Bijlage - Ruimtelijke onderbouwing regelstation Liander
Tekst van het document
Regelstation Texel Zuid Eierland
Ruimtelijke onderbouwing
Opdrachtgever
Reddyn B.V.
Gemeente Versie Datum Opsteller Projectnummer
Texel Versie 2 22 november 2022 1219
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding ..................................................................................................................... 3 Toets aan vigerend bestemmingsplan .......................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6 Begrippenlijst................................................................................................................. 6
2 2.1 2.2
Het project ..................................................................................................................... 8 Ligging en omgeving ..................................................................................................... 8 Toekomstige situatie ................................................................................................... 10
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader ............................................................................................................... 14 Inleiding ....................................................................................................................... 14 Rijksbeleid ................................................................................................................... 14 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 15 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 17
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 19 Inleiding ....................................................................................................................... 19 Archeologie ................................................................................................................. 19 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 19 Water........................................................................................................................... 19 Natuur ......................................................................................................................... 20 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 22 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 22 Geluid .......................................................................................................................... 23 EM velden ...................................................................................................................
23 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 24 Externe veiligheid ........................................................................................................ 24 Ontplofbare oorlogsresten .......................................................................................... 25 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 26
5 5.1 5.2
Financieel-economische uitvoerbaarheid ................................................................... 27 Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 27 Planschade ................................................................................................................. 27
6
Samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing .................................... 28
Bijlagen (separaat bijgevoegd) bijlage 1 Landschapsplan bijlage 2 Bodemonderzoek bijlage 3 Watertoets bijlage 4 Quickscan Flora en fauna bijlage 5 Vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
2/25
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het volledige middenspanningsnet op Texel ten noorden van Den Burg heeft ‘schaarste niveau rood’ voor levering en opname. Hierdoor kunnen nieuwe klanten niet worden aangesloten, kunnen bestaande en nieuwe klanten geen verduurzaming realiseren doordat er geen nieuwe zonnepanelen kunnen worden aangesloten en zijn er ook beperkingen voor het aansluiten van nieuwe woonwijken. Naast de huidige beperkingen en ontwikkelingen in de distributie worden er ook meerdere aanvragen verwacht in het noorden van Texel. Door de grote afstand vanuit het noorden van Texel tot het bestaande transformatorstation (onderstation) van Liander in Den Burg zijn deze knelpunten niet toekomstvast op te lossen door middel van het verzwaren van het bestaande distributienet. Om te voldoen aan deze toenemende vermogensvraag en om de bestaande congestie in het elektriciteitsnetwerk in het noordelijk deel van Texel op te lossen is gezocht naar een locatie voor een nieuw regelstation. In overleg met de gemeente is gekozen voor een locatie bij het vliegvel Texel ten noordoosten van de Postweg 130A te De Cocksdorp. Deze locatie ligt centraal in het zoekgebied en er ontstaat zo geen solitaire ontwikkeling in het landelijk gebied. Ter plaatse van de beoogde locatie geldt het Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013’ (en reparatieplan). De gronden hebben de enkelbestemming ‘Verkeer - Luchtverkeer’.
Zelfstandige nutsvoorzieningen zijn hierin niet genoemd. Ook is er geen bouwvlak, waardoor geen gebouwen zijn toegestaan. Om het project te kunnen realiseren, wordt daarom afgeweken van het bestemmingsplan. Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing nodig. Deze rapportage betreft de goede ruimtelijke onderbouwing.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
3/25
Inleiding
afbeelding 1: locatie nieuw regelstation (bron: pdok.nl)
1.2
Toets aan vigerend bestemmingsplan
Het projectgebied ligt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 (vastgesteld 12 juni 2013) en de bijbehorende twee reparatieplannen (2018 en 2022). Het perceel waar het nieuwe regelstation op is geprojecteerd, heeft de enkelbestemming ‘Verkeer - Luchtverkeer’ (artikel 4). Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan is getoond in afbeelding 2. Hieronder is ingegaan op de bouw- en gebruiksregels van deze bestemming en de wijze waarop het project hiervan afwijkt. Ook gelden de volgende aanduidingen: • Luchtvaartverkeerzone – 1b • Luchtvaartverkeerzone – 2 • Luchtvaartverkeerzone – 3 Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hebben bij besluit van 09 juli 2013 (kenmerk 65549/212476) een reactieve aanwijzing gegeven voor de onderdelen “binnenplanse wijziging zonne-akkers” en “uitbreiding bouwvlak luchthaven Texel”. Relevant voor het project is dat door de reactieve aanwijzing het bouwvlak dat op de verbeelding te zien is in afbeelding 2 niet meer geldt ter hoogte van de onbebouwde gronden op de kadastrale percelen 6638 en 6638. Het project komt op perceel 6639.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
4/25
Inleiding
afbeelding 2: uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Texel 2013’ met de beoogde locatie van het regelstation met rode cirkel aangeduid. Het door de reactieve aanwijzing vervallen deel van het bouwvlak is in het geel aangeduid (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.2.1 Enkelbestemming Verkeer – Luchtverkeer De voor Verkeer – Luchtverkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen en terreinen ten behoeve van de luchtvaart en wonen ten behoeve van het vliegveld. Tevens zijn verschillende ondergeschikte functies toegestaan, waaronder bijvoorbeeld detailhandel, horeca, paracentrum en overige luchtvaart gerelateerde bedrijven. Het regelstation is een nutsvoorziening. Deze functie is niet genoemd in de bestemmingsomschrijving. In de bestemming is bepaald dat gebouwen uitsluitend in een bouwvlak zijn toegestaan. Dit geldt ook voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van erfafscheidingen. Ter plaatse van de beoogde locatie is geen bouwvlak opgenomen en mogen zodoende alleen erfafscheidingen worden gebouwd met een maximum hoogte van 1m. Het beoogde nieuwe regelstation is een modulair opgebouwd gebouw dat bestaat uit een transformatorruimte en een middenspanningsschakelruimte (zie paragraaf 2.2 voor meer toelichting). De nieuwe bebouwing wordt circa 4 tot 5m hoog met bliksemspitsen tot 8,5 m hoog. Het project is zodoende in strijd met de bouw- en de gebruiksregels. In de bestemming of in de algemene regels zijn geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor het toestaan van het project. Zodoende is een buitenplanse afwijking nodig.
