Was/Wordt overzicht - Verordening Adviescommissie Omgevingskwaliteit
Tekst van het document
Bijlage 2 Was/wordt versie Verordening ‘Adviescommissie Omgevingskwaliteit Texel’ De nieuwe verordening conform de Omgevingswet is volgens VNG model opgesteld, daarin zijn geen wijzigingen aangebracht. Maar daardoor heeft de nieuwe verordening een andere indeling van de artikelen dan in de ‘oude’ verordening. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen? De verordening is opgesteld volgens VNG model, waarbij in de opzet geen wijzigingen zijn aangebracht. De regels t.a.v. samenstelling, benoeming en inrichting in de nieuwe verordening komen in hoofdlijnen overeen met de huidige verordening. • De nieuwe verordening is alleen beknopter, omdat het ‘reglement van orde’ (werkwijze van de commissie) geen onderdeel meer uitmaakt van de verordening. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van de nieuwe verordening zelf vast in een ‘reglement van orde’ (Paragraaf 6, artikel 12). • In paragraaf 4 artikel 5, blijft de benoemingstermijn van 4 jaar en herbenoemingstermijn van 4 jaar hetzelfde, maar geeft artikel 5.3 en 5.4 meer mogelijkheden om leden te herbenoemen. Dit is wenselijk om op basis van deze mogelijkheden leden woonachtig op het eiland (maatschappelijke binding) en/of met een bepaalde expertise te kunnen herbenoemen. Was/wordt versie:
Paragraaf 1.
Algemene bepalingen (nieuw)
Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, genaamd Commissie Omgevingskwaliteit; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - wet: de Omgevingswet.
1.
Taakomschrijving
Artikel 1.1 Onafhankelijkheid 1. De Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit (verder te noemen ‘de commissie’) is een door het college van burgemeester en wethouders benoemde onafhankelijke adviescommissie. Wordt: Artikel 2.1 De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2. De leden zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan de adviezen over ruimtelijke kwaliteit kunnen worden beïnvloed. Wordt:Artikel 4.6. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. 3. Indien een commissielid in enige vorm betrokken is bij een te beoordelen plan maakt het lid deze betrokkenheid tijdig kenbaar en wordt het plan behandeld zonder inbreng van het betreffende lid. Hiervan wordt in het advies melding gemaakt. Indien de voorzitter van de commissie dit nodig acht wordt het betreffende lid vervangen door een plaatsvervanger. Wordt: Artikel 8.4.
Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
Artikel 1.2 Taakomschrijving 1. De commissie voert de taken uit die zijn omschreven in artikel 9.1 van de gemeentelijke bouwverordening. 2. Ten aanzien van de welstandsadvisering geldt het volgende: a. De commissie is de welstandscommissie van de gemeente, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Woningwet. De commissie adviseert burgemeester en wethouders over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen. b. De commissie beoordeelt op verzoek van burgemeester en wethouders of het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats in strijd is met de redelijke eisen van welstand. c. De commissie is hierbij gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid en baseert welstandsadviezen uitsluitend op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria, of op expliciet als welstandscriteria omschreven criteria in andere – als aanvulling op de welstandsnota door de gemeenteraad vastgestelde – beleidsdocumenten, zoals bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan. 3. De commissie adviseert burgemeester en wethouders over de monumentale aspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning en is daartoe in de gemeentelijke monumentenverordening aangewezen als monumentenadviescommissie. 4.
De commissie adviseert burgemeester en wethouders over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder h en i, en artikel 2.2, tweede lid, Wabo. 5. De commissie voert onder regie van de gemeente overleg met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen en beoordeelt daartoe principe-aanvragen voor bouwplannen. 6. Ten aanzien van de monumentenadvisering geldt het volgende: De commissie is de monumentencommissie van de gemeente, zoals bedoeld in artikel 15 van de Monumentenwet 1988. De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag op verzoek te adviseren over de toepassing van de monumentenverordening en voorts over aangelegenheden die van belang zijn voor de behartiging van het cultuurhistorisch beleid en de uitvoering daarvan. 7. De commissie adviseert burgemeester en wethouders tevens gevraagd en ongevraagd over bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen, erfgoedbeleid en andere relevante plannen met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Hierbij baseert de commissie zich op de Texelse Kernwaarden, de Texel principes, het Beeldkwaliteitsplan zoals vastgesteld bij en onderdeel uitmakend van het Bestemmingsplan Buitengebied, en eventuele andere vastgestelde Beeldkwaliteitsplannen. 8.
