CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport Kansen voor Duurzaamheid op Texel

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente TexelBij agendapunt: Rapport Rekenkamercommissie - Quickscan Duurzaamheidsbeleid - Kansen voor Duurzaamheid op Texel6.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kansen voor Duurzaamheid op Texel Onderzoek Rekenkamercommissie De Waddeneilanden Nota van bevindingen

1

Colofon In opdracht van Rekenkamercommissie De Waddeneilanden T.a.v. de heer E. Boneschansker

engbert@bureaubeleidsonderzoek.nl

Opgesteld door SME

Frans te Braake, Sr. Adviseur beleid & proces braake@sme.nl 030 635 89 02

Texel/Utrecht, juni 2021

Dit rapport is opgesteld door SME in opdracht van de Rekenkamercommissie De Waddeneilanden. Tekst van

het rapport is auteursrechtelijk beschermd en kan niet zonder toestemming overgenomen worden buiten de rekenkamercommissie en De Waddeneilanden. Foto cover: Wiki Commons, CC BY-SA 4.0

2

Inhoud Inleiding.................................................................................................................................................................... 4 Aanleiding onderzoek .......................................................................................................................................... 4 Doelstelling........................................................................................................................................................... 4 Werkwijze ............................................................................................................................................................. 4 Afbakening ........................................................................................................................................................... 4 Onderzoeksvragen ............................................................................................................................................... 5 (Voorlopige) Bevindingen & Conclusies ................................................................................................................... 6 Hoofdvraag ...........................................................................................................................................................

6 Inhoudelijke resultaten (deelvraag 2) .................................................................................................................. 7 Monitoring (deelvraag 3) ..................................................................................................................................... 8 Bevindingen deelvraag 1: kaders ............................................................................................................................. 9 Landelijke en regionale kaders voor het lokale beleid ......................................................................................... 9 Ambities en doelstellingen gemeente Texel......................................................................................................... 9 Uitvoeringsstructuur en borging binnen de ambtelijke organisatie .................................................................. 11 Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke resultaten ................................................................................................. 13 Waar staat de gemeente? .................................................................................................................................. 13 Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid ten opzichte van eigen ambities.......................................................

14 Bevindingen deelvraag 3: monitoring .................................................................................................................... 16 Monitoringsinstrumenten .................................................................................................................................. 16 Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording ................................................................................................................... 17 B1.1 Interviews................................................................................................................................................... 17 B1.2 Geraadpleegde documenten ..................................................................................................................... 17 Bijlage 2. Landelijke en regionale kaders ............................................................................................................... 22 B2.1(Inter)nationale kaders ............................................................................................................................... 22 B2.2 Regionale kaders ........................................................................................................................................ 24 Bijlage 3.

Lokaal Duurzaamheidsbeleid.................................................................................................................. 25

3

Inleiding Aanleiding onderzoek Duurzaamheid is een actueel onderwerp dat sterk in beweging is. Aan gemeenten wordt onder andere in het Klimaatakkoord een regierol toebedeeld in de energietransitie, bij verduurzaming van de gebouwde omgeving en bij klimaatadaptatie. Daarnaast werken gemeenten aan het realiseren van hun eigen

duurzaamheidsambities. Dat geldt zeker ook voor de gemeente Texel met haar lokale ambities. De

rekenkamercommissie van de Waddeneilanden heeft daarom onderzocht hoe het duurzaamheidsbeleid van de gemeente is vormgegeven en of de gestelde ambities en doelstellingen binnen bereik zijn.

Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is te komen tot een beoordeling op hoofdlijnen van het

duurzaamheidsbeleid, de gehanteerde beleidsinstrumenten en het monitoringsmodel in de gemeente Texel. Uit de beoordeling moet blijken of het duurzaamheidsbeleid in de gemeente Texel doeltreffend is vormgegeven en wordt uitgevoerd.

Werkwijze Het onderzoek is gelijktijdig uitgevoerd voor de gemeenten Texel en Den Helder. Vooraf is een normenkader opgesteld, wat het beoordelingskader vormt voor dit onderzoek. Eerst is een bureaustudie gedaan naar de kaders, om te bepalen waar de gemeente staat op het vlak van duurzaamheid, en waar inhoudelijke

uitdagingen liggen voor de komende periode. Door middel van onder meer interviews met ambtenaren en

de portefeuillehouder duurzaamheid en met leden van de gemeenteraad, is vervolgens een beeld verkregen van inhoudelijke prestaties en het gevolgde proces. In het proces is er ambtelijke wederhoor toegepast. Ten slotte zijn de bevindingen geanalyseerd om te komen tot een conclusie. De conclusies en aanbevelingen voor bestuurlijk hoor worden voorgelegd aan het college. In Bijlage 1 is de onderzoeksverantwoording opgenomen.

Afbakening Afbakening milieukundige of ecologische duurzaamheid

Duurzaamheid is een begrip dat specificatie behoeft. In een duurzame samenleving zijn people, planet en profit met elkaar in balans. Vaak wordt duurzaamheid dan ook uitgesplitst in diverse deelonderwerpen binnen elk van deze drie pijlers.

Voor dit onderzoek is gekozen voor een afbakening naar de pijler ‘planet’: milieukundige of ecologische

duurzaamheid. De pijlers ‘people’ (sociale duurzaamheid) en ‘profit’ (economische duurzaamheid) vallen buiten de scope van het onderzoek.

Het onderzoek richt zich daarom op duurzaamheidsambities en doelstellingen binnen de pijler ‘planet’. Daarbij is als leidraad gekeken naar de volgende 5 thema’s van het duurzaamheidsbeleid: Energietransitie: energiebesparing, opwekken van duurzame energie, aardgasvrij

Klimaatadaptatie: de inrichting van de (woon)omgeving zodat die bestand is tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte, grote hoeveelheden water

Circulaire economie: duurzaam/circulair bouwen, afval, circulair inkopen

Duurzame mobiliteit: openbaar vervoer, fietsbeleid, elektrisch rijden, deelmobiliteit 4

Biodiversiteit: natuur, bijen en andere bestuivers, duurzaam beheer (FSC, MSC) We richten ons in het onderzoek binnen deze thema’s op gebieden waarop de gemeente beleid heeft

geformuleerd, hoe de uitvoering daarvan is en of dat efficiënt en effectief gebeurt. Als er (landelijk) ambities zijn gesteld op vlakken waarop de gemeentelijke invloed beperkt is, benoemen we dat.