1.2.2 Gebiedsaanduidingen luchtvaartverkeerszones Het projectgebied valt binnen drie verschillende gebiedsaanduidingen, te weten ‘luchtvaartverkeerszone – 1b’, ‘luchtvaartverkeerzone – 2’ en ‘luchtvaartverkeerzone – 3’. Binnen deze gebieden gelden beperkingen met het oog op het veilig functioneren van het vliegveld (beperking bouwhoogte en verbod op geluidgevoelige bebouwing). Hieronder is per zone ingegaan op de betekenis hiervan voor het project.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
5/25
Inleiding
Luchtvaartverkeerszone - 1b Binnen zone 1b is het verboden gebouwen en overige bouwwerken op te richten hoger dan 10 meter oplopend tot 20 meter (gelijkelijk oplopend over een afstand van 750 m). Het projectgebied ligt op 165 m van de rand van zone 1b waar de hoogtebeperking 10 m is. Ter plaatse van het projectgebied komt deze hoogtebeperking op ongeveer 12 m. De nieuwe bebouwing blijft hier onder. Er wordt voldaan aan de voorwaarde voor zone 1b. Luchtvaartverkeerszone - 2 Binnen zone 2 geldt een verbod op het oprichten van gebouwen en overige bouwwerken. Hier kan van worden afgeweken als de werking van de invliegfunnel niet negatief wordt beïnvloed door de op te richten bebouwing en de Rijksluchtvaartdienst heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het oprichten van de betreffende bebouwing. De Rijksluchtvaartdienst is opgegaan in de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Met hen is afstemming geweest. Het plan is akkoord bevonden. De maximumhoogte op deze locatie bedraagt 45 m boven NAP. Het plangebied ligt op ongeveer 0,3m NAP. De nieuwe bebouwing blijft hier ruim onder. Er wordt voldaan aan de voorwaarde voor zone 2. Luchtvaartverkeerszone - 3 Binnen zone 3 is het verboden gevoelige bebouwing op te richten. Een regelstation is geen gevoelige bebouwing. Er wordt voldaan aan de voorwaarde voor zone 3.
1.3
Leeswijzer
In deze ruimtelijke onderbouwing is beoordeeld of de afwijking op grond van een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is. Hiervoor is de ruimtelijke situatie beoordeeld (hoofdstuk 2), is op hoofdlijnen getoetst aan het beleid van het rijk, provincie en gemeente (hoofdstuk 3) en zijn de milieu- en omgevingsaspecten afgewogen (hoofdstuk 4). De economische uitvoerbaarheid van het project is beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot is in hoofdstuk 6 de conclusie van de ruimtelijke onderbouwing beschreven.
1.4
Begrippenlijst
In deze ruimtelijke onderbouwing worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Regelstation Regelstations worden op onderstations aangesloten. Ze zorgen voor verdeling van een gemiddelde hoeveelheid vermogen op middenspanning en voor de spanningsregeling om de kwaliteit van de levering bij de eindgebruikers op peil te houden. Transformatorhuisjes en middelgrote windmolenparken, zonneweiden en industriële klanten worden op deze regelstations aangesloten. In dit geval gaat het om een regelstation zonder omzetfunctie, deze komen op locaties waar alleen spanningsregeling noodzakelijk is. Onderstation / transformatorstation Op een onderstation, ook wel transformatorstation genoemd, wordt elektriciteit omgezet naar een ander spanningsniveau. Bij opwek van duurzame energie wordt de elektriciteit omgezet naar een hoger spanningsniveau, bij distributie naar bedrijven en woning wordt juist een hoger spanningsniveau omgezet naar een lager niveau. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van het ene spanningsniveau naar het andere spanningsniveau, bijvoorbeeld 150/20 kV of 20/10 kV.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
6/25
Inleiding
Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open. Op de wanden komen voorzieningen voor bliksemafleiding. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en/of transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in MegaVoltAmpère (MVA). 1 MVA is 1.000.000 VA (VoltAmpère). kV De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1kV en lager dan 25 kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De installatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een elektriciteitsstation.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
7/25
2
Het project
2.1
Ligging en omgeving
De projectlocatie ligt in de Polder Eierland, een van de grootste inpolderingen op Texel. In de 17e eeuw werd de zanddijk tussen de Hoge Berg en Eierland aangelegd. De hierachter ingesloten strandvlakte vormde de strandpolder Eierland. Het landschap van polder Eierland is, net als andere landaanwinningen en droogmakerijen, ontworpen vanuit functionaliteit. Dit landschap kent daardoor een rigide lijnenspel; de bebouwingslocaties versterken die structuur. Lange waterassen met erfbeplantingen geven het polderlandschap een formele dramatiek. De strandpolders op Texel zijn opvallend open, bomen en beplanting zijn niet nadrukkelijk aanwezig in het lijnenspel van de polder.
