Rekenkamerrapport Texel Aandachtspunten woonvisie - 29 september 2023
Tekst van het document
De veranderingen zijn bij de behandeling van het Actieplan in de vorm van wensen en bedenkingen in de raad aan de orde gekomen, en ook in een raadsinformatieavond. In de praktijk bleek het snel willen handelen en het “geen papier maar stenen” de boventoon te voeren. Op zich zijn wensen en bedenkingen een geëigende manier om beleidsveranderingen te behandelen, en de rekenkamercommissie begrijpt ook de wens toentertijd om snel te handelen. Toch geeft de rekenkamercommissie als overweging mee dat raad en college bij dergelijke grote veranderingen in het beleid, ook hadden kunnen kiezen voor een meer fundamentele behandeling in de
•
18
vorm van een aanpassing of update van de Woonvisie. Door een meer fundamentele behandeling bij een substantiële veranderde woningmarkt, wordt de raad goed in positie gebracht. •
In de oude woonvisie zijn instrumenten genoemd, maar die zijn meestal zonder doel opgenomen en er ontbreekt een afweging waarom het instrument moet worden ingezet en wat de verwachte effectiviteit ervan is.
Verantwoordingsinformatie voor de raad: bewaken van de voortgang van het woonbeleid •
Rond het vaststellen van de Woonvisie zijn geen afspraken gemaakt over systematische monitoring en informatievoorziening. Met het Actieplan Wonen en de versnelling van de woningbouw komt er wel een informatiestroom richting raad, met name via RIB’s en RIA’s en beantwoording van raadsvragen. Het gaat daarbij met name om informatie en besluitvorming over de uitvoering; systematische, periodieke informatie over de voortgang van de doelrealisatie op basis van de doelen uit de Woonvisie, is er echter nauwelijks.
•
De voortgangsrapportage die in 2020 in de raad aan de orde is gekomen, is wel een goed voorbeeld van verantwoordingsinformatie, maar dit was eenmalig. In zowel het Actieplan als de prestatieafspraken was de afspraak dat de raad twee maal per jaar over de voortgang zou worden geïnformeerd. Als voortgangsrapportages eerder en regelmatiger waren opgesteld, was er mogelijk ook eerder geconstateerd dat de woonvisie niet meer actueel was.
Vergelijking met andere eilanden •
In alle vijf Waddengemeenten was er voorafgaand aan de oude woonvisie niet een duidelijk beeld van de specifieke situatie van de eilander woningmarkt. De specifieke situatie was toentertijd ook niet vastgelegd in regionale woningbouwafspraken met de betrokken provincie. Door de vier Friese Waddengemeenten is samen met de provincie Fryslân in 2016 wel een vooronderzoek gedaan waaruit de specifieke eilander situatie bleek. In het geval van Texel was intensief overleg met de provincie Noord-Holland nodig om een ‘status aparte’ te formuleren. Dit laat zien dat het gezamenlijk optrekken om de specifieke eilandsituatie goed te duiden zeer nuttig is. Bij de Regiodeal is dat ook gedaan.
•
De woonvisies van de vijf eilandgemeenten verschillen in mate van concreetheid en toepasbaarheid op de specifieke eilander situatie. De woonvisies variëren van meer algemeen - verkennend - van karakter, tot concreet en met specifieke eilander toepassingen. Het delen van elkaars aanpak en opzet van de woonvisies kan helpen om de concreetheid en toepasbaarheid te versterken, en daarmee het inzicht de doelrealisatie.
•
Een opvallend verschil tussen de eilanden is de positie van de woningcorporatie. Op Schiermonnikoog, Terschelling en Vlieland is WoonFriesland actief die ook elders in de provincie (in totaal in 16 gemeenten) actief is. Op Texel is Woontij actief, gericht op Texel en twee andere gemeenten in de Kop van NoordHolland. Ameland kent de unieke positie van een eigen gemeentelijk woningbedrijf. De verschillen hebben onder meer gevolgen voor hoe de huurdersparticipatie is geregeld, en voor hoe beleidsuitvoering is vastgelegd (via interne beleidskaders zoals op Ameland of prestatieafspraken zoals op de andere eilanden). Er zijn dus verschillende modellen om het sociale-huurwoningenbeleid te organiseren.
•
Een vergelijking van de eilanden laat ook zien dat het beleidsproces rond de huisvestingsverordening varieert. Er zijn op de meeste eilanden veelal wijzigingen nodig geweest die vrij kort op elkaar in de gemeenteraad aan de orde zijn gekomen. Wijzigingen zijn soms door het college en in een enkel geval op verzoek van de gemeenteraad doorgevoerd. Over het algemeen geldt dat het instellen van een huisvestigingsverordening goed onderbouwd en gebaseerd op specifieke woningschaarste moet zijn. Niet altijd wordt dat bij de invoering of wijzigingen huisvestingsverordeningen goed onderbouwd en ook wordt niet altijd gemonitord of met de verordening de beoogde resultaten worden gerealiseerd.
•
Weliswaar worden meestal in de woonvisies doelgroepen onderscheiden, maar niet altijd worden daarbij ook op die doelgroepen gerichte instrumenten benoemd. En ook wordt niet altijd de mate van doelrealisatie specifiek per doelgroep inzichtelijk gemaakt in latere fasen van beleid.
