CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Follow up aanbevelingen laatste 6 RKC rapporten

Raadscommissie 1 juli 2025, gemeente TexelBij agendapunt: Memo aanbeveling rekenkamerrapporten5.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Follow up aanbevelingen laatste 6 Rekenkamercommissie rapporten

Januari 2025

2

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Reactie op aanbevelingen laatste zes Rekenkamercommissierapporten:

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

9 19 23 27 31 37

Aandachtspunten opstellen nieuwe woonvisie 2023 Doe mee onderzoek raadsondersteuning 2023 Toezicht en handhaving 2023 Kansen voor duurzaamheid 2021 Grote projecten 2020 GGD Hollands Noorden

3

4

Inleiding De Auditcommissie wil graag zicht hebben wat gedaan wordt met de aanbevelingen van de laatste zes rapporten (minus quickscan zwembaden) die door de Rekenkamercommissie zijn uitgebracht. Deze zes rapporten betreffen: 1. Aandachtspunten opstellen nieuwe woonvisie 2023 2. Doe mee onderzoek raadsondersteuning 2023 3. Toezicht en handhaving 2022 4. Kansen voor duurzaamheid 2021 5. Grote projecten 2020 6. GGD Hollands Noorden 2020 In dit rapport zijn per Rekenkamercommissierapport de aanbevelingen weergegeven en een ambtelijke reactie hoe hiermee is en wordt omgegaan. Van elk rapport is een hyperlink bij het desbetreffende hoofdstuk opgenomen, zodat u het Rekenkamercommissierapport kunt inzien.

5

6

1 Reactie op aanbevelingen laatste zes Rekenkamercommissierapporten

7

8

2.1 Rapport Aandachtspunten opstellen nieuwe woonvisie 2023 https://www.texel.nl/wp-content/uploads/2023/11/Onderzoeksrapport-Rekenkamercommissie-Aandachtspunten-voor-raad-Woonvisie-Texel.pdf

9

10

Reactie op aanbevelingen Aandachtspunten opstellen nieuwe woonvisie 2023 De reactie van het college op het rakenkamerrapport van oktober 2023 is hieronder weergegeven. De hierin aangevulde cursieve tekst is een update naar begin december 2024.

Aandachtspunten

Andere partijen (stakeholders)

Relatie andere beleidsterreinen

Sturing/instrumenten

Rol gemeenteraad kaderstellend 1 De gemeenteraad moet Inzicht voor de raad Duidelijkheid over vroegtijdig en op een in opvattingen en (verander)opgaven op • Startnotitie/ navolgbare manier worden inzichten van gerelateerde Koersdocument betrokken bij de stakeholders (andere beleidsterreinen die van probleemanalyse en het overheden, invloed (kunnen) zijn op vormgeven van het woningcorporatie, de woonvisie, zoals zorg beleidskader van de private partijen, en energie. woonvisie. enz.) In de startnotie voor de nieuwe Woonvisie is opgenomen dat het proces start met een woonbehoefteonderzoek. In het onderzoek wordt integraal een breed veld van gerelateerde ontwikkelen onderzocht. De resultaten worden getoetst bij stakeholders. De conclusies en de opgaven die daaruit voortvloeien worden op 14 februari 2024 in een kaderstellende notitie aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling. Het woonbehoefteonderzoek met de kaderstellende notitie is op 17 april door de raad vastgesteld. 2

Maak aan het begin van het proces stappen in de beleidscyclus helder en maak daar afspraken over; maak ook afspraken over reikwijdte en diepgang van de woonvisie (welke doelgroepen, aandacht voor de woonzorgvisie, enz.)

Inventariseer wanneer welke partijen betrokken worden.

11

Geef aan hoe de woonvisie aansluiting op de reguliere P&C-cyclus. Vergelijk daarbij ook hoe (proces)stappen zijn geregeld bij andere kadernota’s.

• Beleidsdocumenten: uitvoeringsagenda (woningbouwplan), huisvestingsverordening • Prestatieafspraken • Monitor en voortgangsinformatie

In de startnotie voor de nieuwe Woonvisie zijn de onderwerpen afgebakend. Onderdeel van het onderzoek is het beoordelen welke KPI’s het meest nuttig zijn om de voortgang en de effecten van de woningbouwplannen periodiek te monitoren en bij te kunnen sturen. De KPI’s moeten ook aansluiten bij verplichten (regionale) voorgangsinformatie, cyclus met de woningbouwcorporatie en interne processen. Het woonbehoefteonderzoek met de kader stellende notitie 17 april door de raad vastgesteld. De opzet voor monitoring is beschreven in de woonvisie, dit wordt in het uitvoeringsprogramma verder uitgewerkt. 3.

Zoek de gezamenlijkheid van de eilanden op, vanwege de gedeelde unieke woningmarktsituatie, zodat de specifieke problematiek duidelijk is ook voor andere partijen, zoals de provincie.

Andere Waddeneilanden, provincie en andere gemeenten

Vergelijk de specifieke situatie op andere beleidsterreinen.

