Bijlage B - Aanvraag goedkeuring fusie en statuten gemeenteraad Texel
Tekst van het document
Bijlage 1 De vraag: Wat zijn de effecten van de bestuurlijke fusie op de gemiddelde schoolgrootte, in de huidige en toekomstige situatie (relevant voor instandhouding van scholen); Het antwoord: De gevolgen van de bestuurlijke fusie op de gemiddelde schoolgrootte is dat deze voor de ‘Schooltij-scholen’ zal toenemen (van 80 naar 126). Dit is een logisch gevolg van het feit dat de Schooltij-scholen onderdeel gaan uitmaken van een grotere organisatie. De belangen van de ‘Schooltij-scholen’ worden echter niet geschaad door de bestuurlijke fusie. Dit omdat primair de wettelijke opheffingsnorm voor de gemeente Texel 23 blijft.
De vraag: Heeft de bestuurlijke fusie gevolgen voor het bestaansrecht van de scholen in de dorpen? Het antwoord: Nee, de bestuurlijke fusie met Kopwerk heeft geen gevolgen voor het bestaansrecht van de scholen in de dorpen. Mocht op enig moment een ‘Schooltij-school’ als gevolg van aanhoudende krimp onder de onderste opheffingsnorm (i.c. 23) komen waardoor er sprake is van opheffing zal het College van Bestuur een voorgenomen besluit op basis van wet en statuten (artikel 8 lid 7 sub b.) aan de raad van de gemeente Texel voorleggen. Bovenstaande nadere toelichting staat los van de bestuurlijke fusie met Kopwerk omdat dit ook al geldt onder de huidige bestuurlijke constructie van Schooltij.
1
Bijlage 2 De vraag: Hoe luiden de voorgestelde statuten voor de samenwerkingsstichting (met het oog op de rol van de gemeente daarin); Het antwoord: CONCEPT Statuten Stichting Kopwerk per 1 januari 2022 Naam, zetel en duur Artikel 1 1.
De naam van de stichting is: STICHTING KOPWERK, Stichting voor Bijzonder en Openbaar Primair Onderwijs in Noord-Holland. Zij is gevestigd te Anna Paulowna. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.
2. 3.
Grondslag Artikel 2 De stichting kent verschillende grondslagen waarop de vormgeving van het onderwijs is gebaseerd: -
-
Het christelijk onderwijs gaat uit van de christelijke waarden en normen ontleent aan het Evangelie. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging. Het algemeen-bijzonder onderwijs gaat uit van de gelijkwaardigheid van alle levensbeschouwelijke en maatschappelijke stromingen opdat de leerling op grond van eigen overtuiging en verdraagzaam jegens die van anderen aan de samenleving kan deelnemen. Het onderwijs aan (informele) samenwerkingsscholen waarborgt de diversiteit en uniciteit van iedereen die aan de school is verbonden.
Deze grondslagen zijn gebaseerd op de onderlinge ontmoeting, waarbij volwassenen en kinderen tijdens alle onderwijsactiviteiten elkaar met respect en eerbied ontmoeten.
Doel en middelen Artikel 3 1.
2.
3.
4. 5.
6.
De stichting stelt zich ten doel werkzaam te zijn tot de oprichting en instandhouding van christelijke, openbare, algemeen bijzondere, en/of (informele) samenwerkingsscholen voor primair onderwijs in Noordelijk Noord-Holland, met dien verstande dat zij dit doel ook elders kan nastreven. De stichting beoogt voor wat betreft de openbare scholen het onderwijs te doen geven met inachtneming van artikel 46 van de Wet op het Primair Onderwijs(WPO): “Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden.” Haar opdracht is om vanuit de identiteit en het onderwijsconcept van de afzonderlijke scholen onderwijs te geven gericht op het volgen en begeleiden van kinderen in hun ontwikkeling tot zelfstandig denkende en handelende mensen met besef van normen en waarden. Het onderwijs op haar scholen is op de verwezenlijking daarvan gericht. De stichting stelt zich mede ten doel werkzaam te zijn tot het oprichten, overnemen en besturen van peuterspeelzalen en instellingen voor na- en voorschoolse opvang van kinderen.
Zij tracht haar doel te bereiken door het zoeken van samenwerking in alles wat tot de belangen van christelijke, openbare, algemeen bijzondere, en/of (informele) samenwerkingsscholen behoort, door het houden van vergaderingen en voorts met alle andere middelen welke tot het gestelde doel dienstig zijn. Zij beoogt niet het maken van winst.
2
Ouderbetrokkenheid en visie op de organisatie Artikel 4 1.
2.
Het beleid van de stichting met betrekking tot de ouderbetrokkenheid dient erop gericht te zijn scholen de ruimte te geven om dit op passende wijze in te vullen en de ruimte te bieden die aansluit bij de specifieke situatie, cultuur, ligging en het schoolteam, op een zodanige wijze dat actieve ouderbetrokkenheid wordt verkregen.. De algemene visie van de stichting met betrekking tot de organisatie gaat uit van “Lokaal wat kan, centraal wat sterker maakt”.
Geldmiddelen Artikel 5 1.
2.
De geldmiddelen van de stichting worden verkregen uit: a) subsidies; b) leningen; c) erfstellingen; d) legaten; e) giften; f) schenkingen; g) haar overig rechtmatig toekomende baten. Schenkingen, erfstellingen of legaten mogen niet aangenomen worden, wanneer daaraan voorwaarden verbonden zijn, die strijdig zijn met de grondslag of bezwaarlijk zijn voor de verwezenlijking van het doel van de stichting. Erfstellingen kunnen voorts slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
Organen Artikel 6 De stichting kent de volgende organen: 1.
2.
Een College van Bestuur, bestaande uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal personen. Het College van Bestuur kan bestaan uit: een voorzitter College van Bestuur; een of meer leden College van Bestuur. Het College van Bestuur is bevoegd gezag in de zin van de Wet op het Primair Onderwijs. Een Raad van Toezicht, welke toezicht houdt op het beleid van het College van Bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting.
College van Bestuur Artikel 7 Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1. 2.
3. 4. 5.
6.