‘Aandachtspunten voor de raad om in positie te komen en te blijven bij de nieuwe (concept)woonvisie’ Hierna staan 15 praktische handvatten of aandachtspunten die de raad kunnen ondersteunen bij het beoordelen van de nieuwe (concept)woonvisie. De aandachtspunten betekenen niet automatisch dat het bij de vorige visie op die punten niet goed is gedaan; hiervoor is aangegeven dat een aantal stappen in het proces bij de oude Woonvisie goed ging, maar ook dat een aantal zaken meer aandacht hadden kunnen krijgen. Onderstaande aandachtspunten zijn te beschouwen als een checklist waarmee de nieuwe woonvisie beoordeeld kan worden. 19
Aandachtspunten
Andere partijen (stakeholders)
Relatie andere beleidsterreinen
Sturing/instrumenten
Rol gemeenteraad kaderstellend 1
De gemeenteraad moet vroegtijdig en op een navolgbare manier worden betrokken bij de probleemanalyse en het vormgeven van het beleidskader van de woonvisie.
Inzicht voor de raad in opvattingen en inzichten van stakeholders (andere overheden, woningcorporatie, private partijen, enz.)
Duidelijkheid over (verander)opgaven • op gerelateerde beleidsterreinen die van invloed (kunnen) zijn op de woonvisie, zoals zorg en energie.
Startnotitie/ Koersdocument
2
Maak aan het begin van het proces stappen in de beleidscyclus helder en maak daar afspraken over; maak ook afspraken over reikwijdte en diepgang van de woonvisie (welke doelgroepen, aandacht voor de woonzorgvisie, enz.)
Inventariseer wanneer welke partijen betrokken worden.
Geef aan hoe de woonvisie aansluiting op de reguliere P&Ccyclus. Vergelijk daarbij ook hoe (proces)stappen zijn geregeld bij andere kadernota’s.
•
Beleidsdocumenten: uitvoeringsagenda (woningbouwplan), huisvestingsverordening
• •
Prestatieafspraken
Andere Waddeneilanden, provincie en Vergelijk de specifieke situatie op Zoek de gezamenlijkheid van de eilanden op, andere beleidsterreinen. vanwege de gedeelde unieke woningmarktsituatie, andere gemeenten zodat de specifieke problematiek duidelijk is ook voor andere partijen, zoals de provincie.
•
Gezamenlijk (voor)onderzoek/ probleemanalyse
•
Regionale woningbouwafspraken/ Regiodeal
3.
Monitor en voortgangsinformatie
Doelen en onderbouwing 4.
5.
6.
Kijk naar dwarsverbanden met • andere initiatieven/plannen, • bijvoorbeeld op het gebied van zorg, arbeidsmarkt, duurzaamheid enz.
Startnotitie/ Koersdocument
Inventarisatie van belangen en invloed Neem de vraag mee hoe het Zorg voor een goede probleemanalyse (met • van stakeholders. woonbeleid kan bijdragen aan knelpunten, kansen en trends), met een evaluatie • problemen op andere beleidsterreivan de voorgaande woonvisie. Neem ervaringen • . nen (armoede, energie, zorg enz.) van andere eilanden mee.
Startnotitie/ Koersdocument
Doelen moeten concreet, meetbaar en navolgbaar Het moet duidelijk zijn welke invloed andere partijen hebben op realisatie zijn geformuleerd; verwachte effecten van van doelen, en wat de impact van instrumenten en trends moeten zijn aangegeven.
•
Doelformulering en heldere relatie met (effectieve) inzet van instrumenten.
•
‘1-op1’ terug laten komen in monitoring
Zorg dat stakeholders vroegtijdig bij de start van het proces worden betrokken; koppel resultaten van het beleid ook terug naar stakeholders.
Stakeholders: andere overheden, woningcorporatie, zorginstellingen, projectontwikkelaars en (andere) private partijen, inwoners, enz..
gemeentelijke beleid is.
7.
Relatie met doelen op andere beleidsterreinen moet duidelijk zijn, zoals zorg, energie enz.
Als in de woonvisie doelgroepen, zoals ouderen, Doelgroepen zijn ook stakeholders met Verschillende doelgroepen hebben • relatie met andere beleidsterreinen: jongeren en personeel worden benoemd, doe dat wensen en belangen. personeelshuisvesting met toerisme/ dan op basis van een goede beschrijving en economie, ouderen met zorg enz. probleemanalyse per doelgroep.
Aandachtspunten bespreken in overleg met stakeholders
Overleg/bespreken met stakeholders Gebruik trendanalyses van CBS, (regionale) planbureaus etc.
Doelgroepanalyse
20
Aandachtspunten
Andere partijen (stakeholders)
Relatie andere beleidsterreinen
Sturing/instrumenten
Opzet en uitvoering 8.
9.
Zorg dat de keuze van instrumenten passend en effectief is in relatie tot de gekozen ambities/doelen en doelgroepen.
Het moet duidelijk zijn welke invloed Relatie met instrumenten op andere andere partijen hebben op de inzet en beleidsterreinen moet duidelijk zijn. effectiviteit van instrumenten.
Als er wordt gekozen voor een huisvestingsverordening, dan moet helder zijn welke problemen met de verordening worden opgelost, met een heldere onderbouwing en inzicht in de realisatie van de doelen.
Woningcorporatie, huiseigenaren (koopwoningen) en huurders (huurwoningen)
• •
Doel middel boom Inzicht in (kosten)effectiviteit instrumenten
Bekijk wat vergunningstelsel betekent • voor toerisme/economie.
Huisvestngsverordening
10. Zorg voor een goede onderbouwing van beleid, en Maak gebruik van informatie van stakeholders en trendanalyses van gebruik actuele cijfers.
•
CBS, planbureaus, etc.
Mogelijk is er op andere beleidsterreinen al relevante informatie beschikbaar.