• Gezamenlijk (voor)onderzoek/ probleemanalyse • Regionale woningbouwafspraken/ Regiodeal

Met betrekking tot Rijks de wet- en regelgeving trekken wij vanwege de eilandsituatie samen op met de Waddeneilanden. Met betrekking tot de Texelse woningmarkt is de samenwerking gericht op de Regio Noord Kop van Noord Holland, woningbouwafspraken zijn in de Regio vastgelegd. In het proces voor het opstellen van de nieuwe woonvisie zal contact worden gezocht met de zoals de Wadden en als met de Regio. Dit is vastgelegd in de startnotie. Het onderzoeksbureau voor het woonbehoefteonderzoek heeft onlangs voor een andere gemeente in de Regio Kop van Noordholland een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. De systematiek en presentatie van het onderzoekrapport zal daardoor hetzelfde (en vergelijkbaar) zijn. Voor het opstellen van de woonvisie hebben we gekeken naar de andere wadden en de regiogemeente. Gezamenlijk optrekken met de wadden kan in het uitvoeringsprogramma van de woonvisie (bijv. m.b.t. seizoenshuisvesting). Het opstellen van de woonzorgvisie wordt met de kopgemeente gezamenlijk opgepakt. De colleges van de 4 kopgemeente hebben daartoe besloten. Doelen en onderbouwing 4.

Zorg dat stakeholders vroegtijdig bij de start van het proces worden betrokken; koppel resultaten van het

Stakeholders: andere overheden, woningcorporatie, zorginstellingen, projectontwikkelaar 12

Kijk naar dwarsverbanden met andere initiatieven/plannen, bijvoorbeeld op het gebied van zorg,

• Startnotitie/ Koersdocument

beleid ook terug naar stakeholders.

s en (andere) private partijen, inwoners, enz..

arbeidsmarkt, duurzaamheid enz.

• Aandachtspunten bespreken in overleg met stakeholders

In de startnotie is opgenomen dat een integraal projectteam het onderzoek mede vormgeeft en andere stakeholders in de conceptfase van het onderzoeksrapport om feedback wordt gevraagd. Eenzelfde proces zal worden gebruikt voor het opstellen van de woonvisie. Naast de projectgroep (Woontij, TOP, Omring) is er in verschillende settingen met diverse partijen en inwoners gesproken. Alle partijen die eraan hebben meegewerkt hebben de concept woonvisie voor aanvang van de raadcommissie vergadering ontvangen. Achter in de Woonvisie is een opsomming van de betrokken stakeholders. 5.

Zorg voor een goede probleemanalyse (met knelpunten, kansen en trends), met een evaluatie van de voorgaande woonvisie. Neem ervaringen van andere eilanden mee.

Inventarisatie van belangen en invloed van stakeholders. .

Neem de vraag mee hoe het woonbeleid kan bijdragen aan problemen op andere beleidsterreinen (armoede, energie, zorg enz.)

• Startnotitie/ Koersdocument • Overleg/bespreken met stakeholders • Gebruik trendanalyses van CBS, (regionale) planbureaus etc.

Een integrale probleemanalyse (inclusief evaluatie) is de kern van de het proces om tot een nieuwe woonvisie te komen. Overleg met de Waddeneilanden is onderdeel van het proces. Dit is vastgelegd in de startnotie. Het woonbehoefteonderzoek met de kaderstellende notitie 17 april door de raad vastgesteld. 6.

Doelen moeten concreet, meetbaar en navolgbaar zijn geformuleerd; verwachte effecten van instrumenten en trends moeten zijn aangegeven.

Het moet duidelijk zijn welke invloed andere partijen hebben op realisatie van doelen, en wat de impact van gemeentelijke beleid is.

13

Relatie met doelen op andere beleidsterreinen moet duidelijk zijn, zoals zorg, energie enz.

• Doelformulering en heldere relatie met (effectieve) inzet van instrumenten. • ‘1-op1’ terug laten komen in monitoring

Uit het woonbehoefteonderzoek worden de problemen duidelijk. Om die op te lossen worden er in de woonvisie doelen gesteld die dan wel worden vastgelegd in afspraken met derde (bv de woningbouwcorporatie) dan wel in regelingen. De KPI’s komen in relatie te staan met die doelen. Tevens wordt er een impact analyse opgesteld; welke actie hebben het grootste resultaat. In de woonvisie zijn KPI’s beschreven die meetbaar zijn en waarop bijgestuurd kan worden. In het uitvoeringsprogramma is opgenomen dat dit verder wordt uitgewerkt. 7.

Als in de woonvisie Doelgroepen zijn ook Verschillende doelgroepen doelgroepen, zoals ouderen, stakeholders met hebben relatie met • Doelgroepanalyse jongeren en personeel worden wensen en belangen. andere beleidsterreinen: benoemd, doe dat dan op personeelshuisvesting met basis van een goede toerisme/ economie, beschrijving en ouderen met zorg enz. probleemanalyse per doelgroep. In het woonbehoefte onderzoek worden diverse doelgroepen in beeld gebracht met daarbij de specifieke problemen voor de doelgroep en de definitie van de doelgroep zoals bv “wat is de definitie van een mantelzorger”. In het woonbehoefteonderzoek en de kader stellende notitie zijn de specifieke problemen per doelgroep in kaart gebracht en benoemd. Dit is in de woonvisie teruggekomen. In de regionaal afgestemde woonzorgvisie worden een aantal doelgroepen, zoals mantelzorgers verder uitgewerkt. Opzet en uitvoering 8.

