CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

ontwerpbesluit-wijziging-besluit-paspoortgelden-2026

Raadsvergadering 17 december 2025, gemeente TexelBij agendapunt: BESPREEKSTUK - Belastingverordeningen 20263.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Vereniging van Nederlandse Gemeenten t.a.v. de Voorzitter Sharon Dijksma Postbus 30435 2500 GK Den Haag

Datum Betreft

DG Digitalisering & Overheidsorganisatie DGDOO-DO- Identiteit Turfmarkt 147 2511 OP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag

0 1 SEP2025 Consultatie indexering besluit paspoortgelden 1-1-2026

Onze referentie 2025-0000522930 Bijlage(n)

2

Geachte mevrouw Dijksma, Hierbij leg ik u het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit paspoortgelden ter consultatie voor vanwege de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2026. Deze wijziging vindt jaarlijks plaats en is vastgelegd in artikelen 3a, vijfde lid en 7, eerste, derde en zesde lid, van de Paspoortwet. Met deze consultatie wil ik u enerzijds over het ontwerpbesluit informeren en anderzijds de mogelijkheid bieden om op de inhoud te reageren. Het ontwerp bevat enkel de indexering van alle tarieven. Graag ontvang ik uiterlijk 15 september 2025 uw reactie op dit ontwerp. Hoogachtend, De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Herstel Groningen, Koninkrijksrelaties en Digitalisering

Pagina 1 van 1

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

Besluit van ·[datum] tot wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2026 vanwege de jaarlijkse indexering Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van [datum], nr. [nummer]; Gelet op de artikelen 3a, vijfde lid, 7, eerste, derde en zesde lid, van de Paspoortwet; De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk gehoord (advies van [datum], nr. W04.25.xxxx/I/K); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van [datum], nr. [nummer]; De bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde; Hebben goedgevonden en verstaan: ARTIKEL I In de in de kolommen B tot en met E van onderstaande tabel aangeduide bepalingen van het Besluit paspoortgelden wordt de in kolom F opgenomen tekst vervangen door de in kolom G opgenomen tekst. A

B

C

D

E

F

G

nr.

artikel

lid

onderdeel

onder

oud

nieuw

la.

6

1

a

10

€

48,65

€

49,65

lb.

USD 52,00

USD 56,10

lc.

ANG 93,85

CMg 100,45

ld.

AWG 93,85

AWG 100,45

€

€

2a.

6

1

a

20

27,50

28,05

2b.

USD 29,35

USD 31,70

2c.

ANG 53,05

CMg 56,75

2d.

AWG 53,05

AWG 56,75

€

€

3a.

6

1

b

27,50

28,05

3b.

USD 29,35

USD 31,70

3c.

ANG 53,05

CMg 56,75

AWG 53,05

AWG 56,75

€

€

3d. 4a.

6

1

C

10

4b. Sa.

6

1

C

20

Sb.

44,90

45,80

USD 47,95

USD 51,80

€

€

8,70

8,85

USD 9,30

USD 10,00

6.

6

1

d

€

8,70

€

8,85

7.

6

1

e

€

59,10

€

60,30

8a.

6

2

a

€

86,85

€

88,65

10

8b. 9a.

6

2

a

20

USD 140,15

USD 146,55

€

€

65,70

67,05

1

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

9b. 10a.

6

2

b

10b. lla.

6

2

C

10

C

20

llb. 12a.

6

2

12b.

uso 116,95

uso 121,60

€

€

65,70

67,05

uso 116,95

uso 121,60

€

€

78,50

80,10

uso 120,80

uso 126,50

€

€

42,35

43,20

uso 81,15

uso 83,75

13.

6

2

d

€

38,25

€

39,05

14.

6

2

e

€

59,10

€

60,30

15a.

6

2

f

€

18,65

€

19,00

15b. 16.

6

3

a

10

17.

6

3

a

20

18.

6

3

b

19a.

6

3

C

10

uso 20,55

uso 21,05

€

130,95

€

133,65

€

109,90

€

112,10

€

109,80

€

112,10

€

126,30

€

128,95

19b.

uso 135,05

uso 145,70

19c.

ANG 243,70

CMg 260,80

19d.

AWG 243,70

AWG 260,80

€

€

20a.