Onderzoeksrapporten, achtergronddata (zoals www.waarstaatjegemeente.nl)
•
Trendanalyses CBS, planbureaus etc.
11. Bij ambities/doelen horen ook middelen en menskracht (fte’s); breng goed in beeld wat budgettaire gevolgen (kunnen) zijn.
(keuze van gemeenteraad i.s.m. college)
Grondbeleid en financiële positie gemeente, etc.
• •
Grondbeleid
12. Breng onzekerheden goed in kaart juist ook op (middel)lange termijn omdat woonbeleid op langere termijn speelt.
Welke onzekerheden voor de realisatie Onzekerheden kunnen ook van doelen kunnen voortkomen uit de voortkomen uit beleid op andere rol van stakeholders? terreinen.
•
Gebruik bestaande lange termijn scenario’s van CBS, (regionale) planbureaus etc. om onzekerheden inzichtelijk te maken.
13 Wees helder over de rol van de gemeente met name ook t.o.v. andere partijen.
Andere overheden, woningcorporatie, woningeigenaren/ projectontwikkelaars, ondernemers (huisvesting personeel)
• • •
Regionale afspraken, zoals Regiodeal
Rol gemeenteraad controlerend 14. Maak vooraf duidelijke afspraken over vorm, inhoud en frequentie van de monitoring en informatievoorziening rond het woonbeleid en kom deze gezamenlijk ook na.
Financieel beleid
Prestatieafspraken Eventuele afspraken met private partijen
• Inventariseer partijen die informatie kunnen aandragen (denk bijvoorbeeld aan de woningcorporatie, CBS, Planbureaus etc).
Monitoring kan ook gerelateerd • worden aan andere beleidsterreinen.
‘15. Markeer en onderbouw bijstellingen van doelen en Doelen en doelrealisatie zijn mede afhankelijk van wat er bij stakeholders van eventuele afwijkingen van de doelrealisatie; gebeurd. maak een update van de woonvisie als veranderingen in doelen of trends dat nodig maken.
Monitor/voortgangsrapportages, inclusief heldere fasering in tijd (controlerende taak).
•
Raadsinformatie: markeer en motiveer voor de raad bijstellingen van het beleid.
•
Update woonvisie
21
22
Bijlage I – Opzet en verantwoording onderzoek Aanleiding onderzoek Nieuwe woonvisies Alle vijf eilandgemeenten zijn bezig met het vernieuwen van hun woonvisie. Aanleiding voor de nieuwe woonvisies is onder meer de recente aanpassing van de Woningwet (artikel 42), die gemeenten verplicht een woonvisie te hebben (vanaf 1 januari 2024) die maximaal vijf jaar geldig is – eerder was die verplichting er niet. De woonvisie is mede de basis voor de prestatieafspraken met woningbouwverenigingen die belangrijk zijn voor het huursegment van de woningvoorraad in een gemeente. Daarbij komt ook de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting, waarin zaken worden geregeld rond aantallen woningen en locaties (zie https://www.volkshuisvestingnederland.nl/ onderwerpen/wet-versterking-regievolkshuisvesting/nieuws/2023/02/16/wetsvoorstel-versterking-regie-volkshuisvesting-in-consultatie. Onderdeel is verder dat er (verplicht) aandacht is voor huisvesting van aandachtsgroepen en de zorg- en ondersteuningsbehoefte in relatie tot wonen (de zogenoemde woonzorgvisie). De woonzorgvisie moet onderdeel zijn van de nieuwe woonvisie. In de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting wordt een koppeling gelegd met de Omgevingswet. De woon(zorg)visie wordt in de toekomst in het kader van de Omgevingswet vastgelegd in een zogenoemd volkshuisvestingsprogramma worden voorgeschreven.
In dit verplichte programma dienen gemeenten hun beleid voor woningbouw en locaties te concretiseren. Aan artikel 3.6 van de Omhevingswet wordt daartoe een lid toegevoegd (zie:: https://www.internetconsultatie.nl/regievolkshuisvesting/document/9955). Parallel aan het ontwikkelen van een nieuwe woonvisie zijn gemeenten bezig met het aanpassen van de huisvestingsverordening. Dat is extra relevant vanwege de aanpassing in de Huisvestingswet die de gemeente meer mogelijkheden biedt om toeristische verhuur van woonruimte te voorkómen of te beperken en om opkoopbescherming in te voeren. Op 1 januari 2021 is de Wet toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. Gemeenten hebben hiermee de bevoegdheid om door middel van de Huisvestingsverordening een registratie-, meld- en/of vergunningplicht of ontheffingsplicht in te stellen om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren en te controleren. Dit kan via (aanpassing van) de gemeentelijke huisvestingsverordening worden geregeld. Het vernieuwen van de woonvisies vindt ten slotte mede plaats in het kader van aan de eilandgemeenten toegekende middelen voor (versnelde) woningbouw en de Regio Deal waarin (passend) wonen een belangrijke plaats inneemt.