afbeelding 3: ontstaansgeschiedenis landschap (bron: Landschapsplan Urban Synergy)
Het projectgebied omvat een deel van het perceel met de kadastrale aanduiding Texel A 6639 en heeft een oppervlakte van ongeveer 3.000 m2 (64m bij 47m). Het terrein is in de huidige situatie onbebouwd en kent een agrarisch gebruik. Langs de Postweg loopt een watergang. Er zijn geen bomen of struiken aanwezig. Aan de zuidwestzijde van het projectgebied is een vergunning verleend voor de bouw van een nieuwe bedrijfshal / hangar van Rednose (in 2019 verleend). Verder naar het zuidwesten staan bedrijfsloodsen die horen bij het vliegveld. Het vliegveld en de bedrijfsloodsen zijn via een parallelweg langs de Postweg ontsloten. Deze parallelweg wordt ook voor de nieuwe bedrijfshal / hanger doorgetrokken.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
8/25
Het project
Afbeelding 4: luchtfoto bestaande situatie met projectlocatie (rode stippellijn) aangeduid (bron: pdok.nl)
afbeelding 5: aanzicht situatie met rechts de bestaande gebouwen bij het vliegveld (bron: google streetview) (de nieuwe bedrijfshal is inmiddels in aanbouw)
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
9/25
Het project
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1 Noodzaak van de voorgenomen nieuwbouw Het volledige middenspanningsnet op Texel ten noorden van Den Burg heeft ‘schaarste niveau rood’ voor levering en opname. Dit is het gevolg van spanningsknelpunten in het distributienet. In de distributie zijn transportbeperkingen opgelegd. Dit betekent dat in het noordelijk deel van Texel nieuwe klanten niet kunnen worden aangesloten, bestaande en nieuwe klanten geen zonnepanelen kunnen aansluiten en er ook voor nieuwe woonwijken aansluitbeperkingen gelden. Naast de huidige beperkingen en ontwikkelingen in de distributie worden er ook meerdere aanvragen verwacht in het noorden van Texel. Door de grote afstand vanuit het noorden van Texel tot het bestaande transformatorstation (onderstation) van Liander in Den Burg zijn de actuele problemen niet toekomstvast op te lossen door middel van het verzwaren van het bestaande distributienet. Om het knelpunt op te lossen is een nieuw regelstation 10/10kV - 20 MVA noodzakelijk. Vanaf dit nieuwe regelstation wordt er circa 4,5 km nieuwe kabel gelegd voor het koppelen van dit nieuwe regelstation met het bestaande middenspanningsnet. De initiatiefnemer Liander heeft in overleg met de gemeente een locatie gevonden voor het nieuwe regelstation bij het vliegveld Texel, namelijk de locatie aan de Postweg perceel Texel A 3127.
Deze locatie ligt centraal in het zoekgebied en er ontstaat zo geen solitaire ontwikkeling in het landelijk gebied. 2.2.2 Het project Het nieuwe regelstation bestaat een gebouw waarin een 10kV installatie is voorzien (de middenspanningsruimte) en een transformatorruimte. In de transformatorruimte wordt een transformator geplaatst. De capaciteit van de transformator bedraagt 23 MVA. Hiermee valt het regelstation onder milieucategorie 3.1 (zie voor een nadere toelichting paragraaf 4.7). De nieuwe bebouwing heeft een langgerekte massa en komt aan de zuidwestzijde van het projectgebied. Het nieuwe gebouw wordt circa 4,2 m hoog en de wanden van de nieuwe transformatorruimte worden circa 5,1 m hoog. De transformatorruimten zijn van zijkant open. De bovenzijde van een transformatorruimte is in principe open. In dit geval is er echter voor gekozen om aan de bovenzijde een staalconstructie met roosterdak aan te brengen, zodat personen niet onbedoeld de ruimte kunnen betreden of parachutisten die verkeerd landen per ongeluk in aanraking kunnen komen met spanning voerende delen. Op de wanden komen voorzieningen voor bliksemafleiding, zogenoemde bliksemspitsen. Deze worden ongeveer 8 tot 9 meter hoog, gemeten vanaf de grond.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
10/25
Het project
afbeelding 6: tekening toekomstige situatie (bron: landschapsplan Urban Synergy)
Op het regelstation komt een groen dak met zonnepanelen. Er is zo ruimte voor waterinfiltratie, luchtverkoeling en energieopwekking. Rond de nieuwe bebouwing komt verharding en er komen enkele parkeerplaatsen. In principe is het transformatorstation onbemand. Af en toe komt personeel naar de locatie voor controle en onderhoud. De beschikbare parkeerruimte zal hier ruim voldoende voor zijn. Het terrein dat de initiatiefnemer Liander is bewust ruimer dan wat nu nodig is voor het regelstation. Dit is om alvast over ruimte te beschikken voor eventuele uitbreiding in de toekomst. Het grootste deel van het terrein zal voor nu onverhard blijven en worden ingezaaid met bloemrijk grasland. Rond het terrein komt buiten het hekwerk aan de noord- en westzijde een haag. 2.2.3 Ruimtelijke inpassing van de nieuwe regelstation Voor de voorgenomen ontwikkeling is een uitgebreide studie uitgevoerd naar de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en karakteristieken van de omgeving. Dit is beschreven in het landschapsplan (Urban Synergy, 17 oktober 2022). Het landschapsplan is opgenomen in bijlage 1. Voor het landschapsplan is gebruik gemaakt van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Noord-Holland en het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Texel (2013): ‘Texel in ontwikkeling’. In het landschapsplan is ingegaan op de historie van de locatie en de ontwikkeling van het landschap.