6

3

C

20

90,15

92,00

20b.

uso 96,35

uso 104,00

20c.

ANG 173,95

CMg 186,15

20d.

AWG 173,95

AWG 186,15

21.

6

3

d

€

86,05

€

87,85

22.

6

3

e

€

31,05

€

31,70

23a.

12

1

a

€

99,50

€

101,55

10

23b.

ANG 192,00

CMg 205,45

23c.

AWG 192,00

AWG 205,45

€

€

24a.

12

1

a

20

78,30

79,90

24b.

ANG 151,10

CMg 161,70

24c.

AWG 151,10

AWG 161,70

€

€

25a.

12

1

b

78,30

79,90

25b.

ANG 151,10

CMg 161,70

25c.

AWG 151,10

AWG 161,70

€

€

26a.

12

1

C

59,05

60,25

26b.

uso 63,10

uso 68,10

26c.

ANG 113,95

CMg 121,90

26c.

AWG 113,95

AWG 121,90

27a.

12

2

a

10

€

165,70

€

169,15

27b.

12

2

a

20

€

144,40

€

147,40

28.

12

2

b

€

144,40

€

147,40

29a.

12

2

C

€

164,35

€

167,80

10

2

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

29b.

12

2

C

30.

12

2

31.

12

32. 33.

20

€

126,15

€

128,75

d

€

119,60

€

122,10

2

e

€

59,05

€

60,25

12

2

g

€

12,15

€

12,40

12

2

h

€

26,30

€

26,85

ARTIKEL Il Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad, in het Afkondigingsblad van Aruba, in het Publicatieblad van Curaçao en in het Afkondigingsblad van Sint Maarten zal worden geplaatst.

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Eddie van Marum

3

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

NOTA VAN TOELICHTING 1. Inleiding Deze algemene maatregel van rijksbestuur strekt tot wijziging van het Besluit paspoortgelden (hierna: Bppg) in verband met de aanpassing van de in het Bppg opgenomen tarieven voor reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten per 1 januari 2026 in het kader van de jaarlijkse indexering van die tarieven. Wat die tarieven betreft, gaat het concreet om de vaststelling op grond van de artikelen 3a en 7 van de Paspoortwet (hierna: Ppw) van: a) de in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, Ppw bedoelde kosten die gemeenten, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en de landen Aruba, Curaçao e·n Sint Maarten aan het Rijk zijn verschuldigd voor de productie van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten, indien de aanvragen voor die documenten zijn ingediend bij de burgemeesters, de gezaghebbers onderscheidenlijk de daartoe door de gouverneurs aangewezen autoriteiten (artikel 6, eerste lid, Bppg); b) de in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, Ppw bedoelde rechten die een aanvrager aan het Rijk moet voldoen als de aanvraag voor het reisdocument of de Nederlandse identiteitskaart wordt ingediend bij een andere daartoe bevoegde autoriteit dan een autoriteit als bedoeld onder a) (bijvoorbeeld bij de Koninklijke Marechaussee of een buitenlandse post) (artikel 12, eerste en tweede lid, Bppg); c) de rechten die een gemeente of openbaar

lichaam ingevolge artikel 7, derde lid, Ppw maximaal aan een aanvrager van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart in rekening mag brengen (artikel 6, tweede en derde lid, Bppg); d) de in artikel 3a, vijfde lid, Ppw bedoelde kosten die ten laste worden gebracht voor vervaardiging en verstrekking van een publiek identificatiemiddel (verwerkt in de tarieven voor de Nederlandse identiteitskaart). De tarieven worden met ingang van 1 januari 2026 gecorrigeerd voor de inflatie. Hiernaast worden de tarieven in andere valuta dan de euro gewijzigd in verband met de gehanteerde wisselkoersen, gecombineerd met de voortzetting van een afrondingsmaatregel voor tarieven in Caribische guldens (CMg) en Arubaanse florins (AWG).1 2. Tariefopbouw De (maximum)tarieven die in het kader van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, Ppw door uitgevende instanties bij een aanvrager van een reisdocument of Nederlandse identiteitskaart in rekening mogen worden gebracht, bestaan uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit de aan het Rijk verschuldigde kosten voor de productie van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten. Deze kosten zijn opgenomen in artikel 6, eerste lid, Bppg.