Onderzoeksvragen Voor dit onderzoek zijn de volgende hoofdvraag en deelvragen gehanteerd. Hoofdvraag

Hoe succesvol is het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Texel? Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente Texel inhoudelijk vormgegeven en is deze uitvoering effectief?

Bij deze hoofdvraag zijn drie deelvragen geformuleerd. Deelvraag 1 (kaders)

Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Zijn de uitgangspunten en jaarlijkse bijstellingen voldoende concreet geformuleerd? Deelvraag 2 (inhoudelijke resultaten)

Wat is de stand van zaken van het beleid? Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities?

Deelvraag 3 (monitoring)

Kent het beleid op onderdelen een model of modellen van monitoring en is dat effectief? Aan de hand van de hoofdvraag en deelvragen is een normenkader opgesteld (zie bijlage 1, onderzoeksverantwoording).

5

(Voorlopige) Bevindingen & Conclusies Hoofdvraag Hoe succesvol is het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Texel? Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente Texel inhoudelijk vormgegeven en is deze uitvoering effectief? Conclusie • Ambities zijn vanaf 2008 al hoog geweest, de realisatie in kwantitatieve zin is daar ver bij achter gebleven. • Anderzijds zijn er successen bij innovatieve projecten geboekt, Texel maakt melding van verschillende primeurs die door de jaren heen gerealiseerd zijn. • Het duurzaamheidsbeleid is vooral gericht op energie; daar ligt ook de grootste uitdaging. Daarnaast speelde innovatie een rol. • Op deelgebieden ontbreekt beleid of is beleid te algemeen beschreven (klimaatadaptatie, circulaire economie en biodiversiteit) • Texel scoort een hoge positie op ecologisch kapitaal bij de Nationale Monitor Duurzame gemeenten in 2020 met name door de natuurlijke rijkdom op het eiland.

Toelichting

Al in 2008, ver voor de meeste gemeenten, sprak de gemeente middels de Energievisie Texel 1de ambitie uit om in 2020 energieneutraal te zijn. De gemeenteraad heeft destijds ingestemd met deze plannen.

Nadat duidelijk was geworden dat de doelstelling om in 2020 energieneutraal te zijn niet haalbaar was, heeft

dit in 2020 geleid tot het aanpassen van het duurzaamheidsbeleid met het beleidsplan “Texel zelfvoorzienend en duurzaam”.

Er is voornamelijk aandacht op de energietransitie; voor duurzaamheid als breder begrip is er geen overkoepelend beleid. In het duurzaamheidsbeleidsplan is wel sprake van een aanzet tot integrale

benadering met het 3-sporenbeleid, maar de invulling op de andere terreinen (klimaatadaptatie en circulaire economie) blijft achter t.o.v. de energietransitie Daarnaast worden er weliswaar in de praktijk thema’s

aangepakt, maar beleidsmatig is op de thema’s circulaire economie en klimaatadaptatie niets vastgelegd.

De thema’s zijn niet allemaal even goed uitgewerkt qua beleid en uitvoering. Bij het ontbreken van beleid

kan niet beoordeeld worden of de uitvoering effectief is. Gesignaleerd is dat op niet alle thema’s iets gebeurt. In het beleidsplan dat begin 2020 is aangenomen door de raad, staat de ambitie om energieneutraal te

worden in 2030. Deze ambitie is inmiddels losgelaten als gevolg van de wijziging in het college in oktober

2020 en veranderd in ‘zo snel mogelijk’ energieneutraal worden. Door de wijzigingen in het college zijn de

oorspronkelijke uitgangspunten niet meer duidelijk en zoekt het college in de raad naar bredere steun door met minder vergaande voorstellen te komen. Bij het toetreden in de coalitie van de PvdA in oktober 2020 is een addendum toegevoegd bij het coalitieakkoord. Daarin heeft de nieuwe coalitie afgesproken dat het bestaande budget voor de verduurzaming van particuliere woningbezitters verdubbeld wordt. 2

Energievisie Texel en uitvoeringsplan 2008 – 2011, 7 mei 2008 Verdubbelen inzet op duurzaamheid: Er komt extra inzet op het verduurzamen van woningen, om te ontzorgen voor bestaande duurzaamheidsubsidie en duurzaamheidslening. Particuliere woningbezitters kunnen gratis persoonlijk en concreet advies krijgen over de verduurzaming van hun huis. Zowel bouwkundig advies, als advies op het gebied van aanvragen van subsidies of duurzaamheidsleningen. Dit is als compensatie ingezet, aangezien in deze periode niet wordt ingezet op of ondersteuning gegeven aan initiatieven voor het plaatsen van zonneweiden en/of windmolens op Texel.

1

2

6

De doelstellingen bij klimaatadaptatie en circulaire economie zijn richtinggevend, maar worden weinig

concreet gemaakt en er ontbreken procesmatige stappen. Ook de stap naar doelstellingen en ambities

ontbreekt, wel zijn er concrete acties geformuleerd die Texel gaat nemen bij de drie verschillende sporen. Duurzame mobiliteit wordt binnen het spoor energietransitie wel benoemd,

Biodiversiteit ontbreekt beleidsmatig in het plan, echter in het Groenbeheerplan uit 2018 is er wel sprake van beleid op dit gebied.

Ter illustratie een voorbeeld van de wijze van doelen formuleren uit het coalitie akkoord ‘Balans Brengen’: Als doel stellen schadelijke emissies tot een minimum te beperken.