Het College van Bestuur bestaat uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal leden welke door de Raad van Toezicht worden benoemd. De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de uitwerking van doel en grondslag van de stichting te bevorderen en dit schriftelijk te verklaren bij benoeming. Benoeming, schorsing en ontslag van de voorzitter en een lid van het College van Bestuur geschiedt door de Raad van Toezicht. De voorzitter van het College van Bestuur wordt door de Raad van Toezicht in functie benoemd. De leden van het College van Bestuur zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst bij de stichting. De Raad van Toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur vast. Ontslag of schorsing van de leden van het College van Bestuur door de Raad van Toezicht kan alleen geschieden op grond van een besluit van de Raad, dat is genomen met tweederde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle in functie zijnde leden van de Raad van 3
7. 8.
9.
Toezicht aanwezig zijn. Zijn niet alle leden aanwezig, dan wordt binnen vier weken, doch niet binnen zeven dagen een nieuwe vergadering bijeengeroepen waar ongeacht het aantal aanwezige leden van de Raad van Toezicht een besluit kan worden genomen met een meerderheid van tenminste tweederde van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. Een lid van het College van Bestuur wordt niet geschorst of ontslagen alvorens hij/zij in de gelegenheid is gesteld om zijn/haar zienswijze in een vergadering van de Raad van Toezicht toe te lichten. Ingeval van belet of ontstentenis van één of meer leden van het College van Bestuur, vormt het overblijvende lid of de overblijvende leden niettemin een wettig College van Bestuur, onverminderd de verplichting van de Raad van Toezicht om zo spoedig mogelijk door benoeming in de bestaande vacature(s) te voorzien. Bij belet of ontstentenis van alle leden van het College van Bestuur wordt het bestuur waargenomen door een persoon die daartoe door de Raad van Toezicht wordt aangewezen.
Artikel 8 Taken en bevoegdheden 1.
2.
3.
4. 5. 6.
7.
Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen, met uitzondering van die taken en bevoegdheden die op grond van deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend. Het College van Bestuur is verantwoordelijkheid voor de eenheid van het totale beleid en schept op bestuursniveau waarborgen ter bescherming en bevordering van de identiteit van de stichting en van de onder de stichting ressorterende scholen. a. Het College van Bestuur benoemt, schorst en ontslaat het onderwijsgevend personeel en het onderwijsondersteunend personeel. Alvorens tot benoeming van een personeelslid over te gaan dient het College van Bestuur zich ervan te overtuigen dat doel en grondslag door betrokkene worden gerespecteerd en hij/zij loyaal zal meewerken aan de realisering van de doelstellingen zoals die in het schoolplan zijn omschreven, waaronder die ten aanzien van de identiteit. b. Het College van Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directie. Alvorens tot benoeming van een directielid over te gaan dient het College van Bestuur zich ervan te overtuigen dat doel en grondslag door betrokkene worden onderschreven en hij/zij loyaal zal meewerken aan de realisering van de doelstellingen zoals die in het schoolplan zijn omschreven, waaronder die ten aanzien van de identiteit.
Het College van Bestuur kan bepaalde (bestuurs)taken opdragen aan het management van de scholen, welke worden vastgelegd in het managementstatuut. Het College van Bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen. Het College van Bestuur is, mits met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor de schuld van een derde verbindt. Het College van Bestuur heeft voorts de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. overdracht (van een deel) van de scholen, juridische fusie, splitsing of ontbinding van de stichting; b. een voorgenomen besluit tot opheffing van een openbare school. Dit voornemen wordt tevens voorgelegd aan de raad van de gemeente Texel op de wijze als geregeld in artikel 159, tweede lid Wet op het Primair Onderwijs(WPO). c. een voorgenomen besluit tot samenvoeging, omzetting, splitsing of verplaatsing van een openbare school. Dit voornemen behoeft tevens instemming van de raad van de gemeente Texel. d.
het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten die niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang een bedrag van eenhonderdduizend euro (€ 100.000,00) overschrijdt; e. het aangaan van geldleningen die niet in de begroting of de jaarrekening zijn opgenomen; f. beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek van de stichting; g ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; h. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; i. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze 4
8. 9.
10.
samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen; j. belangrijke wijzigingen in het onderwijsaanbod van de stichting respectievelijk van de onder de stichting ressorterende scholen. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar. De vergaderingen worden besloten gehouden, wanneer een bestuurslid hierom verzoekt of wanneer de voorzitter dit nodig acht. Het College van Bestuur beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde gelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; c. het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag, opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het College van Bestuur anders beslist.
Vertegenwoordiging Artikel 9 1. 2. 3.
Het College van Bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte. Het College van Bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer leden van het College van Bestuur, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van de volmacht te vertegenwoordigen. Ingeval van een tegenstrijdig belang, zulks ter beoordeling van de Raad van Toezicht, tussen de stichting en het College van Bestuur dan wel één van de leden van het College van Bestuur, wordt de stichting vertegenwoordigd door de Raad van Toezicht, onverminderd de bevoegdheid van de Raad van Toezicht om één of meer personen, al dan niet uit zijn midden, aan te wijzen om de stichting te vertegenwoordigen.
Raad van Toezicht Artikel 10 Samenstelling, benoeming en royement 1.
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De Raad van Toezicht bestaat uit een door de raad te bepalen aantal leden met een minimum van drie en een maximum van vijf natuurlijke personen leden waarvan één lid wordt benoemd door de Raad van Toezicht op bindende voordracht van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad en één lid wordt benoemd door de raad van de gemeente Texel. De Raad van Toezicht nodigt de gemeente uit voorstellen te doen voor benoembare kandidaten. Op basis hiervan doet de Raad van Toezicht een voordracht aan de raad. De raad van de gemeente Texel kan gemotiveerd besluiten een voorgedragen lid alsnog niet te benoemen. In dat geval komt de Raad van Toezicht met een nieuwe voordracht vanuit de voorgestelde kandidaten. De raad van de gemeente Texel is niet bevoegd een lid van de Raad van Toezicht te benoemen dat niet is voorgedragen. De Raad van Toezicht kan een benoemingsadviescommissie instellen. Een voordracht zoals bedoeld in het eerste lid geschiedt met inachtneming van een door de Raad van Toezicht opgestelde profielschets waarin de noodzakelijke competenties van de Raad van Toezicht en haar afzonderlijke leden worden beschreven. De Raad van Toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en kan eventuele andere functies benoemen.
