Vastgesteld verslag raadscommissie - 9 februari 2021
Tekst van het document
Signed By: de Porto (griffier), M. <MdePorto@texel.nl> 04/03/2021 14:19:20 CET ID: c0236395-c129-42b1-84bc-e8aa33057d3b Auth: Scribble
Verslag raadscommissie
dinsdag
09-02-2021
Aanwezig Voorzitter
De heer H.J.F.M. Soyer
Raadsleden
de heer C. Hoogerheide, de heer W.J. Witte, de heer C.J. Hooijschuur (Texels Belang), de heer J.J. Schuiringa, de heer P.P. van Sijp, de heer N.C.B. Ran (VVD), de heer H. Kieft (GroenLinks), de heer A.J. Veltkamp, de heer N. Lely (PvdA), de heer B. Zegeren, mevrouw L.J. Verseput (CDA), mevrouw A.A.M. van de Wetering (D66), mevrouw J.M. Hin-Hin (Texel 2010), mevrouw V.C. Koot (fractie Koot)
Commissieleden
Mevrouw Th. Houwing
Raadsgriffier
Mevrouw M. de Porto
Verslag
Mevrouw H.D.M. Zandee-van Heerwaarden
College
Burgemeester M.C. Uitdehaag, wethouder mevrouw H. Huisman
Ambtelijk
--
Insprekers
De heer K. Boon (Stichting Kernwaarden Texel), mevrouw P. Keijzer (Vereniging Texelse Kampeerboeren), de heer A. Langeveld (LTO Texel), de heer W. Steenhof (werkgroep KADO), de heer M. Gregoire (TOP), de heer J. Witte (dorpscommissie Eierland/De Cocksdorp), de heer R. de Graaf (Woutershok, glasvezel)
Afwezig met kennisgeving --
1.
Opening en mededelingen Na 21 minuten vertraging door technische problemen opent de voorzitter deze bijzondere raadscommissievergadering. Raadslid RAN vond niet geheel duidelijk wat vanavond de bedoeling is, daarom hebben ze in de fractie na overleg afgesproken vanavond echt te willen gebruiken om te luisteren naar de insprekers en reacties daarop, en nog wachten met indienen van amendementen. Raadslid HOOIJSCHUUR heeft dezelfde mededeling. Ook verzoekt hij alle commissieleden van de fractie(s) bij dit brede onderwerp te mogen laten spreken. De raadscommissie is akkoord; uiteraard maximaal naar aantal zetels per fractie.
2.
Vaststelling agenda De agenda wordt vastgesteld.
3.
Richtinggevende notitie Toeristisch toekomstplan Texel De VOORZITTER leest de inleiding voor. Er zijn 7 insprekers. (noot EZ: bij een aantal insprekers speelde helaas een slechte verbinding; zij leveren hun teksten in ieder geval aan via de griffier; die teksten zijn hieronder letterlijk overgenomen; de vragen aan insprekers en hun antwoorden zijn zo goed mogelijk weergegeven). Inspreker 1
De heer BOON (namens SKT): Ik neem aan dat u onze inspraakreactie hebt gelezen en ook heeft gezien wat daarop de hele snelle reactie was van het College. Het is fijn dat er snel wordt gereageerd, maar het is wel prettig als de onderwerpen die we aansnijden dan ook goed en volledig worden geadresseerd. Daarin zijn we toch wel wat teleurgesteld. Wat is SKT eigenlijk voor een club en waarom dringen we zo aan op betrokkenheid? SKT is in juni 2011 opgericht als werkgroep van een aantal mensen die zich sterk maakte voor een juiste behartiging van de kernwaarden in met name in het beeldkwaliteitsplan en het bestemmingsplan. De
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-021/18
toezegging Inspreker 2
werkgroep werd in september 2014 omgezet in een rechtspersoon: de Stichting Kernwaarden Texel. Bij de opstelling van de nota verblijfsrecreatie die in februari 2016 werd vastgesteld was een van onze mensen vertegenwoordigd in de stuurgroep, samen met TOP, VVV, gemeente en wethouder. Twee andere mensen zaten in de werkgroep. De gemeente zag SKT dus als serieuze gesprekspartner. B&W is nu echter van oordeel dat we niet als stakeholder behoeven te worden meegenomen.. Inderdaad we zijn geen club die inwoners vertegenwoordigt. Maar we zijn wèl de club die de kernwaarden vertegenwoordigt. De kernwaarden zèlf zijn geen aangeslotenen: die spreken letterlijk niet voor zichzelf. Toch wordt hun belang door bijna iedereen groot gevonden. Maar het gaat er niet om dat de kernwaarden vaak worden genoemd of geroemd of dat er naar wordt “gekeken” bij beleid- en planbeoordelingen. Het gaat erom wat je ermee doet. Hoe handel je ernaar? Hoe belangrijk vind je ze eigenlijk? Hoe geloofwaardig ben je als gemeente, als ondernemer of als organisatie? Om op dat punt voeling aan de pols te houden is er de stichting Kernwaarden Texel. Dat is een algemeen belang van alle Texelaars en alle bezoekers. Wij zijn de spreekbuis van die kernwaarden en komen voor ze op als ze ons inziens onvoldoende worden gerespecteerd.
We willen dat er op een geloofwaardige manier mee rekening wordt gehouden en dat ze als toetsingskader worden toegepast. Ik wil nog een enkel punt aanstippen, ook op het punt van geloofwaardig handelen. We hebben iets gezegd over richting gevend kader 9, kampeerboeren. In het bestemmingsplan van 2013 is duidelijk vastgelegd wat een in aanmerking komende agrariër is. Over de bedoeling van de eis kan geen misverstand bestaan. Toch was het nodig om in het Coalitieakkoord van dit College op 3 mei 2018 vast te leggen dat het beter zou moeten worden geregeld. Waarom? Inmiddels is het februari 2021 en wordt dat opnieuw opgeschreven. Als je niet oppast wordt dit punt nog over de veerkiezingen van maart 2022 heen getild! We hebben iets gezegd over bedrijfsbeëindiging in de agrarische sector in de komende 10-15 jaar. Dat dit een aspect is van omgevingsbeleid is bevestigt het College. Maar het betreft ook toeristisch beleid op het punt van beddentoedeling als in het kader van de VAB of ruimte voor ruimte regeling, een recreatief opstal mag worden gevestigd. Nu de bedden “op” zijn kan dat niet meer. Dat raakt ook de stolpenregeling. Dit is dus wel degelijk ook een aspect van toeristisch beleid en van verstening. We ondersteunen de handhaving van het plafond van 45.000 NORM slaapplaatsen. Grenzen leveren ook altijd discussie op omdat mensen de grenzen opzoeken.
Dat is niet erg als de grensbewaking maar op orde is en standvastig blijft. We vragen ook hier om transparantie over de toedeling van de NORM slaapplaatsen. Er is geen verjaardag of samenkomst op Texel of er wordt gesproken over de bedden en hun impact. Het zou het gesprek enorm helpen als de gemeente volstrekt open is over waar wat is toegedeeld, wat er nog in de pijplijn zit en waar het stopt. Dat mag geen probleem zijn. Het is toch ook moeilijk te bevatten dat er vijf jaar geleden al 44.440 uitgegeven slaapplaatsen waren en dat er nu wordt gesproken over 44.161 slaapplaatsen ( bijna 300 minder dan 5 jaar geleden) EN 900 spookslaapplaatsen. En intussen worden nieuwbouwplannen goedgekeurd. Texel wil dat kunnen begrijpen. Zorg voor transparantie op adres of kadastraal perceel niveau! Zorg dat we het kunnen meebeleven in het belang van de kernwaarden. Er zal nooit een eind komen aan de vraag naar bedden en faciliteiten. Maar Texel moet geen Sylt of Aruba worden. Dat hebben we uitgesproken door een grens aan de groei te bepalen. De grens moet worden gehandhaafd. Zo simpel is het. Dank u wel voor uw aandacht. Raadslid HOOGERHEIDE complimenteert SKT met deze inspraak. Hijzelf was ook verbaasd over het antwoord van het college, waarom SKT niet is betrokken. Dat lijkt bijna op minachting, vindt hij. Hij vraagt om de inspraaktekst De heer BOON stuurt dit toe.