Inhoudelijke resultaten (deelvraag 2) Wat is de stand van zaken van het beleid? Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? Conclusie •

•

• •

Texel loopt ver achter op de eigen doelstellingen op gebied van energie. In 2018 werd slechts 3,8% van het totale energieverbruik duurzaam opgewekt, terwijl het doel toen nog 100% in 2020 was De beperkte netcapaciteit door een verouderd elektriciteitsnetwerk en de provincie die geen windmolens toestaat beperken de mogelijkheden van Texel om de energiedoelen te halen. De eigenheid van Texel is een kracht en belemmering tegelijkertijd Geen doelstellingen andere thema’s (klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit en mobiliteit), waardoor de voortgang niet te meten is. Er zijn wel losse projecten

Toelichting

Uit de interviews met de ambtenaren en de wethouder is gebleken dat de voorstellen om stappen te zetten richting grotere projecten m.b.t. de energietransitie in de raad geen meerderheid gekregen hebben. Een

duidelijk voorbeeld hiervan is de besluitvorming rondom de vergunningsaanvraag voor de zonneweide bij de Pelikaan. De raad besloot in meerderheid tegen de aanvraag, hetgeen leidde tot het opstappen van Groen Links uit de coalitie

De wethouder gaf aan dat de gemeente in overleg wil met de provincie en dat men met participatie van de bevolking concreet gaat kijken waar energieprojecten eventueel wel gerealiseerd zouden kunnen worden.

Hierbij gaf de wethouder tevens aan dat het provinciale beleid dat de laatste jaren is gevoerd geen

windmolens in grote delen van Noord-Holland toeliet, waaronder Texel, en dat netbeheerder Liander

aangegeven heeft dat er geen aansluitcapaciteit zal zijn op het verouderde elektriciteitsnetwerk van Texel.

De Texelse cultuur speelt ook een rol in de besluitvorming rondom de keuzes die gemaakt worden: men wenst geen inmenging van de “overkant” is ook een stelling die in alle interviews terugkwam . Dit werkt

positief uit als het gaat om bijvoorbeeld innovatie door de pilots met golf- en getijde-energie. Als het gaat om ideeën en concepten die niet van het eiland zelf komen, dan kan dat weerstand oproepen.

Op andere thema’s is er zeer beperkt beleid en zijn er vrijwel geen concrete doelstellingen. Wel zijn er

projecten gerealiseerd op de verschillende thema’s, maar die zijn incidenteel en geen onderdeel van het duurzaamheidsbeleid.

7

Monitoring (deelvraag 3) Kent het beleid op onderdelen een model of modellen van monitoring en is dat effectief? Conclusie

• •

Het college kent geen model van monitoring, Slecht op enkele deelgebieden wordt er beperkt gemonitord

Toelichting

Een monitoringsinstrument ontbreekt bij alle thema’s en wordt slechts incidenteel ingezet bij sommige

projecten. Op deelgebieden is wel monitoring uitgevoerd, bijvoorbeeld voor transport, openbare verlichting, het drijvend zonnepark, duurzame energiebesparende maatregelen. Een planmatige aanpak van monitoring op hoofdlijnen ontbreekt.

Controle op het beleid is daardoor vrijwel niet mogelijk, er zijn geen instrumenten om te controleren of de beleidsdoelen gehaald zijn. Alleen op budget kan gestuurd worden.

Bij de Nationale Monitor Duurzame gemeenten 2020 realiseert Texel een bovengemiddelde totaalscore:

plaats 155 van 355 onderzochte gemeenten. De score op ecologisch kapitaal is echter een uitstekende plek 20 van de 355 onderzochte gemeenten. Een kanttekening is hier op zijn plaats, de hoge positie van Texel is niet het resultaat van gevoerd beleid, maar van de natuurlijke rijkdom van het eiland.

8

Bevindingen deelvraag 1: kaders Landelijke en regionale kaders voor het lokale beleid De landelijke en regionale kaders voor duurzaamheid zijn beschreven in bijlage 2.

Ambities en doelstellingen gemeente Texel Reeds in 2008 heeft college van de gemeente Texel 3, gesteund door de gemeenteraad, de ambitie

uitgesproken in 2020 zelfvoorzienend met duurzame energie te willen zijn. De doelstelling is in het

coalitieakkoord Balans Brengen uit 2018 losgelaten. Expliciet wordt er in de akkoord als speerpunt

opgenomen: “… de vaart zetten achter de realisatie van de duurzaamheidsambitie.” Hier is echter geen concreet doel of jaartal aan verbonden.

In het Beleidskader “Texel duurzaam en zelfvoorzienend” dat door de raad in februari 2020 is aangenomen wordt dit wel vertaald naar het jaar 2030. Daar is sprake van een 3-sporenbeleid, want naast de

energietransitie is er ook aandacht voor circulaire economie en klimaatadaptatie. Er is geen expliciet beleid

geformuleerd op de deelgebieden biodiversiteit en duurzame mobiliteit, hoewel die laatste terugkomt bij het 3-sporenbeleid middels acties die genomen worden. Biodiversiteit komt wel terug in het Groenbeheerplan uit 2018.

Het ontbreekt de gemeente Texel aan SMART doelstellingen (m.u.v. van de ambitie om in 2030

energieneutraal te zijn). Er zijn op alle ander thema’s geen concreet meetbare doelstellingen in de tijd. De citaten uit het Beleidskader en het Groenbeheersplan hieronder illustreren dat: Ambitie energietransitie: energieneutraal in 2030

“Door het klimaatakkoord en de daaruit voortvloeiende opdracht aan de gemeente de eigen energie op te

wekken, wil het college en de raad de eerdere ambitie om energieneutraal te worden nu in 2030 gerealiseerd hebben.”

Ambitie circulaire economie:

“Het Rijksprogramma VANG (van afval naar grondstof) biedt gemeenten veel houvast, voorbeelden en goede mogelijkheden om hun inzamelingsbeleid aan te passen.” Ambitie klimaatadaptatie:

“De gemeente speelt een belangrijke rol in het bij elkaar brengen van betrokken partijen, en het

afstemmen en afwegen van belangen. Om aandacht te vragen voor bepaalde aspecten, en ervoor te zorgen dat de uitvoering van projecten op een manier gebeurt die past bij het eiland.” Ambitie Biodiversiteit

“De gemeente streeft ernaar om het openbaar groen zo ‘natuurvriendelijk’ mogelijk in te richten. Dit om de natuur de bebouwde kom in te brengen. Dit sluit ook weer goed aan bij één van de Texel principes: De overgang tussen het buitengebied en de bebouwde kom verzachten.”