De Raad van Toezicht voorziet, met inachtneming van het in het eerste lid gestelde, zelf in vacaturesdoor middel van coöptatie, met inachtneming van het in het bestuursstatuut bepaalde. De termijn voor benoeming bedraagt vier jaar. Voorwaarde voor benoeming is het onderschrijven van de grondslag en de doelstelling van de stichting. Tot lid van de Raad van Toezicht zijn niet benoembaar degenen die in dienstverband staan tot de stichting. De Raad van Toezicht stelt een rooster op. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd voor ten hoogste een tweede termijn van vier jaar. Ingeval van één of meer vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overblijvende leden een wettig samengestelde Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacatures. De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen, besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te royeren. Een dergelijk besluit vereist een twee/derde meerderheid van alle overige leden 5
9.
van de Raad van Toezicht in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering waarbij alle overige leden van de Raad van Toezicht aanwezig moeten zijn. Het betrokken lid wordt vooraf in de gelegenheid gesteld om zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden en te verdedigen. Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt door: -
schriftelijke ontslagneming; aftreden volgens het rooster; door overlijden; royement; het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen.
Taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht Artikel 11 1.
De Raad van Toezicht houdt toezicht op de verwezenlijking van de grondslagen en de doelstelling van de stichting, alsmede op het functioneren van het College van Bestuur, alsmede op (de realisatie van) het (meerjaren)beleid, het belang van het onderwijs en de algemene gang van zaken binnen de stichting. De Raad van Toezicht adviseert het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd.
2.
Met uitsluiting van andere personen en organen binnen de stichting zijn de volgende taken en bevoegdheden voorbehouden aan de Raad van Toezicht: a. het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur en het vastleggen hiervan in een afzonderlijke arbeidsovereenkomst; b. het benoemen, berispen, schorsen en ontslaan van de leden van het College van Bestuur; c. het vaststellen en het toezien op de juiste nakoming van de omvang en het profiel van de leden van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur; d. het vaststellen en wijzigen van het bestuursstatuut; e. het goedkeuren van het meerjarig strategisch beleidsplan, het jaarplan, de begroting, het investeringsplan, de jaarrekening en het jaarverslag van de stichting. In het jaarverslag wordt aandacht besteed aan de specifieke kenmerken van de onderscheiden onderwijssoorten en richtingen; f. het aanwijzen van de accountant.
Vergaderingen Artikel 12 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
9.
De Raad van Toezicht vergadert tenminste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als haar voorzitter dit noodzakelijk oordeelt. Vergaderingen worden voorts gehouden indien één der andere leden van de Raad van Toezicht, onder opgave van redenen, een verzoek hiertoe aan de voorzitter richt. De vergaderingen worden bijgewoond door één of meer leden van het College van Bestuur. Voor zover in deze statuten niet anders wordt bepaald, worden besluiten van de Raad van Toezicht genomen met een volstrekte meerderheid van stemmen. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd. Blanco stemmen tellen niet mee. Bij staken van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk. De vergaderingen van de Raad van Toezicht zijn openbaar. De vergaderingen worden besloten gehouden, wanneer een lid van de Raad van Toezicht hierom verzoekt of wanneer de voorzitter dit nodig acht. De Raad van Toezicht beslist vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde gelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd. Het vergaderen achter gesloten deuren kan uitsluitend geschieden indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; c.
het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag, opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de Raad van Toezicht anders beslist.
6
Informatieverschaffing en verantwoording door College van Bestuur Artikel 13 1. 2.
3.
Het College van Bestuur is verantwoording schuldig aan de Raad van Toezicht over de uitvoering van haar taken en de resultaten van haar handelen en van de organisatie. Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. Het College van Bestuur verstrekt in elk geval de volgende gegevens: a. het jaarlijks te actualiseren meerjarenbeleidsplan; b. de begroting met inbegrip van de investeringsbegroting, de jaarrekening, de accountantsverklaring en het jaarverslag c. tussentijdse rapportages over hoofdlijnen van beleid, zo mogelijk voorzien van kengetallen; d. informatie over de voor het onderwijs en de scholen belangrijke ontwikkelingen. Het College van Bestuur voorziet in een secretariaat ten behoeve van de Raad van Toezicht.
Gemeentelijk Toezicht Artikel 14 1.
2. 3. 4. 5.
Namens de gemeente Texel onderhoudt de portefeuillehouder Onderwijs van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Texel geregeld contact met het College van Bestuur. Het College van Bestuur en de portefeuillehouder Onderwijs van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Texel hebben tenminste een maal per jaar overleg over de algemene gang van zaken binnen de openbare en algemeen-bijzondere scholen op Texel. Vaststelling van de begroting en de jaarrekening geschiedt eerst na overleg met de gemeenteraad van Texel. Het College van bestuur zendt de vastgestelde begroting en jaarrekening binnen zes weken aan de gemeente Texel. In het jaarverslag wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de wezenskenmerken van de openbare scholen op Texel. Het jaarverslag wordt openbaar gemaakt. De gemeente Texel is, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het College van Bestuur of functioneren in strijd met de WPO als bedoeld in artikel 17 lid 9 van de WPO, bevoegd maatregelen te nemen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft.
Financieel beleid Artikel 15 1. 2.
3.
4.
Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. Indien wet- en regelgeving dit toestaan kan het boekjaar parallel lopen met het schooljaar (van één augustus tot en met eenendertig juli). Het College van Bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanig aantekening te doen houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen worden gekend. De aantekeningen dienen te voldoen aan de normen, welke naar de eisen van de tijd in verband met de desbetreffende overheidsvoorschriften daaraan dienen te worden gesteld. Het College van Bestuur legt binnen zes maanden na afloop van het boekjaar rekening en verantwoording af over het verstreken boekjaar aan de hand van een door het College van Bestuur vastgestelde jaarrekening. De jaarrekening is ingericht overeenkomstig de wettelijke bepalingen en de richtlijnen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Ministerie van OC&W). De jaarrekening wordt vergezeld van een verklaring van een door de Raad van Toezicht aangewezen accountant.
Bestuursstatuut Artikel 16 1.
2.
De Raad van Toezicht stelt het statuut vast waarin wordt bepaald op welke wijze door het College van Bestuur invulling en uitvoering wordt gegeven aan de uitoefening van de wettelijke en statutaire taken en bevoegdheden van het College van Bestuur. Het statuut bevat in elk geval: a. de uitgangspunten voor bestuur en toezicht 7
b. c. d.
de uitwerking van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en taken van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur, als aanvulling op de statuten; een uitwerking van de wijze van benoeming van de leden van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur; een profielschets van de leden van de Raad van Toezicht en het College van Bestuur.
