CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6. 2022-54 Notitie beschermde soorten bij planlocatie Oosterend - geanonimiseerd

Raadsvergadering 14 december 2022, gemeente TexelBij agendapunt: 1e aanvulling Nota van Zienswijzen BP Oosterend - Cor Bremerstraat/Bijenkorfweg2.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie beschermde soorten in de omgeving

Ruimtelijke ontwikkeling ten behoeve van woningbouw achter de Cor Bremerstraat te Oosterend Texel

Rapport 2022-54

2 Notitie beschermde soorten in de omgeving Ruimtelijke ontwikkeling ten behoeve van woningbouw achter de Cor Bremerstraat te Oosterend Texel Het voorkomen van beschermde soorten in de directe omgeving van de planlocatie

Uitvoerder:

Noordkop Groen Den Helder Email: Info@Noordkopgroen.nl

Opsteller: Paraaf:

Project:

Ruimtelijke ontwikkeling ten behoeve van woningbouw achter de Cor Bremerstraat te Oosterend Texel

Rapport:

2022-54

Status:

Eindrapportage

Datum:

5 december 2022

Opdrachtgever:

Gemeente Texel

Contactpersoon:

Rapport 2022-54

3 INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING

4

2.

DE NOORDSE WOELMUIS 2.1 Bestaande gegevens 2.2 Staat van instandhouding 2.3 Resultaten uitgevoerd onderzoek op de planlocatie 2.4 Geschiktheid aangrenzend perceel 2.5 Geschiktheid verdere omgeving

5 6 7 8 8 9

3.

RANSUIL

10

4.

AANPASSING INRICHTINGSPLAN

12

5.

BIJLAGE GERAADPLEEGDE BRONNEN

14

Rapport 2022-54

4 1.

INLEIDING

De gemeente Texel heeft Noordkop Groen gevraagd een notitie op te stellen naar het mogelijke effect van de nieuwbouwplannen op het voorkomen van beschermde soorten in de omgeving. De notitie is opgesteld vanwege de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ten behoeve van woningbouw in Oosterend. De planlocatie is gelegen achter de Cor Bremerstraat en aan de Bijenkorfweg te Oosterend. Deze notitie is gericht op het voorkomen van de noordse woelmuis in het gebied ten noorden van het plangebied en het voorkomen van de ransuil zowel als broedvogel als ook met een vaste slaapplaats in de winter (roestplaats) in de nabijheid van de planlocatie. De notitie kan gezien worden als een vervolg van het eerder uitgevoerde onderzoek; 2022-04 Nader onderzoek noordse woelmuis locatie Oosterend (Noordkop Groen) en 2022-29 Nader onderzoek bouwlocatie Oosterend (Noordkop Groen). Onderzoeksvragen Het onderzoek heeft tot doel om antwoorden te geven op de volgende vragen: 1. Wat is het actuele voorkomen van de noordse woelmuis in de omgeving van de planlocatie? 2. Hoe is verstoring van de noordse woelmuis te voorkomen, zowel in de aanlegfase als in de gebruiksfase? 3. Waar foerageren de ransuilen, en is er een effect te verwachten door de nieuwbouw, zowel in de bouwfase als in de gebruiksfase

Figuur 1. Ligging planlocatie Oosterend

Rapport 2022-54

5 2.

NOORDSE WOELMUIS

De noordse woelmuis is een grote woelmuis met een brede kop en een relatief lange staart. De noordse woelmuis is een forse woelmuis met een kop-romplengte tot 16 cm en een gewicht tot circa 65 g. Kenmerkend is de relatief lange staart, die bij volwassen dieren ruim een derde van de kop-romplengte bedraagt. De rugvacht is lang, glanzend en donkerbruin, de buikvacht grijzig wit; lichter gekleurde exemplaren komen soms voor. De oren zijn grotendeels verscholen in de vacht. De noordse woelmuis leeft in hoge vegetaties met vooral grasachtige planten. In gebieden waar andere woelmuizen voorkomen, leeft de soort veel in natte terreinen, zoals rietland, moeras, zeer extensief gebruikte weilanden, drassige hooilanden, vochtige duinvalleien en periodiek overstroomde terreinen. Doordat de noordse woelmuis geen watervrees heeft, kan hij goed eilandjes bereiken, waar hij dan vaak als enige woelmuis voorkomt. Er moet variatie in de vegetatie aanwezig zijn zoals diverse kruiden, overgangszones tussen land en water met riet, aanwezigheid van bepaalde soorten zeggen en in natte gebieden moeten drogere delen aanwezig zijn. Ook op Texel komt de aardmuis als concurrent tegenwoordig voor en zorgt voor een extra bedreiging van de soort, vooral in de drogere gebieden. Noordse woelmuizen mijden door struiken en bomen gedomineerde begroeiingen.

