CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW - aangepaste Bijlage 1. 2e Herstelbesluit Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein

Raadsvergadering 13 oktober 2021, gemeente TexelBij agendapunt: 2e herstelbesluit bestemmingsplan Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein2.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herstelbesluit bestemmingsplan Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein

zaaknummer

1449904

Voorgeschiedenis Op 21 februari 2018 heeft de gemeenteraad van Texel het bestemmingsplan ‘Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein’ gewijzigd vastgesteld. De gemeente wil met dit bestemmingsplan een uitbreiding van het bedrijventerrein Oudeschild op Texel ten behoeve van de Texelse Bierbrouwerij mogelijk maken. Tegen dit besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan hebben vier appellanten beroep ingesteld. Op 15 januari 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) onder nummer 201804031/1/R1 een tussenuitspraak gedaan over het bestemmingsplan. De Afdeling heeft de gemeenteraad opgedragen het bestemmingsplan op vier punten te repareren. Op 30 juni 2020 heeft de raad het bestemmingsplan, met inachtneming van de uitspraak van de Afdeling, opnieuw (gewijzigd) vastgesteld. Tegen het herstelbesluit van 30 juni 2020 zijn aanvullende beroepsgronden ingediend. Op 19 mei 2021 heeft de Afdeling, onder nummer 201804031/4/R1, een tweede tussenuitspraak gedaan. Opnieuw heeft de Afdeling enkele omissies geconstateerd. De Afdeling ziet het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil en heeft de raad (daarom) opgedragen om binnen 26 weken na de tussenuitspraak een nieuw besluit over het bestemmingsplan te nemen. De door de Afdeling geconstateerde gebreken zijn de volgende: a) De verkeersroute via De Waal is niet in het bestemmingsplan geborgd.

Indien dat noodzakelijk wordt geacht door de raad dan kan het plan enkel worden vastgesteld indien de route publiekrechtelijk wordt geborgd. In het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden of het wel of niet noodzakelijk is om de verkeersroute publiekrechtelijk te borgen (14.2 van de tussenuitspraak). b) De Afdeling heeft vastgesteld dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit m.e.r. De in het besluit genoemde bestuursorganen moeten in het kader van de aanmeldnotitie m.e.r. gehoord worden (15.11 van de tussenuitspraak). c) Niet inzichtelijk is gemaakt, noch verzekerd is dat de bedrijfsvoering van de bierbrouwerij aan de Schilderweg 214b in Oudeschild daadwerkelijk wordt beëindigd en dat op deze locatie niet opnieuw een bedrijf met een vergelijkbare stikstofdepositie kan worden gevestigd. Nu een directe samenhang ontbreekt mag de locatie Schilderweg 214b niet betrokken worden in de stikstofberekening (15.15 van de tussenuitspraak). Naar aanleiding van de tweede tussenuitspraak wordt het bestemmingsplan door middel van het voorliggende herstelbesluit opnieuw 'gerepareerd'. Indien de raad besluit om het bestemmingsplan door middel van het herstelbesluit gewijzigd vast te stellen, zal het herstelbesluit aan de Afdeling gezonden worden.

Aan appellanten zal gelegenheid geboden worden om een reactie op het herstelbesluit te geven. Vervolgens zal de Afdeling, eventueel nadat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, einduitspraak doen.

Verkeersroute Het college heeft onderzocht of via een verkeersbesluit een verplichte rijroute kan worden vastgelegd voor het vrachtverkeer ten behoeve van een Texelse bierbrouwerij. Dit is niet mogelijk, omdat een verkeersbesluit niet uitsluitend gelding kan hebben voor het vrachtverkeer ten behoeve van de bierbrouwerij. Daarom wordt voorgesteld de rijroute in de planregels te borgen door middel van een voorwaardelijke verplichting. Deze luidt als volgt: Artikel 3 lid 5.4 ‘Voorwaardelijke verplichting - verplichte rijroute’ wordt toegevoegd en luidt: Het is uitsluitend toegestaan de bierbrouwerij te exploiteren indien en voor zolang het vrachtverkeer ten behoeve van de bierbrouwerij wordt afgewikkeld via de rijroute die als Bijlage 3 bij de planregels is gevoegd. In de plantoelichting is vastgelegd dat de gemeenteraad er vanwege de verkeersveiligheid en het voorkomen van overlast in Oudeschild aan hecht dat het vrachtverkeer ten behoeve van de brouwerij via De Waal wordt afgewikkeld. Aanvankelijk is ervan uitgegaan dat dit door middel van een privaatrechtelijke afspraak geregeld kon worden. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt dat, gelet op het feit dat de raad dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening nodig vindt, borging in de planregels noodzakelijk is. Door middel van de bovenstaande planregel wordt in die borging voorzien. Vooroverleg aanmeldnotitie m.e.r.