Managementstatuut Artikel 17 Het College van Bestuur stelt een managementstatuut vast waarin de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de schooldirecteuren in relatie tot het College van Bestuur staan beschreven. Statutenwijziging Artikel 18 1.
2. 3.
4.
5.
6. 7.
Het College van Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de goedkeuring van de Raad van Toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring door de gemeenteraad van de gemeente Texel. De gemeenteraad kan zijn goedkeuring slechts onthouden indien overheersende invloed van de overheid in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. Het besluit van het College van Bestuur tot statutenwijziging kan slechts unaniem worden genomen in een vergadering waarbij alle leden van het College van Bestuur aanwezig zijn. Het besluit van de Raad van Toezicht tot goedkeuring als bedoeld onder lid 1 kan slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste drievierde deel van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig zijn. Zijn niet alle leden aanwezig dan wordt binnen een maand, doch niet binnen zeven dagen, een tweede vergadering gehouden welke, ongeacht het aantal aanwezige leden van de Raad van Toezicht, het besluit tot goedkeuring kan aannemen met een meerderheid van tenminste drievierde deel van de uitgebrachte geldige stemmen. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld.
Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval tenminste veertien dagen. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Het College van Bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel en Fabrieken waaronder de stichting ressorteert.
Ontbinding Artikel 19 1. 2. 3.
4.
Het College van Bestuur kan, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Raad van Toezicht, besluiten tot ontbinding van de stichting. De bepalingen van artikel 18 lid 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot ontbinding. Een besluit tot ontbinding wordt geacht tevens een besluit tot vereffening te zijn. De leden van het College van Bestuur treden op als vereffenaars van het vermogen van de stichting, tenzij bij het besluit van ontbinding (tevens) één of meerdere andere vereffenaars zijn aangewezen. Een eventueel batig saldo wordt uitgekeerd aan een/de door het College van Bestuur bij het besluit tot ontbinding aan te wijzen rechtspersoon/rechtspersonen waarvan de doelstelling zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting, zoals onderwijsinstellingen en instellingen voor peuterwerk en kinderopvang. Indien en voor zover een dergelijke aanwijzing niet heeft plaats gehad of niet meer uitgevoerd kan worden, wordt op verzoek van vereffenaars het batig saldo besteed overeenkomstig een door de Kantonrechter te Alkmaar te bepalen doel.
8
Slotbepaling Artikel 20 In gevallen waarin de wet, deze statuten en het bestuursstatuut niet voorzien, beslist de Raad van Toezicht.
9
Bijlage 3 De vraag: Hoe is de financiële situatie vóór en na fusie (effect op termijn op solvabiliteit, reserves en overheadlasten voor de scholen); Het antwoord: Op schoolniveau: De financiële positie verandert niet voor de scholen. Kopwerk en Schooltij werken al vanaf 2016 vanuit een gelijkwaardige basis voor alle scholen ongeacht of dit een Kopwerk of een Schooltij school betreft. De wijze van begroten en de herverdeling van de middelen over de personeelsformaties is vanaf 2016 gelijkgetrokken. De solvabiliteit van de gefuseerde instelling zal ruim boven de signaleringsgrenzen van de rijksoverheid blijven (Commissie Don ondergrens: 20%). De reservepositie van de gefuseerde instelling als geheel zal toenemen. Beide organisaties zijn financieel goed gezond. De reservepositie van Schooltij vanuit de jaarrekening 2020 lijkt relatief hoger te zijn dan die van Kopwerk. Dit wordt o.a. veroorzaakt doordat Schooltij een kleine scholenorganisatie is met een relatief hoger risicoprofiel. Door dit hogere risicoprofiel is bewust een hoger weerstandsvermogen aangehouden. Voor de Schooltij-scholen in de buitendorpen zijn middelen aangehouden om een duurzame upgrade met co-financiering vanuit de gemeente Texel mogelijk te maken. Kopwerk substantieel kosten heeft gedragen voor Schooltij en niet alles consequent heeft doorberekend.
Dit omdat de beide scholenorganisaties al vanaf 2016 als 1 organisatie werken en functioneren. Ter illustratie de ‘gezonde’ kengetallen Schooltij en Kopwerk naast elkaar. Tabel: De kengetallen publieke middelen van Schooltij n.a.v de jaarrekening 2020
Tabel: De kengetallen publieke middelen van Kopwerk n.a.v de jaarrekening 2020
10
Bijlage 4 De vraag: de wijze van inrichting van de GMR na fusie (beïnvloedingsmogelijkheden vanuit de Texelse scholen). Het antwoord: De regio Texel krijgt een eigen Groeps-GMR:
Het medezeggenschapsstatuut Het statuut wordt als volgt gewijzigd met ingang van 1 januari 2022: Artikel 3
Omvang en samenstelling medezeggenschapsorganen
Samenstelling GMR 1. De raad bestaat uit 8 leden, zijnde gemeenschappelijke vertegenwoordigers van 4 clusters van scholen, die op grond van de volgende verdeling door en uit (delen van) de medezeggenschapsraden van de scholen worden gekozen: -
2 leden van cluster I (de scholen op Texel (7)), te weten 1 lid uit het personeelsdeel en 1 lid uit het ouderdeel;
-
2 leden van cluster II (de scholen in de stad Den Helder (5) en in Julianadorp(2)), te weten 1 lid uit het personeelsdeel en 1 lid uit het ouderdeel;
-
2 leden van cluster III (de scholen in de gemeenten Hollands Kroon (4) en in Schagen (2)) te weten 1 lid uit het personeelsdeel en 1 lid uit het ouderdeel;
-
2 leden van cluster IV (de scholen in de gemeenten Enkhuizen (1), Medemblik (4) en Stedebroec (1)), te weten 1 lid uit het personeelsdeel en 1 lid uit het ouderdeel;
2. De aantallen leden, gekozen uit het personeel onderscheidenlijk uit de ouders, bedragen elk de helft van het aantal leden van de raad. 3. De raad heeft de mogelijkheid, aanvullend op lid 1 en 2, om te voorzien in de aanstelling van een onafhankelijk ambtelijk secretaris, die niet uit één van de medezeggenschapsraden komt. Deze fungeert ook als adviseur van de raad maar heeft geen stemrecht. Samenstelling MR De medezeggenschapsraden van de scholen hebben tenminste 4 stemgerechtigde leden zodanig dat: -
de helft van de leden door en uit het personeel worden gekozen;
-
de helft van de leden door en uit de ouders worden gekozen.