Figuur 2. Noordse woelmuis, Foto R. Witte, Bureau Endemica

Rapport 2022-54

6 2.1 Bestaande gegevens De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van planten- en diersoorten. Er zijn ruim 100 miljoen waarnemingen in de NDFF opgeslagen. Uit de Nationale Databank Flora en Fauna komen de volgende gevalideerde gegevens naar voren voor de omgeving van de planlocatie. De database is geraadpleegd op 30 november 2022.

Figuur 3. Waarnemingen van noordse woelmuizen in de NDFF binnen ca. 5 km2 Tabel 1. Gegevens uit de NDFF Datum 1-9-1995 18-9-1995 25-9-1995 25-9-1995 1-9-2008 1-1-2011 18-11-2011 1-1-2012 1-11-2012 12-11-2012 12-12-2012 18-12-2012 16-6-2013 13-8-2013 24-7-2014 10-5-2015 9-4-2016 1-1-2018 5-2-2018 1-10-2018

Aantal 1 20 33 7 3 10 1 11 31 4 14 29 43 2 1 1 1 10 1 21

Rapport 2022-54

Protocol 17.000 Losse waarnemingen van zoogdieren 17.001 Inventarisatie muizen met inloopvallen 17.001 Inventarisatie muizen met inloopvallen 17.001 Inventarisatie muizen met inloopvallen 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.001 Inventarisatie muizen met inloopvallen 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.001 Inventarisatie muizen met inloopvallen 101.000 Losse waarnemingen van Waarneming.nl 101.000 Losse waarnemingen van Waarneming.nl 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek

7 1-10-2018 1-1-2019 1-4-2019 1-1-2020 1-1-2020 1-4-2020 11-6-2020 1-2-2021 10-8-2021 1-3-2022

38 6 5 9 6 14 23 6 1 7

17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 17.002 Braakbalonderzoek 101.000 Losse waarnemingen van Waarneming.nl 17.002 Braakbalonderzoek

Vrijwel alle waarnemingen in de directe omgeving van de planlocatie betreffen de resten van noordse woelmuizen die gevonden zijn in braakballen van ransuilen, deels van kerkuilen. De waarneming aan de Bijenkorfweg betreft een losse waarneming van een noordse woelmuis van 10 mei 2015. In 2009 is er al eerder onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten op een ruimere locatie dan de huidige planlocatie. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat op twee raaien noordse woelmuizen zijn aangetoond. De toen gehanteerde methode was het vangen met zg. Longworth inloopvallen. Op raai 5 is toen 1 noordse woelmuis gevangen, deze raai lag op de huidige planlocatie. De andere raai waarop noordse woelmuizen zijn gevangen lag in de uiterste westhoek van het terrein. Zie verder voor details: “Witte R.H. 2009. Onderzoek naar het voorkomen van (noordse woel)muizen rond Oosterend, Texel 2009 Belang van de planlocaties ‘De Verrassing’ en ‘De Akker’ voor voortbestaan noordse woelmuis. Rapport 2009.056 Zoogdiervereniging, Arnhem”.

2.2 Staat van instandhouding De staat van instandhouding van de noordse woelmuis wordt als zeer ongunstig beoordeeld, waarbij het verspreidingsgebied en het toekomstperspectief als zeer ongunstig zijn beoordeeld, het leefgebied als matig ongunstig en de populatie als gunstig.