De projectlocatie ligt in de strandpolder met een grootschalige rationele opbouw, regelmatige en rechtlijnige verkaveling en zeer open karakter. De wegen zijn recht en vormen grote vierkanten. Erven in de strandpolder liggen hier los in. Rond de projectlocatie staat de bebouwing georiënteerd op de Postweg. De bebouwing bestaat uit boerenerven, woningen en de bebouwing bij het vliegveld. Het regelstation zal onderdeel van de bedrijfskorrel bij het vliegveld. De meeste bedrijfsgebouwen van vliegveld Texel hebben een loodsachtige uitstraling en zijn relatief sober uitgevoerd (grijs of witte beplating met lichtrode of grijze baksteen). Het volume bestaat uit eenlaagse bebouwing met een laag zadeldak.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
11/25
Het project
Beplanting is vooral bij woonerven en agrarische erven te vinden. De aanwezige loodsen staan kaal in het landschap. Een inpassing met veel en dichte beplanting is niet wenselijk vanwege de impact op de waardevolle doorzichten. Een beperkte groene omkadering aan de noordzijde kan bijdragen aan een afronding van de korrel.
afbeelding 7: positionering van het regelstation in aansluiting op de bedrijfskorrels bij het vliegveld (bron: landschapsplan Urban Synergy)
De uitgangspunten voor de inpassing van de nieuwe ontwikkeling zijn als volgt: • Positionering in het landschap • Behoud open karakter met doorzichten naar dijken en duinen door losse erven met afstand tussen de kavels • Ontwerp het silhouet van de bebouwing op het erf • Sluit aan op het ensemble van het vliegveld • Vormgeving regelstation • Ontwerp in samenhang met het vliegveld ensemble • Sluit aan bij de karakteristieken van de aanwezige bedrijfskorrel: loodsachtige uitstraling, relatief laag, sober uiterlijk • Inrichting terrein • Weinig erfbeplanting, eventueel op zij- en voorerf om erf te omkaderen • Beplanting altijd inheems en gebiedseigen Op basis van deze uitgangspunten is het inpassingsvoorstel vormgegeven. Dit is getoond in afbeelding 6. De uitgangspunten zijn in meer detail beschreven in het landschapsplan, zie hiervoor bijlage 1.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
12/25
Het project
afbeelding 8: uitgangspunten voor de inpassing van het regelstation (bron: landschapsplan Urban Synergy)
afbeelding 9: uitgangspunten voor vormgeving van het regelstation (bron: landschapsplan Urban Synergy)
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
13/25
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.
In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het plan De realisatie van het nieuwe regelstation sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding van het elektriciteitsnetwerk is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro). Het artikel luidt nu als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt of de onderbouwing bij een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmgsplan ten behoeve van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling.
En, indien die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gelegen is, wordt een motivering gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
14/25
Beleidskader
Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen. Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. In de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking" staat dat onder ‘andere stedelijke voorzieningen’ accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoorsport en leisure moeten worden verstaan. Gelet op deze uitleg in de Handreiking en de strekking van de regeling die mede gericht is op het tegengaan van leegstand, wordt de in het plan voorziene nutsvoorziening niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Dit is in de jurisprudentie bevestigd, zo wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het project Gelet op de uitleg in de Handreiking en de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig.
Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.3 Verordening luchthavenbesluit Texel De Verordening luchthavenbesluit Texel is op 26 juni 2014 in werking getreden. Hierin staat aangegeven hoeveel geluidsbelasting het vliegveld mag veroorzaken en hoeveel militaire vliegbewegingen mogen plaatsingen. Verder staan er voorwaarden voor het gebruiken van het vliegveld voor andere activiteiten dan vliegveld gerelateerd gebruik. Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats buiten het vliegveld en een regelstation is ook geen aan het vliegveld gerelateerde functie. Het regelstation heeft geen gevolgen voor de geluidbelasting van het vliegveld. Er is geen strijd met deze verordening.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 en Omgevingsverordening NH2020 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. In de Omgevingsvisie NH2050 is de doelstelling opgenomen om ruimte te bieden aan onder meer de energietransitie, in het licht van een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. In de beweging Nieuwe energie staat dat de provincie in 2050 klimaatneutraal en volledig circulair wil zijn, gekoppeld aan het Klimaatakkoord om in 2030 49% CO2-reductie te behalen.