3

9

Energievisie Texel en uitvoeringsplan 2008 – 2011, 7 mei 2008

• Samenvattend beeld Landelijke doelen (stand van zaken februari 2021) Energietransitie 2050: Energieneutraal en aardgasloos 2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990 1,5% energiebesparing per jaar 2020: 14 % hernieuwbare energie; 2023: 16%

Klimaatadaptatie 2050: NL klimaatbestendig ingericht. 2020: klimaatbestendig en waterrobuust handelen 2019 stresstest, 2020 risicodialogen + uitvoeringsen investeringsagenda

Circulaire economie 2050: NL volledig circulair 2030: 50% minder gebruik van primaire grondstoffen 2020: 75% afvalscheiding en max. 100 kg restafval/inw/jr 2025: zoveel mogelijk gescheiden en max. 30 kg restafval maatschappelijk verantwoord inkopen Biodiversiteit beschermen van bestaande natuur natuur in de samenleving koppeling met andere maatschappelijke opgaven

4 5

Gemeentelijke doelen & beoogd effect 4

Gemeentelijke maatregelen 5

Texel wil zo snel mogelijk 100% energieneutraal worden Energieplan eigen gebouwen Onderzoek naar mogelijkheden voor productie waterstof

Transitievisie Warmte Regionale Energiestrategie Slow Mill: Ondersteunen proef met golfenergie SeaQurrent: Ondersteunen proef met getijde-energie Energieneutraal openbaar verlichtingssysteem Energieloket en opvolger Duurzaam Bouwloket Verduurzaming gemeentelijke gebouwen Continuering stimulering postcoderoosprojecten

in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust Continuering inzet en samenwerking met Texelse partners en organisaties in de regio Waterveiligheid: organiseren van overleggen, afstemmen van belangen van betrokken partijen en samenwerkingspartners als het hoogheemraadschap

Voorkomen van wateroverlast en bufferen van water voor tijden van droogte.

Gemeentelijk inkoop en aanbestedingsbeleid circulair maken Nieuw grondstoffenplan maken

Inzetten op het aanjagen en faciliteren van duurzaamheidsinitiatieven van bedrijven. Opzetten reparatiewerkplaats samen met De Bolder

versterking en behoud van ecologische functie

Starten met de beeldkwaliteitsschouw Windsingelbeheer

Texel zelfvoorzienend en duurzaam, Gemeenteraad 26 februari 2020 idem

10

Landelijke doelen (stand van zaken februari 2021) Duurzame mobiliteit 2030: voertuigen emissieloos (eigen wagenpark, doelgroepenvervoer, inkoop) 2020: gemeentelijk plaatsingsbeleid laadpalen

Gemeentelijke doelen & beoogd effect 4

Gemeentelijke maatregelen 5

Meerjaren vervangingsplan eigen voertuigen opstellen, naar voorbeeld andere gemeente.

Plaatsing laadpalen bij alle parkeerplaatsen van enige omvang

Uitvoeringsstructuur en borging binnen de ambtelijke organisatie Uit het interview met de ambtenaren blijkt dat Texel een kleine gemeente is met een beperkt budget en weinig capaciteit in het ambtelijke apparaat.

De continuïteit van de uitvoering van duurzaamheid is een probleem gebleken. Het team bestaat slechts uit 3 personen (ca. 1,5fte). De betrokken ambtenaren hebben in het interview aangegeven dat er onvoldoende capaciteit om het programma uit te voeren vanuit Zelfvoorzienend en Duurzaam. Daarnaast is er ook een

probleem met de continuïteit: het vertrek van een medewerker slaat een groot gat in een kleine organisatie zoals die van de gemeente Texel.

Er wordt alleen aan de Raad gerapporteerd op projectniveau, zoals bij het energieloket, het aantal

aangevraagde subsidies of energiebesparing bij openbare verlichting. De resultaten (=output) worden

getoond maar het effect (=outcome) niet. In opschaling en daarmee monitoring is wel voorzien, maar de

politieke haalbaarheid stond in de weg. Concreet houdt dat in dat met het loslaten van 2030 doelstelling en

het doorschuiven van budget voor duurzaamheid van 2020 naar 2021 er geen mogelijkheid was om in 2020 invulling te geven aan deze opschaling en monitoring.

Binnen het college is duurzaamheid en innovatie belegd bij één portefeuillehouder waarbij de

duurzaamheidsambitie specifiek benoemd is als aandachtsgebied bij het coalitieakkoord. Niet alle thema’s vallen onder deze portefeulliehouder, het Groenbeheerplan, grondstoffenbeleid, milieu en Nationaal Park bijvoorbeeld vallen onder de verantwoordelijk van een andere wethouder.

Er komt vanuit de rijksoverheid een enorme opgave op alle gemeenten af, dat is voor een kleine gemeente als Texel extra lastig op te vangen. In het ambtenareninterview wordt gesteld dat Texel in feite dezelfde

procedures (TVW, RES, klimaatstresstesten) moet doorlopen als Amsterdam, maar dan met een fractie van de ambtelijke capaciteit.

11

Bevindingen deelvraag 2: inhoudelijke resultaten Waar staat de gemeente? In deze paragraaf is op een hoger niveau gekeken naar de overall prestatie op elk thema. Zo wordt duidelijk op welk(e) (sub)thema(’s) er voor de gemeente extra inspanningen wenselijk zijn om de eigen en/of

landelijke doelen te behalen. Deze rapportage is feitelijk de enige bron om de realisatie van de gemeente te beoordelen, gegeven het ontbreken van lokale monitoringsinstrumenten. Of de gemeente deze

inspanningen ook daadwerkelijk kan leveren, is niet alleen afhankelijk van beschikbare capaciteit, budget en

bestuurlijke focus, maar vaak ook van externe factoren, zoals beschikbare ruimte of beperkende regelgeving. Om inzicht te krijgen in de overall prestatie van de gemeente is gebruik gemaakt van verschillende landelijke benchmarks:

Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI)

Nationale Monitor Duurzame Gemeenten (Telos, monitor 2019) Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI) 2020 Bij de gemeentelijke DuurzaamheidsIndex 2020 (https://gdindex.nl/) scoort Texel een 5,8 en dat is gelijk aan het landelijk gemiddelde. Hieronder zijn de printscreens van de website opgenomen. Op het onderdeel milieu en energie scoort Texel 4.8, het landelijk gemiddelde is 5,2. Texel scoort bij Milieu en energie alleen bovengemiddeld op: Lucht

(Score 8,3; NL 6,1)

Texel scoort (zeer) slecht op:

Energiegebruik woningen

Energiebesparing woningen

(Score 5,4, 9.267 kwh/jaar/inwoner; NL 6,1, 7.890 kwh/jaar/ inwoner) (Score 3,8; NL 4,9)

Scores op gebied van Milieu en energie in de GDI 2020 voor de gemeente Texel.