De commissie vormt een klankbord voor ambtenaren en externe deskundigen die betrokken zijn bij de begeleiding en borging van ruimtelijke kwaliteit. 9. De commissie overlegt gevraagd en ongevraagd met de betrokken ambtelijke afdelingen, burgemeester en wethouders en de gemeenteraad over het opstellen van welstandsbeleid en monumentenbeleid en eventueel andere instrumenten voor ruimtelijk kwaliteitsbeleid. 10. De commissie levert desgevraagd een bijdrage aan het bevorderen van de openbaarheid van het welstandstoezicht, het maatschappelijk draagvlak voor welstandstoezicht en het stimuleren van de discussie over monumenten en ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. Wordt: Artikel 2.2 Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk of provinciaal monument of een gemeentelijk of provinciaal monument; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge
artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet, of over het aan een locatie geven, wijzigen of intrekken van de functie-aanduiding gemeentelijk monument of een functie-aanduiding anders dan gemeentelijk monument die betrekking heeft op cultureel erfgoed op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48 van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e. informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; f. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; g. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; h.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten. Artikel 3. Verplichte advisering Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊ tot en met 3 ̊, en onder b. Artikel 11. Verwerking van het advies 1. Burgemeester en wethouders kunnen, na heroverweging door de commissie, eenmaal per activiteit een second opinion inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.
2.
Samenstelling
Artikel 2.1 Samenstelling 1. De commissie bestaat uit tenminste 5 en ten hoogste 7 leden, waarvan ten minste: a. 1 lid deskundig is op het gebied van architectuur, verder aan te duiden als het architectlid; b. 1 lid ingezetene is van de gemeente Texel met brede interesse in de architectuur op Texel; c. 2 leden deskundig zijn op het gebied van monumenten; d. 2 leden deskundig zijn op het gebied van de ruimtelijke kwaliteit van het Texelse landschap. 2. Voor het architectlid wordt een plaatsvervanger benoemd. 3. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en plaatsvervangend voorzitter aan. Wordt: Artikel 4. Samenstelling 1. De commissie bestaat uit maximaal zes leden, de voorzitter daaronder begrepen. Daarnaast kunnen plaatsvervangers worden benoemd door een deskundige met een gelijkwaardig profiel. 2. De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 3. In afwijking van het tweede lid kan maximaal één burgerlid en zijn/haar plaatsvervanger worden benoemd. Zij worden benoemd op persoonlijke titel op grond van maatschappelijke kennis en ervaring. 4. De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 5.
De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur.
6. De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel 2.2 Voordracht, benoeming, zittingstermijn 1. De leden worden na een openbare sollicitatieprocedure door de commissie als kandidaat voorgedragen en benoemd door het college van burgemeester en wethouders. 2. Benoemingen gelden voor een periode van vier jaar met een mogelijkheid tot herbenoeming voor een periode van nog eenmaal 4 jaar. Omwille van de continuïteit worden de leden van de commissie benoemd en herbenoemd in een alternerend systeem. Wordt:Artikel 5. Benoeming 1. De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd. 2. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3. Afgetreden leden zijn een jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4. In afwijking van lid 3 kan een commissielid direct opnieuw worden benoemd als er geen opvolger wordt gevonden. 5. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 6. De gemeenteraad kan de benoeming en het ontslag op eigen aanvraag van leden en plaatsvervangers mandateren aan het college van burgemeester en wethouders.
Wijziging• In paragraaf 4 artikel 5, blijft de benoemingstermijn van 4 jaar en herbenoemingstermijn van 4 jaar hetzelfde, maar geeft artikel 5.3 en 5.4 meer mogelijkheden om leden te herbenoemen. Dit is wenselijk om op basis van deze mogelijkheden leden woonachtig op het eiland (maatschappelijke binding) en/of met een bepaalde expertise te kunnen herbenoemen.