De Regio Deal middelen (15,5 miljoen euro van het Rijk; 9 miljoen van de provincies en 9 miljoen van de gemeenten zelf) worden ingezet voor het gezamenlijke Programma Waddeneilanden van de vijf Waddengemeenten. In het programma is ‘Goed Wonen & Leven’ een onderdeel en daarvan is weer een onderdeel ‘Meer passende woningen realiseren’ (zie https://www.dewaddeneilanden.nl/meer-passendewoningen). Daarnaast krijgen de Waddeneilanden 5 miljoen euro voor het versneld bouwen van minstens 200 woningen (de verwachting is dat de eerste 75 huizen voor 2025 klaar moeten zijn); tweederde van die huizen moet 'betaalbaar' zijn. De Waddeneilanden beogen om zelf tot 2030 zo'n 50 miljoen euro te investeren. Recent zijn de Regionale Woondeals getekend. (Zie: https://cuatro.sim-cdn.nl/fryslan/uploads/5140_ woondeal_wadden_web.pdf?cb=VU1n_17, en https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/ Bouwen_Wonen/Regionale_woonafspraken/Woonakkoorden/Woonakkoord_Kop_van_Noord_Holland_2022_202 6.pdf. Complex proces Het komen tot een (nieuw) woonbeleid is een complex proces. Deels vanwege de breedte van de inhoudelijke thema’s die op het gebied van woonbeleid spelen. Deels door de specifieke woningmarkt-omstandigheden van de eilanden. Ook speelt mee dat de gemeente niet als enige beleid voert, maar afhankelijk is van andere publieke en private partijen.
23
Het vernieuwen van de woonvisie neemt dan ook enige tijd in beslag waarbij vaak een extern bureau wordt ingeschakeld. Dat bureau onderzoekt de voor de gemeente relevante trends op woongebied en formuleert een concept plan.
Doel en afbakening onderzoek Tegen deze achtergrond heeft de rekenkamercommissie een quick scan onderzoek gedaan naar het woonbeleid. Het onderzoek betreft geen standaard (evaluatie-)onderzoek zijn waarin het gevoerde beleid wordt doorgelicht en er aanbevelingen voor beleid(suitvoering) worden gedaan. Het onderzoek is er op gericht om praktische handvatten of aandachtspunten te geven die de raden ondersteunen bij het beoordelen van de nieuwe (concept)woonvisies. Het onderzoek is met name gericht op het ondersteunen van de gemeenteraden in zijn kaderstellende rol. De rekenkamercommissie wil de raad informeren over opvallende inzichten bij het woonbeleid van de afgelopen jaren, zodat de raad die inzichten kan meenemen bij de nieuwe woonvisies. Daarmee beoogt het onderzoek bij te dragen aan een goed proces om te komen tot nieuw lokaal woonbeleid waar de rollen van het college, de raad en externe stakeholders helder zijn. Het doel van het onderzoek is het ondersteunen van de gemeenteraden in hun kaderstellende rol over de (concept-)woonvisies en inzicht geven in de vraag in hoeverre de mogelijkheden worden benut om sturing te geven aan de doelen die met het woonbeleid beoogd worden.
Het quick scan onderzoek is gericht op praktische lessen en concrete aandachtspunten over: ● De formulering van doelen/beleidskaders ● De keuze van instrumenten ● De relatie met stakeholders ● De onderbouwing van beleid(skeuzes) ● Specifieke thema’s voor de eilanden (zoals bewoning van recreatiewoningen, recreatief gebruik van woningen, personeelshuisvesting e.d.) ● Rol en sturing raad (monitoring en informatie) Afbakening quick scan onderzoek woonbeleid Het onderzoek is een quick scan onderzoek waarbij alleen wordt gekeken naar de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s, huisvestingsverordeningen en andere daarmee verband houdende uitvoeringsdocumenten. In die documenten wordt gekeken naar de wijze waarop is omgegaan met de onderwerpen die hiervoor zijn genoemd. Op die onderwerpen zal worden gekeken hoe die in het verleden bij de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en verordeningen zijn meegenomen en/of vorm gegeven. Het onderzoek beoordeelt de huidige (‘oude’) woonvisies en uitvoeringsprogramma’s op de formulering en omgang met doelen, thema’s, integraliteit en mate van sturing. Het onderzoek betreft niet een evaluatie van het huidige beleid, en levert ook niet een inhoudelijk advies op over de nieuwe woonvisie. De rekenkamer-commissie geeft geen inhoudelijk oordeel over hoe het beleid in de nieuwe woonvisie er uit zou moeten zien.
Dat is immers onderdeel van het proces dat de colleges zelf in werking hebben gezet.
Onderzoeksvragen Hoofdvraag van het onderzoek is: Hoe kunnen de gemeenteraden worden ondersteund in hun kaderstellende rol over de (concept) woonvisies en in hoeverre kunnen de mogelijkheden optimaal worden benut om sturing te geven aan het woonbeleid? 24
Deelvragen 1. Hoe zijn de doelen tot stand gekomen en geformuleerd, en zijn ze concreet, en navolgbaar? 2. Zijn tussentijdse wijzigingen van de doelen navolgbaar voor de raad? 3. Welke instrumenten zijn ingezet en is die inzet passend bij de doelen? 4. Zijn de financiële gevolgen in beeld gebracht? 5. Is het speelveld en de relatie met stakeholders in kaart gebracht? 6. Hoe is het beleid onderbouwd (met data en onderzoek)? 7. In welke mate en op welke wijze is er aandacht besteed aan voor de eilanden relevante en specifieke thema’s? 8. Zijn de beleidsrisico’s in kaart gebracht? 9. Is er sprake van een systematische wijze van rapporteren aan de raad over de realisatie van de doelen? 10. Hoe is de rol van en sturing door de raad (monitoring en informatie) georganiseerd? 11. Welke aandachtspunten kunnen worden meegegeven aan de raden bij het proces van kaderstelling richting de nieuwe woonvisies? De huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en huisvestingsverordeningen worden getoetst op een aantal criteria (normen) die de rekenkamercommissie normaliter hanteert, gebaseerd op doelmatigheid, doeltreffendheid en de kaderstellende rol van de raad (zie het kader). Bij de toetsing is ook gebruik gemaakt van lessen die voortkomen uit het zogenoemde metadossier woonbeleid van de NVRR (Nederlandse Vereniging van Rekenkamers &n Rekenkamercommissies).