12

Nationale Monitor Duurzame gemeenten (rapport 2020) In de Nationale Monitor Duurzame gemeenten maakt Telos jaarlijks de balans op hoe het staat met de (ontwikkeling van de) gemeentelijke duurzaamheid. Er wordt een ‘foto’ gemaakt van de ‘staat van

duurzaamheid’ van alle Nederlandse gemeenten op een moment in de tijd. Telos kijkt daarbij naar drie

onderdelen (kapitalen) van duurzaamheid: ecologisch kapitaal, sociaal-cultureel kapitaal en economisch kapitaal. De scores voor Texel zijn hieronder weergegeven. TOTAALSCORE TEXEL SCORE 51,4

SOCIAALCULTUREEL KAPITAAL SCORE RANK 51,4 219

RANK 155

TOTAALSCORE

Gemeente

Score

Rank

Texel

52.1

154

Ontwikkeling 8

ECOLOGISCH KAPITAAL SCORE 58,4

RANK 20

ECONOMISCH KAPITAAL SCORE 44,4

SOCIAAL- CULTUREEL KAPITAAL

ECOLOGISCH KAPITAAL

Score

Rank

Score

Rank

53.2

103

56.1

62

ECONOMISCH KAPITAAL

Score

Rank

46.9

316

De totaalscore is een bovengemiddelde plaats 155 van 355 onderzochte gemeenten en de score op ecologisch kapitaal is een uitstekende plek 20 van de 355 onderzochte gemeenten.

Inhoudelijke prestaties uitvoering beleid ten opzichte van eigen ambities Uit de bureaustudie ontstaat het beeld dat de duurzaamheidsambities van de gemeente Texel historisch (veel) hoger liggen dan de landelijke ambities, maar dat de prestaties achter blijven ten opzichte van landelijke ontwikkelingen.

In het Energietransitiemodel uit “Texel zelfvoorzienend en duurzaam” wordt gesteld dat er een besparing

gerealiseerd moet worden van 1.562 TJ in 2016 tot 834 TJ in 2050. Dat is een besparing in 2050 van 47% ten opzichte van 2016.

De doelstellingen op het gebied van de energietransitie zijn hieronder gekwantificeerd.

13

Uit de Landelijke Klimaatmonitor blijkt dat het energieverbruik van 2016 (1411 TJ) zelfs is toegenomen naar

1544 TJ in 2018. Uit diezelfde cijfers blijkt dat het percentage hernieuwbare energie wel licht gestegen is van 2,7 naar 3,8%. (landelijke doelstelling:14% in 2020 en 16% in 2023)

Overige thema’s: Circulaire Economie, Klimaatadaptatie & Biodiversiteit

Voor deze overige thema’s zijn geen SMART doelstellingen opgesteld, er is alleen een opsomming van de landelijke wetgeving waaraan voldoen moet worden. Daar is echter geen concreet beleid aan gekoppeld, noch zijn er lokale doelstellingen geformuleerd.

In 2020 zou er een nieuw grondstoffenplan zijn, maar dat is nog niet gerealiseerd. Wel zijn er op deze thema’s acties gedefinieerd, die zijn reeds opgenomen in het overzicht van paragraaf 3.2.

14

Bevindingen deelvraag 3: monitoring Monitoringsinstrumenten Tijdens de bureaustudie is gebleken dat er geen overkoepelende duurzaamheidsmonitoring (gekoppeld aan

het programma) bestaat, maar dat er op deelgebieden wel fragmentarisch wordt gemonitord. Dit is getoetst tijdens de interviews en daar is bevestigd dat er niet structureel gemeten wordt of de gestelde doelen op

koers liggen. Om te citeren uit een interview met de raadsleden: “Controle is vrijwel niet mogelijk, er zijn geen instrumenten om te bepalen of de beleidsdoelen gehaald zijn. Alleen op budget kan gestuurd worden.”

Bij projecten is er wel sprake van output-monitoring bijvoorbeeld bij verduurzaming van de openbare

verlichting, de realisatie van het drijvend zonnepark en de duurzame besparende maatregelen voor de inwoners.

Daarnaast zijn er overzichten van de projecten m.b.t. duurzaamheid gedeeld met de Raad, maar ze werden

niet gemonitord. Ook wordt er gesteld door de wethouder dat Texelse mentaliteit er een van “doeners” is en

dat evaluatierapporten en monitors wel belangrijk zijn, maar dat de uitvoering belangrijker wordt gevonden.

15

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording B1.1 Interviews Informatienavraag Ter verdieping van dit onderzoek is een informatienavraag gedaan bij gemeentelijke beleidsmedewerkers, de verantwoordelijke bestuurder en enkele gemeenteraadsleden. De lijst van geïnterviewde personen is bekend bij de rekenkamercommissie.