Artikel 2.3 Voortijdige beëindiging van de benoeming van commissieleden 1. De leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 2. De aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan de commissie of een commissielid ontslaan wanneer de commissie of een commissielid niet naar behoren functioneert. Alvorens een besluit tot ontslag te nemen worden de commissie en het betreffende commissielid gehoord. Wordt: Zie hierboven artikel 5.5 en 5.6 Artikel 2.4 Profielschets van de commissieleden 1. De commissieleden zijn geïnteresseerd in Texel en wonen bij voorkeur op Texel. In uitzonderlijke gevallen, daar waar sprake is van gewenste specialistische kennis kan worden afgeweken van deze voorkeur. 2. De commissieleden zijn bereid zich te verdiepen in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in brede zin van de gemeente en baseren zich bij de beoordeling van plannen op het gemeentelijk beleid. 3. De commissieleden moeten in staat zijn plantekeningen te lezen en cultureel besef en kennis hebben van de (geschiedenis van de) bouwkunst. 4. De commissieleden beschikken over voldoende communicatieve vaardigheden om hun oordeel begrijpelijk te verwoorden, met respect voor allen die bij de advisering een rol spelen. 5.
De commissieleden hebben een geheimhoudingsplicht inzake de aan hen voorgelegde plannen en beleidsdocumenten, niet zijnde openbare vergunningaanvragen. 6. De commissieleden zijn onpartijdig, zij mogen geen persoonlijk belang hebben bij de door het bevoegd gezag te nemen beslissingen en zij mogen hun taak niet met vooringenomenheid vervullen. 7. De commissieleden hebben geen professionele binding met de gemeente. Wordt: Zie hierboven artikel 4 Samenstelling
Artikel 2.5 Verantwoordelijkheden van de voorzitter 1. De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en bewaakt de zorgvuldigheid en kwaliteit van de adviezen. 2. De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang van de agenda. De voorzitter zorgt er voor dat alle commissieleden hun mening voldoende naar voren kunnen brengen. 3. De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse, inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden en heeft hiertoe tenminste eenmaal per jaar een evaluerend overleg met Burgemeester en wethouders of een afvaardiging daarvan. De uitkomsten van het evaluatiegesprek worden opgenomen in het jaarverslag van de commissie. Vervalt: komt terug in het ‘reglement van orde’ Wijziging • De nieuwe verordening is alleen beknopter, omdat het ‘reglement van orde’ (werkwijze van de commissie) geen onderdeel meer uitmaakt van de verordening. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van de nieuwe verordening zelf vast in een ‘reglement van orde’ (Paragraaf 6, artikel 12). Artikel 12. Reglement van orde 1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde. 2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a. de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c; b.
de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c. de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d. het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e. de notulering en dossiervorming; f. de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g. de instelling van subcommissies; h. het aanwijzen van de voorzitter en zijn/haar taken; i. de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; j. de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad.
Artikel 2.6 Verantwoordelijkheden van de commissieleden 1. Het architectlid is verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de welstandsadviezen. 2. De leden die deskundig zijn op het gebied van monumenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de monumentenadviezen. 3. De leden die deskundig zijn op het gebied van ruimtelijke kwaliteit zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de inhoudelijke kwaliteit van de adviezen over ruimtelijke kwaliteit in brede zin en voor de inbreng van kennis over de lokale omstandigheden. Vervalt: komt terug in het ‘reglement van orde’
3.
Jaarlijkse verantwoording
Artikel 3.1 Jaarverslag 1. De commissie stelt een jaarverslag op. 2. Het verslagjaar loopt van januari tot en met december. Het jaarverslag wordt jaarlijks vóór 1 juli aangeboden aan de gemeenteraad. 3. Op verzoek van de raad wordt het jaarverslag gepresenteerd in een vergadering van de raadscommissie of een andere bijeenkomst.
Wordt: Artikel 15. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a. de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b. de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen.
4.