Mevrouw KEIJSER (VTKB): Helaas voelen wij als vereniging Texelse Kampeerboeren ons genoodzaakt in te spreken op het Toeristisch Toekomstplan Texel. Alhoewel we in de Richtinggevende notitie Toeristisch Toekomstplan Texel opgenomen zijn als stakeholder waren we helaas niet uitgenodigd voor de klankgroep bijeenkomst in januari maar inmiddels mogen wij ook
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-022/18
aansluiten aan tafel. Boeren in Nederland maken momenteel een moeilijke tijd door. De marges zijn laag en er zijn veel uitdagingen binnen de landbouw, denk aan het stikstof beleid maar ook de regelgeving over landbouwproductie en de landbouwtransitie. Om hier op in te spelen is schaalvergroting en een goed verdienmodel noodzakelijk. Helaas hebben veel boeren daar een “extra” tak voor nodig om zo toch het hele jaar rond inkomsten te hebben. Een boerencamping is een goede toevoeging voor de boerderij en ook voor vele boeren echt noodzaak om hun hoofd boven water te kunnen houden. Veel boeren zijn al afgevallen. Dat komt ook tot uiting bij het aantal kampeerboeren. In 10 jaar tijd is de hele wachtlijst van kampeerboeren verdwenen en zijn er zelfs nog gelabelde slaapplaatsen over. In grote lijnen kunnen we het eens zijn met het advies: Wij zijn ook tegen verdere verstening. Onze boeren op het eiland kleuren het Landschap! De kampeereenheden staan gecamoufleerd in het landschap. In de winter zijn ze weg. En als de vergunning af loopt zie je niets van de boerencamping terug - Onze slaapplaatsen zijn niet te verplaatsen maar alleen terug te geven aan de Gemeente. We bezitten dus ook geen spookslaapplaatsen. - Wij zijn het ook eens dat de vergunningen alleen verstrekt worden aan reëel volwaardige agrarische bedrijven.
- De boerencampings kunnen gezien worden als de minst belastende toeristische tak op de kernkwaliteiten en kernwaarden van Texel. Sterker nog, in de oplegger Thuis-Texel-Thuis wordt het belang van de agrarische sector specifiek genoemd. - En… de kosten om bij een boer te kamperen zijn vele malen lager, ook dat speelt natuurlijk mee. - Iedereen is welkom op Texel, ook voor de toerist met een kleinere beurs. Het onderscheid tussen de doelgroep van kleinschalig kamperen en een regulier kampeerterrein is groot, zo ook de kampeerder. Het zou dus geen oneerlijke concurrentie bevorderen zoals in het plan staat beschreven en wat soms als argument wordt gegeven. De kampeerder die bij ons komt kamperen zoekt rust, ruimte, contact met het agrarisch bedrijf en de natuur. Zo sluiten wij aan op het landschappelijk gebied gerelateerd aan de recreatiebehoefte. Maar in de oplegnotitie staat ook dat Toerisme inderdaad een middel is voor de versterking van de welvaart. Dat we gebruik moeten maken van Typisch Texelse producten. Dat we ons moeten richten op foodtrends wat ook geproduceerd moet worden. Daar hebben we boeren voor nodig. Nu en in de toekomst. Dan komen we op de behoefte aan 250 extra camperplekken. De meeste kampeerboeren hebben hier al voorzieningen voor.
En belangrijker nog het is “landschappelijk inpasbaar” en er zijn gelabelde slaapplaatsen voor binnen de grens van 45.000 bedden! Nieuwe uitgifte van slaapplaatsen is dus niet nodig. De kampeerboeren kunnen dat zo voor u invullen. Helaas ziet het er niet naar uit dat het verdienmodel van de boer niet op korte termijn gaat veranderen. Er zullen meer boeren en dus ook boerencampings af gaan vallen. De schaalvergroting zal daardoor ook toenemen. Ook noodzakelijk voor de aankleding van ons mooie landschap. Onze vraag is dan ook om die noodzakelijke schaalvergroting toe te passen voor de over gebleven kampeerboeren. Laat hun de overgebleven en gelabelde kampeerplaatsen invullen voor de toerist met smalle beurs en de behoefte aan camperplaatsen. Op deze manier is het voor ons als ondernemer rendabeler maar kunnen wij door deze opbrengst ook meer kwaliteit bieden. Het kleinschalige kamperen draagt bij aan extra inkomensvorming voor ons als agrariër en daarmee de instandhouding van het agrarische karakter van ons eiland. Uit ons verhaal blijkt ook dat er in het kamperen beweging zit. Zo ook bij de kampeerboeren! Bewegen is innoveren en kwaliteit bieden. Wij zitten niet in het versteende toeristische concentratiegebied. We zijn nog steeds kleinschalig, uniek en echt Texels. Onze accommodatie is niet te verkopen aan welke keten dan ook.
Wij vragen u om eens mee te denken in een andere vorm als alleen het verhuren van een stuk gras. De kampeerder die bij ons komt kamperen zoekt rust, ruimte, contact met het Texelse agrarische bedrijf en de natuur waar wij mee werken. Zo sluiten wij aan op de recreatiebehoefte in het landelijk gebied en Thuis-Texel-Thuis. Raadslid KOOT vindt fijn dat mevrouw Keijser de brief al rondstuurde. Ze hoopt goed begrepen te hebben dat VTKB vooral vindt dat de kampeerboeren nodig zijn voor de verbreding van het toeristisch seizoen, en dat ze bang zijn met de verscherping dat kamperen bij de boer zal verdwijnen. Mevrouw KEIJSER antwoordt dat ze kamperen bij de Verslag raadscommissie
dinsdag 09-023/18
boer zeker nodig hebben, en dat ze niet bang zijn voor verscherping. Raadslid KIEFT vindt het een goed verhaal, en is ook blij dat ze konden meelezen. Bij het verdienmodel voor de boer en de formele criteria voor kamperen bij de boer, denkt hij dat daarin een belangrijk element ontbreekt, namelijk dat de boeren het landschap onderhouden. Hij vraagt of inspreker ideeën heeft hoe hun zorg voor het landschap, en hun belangrijke rol hierin, in het toeristisch aanbod kan meetellen. Mevrouw Keijser kan dat niet zomaar beantwoorden. Ze denkt zeker dat ze als boeren al heel goed bezig zijn het landschap te kleuren, en dat dit verder met gemeente en LTO is uit te werken. Raadslid VAN DE WETERING merkt n.a.v. het zoeken naar uitbreidingsmogelijkheid voor campers op, dat die toch al vaak bij kampeerboeren staan. Ze hoort graag hoe VTKB die uitbreiding ziet. Mevrouw KEIJSER antwoordt dat kampeerboeren inderdaad gewoon open staan voor campers, maar ze zou graag de resterende slaapplaatsen voor kamperen bij de boer (132) verdeeld willen zien over de bestaande kampeerboeren. Ze denkt dat de boeren daar dan gewoon in kunnen voorzien. Raadslid VAN DE WETERING constateert dat ze dan over het maximum van 15 plekken gaan. Mevrouw KEIJSER beaamt dit.
Ze geeft aan dat het fijn zou zijn als er zo ongeveer 2 plekken per boerencamping bij komen en dat kampeerboeren die plaatsen aan camperaars kunnen aanbieden. Raadslid HIN vraagt of bij zo’n uitbreiding de reële agrarische bedrijfsvoering niet in gevaar komt. Je kunt je tijd maar aan één activiteit tegelijk besteden. Mevrouw KEIJSER denkt niet dat die 1 of 2 plaatsen erbij iets uitmaken voor de bedrijfsvoering. Vaak is er toch al één persoon thuis om de camping te draaien. Inspreker 3
De heer LANGEVELD (LTO): Landbouworganisatie LTO kent 3 richtingen, Dier, Plant en Multifunctioneel. Onder multifunctioneel vallen alle vormen van verbreding, waaronder zeker ook kamperen bij de boer en de diverse recreatieve andere activiteitenboerderij producten groene diensten, en groene hart landwinkels. Ik wil u dank zeggen dat ik kan , en zelfs MAG regeren op de “ Richtinggevende notitie Toeristisch toekomstplan Texel” Graag wil ik u een compliment geven voor het feit dat u een beeld wilt schetsen en een visie wilt ontwikkelen over de belangrijkste Economische pijler van ons eiland en van onze SAMENLEVING. Het Toerisme. Als landbouw hebben wij dat de afgelopen twintig jaar ook gedaan met vier landbouw visies als leidraad voor ons zelf maar ook voor de politiek. Zodat we over een handvat beschikken dat ons helpt bij het maken van keuzes. De toeristische sector, Is een sector die niet alleen gaat over verblijfsrecreatie restaurants of middenstand! Die sector heeft haar bestaansrecht te danken aan het totaal plaatje wat TEXEL presenteert. Ik was dan ook blij verrast dat ik als LTO voorzitter afgelopen zomer werd uitgenodigd om mee te mogen praten met de heer Emden Huitema, en mevrouw Ellen Honing van het bureau IMA “Identety Matching Academie”. Helaas hebben zei hun bevindingen door Corona nog niet openbaar kunnen presenteren.