In rechtsoverweging 15.11 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling vastgesteld dat de in artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit m.e.r. bedoelde bestuursorganen en instanties niet zijn geraadpleegd. Dit dient alsnog te gebeuren. Artikel 3 lid 3 sub a van het Besluit m.e.r. schrijft voor dat de adviseurs en bestuursorganen die op grond van een wettelijk voorschrift adviseren over het bestemmingsplan, moeten worden geraadpleegd over de plan-merbeoordeling. Het gaat om de wettelijke overlegpartners die betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. Uit paragraaf 6.2 van de plantoelichting bij het bestemmingsplan ‘Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein’ volgt dat in het kader van artikel 3.1.1. Bro bij de voorbereiding van het bestemmingsplan de volgende instanties zijn betrokken: -

de provincie Noord-Holland (Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling); het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland-Noord; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; de Veiligheidsregio Noord-Holland.

In het kader van de uitvoering van artikel 3 lid 3 sub a van het Besluit m.e.r. zijn deze bestuursorganen en instanties geraadpleegd. Artikel 3 lid 3 sub b van het Besluit m.e.r. vereist dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) of een door hen aangewezen bestuursorgaan over de plan-m.e.r.-beoordeling moeten worden geraadpleegd. De ministeries van IenW en LNV hebben (nog) geen instantie of bestuursorgaan aangewezen die/dat namens hen kan worden geraadpleegd. Het ministerie van OCW heeft de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed aangewezen als instantie die in het kader van plan-m.e.r.-beoordelingsprocedure geraadpleegd moet worden. De stukken (aanmeldingsnotitie m.e.r. en het bestemmingsplan) zijn in het kader van de voorbereiding van dit herstelbesluit aan de betreffende instanties toegezonden. De ontvangen reacties zullen als bijlage bij dit herstelbesluit worden toegevoegd.

Stikstof In rechtsoverweging 15.15 heeft de Afdeling vastgesteld dat niet vaststaat dat sprake is van een directe samenhang tussen het voorgenomen plan en de betrokken salderingsmaatregel waarin rekening is gehouden met de positieve gevolgen van de beëindiging van de bierbrouwerij op de huidige locatie aan de Schilderweg 214b in Oudeschild als externe salderingsmaatregel. De Afdeling constateert daartoe dat niet inzichtelijk is gemaakt, noch is verzekerd dat de bedrijfsvoering van de bierbrouwerij op de huidige locatie daadwerkelijk wordt beëindigd en dat op deze locatie niet opnieuw een bedrijf met een vergelijkbare stikstofdepositie kan worden gevestigd. De bedrijfsinventaris en bedrijfsmiddelen ten behoeve van de bierbrouwerij zijn eigendom van de Texelse bierbrouwerij. Uit een brief van 11 augustus 2021 van de Texelse bierbrouwerij blijkt dat zij vóór de ingebruikname van een gebouw overeenkomstig het nieuwe bestemmingsplan de bedrijfsinventaris en bedrijfsmiddelen van de huidige locatie zal verwijderen en dat in dat kader vóór de ingebruikname van een gebouw overeenkomstig het nieuwe bestemmingsplan aan het bevoegd gezag zal worden gemeld dat de bedrijfsvoering aan de Schilderweg 214b wordt gestaakt en daar niet meer zal worden hervat. Aanvullend wordt aan de planregels de volgende voorwaardelijke verplichting toegevoegd.