Om te kunnen voorzien in de behoefte aan elektriciteit is energie nodig die duurzaam wordt opgewekt op land en op zee.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
15/25
Beleidskader
Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2020 zoals vastgesteld op 22 oktober 2020. Betekenis voor het project Een goed functionerend elektriciteitsnetwerk is een vereiste voor de duurzame economische ontwikkeling van de provincie en meer specifiek deze regio. De realisatie van het nieuwe regelstation is daar voor nodig. De gewenste ontwikkeling draagt op die manier bij aan het kunnen verwezenlijken van de doelen van de provinciale omgevingsvisie. De locatie ligt in het werkingsgebied landelijk gebied. Artikel 6.59 van de Omgevingsverordening NH2020 stelt ruimtelijke kwaliteitseisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied. De ruimtelijke kwaliteitseisen zijn opgenomen in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie, zie paragraaf 3.3.2). Gedeputeerde staten kunnen de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling om advies vragen inzake de locatieafweging of de ruimtelijke inpassing. Met de kaders voor ruimtelijke kwaliteit uit artikel 6.59 en de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie borgt de provincie dat nieuwe ruimtelijke plannen rekening houden met de ontwikkelingsgeschiedenis van het landschap, de bebouwingskarakteristiek en inpassing in de wijdere omgeving. Met het plan is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
Aandacht is besteed aan de lokale karakteristiek en aanwezige waarden. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 en het als bijlage 1 opgenomen landschapsplan. Het project wordt ter beoordeling voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling. 3.3.2 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie vindt zijn legitimiteit in de kaders van de provinciale omgevingsvisie en omgevingsverordening (zie voorgaande paragraaf). Deze vernieuwde leidraad is een uitwerking van het in 2006 vastgestelde Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie, dat werd gebruikt als leidraad voor ruimtelijke plannen als bestemmingsplannen, beeldkwaliteitsplannen en structuurplannen. De provincie Noord-Holland wil ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen en tegelijkertijd verantwoord omgaan met het verleden. De provincie wil de Noord-Hollandse landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerkende kwaliteiten te benutten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Met de leidraad wordt het behoud en de ontwikkeling van de Noord-Hollandse cultuurlandschappen nagestreefd. Nieuwe plannen dienen de ontwikkelingsgeschiedenis, de ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken van het landschap en de inpassing in de wijdere omgeving als uitgangspunt te hanteren.
Betekenis voor het project Op de landschapstypenkaart bij het beleidskader ligt het plangebied in het gebied ‘nieuwere aandijkingen - strandpolders’. De ruimtelijke karakteristiek van de strandpolders bestaat uit de volgende elementen: • Grootschalige rationele opbouw; • Regelmatige en rechtlijnige verkaveling; • Rechte wegen in grote vierkanten; • Grote losse erven langs de wegen; • Zeer open karakter; • Duinen en dijken als begrenzingen en decor; • Oude kreken doorbreken het strakke grid. Er is voor het project een landschapsplan opgesteld. Daarin zijn deze karakteristieken vertaald naar uitgangspunten voor de nieuwe ontwikkeling. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Zie hiervoor paragraaf 2.2.3 en het als bijlage 1 opgenomen landschapsplan. Het project wordt ter beoordeling voorgelegd aan de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
16/25
Beleidskader
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Texel op koers In 2002 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie 2020 ‘De Toekomst van Texel’ vastgesteld. In 2006 startte de gemeenteraad met het project “Ruimte voor ontwikkeling, samen zorgen voor de toekomst”. De uitkomst daarvan is de geactualiseerde Structuurvisie 2020 ‘Texel op koers’. Hierin staan de gewenste ontwikkelingen voor de economie, de ruimtelijke ordening en zorg en welzijn. De Structuurvisie vormt voor de komende jaren een toetssteen voor de beleidsbeslissingen op deze terreinen en geeft richting aan de uitwerking daarvan. Het toekomstbeeld dat de gemeente voor ogen staat luidt kernachtig: “Texel 2020, een vitaal en springlevend eiland”. De gemeente blijft economisch groeien, onder andere door verdere ontplooiing van de agrotoerisme sector en door verdere uitbreiding van de werkgelegenheid in de kenniscentra en aanverwante bedrijvigheid gericht op het maritieme leven en de zeebodem. De gemeente heeft grote ambities op het gebied van duurzame energie. Texel wil het voorbeeld voor de rest van Nederland zijn qua gezonde omgeving. De benodigde warmte en elektriciteit wordt op het eiland zelf opgewekt, volledig duurzaam, bijvoorbeeld met getijdeturbines, windmolens, aardwarmtecentrales, bio-energie of zonneakkers. Gebouwen hebben waar het kan zonnepanelen op de daken.
Betekenis voor het project De gemeentelijke ambities op het gebied van verdere ruimtelijk-economische groei en op het gebied van duurzame energie vragen om een goed functionerend en robuust elektriciteitsnetwerk. Het nieuwe regelstation is daar noodzakelijk voor. Het project past zodoende in het gemeentelijk ruimtelijk beleid. 3.4.2 Texel zelfvoorzienend en duurzaam De gemeente heeft op 26 februari 2020 de nota ‘Texel zelfvoorzienend en duurzaam’ vastgesteld. In deze nota staan de actuele gemeentelijke ambities op het gebied van de energietransitie, de circulaire economie en klimaatadaptatie. De energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en de klimaatadaptatie zijn drie samenhangende opgaven. In de komende 10 á 15 jaar zal er daardoor veel veranderen in alle delen van de maatschappij. Op het gebied van de energietransitie zet de gemeente in op een energieneutrale gemeente. Er wordt ondersteuning gegeven bij het ontwikkelen van golfenergie en getijde-energie. In overleg met andere gemeenten in de Kop van Noord-Holland wordt onderzocht in hoeverre en in welke vorm de ontwikkeling van zonneparken en uitbreiding van windenergie haalbaar is. De gemeente ziet ruimte voor het verder benutten van daken voor zonnepanelen.