Termijn van advisering
Artikel 4.1 Termijn van advisering 1. Bij vergunningaanvragen adviseert de commissie binnen een zodanige termijn dat het bevoegd gezag in staat is binnen de wettelijk termijn te beslissen op de aanvraag. 2. Bij adviesvragen waar (nog) geen sprake is van een vergunningaanvraag geeft de commissie aan op welke termijn zij haar advies kan uitbrengen. Wordt: Artikel 7. Adviestermijn 1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. 2. In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van vier weken.
5.
Openbaarheid en mondelinge toelichting
Artikel 5.1 Openbaarheid van de vergadering 1. De commissie vergadert in het openbaar. Dit geldt ook in het geval van previsie of vooroverleg, tenzij de aanvrager anders verzoekt. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze zoals de gemeentelijke website. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan leggen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag. Dit geldt niet indien er sprake is van previsie of vooroverleg. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. Wordt:Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling 1.De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen.
De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2. De aanvrager van de omgevingsvergunning of zijn gemachtigde heeft de mogelijkheid tot toelichting van de aanvraag ten overstaan van de commissie. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3. Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument of een activiteit voor een provinciaal of gemeentelijk monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4. Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
5. De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen. Artikel 5.2 Mondelinge toelichting 1. Het geven van een mondelinge toelichting door de indiener van een plan is mogelijk. 2. Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilosofie en de gemaakte keuzes in relatie tot de ruimtelijke en maatschappelijke context en het gemeentelijke beleid. De toelichting wordt gegeven voorafgaand aan de beraadslaging door de commissie en duurt maximaal 15 minuten. 3. De mondelinge toelichting kan namens de indiener van een plan gegeven worden door de ontwerper. 4. De commissie kan de indiener verzoeken om een mondelinge toelichting. 5. De gemeentelijke plantoelichter is in overleg met de commissiecoördinator, verantwoordelijk voor de afspraken met betrekking tot mondelinge toelichtingen. Wordt: Zie hierboven artikel 8.2
6.
Afdoening onder verantwoordelijkheid
Artikel 6.1 Advisering onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan de advisering onder haar verantwoordelijkheid overlaten aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. Artikel 6.2 Reikwijdte van de verantwoordelijkheid 1. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie kan plaatsvinden bij zowel positieve als negatieve beoordeling van een aanvraag. 2. Bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie geldt dat een aanvraag bij enige vorm van twijfel wordt voorgelegd aan de commissie of een daartoe aangewezen commissielid. 3. Bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie wordt de commissie onverwijld schriftelijk in kennis gesteld van de beoordeling. 4. Voor afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie gelden regels als voor advisering door de plenaire commissie. Wordt: Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie.
7.
Vorm waarin het advies wordt uitgebracht
Artikel 7.1 Schriftelijke advisering en motivering 1. De commissie adviseert, met betrekking tot het aspect welstand, conform artikel 9.8 van de gemeentelijke Bouwverordening. 2. Bij geïntegreerde adviezen wordt in het advies zichtbaar onderscheid gemaakt tussen de monumentenbeoordeling, de welstandsbeoordeling en de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit. Artikel 7.2 Conclusie van het advies Het advies kan de volgende conclusies hebben: 1. Akkoord; het plan voldoet na toetsing aan de welstandsnota aan redelijke eisen van welstand en/of het monumentenbeleid en/of het beleid inzake ruimtelijke kwaliteit. 2. Niet akkoord tenzij; hierbij voldoet het plan niet, tenzij het op ondergeschikte punten wordt aangepast. Het plan kan worden aangepast en hoeft niet weer door de commissie behandeld te worden.
3.
Niet akkoord; het plan voldoet niet aan redelijk eisen van welstand en/of het monumentenbeleid en/of het beleid inzake ruimtelijke kwaliteit. Ingrijpende wijzigingen van het plan zijn noodzakelijk. Indien sprake is van een negatief advies wordt dit schriftelijk uitgebracht en gemotiveerd.
Artikel 7.3 Toelichting op het advies 1. De indiener van een plan kan een mondelinge toelichting vragen op het advies. 2. Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven door de gemeentelijke plantoelichter. 3. Indien de indiener vervolgens een nadere toelichting wenst kan een afspraak worden gemaakt met de commissie. Vervalt: komt terug in het ‘reglement van orde’
8.
