
Waarderingscijfer Ratio A B C D E F
>2.0 1.4-2.0 1.0-2.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Begroting 2026 0,99
Begroting 2027 0,99
Meerjarenramingen 2028 2029 2030 0,99 0,99 0,99
Betekenis uitstekend ruim voldoende voldoende matig onvoldoende ruim voldoende
45
Algemene reserve (bedragen x € 1.000,-)
Algemene Reserve Dotatie resultaat 2024 Overdracht vanuit GHOR Risico-inventarisatie Totaal algemene reserve
Algemene reserve (bedragen x € 1.000,-)
Algemene Reserve Dotatie resultaat 2024 Overdracht vanuit GHOR Risico-inventarisatie Totaal algemene reserve
1-1-25 1.125 1.125
Voorlopige realisatie Dotatie Onttrekking 31-12-25 1.125 650 650 530 530 1.180 2.305
Algemene Reserve Dotatie resultaat 2024 Overdracht vanuit GHOR Risico-inventarisatie Totaal algemene reserve
Begroting Dotatie Onttrekking -400 -400
31-12-26 2.305 -400 1.905
Begroting 1-1-27 Dotatie Onttrekking 31-12-27 1.905 1.905 1.905 1.905
Algemene reserve (bedragen x € 1.000,-)
1-1-26 2.305 2.305
1-1-28 1.905 1.905
+/-
31-12-28 1.905 1.905
Meerjarenramingen 1-1-29 +/31-12-29 1.905 1.905 1.905 1.905
1-1-30 1.905 1.905
+/-
31-12-30 1.905 1.905
46
3.1.5 Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves (bedragen x € 1.000,-) Flankerend beleid FLO Gouda Samenwerken loont Afschrijvingskosten Meldkamer HM Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM * Reserve Groot Onderhoud Gebouwen Tweede Loopbaanbeleid Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering Weerbaarheid & BCM * Kapitaalslastenreserve
Totaal bestemmingsreserves
1-1-25 432 579 419 1.455 387 890 180 677 5.019
Voorlopige realisatie Resultaat bestemming Dotatie Onttrekking 31-12-25 2024 432 579 419 -150 1.305 387 -20 870 -9 171 -151 526 733 733 733 -330 5.422
Bestemmingsreserves (bedragen x € 1.000,-) Flankerend beleid FLO Gouda Samenwerken loont Afschrijvingskosten Meldkamer HM Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM * Reserve Groot Onderhoud Gebouwen Tweede Loopbaanbeleid Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering Weerbaarheid & BCM * Kapitaalslastenreserve
Totaal bestemmingsreserves
Flankerend beleid FLO Gouda Samenwerken loont Afschrijvingskosten Meldkamer HM Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM * Reserve Groot Onderhoud Gebouwen Tweede Loopbaanbeleid Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering Weerbaarheid & BCM * Kapitaalslastenreserve
Totaal bestemmingsreserves
Dotatie
Onttrekking
31-12-26
-
-150 -100 -28 -91 -236 -876 -1.482
432 579 419 1.155 287 941 153 290 1.909 6.166
100 73 173
Begroting 2027 1-1-27
Dotatie
Onttrekking
31-12-27
100 73 173
-150 -100 -87 -212 -1.011 -1.560
432 579 419 1.005 187 1.041 139 78 898 4.779
432 579 419 1.155 287 941 153 290 1.909 6.166
Meerjarenramingen
Bestemmingsreserves (bedragen x € 1.000,-)
Begroting 2026 Resultaat 1-1-26 bestemming 2025 432 579 419 1.305 387 870 171 526 733 2.052 5.422 2.052
1-1-28 432 579 419 1.005 187 1.041 139 78 898 4.779
+/-150 -329 -133 -78 -340 -1.029
31-12-28 432 579 419 855 187 712 6 0 559 3.750
1-1-29 432 579 419 855 187 712 6 0 559 3.750
+/-150 -301 47 -190 -594
31-12-29
1-1-30
432 579 419 705 187 411 54 0 369 3.156
432 579 419 705 187 411 54 0 369 3.156
+/-
31-12-30
-150 -341 47 -40
432 579 419 555 187 70 101 0 329 2.673
-483
* Deze bestemmingsreserves worden (financieel) gevoed vanuit het intentiebesluit 2025. De bestemmingsreserves zijn opgebouwd ter financiële dekking van projecten en incidentele lasten. Op basis van de “Nota Reserves 2024 – 2027” is nader door het algemeen bestuur besloten welke onttrekking en dotaties de komende jaren zullen worden verricht. In de lopende beleidsplanperiode 2024-2027 is overeengekomen dat VRHM geen extra middelen via de gemeentelijke bijdragen aanvraagt. Daarentegen moet VRHM nieuwe structurele activiteiten opstarten. Via de toegewezen bestemming in deze reserves kan VRHM de noodzakelijke processen financieren. Bijvoorbeeld de (opstart)kosten voor vakbekwaamheid en bedrijfscontinuïteitsmanagement. Hieronder volgt een toelichting op de mutaties in de meerjarenbegroting 2027. Afschrijvingskosten Meldkamer Hollands Midden De reserve is opgebouwd als dekking van de resterende exploitatielasten van de voormalige Gemeenschappelijke meldkamer Hollands Midden. De onttrekking is ter dekking van de kapitaallasten in verband met de herbestemming van de Meldkamer.
47
Ontwikkel- en innovatiebudget VRHM krijgt meer en meer te maken met een eventuele overdracht van huurkazernes naar koop. Als juiste opvolging van het Strategisch Vastgoedbeleid is hiermee goede begeleiding nodig in de noodzakelijke ontwikkeling in vastgoedsturing. De inschatting is een onttrekking van tweemaal € 0,1 miljoen aan externe begeleiding. De uitgaven kunnen worden gefinancierd vanuit de al gevormde bestemmingsreserve ‘Ontwikkel en innovatiebudget’. Reserve groot onderhoud gebouwen Het doel van de reserve is het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van het vastgoed. De uitgaven worden gevoed van het MJOP. Vanuit de onvermijdelijke meerkosten (vanaf 2026) doteert VRHM jaarlijks € 0,1 miljoen om aan de extra groot onderhoudsbehoeften. Vanuit de reserve kunnen een aantal grotere projecten worden gefinancierd in de jaren 2028-2030. In 2027 vindt (naar huidige inschatting) geen onttrekking van de reserve plaats. De onderhoudsbehoeften (veelal correctief) passen in de reguliere beschikbare onderhoudslasten. In het Strategisch Vastgoedbeleid (SVB) is vermeld dat VRHM voornemens is om een voorziening te vormen voor het groot onderhoud. Per heden is de bestemmingsreserve beschikbaar voor die uitgaven.
Vanwege het feit dat de jaren 2026 en vooral 2027 in het teken staan van het structureel inbedden van de (financiële) processen rondom de onderhoudsplanning, is de invoering van een voorziening per heden nog opportuun. VRHM koerst hier naar het omslagpunt per ontwerp-programmabegroting 2028 in de nieuwe beleidsplanperiode. Tweede loopbaanbeleid De reserve is gevormd voor het opvangen van kosten in verband met de uitvoering van het 2e loopbaanbeleid binnen de VRHM. Reserve Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering De noodzakelijke (extra) uitgaven rondom het op orde brengen van de bedrijfsvoering, die over een periode van meerdere begrotingsjaren lopen, kunnen gefinancierd worden vanuit de reserve. In 2025 zijn, conform begroting, de uitgaven voor de ondersteuning van de verbijzonderde interne controle (€ 0,15 miljoen) vanuit de reserve gefinancierd. Daartegenover staat een voorgesteld dotatie in 2025 vanuit het exploitatieresultaat. De overige besteding is voorzien in de jaren 2026-2028. Die dotatie is gelinkt aan: •
•
Het project Toekomstbestendige Vakbekwaamheidsstaf moet een oplossing vinden voor het juist fiscaal en arbeidsrechtelijk oplossen van ‘verkapte’ formatie bij Vakbekwaamheid. Wachten tot het moment dat in de begroting 2028 structureel middelen beschikbaar komen, is niet voldoende. Vanuit de wet DBA (n.a.v. het Deliveroo-arrest) moet de VRHM stappen blijven zetten om de verkapte formatie op een correcte wijze te verwerken; anders zijn er substantiële risico’s met daarbij de verplichting om alsnog een structurele oplossing te vinden. o Dit geeft noodzaak om vooruitlopend op de begroting 2028 al stappen te blijven zetten met incidentele middelen. VRHM monitort in hoeverre deze reserve voldoende is om de opstartkosten te kunnen financieren. Vanuit de bestemmingsreserve WWB was al de opstart en begeleiding voor de verbijzonderde interne controle voorzien. Als ook de noodzakelijke externe inhuur voor de professionalisering van de bedrijfsvoering in algemene zin, voornamelijk het invullen van kritische posities.