B1.2 Geraadpleegde documenten

Gedurende het onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Beleidsdocumenten gemeente Texel

Plan Texel Zelfvoorzienend en Duurzaam (2020) Coalitieakkoord “Balans Brengen” (2018) Programmabegroting Texel 2020

Addendum bij coalitieakkoord oktober ‘20 Groenbeheerplan 2018

Visiedocument Waddeneilanden 2020 Grondstoffenplan 2013 – 2020

Energie voor Texel Uitvoeringsprogramma 2010 – 2020

Raadsbesluiten

1827753 - Startnotitie Regionale Energie Strategie (16-10-19) 1674847 - Texel zelfvoorzienend en duurzaam (26-2-20)

2625315 - Concept-RES Noord-Holland Noord – Wensen en bedenkingen (16-9-20) 2718138 - Raadsbesluit - Verordening leningen SVn (17-9-20) Duurzaamheidsindices

Nationale monitor duurzame gemeenten (rapport 2020) Klimaatmonitor

Gemeentelijke DuurzaamheidsIndex 2020 (www.gdi.databank.nl) Afvalmonitor

PBL rapport Gemeentelijke bestuurskracht en de energietransitie (2019)

B1.3 Normenkader rekenkameronderzoek duurzaamheid Den Helder en Texel Inleiding Dit normenkader wordt gehanteerd in de rekenkameronderzoeken naar duurzaamheid voor de gemeenten

Den Helder en Texel. Door het gebruik van een normenkader zijn conclusies uit bevindingen door iedereen te trekken en is interpretatie niet afhankelijk van de onderzoekers.

16

Het normenkader sluit aan op de onderzoeksvragen. Er is weergegeven aan welk criterium getoetst wordt. Er is aangegeven op grond van welke indicatoren we een resultaat constateren. In de bureaustudie en de

interviews worden vragen gesteld waarmee wordt achterhaald of aan de criteria voldaan is. Het antwoord kan een volmondig ‘ja’ of ‘nee’ zijn, of het antwoord ligt in het midden. In dat geval geven we aan in hoeverre er aan de norm voldaan wordt en/of op welke onderdelen er niet voldaan wordt.

In de nota van bevindingen geven wij dit met de kleuren van een stoplicht weer: de situatie voldoet niet aan de norm (onvoldoende) de situatie voldoet deels aan de norm (redelijk) de situatie voldoet aan de norm (goed)

Hoofdvraag: Hoe succesvol is het duurzaamheidsbeleid van de gemeenten Den Helder en Texel?

Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeenten Den Helder en Texel inhoudelijk vormgegeven en is deze uitvoering effectief?

Onder het duurzaamheidsbeleid verstaan we de thema’s van de ‘Big 5’: Energietransitie

Klimaatadaptatie

Circulaire economie Biodiversiteit

Duurzame mobiliteit Bij deze hoofdvraag passen de onderstaande deelvragen.

17

Deelvraag 1 (kaders): Hoe is het duurzaamheidsbeleid inhoudelijk en procesmatig vormgegeven? Zijn de uitgangspunten en jaarlijkse bijstellingen voldoende concreet geformuleerd? Norm De gemeente beschikt over heldere doelen en ambities voor het duurzaamheidsbeleid

onvoldoende Er zijn geen doelen geformuleerd of de doelen zijn niet SMART.

redelijk Voor een deel van de thema’s zijn SMART doelen geformuleerd

1.2

Het beleid sluit aan bij landelijke en regionale doelstellingen

nee

deels

1.3

De organisatie en de uitvoeringsstructuur zijn helder vastgelegd. Het duurzaamheidsbeleid is voldoende geborgd binnen de ambtelijke organisatie Ambtelijke apparaat (binnen de relevante beleidsvelden) heeft kennis van het duurzaamheidsbeleid en handelt in overeenstemming daarmee Er is voldoende capaciteit om het duurzaamheidsbeleid tot uitvoering te brengen. Er is voldoende budget om het duurzaamheidsbeleid uit te voeren.

nee

deels

Geen of slechts 1 van de deelvragen kan met ja beantwoord worden

Twee van de deelvragen kunnen met ja beantwoord worden

1.1

1.4

18

goed Voor alle 5 de thema’s zijn SMART doelen geformuleerd. per thema is de link gelegd met landelijke en regionale kaders. ja Alle drie de deelvragen kunnen met ja beantwoord worden

1.5 1.6

Norm Binnen de 5 duurzaamheidsthema’s neemt de gemeente concrete maatregelen. De raad heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om op hoofdlijnen de kaders van het duurzaamheidsbeleid te bepalen.

Nee

onvoldoende

nee

redelijk Ja, voor meerdere thema’s

goed Ja, voor alle thema’s

deels

ja

Deelvraag 2 (inhoudelijke resultaten): Wat is de stand van zaken van het beleid? Waar staat de gemeente met betrekking tot de realisatie van doelen en ambities? 2.1

2.2

19

Norm De gemeente is op weg om de ambities waar te maken of heeft al doelstellingen behaald. Op basis van landelijke benchmarks

onvoldoende De gemeente scoort volgens de benchmarks onder het landelijk gemiddelde.

redelijk De gemeente scoort volgens de benchmarks conform het landelijk gemiddelde.

De gemeente is op weg om de eigen ambities zoals vastgelegd in vastgesteld beleid waar te maken of heeft al doelstellingen behaald. Op basis van landelijke benchmarks en op basis van al uitgevoerde (recente) evaluaties en bij de gemeente bekende feiten en cijfers

Geen van de gestelde doelen

Sommige van de gestelde doelen

goed Volgens de benchmarks en op basis van info uit de gemeentelijke organisatie ligt de gemeente op koers om doelstellingen te bereiken. Alle gestelde doelen

2.3 2.4

Norm De gemeente bereikt het gewenste effect. De opgaven voor de komende tijd zijn in beeld

onvoldoende Vrijwel niet

Beperkt effect

redelijk

nee

Ja, voor enkele thema’s

goed Significant effect Ja, voor alle thema’s

Deelvraag 3 (monitoring): Kent het beleid op onderdelen een model of modellen van monitoring en is dat effectief? 3.1

3.2

3.3

20

Norm Voor alle 5 de thema’s hanteert de gemeente monitoringsinstrumenten en modellen Wat wordt gemonitord, op welk niveau, hoe vaak, en door wie? Het college en de gemeenteraad worden geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering van de beleidsdoelstellingen.

onvoldoende Er zijn geen monitoringsinstrumenten en geen afspraken met de raad

redelijk Voor meerdere thema’s is een monitorings-instrument en monitoringsafspraken met de raad.