Artikel 3 lid 5.5 ‘Voorwaardelijke verplichting - ingebruikname bouwwerken’ wordt toegevoegd en luidt: De ingebruikname van een gebouw voor de bierbrouwerij overeenkomstig deze bestemming is uitsluitend toegestaan, indien: -

bij het bevoegd gezag een melding als bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer is ingediend die ziet op een volledige bedrijfsbeëindiging van de bestaande inrichting Texelse Bierbrouwerij aan de Schilderweg 214b in Oudeschild; en

-

de Texelse bierbrouwerij die gevestigd is aan de Schilderweg 214b haar bedrijfsactiviteiten staakt door de bedrijfsinventaris en bedrijfsmiddelen te verwijderen en haar bedrijfsvoering aan de Schilderweg gestaakt houdt.

De bestaande bierbrouwerij op de Schilderweg 214b is gemeld en valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Door de melding bedrijfsbeëindiging wordt zeker gesteld dat de betreffende stikstofrechten waarmee extern is gesaldeerd komen te vervallen. Ook wordt met de planregel geborgd dat de bedrijfsvoering van de bierbrouwerij feitelijk wordt gestaakt en gestaakt blijft. Het bestemmingsplan maakt vestiging van een nieuw bedrijf aan de Schilderweg 214b mogelijk, maar dat nieuwe bedrijf zal wel ‘op eigen kracht’ moeten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de Wet natuurbescherming. In lijn met rechtsoverweging 15.15 van de tussenuitspraak is daarmee voldoende verzekerd dat een nieuwe invulling van de bestaande gronden met een bedrijvenbestemming gelegen buiten het onderhavige plangebied niet leidt tot stikstofdeposerende ontwikkelingen en dat sprake is van directe samenhang tussen de salderingsmaatregel en het herstelbesluit. Door Langelaar Milieuadvies is op basis van de maximale productie van 157.000 hl/j ook een nieuwe berekening gemaakt zonder dat rekening is gehouden met externe saldering. Hierbij is de bemesting zoals deze binnen het plangebied nu plaatsvindt in de berekening als interne salderingsmaatregel betrokken. Hieruit volgt qua depositie-uitkomst een afname op stikstofgevoelige habitats.

Dit betekent dat het voorliggende herstelbesluit ook in zoverre in overeenstemming met artikel 2.7 lid 1 Wnb wordt vastgesteld.

Aanpassingen plantoelichting Als gevolg van het gevoerde vooroverleg en de nieuwe stikstofberekeningen is de plantoelichting op enkele onderdelen aangepast. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Paragraaf 4.1 Milieueffectrapportage In paragraaf 4.1 wordt het navolgende tekstdeel toegevoegd: “Op grond van het bepaalde in artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit m.e.r. zijn 8 instanties verzocht om een reactie in het kader van het m.e.r. beoordelingsbesluit. Hiertoe zijn de relevante stukken (aanmeldingsnotitie m.e.r. en het bestemmingsplan) aan de betreffende instanties toegezonden. In reactie hierop is door twee instanties gereageerd. De Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. Deze zijn als bijlage bijgevoegd. Van de overige instanties zijn geen reacties ontvangen voor 1 oktober 2021.” Paragraaf 4.10 Ecologie Het tekstdeel: ‘De ontwikkeling en gebruik van de brouwlocatie ten noorden van Oudeschild leidt mogelijk tot een vergunning- of meldingsplichtige toename van stikstofdepositie op het gebied. Middels een berekening in het programma Aerius is voor zowel de bouw- als gebruiksfase bepaald in welke mate de nieuwe brouwerij leidt tot een toename van stikstofdepositie op het gebied. Voor de Aeriusberekening is uitgegaan van de bierbrouwerij met een maximale productie van 157.000 hl/j.