Weerbaarheid door de VRHM VRHM heeft inzichtelijk gemaakt welke uitgaven nodig zijn om zelfstandig en betrouwbaar 72 uur te kunnen functioneren tijdens een grootschalige en langdurige stroomuitval. We hebben het hier in andere woorden over ‘no regret’ investeringen. Investeringen die we hoe dan ook moeten maken voor de continuïteit. De uitgaven c.q. investeringen vinden grotendeel plaats in 2026 en deels in 2027. In totaliteit is de inschatting dat dit € 1,15 miljoen kost. Dit bestaat onder andere uit: o Basisvoorzieningen voor alle kazernes en crisisruimten zoals noodstroom, water, voeding en hygiënemaatregelen (€ 0,02 miljoen per kazerne, totaal € 0,99 miljoen). o Algemene voorzieningen zoals de aanschaf van 2 brandstoftanks, 2 brandstofaanhangers en algemene projectkosten (totaal € 0,16 miljoen).
48
VRHM stelt voor om de totale ‘no regret’-uitgaven toe te voegen aan de bestemmingsreserve Weerbaarheid & BCM, vanuit het positieve exploitatieresultaat 2025. Op deze manier leidt dit in deze fase niet tot een extra financieringsvraag bij gemeenten. Daarbij doet VRHM een voorstel om de bestemmingsreserve Weerbaarheid om te vormen tot ‘Weerbaarheid & BCM’. Vanuit de niet-bestede middelen van de extra BDuR-uitkering 2025 stelt VRHM voor een toevoeging (ter hoogte van € 0,9 miljoen) aan diezelfde reserve Weerbaarheid & BCM te doen. Hieruit kan gefinancierd worden: o De noodzakelijke uitgaven voor noodcommunicatie. o Overige weerbaarheid, onder andere twee trainees.
49
3.1.6 Voorzieningen Voorzieningen (bedragen x € 1.000,-) Functioneel Leeftijdsontslag Gouda Verlofsparen Regeling voor Vervroegd Uittreden Groot onderhoud
Totaal Voorzieningen
Voorzieningen (bedragen x € 1.000,-) Functioneel Leeftijdsontslag Gouda Verlofsparen Regeling voor Vervroegd Uittreden Groot onderhoud
Totaal Voorzieningen
1-1-27 5.301 1.888 61 7.250
1-1-25 6.001 1.699 137 7.837
Voorlopige realisatie Dotatie Onttrekking Realisatie 31-12-25 -132 5.868 426 -237 1.888 264 -57 -32 312 690 -57 -401 8.068
Begroting 2027 Dotatie Onttrekking -485 -13 -498
31-12-27 4.816 1.888 48 6.752
1-1-28 4.816 1.888 48 6.752
+/-493 -493
1-1-26 5.868 1.888 312 8.068
31-12-28 4.323 1.888 48 6.259
Begroting 2026 Dotatie Onttrekking -567 -251 -818
Meerjarenramingen 1-1-29 +/4.323 -523 1.888 48 6.259 -523
31-12-29 3.800 1.888 48 5.736
31-12-26 5.301 1.888 61 7.250
1-1-30 3.800 1.888 48 5.736
+/-462 -462
31-12-30 3.339 1.888 48 5.275
De hoogte van de voorzieningen per 1 januari 2026 is na verwerking van het voorlopig resultaat 2025. Deze is nog niet definitief, gezien de accountantscontrole en het vaststellen van de jaarstukken 2025 in het Algemeen bestuur. Voor de volledigheid zijn de conceptcijfers 2025 al wel verwerkt in de openingsbalans 2026. Onderstaand volgt de aanvullende toelichting op de voorzieningen. Voorziening Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Gouda In het ontvlechtingsprotocol d.d. 18 december 2009 zijn afspraken gemaakt voor (onder andere) de overdracht van het beroepsbrandweerpersoneel. Voor het beroepsbrandweerpersoneel afkomstig van de gemeente Gouda is een afkoopregeling (‘clean cut’) overeengekomen. Hierdoor ligt de feitelijke verplichting en het financieel risico met betrekking tot het functioneel leeftijdsontslag (FLO) bij de VRHM. Voor de verwachte toekomstige uitgaven is een voorziening gevormd. De omvang van de voorziening is bepaald op basis van de toekomstige verplichtingen en wordt jaarlijks opnieuw berekend. De toekomstige verplichtingen worden gebaseerd op de daarvoor geldende regels en voorwaarden van het FLO-overgangsrecht in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s. In de berekening van de totale voorziening is geen rekening gehouden met de kans op het vervallen van rechten door natuurlijk verloop en het voortijdig uit dienst treden van het beroepsbrandweerpersoneel.
De verplichting van VRHM loopt tot en met 2028. Voorziening Verlofsparen De afspraak over verlofsparen is ingegaan op 1 januari 2022 als gevolg van aanpassing van de CAO 2021-2022. Het bovenwettelijke verlof, overwerkvergoeding, gekochte bovenwettelijke uren, verlofuren uit onregelmatig werken en beschikbaarheidsdienst kunnen door medewerkers worden omgezet in spaarverlof. De voorziening voor verlofsparen is op balansdatum 2025 herijkt. De hoogte betreft het totaal aantal uren dat voor alle medewerkers is omgezet in spaarverlof. De berekening is gebaseerd op de actuele uurlonen per 31 december 2025. 50
Met het spaarverlof krijgen de collega’s de mogelijkheid om uren opzij te zetten voor later. Het spaarverlof is onbeperkt geldig. Voor de meerjarenbegroting zijn dotaties en onttrekking lastig te voorspellen. Daarom is de hoogte van de voorziening constant gehouden. In werkelijk vinden jaarlijks wel mutaties plaats. Voorziening Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) Ingaande 1 januari 2024 is een tijdelijke Regeling voor Vervroegd Uittreden (RVU) overeengekomen. Bij de RVU nemen medewerkers ontslag en volgt er een (maandelijkse) ontslagvergoeding die de ex-medewerker in staat stelt om te overbruggen tot aan de AOW-leeftijd. Bij deelname aan de regeling volgt ontslag. In een op te stellen vaststellingsovereenkomst verklaar je geen WW-uitkering aan te vragen. De begrote uitbetalingen in 2026 en 2027 zijn conform de afgesloten overeenkomsten. Voorziening groot onderhoud In het SVB is vermeld dat VRHM voornemens is om een voorziening te vormen voor het groot onderhoud. Per heden is een bestemmingsreserve beschikbaar voor die uitgaven. Vanwege het feit dat de jaren 2026 en vooral 2027 in het teken staan van het structureel inbedden van de (financiële) processen rondom de onderhoudsplanning, is de invoering van een voorziening per heden nog opportuun. VRHM koerst ook hier naar het omslagpunt per ontwerp-programmabegroting 2028 in de nieuwe beleidsplanperiode.