Bij de doelen en onderwerpen is onder meer gekeken naar of de doelen SMART geformuleerd zijn en of ze logisch samenhangen met de gemeentelijke visie en bredere doelen op provinciaal en nationaal niveau. Ook is gekeken of doelen, instrumenten en informatievoorziening passen bij een volledige beleidscyclus. Bij stakeholders is gekeken of de betrokkenheid gebaseerd is op een volledige stakeholderinventarisatie en stakeholderanalyse (van invloed en belangen). Bij de onderbouwing is gekeken naar of die gebaseerd is op uitkomsten van (wetenschappelijk) onderzoek en of gebruik wordt gemaakt van actuele en betrouwbare gegevens.
Verantwoording onderzoek Omdat het onderzoek een quick scan betreft, beperkte het onderzoek zich voornamelijk tot analyse op hoofdlijnen van bestaande documenten. De aanpak van het onderzoek bestond uit een analyse van de huidige woonvisies, uitvoeringsprogramma’s en huisvestingsverordeningen op basis van documentanalyse. Naast de documentanalyse is per gemeente een interview worden gehouden met meest betrokken beleidsmedewerker(s). Tot slot is ook een vergelijking genaakt tussen de eilandengemeenten van belangrijke inzichten, zodat de eilanden waar mogelijk van elkaar kunnen leren.
25
Bijlage II – Normenkader onderzoek Deelvragen onderzoek (PvA) DOELEN EN ONDERBOUWING 1.
2.
3.
Indicator
Hoe zijn de doelen tot stand • gekomen en geformuleerd, en zijn ze concreet, en navolgbaar? •
Zijn tussentijdse wijzigingen van de doelen navolgbaar voor de raad?
Norm
Formulering doelen
•
Achtergrond doelen (probleemanalyse)
•
•
Aansluiting kaders/consistentie doelen
•
•
Integraliteit van de doelen
•
•
Doelgroepen: starters, ouderen, mensen met beperkingen/chronisch zieken (woonzorgvisie)
•
Concreet, SMART, vertaalbaar naar volgbare indicatoren Doelen gebaseerd op probleem en relatie met begrotingsdoelen (doelenboom) Er is een duidelijke aansluiting van de doelen in de woonvisie, het uitvoeringsprogramma en de huisvestingsverordening Integraliteit van de doelen: wordt woonbeleid in samenhang bezien met bijv. economie, milieu en (ouderen)zorg. Doelgroepen volledig meegenomen
•
(Eventuele) wijzigingen na initiële woonvisie: in lijn met/afwijking van oorspronkelijke doelen Formulering
•
(Idem)
•
(Idem)
Stakeholderinventarisatie Stakeholderanalyse
• •
Speelveld helder in beeld Beleid afgewogen tegen invloed/belangen van derden (realistisch)
Gebruik van data Onderbouwing met woon(behoefte)onderzoek
• •
Actueel en relevant Voldoende kwaliteit/reikwijdte onderzoek
• Is het speelveld en de relatie met • stakeholders in kaart gebracht? •
4.
Hoe is het beleid onderbouwd (met data en onderzoek)?
• •
5.
OPZET EN UITVOERING
•
6.
Welke instrumenten zijn ingezet en is die inzet passend bij de doelen?
• •
Aard en type instrumenten Reikwijdte instrumenten (effectiviteit)
• 7.
Is helder aangegeven welke instrumenten budgettaire gevolgen hebben, en hoe daarmee in het kader van de P&C-cysclus wordt omgegaan?
Doel-middel relatie • Gemeentelijke inzet financieel, zoals • bijvoorbeeld starterslening, fondsvorming, duurzaamheidslening, grondbeleid, etc. Korte en lage termijn gevolgen
8.
9.
•
•
In welke mate en op welke wijze is • er aandacht besteed aan voor de • eilanden relevante en specifieke • thema’s? • Zijn onzekerheden in kaart • gebracht? • •
10. ROL GEMEENTERAAD
•
11. Is er sprake van een systematische wijze van rapporteren aan de raad over de realisatie van de doelen (monitoring en informatie)? 1. Hoe is de rol van en sturing door de raad georganiseerd?
•
•
• • •
Gebaseerd op gemeentelijk instrumentarium Er is sprake van een logische relatie tussen de doelen en de gekozen instrumenten (instrument – verwacht beleidsdoel) Heldere doel-middelrelatie (zicht op effectiviteit) Inzicht in welke instrumenten budgettaire gevolgen hebben voor de gemeente en heldere plaats in P&C-cyclus.
• Marktdruk/begrenzing woningprijzen • Personeelshuisvesting • Toeristisch gebruik woningen • Permanente bewoning recreatiewoningen •
Idem
Marktontwikkelingen: toekomstige verhouding vraag-aanbod (mismatch) Gevolgen voor betaalbaarheid/groepen met laag inkomen Enz.
Inzicht in toekomstige marktontwikkelingen en aansluiting vraag en aanbod Inzicht in gevolgen voor betaalbaarheid voor doelgroepen Enz.