Betekenis voor het project De gemeentelijke ambities op het gebied van duurzame energie vragen om een goed functionerend en robuust elektriciteitsnetwerk. Het nieuwe regelstation is daar noodzakelijk voor. Het project past zodoende in het gemeentelijk beleid op het gebied van duurzaamheid. Ook zal op het regelstation een groen dak met zonnepanelen komen. Er is zo ruimte voor waterinfiltratie, luchtverkoeling en energieopwekking. 3.4.3 Welstandsnota De gemeente heeft haar welstandsbeleid in de Welstandsnota staan. De welstandsnota bevat voorwaarden waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten worden getoetst. Het legt voor een bepaald gebied, bijvoorbeeld een dorpskern, een beoordelingskader vast. Dit is opgesteld vanuit een visie op de toekomst van het gebied en vanuit een beeld van aanwezige waarden. Er worden criteria benoemd die ertoe moeten bijdragen dat toekomstige bebouwing past in de omgeving en aansluit bij de architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteiten van een gemeente. Afhankelijk van de waarde van het gebied kan het te voeren welstandsbeleid meer of minder streng zijn.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
17/25
Beleidskader
Betekenis voor het project De projectlocatie ligt in gebied met het welstandsniveau “vrij”. Dit betekent dat er geen eisen uit de welstandsnota van toepassing zijn. is welstandsvrij. Maar aangezien het een afwijkingsprocedure betreft is het wenselijk om de uitvoering van het station (kleur en materialisering) voor te leggen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. In paragraaf 2.2.3 is ingegaan op de bedachte vormgeving van het regelstation. Er is gekozen voor architectuur en materiaalgebruik dat functioneel is en soberheid uitstraalt, passend bij de materiaalstaat van de omgeving. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt om advies gevraagd. Dit advies wordt betrokken bij de toetsing van de omgevingsvergunning bouwen. Er is vanuit het aspect ‘welstand’ geen belemmering om voor het project af te wijken van het bestemmingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
18/25
Omgevingsaspecten
4
Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
4.2
Archeologie
4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Betekenis voor het project De gemeente heeft een archeologische verwachtingskaart opgesteld (actualisatie 2013), waarop de gebieden met archeologische waarden zijn weergegeven. De projectlocatie ligt in gebied waar een lage archeologische verwachting geldt (categorie 5) en geen voorschriften gelden vanuit het archeologisch beleid van de gemeente. Er is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ daarom ook geen dubbelbestemming opgenomen om archeologische (verwachtings)waarden te beschermen. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie er geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.
4.3
Bodemkwaliteit
4.3.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het project. 4.3.2 Bodemonderzoek Er is een bodemonderzoek uitgevoerd (IDDS, 3 oktober 2022). De rapportage is opgenomen als bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat er geen vervolgonderzoek nodig is en dat de grond geschikt is voor de toekomstige functie. 4.3.3 Betekenis voor het project Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.
4.4
Water
4.4.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de Waterwet en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
19/25
Omgevingsaspecten
een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. In het kader van het vooroverleg vindt afstemming plaats met het waterschap. 4.4.2 Situatie plangebied De locatie ligt niet in een beschermingszone van een waterkering of andere beschermingszone. Ook is er geen oppervlaktewater binnen het projectgebied of hier direct tegenaan. Het dichtstbijzijnde water is de watergang langs de Postweg op ongeveer 10-15 meter afstand. De projectlocatie is in de huidige situatie volledig onverhard. Door de voorgenomen ontwikkeling neemt het verhard oppervlak toe met 1.200 m2 (bebouwing en verharding). Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2.000 m2 de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging. Dit betekent dat voor het project ongeveer 120 m2 nieuw water nodig zal zijn. In overleg met de gemeente en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier wordt dit nader uitgewerkt. Het hemelwater dat valt op de terreinverharding zal afvloeien op de onverharde gronden binnen de projectlocatie.
Er worden geen uitlogende bouwmaterialen toegepast. Aan de bovenzijde van de transformatorruimten komt een staalconstructie met roosterdak. Hemelwater kan hier doorheen Hemelwater dat in contact komt met transformatoren kan verontreinigd zijn met olie. Dit hemelwater mag zonder watervergunning niet op het oppervlaktewater worden afgevoerd. Het hemelwater dat valt ter plaatse van de transformatoren zal mogelijk worden afgevoerd op de riolering. Een andere mogelijkheid is dat een hemelwatersysteem met oliedetectie wordt toegepast zodat er geen vervuild hemelwater wordt afgevoerd naar de onverharde gronden rondom. Er wordt zorggedragen dat er geen vervuild hemelwater wordt geloosd op het oppervlaktewater. Ten behoeve van het lozen en onttrekken van grondwater tijdens de bouw en de kabelaanleg al een bemalingsadvies worden opgesteld en met het waterschap worden overlegd. Dit maakt geen onderdeel uit van de voorliggende afwijkingsprocedure. 4.4.3 Resultaat Watertoets De digitale watertoets is uitgevoerd (oktober 2022, zie bijlage 3). Uit de gegevens die zijn opgegeven is bepaald dat vanwege de toename aan verharding er sprake is van een invloed op de belangen van het hoogheemraadschap en dat de normale procedure moet worden gevolgd. In het kader van de watertoets wordt het project voorgelegd aan het hoogheemraadschap.