Samenstelling Groepsmedezeggenschapsraad op Texel 1. Op verzoek van de GMR en met instemming van het bevoegd gezag is met instemming van twee derde van de leden van de GMR een groepsmedezeggenschapsraad verbonden aan cluster I, te weten de scholen op Texel. 2. De groepsmedezeggenschapsraad treedt in de bevoegdheden van de GMR voor zover die bevoegdheden betrekking hebben op de meerderheid van de scholen op Texel en deze aangelegenheden geen betrekking hebben op de meerderheid van de scholen van stichting Kopwerk. 3. Het groepsmedezeggenschapsraadreglement is identiek aan het vigerende GMR reglement van stichting Kopwerk.
11
4. De groepsmedezeggenschapsraad bestaat uit 4 leden die op grond van de volgende verdeling door en uit (delen van) de medezeggenschapsraden van de scholen van cluster I worden gekozen: -
2 leden uit het personeelsdeel en 2 leden uit het ouderdeel.
-
De groepsmedezeggenschapsraad kiest uit haar uit haar midden 2 leden die namens cluster I toetreden tot de GMR, te weten 1 lid uit het personeelsdeel en 1 lid uit het ouderdeel;
De groepsmedezeggenschapsraad treedt in werking op 1 januari 2022.
12
Bijlage 5
De vraag: Wat is de voorgestelde besturingsfilosofie (ruimte voor eigen keuzes op schoolniveau, bijvoorbeeld blijkend uit een managementstatuut); Het antwoord: Vanaf 2016 werken de Kopwerk en Schooltij scholen met dezelfde besturingsfilosofie: ‘Lokaal wat kan, centraal wat wint’. De schoolleiders van Kopwerk en Schooltij scholen zijn integraal verantwoordelijk (dus niet alleen onderwijsinhoudelijk maar ook financieel en personeel). Vanaf 2020 zijn Kopwerk en Schooltij vanuit haar strategische beleid bezig om dit lokale maatwerk verder te versterken waarbij de vier regio’s (clusters van scholen) aanvullende bevoegdheden hebben gekregen. Hierdoor kunnen in de Kopwerk-regio ‘op Texel’ alle Kopwerk (2) en Schooltij (5) nog intensiever samenwerken, elkaars expertise delen, en een gezamenlijk directieteam vormen en wisselen onderling medewerkers uit. De lokale (en centrale) bevoegdheden zijn vastgelegd in een managementstatuut.
13
MANAGEMENTSTATUUT
Vastgesteld door College van Bestuur d.d. …..
14
Inhoud MANAGEMENTSTATUUT........................................................................................................................................ 16 Artikel 1 Definities ............................................................................................................................................. 16 Artikel 2 Taken en bevoegdheden van het bestuur .......................................................................................... 18 Artikel 3 Taken en bevoegdheden directeur ...................................................................................................... 19 Artikel 4 Taken en bevoegdheden stafdisciplines .............................................................................................. 20 Artikel 5 Verantwoording individueel ................................................................................................................ 20 Artikel 6 Verantwoording school ....................................................................................................................... 20 Artikel 7 Schorsing en vernietiging van besluiten .............................................................................................. 21 Artikel 8 Verbindingsteam..................................................................................................................................
21 Artikel 9 Regio Overleg ....................................................................................................................................... 21 Artikel 10 Portefeuillehoudersoverleg ............................................................................................................... 21 Artikel 11 Vaststelling en wijziging van het Managementstatuut...................................................................... 22 Artikel 12 Slotbepalingen ................................................................................................................................... 22 Toelichting .............................................................................................................................................................. 23 Achtergrondinformatie .......................................................................................................................................... 24
15
MANAGEMENTSTATUUT • •
Kopwerk, Stichting voor Protestants Christelijk en/of Algemeen Bijzonder en openbaar Primair Onderwijs in Noord-Holland Stichting Montessorischool Enkhuizen
Het College van Bestuur van de stichting Kopwerk en stichting Montessorischool, besluit, met inachtneming van de statuten van de stichting Kopwerk en artikel 31 van de Wet Primair Onderwijs, het navolgende Managementstatuut vastte stellen,
Artikel 1 Definities In dit managementstatuut wordt verstaan onder: Raad van Toezicht: College van Bestuur:
De Raad van Toezicht van de stichting als bedoeld in artikel 10 van de statuten (hierna RvT). Het bestuur van de stichting als bedoeld in artikel 7 van de statuten (hierna CvB).
Directeuren:
De directeuren als bedoeld in artikel 29, lid 1 van de Wet Primair Onderwijs, die belast zijn met de leiding van één of meerdere onder de stichting ressorterende basisscholen.
Tandem:
Dit is de combinatie van directeur en interne begeleider van een school.
Regio:
Groepen van scholen met een grote mate van autonomie binnen de stichting. De directies nemen verantwoordelijkheid voor elkaars scholen in de betreffende regio, werken samen en spelen in op lokale ontwikkelingen. Er zijn vier regio’s: Regio Texel, Den Helder, Schagen-Hollands Kroon en West Friesland.
Kwaliteitsteam:
Op het moment dat de interne begeleiders samen met de directies (de zogenaamde tandems) van de betreffende regio's overleggen spreken we over kwaliteitsteams. In de kwaliteitsteams ondersteunen de scholen elkaar om het gebied van de opbrengsten, schoolplannen, passend onderwijs e.d.
Verbindingsteam:
Het doel van het Verbindingsteam (hierna VT) is om de lijnen tussen de verschillende regio’s kort te houden en zo snel in te kunnen spelen op ontwikkelingen. Het VT bestaat uit het CvB (in de rol van deelnemer), de directeuren vanuit de vier regio's en drie stafleden (Personeel & Organisatie, Financiën en Kwaliteit & Inhoud). In het VT worden de operationele en strategische onderwerpen besproken en ter besluitvorming voorgelegd aan het CvB.