De hoogte van de voorziening is vooralsnog op nul gehouden.
51
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen 3.2.1 Strategisch Vastgoedbeleid VRHM werkt met een Planning- en Controlcyclus (P&C-cyclus) om investeringsmiddelen voor vastgoed zorgvuldig te plannen, reserveren en verantwoorden. Zo kunnen zowel grote als kleinere projecten – van renovatie tot nieuwbouw – tijdig en met passende financiële dekking worden uitgevoerd. In het najaar van 2025 is het Strategisch Vastgoedbeleid (SVB) vastgesteld. De daarin beschreven uitgangspunten zijn en blijven leidend bij het opstellen van de ontwerp-programmabegroting 2027-2030. Dit zijn onder meer: • Het centraal stellen van de maatschappelijke taak van de veiligheidsregio, waarbij huisvesting primair ondersteunend is aan paraatheid, repressieve inzet en veiligheid; • Het realiseren van gebruikersgerichte en inclusieve werkomgevingen die gezond, veilig en toegankelijk zijn voor medewerkers en vrijwilligers; • Het ontwikkelen en beheren van vastgoed dat technisch toekomstbestendig, duurzaam en energie-efficiënt is, met aandacht voor circulariteit en klimaatbestendigheid; • Het versterken van samenwerking met gemeenten en ketenpartners bij ontwikkeling, beheer en investeringen in vastgoed; • Het sturen op een integrale vastgoedportefeuille waarbij onderhoud, investeringen en gebruik samenhangend worden gepland via het Meerjareninvesteringsplan (MJIP) en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP).
In het SVB staat onder andere vermeld dat het MJIP en het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) jaarlijks geactualiseerd worden. Als onderdeel van de jaarlijkse Planning- & Controlcyclus blijft de investerings- en onderhoudsplannen daarmee actueel. Na actualisatie kunnen bijvoorbeeld aanpassingenoptreden als gevolg van: • Het bijwerken van de (investerings)bedragen van bekende projecten. Bijvoorbeeld na het opvragen van offertes. • De geplande groot onderhoudsprojecten beoordelen op nut-en noodzaak, in relatie tot geplande investeringsprojecten. Bijvoorbeeld dat na een renovatie niet opnieuw groot onderhoud gepland wordt. • Indexatie van geraamde bedragen. In de meerjarenbegroting indexeert VRHM de baten en lasten alleen voor het eerste begrotingsjaar. De meerjarenbegroting blijft vervolgens geïndexeerd. Daarmee dienen we ieder jaar een indexatie van de toekomstige uitgaven op te nemen. • De organisatorisch haalbaarheid van geplande projecten, vooral in de kortere planperiode. • Voor de nieuwe Beleidsplanperiode kunnen, in samenspraak met het Bestuur, eventueel nieuwe uitgangspunten bepaald worden. De jaren 2026 en vooral 2027 staan, wat betreft het Strategisch Vastgoedbeleid, in het teken van het structureel inbedden van de (financiële) processen rondom het onderhoudsplanning.
Hiermee ziet VRHM 2028 als een omslagpunt richting een juiste PDCA-cyclus, dat grip geeft in planning en uitgaven van het noodzakelijke onderhoud. Herziening van het MJOP ten opzichte van het vastgestelde SVB De inventarisatie van het benodigde onderhoud van alle kazernes is in het najaar van 2023 uitgevoerd door een externe partij. De bron van deze inventarisatie gebruikt VRHM per heden nog als uitgangspunt voor zowel het correctief- als het groot onderhoud. Daarbij worden de groot onderhoudsprojecten beoordeeld naar aanleiding geplande investerings- en DUMAVA-projecten. Logischerwijs voert VRHM geen dubbele werkzaamheden uit.
52
Vanuit de onvermijdelijke meerkosten (vanaf 2026) doteert VRHM jaarlijks € 100.000,- aan de bestemmingsreserve om aan de extra groot onderhoudsbehoeften. Vanuit de reserve kunnen een aantal grotere projecten worden gefinancierd in de jaren 2028-2030. In 2027 vindt (naar huidige inschatting) geen onttrekking van de reserve plaats. De onderhoudsbehoeften (veelal correctief) passen in de reguliere beschikbare onderhoudslasten. Onderhoudslasten kapitaalgoederen (bedragen x €1.000)
Voorlopige Begroting realisatie 2025
2026
Begroting 2027
Meerjarenramingen 2028
2029
2030
Gebouwen
1.624
981
928
1.000
1.000
1.000
Vervoersmiddelen
1.205
899
1.127
1.127
1.127
1.127
177
195
200
200
200
200
3.006
2.075
2.255
2.327
2.327
2.327
Persoonlijke functionele uitrusting Totaal Onderhoudslasten kapitaalgoederen
3.2.2 Meerjareninvesteringsplan (MJIP) Meerjareninvesteringsplan (bedragen x € 1.000)
Nieuwbouw Renovaties Totaal Gebouwen Voertuigen Bepakking Vaartuigen Containers en aanhangers Totaal Mobiliteit Kleding Duikapparatuur Verbindingsmiddelen Totaal Persoonlijke Functionele Uitrusting Informatie Technologie Totaal Informatiemanagement Werkplaatsen en PPMO baan Totaal Overig Brandweerzorg Totaal Meerjaren Investeringsplan
Begroting 2027 1.415 1.415 2.851 580 240 3.671 596 596 250 250 5.932
2028 4.850 4.850 4.122 4.122 303 303 348 348 9.623
Meerjarenramingen 2029 2030 9.960 2.525 9.960 2.525 5.407 196 230 5.637 196 330 330 333 593 333 593 356 356 16.616 3.314
Relevante ontwikkelingen Gebouwen Geactualiseerd (voor de ontwerp-programmabegroting 2027) in het MJIP ten opzichte van het vastgestelde SVB 1. In 2026 wordt de praktische haalbaarheid getoetst van de maatregelen in het kader Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA). Tegenover deze maatregelen staan ook subsidiebedragen. De maatregelen betreffen onder meer: warmtepomp, zonnepanelen, boilers en accu’s. Update van de uitgangspunten voor de ontwerp-programmabegroting 2027: a. De DUMAVA-investering voor het kantoor Leiden-Zuid zijn in de uitvoering verdeeld over de 2025 en 2026, waar eerder alleen 2025 was opgenomen. Het grootste deel is al in 2025 uitgevoerd (ruim € 0,15 miljoen), een deel van de werkzaamheden liepen door in 2026. b. Voor de kazerne Hazerswoude zijn de DUMAVA-investeringen haalbaar in 2026.
53
c.
De overig vastgestelde kazernes vanuit het SVB worden in 2027 uitgevoerd. i. Dit betekent een doorschuif van investeringen (met aftrek van subsidie) vanuit 2025 en 2026 naar 2027 à € 0,27 miljoen (kazernes Bergambacht, Haastrecht en Benthuizen). Zevenhuiven blijft staan voor 2027. 2. De aanschaf van noodgeneratoren, in het kader van bedrijfscontinuïteitmanagement, is verplaatst naar 2026. Om continuïteit van onze dienstverlening te garanderen, is de voorbereiding gestart voor de aanschaf van noodgeneratoren. De huidige inschatting is het bedrag (fors) verhoogd moet worden. De aanschaf betreft, volgens onze financiële kaders, een investering. De kapitaalslasten worden gedekt vanuit de reserve Weerbaarheid. 3. De aanschaf van een beveiligingsplatform voor de vier beroepskazernes is doorgeschoven naar 2026. a. De technische implementatie hiervan staat gepland voor 2027. Die implementatie dient uit de jaarlijkse exploitatie gedekt te worden. 4. De verbouwing van kazerne Woubrugge is toegevoegd in het MJIP. De uitvoering hiervan staat gepland in 2026. De regels 5 en 6 hieronder zijn voorlopig nog grove inschattingen. De projecten zijn nog niet gestart en de bedragen zijn ook nog verre van getoetst. In het overzicht op de volgende pagina staan beide projecten wel vermeld in het rood.