De aan het Rijk verschuldigde kosten zijn samengesteld uit de kosten die gemaakt worden voor de productie, personalisatie en distributie van de documenten, de apparaatskosten van het onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat met de zorg voor de reisdocumentenketen is belast en een jaarlijkse opslag om grote schommelingen in de tarieven te voorkomen. Dit laatste onderdeel van de tarieven is in 2014 ingevoerd en betreft een opslag ten behoeve van de egalisatierekening die wordt gevuld om vanaf 2019 een deel van de kosten die het Rijk ten behoeve van de reisdocumenten maakt, te dekken. Deze egalisatierekening maakt het mogelijk om gedurende tien jaar een stabiel prijsniveau te hanteren. Zonder deze maatregel zouden de tarieven elke vijf jaar sterk schommelen als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheidsduur van de documenten in 2014 en de daardoor veroorzaakte pieken en dalen in het aantal aanvragen. Het tweede deel van de tarieven bestaat uit de rechten (leges) die uitgevende instanties mogen 1 Zie paragraaf 3.3 respectievelijk paragraaf 3.2.

4

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

heffen om de uitgifte van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten en bijbehorende dienstverlening te bekostigen. De tarieven worden op basis van kosten en baten berekend, zodanig dat deze in evenwicht zijn met elkaar. Deze tarieven zijn opgenomen in de artikelen 6, tweede en derde lid, en 12, eerste en tweede lid, Bppg.

3. Tariefwijzigingen 3.1 Indexering Alle tarieven worden geïndexeerd. Bij de op grond van artikel 6, eerste lid, Bppg af te dragen kosten aan het Rijk en de (maximum)tarieven die door gemeenten en openbaar lichamen, de commandanten van de Koninklijke Marechaussee en de gouverneurs van Sint Maarten, Aruba en Curaçao mogen worden geheven, wordt uitgegaan van het prijsindexcijfer van de materiële overheidsconsumptie (hierna: IMOC). De indexering bestaat uit de raming van het IMOC voor het aankomende jaar en een correctie op basis van de bekende realisatiecijfers. Deze realisatiecijfers zullen één jaar achterlopen, aangezien de gerealiseerde inflatiecijfers pas het volgende jaar bekend zijn. De raming voor 2026 en de gerealiseerde inflatie in 2024 is in het Centraal Economisch Plan van 2024 door het Centraal Plan Bureau (hierna: CPB) vastgesteld op 2,1% en 7,7%.2 Voor 2024 is destijds gerekend met een inflatieraming van 7,7%. Er hoeft dan ook geen correctie plaats te vinden. Het uiteindelijke indexeringscijfer wordt daarmee 2, 1%. Tarieven in andere valuta dan de euro kunnen vanwege de wisselkoersen en de afrondingsmaatregel afwijken van dit percentage.3 Een prijsindexcijfer van de materiële overheidsconsumptie wordt echter niet vastgesteld voor wat betreft de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Voor de rechten die uitgevende instanties mogen heffen om de uitgifte van het document en bijbehorende dienstverlening te bekostigen van de in die openbare lichamen uitgegeven reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten wordt daarom qua indexering uitgegaan van de consumentenprijsindex zoals op de meest recente tijdsbasis berekend en gepubliceerd door het CBS. Voor elk van de openbare lichamen berekent en publiceert het CBS een indexcijfer. Omdat het maximaal te heffen rechten betreft, wordt voor alle drie de openbare lichamen uitgegaan van het hoogste van de drie indexcijfers. Volgens het CBS bedraagt het hoogste indexcijfer over 2024 2,6%.4 3.2 Afronding tarieven Om de foutgevoeligheid en complexiteit van het besluit te verminderen, is in 2024 besloten om alle tarieven op eenduidige wijze af te ronden.5 Op verzoek van enkele uitgevende instanties worden de tarieven afgerond op vijf eurocent naar beneden. Het staat de landen, openbare lichamen en gemeenten vrij om een lager (evt. op hele bedrag afgerond) tarief te heffen. 3.3 Wisselkoersen Voor de tarieven die ook in buitenlandse valuta moeten worden vastgesteld, is de gehanteerde wisselkoers relevant. Om de tarieven tussen Sint Maarten, Aruba en Curaçao niet van elkaar te laten afwijken, is er in 2017 in overleg met Sint Maarten, Aruba en Curaçao voor gekozen om de tarieven tot stand te laten komen via de dollarkoers.