Themagroep:
Voor vraagstukken van strategische aard en of relevante onderwerpen die nadere uitwerking en/of voorbereiding vergen kan het VT een ad hoc themagroep in stellen. Deze themagroep krijgt een heldere opdracht met duidelijke kaders. Gestreefd wordt om alle directeuren een evenredige bijdrage te leveren aan de diverse themagroepen. De samenstelling van de themagroep (directeuren, IB-ers, I-coach, staf enz.) vraagt maatwerk, 16
afhankelijk van de specifiek benodigde expertise en aanwezige talenten. Stafdisciplines:
De afdelingen Personeel & Organisatie, Financiën & Beheer, Kwaliteit & Inhoud, Bestuurssecretariaat, die faciliterend zijn aan het bestuur, beleid, de regio’s en de scholen.
Portefeuillehouders overleg
Bovenschools worden Portefeuillehouders- overleggen met de stafdisciplines gevoerd (hierna: PHO). De onderwerpen zijn vaak operationeel en of vakinhoudelijk. Hier kunnen ook onderwerpen besproken worden die vanuit de regio's naar voren komen (verbinding stafdisciplines - regio's).
Portefeuillehouder
Lid van het CvB. Het gaat om de volgende portefeuilles: Personeel & Organisatie, Financiën & Beheer (waaronder huisvesting) en Kwaliteit & Inhoud. De portefeuillehouder (zijnde een van de leden van het CvB) kan ambtshalve bestuursbesluiten nemen en achteraf verantwoorden aan het CvB.
Beleid Besluitvorming Kopwerk
Procesbeschrijving routing besluitvorming binnen Kopwerk (bijlage bij dit managementstatuut.
GMR:
De Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de Wet Medezeggenschap op Scholen (WMS), ter waarborging van de medezeggenschap op bovenschools niveau.
Organogram - schematisch
17
Artikel 2 Taken en bevoegdheden van het bestuur 1 Het College van Bestuur is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in standgehouden scholen, met uitzondering van die taken en bevoegdheden die op grond van deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend. 2 Het College van Bestuur is verantwoordelijkheid voor de eenheid van het totale beleid en schept op bestuursniveau waarborgen ter bescherming en bevordering van de identiteit van de stichting en van de onder de stichting ressorterende scholen. 3 Het College van Bestuur; a. benoemt, schorst en ontslaat het onderwijsgevend personeel en het onderwijsondersteunend personeel. Alvorens tot benoeming van een personeelslid over te gaan dient het College van Bestuur zich ervan te overtuigen dat doel en grondslag door betrokkene worden gerespecteerd en hij/zij loyaal zal meewerken aan de realisering van de doelstellingen zoals die in het schoolplan zijn omschreven, waaronder die ten aanzien van de identiteit. b. benoemt, schorst en ontslaat de directie. Alvorens tot benoeming van een directielid over te gaan dient het College van Bestuur zich ervan te overtuigen dat doel en grondslag door betrokkene worden onderschreven en hij/zij loyaal zal meewerken aan de realisering van de doelstellingen zoals die in het schoolplan zijn omschreven, waaronder die ten aanzien van de identiteit.
4 Het College van Bestuur kan bepaalde (bestuurs)taken opdragen aan het management van de scholen, welke worden vastgelegd in het managementstatuut. 5 Het College van Bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen. 6 Het College van Bestuur is, mits met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor de schuld van een derde verbindt. 7 Het College van Bestuur heeft voorts de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. overdracht (van een deel) van de school, juridische fusie, splitsing of ontbinding van de stichting; b. het aangaan van financiële verplichtingen; en samenwerkingsovereenkomsten die niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang een bedrag van eenhonderdduizend euro (€ 100.000,00) overschrijdt; c. het aangaan van geldleningen die niet in de begroting of de jaarrekening zijn opgenomen; d. beëindiging van de arbeidsovereenkomst van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdsbestek van de stichting; e.
ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; f. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen; en 18
h. belangrijke wijzigingen in het onderwijsaanbod van de stichting respectievelijk van de onder de stichting ressorterende scholen.
Artikel 3 Taken en bevoegdheden directeur De directeur heeft met inachtneming van de wet, de beleidsmatige en financiële uitgangspunten en de procedures en regelingen die door het College van Bestuur zijn vastgesteld, de volgende taken enbevoegdheden. De directeur: a. geeft integraal leiding aan de school en de schoolontwikkeling en is belast met de uitwerking en implementatie van het stichtingsbeleid (strategisch beleid) op schoolniveau. b. stelt ter realisering van het beleid op schoolniveau een schoolplan op. c. is verantwoordelijk voor de bewaking van de (levensbeschouwelijke) identiteit van de school. d. geeft mede vorm en inhoud aan de (levensbeschouwelijke) aspecten van de school, een en ander in overeenstemming met de grondslag zoals geformuleerd in de statuten. e. is daarnaast verantwoordelijk, op basis van de visie en koers op stichtingsniveau, voor de ontwikkeling van de eigen, schoolspecifieke identiteit. f.
draagt zorg voor de ontwikkeling en uitvoering van het onderwijsconcept en het onderwijskundig beleid binnen de op stichtingsniveau vastgestelde kaders.
g. is belast met de zorg voor de schoolorganisatie en verantwoordelijk voor de keuze van het leerstofaanbod, de kwaliteit van het onderwijs en de begeleiding van zorgleerlingen. h. Is belast met (sociale- en arbo-) veiligheid op de school i.
voert namens het College medezeggenschapsraad (MR)
van
Bestuur
het
overleg
met
de
j.
kan het College van Bestuur voorstellen een leerling te schorsen en een procedure tot verwijdering te starten.
k. is verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid binnen de op stichtingsniveau vastgestelde kaders en beleid. l.
stelt jaarlijks in samenwerking met het Personeel & Organisatie de benodigde kwalitatieve en kwantitatieve formatie op.
m. voert de gesprekkencyclus (w.o. ontwikkelgesprekken, functionerings- en beoordelingsgesprekken, verzuimbegeleiding) met het personeel van de school conform de op stichtingsniveau gemaakte afspraken. n. geeft uitvoering aan en is verantwoordelijk voor het scholingsbeleid binnen het op stichtingsniveau daarover geformuleerde beleid. o. is verantwoordelijk op schoolniveau voor de uitvoering van het taakbeleid en het arbeidsomstandigheden beleid binnen het op stichtingsniveau vastgestelde beleid. p. draagt zorg voor de schoolbegroting waarbij hij wordt ondersteund vanuit het 19
Financiën & Beheer. q. is bevoegd uitgaven te doen tot het beloop van de bedragen van de door het College van Bestuur vastgestelde begroting. r.
is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer en onderhoud van het schoolgebouw.
s. draagt zorg voor het opstellen en vaststellen van de schoolgids binnen de op stichtingsniveau vastgestelde beleidskaders. t.
draagt zorg voor het organiseren ouderparticipatie op schoolniveau.
van
ouderbetrokkenheid
en
u. De directeur is verantwoordelijk voor de PR van de school en is namens de school de woordvoerder naar de media met uitzondering van crisissituaties. In dat geval is het CvB woordvoerder danwel wijst het CvB een woordvoerder aan. v. draagt er zorg voor dat de ouders/verzorgers regelmatig op de hoogte worden gesteld van de ontwikkelingen op school en van de vorderingen van de leerlingen.