En zijn hun bevindingen ook nog niet besproken in de gemeenteraad. Dat is erg jammer. Temeer hun bevindingen deze richtinggevende notitie misschien veel completer en genuanceerder had kunnen maken. Wat voor ons eigenlijk heel duidelijk is, is dat dit stuk een aardige aanzet is om te komen tot een goed en gedegen stuk. Maar het is nog maar een beginnetje! Er ontbreekt nogal wat aan. Er wordt in het stuk over van alles gerept. Maar compleet is het nog lang niet. NU richt mij hier tot u als LTO voorzitter voor de landbouw! Waar het in dit stuk echter niet aan ontbreekt is het onderwerp kamperen bij de boer. Wat mij opvalt is dat er erg veel (op bijna ieder pagina) gesproken wordt over kamperen bij de boer! U maakt dat nogal groot!! De kampeer boeren vertegenwoordigen amper vijf procent van de totale verblijfsrecreatie. Zei faciliteren en voorzien in een stijgende behoefte van gasten die juist kleinere campings verkiezen boven grote campings. En dat heeft niet alleen met de prijs te maken. Kleine campings vergroten het authenticiteit gevoel en de gebiedsbeleving, voelen veiliger en maken het Texelgevoel intenser. Het is erg jammer dat mij het gevoel bekruipt dat u in uw visie zo’n beetje iedere innovatie op kleine campings onmogelijk wilt maken. U wilt hun markt tot in detail bijna sturen.
Ik vraag mij af waarom?? Proef ik druk van buitenaf of heb ik het mis ?Of bent u ergens bang voor?
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-024/18
Uiteraard zijn wij als LTO groot voorstander van kamperen bij de boer zoals dat bedoeld is! Kleinschalig en op een boerenbedrijf dat ook werkelijk een boerenbedrijf is. De definitie kleine camping daar kun je over van mening verschillen. Die aantallen verschillen landelijk nogal. Ook lees ik regelmatig in het stuk dat het gaat om de kwaliteit ipv de kwantiteit van wat wij willen bieden, daar is LTO het roerend mee eens. Maar wat is kwaliteit? Dat is niet alleen een vier sterren hotel, of een viersterren bungalow! Dat is vooral van een kwalitatief hoogwaardige beleving, Dat begint met zorg voor ons eiland de juiste authentieke uitstraling en een goede facilitering zowel door de ondernemers als de gemeente. Dat is waar wij om gewaardeerd willen worden .Aandacht voor onze gasten, de positieve beleving van het geen wij aanbieden lekker lokaal eten, schone en uitgestrekte stranden een verzorgd landschap mooie natuur en een goed Texel gevoel wat onze gasten over houden aan ons eiland. Daarin speelt de landbouw ook een heel belangrijke rol. Denk aan de diverse activiteiten op boerderijen die de eilandbeleving van onze gasten vergroten Wandelingen door de landerijen, ons wereldberoemde schaap, kaasproeven, bezoek aan de ijs of knuffel boerderij, de zelfpluktuin. De keur aan Texelse producten, Kaas, ijs, zuivel Lams rund en varkensvlees fruit enz.
Ze komen voor 90 procent van onze eigen boerderijen. Er wordt hardt gewerkt aan een korte keten, kringloop landbouw, biodiversiteit enz. we doen dat in alle rust, Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend maar is het dat ook? Ik lees daar niets over! Dat het toerisme ook voor de landbouw van groot belang is blijkt wel uit het feit dat wij op dit ogenblijk in verhouding met de rest van ons land verrassend weinig stoppers hebben. Dat komt omdat men kan verbreden. Blijven wij als gemeente en samenleving die kansen ook faciliteren? Uiteraard binnen afgesproken kaders? Het lijkt mij duidelijk dat de Landbouw (LTO) echt een van de kernpartners hoort te zijn bij het tot stand komen van dit “Toeristisch Toekomst plan”. Al was het alleen al omdat de Landbouw met +/- 150 bedrijven en ruim 8000 ha aan gronden de grootste terreinbeheerder is van ons eiland. Eigenlijk een misser en voor ons zeer teleurstellend dat daar niet aan is gedacht. Of heeft het een reden?? Dit eiland en onze samenleving daar bouwen we toch samen aan? En u weet… Wie niet kan delen? Die kan ook niet vermenigvuldigen. Laat dat ons bestuurlijk DNA zijn. Raadslid KOOT vindt dat de heer Langeveld iets aanstipt waar ze als raad regelmatig mee tobben. Namelijk hoe zou u definieer je een boerenbedrijf, dat ook werkelijk boerenbedrijf is. De heer LANGEVELD heeft dit al vaker beantwoord.
Als je uitgaat van de gecombineerde opgave, met mestboekhouding e.d., als je die dingen allemaal positief kunt beantwoorden, dan heb je een echt boerenbedrijf, stelt hij. Raadslid VAN DE WETERING onderschrijft zeker dat de boeren ons landschap beheren. Ze vraagt hoe LTO aankijkt tegen het idee van mevrouw Keijser om het aantal resterende slaapplaatsen voor kamperen bij de boer over de kampeerboeren te verdelen. U hebt het over kwaliteit in plaats van kwaliteit. Persoonlijk denkt ze dat 15 plekken genoeg zijn. De heer LANGEVELD gaat niet over slaapplaatsen. Wel weet hij dat ooit 3000 plaatsen zijn toegekend aan de kleine campings en beschikbaar moeten blijven voor de boerenbedrijven. Hij denkt dat die resterende plekken beschikbaar moeten blijven voor de landbouwbedrijven, die kamperen bij de boer bedrijven. Wel vraagt hij kritisch te kijken naar wanneer het een werkelijk boerenbedrijf is. Verdelen van de restplaatsen vindt hij wel een goede zaak, maar hij vindt wel wat eng dat iedere renovatie bij kamperen bij de boer helemaal wordt afgekaderd. Raadslid VELTKAMP complimenteert en bedankt de heer Langeveld voor zijn inzichten, met name omdat die tracht verbindingen aan te leggen tussen zijn inzichten, die symbiose wil aanbrengen. Raadslid KIEFT sluit zich hierbij aan.
Hij hoort nog wel graag toelichting bij 2 plekken in de tekst waar de heer Langeveld suggereert alsof de raad ergens bang voor zou zijn. Tweede vraag is wat dan de goede definitie is van een echte boer. Is de formele definitie eigenlijk niet te beperkt? Boeren leveren ook landschapsdiensten en milieudiensten, en volgens hem zouden die ook mee mogen tellen. De heer LANGEVELD dankt voor de complimenten. Over de definitie van boerenbedrijf Verslag raadscommissie
dinsdag 09-025/18
zegt hij, als je de gecombineerde opgave doet, dan geef je daarmee ook aan dat je aan vergroening doet, dus groene diensten verleent, rekening houdt met het landschap. De mestboekhouding heeft daar ook mee te maken. Hij vindt onbegrijpelijk dat zij als sector niet gevraagd zijn mee te praten over het toeristisch toekomstplan. Ze voelen zich te vaak gepasseerd, en vinden het best een misser dat vaak zonder hen over de landbouw wordt gesproken, want het toeristisch ‘product’ Texel komt toch voor het merendeel voort uit het aantrekkelijke landschap, waar zij de beheerders van zijn. Raadslid SCHUIRINGA heeft wetenschappelijk bureau gevraagd naar de definitie van een agrarisch bedrijf. Hij vindt dat de hier gehanteerde beschrijving van wat een reëel boerenbedrijf is de lading niet dekt. Het moet echt een hoogwaardig agrarisch bedrijf zijn. Hij kondigt aan dat de VVD hierover met een amendement zal komen. En wat meneer Kieft aangeeft over onderhoud van het landschap, dat hangt samen met de klimaatplannen van de heer Timmermans. Inspreker 4
De heer STEENHOF (KADO Texel): Mag ik mij eerst even kort voorstellen? Mijn naam is Wil Steenhof. Wij, mijn echtgenote Hélène en ik, wonen nu 5 jaar op Texel en genieten daar iedere dag volop van. Wij zijn tevens eigenaar en verhuurder van twee vakantiewoningen, dus weten wij ook wat er leeft en speelt vanuit gasten die ons mooie eiland bezoeken. Sedert het voorjaar 2020 ben ik voorzitter van de werkgroep van KADO Texel. De vier letters van KADO staan voor: Kennis Advies Data Onderzoek. In deze werkgroep hebben op dit moment tevens zitting de heren Cees de Waal, Michel Gregoire, Frank Spooren en Henk Weijschede. KADO Texel komt als initiatief voort vanuit de VVV om feiten en data te verzamelen en te publiceren over het toerisme op Texel, zoals nu ook al per kwartaal gebeurt via de Texelse Courant, wekelijke updates op het KADO Texel platform, periodieke nieuwsbrieven en evenementen zoals de Inspiratietrip en de Texelse Week van de Ondernemer. KADO Texel verzamelt, onderzoekt, rubriceert en maakt data toegankelijk en vertaalt data naar informatie waarop besluitvorming gebaseerd kan worden. Veel data zijn op dit moment ook al beschikbaar bij KADO Texel. Niet alleen KADO Texel verzamelt informatie, tal van andere organisaties op Texel vergaren eigen informatie over bezoekers, reviews en klantprofielen. KADO Texel wil graag met al deze organisaties samenwerken.