goed Ja, voor alle thema’s zijn monitoringsinstrumenten en monitoringsafspraken met de raad

Er wordt niet of nauwelijks geïnformeerd

Er wordt geïnformeerd, maar niet volgens de afgesproken frequentie of volgens het afgesproken format

De raad is in de gelegenheid gesteld om de resultaten van het uitgevoerde beleid tussentijds te

Nee

soms

Er op het juiste niveau gemonitord, door de juiste personen en volgens de afgesproken frequentie Ja

3.4

21

Norm controleren en de doelen/budget bij te stellen. De raad heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid om het beleid tussentijds bij te stellen (doelen/budget).

onvoldoende

redelijk

goed

Geen gebruik gemaakt van gelegenheid

Soms gebruik van gemaakt, voor enkele thema’s

Wel gebruik gemaakt van gelegenheid, voor meerdere thema’s

Bijlage 2. Landelijke en regionale kaders

Voor de vijf onderzochte duurzaamheidsthema’s (Big Five) in dit onderzoek zijn de kaders en doelstellingen grotendeels op (inter)nationaal of provinciaal niveau bepaald. In deze bijlage zijn kort een aantal voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid relevante beleidskaders genoemd.

B2.1(Inter)nationale kaders Energietransitie

In 2015 is in het internationaal Klimaatakkoord Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden ten opzichte van het pre-

industriële niveau, met het streven een maximale temperatuurstijging van anderhalve graad. In onder andere het Energieakkoord (2013), de Klimaatwet (2019) het Klimaatakkoord (2019) wordt de Nederlandse ambitie – energieneutraal en aardgasloos in 2050 – verder uitgewerkt. Het Nederlands Klimaatakkoord is de

invulling van de Klimaatwet en is een vervolg op het Energieakkoord dat in 2020 afloopt. Inzetten op enerzijds energiebesparing en anderzijds opwekking van duurzame energie gaan daarbij hand in hand. Belangrijke landelijke ambities zijn: 2050: Energieneutraal en aardgasloos

2050: 95% minder broeikasgassen in 2050 dan in 1990 2030: 49% minder broeikasgassen dan in 1990 1,5% energiebesparing per jaar

14 % hernieuwbare energie 2020 en 16% in 2023 Klimaatadaptatie

Ook al gaat het ons lukken de opwarming van de aarde tot een maximum van 2 graden te beperken, dan nog zullen we ons moeten voorbereiden op de

gevolgen van een onvermijdelijke klimaatverandering (zoals wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen). In het Nationaal Deltaprogramma 2015 zijn de nationale Deltabeslissingen opgenomen: in 2050 is Nederland zo klimaatbestendig als mogelijk ingericht.

In de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is vastgelegd dat 'klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel is van het beleid en handelen’ van overheden.

De implementatie van deze plannen zijn nadrukkelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het tijdpad opgenomen: uiterlijk in 2019 moesten de kwetsbaarheden in beeld gebracht zijn via een stresstest.

Aansluitend wordt een risicodialoog gevoerd met stakeholders om te komen tot een uitvoerings- en investeringsagenda. Deze moet uiterlijk in 2020 klaar zijn. 22

Circulaire Economie

Het streven naar een circulaire economie draagt bij aan de bescherming van natuurlijke hulpbronnen en het beperken van klimaatverandering. In een circulaire economie worden producten en grondstoffen na gebruik weer ingezet om nieuwe waarden te genereren. Op landelijk niveau zijn ambities gesteld in o.a. het Rijksbrede programma Circulaire Economie en het Grondstoffenakkoord. Concreet zijn de doelstellingen: 2050 Nederland volledig circulair in 2050 en in 2030 50% minder gebruik van primaire grondstoffen

2020: 75% bronscheiding van het huishoudelijk afval en maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar. (Inzameling van bedrijfsafval is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Vereisten daarvoor zijn opgenomen in de Wet Milieubeheer.)

2025: maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025. Afvalscheiding moet uiteindelijk richting de 100%.

Duurzaam inkopen door overheden Biodiversiteit

De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen het Europese kader voor bescherming van biodiversiteit in de Europese Unie. Ze vereisen dat EU-lidstaten bepaalde

handelingen die schadelijk zijn voor vogels en andere aangewezen dier- en plantensoorten verbieden. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn schrijven voor dat

lidstaten beschermingszones aanwijzen ten behoeve van het Europese Natura 2000-netwerk, het netwerk van beschermde natuurgebieden dat moet zorgen voor

de bescherming van de biodiversiteit in de EU. Nederland heeft de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. In Nederland is sinds 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming in werking getreden. Die verplicht iedereen zorg te dragen voor alle (inheemse) planten en dieren in

Nederland. In (naar verwachting) 2021 gaat de Wet natuurbescherming op in de Omgevingswet. Daarmee biedt de Omgevingswet straks mogelijkheden om regels te stellen en maatregelen te treffen voor de bescherming van de natuur.

De Wet milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet en bepaalt welk wettelijk gereedschap kan worden ingezet om het milieu te beschermen. Nog niet alle

milieuwetten zijn in de Wet milieubeheer ondergebracht. De belangrijkste 'losse' wetten zijn: de Wet Geluidhinder, de Waterwet, de Wet bodembescherming en de Meststoffenwet. Deze wetten zullen net zoals de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer opgenomen worden in de Omgevingswet.

