CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

verordening 2023 Financiële verordening gemeente Texel 2023

Raadscommissie 6 september 2023, gemeente TexelBij agendapunt: Financiële verordening en controleverordening9.857 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De commissie BBV adviseert kaderstelling op het gebied van bedrijfsvoering niet bij de begroting

vorm te geven, maar door middel van de Financiële verordening of de nota bedrijfsvoering aan de raad voor te leggen en deze periodiek te herzien; •

De commissie BBV adviseert om afspraken te maken tussen de raad en het college over de wijze waarop met niet-financiële onrechtmatigheden wordt omgegaan. Deze afspraken kunnen onderdeel zijn van de nota bedrijfsvoering of de Financiële verordening;

•

De commissie BBV adviseert om geconstateerde fraude(s) vanuit de eigen organisatie door bijvoorbeeld eigen medewerkers toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering.

l.

Een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet

naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; m.

een rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of

n.

geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt.

slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen;

Artikel 22. Verbonden partijen In het BBV staat in artikel 15 welke informatie de paragraaf verbonden partijen in elk geval moet bevatten. In dit artikel is deze aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf gedefinieerd.

Artikel 23. Grondbeleid In het BBV staat in artikel 16 welke informatie de paragraaf grondbeleid in elk geval moet bevatten. In het eerste lid van artikel 23 is ook de aanvullende informatievraag van de raad voor deze paragraaf

gedefinieerd. In het tweede lid is opgenomen dat het college de raad ten minste eens in de 5 jaar een nota grondbeleid aanbiedt. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a.

de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;

b.

de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden;

c.

het grondprijzenbeleid, waaronder de vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond

als intern door te leveren grond.

Artikel 24. Administratie Onder artikel 24 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de gemeentelijke

administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de vastlegging ervan moeten voldoen.

Artikel 25. Financiële organisatie Artikel 25 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160 van de Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de

ambtelijke organisatie. Deze bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie. Dit blijkt uit het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport uit 2003 over de wijziging van artikel 212 van de Gemeentewet.

Artikel 25 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie het collegebeleid en

interne regels moet opstellen. Om hier invulling aan te geven ligt het voor de hand dat het college een

organisatiebesluit en een treasurystatuut vaststelt en dat het college de volmachten en mandaten alsook de kostenverdeelsleutels voor de (extracomptabele) kostentoerekening vastlegt.

Bij het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding wordt een notitie door het college opgesteld en aan de raad aangeboden.

De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het financieel beheer en het

financieel beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden, waarop de interne controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek

naar de rechtmatigheid van de beheershandelingen met een financieel gevolg en de getrouwheid van de jaarrekening.

Artikel 26. Interne controle In het eerste lid is opgenomen dat de accountant jaarlijks toetst of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft van de gemeentelijke financiën. Het eerste lid draagt burgemeester en wethouders op

maatregelen te treffen, zodat gedurende het jaar of vooraf aan de accountantscontrole de gemeente zelf

nagaat of de cijfers in de administraties een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten, de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen, rechtmatig (zijn) verlopen.

Het tweede lid bepaalt dat burgemeester en wethouders maatregelen treffen zodat wordt gecontroleerd of de administratie van materiële bezittingen zoals gebouwen, voertuigen, computers, voorraden en de

administratie van het financieel vermogen zoals aandelen en overeenkomsten van leningen, geldmiddelen, debiteurenvorderingen e.d. overeenkomen met hetgeen de gemeente daadwerkelijk bezit. Voor veel van deze bezittingen wordt een jaarlijkse controle gevraagd.

Eens in de vier jaar moet worden gecontroleerd of de administratie van registergoederen en bedrijfsmiddelen overeenkomt met het daadwerkelijke bezit

Artikel 27. Intrekken oude verordening en overgangsrecht Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden ingetrokken. Volgens de

Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken

uit het begrotingsjaar t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar t en wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1 vastgesteld. De nieuwe verordening is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar t+1 en later.

De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van toepassing op de jaarstukken van het begrotingsjaar t-1 en de begroting en jaarstukken van het jaar t.

Artikel 28. Inwerkingtreding en citeertitel Met ingang van 1 januari 2017 gelden, vanwege de wijzigingen van het BBV, andere bepalingen voor het

activeren en afschrijven van nieuwe investeringen met maatschappelijk nut. In het tweede lid van artikel 27 is een overgangsbepaling opgenomen. Voor investeringen met maatschappelijk nut voor 2017 zijn de bepalingen uit de oude financiële verordening nog van kracht.

Vaststelling Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend (eerste lid artikel 75

van de Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken van de raad medeondertekenen (artikel 107c van de Gemeentewet). De Financiële verordening moet worden gepubliceerd.

Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 van de Gemeentewet). Gedeputeerde staten kunnen te allen tijde een onderzoek

instellen naar het beheer en de inrichting van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet (artikel 215 van de Gemeentewet).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=dad5e02e-5da7-4cc6-9b4b-52da0a0070e5