Zorg dat de keuze van instrumenten passend en effectief is in relatie tot de gekozen ambities/doelen en doelgroepen.

Het moet duidelijk zijn welke invloed andere partijen hebben op de inzet en effectiviteit van instrumenten.

Zie punt 6.

14

Relatie met instrumenten op andere beleidsterreinen moet duidelijk zijn.

• Doel middel boom • Inzicht in (kosten)effectiviteit instrumenten

9.

Als er wordt gekozen voor een huisvestings-verordening, dan moet helder zijn welke problemen met de verordening worden opgelost, met een heldere onderbouwing en inzicht in de realisatie van de doelen.

Woningcorporatie, huiseigenaren (koopwoningen) en huurders (huurwoningen)

Bekijk wat vergunningstelsel betekent voor toerisme/economie.

• Huisvestngsverordening

Zie punt 5 en 6. Texel heeft een huisvestingsverordening, in 2024 wordt die geëvalueerd. Op basis van de inzichten vanuit de evaluatie, het woonbehoefte onderzoek en de nieuwe woonvisie is er mogelijk aanpassing nodig. Daarnaast wordt het vanuit de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting verplicht een huisvestingsverordening te hebben waarin de huisvesting voor urgentie doelgroepen een verplicht onderdeel wordt. In het woonbehoefteonderzoek is een quickscan van de effecten van de HV gemaakt. In de woonvisie met uitvoeringsprogramma is opgenomen dat de evaluatie bij het opstellen van de nieuwe hv verder wordt uitgewerkt. 10.

Zorg voor een goede onderbouwing van beleid, en gebruik actuele cijfers.

Maak gebruik van informatie van stakeholders en trendanalyses van CBS, planbureaus, etc.

Mogelijk is er op andere beleidsterreinen al relevante informatie beschikbaar.

• Onderzoeksrapporten, achtergronddata (zoals www.waarstaatjegemeent e.nl) • Trendanalyses CBS, planbureaus etc.

Zie punt 5. Het woonbehoefteonderzoek is gebaseerd op data. Met behulp van stakeholder is duiding aan de cijfers gegeven. De conclusies zijn in de kaderstellende notitie opgenomen. In de uitwerking van de woonvisie is dit verder aangevuld. 11.

Bij ambities/doelen horen ook middelen en menskracht (fte’s); breng goed in beeld wat budgettaire gevolgen (kunnen) zijn.

(keuze van gemeenteraad i.s.m. college)

15

Grondbeleid en financiële positie gemeente, etc.

• Grondbeleid • Financieel beleid

Na het woonbehoefte onderzoek wordt de woonvisie inclusief uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarin staat de (financiële) planning voor investeringen en voor structurele kosten (oa faciliteren periodieke monitoring). In het uitvoeringsprogramma bij de woonvisie is dit in kaart gebracht. 12.

Breng onzekerheden goed in kaart juist ook op (middel)lange termijn omdat woonbeleid op langere termijn speelt.

Welke onzekerheden voor de realisatie van doelen kunnen voortkomen uit de rol van stakeholders?

Onzekerheden kunnen ook voortkomen uit beleid op andere terreinen.

• Gebruik bestaande lange termijn scenario’s van CBS, (regionale) planbureaus etc. om onzekerheden inzichtelijk te maken.

Dit is onderdeel van het onderzoek. De lange termijn (demografische) bewegingen worden in kaart gebracht en in verschillende scenario’s gepresenteerd. Door periodieke monitoring van de KPI’s kan worden bepaald welk scenario werkelijk wordt. De uitkomsten van de monitoring worden in een beslis proces gebracht zodat eventueel kan worden gestuurd op het uitvoeringsprogramma. De woonvisie is gebaseerd op het woonbehoefte onderzoek. In de kaderstellende notitie is gekozen voor het hoge scenario aan benodigde woningen. De cijfers hebben een duidelijk nulpunt (1 jan 2024). Door middel van periodiek monitoren wordt in de gaten gehouden of de ontwikkelingen verlopen zoals verwachten en de resultaten worden gehaald, of dat er bijsturing nodig is. 13

Wees helder over de rol van de gemeente met name ook t.o.v. andere partijen.

Andere overheden, woningcorporatie, • Regionale afspraken, woningeigenaren/ zoals Regiodeal projectontwikkelaar • Prestatieafspraken s, ondernemers • Eventuele afspraken (huisvesting met private partijen personeel) De woonvisie levert de (inhoudelijke) uitgangspunten mbt wonen en woon/zorg. In het uitvoeringsprogramma staat wie wat wanneer gaat uitvoeren. Dat is de input voor het (tussentijds) vernieuwen van de Prestatieafspraken 2021 t/m 2025 met Woontij. Regionale afstemming is in bestaande overleggen geformaliseerd. Mogelijkheden voor particulieren initiatieven (zoals CPO) worden in het onderzoek verkend en in de woonvisie inzichtelijk gemaakt. In het uitvoeringsprogramma kan het worden opgenomen als uit te werken of uit te voeren programma.