Figuur 4. Trend in verspreiding noordse woelmuis 1995-2015

Rapport 2022-54

8 De Noordse woelmuis is sterk achteruitgegaan doordat zijn leefgebied verdween door intensive landbouw, verdroging en het verdwijnen van moerasgebiedjes en doordat andere woelmuissoorten zijn leefgebied koloniseren en hem wegconcurreren. In alle regio's is de verspreiding van de soort gekrompen en de resterende populaties zijn vaak geïsoleerd van elkaar. Sinds 1995 is er echter geen verdere krimp aantoonbaar in het aantal kilometerhokken waarin de soort voorkomt. De verspreiding van de noordse woelmuis in open natuurgebieden is als stabiel beoordeeld, zowel in de periode 1995-2016 als in 2007-2016. Texel is een van de belangrijkste bolwerken van de noordse woelmuis in Nederland. De noordse woelmuis kan op het gehele eiland vorkomen. De zoogdiervereniging heeft in recente jaren alle Natura 2000-gebieden op Texel onderzocht. De resultaten hiervan worden in de loop van 2022 verwacht. Dit onderzoek zal de stand van zaken in het kader van de instandhoudingsdoelstellingen op Texel actualiseren. Buiten de Natura-2000 gebieden is sinds 2006 geen breed onderzoek naar noordse woelmuizen uitgevoerd, wat resulteert in een hiaat in kennis van de actuele stand van zaken.

2.3 Resultaten uitgevoerd onderzoek op de planlocatie Er zijn in totaal 11 samples verzameld, verdeeld over 8 samples in het ruige middendeel van het terrein en 3 samples langs de rand van het gebied. Uit de eDNA analyse van Datura is gebleken dat alle 11 de samples geen DNA bevatten van noordse woelmuizen.

2.4 Geschiktheid aangrenzend perceel Het aangrenzende perceel bleek al voor een klein deel geschikt te zijn voor de noordse woelmuis sinds het uitgevoerde onderzoek in 2007. Opvallend genoeg werden toen op diverse raaien midden op het perceel geen noordse woelmuizen geconstateerd. Sindsdien is het perceel verder vernat en vindt er zeer extensieve begrazing plaats met een paar Schotse hooglanders.

Figuur 5. Beeld op het perceel met op het oog geschikt habitat voor noordse woelmuizen.

Rapport 2022-54

9 2.5 Geschiktheid verdere omgeving Bij een nader onderzoek in de omgeving is onderzocht in hoeverre de sloottaluds geschikt zijn voor noordse woelmuizen. Alleen sloottaluds die direct grenzen aan opgaande begroeiing is ongeschikt voor noordse woelmuizen. Hoewel het onderzoek niet heel erg uitgebreid was, zijn er toch in die taluds, zeker als deze grensde aan een tuunwal sporen gevonden van woelmuizen, waarbij het aannemelijk is dat dit noordse woelmuizen betreft.

Figuur 6. Sloottalud met tuunwal en aangetroffen sporen Hoewel de verhardingen van de Mulderstraat, Oosterenderweg, Genteweg en Koningweg wel gezien kunnen worden als barrière zijn de aangrenzende sloottaluds geschikt voor noordse woelmuizen wat ook blijkt uit de gevonden sporen (oranje stippen in figuur 7.)

Figuur 7. Potentieel habitat van het weiland en aansluitende sloottaluds. Conclusie Het weiland grenzend aan het plangebied voor de woningbouw is potentieel geschikt habitat voor de noordse woelmuis en heeft verbinding met geschikte sloottaluds waar sporen van waarschijnlijk noordse woelmuizen zijn aangetroffen.

Rapport 2022-54

10 3.

RANSUIL

De ransuil, 1 van de 6 voorkomende uilensoorten in Nederland staat op de Rode lijst als kwetsbaar. In Nederland betreft de broedpopulatie naar schatting 2100-3000 paren (2018-2020 en het aantal overwinterendfe exemplaren op 7000 – 12.000 (2013-2015) volgens Sovon. Op Texel broeden de laatste jaren 6-7 paren, met name in de Dennen en aan de randen van het duingebied. In 2021 was dit aantal opvallend hoog met 11 territoria. Het maximale aantal op een roestplaats was 8 exemplaren in januari nabij Oosterend. Ook bij de Krim was een roestplaats van 4 exemplaren. (Vogels op Texel, jaaroverzicht 2021). Het is aannemelijk dat er ook in of nabij Oosterend gebroed wordt gezien ook de waarneming van 12 juli 2021 van een jagend exemplaar in de straten van het dorp (eigen waarneming). Ransuilen hebben een foerageergebied van twee tot vijf vierkante kilometer. Vanaf de bekende roestplek is dit weergegeven in figuur 8 en 9. Zeker omdat het meermaals om meerdere exemplaren gaat die roesten nabij het plangebied is het gebruik tot vijf vierkante kilometer aannemelijk.

Figuur 8. Foerageerrange van overwinterende ransuilen in Oosterend van 2 km 2.