• • •
Regeling/verordening aanwezig Beleid aanwezig/geformuleerd Beleid aanwezig/geformuleerd Beleid aanwezig/geformuleerd
• Rapportage/terugkoppeling van college aan raad
Instrumenten raad
•
Systematische/volledige informatievoorziening (gerelateerd aan doelen en met eventueel redenen van de afwijking van doelen)
•
Sturingsmogelijkheden optimaal benut
26
Bijlage III – Documenten raad Raadsstuk (vet=kerndocument)
Vastgesteld …
Startnotitie Woonvisie Texel 2015
Vastgesteld door gemeenteraad
17 december 2014
Woonvisie
Vastgesteld door gemeenteraad
21 september 2016
Motie onderzoek middeldure huurwoningen
Aangenomen door gemeenteraad
21 september 2016
Extra budget Startersleningen
Raadsbesluit
16 november 2016
Behoefte aan meer middeldure huurwoningen op Texel (uitkomsten onderzoek Stec Groep n.a.v. motie) Prestatieafspraken Texel 2017-2020
Raadsinformatiebrief
9 mei 2017
Ter kennisname raad (voorgenomen besluit college) Brief aan gemeenteraad
19 juli 2017
Zienswijze JBT op Omgevingsvisie NH 2050 (Vraag om 'status aparte' van Jonge Bestuurders Texel, in provinciale Omgevingsvisie) Actieplan wonen 2020-2030 Huisvestingsverordening 2019
Vastgesteld door college; wensen en bedenkingen van gemeenteraad Vastgesteld door gemeenteraad
Datum
4 december 2018 21 maart 2019 10 juli 2019
Reparatiebesluit Huisvestingsverordening 2019 (correctie t.a.v. leges Woontij en zogenoemde periode van vruchteloze aanbieding) Evaluatie Structuurvisie 'Texel op Koers 2009'
Raadsbesluit Raadsinformatiebrief
18 maart 2020
Notitie Kansen & kaders huisvesting (tijdelijke) werknemers Voortgangsrapportage Actieplan 2020
Raadsinformatiebrief
19 augustus 2020
Raadsinformatiebrief
19 augustus 2020
Woningbouwprogramma Texel 2020-2030 (’Texels hoofdstuk’ Kwalitatief Woningbouwprogramma Kop van Noord-Holland 2020-2030 (KWK) / Regionaal Woonakkoord) Notitie belang en evaluatie / monitoring huisvestingsverordening Huisvestingsverordening 2020 gemeente Texel
Raadsinformatiebrief
16 november 2020
Prestatieafspraken Texel 2021-2025
Ter kennisname raad (voorgenomen besluit college) Vastgesteld door gemeenteraad
Versnelling Woningbouw (concrete voorstellen grondexploitatie/ bouwplannen) 1e wijziging Huisvestingsverordening 2020 (registratieplicht toeristisch gebruik woningen) Kadernota Omgevingsvisie Toekomst van Texel Brief provincie over actualisering Woonvisie Presentatie stand van zaken Woningbouwprogramma Texel
Bijlage bij vaststelling huisvestingsverordening 2020 Vastgesteld door gemeenteraad
Vastgesteld door gemeenteraad Vaststellen middelen voor opstellen Omgevingsvisie Brief aan gemeenteraad Raadsinformatieavond
18 september 2019
20 januari 2021 20 januari 2021 14 april 2020 7 juli 2021 16 februari 2022 21 september 2022 23 november 2022 6 december 2022
27
Bijlage IV – Overzicht RIB’s en RIA’s RIB’s: - 24 juni 2020, RIB 20-58 – Evaluatie leningen SVn – waaronder starterslening en uitvoering Motie Energie op het dak – de gemeente pakt zijn rol, met de evaluatie als bijlage - 19 augustus 2020, RIB 20-79 Vaststelling en Voortgangsrapportage Actieplan Wonen - 19 augustus 2020, RIB 20-080 Notitie Kansen en kaders huisvesting (tijdelijke) werknemers - 16 november 2020, RIB 20-105 Woningbouwprogramma Texel 2020-2030 - 16 november 2020, RIB 20-106 Convenant regionale samenwerkingsafspraken woningbouw 2020 – 2030 (KWK) - 5 juli 2021, RIB 21-064 Raadsvragen en Toezeggingen advisering versnelling woningbouw - 9 maart 2022, RIB Regionaal Woonakkoord Kop van Noord-Holland 2022- 2026 - 12 mei 2022, RIB 22-026 Woningsplitsen en Opkoopbescherming - 10 oktober 2022, RIB, 2022-10-21 Actualisatie overzicht nieuwbouw en Prestatieafspraken - 11 november 2022, RIB 22-07 Addendum Woondeal - 21 december 2022 RIB 22-082 Woningen betaalbaar maken en houden en stand van zaken tender buitendorpen - 20 maart 2023, RIB 23-01 Woondeal 2.0 RIA’s: September 2019 RIA Sociale Woningbouw op Texel Februari 2022 RIA Wonen December 2022 RIA Woontij en Wonen met daarbij: -voortgangsrapportage prestatieafspraken -tussenbalans wonen naar wens, onderweg naar woontij 2025 -Geactualiseerde bijlagen 1 en 2 bij Woningbouwprogramma Texel Bron: gemeente Texel
28
Bijlage V – Bestuurlijke reactie (college van B en W)
29
Reactie op Rekenkamercommissie aandachtspunten 04-10-2023
Aandachtspunten
Andere partijen (stakeholders)
Rol gemeenteraad kaderstellend 1 De gemeenteraad moet vroegtijdig en op een navolgbare manier worden betrokken bij de probleemanalyse en het vormgeven van het beleidskader van de woonvisie.
Relatie andere beleidsterreinen
Inzicht voor de raad in opvattingen en inzichten van stakeholders (andere overheden, woningcorporatie, private partijen, enz.)
Sturing/instrumenten
Duidelijkheid over (verander)opgaven op gerelateerde beleidsterreinen die van invloed (kunnen) zijn op de woonvisie, zoals zorg en energie.