Echter, de investeringsbedragen en de kapitaalslasten zijn niet verwerkt in de ontwerp-programmabegroting. De kapitaalslasten kan VRHM op dit moment, binnen de huidige planning, nog niet dragen, gezien de meerjarenbegroting. 5. Voor de kazerne Zwammerdam wordt, na huuropzegging van de gemeente, in samenspraak gezocht naar een alternatieve locatie. In de meerjarenplanning houden we daardoor rekening met een investering in een nieuw gebouw in 2028. De hoogte van de investering schat VRHM in door het naast een vergelijkbare kazerne te leggen, qua grootte. a. Merk op: De investering is wel opgenomen in het meerjaren investeringsplan. Echter, VRHM kan de toekomstige kapitaalslasten van deze investering momenteel niet dragen. Ook de daadwerkelijke uitgaven van € 2 miljoen zijn door VRHM niet op te hoesten. Vandaar dat gekozen is om de investeringsopgave wel weer te geven. Alleen zijn de uitgaven en kosten niet meerjaren begroot. 6. Door veranderingen in bijvoorbeeld beleidsontwikkeling dient VRHM de meerjarenplanning aan te passen. Bijvoorbeeld dient bij de meerjarenraming 2027-2030 rekening gehouden worden met de gebiedsontwikkeling in de regio Katwijk. Deze kazerne was in het SVB nog niet in de horizon opgenomen. De huidige inschatting geeft een mogelijke investering in 2029. a. Merk op: De investering is wel opgenomen in het meerjaren investeringsplan.
Echter, VRHM kan de toekomstige kapitaalslasten van deze investering momenteel niet dragen. Ook de daadwerkelijke uitgaven van € 5 miljoen zijn door VRHM niet op te hoesten. Vandaar dat gekozen is om de investeringsopgave wel weer te geven. Alleen zijn de uitgaven en kosten niet meerjaren begroot. b. Daarbij houden we met elkaar vast aan de uitgangspunten van een natuurlijk moment voor de afweging van een mogelijke overname door VRHM.
54
Hieronder volgt het volledige overzicht met de op dit moment te voorziene investeringen in gebouwen: Regel Locatie
Investering
2026
2027
2028
2029
2030
(bedragen x €1.000) 1
Kazerne Bergambacht
Duurzaamheid: o.a. w armtepomp, zonnepanelen
-
138
-
-
-
2
OD24
Renovatie noodstroomvoorziening (BCM)
-
-
-
-
-
3
BCM
Vaste NSA LDZ 300 kVA
169
-
-
-
-
4
BCM
Vaste NSA GDA 40 kVA
88
-
-
-
-
5
BCM
Vaste NSA APN 40 kVA
71
-
-
-
-
-
150
-
-
-
6
LDN/LDZ/APN/GDA
Beveiligingsplatform - hardw are installatie
7
Leiden-Zuid Kantoor
Duurzaamheid: o.a. Luchtbehandeling + w armtepomp + LED verlichting + Zonnepanelen
44
-
-
-
-
8
Leiden-Zuid OD24
Renovatie OD24
563
938
-
-
-
9
Kazerne Reeuw ijk
Cosmetisch renovatie
250
-
-
-
-
10
Kazerne Schoonhoven
Aankoop gemeentew erf + aankoop grond
1.240
-
-
-
-
11
Kazerne Schoonhoven
Inrichting
85
-
-
-
-
12
Kazerne Schoonhoven
Renovatie bouw kundig & installatietechnisch
612
-
-
-
-
13
Kazerne Schoonhoven
Aansluitkosten nutsvoorzieningen en leges
49
-
-
-
-
14
Kazerne Schoonhoven
Advies, leges en overige voorbereidingskosten
88
-
-
-
-
-
45
-
-
-
-
83
-
-
-
60
-
-
-
-
-
63
-
-
-
Duurzaamheid: o.a. w armtepomp, zonnepanelen, boiler en accu. Duurzaamheid: o.a. w armtepomp, zonnepanelen, boiler en accu. Duurzaamheid: o.a. w armtepomp, zonnepanelen, boiler en accu. Duurzaamheid: o.a. w armtepomp, zonnepanelen en boiler.
15
Kazerne Haastrecht
16
Kazerne Benthuizen
17
Kazerne Hazersw oude
18
Kazerne Zevenhuizen
19
Kazerne Woubrugge
Renovatie
126
-
-
-
-
20
Kazerne Nieuw veen
Nieuw bouw + aankoop grond
-
-
2.850
-
-
21
Kazerne Zw ammerdam
Nieuw bouw (nog onbekend/locatieonderzoeksfase)
-
-
2.000
-
-
22
Kazerne Waddinxveen
Nieuw bouw + aankoop grond
-
-
-
3.210
-
23
ROB Waddinxveen
Nieuw bouw + aankoop grond
-
-
-
1.750
-
24
Kazerne Katw ijk
Nieuw bouw (nog onbekend/locatieonderzoeksfase)
-
-
-
5.000
-
25
Kazerne Ter Aar
Nieuw bouw + aankoop grond Subtotaal investeringen gebouw en
-
-
-
-
2.525
3.444
1.415
4.850
9.960
2.525
Mobiliteit In 2027 wordt voor € 3,7 miljoen geïnvesteerd in brandweermaterieel en werkplaatsen. Er wordt o.a. geïnvesteerd in: o Brandweervaartuigen (€ 0,44 miljoen) o Piketvoertuigen (€ 0,14 miljoen) o Poederblusaanhangers (€ 0,08 miljoen) o Operationeel ondersteuningsvoertuigen (€ 2,48 miljoen) o Vervanging van haakarmbakken en aanhangers (€ 0,24 miljoen). Persoonlijke functionele uitrusting Nieuwe aanschaf van kleding en duikapparatuur volgt in respectievelijk 2028 en 2029. Informatiemanagement De geplande investeringen op het gebied van ICT hebben betrekking op: • De vervanging van laptops, tablets en mobiele telefoons. • Daarnaast vervanging van ROIV-tablets (Repressieve Operationele Informatie Voorziening). Deze worden gebruikt in de brandweervoertuigen.
55
Overige Brandweerzorg VRHM heeft aanpassingen gepland in de ademluchtwerkplaats. Hierbij worden onder andere: • De ademluchtcompressor vervangen (€ 0,17 miljoen) • Onderdelen van de PPMO-baan vervangen (€ 0,09 miljoen)
3.3 Financiering 3.3.1 Algemeen De paragraaf Financiering geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en hoe rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend. Daarnaast wordt ingegaan op de wijze waarop VRHM inhoud geeft aan risicobeheer binnen de treasuryfunctie. De doelstelling van de treasuryfunctie is als volgt geformuleerd: • Het beheersen van de financiële risico’s zoals renterisico’s, liquiditeitenrisico’s en kredietrisico’s. • Het continu verzorgen van voldoende liquiditeit voor de organisatie. • Het minimaliseren van de rentekosten. Geld op de rekening courant wordt per dag afgeroomd en uitgezet bij het Ministerie van Financiën op grond van de Regelgeving Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Het aantrekken van leningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij meerdere financiële instellingen. De veiligheidsregio houdt zich aan de in de ‘Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden’ vermelde normen ten aanzien van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Binnen de taken van de VRHM is geen sprake van grondexploitatie. 3.3.2 Kasgeldlimiet en renterisiconorm Twee elementen uit de ‘Wet Financiering decentrale overheden’ (FIDO) zijn de kasgeldlimiet en de renterisicovorm.