16

In het uitvoeringsprogramma bij de woonvisie ook beschreven met welke partijen afspraken worden gemaakt (bv Woontij) en wie de kartrekker is (bv HR-Netwerk voor uitwerking tijdelijk huisvesting). Rol gemeenteraad controlerend 14.

Maak vooraf duidelijke afspraken over vorm, inhoud en frequentie van de monitoring en informatievoorziening rond het woonbeleid en kom deze gezamenlijk ook na.

Inventariseer Monitoring kan ook partijen die gerelateerd worden aan • informatie kunnen andere beleidsterreinen. Monitor/voortgangsrappor aandragen (denk tages, inclusief heldere bijvoorbeeld aan de fasering in tijd woningcorporatie, (controlerende taak). CBS, Planbureaus etc). Het opstellen van de KPI’s is onderdeel van het woonbehoefteonderzoek. Het monitoring proces zal worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma in de woonvisie. In de woonvisie is de periodieke monitoring beschreven. Daarin zijn de indicatoren, relevante gegevens, sturingsinstrumenten, bronnen, stakeholders en de meet frequentie beschreven. In het uitvoeringsprogramma wordt dit verder uitgewerkt. 15.

Markeer en onderbouw bijstellingen van doelen en van eventuele afwijkingen van de doelrealisatie; maak een update van de woonvisie als verande-ringen in doelen of trends dat nodig maken.

Doelen en doelrealisatie zijn mede afhankelijk van wat er bij stakeholders gebeurd.

Zie punt 14.

17

‘• Raadsinformatie: markeer en motiveer voor de raad bijstellingen van het beleid. • Update woonvisie

18

2.2 Rapport Doe mee onderzoek raadsondersteuning 2023 https://www.texel.nl/wp-content/uploads/2023/05/Rekenkamerbrief-landelijk-onderzoek-ondersteuning-gemeenteraad-Texel.pdf

19

20

Reactie op Doe mee onderzoek raadsondersteuning 2023 Het Doe Mee-onderzoek is benut bij de voorstellen die via de Werkgevercommissie zijn gedaan, het afgelopen jaar. Het gaat dan om deze kern van hun advies: De rekenkamercommissie adviseert dat de raad in samenspraak met de griffier de ambities en budgetten voor de ondersteuning van de raad regelmatig tegen het licht houdt. Belangrijk is om na te gaan welke ambities er zijn ten aanzien van strategische ondersteuning vanuit de griffie en of de ondersteuning daarbij nog steeds passend is. Het ‘tegen het licht houden’ is gebeurd bij het vertrek van de raadsondersteuner (24 uur, 0,66 fte), zoals zij aankondigde in december vorig jaar, en de wijze van vervangen. O.b.v. de signalering over werkdruk en continuïteit; behouden niveau van dienstverlening aan en ondersteuning van de gemeenteraad is door de Werkgevercommissie (ingesteld door de gemeenteraad) besloten om de vacature open te stellen voor 36 uur (1 fte, 12 uur méér dus). Daarnaast is het budget van de Rekenkamercommissie (ingaande 1 januari 2025: Rekenkamer) verhoogd via de Programmabegroting 2024 (dat raakt ook aan de ondersteuning van de gemeenteraad en stond ook opgenomen in hun aanbiedingsbrief):

21

Passage uit hun brief: Rekenkamer Uit het onderzoek blijkt dat de Waddengemeenten elk rond de 6.500 euro besteden aan de rekenkamercommissie. Bij andere kleine gemeenten is dit gemiddeld per gemeente bijna 24.000 euro. Het gezamenlijke budget voor de rekenkamercommissie De Waddeneilanden was voor alle vijf gemeenten samen 31.000 euro Omdat sprake was van een Rekenkamerbrief en geen Rekenkameronderzoek, is niet het traject gevolg van besluitvorming in de gemeenteraad, maar positionering via de Werkgevercommissie.

22

2.3 Rapport Toezicht en handhaving 2022 https://www.texel.nl/wp-content/uploads/2023/01/Onderzoeksrapport-rekenkamercommissie-Toezicht-en-handhaving-in-de-gemeenteTexel.pdf

23

24

Reactie op Toezicht en handhaving 2022

Reactie op bovenstaande bevindingen: 1. Vanaf eind 2022 heeft Texel fors ingezet op het sluitend maken van de beleidscyclus Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Op basis van een door de provincie Noord Holland goedgekeurd verbeterplan is een nieuwe Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving omgevingsrecht 2023-2026, een uitvoeringsprogramma VTH 2023 en een evaluatieverslag VTH 2022 door het college vastgesteld en aan de gemeenteraad ter kennisname gestuurd. Hiermee is voldaan aan het gestelde in het Besluit Omgevingsrecht (inmiddels vervangen door het Omgevingsbesluit). Eind 2023 heeft de provincie Noord-Holland geoordeeld dat de gemeente Texel haar taakuitvoering VTH op een goede wijze uitvoert. I.v.m. de inwerkingtreding van de Omgevingswet is in 2024 de Nota van 2023 geactualiseerd en op onderdelen aangepast. 2. De gewijzigde Beleidsnota Uitvoering en Handhaving Omgevingsrecht Texel 2024-2028 is in juni 2024, gelijktijdig met het programma Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht Texel 2024 en het Evaluatieverslag VTH 2023 door het college 25

3.

4. 5. 6.