Vergaderorde en werkwijze
Artikel 8.1 Vergadering 1. Het vergaderrooster van de commissie wordt elk jaar vóór 1 januari opgesteld. 2. De gemeentelijk plantoelichter levert de adviesaanvragen aan bij de commissiecoördinator. 3. De commissiecoördinator verzorgt in overleg met de voorzitter, de agendering van de vergadering als geheel. Artikel 8.2 Stemming 1. Alle aanwezige commissieleden dan wel hun plaatsvervangers, brengen 1 stem uit omtrent het uit te brengen advies. 2. De commissie beslist omtrent het uit te brengen advies bij meerderheid van stemmen. 3. Als de commissie niet tot een eensluidend oordeel komt over het aspect welstand, geeft de stem van het architectlid op dit punt de doorslag. 4. Indien de commissie niet tot een eensluidend oordeel komt bij een (geïntegreerde) aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ en ‘handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten’, prevaleert het advies inzake het monumentenbelang. 5. Bij staking van de stemmen worden de zienswijzen van de voor- en tegenstanders schriftelijk aan het bevoegd gezag medegedeeld. Artikel 8.3 Onderzoek ter plaatse De commissie stelt een onderzoek ter plaatse in, indien zij van oordeel is dat dit onderzoek redelijkerwijs voor de vervulling van haar taak nodig is. Artikel 8.4 Vooroverleg 1. Vooroverleg leidt tot een preadvies over een voorgenomen plan.
Vooroverleg vindt plaats voorafgaand aan een eventuele vergunningaanvraag. 2. Vooroverleg vindt plaats binnen de bestaande beleidscriteria. Als een plan niet binnen deze criteria past wordt dit in het preadvies aangegeven. 3. Vooroverleg kan pas starten nadat duidelijkheid bestaat over de planologische aanvaardbaarheid van het plan. Het gemeentebestuur kan een besluit over afwijking van het bestemmingsplan mede laten afhangen van het preadvies van de commissie. 4. Vooroverleg is niet openbaar, tenzij de planindiener en het bevoegd gezag geen bezwaar hebben tegen een openbaar vooroverleg. 5. De commissie draagt zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende planfasen. Preadviezen worden opgenomen in het dossier. De commissie geeft aan in welke fase het plan werd beoordeeld en op basis van welke beleidscriteria de aanvraag voor een omgevingsvergunning uiteindelijk zal worden beoordeeld. 6. Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief wordt beoordeeld door de commissie en als er tijdens het proces geen noemenswaardige vooruitgang wordt geconstateerd, zal de commissie het bevoegd gezag adviseren het vooroverleg te beëindigen.
7. 8.
Beëindiging van het vooroverleg vindt niet plaats indien het plan niet ten minste eenmaal door de plenaire commissie is beoordeeld. Indien het vooroverleg niet binnen 6 maanden na de laatste beoordeling door de commissie wordt gevolgd door een vergunningaanvraag, wordt de behandeling gesloten. Deze termijn geldt niet indien de commissie en de indiener van het plan een andere termijn overeenkomen. Een afwijkende termijn wordt opgenomen in het advies.
Vervalt: komt terug in het ‘reglement van orde’ Artikel 8.5 Overige advisering Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam, een ervenconsulent of vergelijkbare planbegeleiders, dan wel overige externe adviseurs op het gebied van ruimtelijke kwaliteit in brede zin, dragen burgemeester en wethouders zorg voor een heldere taakomschrijving en een goede afstemming tussen de planbegeleider en de commissie. Wordt: Artikel 13. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie.
Artikel 8.6 Ontwerpwedstrijden 1. Bij een ontwerpwedstrijd of een ontwikkelingscompetitie worden de inzendingen beoordeeld door een speciaal aangewezen jury of beoordelingscommissie. Dit is nooit de commissie als zodanig. Een lid van de commissie kan wel op persoonlijke titel worden aangewezen als lid van een jury of beoordelingscommissie. 2. De inzendingen van een ontwerpwedstrijd of een ontwikkelingscompetitie kunnen voor een preadvies worden voorgelegd aan de commissie. Vervalt: komt niet 1 op 1 terug.
9.