De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeenschappelijke regeling gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. De wet FIDO schrijft voor dat de toezichthouder vooraf geïnformeerd moet worden als de kasgeldlimiet drie op een volgende kwartalen wordt overschreden. Kasgeldlimiet De beperking van het risico wordt door de wetgever bepaald door het stellen van een maximum van 8,2% van het begrotingstotaal per 1 januari van het dienstjaar waarin kort geleend mag worden. De korte rente kan namelijk grote afwijkingen hebben binnen een jaar. In de onderstaande tabel is de limiet voor VRHM in meerjarig perspectief geplaatst. Kasgeldlimiet (bedragen x €1.000) Omvang van de begroting per 01-01 Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Toegestane kasgeldlimiet
Voorlopige realisatie 2025 73.432 8,2% 6.021
Begroting
Begroting
2026 78.839 8,2% 6.465
2027 85.424 8,2% 7.005
Meerjarenramingen 2028 85.424 8,2% 7.005
2029 85.464 8,2% 7.008
2030 85.504 8,2% 7.011
Voor het jaar 2027 is de omvang van de begroting € 85,4 miljoen. Daarmee bedraagt de toegestane kasgeldlimiet € 7,0 miljoen.
56
Kasgeldlimiet
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
(bedragen x €1.000) Kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet conform % BBV Gemiddeld netto vlottende schuld Ruimte of overschrijding
Kw.1 - 2027 7.005 8,2% 6.737 -267
Kw.2 - 2027 7.005 8,2% 6.389 -616
Kw.3 - 2027 7.005 8,2% 6.980 -25
Kw.4 - 2027 7.005 8,2% 8.482 1.477
Bovenstaande tabel geeft aan hoeveel de overschrijding van de kasgeldlimiet volgens de prognose bedraagt of hoeveel VRHM onder de toegestane kasgeldlimiet blijft. Het negatieve saldo duidt aan dat VRHM onder het kasgeldlimiet blijft. Renterisiconorm Het renterisico aangaande de renterisiconorm heeft betrekking op de contractuele renteherzieningen en de aflossingen op de vaste schuld (looptijd vanaf 1 jaar). Uit de tabel blijkt dat VRHM ruimschoots binnen de wettelijk vastgestelde renterisiconorm (20%) blijft. Dit monitoren wij voortdurend. Indien overschrijding dreigt, faseren wij de investeringen. Op basis van onderstaande tabel wordt getoond dat vanaf 2027 meerjaren voldoende ruimte is om de nieuwe en langlopende leningen af te lossen. Renterisiconorm (bedragen x €1.000) Expl oi ta ti ebegroti ng 01-01 Renteri s i conorm % Renteri s i conorm Renteherzi eni ngen Afl os s i ngen bes ta a nde l eni ngen Renteri s i co Rui mte onder de renteri s i conorm
Voorlopige realisatie 2025 73.432 20% 14.686 -3.470 -3.470 11.216
Begroting
Begroting
2026 78.839 20% 15.768 -4.065 -4.065 11.703
2027 85.424 20% 17.085 -4.220 -4.220 12.865
Meerjarenramingen 2028 85.424 20% 17.085 -4.560 -4.560 12.525
2029 85.464 20% 17.093 -5.170 -5.170 11.923
2030 85.504 20% 17.101 -5.181 -5.181 11.920
57
3.3.3 Stand der leningen en financieringspositie De leningenportefeuille dient voornamelijk ter financiering van de investeringen op het gebied van huisvesting en vervanging van het wagenpark. Stand van de geldleningen
Voorlopige realisatie 2025
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
2029
2030
59.515 -3.470 56.045
56.045 -3.480 52.565
61.730 -3.950 57.781
62.011 -4.230 57.781
62.951 -4.570 58.381
67.781 -5.181 62.600
Mutaties leningen Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Saldo
-
9.750 -585 9.165
4.500 -270 4.230
5.500 -330 5.170
10.000 -600 9.400
-
Totaal overzicht geldleningen Stand per 1 januari Aan te trekken leningen Te betalen aflossingen Stand per 31 december
59.515 -3.470 56.045
56.045 9.750 -4.065 61.730
61.730 4.500 -4.220 62.011
62.011 5.500 -4.560 62.951
62.951 10.000 -5.170 67.781
67.781 -5.181 62.600
(bedragen x €1.000)
Leningenportefeuille Bestaande leningen Stand per 1 januari Te betalen aflossingen Stand per 31 december
Meerjarenramingen
In de jaren 2024 en 2025 zijn geen extra externe financieringen aangetrokken. Aflossingen hebben, in lijn met de contracten, wel plaatsgevonden. In 2027 is, gezien de investeringsbehoefte, wel noodzaak tot aantrekken van externe financiering. Op basis van de geplande investeringen vanaf 2028 is behoefte aan extra kapitaal om de investeringen te financieren. Daarnaast is de financieringsbehoefte in 2026 hoger dan in de Programmabegroting van 2026 weergegeven. Dit komt onder meer door het niet aantrekken van financiering in 2025. Met daarbij een incidentele ontvangst in 2025, die in 2026 terugbetaald is. 3.3.4 Rentetoerekening Rentetoerekening Renteresultaat (bedragen x €1.000) Externe rentelasten Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten Doorbelaste rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen Vermogen Rente over Voorzieningen Rente over het Eigen Vermogen en Voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Aan taakvelden toegerekende rente Renteresultaat op het taakveld Treasury Waardevaste activa per 31 december Omslagrente
Begroting 2026 1.620 0 1.620 1.620 -1.620 75.437 2,15%
Begroting 2027 1.267 -200 1.067 1.067 -1.067 73.948 1,71%
Meerjarenramingen 2029 2030 1.801 1.678 -200 -200 1.601 1.478 1.407 1.601 1.478 -1.407 -1.601 -1.478 73.733 77.127 71.920 2,18% 2,34% 2,33% 2028 1.607 -200 1.407
58
Toelichting: Voor de toerekening van de rentelasten maakt de VRHM gebruik van de rente-omslag-methode. Het totaal van de rentelasten wordt ‘omgeslagen’ over het geheel van de investeringen, zijnde de totale waarde van de activa per 31 december. De rentelasten betreffen het totaal van de rentelasten op de langlopende geldleningen. De omslagrente 2027 bedraagt naar verwachting 1,71% en loopt op tot 2,32% in 2030. De VRHM kent alleen externe rentelasten op langlopende leningen. Deze worden volledig toegerekend aan de programmataken. Rente over het eigen vermogen of over voorzieningen worden niet toegerekend. 3.3.5 Financiële kengetallen Financiële kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Begrote structurele exploitatieruimte
Voorlopige realisatie 2025 65,6% 11,1% 2,5%
Begroting
Begroting
2026 72,3% 9,4% 0,0%
2027 70,8% 7,8% 0,0%
Meerjarenramingen 2028 72,4% 6,7% 0,0%
2029 77,6% 5,8% 0,0%
2030 72,6% 5,5% 0,0%
De bovenstaande tabel geeft een structurele exploitatieruimte van 0% weer. Er is sprake van een sluitend financiële begroting, zonder een tekort of overschot. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRHM ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten, inclusief aflossingen binnen de ruimte in de exploitatie. Vanaf 2026, gezien de ontwikkeling van de schulden als gevolg van investeringsbehoefte, is noodzaak tot aantrekken van externe financiering. Dat is tevens de oorzaak van de stijgende netto schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate weer, waarin VRHM op lange termijn in staat is aan de financiële verplichtingen (schulden) kan voldoen. Het geeft de verhouding weer tussen eigen vermogen en het totale vermogen en toont de financiële gezondheid en buffervermogen aan. De solvabiliteitsratio is, zeker in vergelijking met andere veiligheidsregio’s, relatief laag. Dit wordt veroorzaakt door een relatief hoge (externe) financiering ten opzichte van de reserves. De financiering was voornamelijk noodzakelijk voor het brandweermaterieel. In de (nabije) toekomst komt hier ook de investeringen voor het vastgoed bij. De lichte verbetering van de jaren 2025 en 2026 komt ook hier voort uit het niet aantrekken van extra externe financiering.