Rapport 2022-54

11

Figuur 9. Foerageerrange van overwinterende ransuilen in Oosterend van 5 km2. De analyse van de braakballen van de ransuilen van de roestplaats nabij het plangebied heeft een goed beeld van de prooidieren die voorkomen binnen een straal van 1,25 km. Hierbij is de noordse woelmuis meestal de meest aangetroffen soort, wat aangeeft dat in het potentiële foerageergebied van de ransuilen de soort veelvuldig aanwezig moet zijn. Conclusie Het plangebied van 0,75 hectare is maar een zeer klein onderdeel (0,15%) van het ca. 500 hectare grote foerageergebied van de overwinterende ransuilen. Ook het weiland met geschikt habitat voor noordse woelmuizen ter grootte van ca. 5 hectare is maar 1% van het potentiële foerageergebied van de ransuilen.

Rapport 2022-54

12 4. AANPASSING INRICHTINGSPLAN Historisch gezien lag er ongeveer aan de rand van het huidige plangebied een tuunwal. Deze lag iets zuidelijker en iets meer zuidwest gericht als de huidige noordzijde van de planlocatie. Zie figuur 10.

Figuur 10. Topografische kaart van 1985 met aanduiding van tuunwal. Door de aanleg van een tuunwal aan de noordzijde van het plangebied wordt een belangrijk cultuurhistorisch element van het oude Texel teruggebracht. Maar ook ecologisch is deze aanleg van belang. De tuunwal zal voor geschikt winterhabitat voor de noordse woelmuizen zorgen. Een groot deel van het weiland is hiervoor te nat. Op het gedeelte waar de tuunwal gepland is zal dit plaatsvinden bovenop de al geplande ophoging van het plangebied met ca. 60 cm. In het noordwestelijk deel is de ophoging al 1,20 meter waardoor hier direct een natuurlijk talud en dus potentiele winterhabitat voor noordse woelmuizen ontstaat. Een tuunwal is daardoor op die plek overbodig.

Figuur 11. Aanduiding van de tuunwal in bruin.

Rapport 2022-54

13 De oorspronkelijk geplande bomen aan de rand van het plangebied zouden schaduw veroorzaken op het weiland, en zoals bij de soortomschrijving is weergegeven houden noordse woelmuizen daar niet van. Wel dient er met zorgvuldig beheer voorkomen te worden dat de tuunwal overwoekerd wordt met stikstof minnende planten als bramen en brandnetels. Bijkomend voordeel van de aanleg van de tuunwal is dat deze ervoor zorgt dat het licht van autolampen van rondrijdende of parkerende auto’s niet over het weiland zal schijnen.

Noordkop Groen,

Rapport 2022-54

Den Helder, 5 december 2022

14 5. BIJLAGE GERAADPLEEGDE BRONNEN Noordse woelmuis https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-013-Kennisdocument-Noordse-woelmuis-1.0.pdf https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/subsidiestelsel-natuur-enlandschap/agrarisch-natuurbeheer-anlb/kennisbank/doelsoorten/noordse-woelmuis/ https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/noordse-woelmuis https://www.clo.nl/indicatoren/nl1604-svi-nederland https://www.clo.nl/indicatoren/nl1555-zoogdieren-van-de-habitatrichtlijnhttps://www.clo.nl/indicatoren/nl1586-trend-fauna-open-natuurgebieden https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/08/Gedragscode%20SW%20EIndconcept%2 020200709%20v1.0.pdf Witte R.H. 2009. Onderzoek naar het voorkomen van (noordse woel)muizen rond Oosterend, Texel 2009 Belang van de planlocaties ‘De Verrassing’ en ‘De Akker’ voor voortbestaan noordse woelmuis. Rapport 2009.056 Zoogdiervereniging, Arnhem”. Provinciaal beschermingsplan noordse woelmuis; provincie Zeeland; afstudeeronderzoek Elly Jacobusse, Aeres Hogeschool 2019. Ransuil https://stats.sovon.nl/stats/soort/7670 Willem van Maanen; Territorium- en nestkeuze bij de Ransuil; Limosa 65 (1992) Dick Schermer; voedselkeuze van de drie Texelse uilensoorten; Tussen Duin en Dijk 2013 (1). H. Houtman; Waarnemingen aan de Ransuil op roestplaats op Texel; Vogeljaar 60 (6) 2012

Rapport 2022-54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=6a70adf6-363a-4cb2-863b-11b208f6e962