Ondersteuning
Artikel 9.1 Gemeentelijk plantoelichter 1. Burgemeester en wethouders wijzen een of meer ambtenaren aan als gemeentelijk plantoelichter. 2. De gemeentelijk plantoelichter is op geen enkele wijze, anders dan informatief, betrokken bij of verantwoordelijk voor de inhoud van de beraadslagingen en de advisering door de commissie. 3. De gemeentelijk plantoelichter onderhoudt de contacten met de ambtelijke diensten, neemt de adviesaanvragen in en bereidt de behandeling van de plannen voor. Hij of zij controleert of de plannen zijn voorzien van de benodigde bescheiden en draagt zorg voor de benodigde informatie over de omgeving, de locatie en het plan, en overigens alle voor de beoordeling relevante informatie. 4. De gemeentelijk plantoelichter maakt de afspraken voor mondelinge toelichtingen, in overleg met de commissiecoördinator. 5. De gemeentelijke plantoelichter geeft indieners van plannen een mondelinge toelichting op het advies van de commissie. Artikel 9.2 Commissiecoördinator 1. Burgemeester en wethouders wijzen een ambtenaar als commissiecoördinator aan. De commissiecoördinator ondersteunt de commissie zodanig dat deze optimaal kan functioneren bij uitoefening van haar taken als onafhankelijk adviesorgaan van het gemeentebestuur. 2. De commissiecoördinator stelt het vergaderrooster op en draagt zorg voor de organisatorische contacten. 3.
De commissiecoördinator is verantwoordelijk voor de organisatie van de vergaderingen en is aanwezig bij alle vergaderingen van de commissie. 4. De commissiecoördinator draagt in overleg met de commissieleden, zorg voor het opstellen van de adviezen, en zorgt voor de administratieve verwerking daarvan.
5. 6.
De commissiecoördinator zorgt bij incidentele afwezigheid van de voorzitter of architectlid voor een gekwalificeerde vervanger. De commissiecoördinator verzamelt de gegevens voor het jaarverslag van de commissie en neemt deel aan het evaluatieoverleg tussen het gemeentebestuur en de commissie.
Wordt:Artikel 6. Ondersteuning van de commissie 1.De commissie heeft een ambtelijk secretaris. 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de commissie. 3. De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4. De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie. Artikel 9.3 Adviseur 1. Indien de aard van een te beoordelen plan dan wel het beleid daartoe aanleiding geeft kan de commissie op eigen initiatief een specifieke deskundige als adviseur raadplegen. 2. De adviseur is geen lid van de commissie maar wordt voorafgaand aan de beraadslaging in de gelegenheid gesteld zijn of haar visie op het plan te geven. De adviseur neemt geen deel aan de beraadslaging en heeft geen stem in de eindbeoordeling. Wordt:Artikel 10. Adviseurs 1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2. De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.
10. Financiële vergoeding Artikel 10.1 Financiële vergoeding 1. Het architectlid geniet een door zijn organisatie te bepalen en te betalen vergoeding en een vergoeding van de reiskosten. 2. De overige leden genieten een door de gemeente te betalen presentiegeld overeenkomstig de gemeentelijke vergoedingsregeling voor commissieleden. Wordt: Artikel 14. Vergoeding De commissieleden ontvangen een vergoeding op grond van de gemeentelijke vergoedingsregeling speciale commissies. Het architectlid en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een vergoeding op basis van een overeengekomen uurtarief en reiskostenvergoeding.
Artikel 10.2 Inwerkingtreding Dit reglement wordt aangehaald als ‘reglement Adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit’ en treedt in werking op 1 januari 2018 onder gelijktijdige intrekking van het reglement Adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit van 18 maart 2015. Wordt: Artikel 16. Overgangsrecht Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.
Artikel 17. Vervallen oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in paragraaf 3 van de Bouwverordening zijn vervallen, en de Erfgoedverordening Texel 2018 wordt tegelijkertijd vervangen door de Erfgoedverordening Texel 2023. 2. Het ‘Reglement Adviescommissie voor ruimtelijke kwaliteit’ van 18 maart 2015, en gewijzigd vastgesteld op 19 december 2017, wordt ingetrokken. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ‘Adviescommissie Omgevingskwaliteit Texel’.