BIJLAGE 4 Reactie college op advies KBG Nota van Ziensw parapluplan
Tekst van het document
Memo Aan Van Zaaknummer Onderwerp
Klankbordgroep Toerisme College van Burgemeester en Wethouders n.v.t.
Datum Telefoonnummer
25 januari 2024 n.v.t.
Uw advies over de contouren van het paraplu bestemmingsplan Verblijfsrecreatie Aan het college aangeboden op 23 December 2023.
Geachte voorzitter en leden van de Klankbordgroep Toerisme, Dank voor uw advies dat u in definitieve versie op 23 december aan portefeuillehouder Kieft heeft aangeboden. U reageert daarmee op ons verzoek op 20 November 2023 om advies uit te brengen over de concept Nota van Zienswijzen inclusief ambtelijke overwegingen. De aan u toelichtende presentatie en de aan u op dezelfde dag in vertrouwen overhandigde Nota van Zienswijzen vormde daarbij uw grondslag. Reactie −
Dank voor uw inbreng. Wij herkennen de zoektocht naar hoe de KBG op de meest effectieve en legitieme wijze inbreng kan hebben in de totstandkoming van toeristisch beleid, met respect voor de finale afweging van sectorale belangen versus algemeen belang die bij de Raad berust. Hierover blijven we met u in gesprek en in toekomstige situaties willen we aan de voorkant heldere procesafspraken maken. Ruimte voor overleg met uw achterban is onderdeel van de zoektocht.
−
Uw Advies bevat enkele instemmende adviezen, enkele contraire adviezen en diverse opmerkingen over uw inbreng als KBG in toekomstige situaties en met name in het 2e Uitvoeringsprogramma TTP.
−
Wij benoemen hier eerst de adviezen waarin u steun uitspreekt voor de voorgestelde keuzes:
−
a.
U ondersteunt op het gebied van logies met ontbijt de voorgestelde overgangsbepalingen voor bestaande situaties, waarbij u wel vraagt om de bepalingen zo mogelijk duidelijker te verwoorden. We zijn van mening dat dit in de definitieve versie van de Nota van Zienswijzen en het parapluplan is gebeurd.
b.
Rondom de criteria voor Kamperen bij de Boer onderschrijft de primaire eis dat het bestemmingstechnisch moet gaan om een agrarische bestemming waarbij de agrarische ondernemer zelf ter plekke woont en werkt.
c.
U ondersteunt het voorgestelde experiment bij groepsaccommodaties om gedurende 3 jaar te experimenteren met kampeermiddelen en hierover te rapporteren.
d.
U ondersteunt de argumentatie van het college rondom de uitvoering van het amendement over het einde van het omzettingsrecht en u ondersteunt het vervangende voorstel zoals door het college verwoord.
Waar u moeite mee heeft: a.
De secundaire eis over hoe vast te stellen dat je met een volwaardig agrarisch bedrijf hebt te maken. Hier wreekt zich de volgtijdelijkheid van een en ander: we hebben te maken met een vooraf ingeschat verdienvermogen op basis van Standaard Opbrengsten van de RVO versus achteraf gerealiseerd inkomen op basis van fiscale aangifte. En bij dit laatste zal een inkomen uit loondienstverband zich vaak lastig laten vergelijken met een ondernemersinkomen. Verdienvermogen op basis van SO kunnen we met het beschikbare instrumentarium redelijk objectief vooraf inschatten en daar zijn we bij een eerste aanvraag Kamperen bij de Boer op aangewezen. Uw advies om uit te gaan van gerealiseerd fiscaal inkomen en effectieve 1/2
tijdsbesteding kan slechts achteraf worden vastgesteld. Die realiteit, mits beschikbaar, kan als aanvullende toetsinformatie fungeren bij de verlengingsbeoordeling na 5 jaar. b.
U vraagt ruimte voor kamperen bij de boer, om net als recreatiebedrijven met de markt mee te kunnen bewegen. Concreet vraagt u 3 extra slaapplaatsen (1 kampeerplek) per bestaande vergunninghouder. U vraagt dus om ruimte in de sfeer van logiesvormen, ruimer dan tent, camper of caravan, en u wilt 1 kampeerplek extra. Onze overwegingen om dit nog niet te doen gezien de gespreken over de toekomst van het landelijk gebied inclusief verbrede landbouw, wilt u niet afwachten. Ons lijkt dit echter verstandig. Op zich begrijpen wij een relatieve uitzonderingspositie voor schapenboeren. U stelt voor om als minimum aantal ooien 250 aan te houden. Vooralsnog willen wij vasthouden aan de berekening met Standaard Opbrengsten om niet te veel uitzonderingen te hoeven maken.
c.
Voor Recreatie - Kampeerterreinen vraagt u meer mogelijkheden voor afwijkende vormen van unieke innovatieve kampeerervaringen. Het college is van mening dat het onderscheid met zowel kamperen bij de boer als met Recreatie – Verblijfsrecreatieve terreinen voldoende groot moet zijn. Het college raadt aan vernieuwende vormen van al toegestane kampeermiddelen en tenthuizen te onderzoeken zodat aan het doel tegemoet kan worden gekomen.
d.
De regelgeving met betrekking tot de vereiste landschappelijke inpassing bij Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen behoeft inderdaad verduidelijking. Die hebben wij in de Nota van Zienswijzen en het parapluplan verwerkt.
−
U schrijft ook over een behoefte om met elkaar in gesprek te blijven indien sprake is van intensivering van toeristische bedden met mogelijk negatieve effecten op de natuur. Vanzelfsprekend ondersteunen wij dat verzoek en vinden het belangrijk dat die effecten voldoende worden gemonitord.
−
Het voorkomen dat de handhaving op het gebied van toerisme en leefbaarheid tot onbedoelde en ongewenste praktijken leidt, ondersteunen wij van harte. Uw te geven advies als input voor het te ontwikkelen beleid op het terrein van Toerisme en Leefbaarheid nemen wij graag mee.
−
U adviseert, aanvullend op de regels van het Parapluplan, een vergunningstelsel in te voeren voor bestaande en voor nieuwe logies met ontbijt. U doet daarbij ook uitspraken over een gewenste parkeernorm en hoe de verstening van voortuintjes te voorkomen. Graag nemen wij deze input mee voor verdere uitwerking in het Raadsvoorstel 2e Uitvoeringsprogramma TTP, als vervolgstap bij pijler 5.
Nogmaals dank voor uw werk en het advies over de concept Nota van Zienswijzen. Het college kijkt uit naar de samenwerking in de toekomst. Met vriendelijke groet,
Rikus Kieft Portefeuillehouder Toerisme
2/2