Het hanteren van rechtstreekse wisselkoersen zou namelijk leiden tot kleine verschillen in de tarieven voor Sint Maarten, Aruba en Curaçao. Met ingang van 31 maart 2025 wordt door de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten de Caribische gulden (CMg) uitgegeven ter vervanging van de Antilliaanse gulden (ANG).6 Alle bedragen in euro's zijn - indien van toepassing - omgerekend naar Amerikaanse dollars 2

Centraal Economisch Plan 2025, zie: Kerngegevens CEP 2025. Zie paragraaf 3.3 respectievelijk paragraaf 3.2. 4 Statline - Caribisch Nederland; consumentenprijsindex (CPI} 2017=100. 5 Besluit van 25 november 2024 tot wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2025 vanwege de jaarlijkse indexering (Stb. 2024, 365). 6 Landsbesluit van 14 februari 2025, no. 25/297, inzake de uitgifte van de Caribische gulden met ingang van 31 maart 2025 (AB Curaçao 2025, no. 12) en Landsbesluit van 21 maart 2025, no. LB-24/299, inzake de uitgifte van de Caribische gulden met ingang van 3 maart 2025 (AB Sint Maarten 2025, no. 10). 3

s

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

(USO), gebaseerd op de wisselkoers van 27 mei 2025. Deze datum is gehanteerd omdat op die dag de tarieven werden omgerekend en de betreffende koersen werden geraadpleegd. Van daaruit zijn de bedragen omgerekend naar CMg en AWG volgens de verhouding 1,- USO = 1, 79 CMg/ 1,79 AWG. De gehanteerde wisselkoersen bedroegen: € 1,00 =

1,00 USD =

USD

1,13

1,00

CMg

2,03 2,03

1,79

AWG

1,79

4. Tarieven 2026 ten opzichte van 2025 Voor een goed overzicht zijn in onderstaande tabellen per documentsoort de op grond van dit besluit per 1 januari 2026 geldende tarieven opgenomen. Daarbij is ook het tarief voor 2025 (geldend vanaf 1 januari 2025) aangegeven. Onder de tabellen is opgenomen met welk percentage het tarief is veranderd. Boven elke tabel is aangegeven welke tarieven het betreft. 4.1 Artikel 6, eerste lid, Bppg: rijksdeel tarieven document

valuta

tarieven 2025

tarieven 2026

percentage

paspoort (:2:18 jaar)

€

48,65

49,65

102,1%

USD

52,00

56,10

107,9%

CMg

93,85

100,45

107,0%

AWG

93,85

100,45

107,0%

€

27,50

28,05

102,0%

USD

29,35

31,70

108,0%

CMg

53,05

56,75

107,0%

AWG

53,05

56,75

107,0%

€

27,50

28,05

102,0%

USD

29,35

31,70

108,0%

CMg

53,05

56,75

107,0%

AWG

53,05

56,75

107,0%

€

44,90

45,80

102,0%

USD

47,95

51,80

108,0%

€

8,70

8,85

101,7%

USD

9,30

10,00

107,5%

vervangende Nederlandse identiteitskaart

€

8,70

8,85

101,7%

spoedlevering

€

59,10

60,30

102,0%

paspoort ( < 18 jaar)

reisdocument vreemdeling

Nederlandse identiteitskaart (:2:18 jaar)

Nederlandse identiteitskaart ( < 18 jaar)

Bovenstaande tabel toont de kosten die de uitgevende instanties aan het Rijk afdragen. Deze tarieven zijn geïndexeerd met 2,1%. Afwijkingen van dit percentage bij de andere valuta dan de euro worden veroorzaakt door de gehanteerde wisselkoersen en de afrondingsmaatregelen.7