Met daarbij het positieve exploitatieresultaat 2025 met een intentiebesluit om toe te voegen aan de bestemmingsreserves. Vanaf 2027 daalt de ratio, ook weer gezien de eerder toegelichte investeringsbehoefte. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is een vergelijking van het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. De exploitatieruimte wordt in bovenstaande tabel als percentage uitgedrukt. De begrote structurele exploitatieruimte is het begrotingssaldo na verwerking van de mutaties aan reserves. In 2027 (en meerjaren) bedraagt de begrote structurele exploitatieruimte nul.
3.4 Bedrijfsvoering Vanaf paragraaf 2.2 ‘Programmaplan Meldkamer Brandweer’ wordt nader uiteengezet wat de doelen en prestaties zijn die VRHM binnen de primaire processen wil realiseren. In paragraaf 2.8 worden de 12 ontwikkelopgaven nader toegelicht.
59
3.5 Verbonden partijen In deze paragraaf worden de partijen benoemd waarmee VRHM een bestuurlijke en financiële band heeft. Er is sprake van financieel belang als aan een verbonden partij middelen ter beschikking is gesteld die niet verhaalbaar zijn indien de verbonden partij failliet gaat (art. 1 lid c BBV). Er is sprake van een bestuurlijk belang in het geval van zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging, hetzij uit hoofde van stemrecht (art. 1 lid d BBV). In 2027 kent VRHM twee verbonden partijen: • Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). • Expertisebureau Risicobeheer. Bij beide partijen ontbreekt het bestuurlijke belang. VRHM doet jaarlijks een bijdrage aan de hierboven genoemde partijen. Gemeenschappelijke belangen De Veiligheidsregio behartigt, op grond van de vastgestelde gemeenschappelijke regeling, de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen: • De brandweerzorg. • Het inrichten en in stand houden van de gemeenschappelijke meldkamer. • De geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. • De multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing. • De samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding.
Conform artikel 51 van de Gewijzigde Gemeenschappelijke regeling VRHM geldend per 1 januari 2014 waarborgen dan wel stellen zich garant voor betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio.
60
4 Financiële begroting 4.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting Onderstaand overzicht is een weergave van de baten en lasten (inclusief overhead) per programmataak binnen het programma Fysieke Veiligheid. De baten en lasten exclusief overhead staan vermeld in paragraaf 2.9.5, ‘kosten van overhead’. Wat gaat het kosten? (bedragen x €1.000)
Baten programmataak fysieke veiligheid Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage (BDUR) Rijksbijdrage (aanvullende BDUR) Overige rijksbijdrage Overige bijdragen
Voorlopige realisatie 2025 -79.312 -67.118 -7.974 -2.388 -1.832
Begroting
Begroting
Meerjarenramingen
2026 -79.414 -68.293 -7.400 -2.430 -1.291
2027 -85.424 -71.735 -8.560 -2.536 -1.400 -1.193
2028 -85.424 -71.735 -8.560 -2.536 -1.400 -1.193
2029 -85.464 -71.735 -8.560 -2.536 -1.440 -1.193
2030 -85.504 -71.735 -8.560 -2.536 -1.480 -1.193
Lasten programmataak fysieke veiligheid Programmataken Totaal Programmataken Meldkamer Brandweer Brandweerzorg Risico- en Crisisbeheersing Bevolkingszorg GHOR
77.444
79.810
86.811
86.453
86.058
85.987
50.767 1.353 38.949 7.732 790 1.943
53.543 1.557 40.135 8.962 903 1.985
57.976 1.629 41.949 10.980 1.131 2.287
57.799 1.629 41.906 10.846 1.131 2.287
57.786 1.629 41.983 10.756 1.131 2.287
57.831 1.629 42.093 10.691 1.131 2.287
Totaal Management & Ondersteuning Directie & Staf Bedrijfsvoering
26.677 5.478 21.199
26.267 4.907 21.360
28.835 5.812 23.022
28.654 5.927 22.727
28.272 5.942 22.330
28.156 5.957 22.200
Geraamd saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves
-1.868 -150
396 173 -569
1.386 173 -1.560
1.028 173 -1.202
594 173 -767
483 173 -656
Geraamd resultaat voor bestemming VPB
-2.018 -
-0 -
-0 -
-0 -
0 -
0 -
Geraamd resultaat
-2.018
-0
-0
-0
0
0
Toelichting op de baten en lasten De ontwerp-programmabegroting is opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het jaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Gemeentelijke bijdrage Voor het jaar 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 zijn de bestuurlijke uitgangspunten bepalend. De gemeentelijke bijdragen van 2027 is inclusief de bijdrage voor de programmataak GHOR. Daarbij zijn ook de bijdrage aan Slachtofferhulp in opgenomen.
61
De indexatie van 2026 naar 2027 bedraagt 4,98%. Per gemeente kan de individuele indexatie verschillen, zoals op pagina 8 vermeld. BDuR Uit de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt een deel van de uitgaven aan Brandweer en Crisisbeheersing (inclusief het geneeskundige deel) op regionaal niveau bekostigd. Op basis van het, bij de start van het Kabinet Schoof opgestelde, Hoofdlijnenakkoord is de BDuR met ingang van 2026 met 10% gekort, evenredig over alle onderdelen. Deze korting heeft zich voor VRHM vertaalt in € 0,72 miljoen minder inkomsten vanuit het Rijk, loon-prijsbijstelling daargelaten. De BDuR is vanaf 2027 landelijk structureel opgehoogd met € 25 miljoen (VRHM: € 0,98 miljoen). Deze verhoging is gealloceerd voor de (extra) taken van de veiligheidsregio bij de programmataak Risico- en crisisbeheersing. Daarnaast is een landelijk bedrag, meerjaren oplopend naar € 37 miljoen, beschikbaar. De toekenning heeft als doel ‘de noodsteunpunten en burgerhulpverlening’. Afgerond is daarvoor € 1,4 miljoen beschikbaar voor via VRHM. De baten en lasten zijn jaarlijks budgetneutraal opgenomen. Overige bijdragen De overige bijdragen bestaan onder meer uit: • Bijdrage USAR; • Bijdrage STH; • Bijdrage Complete Lijn Uitschakeling (25kV).
De afname van de overige bijdragen ten opzichte van 2026 van € 0,1 miljoen wordt veroorzaakt doordat in 2027 geen van verkoopwinst van materiële activa voorzien is, in combinatie met een verlaging van de rentebaten. Uitgaven in lasten van de programmataken, directie & Staf en bedrijfsvoering De lasten in de ontwerp-programmabegroting 2027 nemen minimaal toe. Zie de toelichting in de beleidsbegroting per programmataak. VBP Vennootschapsbelasting is niet van toepassing.
