CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027 OD rapportage raadsrapporteurs

Raadsvergadering 18 februari 2026, gemeente TexelBij agendapunt: Zienswijze Kadernota 2027 Omgevingsdienst NHN1.173 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage aan de Regionale Raadscommissie Noordkop Onderwerp:

Kadernota 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord

__________________________________________________________________________________ Op 29 januari 2026 zijn de raadsrapporteurs Omgevingsdienst (digitaal) bijeengekomen om de Kadernota 2027 van de Omgevingsdienst te bespreken. Bij het overleg waren aanwezig: - mevrouw M. Wijnker, raadslid gemeente Schagen - de heer G.J.S. Oudijk, raadslid gemeente Den Helder - de heer H. Soyer, raadslid gemeente Texel - de heer G. Mos, ambtelijke ondersteuning gemeente Hollands Kroon - de heer S. Vriend, raadsgriffier gemeente Hollands Kroon. Mevrouw P. Laan-Olij, raadslid gemeente Hollands Kroon was verhinderd het overleg bij te wonen. Zij heeft vooraf haar input gegeven en heeft mede de rapportage vastgesteld. Bevindingen van de raadsrapporteurs De raadsrapporteurs hebben kennisgenomen van de Kadernota 2027 en de aanbiedingsbrief. Ook is kennisgenomen van het conceptadvies/zienswijze, dat de colleges voorleggen aan de RRN op 5 februari a.s. De raadsrapporteurs spreken hun teleurstelling uit dat sprake is van een verdeeld advies van de zijde van de colleges. Dit bevreemdt, omdat bij de begroting 2026 van de Omgevingsdienst in alle 4 gemeenten een amendement is aangenomen met de strekking om de Omgevingsdienst te vragen de kosten om te kunnen voldoen aan de robuustheidscriteria in de begroting voor 2026 e.v. (dus structureel) op te nemen. Dit creëert bestuurlijke inconsistentie.

In de aanbiedingsbrief bij de Kadernota geeft het algemeen bestuur aan dat zij in 2025 opdracht heeft gegeven te onderzoeken of de investeringen in robuustheid konden worden gedekt door efficiency binnen de Omgevingsdienst. Uit het door Berenschot gehouden onderzoek is gebleken dat de Omgevingsdienst een efficiënte organisatie is. Verdere efficiency is wel mogelijk, maar alleen wanneer hier eerst structurele investeringen tegenover staan. In de concept zienswijze wordt het volgende gesteld: De investering in robuustheid zou binnen enkele jaren (deels) kunnen worden terugverdiend als gevolg van: 1. Het efficiency-rapport van Berenschot dat aangeeft dat vanaf 2029 jaarlijks 5% kan worden bespaard. 2. Een nieuwe systematiek van financiering die in 2028 wordt ingevoerd, welke zal leiden tot verschuivingen in bijdragen van de deelnemers. 3. Het jaarlijks afsluiten van de OD met een positief saldo hetgeen een trend lijkt te worden. Hoewel nog onduidelijk is hoe de samenhang van dit alles gaat uitwerken, zien wij een perspectief waarbij de gemeentelijke bijdragen op termijn zouden kunnen dalen. De eerder besproken gewenste bezuiniging van 5 % komt daarmee weer in beeld. Deze zou overeenkomstig de aanbeveling van Berenschot concreet moeten worden gemaakt voor 2029.

Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN

1

Voor de beoordeling van de Kadernota en het concept advies/zienswijze is kennisname van het rapport van Berenschot onontbeerlijk. Dit rapport is echter niet bij de stukken gevoegd. Door één van de raadsrapporteurs is dit rapport opgevraagd en bij deze rapportage als bijlage gevoegd. Alvorens verder inhoudelijk in te gaan op het voorliggende concept advies/zienswijze hechten de raadsrapporteurs eraan de RRN inhoudelijk te informeren over de conclusies in dit rapport. Rapport Berenschot Het efficiencyrapport wijst één centrale randvoorwaarde aan voor het realiseren van efficiencywinst: de deelnemers (gemeenten en provincie) moeten eerst samen bepalen wat voor omgevingsdienst zij willen zijn. Het rapport concludeert dat er sterk uiteenlopende verwachtingen bestaan onder de deelnemers: sommige sturen op kostenreductie, anderen op innovatie, weer anderen op nabijheid en maatwerk. Zolang deze divergentie bestaat, kan de Omgevingsdienst zich niet consistent ontwikkelen en blijven efficiencykansen beperkt. Het rapport benadrukt dat strategische alignment (het op één lijn brengen van verschillende zaken) tussen gemeenten en provincie voorwaardelijk is voor:  realisatie van 5% efficiency in 2029,  procesoptimalisatie, ketensturing en datagedreven werken,  uniformering van taakpakketten (maatregel 10).