De reactie op het project zal in de waterparagraaf worden opgenomen en verwerkt. 4.4.4 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect waterhuishouding geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project. De compensatieopgave wordt in overleg met de gemeente en HHNK verder uitgewerkt en opgelost in het plangebied.
4.5
Natuur
4.5.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het project moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
20/25
Omgevingsaspecten
4.5.2 Beoordeling en onderzoek 4.5.2.1 Gebiedsbescherming Natura-2000 Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De ingreep leidt niet tot een fysieke afname van oppervlakte aangewezen habitattypen in Natura 2000-gebieden of het NNN en heeft geen significant verstorend effect op soorten. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden geldt dat ook externe effecten als stikstofdepositie en licht- of geluidsuitstraling moeten worden beoordeeld. Het plangebied ligt op circa 3,6km afstand tot Natura 2000-gebied. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden per definitie te groot is. Wel kan mogelijk een effect optreden wanneer er vanwege het plan sprake is van stikstofdepositie in een Natura-2000 gebied. Stikstofdepositie Bij een regelstation dat in gebruik is, is geen sprake van uitstoot van stikstof. Het gebouw wordt niet verwarmd en de verkeersbewegingen zijn te verwaarlozen. Tijdens de aanlegfase, bij het gebruik van materieel voor de bouw en installatie vindt in beperkte mate uitstoot van stikstofdioxide plaats.
Sinds per 1 juli de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking is getreden, is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen Dit betekent dat voor de bouwwerkzaamheden geen onderzoek naar stikstofdepositie nodig is. Zodoende is er geen berekening uitgevoerd. 4.5.2.2 Soortenbescherming Er is een quickscan uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde planten en dieren (IDDS, 7 september 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 4. Naar aanleiding van de uitgevoerde quickscan is uitgesloten dat het plangebied leefgebied vormt van beschermde soorten. Nader onderzoek wordt daarom niet nodig geacht. Vogels zonder jaarrond beschermd nest: Binnen het plangebied kunnen vogels zonder jaarrond beschermd nest, zoals de scholekster en kievit, broeden. Algemene vogelsoorten die broeden zijn gedurende deze tijd beschermd (grofweg van 15 februari tot 15 augustus, in gebruik zijnde nesten zijn ook buiten deze periode beschermd). Het advies luidt om de werkzaamheden buiten dit broedseizoen te laten plaatsvinden of voor het broedseizoen te beginnen en continu door te werken tijdens het broedseizoen zodat vogels niet tot broeden komen in het plangebied. Indien het niet mogelijk is om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten, dient er een broedvogelinventarisatie gedaan te worden door een deskundig ecoloog.
Indien er tijdens een broedvogelinventarisatie broedende vogels aanwezig zijn, moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest verlaten is. Zorgplicht De Wet natuurbescherming kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Dit geldt ook voor algemeen voorkomende en vrijgestelde soorten zoals muizensoorten. Daarom moeten de volgende maatregelen genomen worden: • Maai voorafgaand aan de werkzaamheden de vegetatie in het werkgebied kort. Hierdoor wordt het voor grondgebonden zoogdieren minder aantrekkelijk om te verblijven in deze zone tijdens aanleg. • Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van de doorgaande weg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet de weg over gejaagd waar ze worden overreden. • Voer de werkzaamheden uit tussen zonsopgang en zonsondergang zodat vleermuizen en andere nachtactieve dieren niet verstoord worden. • Indien werkzaamheden na zonsondergang onvermijdelijk zijn, beperk dan zoveel mogelijk het gebruik van licht op het terrein en maak gebruik van gerichte lichtbronnen waarbij de boven- en achterzijde afgeschermd zijn. • Wees tijdens de werkzaamheden alert op de aanwezigheid van (beschermde) soorten en geef deze de tijd en ruimte om te vluchten.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
21/25
Omgevingsaspecten
•
Schakel steeds een deskundige in bij het aantreffen van beschermde soorten.
4.5.3 Conclusie Er zijn geen directe of indirecte negatieve effecten op Natura-2000 gebieden of op het Natuurnetwerk Nederland. Tevens is uit het soortenonderzoek gebleken dat het onwaarschijnlijk is dat met het plan vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten flora en fauna. Met de aandachtspunten vanuit de zorgplicht wordt rekening gehouden. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.6
Verkeer en parkeren
Het regelstation is onbemand. Af en toe vindt onderhoud en controle plaats. Het nieuwe station leidt niet tot een significante wijziging van de verkeersbewegingen. Op het terrein van het station zal voldoende ruimte komen voor het parkeren van medewerkers. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
4.7
Bedrijven en Milieuzonering
4.7.1 Algemeen De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden is gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Milieucategorie 1
Richtafstand (rustige woonwijk) 10 m
Richtafstand (gemengd gebied) 0m
2 3.1
30 m 50 m
10 m 30 m
3.2 4.1
100 m 200 m
50 m 100 m
4.2 5.1
300 m 500 m
200 m 300 m
5.2 700 m 500 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
4.7.2 Betekenis voor het project Het nieuwe regelstation zal een opgesteld transformatorvermogen hebben van 23 MVA. Hiermee valt het station onder milieucategorie 3.1 (zie Tabel 2). De richtafstand is 50 m in het om-
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
22/25
Omgevingsaspecten
gevingstype rustige woonwijk en 30 meter in het omgevingstype ‘gemengd gebied’. De omgeving van de projectlocatie bestaat uit het vliegveld met bedrijfsloodsen en agrarische bedrijven. Er kan worden gesteld dat sprake is van een gemengd gebied en geen rustige woonwijk. De dichtstbijzijnde woning is gelegen aan de Postweg 129b-e op ruim 70 meter afstand van het nieuwe regelstation. Er zijn geen woningen gelegen binnen de richtafstand. Zodoende is vanuit het aspect milieuzonering geen nader onderzoek nodig.
Tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf
4.7.3 Conclusie Binnen de richtafstand zijn geen woningen of andere gevoelige functies gelegen. Zodoende bestaan er vanuit het aspect milieuzonering geen belemmeringen ten aanzien van het project.
4.8
Geluid
4.8.1 Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. 4.8.2 Betekenis voor het project Het regelstation is geen grote lawaaimaker1 volgens de Wet geluidhinder. Ook is het regelstation geen geluidgevoelige functie. Er is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig. 4.8.3 Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.7is beschreven.
4.9
EM velden
4.9.1 Algemeen Voor de blootstelling - kortdurend of langdurend - aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 µT (micro tesla) geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte op enig moment niet zomaar blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 µT. 4.9.2 Conclusie Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. Dit betekent dat buiten het hekwerk altijd zal worden voldaan aan de grenswaarde van 100 microtesla voor blootstelling in de openbare ruimte.
1
inrichtingen zoals genoemd in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
23/25
Omgevingsaspecten
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. 4.10.2 Conclusie voor het plan Het project leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende niet-in-betekenende-mate bij en er is geen luchtkwaliteitonderzoek nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
4.11
Externe veiligheid
4.11.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Betekenis voor het project Voor het project is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl). Er zijn geen risicovolle bedrijven of transportroutes in de omgeving van het projectgebied. De enige risicobron is het vliegveld vanwege mogelijke kans op een vliegtuigongeluk bij landen en opstijgen.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
24/25
Omgevingsaspecten
Op de Risicokaart staan alle grote vliegvelden voor burgerluchtvaart en alle militaire vliegvelden. Het grootste risico vormt het opstijgen en landen van vliegtuigen of helikopters. Op de Risicokaart staat het ‘Zone-1 gebied’. Dit is het gebied van ongeveer 300 meter naast de landingsbaan en een kilometer voor en achter de landingsbaan. Daar ligt de projectlocatie buiten. Een transformatorstation is geen inrichting die valt onder het Bevi en bezit geen plaatsgebonden risicocontour of groepsrisicocontour. Ook is het geen kwetsbaar object. Er verblijven geen mensen voor langere duur. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het project.
afbeelding 10: uitsnede risicokaart, het grijze vlak is het Zone-1 gebied, de rode cirkel is ongeveer de plek van het nieuwe regelstation (bron: www.risicokaart.nl)
4.12
Ontplofbare oorlogsresten
4.12.1 Inleiding Voor bepaalde gebieden kan een verwachtingswaarde voor het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten gelden, bijvoorbeeld voor locaties waar in de Tweede Wereldoorlog gevochten is. Voorafgaand aan graafwerkzaamheden is verstandig om onderzoek te doen naar de verwachtingen. Wanneer in een vroeg stadium onderzoek wordt verricht naar het al dan niet voorkomen van ontplofbare oorlogsresten kunnen passende maatregelen worden getroffen. 4.12.2 Resultaten onderzoek Het projectgebied ligt in verdacht gebied op mogelijk voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Er is een vooronderzoek uitgevoerd naar ontplofbare oorlogsresten (T&A Survey, 11 april 2022). De rapportage is opgenomen als bijlage 5. Op basis van het vooronderzoek is te concluderen dat de eerste 30 cm onder maaiveld onverdacht is, maar dat dieper er kans is op het mogelijk voorkomen van onder andere afwermunitie.
Ruimtelijke onderbouwing Regelstation Texel Zuid Eierland
25/25
Omgevingsaspecten
Voorafgaand aan de grondroerende werkzaamheden dienen aanvullende maatregelen genomen te worden t.a.v. de mogelijk aanwezige explosieven. In de rapportage is aangegeven dat voor het gebied waar het regelstation zal komen de bovenste grondlaag tot 30 cm onder maaiveld onverdacht is op basis van naoorlogse grondroering. Dieper dan 30 cm kunnen mogelijk wel resten voorkomen. Om de situatie daarom beter in beeld te brengen, is een nader onderzoek in uitvoering. De uitkomsten van dit onderzoek zullen echter geen belemmering vormen voor de ruimtelijke inpasbaarheid (afwijken van het bestemmingsplan). 4.12.3 Conclusie Het plangebied is aangemerkt als aandachtsgebied. Uit historisch vooronderzoek komt naar voren dat de bodem dieper dan 30 cm mogelijk oorlogsresten kunnen voorkomen. Hiervoor is een nader onderzoek in uitvoering. Dit heeft echter geen gevolgen voor de ruimtelijke inpasbaarheid. Er is geen belemmering voor het afwijken van het bestemmingsplan vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten.
4.13
Besluit milieueffectrapportage
Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). Realisatie of uitbreiding van een regelstation is geen activiteit die is genoemd in de C of D-lijsten van het Besluit m.e.r.. Er is geen (vormvrije) m.e.r. beoordeling voor het project nodig.