62
4.2 Verdeling naar de verschillende taakvelden Een uniforme indeling van de ontwerp-programmabegroting in taakvelden wordt voorgeschreven om te komen tot een verbeterde interne sturing en betrouwbare informatie, onder andere op basis van externe vergelijkbaarheid. Taakveld (bedragen x €1.000)
Baten: fysieke veiligheid 0.4 Overhead 0.5 Treasury 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid
Vorlopige Begroting realisatie 2025 2026 -79.313 79.414 -498 200 -78.815 79.214 -
Begroting
Meerjarenramingen
2027 -85.424 -200 -85.224 -
2028 -85.424 -200 -85.224 -
2029 -85.464 -200 -85.264 -
2030 -85.504 -200 -85.304 -
Lasten: fysieke veiligheid 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.8 Onvoorzien 1.1 Crisisbeheersing en brandweerzorg 1.2 Openbare orde en veiligheid 8.3 Wonen en bouwen Saldo voor bestemming: fysieke veiligheid Mutatie reserves: fysieke veiligheid 0.10 Mutaties Reserves
77.443 122 16.708 1.327 59.286 -
79.810 57 15.982 1.640 62.131 -
86.811 18.696 1.401 66.713 -
86.453 17.657 1.450 67.345 -
86.058 17.282 1.573 67.203 -
85.987 17.046 1.528 67.413 -
-1.870 -150
396 -396
-1.387 1.387
-1.029 1.029
-594 594
-483 483
Resultaat na bestemming: fysieke veiligheid VPB
-2.020 -
0 -
0 -
0 -
0 -
0 -
Resultaat na belasting: fysieke veiligheid
-2.020
0
0
0
0
0
63
4.3 Geprognosticeerde balans en toelichting De geprognosticeerde begin- en eindbalans van de begrotingsjaren geeft meerjarig inzicht in de ontwikkelingen van de investeringen, het aanwenden van reserves en de daarmee samenhangende financieringsbehoefte. Geprognosticeerde balans per 31-12 (bedragen x € 1.000,-)
Voorlopige realisatie 2025
Begroting
Begroting
2026
2027
Meerjarenramingen 2028
2029
2030
73.948 7.014 80.962 3.390 250 1.373 5.013
73.733 6.663 80.396 2.878 200 1.308 4.386
77.127 6.312 83.439 3.076 250 1.216 4.542
71.920 5.961 77.881 3.061 300 1.316 4.677
87.327
85.975
84.782
87.981
82.558
9.926 2.305 5.422 2.199 8.067 56.045 74.038 12.020 3.009 15.029
8.071 1.905 6.166 7.250 61.730 77.051 7.593 2.683 10.276
6.684 1.905 4.779 6.752 62.011 75.447 8.482 2.046 10.528
5.655 1.905 3.750 6.259 62.951 74.865 8.276 1.642 9.917
5.061 1.905 3.156 5.736 67.781 78.578 8.165 1.237 9.402
4.578 1.905 2.673 5.275 62.600 72.453 8.771 1.334 10.105
89.067
87.327
85.975
84.782
87.981
82.558
Activa (i m) Ma teri ël e va s te a cti va met econ. Fi na nci ël e va s te a cti va : Ui tzetti ngen > Totaal Vaste Activa Ui tzetti ngen < 1 ja a r Li qui de mi ddel en Overl opende a cti va Totaal Vlottende Activa
72.806 7.716 80.522 6.476 445 1.624 8.545
75.437 7.365 82.802 2.653 300 1.573 4.526
Totaal Activa
89.067
Passiva Ei gen vermogen Algemene reserve (eigen vermogen) Bestemmingsreserve (eigen Gerealiseerd resultaat (eigen Voorzi eni ngen Va s te s chul d Totaal Vaste Passiva Vl ottende s chul d Overl opende pa s s i va Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva
Toelichting op de balans De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende balanspost anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Materiële Vaste Activa Investeringen met economisch nut worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Bij VRHM is er alleen sprake van investeringen met economisch nut. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Dat is bijvoorbeeld het geval bij investeringen met een DUMAVA-subsidie. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De afschrijving start in het kalenderjaar na ingebruikname van de activa, conform regelgeving in de financiële vordering.
64
Het verloop van de materiële vaste activa:
Materiële vaste activa (bedragen x €1.000,-)
1-1-26
Gronden en terrei nen Gebouwen Mobi l i tei t ICT-mi ddel en Overi ge ma t. va s te a cti va Totaal
2.160 24.255 31.308 943 14.139 72.806
Materiële vaste activa (bedragen x €1.000,-)
1-1-28
Gronden en terrei nen Gebouwen Mobi l i tei t ICT-mi ddel en Overi ge ma t. va s te a cti va Totaal
2.160 26.673 32.958 1.101 11.055 73.948
Materiële vaste activa (bedragen x €1.000,-)
1-1-30
Gronden en terrei nen Gebouwen Mobi l i tei t ICT-mi ddel en Overi ge ma t. va s te a cti va Totaal
2.160 31.330 37.896 732 5.009 77.127
Begroting Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en 31-12-26 (investeringen) afschrijvingen) 2.160 3.652 1.222 26.685 3.051 2.445 31.915 173 285 832 1.900 2.194 13.845 8.777 6.146 75.437
1-1-27 2.160 26.685 31.915 832 13.845 75.437
Begroting Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en 31-12-27 (investeringen) afschrijvingen) 2.160 1.415 1.427 26.673 3.671 2.627 32.958 596 326 1.101 250 3.040 11.055 5.932 7.422 73.948
Meerjarenraming Verminderingen Verminderingen Vermeerderingen Vermeerderingen (desinvestering en 31-12-28 1-1-29 (desinvestering en 31-12-29 (investeringen) (investeringen) afschrijvingen) afschrijvingen) 2.160 2.160 2.160 2.850 1.501 28.022 28.022 4.960 1.653 31.330 4.122 2.473 34.607 34.607 5.637 2.348 37.896 348 480 969 969 333 570 732 303 3.384 7.974 7.974 686 3.651 5.009 7.623 7.838 73.733 73.733 11.616 8.221 77.127
Meerjarenraming Verminderingen Vermeerderingen (desinvestering en 31-12-30 (investeringen) afschrijvingen) 2.160 2.525 1.943 31.912 196 2.092 35.999 593 654 671 3.832 1.177 3.314 8.521 71.920
Toelichting van het verloop van de materiële vaste activa: VRHM beschikt alleen over materiële vaste activa met economische nut. De materiële vaste activa wordt in 5 categorieën onderverdeeld. De boekwaarde van de materiële vaste activa neemt in 2027 toe. Dat is als gevolg van de investeringen die voor 2027 zullen plaatsvinden. In 2028 neemt de materiële vaste activa af. Vanaf 2029 nemen de investeringen wederom toe als gevolg van nieuwe investeringen.
65
De gehanteerde afschrijvingstermijnen (op basis van de lineaire afschrijvingsmethode) bedragen in jaren: Soort activum Gronden en terreinen Gebouwen Mobiliteit Persoonlijke Functionele Uitrusting (PFU) ICT-middelen
Jaren 10-40 5-15 2-20 3-10
Financiële Vaste Activa Overige uitzettingen met een rente typische looptijd van korter dan één jaar of van één jaar of langer worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzettingen < 1 jaar en overlopende activa Vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. Liquide middelen Liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene - en bestemmingsreserves. Het begrote eigen vermogen neemt in 2026 toe door dotaties aan de algemene - en bestemmingsreserve. Vaste schuld De vaste schuld neemt in de meerjarenraming jaarlijks toe. Dit wordt veroorzaakt door nieuwe leningen van VRHM. Vlottende schuld De vlottende schuld van VRHM neemt jaarlijks af. De kort lopende schulden worden in 2027 afgelost en blijven in de meerjarenraming structureel laag. Grote investeringen worden met vaste schulden gefinancierd. De vaste – en vlottende schulden samen blijven jaarlijks bijna gelijk, behalve in 2029 wanneer extra financiering wordt aangetrokken. Overlopende passiva De overlopende passiva heeft betrekking op verplichtingen die in het jaar 2027 worden opgebouwd en in het volgend jaar tot betaling komen. De overlopende passiva is vanaf 2026 bijna ieder jaar bijna gelijk en neemt in 2029 toe.