Artikel 4 Taken en bevoegdheden stafdisciplines 1. Elke stafdiscipline heeft een afdelingshoofd (of een verantwoordelijk aanspreekpunt). De afdelingshoofden zijn vertegenwoordigt in het VT. 2. Een afdelingshoofd is belast met de zorg en de kwaliteit van het primaire proces op de betreffende afdeling. 3. Een afdelingshoofd geeft leiding aan het personeel van de afdeling en draagt er zorg voor dat met de individuele personeelsleden de gesprekken binnen de gesprekkencyclus worden gevoerd (w.o. ontwikkelgesprekken). 4. Een afdelingshoofd heeft de bevoegdheid om vanuit de verantwoordelijke discipline aanwijzingen te geven aan directeuren.
Artikel 5 Verantwoording individueel 5. De directeur is, onverminderd hetgeen voortvloeit uit de individuele arbeidsovereenkomst, (proactief) verantwoording verschuldigd aan het College van Bestuur over de wijze waarop de directie haar taken en bevoegdheden uitoefent. 6. Het afdelingshoofd is, onverminderd hetgeen voortvloeit uit de individuele arbeidsovereenkomst, (proactief) verantwoording verschuldigd aan het College van Bestuur over de wijze waarop het zijn taken en bevoegdheden uitoefent.
Artikel 6 Verantwoording school 7. De directeur legt aan het College van Bestuur, overeenkomstig de door het College van Bestuur vastgestelde richtlijnen, verantwoording af over het verloop en de resultaten van hetgevoerde beleid van de school. De directeur informeert het College van Bestuur ten aanzien van alle voor het College van Bestuur relevant te achten aangelegenheden die zich tussentijds voordoen. 8. Het afdelingshoofd legt in het PHO met het betreffende lid van het CvB, overeenkomstig 20
de door het College van Bestuur vastgestelde richtlijnen, verantwoording af over het verloop ende resultaten van het gevoerde beleid van de afdeling. Het afdelingshoofd informeert het CvB ten aanzien van alle voor het CvB relevant te achten aangelegenheden die zich tussentijds voordoen.
Artikel 7 Schorsing en vernietiging van besluiten 1. Het College van Bestuur kan een besluit en/of maatregel van de schooldirecteur dat in strijd is met enig geldende regel en/of wegens mogelijke schade aan de belangen van de stichting bij gemotiveerd besluit geheel of gedeeltelijk vernietigen. 2. Het College van Bestuur kan een besluit of maatregel van de schooldirecteur schorsen, indien het besluit of de maatregel naar zijn oordeel voor vernietiging in aanmerking komt. Indien het College van Bestuur niet binnen twee weken, vanaf de dag dat de schorsing is ingegaan, tot vernietiging overgaat vervalt de schorsing. OVERLEGSTRUCTUUR Artikel 8 Verbindingsteam 1. Het VT is medeverantwoordelijk voor het initiëren, ontwikkelen en voorbereiden van het beleid op stichtingsniveau en kan daarbij gebruik maken van (ad hoc) themagroepen. 2. Het VT vergadert volgens een vooraf in overleg met het CvB vastgestelde jaarplanner. 3. Het VT neemt besluiten. Deze besluiten worden ter advies voorgelegd aan het CvB. 4. Bestuursbesluiten worden vastgelegd in de bestuursbesluitenlijst. Indien van toepassing aan de GMR en of de RvT om advies / instemming en of goedkeuring gevraagd. Of Artikel 9 Regio Overleg 1. Per regio komen de directeuren in vergadering bijeen in teneinde: a. onderwerpen te bespreken die alle scholen van de regio betreffen en te zorgen voor onderlinge afstemming; b.
in te kunnen spelen op lokale ontwikkelingen c. geïnformeerd te worden over beleidsontwikkelingen vanuit het VT; d. signalen af te geven; e. te werken aan kwaliteitsontwikkeling als kwaliteitsteam samen met de interne f.
begeleiders.
g. verantwoordelijkheid voor elkaars scholen te nemen als het gaat om continuïteit van h. directievoering en kwaliteitsbeleid. 2. Het College van Bestuur benoemt per regio een van de directeuren tot regio-voorzitter.
Artikel 10 Portefeuillehoudersoverleg Bovenschools worden Portefeuillehouders- overleggen met de stafdisciplines gevoerd (hierna: PHO). Dit is een overleg tussen de stafdisciplines en het CvB. Dit kan per portefeuille besproken 21
als gezamenlijk afhankelijk van het onderwerp (multidisciplinair). De onderwerpen zijn vaak operationeel en of vakinhoudelijk. Hier kunnen ook onderwerpen besproken worden die vanuit de regio's naar voren komen (verbinding stafdisciplines - regio's). Zie verder document ‘Beleid Besluitvorming Kopwerk’.
Artikel 11 Vaststelling en wijziging van het Managementstatuut Het College van Bestuur stelt het VT en de GMR in de gelegenheid advies uit te brengen over de vaststelling en iedere wijziging van het managementstatuut.
Artikel 12 Slotbepalingen 1. Een tussentijdse wijziging van het managementstatuut dan wel de verlenging treedt in werking op de dag volgend op de dag waarop het College van Bestuur tot wijziging of verlenging heeft besloten. 2. In gevallen waarin dit managementstatuut niet voorziet, beslist het College van Bestuur.
