Relevante artikelen Reglement van Orde van de gemeenteraad - benoeming wethouders
Tekst van het document
1.1 Commissie Stemmen en Geloofsbrieven 1. De gemeenteraad benoemt kort na haar installatie 3 raadsleden tot lid van de (vaste) Commissie Stemmen en Geloofsbrieven en 1 vervangend lid, waarbij sprake is van een evenwichtige vertegenwoordiging vanuit de gemeenteraad; de griffier ondersteunt deze commissie bij haar werkzaamheden. 2. Deze commissie: • stelt vast of een te benoemen persoon (het raadslid, het commissielid of de wethouder) voldoet aan de vereisten die de wet voorschrijft en of er geen onverenigbare betrekkingen of nevenfuncties worden bekleed, waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van de taak (respectievelijk het zijn van raadslid, wethouder of commissielid). • treedt op als stembureau (tellen stemmen en vaststellen uitslag) bij schriftelijke stemmingen. • onderzoekt in haar laatste vergadering van een raadsperiode het verloop van de verkiezingen (een toets op rechtmatigheid) en het proces-verbaal van het centraal stembureau. • De voorzitter van Commissie Stemmen en Geloofsbrieven wordt gekozen uit het midden van de leden en is degene die in de raadsvergaderingen de bevindingen van de commissie verwoordt. • Als een lid van de Commissie Stemmen en Geloofsbrieven geen raadslid meer is, vervalt automatisch het lidmaatschap en wordt z.s.m. een ander raadslid benoemd. 1.3 Benoeming wethouders 1.
De Commissie Stemmen en Geloofsbrieven onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. 2. De gemeenteraad voert in elk geval halverwege een raadsperiode een functioneringsgesprek met elke wethouder. 3. De gemeenteraad en het college voeren in elk geval halverwege een raadsperiode een gesprek over bijvoorbeeld wederzijdse verwachtingen, de bestuurscultuur, samenwerking raad en college, rolopvatting en informatievoorziening. 4. In het Afstemmingsoverleg (zie artikel 2.1 voor meer informatie over het Afstemmingsoverleg) worden de gesprekken zoals beschreven onder lid 3 voorbereid (inhoudelijk en procedureel over o.a. planning en deelnemers).