Het is de bedoeling om KADO Texel dit jaar te formaliseren in een op zich staande organisatie en om als zelfstandig orgaan adviezen te geven aan ondernemers, overheden en andere lokale instellingen, met name op het terrein van toerisme maar ook op hiermee samenhangende terreinen. KADO Texel wil zich verder ontwikkelen tot een onafhankelijk en waardevrij kennisplatform. Vorig jaar heeft langere tijd op de bestseller lijst een boek gestaan met de titel Grand Hotel Europa. De schrijver hiervan Ilja Leonard Pfeijffer, schrijft hierin onder andere: “terwijl toeristen bovenal op zoek zijn naar een authentieke ervaring, veroorzaakt hun aanwezigheid een teloorgang van de authenticiteit die ze begeren. Toerisme vernietigt datgene waardoor het wordt aangetrokken”, Dit betrok hij dan vooral op Venetië en Giethoorn. Als inwoners van Texel willen wij ook die authenticiteit van ons prachtige eiland vasthouden. Het kan en mag voor Texel dan ook niet zo zijn dat het verschijnsel toerisme de ultieme probleemstelling is of wordt van het op zich al steeds problematischer wordende concept van (onze) authenticiteit. Als KADO Texel zijn wij er dan ook heel blij mee dat er een Toeristisch Toekomstplan wordt opgesteld. Als deelnemer aan de Klankbordgroep willen wij dan ook graag onze bijdrage hieraan leveren.
Gezien alle ontwikkelingen in de afgelopen jaren op het terrein van toerisme, zowel nationaal als internationaal, is het erg noodzakelijk om een dergelijk Toeristisch Toekomstplan te hebben. En dan niet alleen een dergelijk plan hebben, maar dit vooral als breed gedragen basis te laten dienen voor een dynamisch proces in en naar de toekomst. Enerzijds de blik gericht op de langere toekomst, maar ook permanent evalueren in de korte toekomst (bijvoorbeeld iedere 2-3 jaar) en dan ook ingrijpen, bijsturen of aanpassen indien dit noodzakelijk blijkt. Het mag als een eervolle vermelding gezien worden dat Texel in 2016 op een mooie plek in de gids van Lonely Planet vermeld werden. Enerzijds een bevestiging van wie we zijn en wat we te bieden hebben op Texel.
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-026/18
Anderzijds kan dit ook als een vorm van “bedreiging” gezien worden. Hoe belangrijk is het immers om het draagvlak bij ons als inwoners van Texel te behouden. We eten er dan wel direct of indirect van met z’n allen, maar we wonen hier ook om te blijven genieten van de mooie en fijne dingen die ons prachtige eiland te bieden heeft. De balans tussen welzijn en welvaart, inclusief de beleving van de drukte, moet in evenwicht blijven. Anders is het onvermijdelijk dat we over ons afroepen hetgeen Ilja Leonard Pfeijffer heeft geschreven. Tevens vinden wij als KADO Texel dat er sprake is van urgentie niet alleen bij het opstellen van het beleidsdocument zijnde het Toeristisch Toekomstplan, maar ook bij het in gang zetten en daadwerkelijk tot uitvoer brengen van noodzakelijke acties. En deze dienen ook op korte termijn plaats te vinden. Het belang is immers te groot voor onze economie maar ook voor ons welzijn. Wij doen dan ook een dringend beroep op de gemeenteraad en op het college van B&W om ten aanzien van de voortgang voor alles wat het Toeristisch Toekomstplan is gas te geven! Uiteraard niet alleen maar vliegende haast maar in ieder geval goed, waarbij “goed” een erg samengesteld en veelomvattend begrip is. Aan de inzet en medewerking vanuit onze kant zal het in ieder geval niet liggen! Dank u wel! Raadslid SCHUIRINGA dankt voor deze duidelijke verklaring.
Het is fantastisch dat de prijs/kwaliteitverhouding met 8,5 wordt gewaardeerd, en tevredenheidsgehalte nog hoger, maar hij hoort graag wat ze daarmee duiden. De heer STEENHOF antwoordt dat het veelal om trend gaat als je over de data publiceert. Je zou een norm moeten weergeven, en monitoren, maar als je dalende trend ziet kun je dat als signaal zien dat er iets moet gebeuren. Raadslid KIEFT vindt het ook een helder verhaal. Hij noemt interessant dat de heer Steenhof zegt dat ze waardevrij data verzamelen, want volgens hem zitten er wel degelijk waardes in dit verhaal. Graag hoort hij of de ervaring van drukte door Texelaars en overlast ook door KADO bijv. met een kleur zijn aan te geven. De heer STEENHOF antwoordt dat niets ondenkbaar is. Ze zouden wel willen proberen zo’n kaart weer te geven, maar dan even zouden moeten nadenken welke criteria je hiervoor hanteert. Uit de dorpenrondes blijkt al een aantal zaken. Ze zouden dit zeker mee willen nemen. Raadslid VELTKAMP kan de noodzaak van een toeristisch toekomstplan onderschrijven, en in snelheid betuigen en een zekere spoed kan hij ook nog wel meegaan, maar hij mist dat het toch ook met een zekere overweging moeten gebeuren als je beleid wilt vormen. Hij hoort graag of de heer Steenhof die mening deelt. De heer STEENHOF bevestigt dit natuurlijk.
Hij ziet geen vliegende haast, en ‘goed’ is een complex, algebraïsch begrip, maar eigenlijk is die beleving van drukte al wel onbewust aan de orde, en als hij de internationale tendensen ziet, denkt hij dat beleid maken toch niet te lang moet duren. Gegeven al die ontwikkelingen moet je misschien ook wel ieder jaar met een bepaalde klankbordgroep evalueren, de peilstok erin houden. Het is een dynamisch proces. Raadslid VELTKAMP vindt jaarlijks met elkaar dit beleid evalueren een zeer goede suggestie. Raadslid KOOT heeft een vraag over de achterban. KADO nam deel als kernpartner, maar SKT kreeg te horen dat ze bij gebrek aan achterban niet uitgenodigd werden. Mevrouw Koot hoort graag wat dan precies de achterban van KADO is. De heer STEENHOF gaat niet over de samenstelling van de klankbordgroep. Wij zijn ervoor gevraagd en zijn overtuigd van het doel. KADO is voortgekomen vanuit de VVV om uit cijfers en data bepaalde trends te halen, en over stijging of daling iets te kunnen zeggen. Een echte achterban hebben ze dus niet, dat zijn de data. Raadslid ZEGEREN lijkt het handiger dat gewoon de VVV aan hen rapporteert. Dat is al een partner van de gemeente. KADO is daaruit voortgekomen, en hij vindt beter als slechts een paar mensen de gemeente informeren om het behapbaar te houden.