7.

vastgesteld. Hierin is een actuele omgevingsanalyse opgesteld en zijn prioriteiten gesteld voor de taakuitvoering. Met de beschikbare capaciteit voor toezicht, kunnen simpelweg niet alle taken worden opgepakt. Daarom is geprioriteerd, zodat de beschikbare capaciteit daar wordt ingezet waar deze het meest effectief en gewenst is. E.e.a. is opgenomen in het door het college in juni vastgestelde Programma Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht Texel 2024. In zowel de beleidsnota als in het jaarlijks op te stellen programma uitvoering en handhaving en het evaluatieverslag wordt een verantwoording gegeven van de beschikbare en benodigde capaciteit. In 2023 is aan de hand van een door het college vastgesteld verbeterplan gewerkt aan het borgen van de VTH-cyclus. Onder andere is het nieuwe beleidsplan VTH vastgesteld. De inspanningen hebben tot een positief resultaat geleid. Daar waar de provincie Noord-Holland de gemeente Texel in 2022 in het kader van het Interbestuurlijk toezicht (IBT) nog als niet-adequaat heeft beoordeeld, is de gemeente Texel in 2023 goed beoordeeld. Dit is het hoogste beoordelingsniveau. Er is een nieuw preventie- en handhavingsplan vastgesteld dat geldig is tot en met 2026. De capaciteit om overtredingen juridisch aan te pakken kent zijn grenzen. Door te prioriteren wordt die schaarse capaciteit zo doelmatig mogelijk ingezet. Zie verder antwoord vraag 6.

In 2018 zijn door het college beleidsregels vastgesteld voor de juridische handhaving. Kern van de beleidsregels is dat overtredingen worden geprioriteerd naar de mate waarin voor Texel essentiële waarden worden aangetast. In 2022 zijn de beleidsregels aangepast op de Omgevingswet. In de beleidsregels wordt een onderscheid gemaakt tussen prio 0 tot en met 4. Prioriteit 4 zijn de zaken waarbij een acuut veiligheids- en gezondheidsrisico bestaat, onomkeerbare aantasting van omgevingswaarden plaats vindt of sprake is van overmatige hinder en overlast. Prioriteit 0 betreft zaken waarbij een verwaarloosbaar risico aanwezig is. Bij prioritering gaat het er om welke zaken je als eerste oppakt. Er is gekozen om alleen prioriteit 4 en handhavingsverzoeken in behandeling te nemen. Deze prioritering is door het college geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma VTH 2023. N.v.t.

26

2.4 Rapport Kansen voor duurzaamheid 2021 https://www.texel.nl/wp-content/uploads/2021/12/Rapport-Kansen-voor-Duurzaamheid-op-Texel.pdf

27

28

Reactie op Kansen voor duurzaamheid 2021 In het rapport zijn drie aanbevelingen gedaan:

Hieruit is onderstaande actie op gezet. Op dit moment wordt er vanuit Beleid en vergunningen het team versterkt met rollen voor duurzaamheid. Daar hoort ook een herprioritering bij waarover het college in december jl. een besluit over heeft genomen en de raad middels een RIB over heeft geïnformeerd. De prioritering ziet er als volgt uit Om effectief te zijn is focus nodig op de veelheid aan maatregelen en activiteiten die er zijn. Daarom zijn er prioriteiten aangebracht om te kunnen versnellen op de opgave. Deze wordt vormgegeven langs vijf thema’s en kent de volgende prioritering: 1. Gebouwde omgeving; hoge prioriteit en per direct aan de slag. 2. Energie opwek; hoge prioriteit, start begin 2025. 29

3. Mobiliteit; lage prioriteit, start begin 2026. 4. Circulaire economie, gemiddelde prioriteit, geen nieuwe initiatieven opstarten. 5. Klimaat adaptatie; gemiddelde prioriteit, start in 2025. Bij punt 2 Energie opwek is de kanttekening dat we met hoge prioriteit werken aan de uitkomsten van het inwonersberaad. De effecten en consequenties van de uitkomsten en een later in 2025 te nemen raadsbesluit waarin de rol van de gemeente ook duidelijker wordt is (nog) niet in beeld en ook niet bemenst en geprioriteerd. Terugkijkend is er in het kader van ambities realistischer te maken in 2023 een onderzoek geweest (door RHDHV) of en hoe de bestuurlijke ambitie ‘zelfvoorzienend’ kan worden ingevuld. De uitkomst kost samengevat is dat dit niet kan op Texel. Vooruitlopend hierop is dat ook subtiel in de raadsinformatiebrief verwoord in de titel met Texel (zelfvoorzienend en) Duurzaam en daarna is het woord ‘zelfvoorzienend’ niet meer gebruikt. De doelen rond energiebesparing; daar zijn we ingehaald door de tijd waarbij de Rijksoverheid de gemeenten voorzien van middelen en kaders hoe we dat moeten gaan invullen. Denk aan Energiearmoede en het Nationaal Isolatie Programma. De gemeente heeft zelf ook middelen beschikbaar gesteld dus kan daar bovenop nog aanvullende kaders meegeven. Dat proces loopt en zal in Q1 2025 tot een realistisch plan met heldere kaders leiden.