In de natuurambitie ‘Nederland Natuurpositief’ (2019) beschrijft het kabinet in grote lijnen het natuurbeleid voor de komende jaren, tot 2025. Een belangrijke omslag in het denken daarin is: natuur hoort midden in de samenleving thuis en niet enkel in beschermde natuurgebieden. Daarnaast wordt de ambitie uitgesproken om natuurbeleid te verbinden met andere grote maatschappelijke opgaven van dit moment. Denk bijvoorbeeld aan kringlooplandbouw, energietransitie, uitbreiding van woongebieden, ontwikkeling van infrastructuur en minder uitstoot van stikstof. Duurzame mobiliteit

Gemeenten hebben te maken met verschillende duurzaamheidsaspecten van mobiliteit. Denk bijvoorbeeld aan het stimuleren van (duurzaam) elektrisch vervoer, het stimuleren van fietsgebruik en het verduurzamen van mobiliteitsgedrag (makkelijk switchen tussen modaliteiten, reistijden, zuinige rijstijl, minder reizen, etc). In het Klimaatakkoord zijn voor het thema mobiliteit de volgende voor gemeenten relevante afspraken gemaakt: 23

Duurzame inkoop eigen wagenpark (lichte voertuigen emissieloos in 2030, zware voertuigen zoveel mogelijk emissieloos in 2030) Duurzame inkoop doelgroepenvervoer (zoveel mogelijk emissieloos in 2025, uiterlijk in 2030 zonder emissies) emissieloos vervoer uiterlijk in 2030 als voorwaarde bij inkoop van opdrachten

Daarnaast zijn in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) afspraken gemaakt over de uitrol van publieke laadinfrastructuur, waarvoor gemeenten in 2020 plaatsingsbeleid moeten hebben vastgesteld.

B2.2 Regionale kaders In 2050 wil de provincie Noord-Holland klimaatneutraal en circulair zijn. Energie

Ook bij de Provincie Noord-Holland staat Energietransitie hoog op de beleidsagenda en wordt hier via verschillende lijnen aan gewerkt. Het beleid van de provincie is gericht op energiebesparing, meer energie duurzaam opwekken en het beter benutten van restwarmte van bedrijven.

Voor het opstellen van de Regionale Energiestrategie (RES) valt de Texel binnen de RES-regio Noord-Holland Noord. Deelregio Kop van Noord-Holland bestaat uit gemeenten Den Helder, Hollands Kroon, Schagen en Texel. Klimaatadaptatie

De provincie heeft de nationale doelstelling om in 2050 klimaatbestendig te zijn overgenomen. Circulaire economie

Het beleid voor circulaire economie is vastgelegd in de Actieagenda Circulaire Economie 2017-2020 (vastgesteld in 2017). Voor de periode 2021-2025 wordt een nieuwe actieagenda opgesteld, die de actieagenda 2017-2020 vervangt. Noord-Holland heeft de nationale doelstellingen voor circulaire economie overgenomen.

Biodiversiteit

Programma Natuurontwikkeling 2020-2024 van de provincie Noord-Holland

Duurzame mobiliteit 24

Perspectief Fiets (Provincie Noord-Holland) en Actieprogramma Fiets 2019-2021

25

Bijlage 3. Lokaal Duurzaamheidsbeleid

De onderstaande ambities zijn overgenomen uit het beleidsplan “Texel zelfvoorzienend en duurzaam” uit 2020, tenzij anders staat vermeld.

Energietransitie Texel heeft het relatief gemakkelijk: de economie is minder verontreinigend dan op veel andere plaatsen, en duurzame energiebronnen zijn juist meer voorhanden. Nergens zoveel zon, wind,

golven en getijden als juist op en rond Texel. Bovendien begint Texel niet op nul: de ambitie om geheel zelfvoorzienend te worden met duurzame energie stamt uit 2008, samen met de andere Waddeneilanden. Er is al veel onderzocht, uitgeprobeerd en ontwikkeld. En gedaan. Dit heeft

bewezen dat deze transitie ook kansen biedt voor het eiland: van positieve aandacht in de pers

tot subsidies en investeringen.

Klimaatadaptatie Er is weinig tijd: de klimaatverandering eist nu al zijn tol. ‘Natuurrampen nemen toe,

weerrecords worden voortdurend gebroken en de gevolgen van klimaatverandering

(klimaatadaptatie) kosten miljarden euro’s. Die verandering zoveel mogelijk beperken is heel

veel goedkoper dan dat niet doen, op de wat langere termijn. Bovendien loopt Nederland, als een van de rijkste landen in de wereld, achteraan binnen Europa in het beperken van de CO2 uitstoot en het opwekken van duurzame energie. De hoogste tijd voor een inhaalslag.

Circulaire economie Na een halve eeuw (Club van Rome, 1970) van bewustwording, ambities, uitstel, onderzoek en proeftuinen, is er wereldwijd overeenstemming: de mens moet omschakelen naar een circulaire

economie en duurzame energie. Klimaatverandering, verontreiniging en uitputting van

grondstoffen dwingen daartoe. Dit inzicht wordt inmiddels breed gedeeld en heeft geleid tot internationale afspraken (o.a. Parijs, 2015), Europees en nationaal beleid en wetgeving (o.a. Klimaatwet en Klimaatakkoord, 2019). Een duurzame energievoorziening krijgt daarbij de 26

hoogste prioriteit, vanwege de invloed van CO2 in de atmosfeer op het klimaat op aarde. Hier geld wel dat er eerdere doelstellingen zijn vastgesteld in het Grondstoffenplan 2013 -20202. In de loop van 2020 zou dit plan opnieuw vastgesteld worden, maar dat zal in de loop van dit jaar zijn. De destijds geformuleerde doelstelling is:

In Texel wordt in 2020 voor ten minste 70 % van het aangeboden gewicht van het aangeboden afval als grondstoffen gescheiden ingezamel voor

materiaalhergebruik. De landelijke ambitie is dat 95% van alle ingezameld afval / grondstoffen gebruikt wordt voor nuttige toepassing. Recent is daarbij de

landelijke ambitie uitgesproken dat daarvan 65 % wordt ingezet voor materiaal hergebruik. Texel heeft een duidelijke ambitie als duurzaam eiland, daarin past een hogere doelstelling op het gebied van grondstoffenscheiding. Het doel is om de ingezamelde hoeveelheid huishoudelijk restafval per persoon terug te brengen van 275 kg in 2012 tot maximaal 150 kg in 2020.

Biodiversiteit Op het gebied van biodiversiteit is er geen beleid geformuleerd in het beleidsplan. Wel worden activiteiten die invloed hebben op de biodiversiteit meegenomen in het Groenbeheerplan.

Duurzame mobiliteit Op het gebied van duurzame mobiliteit heeft de gemeente geen beleid geformuleerd. Er worden wel enkele acties benoemd binnen het spoor Energietransitie.

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=b3e1d5d2-f5d3-429f-8f82-1a5933739e2c