De heer STEENHOF weet dat het dan wel een initiatief vanuit de VVV is, maar dat KADO wel een eigen gezicht geeft aan de publicatie van de data, terwijl de VVV eigenlijk meer een organisatie is om het toerisme te bevorderen, zonder hen tekort te doen. Daaruit komen reviews, waarderingen, data en cijfers voort, maar ook vanuit andere bronnen, zoals TESO. Kortweg: de oorzaak is VVV, gevolg is KADO. Raadslid ZEGEREN ziet de functie van Verslag raadscommissie
dinsdag 09-027/18
de VVV toch in eerste instantie toch om de mensen hier wegwijs te maken, en de toeristen van informatie te voorzien. En daar betalen wij ook voor. Natuurlijk worden daarbij data verzameld. De drukte die wordt ervaren, lijkt hem een kwestie van perceptie. Hoe het maximum aan slaapplaatsen wordt ingevuld is iets anders. Daar zou hij graag nog een keer met alle stakeholders en belanghebbenden over van gedachten willen wisselen. Verder is vervoer uiteindelijk ook iets om een mening over te hebben. Vraag of KADO zich daar ook in verdiept. De heer STEENHOF is met de heer Zegeren eens dat het gevoel van drukte om individuele perceptie gaat, die kan leiden tot een collectieve beleving. Een ding is wat ons betreft (hierna was de verbinding even verbroken, dus de rest van de reactie van de heer Steenhof ontbreekt). Inspreker 5
De heer GREGOIRE (TOP en Koninklijke Horeca afd. Texel): We beginnen met onze waardering uit te spreken voor het werk dat op dit moment verzet wordt en de manier waarop we als TOP en KHN onze inbreng kunnen leveren Samen vertegenwoordigen wij zo’n 1000 ondernemers. We hebben vertrouwen in het proces en hopen op een zorgvuldige, maar ook bijtijdse afronding van deze belangrijke visie! Wij kunnen ons goed vinden in de aangegeven tijdslijn. Ons uitgangspunt is dat de groei zich de komende jaren moet afspelen in het stapsgewijs uitbouwen van kwaliteit en stabilisering van de huidige kwantiteit. Als je de grip op de toeristische capaciteit van ons mooie eiland wil optimaliseren, moet je je afvragen of je huidige sturingsinstrument; de planologische beddentelling, in voldoende mate aansluit bij de realiteit – de werkelijke capaciteit- en bijvoorbeeld ook of deze alle logiessectoren beslaat. Als het doel is om de overnachtingscapaciteit te beperken en te reguleren, dan moet er immers voor zorgen dat je daarvoor de goede instrumenten hebt. Wij komen die gedachte nog in onvoldoende mate tegen in de voorliggende notitie en vragen u om een richtinggevend kader hiervoor. Capaciteit is één factor van belang, bezettingsgraad de ander. Ondernemend Texel is er geen voorstander van dat er voor bezettingsgraad beperkingen in de kaders worden opgenomen.
Op dit moment strekt het seizoen zich al tot 9 maanden uit en de mogelijkheid van een zekere jaarrondexploitatie geeft zowel werkgever als werknemer stabiliteit en inkomenszekerheid. Het haalt de exploitatiedruk weg van het hoogseizoen, waar voorheen alles van afhing. Het biedt voordelen op het vlak van huisvesting seizoenspersoneel en u weet hoe problematisch dit al tijden is. Wij vragen u om geen beperkingen van bezettingsgraad in de kaders op te nemen. In de kaders worden verschillende logiessectoren genoemd waarvoor groeibeperkingen overwogen worden; o.a. kamperen bij de boer en de B&B sector. In ondernemerskringen vindt men het belangrijk dat deze sectoren goed gereguleerd worden of zijn, maar vooral vanuit het perspectief van gelijkwaardige concurrentieverhoudingen. Soms ontstaan er logiesactiviteiten met zoveel extra aanbod in de vorm van detailhandel en/of horeca, dat geen sprake meer is van een nevenactiviteit of bijverdienste, zonder dat hiervoor het (wettelijk)eisenpakket geldt waaraan vergelijkbare ondernemers in andere sectoren moeten voldoen. Wij vragen u om aandacht hiervoor in de kaders die u gaat stellen. Er is de afgelopen tijd in het maatschappelijk verkeer regelmatig gesproken over het al dan niet beperken van dagtoerisme. Wij zeggen daar het volgende over: als sinds 2016 wordt dagtoerisme niet meer gepromoot door onze VVV organisatie.
Als je naar de KADO en TESO cijfers kijkt, kun je goed beoordelen hoe het dagtoerisme bijdraagt aan het druktebeeld. Wij adviseren om dit goed in beeld te brengen in de kaders. Op de vraag of het überhaupt wel nodig is om aan destinatiemarketing te doen geven we u graag het volgende in overweging. Ooit heeft Amsterdam de fout gemaakt haar marketingbudget en activiteiten ernstig te beperken. Het resultaat: geen uitgekiende doelgroepenmarketing zoals we dat op Texel kennen. Amsterdam werd daardoor jarenlang overspoeld doet een ongecontroleerde, ongereguleerde stroom toeristen en heeft daardoor veel van haar authentieke karakter verloren. Wij hopen dat u de waarde van onze VVV activiteiten ziet en ook meeneemt in uw kaders. Wij denken dat de eerdere besluitvorming over zgn. spookslaapplaatsen onvoldoende is om deze problematiek werkelijk op te lossen. Daarom vragen we u om in de kaders ruimte te geven voor oplossingen waarmee deze
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-028/18
problematiek uiteindelijk op een correcte manier verdwijnt. Wij pleiten er voor dat de richtinggevende kaders helder, compleet en zonder tegenstrijdigheden ten opzichte van elkaar worden opgesteld. Wij hebben in de aanloop naar deze notitie een aantal mogelijke tegenstrijdigheden gesignaleerd en deze in een eerdere reactie op de richtinggevende notitie al onder uw aandacht gebracht. Ook hebben we daarbij een aantal zaken aangehaald waarvan wij denken dat er in de kaders meer aandacht voor zou moeten zijn, zoals mobiliteit. (bijlage bij de commissiestukken: 27012021 inbreng voor de Richtinggevende Notitie Toeristisch Toekomstplan Texel n.a.v. klankbordsessie 26012021). Raadslid KIEFT is getriggerd door de opmerking m.b.t. sturingsinstrumentarium als het gaat over de kwantiteit. Hij vraagt of de heer Gregoire daar suggesties voor heeft. De heer Gregoire antwoordt dat ze nog in de richtinggevende fase zitten, maar constateert inderdaad dat je op de huidige manier niet alle logiessectoren omvat die je mede wilt reguleren. Ze willen de kwantiteit op goede en begrijpelijke manier beheersen. Raadslid KOOT vraagt uitleg over beperking van de bezettingsgraad. Ten tweede hoort ze een pleidooi voor seizoenverbreding, maar dat wordt in haar ogen toch al 10 à 15 jaar gedaan.
Het seizoen duurt nu al zeker 9 maanden, maar verdere verbreding lukt kennelijk toch niet helemaal, want bedrijven gaan buiten het seizoen toch regelmatig dicht, omdat ze dan geen personeel hebben. De heer Gregoire licht de samenhang toe. Wat we verstaan onder bezettingsgraad is dat in het hoogseizoen vrijwel iedereen z’n maximale capaciteit haalt, maar het hele jaar nog werkt met seizoenpersoneel, zolang een jaarrondexploitatie er nog niet is. Naarmate je daar beter in wordt, heb je meer invloed op kostenbeheersing. Er is nu al een toenemende trend zichtbaar dat bedrijven personeel jaarrond op de payroll houden, en het gaat hen om extra bezetting om die kosten af te dekken. Ze willen zorgen die capaciteit goed aan te sturen. Raadslid KOOT weet niet of de gemeente wel instrumenten heeft om die bezettingsgraad te beïnvloeden. Ze hoort toch veel jaarrondcontracten, waarbij men in de zomer veel overuren draait en die in de winter compenseert. Ook hoort ze dat van de overkant ook veel aan personeel wordt getrokken, o.a. voor schoonmaak. Ze wijst erop dat men met zo’n inkomen op Texel geen woonruimte kan bekostigen. De heer GREGOIRE bevestigt dat, want mensen met hoger inkomen vormen maar een heel klein deel. We moeten het hier doen met de banen die er wel zijn en de inkomens die je kunt genereren.
