Wat zijn dat eigenlijk, geloofsbrieven
Tekst van het document
Wat zijn dat eigenlijk: ‘geloofsbrieven’? Wat wordt met een geloofsbrief bedoeld? Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan de benoemde kennis van zijn benoeming. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt. Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overgelegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en -datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet. Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie die de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit aan de raad. Iemand die nog geen ingezetene is van de gemeente mag op de kieslijst staan, maar hij moet bij de kandidaatstelling een verklaring hebben ondertekend dat hij bereid is te verhuizen naar de gemeente waar hij raadslid wil worden.
Ook kan deze persoon benoemd worden, tenzij hij verklaart dat hij niet voor benoeming in aanmerking wenst te komen (bijvoorbeeld omdat hij bij nader inzien toch niet bereid is te verhuizen). Vervolgens dient bij het geloofsbrievenonderzoek (dus na de verkiezingen) vastgesteld te worden of de persoon ook daadwerkelijk in de gemeente woont. Is dat niet zo, dan kan betrokkene geen raadslid worden. Het is immers één van de vereisten van het lidmaatschap dat een raadslid woont in de gemeente. Artikel 10 Gemeentewet geeft geen mogelijkheden tot uitstel of een termijn waarbinnen betrokkene moet verhuizen. Indien bij het geloofsbrievenonderzoek blijkt dat hij niet in de gemeente woont, wordt hij niet toegelaten als raadslid en dient een andere kandidaat tot raadslid te worden benoemd. Onverenigbare betrekkingen Op grond van artikel V 4 van de Kieswet wordt bij het onderzoek van de geloofsbrieven nagegaan of de benoemde geen met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult. Voor het raadslid gelden op grond van artikel 13, eerste lid Gemeentewet de volgende incompatibiliteiten (onverenigbare betrekkingen in Kieswettermen): minister staatssecretaris lid van de Raad van State lid van de Algemene Rekenkamer Nationale ombudsman substituut-ombudsman Commissaris van de Koning gedeputeerde secretaris van de provincie griffier van de provincie burgemeester wethouder lid van de rekenkamer
gemeentelijk ombudsman of lid van de ombudscommissie ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt Een raadslid mag wel ambtenaar van de burgerlijke stand zijn, of uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verrichten, of werkzaam zijn voor een school voor openbaar onderwijs. Raadslid EN wethouder Een raadslid mag gedurende een korte periode tevens wethouder zijn. Dat is het geval indien een zittende wethouder na de verkiezingen raadslid is geworden. Bij de collegevorming zal deze persoon, in het geval hij zou kunnen doorgaan als wethouder, moeten kiezen tussen het raadslidmaatschap en de functie van wethouder. De uitzondering heeft dus betrekking op de periode na verkiezingen dat de wethouder demissionair is en geldt uitsluitend voor zover betrokkene raadslid en wethouder is in dezelfde gemeente. Het wethouderschap in de ene gemeente is in geen geval te verenigen met het raadslidmaatschap in de andere gemeente. Daarnaast zijn er ook verboden handelingen voor een raadslid. Deze zijn opgenomen in artikel 15 van de Gemeentewet. Als hiervan sprake is op het moment van aanvaarding van het raadslidmaatschap zal hiervoor een oplossing gezocht moeten worden door de benoemde persoon voordat hij of zij daadwerkelijk als lid kan worden toegelaten.
Zo zal bijvoorbeeld een advocaat die werkzaam is in een geschil ten behoeve van de gemeente dan wel de wederpartij de zaak kunnen overdragen aan een collega. De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast, waarin bijvoorbeeld wordt aangegeven welke nevenfuncties wel of niet aanvaardbaar zijn. Is een strafblad een probleem? Nee, dit maakt geen onderdeel uit van het geloofsbrievenonderzoek. Ook als er een rechtszaak loopt tussen een benoemd raadslid en de gemeente is dat geen reden om een raadslid niet toe te laten. Het is aan de politieke partij om kandidaten te selecteren en te screenen en te bepalen of iemand de partij kan vertegenwoordigen. Daarnaast heeft de kiezer natuurlijk de vrijheid om deze omstandigheid al dan niet bij het maken van zijn stemkeuze te betrekken. Wat als bijvoorbeeld fraude vermoed wordt? De gemeente heeft hier geen rol in. Politieke partijen zijn verantwoordelijk voor de samenstelling van de kandidatenlijsten en voor de screening van de personen die op de lijst geplaatst worden. Daarnaast heeft de kiezer natuurlijk de vrijheid om deze omstandigheid al dan niet bij het maken van zijn stemkeuze te betrekken. Ook bij het geloofsbrievenonderzoek is het vermoeden van fraude geen reden om iemand niet te benoemen.
Het is vooral de fractie die in gesprek kan gaan met de betreffende persoon om deze te bewegen om zijn zetel niet in te nemen of op te geven, mochten er bewijzen van fraude zijn.