7 Zie paragraaf 3.2.

6

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

4.2 Artikel 6, tweede lid, Bppg: maximumtarieven gemeenten en openbare lichamen document

valuta

percentage

tarieven

tarieven

2025

2026

€

86,85

88,65

102,1%

uso

140,15

146,55

104,6%

€

65,70

67,05

102,1%

uso

116,95

121,60

104,0%

€

65,70

67,05

102,1%

uso

116,95

121,60

104,0%

€

78,50

80,10

102,0%

uso

120,80

126,50

104,7%

€

42,35

43,20

102,0%

uso

81,15

83,75

103,2%

vervangende Nederlandse identiteitskaart

€

38,25

39,05

102,1%

spoeduitreiking

€

59,10

60,30

102,0%

bezorging

€

18,65

19,00

101,9%

uso

20,55

21,05

102,4%

paspoort (;;:18 jaar)

paspoort ( < 18 jaar)

reisdocument vreemdeling

Nederlandse identiteitskaart (;;:18 jaar)

Nederlandse identiteitskaart ( <18 jaar)

Bovenstaande tabel toont de maximumtarieven die gemeenten en openbare lichamen mogen heffen. Deze tarieven bestaan uit het rijksdeel zoals vastgesteld in artikel 6, eerste lid, Bppg met aanvullend de rechten die uitgevende instanties mogen heffen om de uitgifte van het document en bijbehorende dienstverlening te bekostigen. De maximumtarieven in euro zijn gewijzigd conform de indexering van 2,1%. Bedragen in USD hebben betrekking op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en kennen een indexering van 2,6% op het dienstverleningsdeel. Afwijkingen van deze percentages worden veroorzaakt door de gehanteerde wisselkoersen en de afrondingsmaatregelen. 8 4.3 Artikel 6, derde lid, Bppg: maximumtarieven gemeenten niet-ingezetenen document

valuta

tarieven

tarieven

2025

2026

percentage

paspoort (;;:18 jaar)

€

130,95

133,65

102,1%

paspoort ( < 18 jaar)

€

109,90

112,10

102,0%

reisdocument vreemdeling

€

109,80

112,10

102,1%

Nederlandse identiteitskaart (;;:18 jaar)

€

126,30

128,95

102,1%

uso

135,05

145,70

107,9%

CMg

243,70

260,80

107,0%

AWG

243,70

260,80

107,0%

€

90,15

92,00

102,1%

uso

96,35

104,00

107,9%

CMg

173,95

186,15

107,0%

AWG

173,95

186,15

107,0%

vervangende Nederlandse identiteitskaart

€

86,05

87,85

102,1%

bezorging

€

31,05

31,70

102,1%

Nederlandse identiteitskaart ( <18 jaar)

8 Zie eveneens paragraaf 3.2.

7

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

Bovenstaande tabel toont de rechten die aangewezen gemeenten maximaal mogen heffen bij personen die niet als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) staan ingeschreven. Alle tarieven zijn verhoogd in overeenstemming met de indexering van 2,1%, met uitzondering van het tarief voor het paspoort voor minderjarigen (onderdeel a, onder 2). Deze was als gevolg van een rekenfout met 10 cent te veel verhoogd in de indexatie voor 2025 en dat is bij de huidige indexatie weer hersteld door het maximumtarief weer gelijk te trekken met het reisdocument voor vreemdelingen (onderdeel b) zoals voor de indexatie van 2025 het geval was.9 Andere afwijkingen van deze percentages worden veroorzaakt door de gehanteerde wisselkoersen en de afrondingsmaatregelen.10 4.4 Artikel 12, eerste lid, Bppg: tarieven binnen Koninkrijk bij andere bevoegde autoriteiten document

paspoort (2'.18 jaar)

paspoort ( < 18 jaar)

reisdocument vreemdeling

nooddocument

valuta

tarieven

tarieven

percentage

€

2025 99,50

2026 101,55

102,1%

CMg

192,00

205,45

107,0%

AWG

192,00

205,45

107,0%

€

78,30

79,90

102,0%

CMg

151,10

161,70

107,0%

AWG

151,10

161,70

107,0%

€

78,30

79,90

102,0%

CMg

151,10

161,70

107,0%

AWG

151,10

161,70

107,0%

€

59,05

60,25

102,0%

uso

63,10

68,10

107,9%

CMg

113,95

121,90

107,0%

AWG

113,95

121,90

107,0%

Bovenstaande tabel toont de tarieven die door de binnen het Koninkrijk bevoegde uitgevende instanties, anders dan gemeenten, geheven mogen worden. Het gaat hier om aanvragen bij de Koninklijke Marechaussee, de gezaghebbers van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en de gouverneurs van Aruba, Curaçao en Sint Maarten (of door hen aangewezen autoriteiten). Deze tarieven zijn gewijzigd volgens de indexering van 2,1%. De procentuele wijziging van tarieven kan afwijken ten opzichte van de euro vanwege de gehanteerde wisselkoersen voor andere valuta en afrondingsmaatregelen. 11 4.5 Artikel 12, tweede lid, Bppg: tarieven buiten Koninkrijk (consulaire posten) document

valuta

tarieven

tarieven

2025

2026

percentage

paspoort ( 2'.18 jaar)