Hij geeft mee dat dit ook heeft te maken met dat er te weinig voor starters gebouwd wordt. Raadslid VAN DE WETERING somt de kernbegrippen van zijn betoog op: kwaliteit, stabiliteit, capaciteit, spookslaapplaatsen, en werkelijke telling. Ze is voorstander van kwaliteit voor kwantiteit. De heer Gregoire heeft het over werkelijke telling. Ze hoort graag of het dan ook over de bruine vloot, logies&ontbijt e.d. gaat, en of hij dan niet bang is dat we het maximum bereiken en uitgifte gaan stopzetten. DE heer GREGOIRE antwoordt dat je moet kijken naar de effectiviteit. Het centrale thema van deze toekomstvisie is dat je het wilt beheersen. We weten allemaal van de grens van 45.000. Als je kijkt naar B&B, dan bestaat dat in theorie in 6 bedden per woning, dan kom je op 36.000 bedden. Ook de overnachtingen in de jachthaven en bij de bruine vloot tellen niet mee. We weten wel om hoeveel dat gaat. Als je de capaciteit in de toekomst beheersbaar wilt maken, moet je je afvragen of dit planologische instrument wel voldoende is. Inspreker 6
De heer J. WITTE (dorpscommissie Eierland/De Cocksdorp) – toerisme, grotendeels leven we ervan, waar blijven we, we willen wel seizoenverbreding, maar geen verstening. Dan is het toch wel wenselijk eens goed naar het bestemmingsplan te kijken, wat nog steeds ongewenste dingen mogelijk maakt, bijv. inpandige appartementen omzetten naar bungalows, en bij 25% regeling steeds vaker uitbreiding op uitbreiding. Ook is de stolpenregeling volgens ons niet bedoeld voor nieuwbouw met meer appartementen. Zo zijn er meer punten die ons triggeren, zoals de noodzaak van handhaving op zgn. deeltijdwoningen. Ook bij de B&B-sector kijken of er geen onderlinge verbinding is, hoe het zit met gemeenschappelijke ruimtes, is er geen kookgelegenheid, is het wel volledig inpandig. Tevens meer controle op genoeg parkeerplek. M.b.t. seizoenpersoneel, dat vaak
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-029/18
primitief en illegaal is gehuisvest, aandachtspunt dat ze ingeschreven moeten kunnen staan. Bij permanente locaties en activiteiten voldoende parkeergelegenheid verplichten. Zo had er bij het uitkijkpunt volgens ons wel parkeerplek moeten zijn. Om verkeersstromen te beperken denken aan combinatie verhuur met elektrische fietsen- of autohuur, denken aan een soort openbaar fietsenplan, gebruik ov sterk stimuleren, samen met logiesverstrekkers, horeca, winkels, hoe de autobewegingen sterk zijn te verminderen. Ook raden we aan te kijken naar noodparkeerterreinen bij elk dorp voor als er markten of evenementen zijn. Aandacht voor duidelijke inrichting wegen, zoals verlichting, belijning, voorrangssituaties. Sneller zandvrij maken parkeergelegenheid bij stranden. Ook graag nieuw fietspad op de dijk langs het kanaal in Eierland, met ernaast wandelpad, paardenpad, mountainbike-pad. Geen inzet op windmolens die horizon vervuilen, maar op getijdenenergiecentrales e.d. Inspreker 7
De heer R. DE GRAAF (initiatiefnemer glasvezel Texel en campinghouder): Voor degene die mij niet kennen, mijn naam is Ricardo de Graaf en ik ben de derde generatie in de familie die de exploitatie van ’t Woutershok uitvoert. ’t Woutershok is een voormalig Staatsbosbeheer kampeerterrein gelegen in De Dennen, waarbij de wortels terug gaan naar de jaren 60, toen mijn opa destijds als beheerder begon. Van oudsher is kamperen een populaire verblijfsmogelijkheid op Texel. Gasten genieten van de vrijheid die het kamperen met zich meebrengt. Voor alle sociale klassen is er wel een kampeerplek te vinden; van back to basic tot luxe plaatsen met allerlei voorzieningen. Echter sinds een paar jaar constateren wij in de kampeersector dat de behoeftes van kampeerders veranderen. Waar tot 20 of misschien wel 10 jaar terug minder behoefte was aan luxe en gemak, zoekt de huidige kampeerder dit heden ten dage steeds meer en meer. Ter illustratie neem ik u graag mee in een eenvoudig voorbeeld: een volwassen stel, gek van kamperen, plannen op een professionele camping een weekendje Texel. 20 jaar terug ging dat in een tweepersoons koepeltentje van amper 4 m2, inclusief gehannes en gedoe met het opzetten van de tent. Tegenwoordig kiest hetzelfde stelletje voor een luxe ingerichte tent welke al kant en klaar opgebouwd staat op dezelfde professionele camping.
Het liefst eentje waar ook sanitair in zit. Zo kan het verliefde stelletje direct genieten van elk schaars gezamenlijke uurtje wat ze in hun drukke leven hebben. Dit in plaats van een echtelijke ruzie op de camping over waar welke tentstok zou moeten met alle gevolgen van dien… de invulling van het romantische weekendje krijgt dan toch een hele andere dimensie. De rest kunt u zelf wel invullen denk ik… Maar niet alleen voor een verliefde stelletje geldt dit. Ook het gezin met twee hardwerkende ouders en drie kinderen, waarvan de jongste net een jaar oud is, hebben dezelfde behoefte; heerlijk kamperen maar geen zin in gestress van de tent opzetten terwijl ook nog eens de huilende kinderen bezig gehouden moeten worden. Nee, dan kiezen ook zij liever voor een zelfde compleet ingerichte tent met alles erop en eraan om zo optimaal te kunnen genieten van een welverdiende vakantie. Niet alleen de praktijk laat ons deze trend zien, maar ook de trendrapporten en visies van onder andere de brancheorganisatie Recron en de ANWB bevestigen dit. Ook onze eigen VVV onderschrijft vanuit de praktijk, dat de moderne kampeerder steeds meer luxe zoekt. Kamperen wordt vanuit de markt cq gast in een ander perspectief geplaatst.
De belangrijke overeenkomst die ik u uit het gestelde voorbeeld aan u mee wil geven, is dat het verliefde stelletje in bijvoorbeeld een moderne luxe safaritent wel degelijk hetzelfde kampeergevoel heeft als wanneer zij in het tweepersoons koepeltentje liggen. Het gevoel van vrijheid wat kamperen met zich meebrengt en de vogeltjes horen fluiten is nog steeds hetzelfde. Het grote verschil is alleen dat de traditionele kampeermiddelen van vroeger zoals de tent, caravan en vouwwagen tegenwoordig ook door een ander type accommodatie ingevuld worden. En dan geen bungalow – want ik begrijp wel degelijk dat verstening niet gewenst is - maar wel een luxere accommodatie als de genoemde traditionele kampeermiddelen. En het aanbod vanuit de markt ontwikkelt zich daarbij in een razend tempo. Waarbij een wereldwijde epidemie als Corona ook nog eens een forse duit in het zakje doet van de mindset van een potentiële kampeerder. Ik vind het belangrijk om u deze ontwikkelingen
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-0210/18
mee te geven. Een nieuwe toeristisch toekomstplan is voor iedereen ontzettend belangrijk. Omdat het zo belangrijk is, is voeding vanuit de markt met de daarbij behorende trends en ontwikkelingen onlosmakelijk verbonden. Daarom dit geluid. Zoals gezegd, ik snap ook dat verstening niet gewenst is. Daarvoor pleit ik nu ook niet. Maar wel vraag ik het vertrouwen en ruimte voor ontwikkeling bij de professionele kampeerbedrijven. Achter hun eigen singels hebben zij ruimte nodig om te kunnen ontwikkelen en zo te kunnen voldoen aan de verwachtingen van de hedendaagse gast. Uiteraard moeten daar de gevormde kernwaarden daarin meegenomen worden. Ik realiseer mij dat het een pittige uitdaging is, maar giet niet alles in beton voor professionele kampeerbedrijven. Houdt rekening met ontwikkelingen welke de markt vraagt. Voor nu, maar zeker ook voor over 10 jaar. Wanneer daar niet op voorgesorteerd wordt, kunnen we als Texel de boot gaan missen met alle verstrekkende gevolgen en zal er ook zeker geen vierde generatie op ’t Woutershok verder gaan. Simpelweg omdat een traditionele camping dan geen bestaansrecht meer heeft. En tot slot, nu ik hier toch sta de ingezette koers van vorig jaar voor de toeristenbelasting is een messteek voor de Texelse kampeersector. Kamperen doen gasten vaak voor langere tijd.
Door het loslaten van de 7 nachten regeling betalen veel kampeerders fors hogere bedragen aan toeristenbelasting. Deze staan vaak niet en in een scheve verhouding met de totale verblijfskosten, helemaal ten opzichte van andere duurdere vormen van verblijf. Ook deze ontwikkeling doet iets met de lokale kampeermarkt. Een vorm van differentiatie in toeristenbelasting zou dit probleem kunnen verhelpen. Tot zover mijn betoog. Mocht u meer behoefte hebben aan geluiden uit de praktijk dan nodig ik u van harte uit contact met mij op te nemen. Voor nu bedankt voor uw aandacht en wens ik u verder een vruchtbare vergadering toe. Raadslid VAN DE WETERING dankt voor het heldere betoog. Ze vraagt waar ze aan moet denken, als wordt gesproken over toekomstige ontwikkelingen van zijn bedrijf, want een luxe tent die al klaar staat, blijft toch een tent. Waar denkt u dan aan? De heer DE GRAAF houdt zijn pleidooi voor de gehele kampeersector. Ze zien trends en ontwikkelingen op zich af komen. Dat het een tent blijft is volgens hem precies de essentie. Tussen tent en bungalow zit nog heel veel, en dat is niet alleen een caravan. Gezien de ontwikkelingen pleit hij ervoor dat niet op slot te zetten. Raadslid VAN DE WETERING vraagt of hij dan toch denkt aan meer permanente zaken als stacaravans, net geen bungalow.