Daarnaast is er de wettelijke verplichting bijgekomen dat de gemeente een verplicht Programma Warmte onder de Omgevingswet moet gaan inrichten. Daar wordt nu op geanticipeerd met de inrichting van het team. Derde punt, door een onderbezetting in het team het afgelopen jaar zijn er wel maatregelen gerealiseerd maar is dat vooral ‘doen’ geweest en acteren op opdrachten die met middelen van het Rijk gedaan moesten worden. Planmatig was het totaalplaatje voor Duurzaam Texel er (nog) niet en dan heb je ook weinig te monitoren (PDCA). In 2025 wordt dit plan opgesteld door de nieuwe ‘Opgave manager Duurzaamheid waarbij ook het onderdeel Monitoren zal worden meegenomen. De aanbevelingen uit de audit zijn goed en nog steeds een aandachtspunt, we werken aan alle 3. Het college is zich ook bewust dat de ambitie en capaciteit in balans moeten komen en is blij met de voortgang om het team goed en met de juiste rollen te bemensen.

30

2.5 Rapport Grote projecten 2020 https://www.texel.nl/wp-content/uploads/2021/05/Onderzoek-voor-de-gemeente-Texel-Grote-projecten-Texel-2020.pdf

31

32

Reactie op Grote projecten 2020 Aanbevelingen 1. Versterk het wederzijds vertrouwen tussen raad en college Voor een goede uitvoering van toekomstige grote projecten is het van groot belang dat raad en college weer vertrouwen krijgen in de rollen van beide partijen en in een effectieve onderlinge informatie-uitwisseling. Dit is essentieel omdat gegeven de lange doorlooptijd van grote projecten tussentijdse wijzigingen vrijwel inherent zijn aan een groot project. Reactie: Dit heeft invulling gekregen door extra over grote projecten en grondexploitaties te gaan rapporteren. Naast de reguliere verantwoording via begroting en jaarrekening wordt er tweejaarlijks een ‘Rapportage Grondexploitaties en Grote Projecten’ (De Rapportage) aan de gemeenteraad aangeboden. Daarnaast wordt er zo nodig extra geïnformeerd via raadsinformatiebrieven. 2. Hanteer kaders op een werkbare wijze, zodat ze sturingsmogelijkheden bieden Kaders moeten zo geformuleerd zijn dat ze de raad verantwoordings- en interventiemogelijkheden bieden voor haar controlerende rol, en de raad mogelijkheden bieden om op hoofdlijnen te sturen. Een kader is een grens waarbinnen de uitvoering door de raad is gedelegeerd aan het college. Met kaderstelling geeft de raad richting en invulling aan de “Wat”- vragen en het college gaat met die opdracht van de raad aan de slag met de uitvoering, oftewel de “Hoe”-vraag.

De raad zou haar kaders bij voorkeur moeten baseren op de vier ‘Wat-vragen’ die ook in de programmabegroting gebruikelijk zijn. Het college moet – mede vanwege haar actieve informatieplicht – zo vroeg mogelijk aangeven of de kaders in termen van uitvoering werkbaar en haalbaar zijn, of waar eventuele afwijkingen vanwege uitvoeringstechnische beperkingen te verwachten zijn. Indien in een vroege fase van een groot project nog niet voldoende inzicht is, moet het mogelijk zijn om kaders gedurende het project in overleg nader uit te werken of te actualiseren. Reactie Deze kaders worden bij de besluitvorming over een groot project meegenomen. Via de Rapportage wordt er vervolgens gerapporteerd over: - Prognose financieel - Analyse eventuele over/- onderschrijding krediet - Actuele ontwikkelingen 33

- Planning - Risico’s en beheersmaatregelen - Conclusie en gevraagd besluit. Bij spoed wordt er tussentijds geïnformeerd en zo nodig aanvullende besluitvorming gevraagd. 3. Stel altijd een startnotitie op bij grote projecten en deel die met de raad De raad moet bij de start van een groot project altijd beschikken over een startnotitie. In een startnotitie komen naast de probleemanalyse aspecten aan de orde als doelstelling van het project, de planning, betrokkenheid van derden, en een eerste indicatie van budget en risico’s. Reactie Bij grote projecten wordt er een startnotitie opgesteld. Het kan zijn dat er door spoed geen tijd is voor een startnotitie. In dat geval wordt de raad via een raadsinformatiebrief geïnformeerd over het aanstaande project en wordt het project met de (financiële) kaders als bedoeld onder 2. snel ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd. 4.

Maak heldere afspraken over het proces rond grote projecten en informeer op van tevoren afgesproken momenten De raad en het college moeten bij aanvang van grote projecten vooraf afspraken maken over het te doorlopen proces: wat zijn de betekenisvolle momenten bij het project, op welke ogenblikken wordt de raad erbij betrokken, en hoe wordt de informatievoorziening ingericht? Het is aan te bevelen om een aantal vaste momenten te kiezen waarop de raad geïnformeerd wordt ten aanzien van tijdsplanning, risico’s, en inhoudelijke en financiële kaders van grote projecten, ook als er niet sprake is van afwijkingen of problemen in de uitvoering. Daardoor blijft de raad regelmatig geïnformeerd op aspecten van de kaders en betrokken bij een project. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van een standaardschema dat in een raadsinformatiebrief wordt opgenomen. Op die manier wordt mede concreet vorm gegeven aan de actieve informatieplicht van het college (Zie de bijlage voor een voorbeeld.) Reactie: Dit is geborgd met het gestelde onder 1., 2. en 3. 5. Stem de informatievoorziening tussen de raad en het college meer af op de rol van de raad Het samenspel tussen raad en college wint aan kracht indien de informatievoorziening over grote projecten afgestemd is op de 34