€

165,70

169,15

102,1%

paspoort ( <18 jaar)

€

144,40

147,40

102,1%

reisdocument vreemdeling

€

144,40

147,40

102,1%

Nederlandse identiteitskaart (2'.18 jaar)

€

164,35

167,80

102,1%

Nederlandse identiteitskaart (<18 jaar)

€

126,15

128,75

102,1%

Besluit van 25 november 2024 tot wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven per 1 januari 2025 vanwege de jaarlijkse indexering (Stb. 2024, 365). 10 Zie eveneens paragraaf 3.2. 11 Zie eveneens paragraaf 3.2.

9

8

Wijziging Bppg ivm indexering 2026, versie 20 juni 2025 (consultatieversie)

vervangende Nederlandse identiteitskaart

C

119,60

122,10

102,1%

nooddocument

C

59,05

60,25

102,0%

toeslag spoedaanvraag

C

12,15

12,40

102,1%

toeslag andere locatie

C

26,30

26,85

102,1%

Bovenstaande tabel toont de tarieven die door de buiten het Koninkrijk bevoegde uitgevende instanties (consulaire posten) geheven mogen worden. Deze tarieven zijn gewijzigd volgens de indexering van 2,1%. Afwijkingen van dit percentage worden veroorzaakt door de afrondingsmaatregel. 12 5. Regeldrukgevolgen Dit besluit zal naar verwachting geen (omvangrijke) regeldrukeffecten tot gevolg hebben. 6. Consultatie en advies [PM]

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Eddie van Marum

12 Zie paragraaf 3.2.

9

Oplegger consultatie openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (versie internetconsultatie NL)

Datum toezending

29-08-2025

Datum uiterlijke reactie

15-09-2025

Inhoud voorstel

Deze algemene maatregel van rijksbestuur strekt tot wijziging van het Besluit paspoortgelden (hierna: Bppg) in verband met de aanpassing van de in het Bppg opgenomen tarieven voor reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten per 1 januari 2026 in het kader van de jaarlijkse indexering van die tarieven.

Relevante gevolgen voor Bonaire, Sint-Eustatius en Saba

�lle tarieven worden geïndexeerd. Bij de op grond van artikel 6, eerste lid, Bppg af te dragen kosten aan het Rijk en de (maximum)tarieven die door gemeenten en openbaar lichamen, de commandanten van de Koninklijke Marechaussee en de gouverneurs van Sint Maarten, Aruba en Curaçao mogen worden geheven, wordt uitgegaan van het prijsindexcijfer van de materiële overheidsconsumptie (hierna: IMOC). Een prijsindexcijfer van de materiële overheidsconsumptie wordt echter niet vastgesteld voor wat betreft de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Voor de rechten die uitgevende instanties mogen heffen om de uitgifte van het document en bijbehorende dienstverlening e bekostigen van de in die openbare lichamen uitgegeven reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten wordt daarom qua indexering uitgegaan van de consumentenprijsindex zoals op de meest recente tiidsbasis berekend en qepubliceerd door het CBS.

Relevante artikelen of passages Financiën (gevolgen en opvang daarvan)

Artikel I Tariefwijzigingen, artikel II inwerkingtreding Invoering leidt niet tot kosten voor openbare lichamen, uitvoering garandeert juist de kostendekkendheid van het uitgeven van paspoorten en identiteitskaarten en geeft een grondslag voor de openbare lichamen om in verband met het hogere prijspeil de rechten die zij mogen heffen, om de uitgifte van het document en bijbehorende dienstverlening te bekostigen, aan te passen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=48fae9e7-f23b-4db4-b2be-a6b0817998f9