De heer DE GRAAF denkt dat daar nog andere vormen tussen zitten, zoals bijvoorbeeld lodges, trekkershutjes, enz. In ieder geval zijn dat accommodaties waarbij wel het kampeergevoel bovenop staat. Het is de uitdaging dat te definiëren, maar wel die trends te kunnen blijven volgen. Raadslid SCHUIRINGA meent dat hij doelt op ontwikkelingen voor de toekomst, zonder te verkrampen. De heer DE GRAAF beaamt dat hij dit prima samenvat. Tent, caravan en vouwwagen worden langzamerhand vervangen door andere vormen. De gast beleeft dat nog steeds als kamperen, dus zonder daar teveel aan vast te houden, gaat het nog steeds om het kampeergevoel realiseren. Raadslid VELTKAMP vraagt hoe de heer De Graaf aankijkt tegen camperaars. Zijn dat kampeerders, al doen ze dat liever niet, die met hun kampeermiddel ook allerlei bezoekjes afleggen? Is dat een kampeerder of moet je die meer als dagtoerist betitelen? De heer DE GRAAF vindt dat wel degelijk een kampeerder. Hij onderscheidt 2 soorten camperaars: de ene staat het liefst gratis, en de andere zet zijn camper neer en betaalt graag wat meer voor de faciliteiten. Dat is ook een uitdagende markt, die Hij vraagt zich wel af of ze het daar op middellange langere termijn mee gaan redden. Raadslid LELY is het wel met hem eens dat we niet meer zo kamperen als 35 jaar geleden, maar ziet toch wel heel veel huisjes ontstaan in plaats van kampeerplekken.
En als iemand ‘glamping’ wil beleven, maar dan toch steeds meer naar verstening neigt, doordat meer huisjes worden aangeboden, denkt de heer De Graaf dan ook niet dat dit leidt tot steeds meer verstening, wil hij weten. De heer DE GRAAF vindt zelf de stap naar een huisje niet passen op een camping, maar het is aan elke ondernemer hoe die dat invult. Er is zeker een behoefte aan, en ‘glamping’ is in zijn ogen een andere vorm van kamperen, Verslag raadscommissie
dinsdag 09-0211/18
die nog in de beginfase verkeert. Raadslid HIN vindt dat duidelijk. Ze vraagt of die ‘lodges’ dan ook na het zomerseizoen opgeruimd worden. Anders is het een bouwwerk dat we niet willen op campings. De heer DE GRAAF geeft aan dat dit de essentie is. Als de markt erom vraagt, moeten we dan halsstarrig vasthouden dat we dat niet willen? Ze willen onderzoeken daarom samen met deskundigen hoe daarmee om te gaan. Raadslid HIN is benieuwd of bij de verandering van koepeltentje naar luxe tent er geen vraag naar meer vierkante meters ontstaat. De heer DE GRAAF bevestigt dat hij soms wel 2 of 3 reguliere kampeerplekken opoffert voor een luxe tent. Mensen verwachten daar ook luxe bij. Dan verdwijnen er dus kampeerplaatsen, maar de ervaring is dat die vraag ook daalt. We zijn groot geworden met kamperen, maar zien duidelijk die verschuiving in de markt. Raadslid HIN denkt dat een vraag om meer terrein voor hetzelfde aantal personen dan toch logisch gevolg zal zijn. De heer DE GRAAF respecteert het slaapplaatsenbeleid. Hij stelt dat ze dan liever voor kwaliteit gaan, in plaats van voor kwantiteit. Raadslid VELTKAMP vraagt of ze een ‘lodge’ dan moeten beschouwen als luxere vorm van trekkershut, die wel toegestaan is op kampeerterreinen. Hoe ziet u dat? De heer DE GRAAF denkt dat de heer Veltkamp hiermee de spijker op de kop slaat.
Hij geeft nog mee dat ze in Drenthe bij gebiedsontwikkeling een x percentage uitgeven om binnen bepaalde kaders te experimenteren. Misschien zou dat daar prima in passen. De VOORZITTER dankt de sprekers. Hij biedt excuses aan voor de storingen. Vooral de heer Steenhof heeft zijn inbreng niet goed kunnen afronden. Insprekers kunnen hun inbreng nog schriftelijk aanvullen. Hij licht voor de commissie het behandelschema toe: eerst hoofdstukken 1, 2 en 3, daar kunnen we snel doorheen. Hoofdstuk 4 is de essentie; bij elk kader houdt hij eerst een vragenronde, en vóór inhoudelijke behandeling ruimte voor toelichting van eventuele moties of amendementen. Wat raadslid KIEFT betreft blijft vanavond tot informatieve ronde beperkt, want de tijd zal te beperkt zijn. Het onderwerp is het te belangrijk om er doorheen ‘te jassen’. Raadslid HOOIJSCHUUR is dat met hem eens. Er moet goed over gediscussieerd kunnen worden. De VOORZITTER zegt –na overleg met de griffier- dat het zeker niet de bedoeling is hier in de volgende raad al een klap op te geven. Het debat lijkt hem moeilijk te splitsen tussen vragenronde en inhoudelijk, dus hij stelt voor om 23.00 uur te kijken hoe ver ze zijn, en dan een vervolgafspraak te maken. Raadslid VAN DE WETERING vindt dat in het advies eigenlijk alle bespreekpunten mooi verwoord staan. Het lijkt haar dat ze die 11 punten goed als handleiding kunnen gebruiken.
Raadslid SCHUIRINGA wijst op de vervolgstadia in de bijlage. Het plan zou naar de raad van maart gaan, maar hij neemt aan dat daarvoor nog een commissiebehandeling is, om het verder te verduidelijken. Raadsgriffier DE PORTO legt uit dat deze behandeling anders werkt dan anders. Het is heel goed denkbaar in maart nog een extra avond te pakken, en dan pas te beslissen of het rijp is voor besluitvorming. Raadslid HIN stelt voor het nu af te sluiten en een volgende avond verder te gaan met de kaders. De VOORZITTER wil de rest van deze avond toch nog wel benutten. Hij stelt nu eerst hoofdstukken 1, 2 en 3 tegelijk aan de orde. Bij hoofdstukken 1, 2 en 3 betoogt raadslid VELTKAMP dat vertrekpunt voor het toekomstplan een visie zou moeten zijn. Zo’n visie zien ze nergens verwoord in de stukken. Hij wil dat eerst trachten te verwoorden. Toerisme heeft veel welvaart gebracht. Keerzijde is de drukte. De PvdA wil dat het eiland in de toekomst bloeit, maar in balans. Bezoekers genieten van rust, kleinschaligheid, diversiteit, van wat Texel uniek maakt. Texel is tevens een levend natuureiland, waar mensen prettig wonen en verblijven, en wat niet elk seizoen even druk hoeft te zijn. Texel is aantrekkelijk, met voor ‘ieder wat wils’. Het biedt positieve beleving op allerlei gebieden, voor bewoners en bezoekers.
De PvdA wil een voorzet geven voor een heldere visie: toerisme en economie in balans met ecologie en leefbaarheid, afgekort T.E.x.E.L. Vanuit deze visie, met de kernwaarden en principes, is het zaak deze 4 containerbegrippen uit te werken, waarbij we ons vooral Verslag raadscommissie
dinsdag 09-0212/18
richten op symbiose tussen alle factoren, met wisselwerking. En daarbij worden allen uitgenodigd om hun inzichten te delen. Vraag aan het college is dus, waarom hier een visie mist, en of het college zich kan vinden in zijn voorzet.
toezegging
Wethouder HUISMAN wijst erop dat deze notitie eigenlijk een pre-stadium is voor de visie is.. Vanaf 2019 hebben ze juist informatie verzameld bij alle stakeholders, en daaruit kaders opgehaald. Het college hoort nu graag wat de raad daarvan vindt, en dan komen ze later in het jaar met de visie, aan de hand van die reacties. Raadslid VELTKAMP verbaast zich over deze omgekeerde route, want normaal vertrek je toch vanuit een visie, meent hij. De VOORZITTER verduidelijkt dat ze nog een fase eerder zitten, dit is richtinggevend. Raadslid KIEFT meent bij 1.1 beleving van drukte, dat er toch al jaren een druktemonitor beschikbaar (irritatie-index) is. Hij heeft daar niets over kunnen vinden en begrijpt niet waarom dat instrument nog steeds niet gebruikt wordt. Bij 1.3 schrok hij van de cijfers, dat zo weinig Texelaars het toerisme steunen, en zo velen teveel drukte ervaren. Hij hoort graag waarom daarop niet verder wordt doorgestudeerd. Onderaan 1.3 gaat het over draagvlak verhogen door te zorgen dat iedereen profiteert, en compensatiemaatregelen richting inwoners, maar over uitwerking daarvan leest hij ook niets. Hij beveelt aan het advies van raad voor leefomgeving en infrastructuur hierover te lezen. Wethouder HUISMAN antwoordt dat wel getracht is aan de gang te gaan met de druktemonitor, maar constateert dat het lastig is te objectiveren.