Door Langelaar Milieuadvies is op basis van de maximale productie van 157.000 hl/j en de nieuwe verkeersgegevens een verschilberekening gemaakt. In de gebruiksfase vindt de structurele emissie van stikstof plaats. In de berekening zijn de huidige verkeersbewegingen, zoals deze plaatsvinden in de huidige situatie aan de Schilderweg, buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is ervanuit gegaan dat de brouwerij direct na bedrijfsverplaatsing aan zijn maximale productiecapaciteit zit. Daarmee zijn de eventuele negatieve effecten aanzienlijk slechter berekend dan dat ze zich in werkelijkheid voordoen. Als gevolg van de bedrijfsverplaatsing en toename van de productie treden er bij de Duinen en Lage land Texel voor enkele hexagonen een toename op van stikstof depositie (max. 0,02). Voor al deze hexagonen geldt dat de kritische depositie waarden in de huidige situatie, maar ook als gevolg van de beperkte toename, niet overschreden worden. Daarmee kan er geconcludeerd worden dat als gevolg van de bedrijfsverplaatsing er geen significant negatief effect optreedt. Nu er geen sprake is van een overschrijding van de KDW kan opnieuw geconcludeerd worden in het kader van de voortoets dat er geen sprake is van een significante verslechtering. Daarmee kan afgezien worden van een passende beoordeling en daarmee van het opstellen van een MER.

In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal, conform de beslisboom, een WNB vergunning aangevraagd worden nu gebruik is gemaakt van saldering.’ Wordt vervangen door: ‘De ontwikkeling en gebruik van de brouwlocatie ten noorden van Oudeschild leidt mogelijk tot een vergunningplichtige toename van stikstofdepositie op het gebied. Middels een berekening in het programma Aerius is voor zowel de bouw- als gebruiksfase bepaald in welke mate de nieuwe brouwerij leidt tot een toename van stikstofdepositie op het gebied. Voor de Aeriusberekening is uitgegaan van de bierbrouwerij met een maximale productie van 157.000 hl/j. Door Langelaar Milieuadvies is op basis van de maximale productie van 157.000 hl/j en de verkeersgegevens uit het rapport van Goudappel Coffeng een verschilberekening gemaakt. In de gebruiksfase vindt de structurele emissie van stikstof plaats. In de berekening zijn de huidige verkeersbewegingen, zoals deze plaatsvinden in de huidige situatie aan de Schilderweg, buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is ervanuit gegaan dat de brouwerij direct na bedrijfsverplaatsing aan zijn maximale productiecapaciteit zit. Daarmee zijn de eventuele negatieve effecten aanzienlijk slechter berekend dan dat ze zich in werkelijkheid voordoen.

Als gevolg van de bedrijfsverplaatsing en toename van de productie treden er bij de Duinen en Lage land Texel voor enkele hexagonen een toename op van stikstof depositie (max. 0,02). Voor al deze hexagonen geldt dat de kritische depositie waarden in de huidige situatie, maar ook als gevolg van de beperkte toename, niet overschreden worden. Daarmee kan er geconcludeerd worden dat als gevolg van de bedrijfsverplaatsing er geen significant negatief effect optreedt. Nu er geen sprake is van een overschrijding van de KDW kan opnieuw geconcludeerd worden in het kader van de voortoets dat er geen sprake is van significante gevolgen. Er treden geen belangrijke nadelige milieueffecten op. Daarmee kan ook afgezien worden van het opstellen van een MER.

Aan het einde van paragraaf 4.10 wordt toegevoegd: “Opgemerkt wordt dat als gevolg van gewijzigde wetgeving is de bouwfase inmiddels vrijgesteld van een vergunning aanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming”.

Als bijlagen bij dit herstelbesluit horen: 1. 2. 3. 4.

Memo onderzoek stikstof door Langelaar Milieuadvies Bijlage 3 bij de regels, ‘verplichte rijroute vrachtverkeer’ Ontvangen reacties van instanties in het kader van artikel 3 lid 3 sub a van het Besluit m.e.r. Brief Texelse bierbrouwerij van 11 augustus 2021

Bijlage 3 bij de regels ‘Verplichte rijroute vrachtverkeer’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=ecad8d13-c310-4b3a-a73c-105b2c8193e8