• Startnotitie/ Koersdocument
In de startnotie voor de nieuwe Woonvisie is opgenomen dat het proces start met een woonbehoefteonderzoek. In het onderzoek wordt integraal een breed veld van gerelateerde ontwikkelen onderzocht. De resultaten worden getoetst bij stakeholders. De conclusies en de opgaven die daaruit voort vloeien worden op 14 februari 2024 in een kaderstellende notitie aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling. 2
Maak aan het begin van het proces stappen in de beleidscyclus helder en maak daar afspraken over; maak ook afspraken over reikwijdte en diepgang van de woonvisie (welke doelgroepen, aandacht voor de woonzorgvisie, enz.)
Inventariseer wanneer welke partijen betrokken worden.
Geef aan hoe de woonvisie aansluiting op de reguliere P&Ccyclus. Vergelijk daarbij ook hoe (proces)stappen zijn geregeld bij andere kadernota’s.
• Beleidsdocumenten: uitvoeringsagenda
(woningbouwplan), huisvestingsverordening • Prestatieafspraken • Monitor en voortgangsinformatie
30
In de startnotie voor de nieuwe Woonvisie zijn de onderwerpen afgebakend. Onderdeel van het onderzoek is het beoordelen welke KPI’s het meest nuttig zijn om de voortgang en de effecten van de woningbouwplannen periodiek te monitoren en bij te kunnen sturen. De KPI’s moeten ook aansluiten bij verplichten (regionale) voorgangsinformatie, cyclus met de woningbouwcorporatie en interne processen. 3.
Zoek de gezamenlijkheid van de eilanden op, vanwege de gedeelde unieke woningmarktsituatie, zodat de specifieke problematiek duidelijk is ook voor andere partijen, zoals de provincie.
Andere Waddeneilanden, provincie en andere gemeenten
Zorg dat stakeholders vroegtijdig bij de start van het proces worden betrokken; koppel resultaten van het beleid ook terug naar stakeholders.
Stakeholders: andere overheden, woningcorporatie, zorginstellingen, projectontwikkelaars en (andere) private partijen, inwoners, enz..
Vergelijk de specifieke situatie op andere beleidsterreinen.
• Gezamenlijk (voor)onderzoek/ probleemanalyse
• Regionale woningbouwafspraken/ Regiodeal
Met betrekking tot Rijks de wet- en regelgeving trekken wij vanwege de eilandsituatie samen op met de Waddeneilanden. Met betrekking tot de Texelse woningmarkt is de samenwerking gericht op de Regio Noord Kop van Noord Holland, woningbouwafspraken zijn in de Regio vastgelegd. In het proces voor het opstellen van de nieuwe woonvisie zal contact worden gezocht met de zoals de Wadden en als met de Regio. Dit is vastgelegd in de startnotie. Het onderzoeksbureau voor het woonbehoefteonderzoek heeft onlangs voor een andere gemeente in de Regio Kop van Noordholland een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. De systematiek en presentatie van het onderzoekrapport zal daardoor hetzelfde (en vergelijkbaar) zijn. Doelen en onderbouwing 4.
Kijk naar dwarsverbanden met andere initiatieven/plannen, bijvoorbeeld op het gebied van zorg, arbeidsmarkt, duurzaamheid enz.
• Startnotitie/ Koersdocument • Aandachtspunten bespreken in overleg met stakeholders
In de startnotie is opgenomen dat een integraal projectteam het onderzoek mede vormgeeft en andere stakeholders in de conceptfase van het onderzoeksrapport om feedback wordt gevraagd. Een zelfde proces zal worden gebruikt voor het opstellen van de woonvisie.
31
5.
Zorg voor een goede probleemanalyse (met knelpunten, kansen en trends), met een evaluatie van de voorgaande woonvisie. Neem ervaringen van andere eilanden mee.
Inventarisatie van belangen en invloed van stakeholders. .
Doelen moeten concreet, meetbaar en navolgbaar zijn geformuleerd; verwachte effecten van instrumenten en trends moeten zijn aangegeven.
Het moet duidelijk zijn welke invloed andere partijen hebben op realisatie van doelen, en wat de impact van gemeentelijke beleid is.
Neem de vraag mee hoe het woonbeleid kan bijdragen aan problemen op andere beleidsterreinen (armoede, energie, zorg enz.)
• Startnotitie/ Koersdocument • Overleg/bespreken met stakeholders
• Gebruik trendanalyses van CBS, (regionale) planbureaus etc.
Een integrale probleemanalyse (inclusief evaluatie) is de kern van de het proces om tot een nieuwe woonvisie te komen. Overleg met de Waddeneilanden is onderdeel van het proces. Dit is vastgelegd in de startnotie. 6.
Relatie met doelen op andere beleidsterreinen moet duidelijk zijn, zoals zorg, energie enz.
• Doelformulering en heldere relatie met (effectieve) inzet van instrumenten.
• ‘1-op1’ terug laten komen in monitoring
Uit het woonbehoefteonderzoek worden de problemen duidelijk. Om die op te lossen worden er in de woonvisie doelen gesteld die dan wel worden vastgelegd in afspraken met derde (bv de woningbouwcorporatie) dan wel in regelingen. De KPI’s komen in relatie te staan met die doelen. Tevens wordt er een impact analyse opgesteld; welke actie hebben het grootste resultaat. 7.
Als in de woonvisie doelgroepen, zoals ouderen, jongeren en personeel worden benoemd, doe dat dan op basis van een goede beschrijving en probleemanalyse per doelgroep.
Doelgroepen zijn ook stakeholders met wensen en belangen.