22
Toelichting De Wet op het Primair Onderwijs (WPO) bepaalt dat bijzondere scholen onder het bestuur staan van “een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich het geven van onderwijs in de zin van de WPO ten doel stelt, zonder daarbij het maken van winst te beogen”. Bij Kopwerk en de Montessori is de rechtspersoon een stichting. Het College van Bestuur is het bevoegd gezag als bedoeld in de WPO. Het bevoegd gezag kan besluiten dat bepaalde wettelijke taken en bevoegdheden die op grond van de WPO aan het bestuurtoekomen, in naam van het bestuur door een gemandateerd functionaris kunnen worden uitgeoefend. Artikel 31 van de WPO geeft aan dat de overdracht van taken en bevoegdheden (=mandaat) in een managementstatuut moeten worden neergelegd. Het managementstatuut bevat ten minste een regeling betreffende de bevoegdheden van de directeur. Het bevoegd gezag kan daarbij instructies geven over hoe de taken en bevoegdheden moeten worden ingevuld. Mandaat betekent dat de taken en bevoegdheden uit naam van het bevoegd gezag worden uitgeoefend. Het bevoegd gezag kan het besluit van of het mandaat aan een schooldirecteur of bovenschools management intrekken en indien nodig daarvoor een ander besluit nemen. In onze bedrijfsvoering is het uitgangspunt dat zaken binnen Kopwerk altijd dáár belegd worden, waar dit het meest effectief en efficiënt is.
Waar mogelijk is dat zo dicht mogelijk bij de plaats waar het onderwijs wordt gegeven (decentraal), maar wanneer nodig wordt dit juist centraal gedaan. Daarbij wordt bij de inzet van middelen en activiteiten zo veel mogelijk een beroep gedaan op het beleidsvoerend vermogen van directeuren. De speelruimte van de schooldirecties en afdelingshoofden om keuzes te maken in de zaken die zij willen regelen en leiden is niet onbegrensd. Het bestuurlijk gekozen beleid wordt bepaald door kaders zoals: • • • • • • •
Een goede bedrijfsvoering (zoals efficiëntie, adequaat personeelsbeleid, veilig gegevensbeheer en ‘zwarte cijfers’) De criteria voor goed onderwijs; Interne solidariteit (bijspringen waar dat nodig is): Een veilige en open cultuur; School-specifieke omstandigheden (wijk, buurt, populatie, concurrentie, krimp/groei, personeelssamenstelling, huisvesting, historie en denominatie); Bestuurlijke regels van de stichting; Overheden (middelen en regulering).
De schooldirecteur is, binnen de bovengenoemde kaders, integraal verantwoordelijk voor het beleid van zijn of haar school. De schooldirecteur wordt ondersteund door de stafdisciplines als het gaat om specifieke professionaliteit. Door weloverwogen gebruik te maken van de ter beschikking staande middelen en ondersteuning, zijn schooldirecties en stafdisciplines in staat om te reageren op actuele stichting-, school- en leerling-specifieke omstandigheden maar ook om keuzes te maken met betrekking tot een meerjarig perspectief. Dit noemen wij het beleidsvoerende vermogen.
23
Achtergrondinformatie Wet Primair Onderwijs Artikel 30a Overdracht taken en bevoegdheden 1. Het bestuur kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen taken en bevoegdheden overdragen aan de directeur van de school of indien toepassing is gegeven aan artikel 29, vijfde lid, het in dat artikellid bedoelde personeel voor zover dat is belast met managementtaken met betrekking tot de scholen en de scholen, bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. De directeur van de school of indien toepassing is gegeven aan artikel 29, vijfde lid, het in dat artikellid bedoelde personeel voor zover dat is belast met managementtaken met betrekking totde scholen en de scholen, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, kan hem bij wettelijk voorschrift opgedragen, of door het bevoegd gezag overgedragen, taken en bevoegdheden overdragen aan de adjunct-directeur. Artikel 31. Vaststelling managementstatuut 1. Het bevoegd gezag stelt na overleg met de directeur en indien toepassing is gegeven aan artikel29, vijfde lid, met het in dat artikellid bedoelde personeel voor zover dat is belast met managementtaken met betrekking tot de scholen en de scholen, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, een managementstatuut vast.
In het managementstatuut is ten minste een regeling opgenomen betreffende de bevoegdheden van de directeur en indien toepassing is gegeven aan artikel 29, vijfde lid, tevens van de bevoegdheden van het in dat artikellid bedoelde personeel voor zover dat is belast met managementtaken met betrekking tot de scholen en de scholen, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, met betrekking tot de toedeling, bestemming en aanwending van de bekostiging. 2. Het managementstatuut bevat tevens de aanduiding van de andere aan het bevoegd gezag bij wettelijk voorschrift toegekende taken en bevoegdheden waarvan het bevoegd gezag heeft bepaald dat de directeur van de school of indien toepassing is gegeven aan artikel 29, vijfde lid, het in dat artikellid bedoelde personeel voor zover dat is belast met managementtaken met betrekking tot de scholen en de scholen, bedoeld in de Wet op de expertisecentra deze in naam van het bevoegd gezag kan uitoefenen. Het managementstatuut bevat voorts instructies ten aanzien van deze taken en bevoegdheden. 3. In het managementstatuut worden tevens vastgelegd: a.
de taken en bevoegdheden die het bestuur overdraagt aan de directeur van de school of indien toepassing is gegeven aan artikel 29, vijfde lid, het in dat artikellid bedoelde personeelvoor zover dat is belast met managementtaken met betrekking tot de scholen en de scholen, bedoeld in de Wet op de expertisecentra, indien toepassing is gegeven aan artikel 30a, eerstelid; b. de taken en bevoegdheden die het bestuur, de directeur van de school of indien toepassing is gegeven aan artikel 29, vijfde lid, het in dat artikellid
24
bedoelde personeel voor zover dat is belast met managementtaken met betrekking tot de scholen en de scholen, bedoeld in de Wet op de expertisecentra overdraagt aan de adjunct-directeur, indien toepassing isgegeven aan artikel 30a, tweede lid; en c. de richtlijnen voor de uitoefening van de overgedragen taken en bevoegdheden. 4. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat een exemplaar van het managementstatuut in het gebouw van de school ter inzage beschikbaar is op een voor eenieder toegankelijke plaats. Het bevoegd gezag zendt een exemplaar van het managementstatuut, alsmede elke wijziging daarvan, zo spoedig mogelijk na de vaststelling ter kennisneming aan de inspectie.
25