In 2019 hebben ze dat geprobeerd met belevingsonderzoek, waaruit ook deze percentages kwamen. Die cijfers zijn inderdaad verontrustend. Het belevingsonderzoek is wel te beschouwen als monitor, maar moeilijk verder concreet te maken. Ook bij irritatie is moeilijk te bepalen of iemand echt schade van toerisme ondervindt, dat is voor iedereen verschillend, en nog lastiger is welke vergoeding daar tegenover zou moeten staan. Ze denkt wel dat, om het draagvlak toe te laten nemen, zoals de heer Witte van dorpscommissie Eierland/De Cocksdorp heel concrete punten aangaf. Dergelijke irritatie punten proberen we te vangen in de kaders, Ze hoort dan ook graag van de raad of dit goede kaders zijn. En als er meer zijn, zoals over compensatie, wil ze die graag toevoegen. Raadslid KIEFT merkt op dat een monitor een constant instrument is, om trends te kunnen meten. Hij maakt zich sterkt dat er elders wel voorbeelden van monitoring zijn, die je zo kunt kopiëren. Raadslid KOOT heeft over dagtoerisme al schriftelijk iets gevraagd. Het zit haar dwars dat, hoewel het zo centraal wordt gezet, eigenlijk een containerbegrip is waar we zo weinig van meten. Dat kunnen gasten per fiets, auto, boot, bus, cruiseschip enz. zijn. De VOORZITTER zegt dat definiëren van dagtoerime expliciet bij Hoofdstuk 4 aan de orde komt.
Raadslid KOOT wil daar toch ter discussie stellen of ze wel in staat zijn voor dagtoerisme een zinvol kader te maken. Raadslid VAN DE WETERING leest in 1.2 de zin “het aantal geregistreerde slaapplaatsen is de laatste 20 jaar stabiel gebleven”. Ze vraagt hoe ze dit moet lezen, gezien de vele ontwikkelingen en verschuivingen. Wethouder HUISMAN antwoordt hier schriftelijk op. Raadslid VELTKAMP vindt toch dat ze, ook al is het een richtinggevende notitie, als ze daarin besluiten nemen, die dan in ieder geval wel in het toeristisch toekomstplan moeten opnemen. Hij legt voor of je dat dan stuk voor stuk doet, of beter in symbiose moet zien. Hij wil toch meegeven bij Hoofdstukken 1, 2, 3, dat die raadsbesluiten automatisch moeten worden opgenomen. De VOORZITTER legt uit dat ze discussie zeker gaan voeren. Dit is wellicht in maart of later, en moet voorbereid worden met de input die u nu inbrengt. De RAADSGRIFFIER vult aan dat de wethouder vraagt om kaders te schetsen opdat u meegeeft in welke richting u denkt. Met deze avond en mogelijk nog een avond, kan de raad die al dan niet geamendeerde kaders straks vaststellen, want is dat toch een belangrijke rol van de raad. Dit was precies wat wethouder HUISMAN bedoelt.
Raadslid VELTKAMP is wel een beetje gerustgesteld, maar hoopt wel op de toezegging dat de wethouder niet alleen sec naar kaders kijkt, maar ook het effect van het ene kader op het andere mee wil nemen. Dat is de symbiose waar hij op doelt. Wethouder HUISMAN hoort juist graag eerst de uitgangspunten. Ze kan die niet op voorhand koppelen, maar het gaat er volgens haar wel om dat ze vanuit de uitwerking van al die inbreng de samenhang in
Verslag raadscommissie
dinsdag 09-0213/18
toezegging
beeld gaan brengen, maar dat komt later. Commissielid HOUWING vraagt of bij het hoge percentage beleving dat het (te) druk is, is gekeken naar perspectief van een heel jaar rond, of dat is gekeken naar compensatie in rustiger delen van jaar. Wethouder HUISMAN antwoordt dat dit allemaal uitgekristalliseerd is in het belevingsonderzoek. Drukte is één van de kaders. Ze zegt het rapport toe. Raadslid HOOIJSCHUUR mist uit het coalitieprogramma de beddentelling, en ook bijv. het stolpenbeleid zou in de kaders meegenomen moeten worden. De VOORZITTER wijst erop dat hier al kaders zijn waar dit bij past, en ook zijn er al meerdere amendementen voor ingediend. Hij legt uit dat dit bespreekstuk uiteindelijk wordt uitgewerkt tot besluitstuk. De wethouder gaat de inbreng verwerken, en dan komt het in maart of later in de raad. Raadslid ZEGEREN worstelt er ook wat mee hoe ze nu kaders voor langere tijd moeten formuleren. Hij denkt dat bijna alle betrokkenen wel hun zegje hebben kunnen doen, maar hoort graag of de raad nu ook al kaders voor de uitvoering moet meegeven. Als het bijv. gaat om de perceptie van teveel auto’s op de weg, moeten we dan kaders meegeven om te realiseren dat men de auto’s zoveel mogelijk laat staan?. Overleg-optie is dan in zijn ogen een systeem te maken om alle vormen van vervoer met elkaar te verbinden.
En ten tweede kun je inzetten op vragen zo min mogelijk met eigen vervoer te komen. Moeten we dus al met ideeën komen voor uitvoering, of is het voldoende te zeggen dat we minder dagtoerisme willen, wil hij weten. Raadslid LELY sluit aan bij de heer Zegeren, dat er een heleboel ruimtelijke kaders zijn, maar dat ze zich ook zullen moeten uitspreken over zaken als duurzaamheid, groen, wat voor soort eiland willen we zijn, enz. Daar hoort en leest hij nog niets van terug, en dat zou er volgens hem wel in moeten. De VOORZITTER merkt op dat dit juist de vraag van het college is. Als u ergens een kader voor heeft, dient u dat in, zegt hij. Raadslid LELY legde daarom ook zijn gedachten hierover aan zijn collega’s voor. Raadslid WITTE vindt wel helder wat de heer Veltkamp net aangaf en ook de heer Lely en anderen. Als ze de vorm van amendementen kiezen gaat dat al richting besluitvorming, is het gevoel. Ook hij had misschien een wat bredere visie verwacht. Texels Belang is wel heel blij met de notitie, maar merkt ook bredere behoefte aan inbreng in meer sectoren. Wethouder HUISMAN stelt dat het er juist om gaat dat de raad kaders meegeeft, zodat zij die kunnen oppakken voor nadere uitwerking. Raadslid VAN DE WETERING denkt dat iedereen dit zo moeilijk vindt, omdat het nogal veelomvattend is.
Alle dingen die voorbij komen, zie je her en der wel in de kaders terug, dus laten we die gewoon stuk voor stuk gaan volgen en zo nodig amenderen, roept ze op. Staat er iets niet in of willen we het anders, dan werkt dit hetzelfde als bij normale besluitvorming. Het overvalt raadslid VELTKAMP toch dat ze nu al die kaders moeten verwoorden. Hij vraagt of het mogelijk is nog een aantal kaders schriftelijk in te dienen. De VOORZITTER merkt op dat er al 3 zijn ingediend, maar stelt de heer Veltkamp gerust dat daar nog alle tijd voor is. Wethouder HUISMAN bevestigt dit. Wat hierin staat hebben zij opgehaald uit alle gesprekken. Zij hebben hun best gedaan, en nu is de raad aan zet. Raadslid RAN begint zich te storen aan het feit dat de heer Veltkamp van visie naar vertrekpunt wil, terwijl dit een vertrekpunt naar visie is. Hij dringt aan nu de kaders te behandelen, net zoals ze ook over duurzaamheid e.d. visies hebben ontwikkeld. Raadslid SCHUIRINGA hoopt bij punt 1 wel contact wordt gelegd met alle achterbannen, met de vraag of die op- en aanmerkingen hebben, dat we weten waar we naar toe willen. Bij punt 2 merkt hij op dat hij het huidige plan prima vindt. Volgens hem is er niet eens zoveel te corrigeren.