66
4.4 Incidentele baten en lasten Incidentele baten en lasten (bedragen x €1.000) Subtotaal Incidentele lasten
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
Meerjarenramingen 2029 2030
300
1.323
417
190
40
Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM
-
100
-
-
-
Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering
300
212
78
-
-
-
1.011
340
190
40
Subtotaal toevoeging aan reserves
173
173
173
173
173
Groot Onderhoud Gebouwen
100
100
100
100
100
Tweede Loopbaanbeleid
73
73
73
73
73
473
1.496
590
363
213
-
-
-
-
-
419
1.410
1.052
617
506
Ontwikkel en Innovatiebudget VRHM
-
100
-
-
-
Wendbare en Weerbare Bedrijfsvoering
300
212
78
-
-
Groot Onderhoud Gebouwen
28
-
429
401
441
Tweede Loopbaanbeleid
91
87
206
26
26
Weerbaarheid & BCM
Totaal incidentele lasten Subtotaal incidentele baten ….... Subtotaal Incidentele baten ….... Subtotaal onttrekking aan reserves
Weerbaarheid & BCM
-
1.011
340
190
40
Totaal incidentele baten
419
1.410
1.052
617
506
54
86
-462
-254
-293
Begroting
Begroting
2026
2027
A. Saldo incidentele baten en lasten Structurele reservemutaties (bedragen x €1.000) Subtotaal toevoeging aan reserves
2028
Meerjarenramingen 2029 2030
-
-
-
-
-
Subtotaal onttrekking aan reserves
150
150
150
150
150
Kapitaallasten Meldkamer HM
150
150
150
150
150
B. Saldo structurele reservemutaties
-150
-150
-150
-150
-150
…....
Structurele begrotingssaldo (bedragen x €1.000, tenzij anders vermeld)
Begroting
Begroting
2026
2027
2028
Meerjarenramingen 2029 2030
C. Resultaat / geraamd saldo baten en lasten
396
-1.387
-1.029
-594
-483
D. Mutaties aan reserves
-396
1.387
1.029
594
483
E. Begrotingssaldo na bestemming (C + D = E)
-
0
0
0
0
A. Saldo Incidentele baten en lasten
54
86
-462
-254
-293
F. Begrotingssaldo voor bestemming
54
86
-462
-254
-293
67
Toelichting: De bovenstaande tabel geeft inzicht in de incidentele en structurele baten en lasten, de mutaties aan de reserves en het begrotingssaldo weer. Alle incidentele lasten hebben een incidenteel karakter. In de jaren 2027 tot en met 2030 is er sprake van diverse incidentele lasten die met incidentele onttrekkingen uit de reserves worden gedekt. Op basis van de huidige begroting beschikt VRHM niet over aanvullende middelen om stijgen van incidentele lasten met structurele baten te dekken. VRHM heeft één structurele onttrekking, dit heeft betrekking op de overname van de meldkamer Leiden Zuid. De opgenomen baten en lasten in het overzicht voldoen aan de criteria van incidentele baten en lasten in de Notitie Structurele en Incidentele Baten en Lasten van de Commissie BBV.
68
5 Bijlagen 1. Overzicht inwonersbijdrage per gemeente
Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Eindtotaal
Aantal inwoners 11-2025 115.773 37.209 76.514 22.786 29.316 67.089 57.798 130.638 27.751 23.582 29.521 45.929 26.058 38.411 25.900 35.031 10.141 48.726 848.173
Brandweerzorg en crisisbeheersing
Meldkamer BrW
Bevolkingszorg
GHOR
8.687.391 2.897.679 6.258.367 1.662.290 2.315.284 4.648.930 4.158.192 13.988.094 2.267.401 1.819.749 1.951.317 3.733.475 1.865.172 2.713.772 1.927.984 2.316.780 818.154 3.462.200 67.492.231
205.984 66.202 136.134 40.541 52.159 119.365 102.835 232.432 49.375 41.957 52.524 81.717 46.363 68.341 46.081 62.327 18.043 86.694 1.509.074
112.027 36.005 74.038 22.049 28.367 64.918 55.928 126.411 26.853 22.819 28.566 44.443 25.215 37.168 25.062 33.898 9.813 47.149 820.727
298.250 95.856 197.112 58.700 75.523 172.832 148.897 336.544 71.491 60.751 76.051 118.320 67.130 98.953 66.722 90.245 26.125 125.526 2.185.029
Aanv. bijdrage Slachtofferhulp
Totale bijdrage
3.869 1.287 2.771 742 1.028 2.082 1.857 6.099 1.004 809 877 1.654 833 1.214 859 1.042 363 1.548 29.938
9.307.521 3.097.029 6.668.422 1.784.322 2.472.361 5.008.127 4.467.709 14.689.580 2.416.124 1.946.085 2.109.335 3.979.609 2.004.713 2.919.448 2.066.708 2.504.292 872.498 3.723.117 72.037.000
69
2. EMU-saldo
Centraal Bureau voor de Statistiek
Berekening EMU-saldo Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden
Algemene gegevens: Overheidslaag:
Gemeenschappelijke Regeling
Berichtgevernaam:
Veiligheidsregio Hollands Midden
Berichtgevernummer:
50676
Jaar:
2026
Omschrijving
2026
2027
2028
x € 1000,-
x € 1000,-
x € 1000,-
Volgens begroting 2026
Volgens begroting 2027
Volgens begroting 2028
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-1.308
-1.387
-1.029
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
2.631
-1.489
-215
3.
Mutatie voorzieningen
818
-498
-493
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste
100
-
-
3.221
396
1.306
Prognose EMU-saldo
70
3. Overzicht bijdrage Slachtofferhulp per gemeente
Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Eindtotaal
Aantal inwoners 1-12025
Bijdrage Slachtofferhulp Nederland 2026
115.773 37.209 76.514 22.786 29.316 67.089 57.798 130.638 27.751 23.582 29.521 45.929 26.058 38.411 25.900 35.031 10.141 48.726 848.173
33.813 10.755 22.281 6.712 8.579 19.695 16.995 38.266 8.157 6.896 8.677 13.451 7.632 11.314 7.537 10.000 2.862 14.071 247.692
Mutatie o.b.v. aantal inwoners 237 188 222 -11 44 36 4 156 4 40 6 57 32 -17 81 303 120 260 1.763
Bijdrage Slachtofferhulp NL op basis van wijziging van het aantal inwoners
Indexatie: 4,98 %
34.050 10.944 22.503 6.702 8.622 19.732 16.999 38.422 8.162 6.936 8.682 13.508 7.664 11.297 7.617 10.303 2.983 14.331 249.456
1.694 544 1.120 333 429 982 846 1.912 406 345 432 672 381 562 379 513 148 713 12.411
Bijdrage Aanv. bijdrage per Bijdrage Slachtofferhulp inwoner Slachtofferhulp Nederland 2027 3,5% Nederland 2027 35.744 11.488 23.623 7.035 9.051 20.713 17.845 40.334 8.568 7.281 9.114 14.180 8.045 11.859 7.996 10.816 3.131 15.044 261.867
4.086 1.313 2.701 804 1.035 2.368 2.040 4.611 980 832 1.042 1.621 920 1.356 914 1.236 358 1.720 29.938
39.830 12.801 26.324 7.839 10.086 23.081 19.885 44.945 9.547 8.113 10.156 15.801 8.965 13.215 8.911 12.052 3.489 16.764 291.805
71
4. Overzicht naar IV-3 rapportage Begroting 2027
Ec. Cat.
49.180
1.1
Duurzame goederen
-
3.2
Ingeleend personeel
1.652
3.5.1
Overige goederen en diensten
19.923
3.8
-
4.3.x
Arbeid Salarissen en sociale lasten Materieel
Inkomensoverdrachten TOTAAL: Verhouding:
69.103 Bedragen
Procenten
Arbeid
49.180
69,5%
Materieel
21.575
30,5%
5. Ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage op basis van de Cebeon-norm Jaarlijks vergelijken wij de bedragen die de gemeenten ontvangen vanuit het gemeentefonds voor de taken van de veiligheidsregio in relatie tot onze gemeentelijke bijdragen. Binnen VRHM de ‘Cebeon-norm’ genoemd. De vergelijking doen we op basis van de openbare septembercirculaire gemeentefonds 2025. In 2027 geeft dit vooralsnog een verschil van € 6,5 miljoen dat de gemeenten in totaliteit meer ontvangen. Vooralsnog, omdat de gemeenten nog één jaar extra geïndexeerd worden van het Rijk. Cebeon-norm (septembercirculaire 2025)