kaderstellende en controlerende rol van de raad. Voorkómen moet worden dat raadsleden ‘overvoerd’ worden met detailinformatie op uitvoeringsniveau waardoor ze onvoldoende op hoofdlijnen kunnen sturen. Reactie: Dit is geborgd met het gestelde onder 1., 2. en 3. Over de kwaliteit en kwantiteit van raadsinformatiebrieven moeten de raad en het college afspraken maken. Het presidium moet samen met de griffier borgen dat de raadsinformatiebrieven voldoen aan de gemaakte afspraken en brieven die daaraan niet voldoen terug kunnen verwijzen. Reactie: Raadsinformatiebrieven die niet voldoen kunnen worden terugverwezen. 6. Maak als raad bij belangrijke inhoudelijke keuzes in een groot project, gebruik van de mogelijkheid zelf expertise in te winnen Maak als raad incidenteel gebruik van de mogelijkheid om onafhankelijk van het college zelf expertise in te winnen bij de kaderstelling of bij de besluitvorming over belangrijke inhoudelijke keuzes in een groot project. De raad beschikt over een eigen begroting en daarmee kan de raad kennis van buiten inschakelen om zich te laten ondersteunen bij complexe besluitvorming, bij 20 Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Wat mag het kosten? Wanneer moet het resultaat bereikt zijn? 19 kaderstelling of bij verantwoordingsinformatie.

Waak er daarbij voor om als raad een expertrol te nemen, die teveel over technische details gaat; een raadslid in een kleine gemeente is een deeltijdfunctie die zich op de hoofdlijnen moet kunnen focussen. Reactie: Dit is een bevoegdheid van de gemeenteraad. 7. Stel een overdrachtsdossier op voor raadsleden over grote projecten Omdat grote projecten vaak een lange doorlooptijd hebben, is het zinvol dat raadsleden bij de aanvang van een nieuwe raadsperiode een overdrachtsdossier ontvangen van het college over de stand van zaken van grote projecten. Ook raadsleden die tussentijds in de raad komen, zouden dat dossier moeten krijgen.

35

Reactie: De stand van zaken per groot project zit in de tweejaarlijkse Rapportage (zie punt 1. en 2.) Bij de advisering over projecten zit een overzicht van de eerdere besluitvorming/voorgeschiedenis. Voor grote projecten met aanzienlijke bestuurlijke, maatschappelijke en financiële impact wordt een ‘Themapagina’ aangemaakt op de website van de gemeente met daarop de relevante informatie. 8. Organiseer jaarlijks een werksessie over de afspraken rond kaders en informatievoorziening rond grote projecten Bespreek gezamenlijk, bij voorkeur één keer per jaar, de gang van zaken rond grote projecten om te bezien of wordt voldaan aan de gemaakte afspraken over de wijze waarop kaders zijn gehanteerd, de inrichting van het proces rond grote projecten, en de informatievoorziening. Organiseer daartoe een gezamenlijke werksessie van raad, college en management(team). Daarbij kan eventueel worden aangesloten bij de al bestaande raadschallenges. Reactie: Dit heeft nu invulling gekregen met twee keer per jaar een Rapportage, zie onder punt 1. en 2. Indien gewenst kan er steeds ten tijde van de ‘midtermreview’ een werksessie zijn om te bezien of de inrichting van het proces rond grote projecten en de informatievoorziening voldoende zijn, ook kan er op dat moment nadere toelichting plaatsvinden. 9.

Start met een nieuwe aanpak langs de lijnen van de aanbevelingen, zonder vooralsnog nader onderzoek naar grote projecten te doen Binnen de ambtelijke organisatie zijn reeds stappen genomen om de beheersing van projecten te verbeteren. Samen met de aanbevelingen die hiervoor zijn gedaan, heeft de rekenkamercommissie de verwachting dat het vertrouwen en het samenspel tussen raad en college en in de informatievoorziening hersteld kan worden. De rekenkamercommissie beveelt aan om eerst met die nieuwe aanpak te gaan werken, en de voorgestelde fase 2 en 3 van het onderzoek in afwachting van de resultaten van de nieuwe aanpak niet uit te voeren. Reactie: Dat is gedaan, zie onder punt 1 t/m 8. Een vervolgstap die nog genomen moet worden is activatie van de projectadministratie module in het nieuwe financiële pakket dat op dit moment wordt ingevoerd. Op dit moment houden projectleiders noodgedwongen op andere wijze hun projectadministratie bij en dat moet anders.