Het rapport stelt dat uniformering en verzakelijking van taakpakketten (maatregel 10) essentieel is voor efficiency, duidelijkheid en voorspelbaarheid. Het rapport maakt duidelijk dat het ontbreken van een eenduidige sturingsfilosofie leidt tot inefficiëntie en spanning in verwachtingen. Concept zienswijze versus rapport Berenschot In de zienswijze van de colleges wordt de fundamentele vraag, opgeworpen door Berenschot, niet beantwoord. Namelijk dat de deelnemers (gemeenten en provincie) eerst samen moeten bepalen wat voor omgevingsdienst zij willen zijn. De zienswijze richt zich vrijwel uitsluitend op financiële keuzes, investeringen, ICT, bedrijfsvoering en wettelijke taken. Er wordt geen uitspraak gedaan over:  gewenste organisatierichting,  mate van uniformiteit tussen gemeenten,  gewenste kwaliteits- of serviceniveaus,  de verhouding tussen nabijheid en standaardisering,  of de Omgevingsdienst primair efficiënt, innovatief of maatwerkgericht moet zijn. De zienswijze gaat gedetailleerd in op:  robuustheid,  ICT,  indexatie,  bedrijfsvoering,  wettelijke taken zoals ZZS, EML, indirecte lozingen. Maar laat de cruciale koersvraag volledig liggen.

Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN

2

De colleges nemen de 5%-efficiencydoelstelling uit het rapport wel over, maar zonder de randvoorwaarden die Berenschot expliciet schetst. Hierdoor ontstaat het risico dat de raden geconfronteerd worden met:  onrealistische verwachtingen,  toekomstige kostenstijgingen,  onvoldoende uitvoerbaarheid van de bezuinigingsdoelstelling,  doorlopende frictie tussen opdrachtgevers en Omgevingsdienst. Het rapport stelt, zoals aangegeven, dat uniformering en verzakelijking van taakpakketten essentieel is voor efficiency, duidelijkheid en voorspelbaarheid. In de zienswijze komt dit onderwerp niet terug, terwijl dit een cruciale ordenende keuze is. Het rapport maakt duidelijk, zoals aangegeven dat het ontbreken van een eenduidige sturingsfilosofie leidt tot inefficiëntie en spanning in verwachtingen. De zienswijze adresseert dit niet. De colleges lijken de investeringen als oplossing te presenteren, zonder expliciet te maken wát die investeringen moeten realiseren. ICT-investeringen worden genoemd, maar niet geplaatst in een helder toekomstbeeld van de OD. Vorenstaande bevindingen van de raadsrapporteurs leiden tot vragen die hierna aan de orde komen. Een amendement of motie ter overweging Of een amendement of motie in de raden nodig of wenselijk is, is met name afhankelijk van de reactie op de hieronder opgenomen vragen.

Opmerkingen/vragen bij de Kadernota 2027 Vraag 1 Zijn de colleges van mening dat een expliciete strategische positionering van de Omgevingsdienst gerealiseerd moet worden? Vraag 2 Zijn de colleges van mening dat de volgende vraag moet worden beantwoord: “Wat voor omgevingsdienst willen wij zijn en welke eisen stellen wij daaraan in termen van kwaliteit, uniformiteit, nabijheid en kosten?” Deze visie komt idealiter vooraf aan financiële besluiten en efficiencydoelstellingen. Vraag 3. Zijn de colleges bereid, conform artikel 10, concrete scenario's voor taakpakketuniformering uit te laten werken? Met daarbij aandacht voor:  uniformering taakpakketten (basis/pluspakket),  mate van maatwerk per gemeente,  gevolgen voor efficiency en kosten.

Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN

3

Vraag 4 Erkennen de colleges dat de 5%-doelstelling niet haalbaar is zonder governance verbetering, procesoptimalisatie en duidelijke bestuurlijke afspraken? Vraag 5 Waarom wordt in de zienswijze niet gevraagd om een integrale visie op de toekomstige sturingsrelatie met de Omgevingsdienst? Waarbij aangegeven wordt:  welk serviceniveau de deelnemers verwachten,  hoe de Omgevingsdienst omgaat met verschillen tussen gemeenten,  hoe de colleges de opdrachtgeversrol willen invullen,  hoe colleges en Omgevingsdienst omgaan met de spanning tussen kostenbeheersing en kwaliteit. Vraag 6 Kunnen de raden de Kadernota 2027 en de voorgestelde investeringen wel goed beoordelen nu de strategische hoofdvraag niet is beantwoord, althans niet in de voorliggende stukken. Mondelinge toelichting in de RRN vergadering van 5 februari a.s. De heer Soyer is beschikbaar deze rapportage mondeling toe te lichten.

De raadsrapporteurs, mevrouw P. Laan, mevrouw M. Wijnker, de heer S. Oudijk en de heer H. Soyer

Bijlage: Efficiencyonderzoek OD Noord-Holland Noord 1 december 2025 (Berenschot)

Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=c37a4197-baa9-4d9a-b93f-1d4f4ac2bcc4