Verschillende doelgroepen hebben relatie met andere beleidsterreinen: personeelshuisvesting met toerisme/ economie, ouderen met zorg enz.
• Doelgroepanalyse
In het woonbehoefte onderzoek worden diverse doelgroepen in beeld gebracht met daarbij de specifieke problemen voor de doelgroep en de definitie van de doelgroep zoals bv “wat is de definitie van een mantelzorger”.
32
Opzet en uitvoering 8.
Zie punt 6. 9.
Zorg dat de keuze van instrumenten passend en effectief is in relatie tot de gekozen ambities/doelen en doelgroepen.
Het moet duidelijk zijn welke invloed andere partijen hebben op de inzet en effectiviteit van instrumenten.
Als er wordt gekozen voor een huisvestingsverordening, dan moet helder zijn welke problemen met de verordening worden opgelost, met een heldere onderbouwing en inzicht in de realisatie van de doelen.
Woningcorporatie, huiseigenaren (koopwoningen) en huurders (huurwoningen)
Zorg voor een goede onderbouwing van beleid, en gebruik actuele cijfers.
Maak gebruik van informatie van stakeholders en trendanalyses van CBS, planbureaus, etc.
Relatie met instrumenten op andere beleidsterreinen moet duidelijk zijn.
• Doel middel boom • Inzicht in (kosten)effectiviteit instrumenten
Bekijk wat vergunningstelsel betekent voor toerisme/economie.
• Huisvestngsverordening
Zie punt 5 en 6. Texel heeft een huisvestingsverordening, in 2024 wordt die geëvalueerd. Op basis van de inzichten vanuit de evaluatie, het woonbehoefte onderzoek en de nieuwe woonvisie is er mogelijk aanpassing nodig. Daarnaast wordt het vanuit de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting verplicht een huisvestingsverordening te hebben waarin de huisvesting voor urgentie doelgroepen een verplicht onderdeel wordt. 10.
Mogelijk is er op andere beleidsterreinen al relevante informatie beschikbaar.
• Onderzoeksrapporten, achtergronddata (zoals
www.waarstaatjegemeente.nl)
• Trendanalyses CBS, planbureaus etc.
Zie punt 5.
33
11.
Bij ambities/doelen horen ook middelen en menskracht (fte’s); breng goed in beeld wat budgettaire gevolgen (kunnen) zijn.
(keuze van gemeenteraad i.s.m. college)
Breng onzekerheden goed in kaart juist ook op (middel)lange termijn omdat woonbeleid op langere termijn speelt.
Welke onzekerheden voor de realisatie van doelen kunnen voortkomen uit de rol van stakeholders?
Grondbeleid en financiële positie gemeente, etc.
• Grondbeleid • Financieel beleid
Na het woonbehoefte onderzoek wordt de woonvisie inclusief uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarin staat de (financiële ) planning voor investeringen en voor structurele kosten (oa faciliteren periodieke monitoring). 12.
Onzekerheden kunnen ook voortkomen uit beleid op andere terreinen.
• Gebruik bestaande lange termijn scenario’s van CBS,
(regionale) planbureaus etc. om onzekerheden inzichtelijk te maken.
Dit is onderdeel van het onderzoek. De lange termijn (demografische) bewegingen worden in kaart gebracht en in verschillende scenario’s gepresenteerd. Door periodieke monitoring van de KPI’s kan worden bepaald welk scenario werkelijk wordt. De uitkomsten van de monitoring worden in een beslis proces gebracht zodat eventueel kan worden gestuurd op het uitvoeringsprogramma. 13
Wees helder over de rol van de gemeente met name ook t.o.v. andere partijen.
Andere overheden, woningcorporatie, woningeigenaren/ projectontwikkelaars, ondernemers (huisvesting personeel)
-
• Regionale afspraken, zoals Regiodeal • Prestatieafspraken • Eventuele afspraken met private partijen
De woonvisie levert de (inhoudelijke) uitgangspunten mbt wonen en woon/zorg. In het uitvoeringsprogramma staat wie wat wanneer gaat uitvoeren. Dat is de input voor het (tussentijds) vernieuwen van de Prestatieafspraken 2021 t/m 2025 met Woontij. Regionale afstemming is in bestaande overleggen geformaliseerd. Mogelijkheden voor particulieren initiatieven (zoals CPO) worden in het onderzoek verkend en in de woonvisie inzichtelijk gemaakt. In het uitvoeringsprogramma kan het worden opgenomen als uit te werken of uit te voeren programma.
34
Rol gemeenteraad controlerend 14.
Maak vooraf duidelijke afspraken over vorm, inhoud en frequentie van de monitoring en informatievoorziening rond het woonbeleid en kom deze gezamenlijk ook na.
Inventariseer partijen die informatie kunnen aandragen (denk bijvoorbeeld aan de woningcorporatie, CBS, Planbureaus etc).
Markeer en onderbouw bijstellingen van doelen en van eventuele afwijkingen van de doelrealisatie; maak een update van de woonvisie als veranderingen in doelen of trends dat nodig maken.
Doelen en doelrealisatie zijn mede afhankelijk van wat er bij stakeholders gebeurd.
Monitoring kan ook gerelateerd worden aan andere beleidsterreinen.
• Monitor/voortgangsrapportag es, inclusief heldere fasering in tijd (controlerende taak).
Het opstellen van de KPI’s is onderdeel van het woonbehoefteonderzoek. Het monitoring proces zal worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma in de woonvisie. 15.
Zie punt 14.
‘-
• Raadsinformatie: markeer en motiveer voor de raad bijstellingen van het beleid.
• Update woonvisie
35