36

2.6 Rapport GGD Hollands Noorden 2020 https://www.texel.nl/wp-content/uploads/2021/05/Rekenkameronderzoek-met-betrekking-tot-de-GGD-Hollands-Noorden-2020.pdf

37

38

Reactie op GGD Hollands Noorden 2020 De volgende aanbevelingen zijn door de Rekenkamercommissie gedaan: 1. Met betrekking tot risico’s en risicomanagement: Gericht aan alle gemeenteraden en aan alle colleges van B&W: 1.1 Maak topprioriteit van de besturing en beheersing van de financiële risico’s van de GGD in zijn algemeenheid en met betrekking tot het digitaal dossier en Veilig Thuis en andere openeinderegelingen (zoals bijvoorbeeld de WvGGZ) in het bijzonder. Stuur daarbij tevens op een versnelde doorontwikkeling van professioneel risicomanagement. Doe dit door de portefeuillehouder Volksgezondheid hier actief op te bevragen in commissie- en raadsverband en betrek deze aspecten bij de zienswijzen in het kader van de P&C producten. Daarnaast kan worden ingezet op monitoring van het gebruik van openeinderegelingen bij samenwerkingsverbanden in andere regio’s, bijvoorbeeld op het gebied van Veilig Thuis. Daardoor ontstaat er mogelijk een beter zicht op de voorspelbaarheid van de mate waarin een beroep gedaan wordt op deze regelingen. Gericht aan alle colleges van B&W: 1.2 Verzoek de GGD Hollands Noorden om via de bestuursrapportage naast over de financiële risico’s en de nadere toelichting en context ervan ook te rapporteren over de continuïteit van de dienstverlening in relatie tot de invulling van vacatures. 2.

Met betrekking tot het versterken van de grip van de gemeenteraden: Gericht aan alle gemeenteraden en alle colleges van B&W: 2.1 Dring bij de Regietafel Noord-Holland Noord aan op een versnelde uitvoering van de toezegging om na te gaan in hoeverre gebruik wordt gemaakt van de bestuursrapportage met betrekking tot de eigenaarsrol van de gemeenteraden. Het met voorrang implementeren van deze bestuursrapportage en de vier daarin benoemde rapportageonderdelen (actualisering financieel perspectief, actualisering risicoprofiel, besluitvorming in het AB van de GGD en overzicht van verplichte kengetallen) is essentieel om de gemeenteraden goed in positie te brengen.

39

Gericht aan de gemeenteraden van Den Helder, Castricum, Heiloo, Langedijk, Schagen en Texel: 2.2 Overweeg vaste agendering van de stukken voor de vergaderingen van het Algemeen Bestuur van de GGD Hollands Noorden in gemeentelijk commissieverband en ga erover in gesprek met de portefeuillehouder Volksgezondheid om hem/haar te voeden voor de inbreng in de vergadering van het Algemeen Bestuur. Benut hierbij de ervaringen die de gemeenten Alkmaar en Bergen reeds hebben opgebouwd met deze werkvorm. Gericht aan de gemeenteraden van Den Helder, Castricum, Heiloo, Langedijk en Texel: 2.3 Overweeg om te gaan werken met een klankbordgroep voor de portefeuillehouder Volksgezondheid en een rapporteur vanuit de gemeenteraad met betrekking tot de GGD Hollands Noorden. Benut hierbij de ervaringen die de gemeente Schagen reeds heeft opgebouwd met deze werkvorm. Gericht aan alle colleges van B&W: 2.4 Herzie het proces van vraag en aanbod van de jaarlijkse dienstverlening door de GGD door als gemeenten vanuit het lokale volksgezondheidsbeleid een opdracht te formuleren voor de GGD, die op basis daarvan een meerjarenuitvoeringsprogramma maakt in samenspraak met de individuele gemeenten en over de uitvoering rapporteert via de bestuursrapportage aan de opdrachtgevende colleges.

De vraag van de gemeenten, gestuurd door de kaders van de gemeenteraden, wordt daardoor leidend in de dienstverlening en in de rapportage erover. 3. Met betrekking tot de verbetering van de rolinvulling en Governance: Gericht aan alle gemeenteraden en alle colleges van B&W: 3.1 Scherp de invulling van de Governancerollen van opdrachtgever en eigenaar met betrekking tot de GGD Hollands Noorden aan. Geef als portefeuillehouder Volksgezondheid meer dan nu herkenbaar invulling aan de opdrachtgeversrol en rapporteer hierover in de eigen gemeentelijke P&C-cyclus op basis van de rapportage vanuit de GGD aan de opdrachtgevende colleges.

40

Stand van zaken aanbevelingen: In zijn algemeenheid zijn er stappen gemaakt, bijvoorbeeld in het inzichtelijk maken van wettelijke taken en extra taken en het instellen van een klankbordgroep (zie aanbeveling 2.3). Ook zitten de gemeenteraden er meer bovenop, mede door het invoeren van raadsrapporteurs in de Kop-gemeenten. Wel gaat het nog voornamelijk over de financiën en zou er meer op de inhoud gestuurd kunnen worden. De open-einde regelingen (zie 1.1) zijn of worden beëindigd, waardoor het financiële risico is beperkt. Wat betreft de eigenaarsrol van de gemeenteraden (zie 2.1) is inmiddels de Wgr ingevoerd en zijn via de regietafel afspraken gemaakt. De betrokkenheid van de raad en het verbeteren van de bestuurbaarheid verdient echter nog steeds aandacht.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=21ab1be4-d7de-4eeb-a036-6195c3ea72d8