Bijlage 3. Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Schapenboet
Figuur 1
29-08-2022
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 2 Huidige situatie en initiatief .................................................................................. 4 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 4 2.2 Voorgenomen initiatief ................................................................................................... 5 2.3 Beeldkwaliteit en ruimtelijke inpassing ........................................................................... 6 2.4 Verkeer en parkeren ........................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Beleidskader.......................................................................................................... 8 3.1 Rijksbeleid........................................................................................................................ 8 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................ 9 3.3 Gemeentelijk beleid.......................................................................................................
10 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten ............................................................................................ 11 4.1 Milieuzonering ............................................................................................................... 11 4.2 Wegverkeerslawaai ....................................................................................................... 11 4.3 Water ............................................................................................................................. 11 4.4 Bodemkwaliteit.............................................................................................................. 11 4.5 Cultuurhistorie ............................................................................................................... 12 4.6 Archeologie .................................................................................................................... 12 4.7 Ecologie ......................................................................................................................... 12 4.8 Externe veiligheid .......................................................................................................... 13 4.9 Luchtkwaliteit ................................................................................................................
14 4.10 Kabels en leidingen ...................................................................................................... 14 Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid ................................................................................................. 15 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 15 5.2 Economische/financiële uitvoerbaarheid ...................................................................... 15 5.3 Conclusie ....................................................................................................................... 15
2
Hoofdstuk 1 Inleiding Aan de Watermolenweg nabij Den Hoorn staat een vervallen schuur die in het verleden dienst heeft gedaan als veldschuur. De huidige eigenaar wil de schuur/het bouwval vervangen door een gebouw dat beter past in het landschapsbeeld. De schuur moet de vorm krijgen van een authentieke schapenboet, een bouwvorm die veel voorkomt op (het oude land van) Texel en in hoge mate het karakter van het eiland bepaald. Door een aanduiding is de schuur in het bestemmingsplan erkend qua functie (opslag) voldoet de schuur aan het bestemmingplan. De maatvoering wijkt evenwel af. De huidige schuur is 44 m2 en een schapenboet dient 78 m2 te zijn wil deze authentiek zijn. Figuur 2
Huidige situatie
3
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en initiatief 2.1 Huidige situatie
De locatie aan de Watermolenweg, op het perceel met kadastraal nummer182, ligt in de zogenaamde oude polders nabij Den Hoorn. Het betreft hier de rand van het oude land van Texel, onderdeel van de eerste inpolderingen op Texel, zo rond 1770. Het landschap is niet te vergelijken met nieuwere polders zoals de Prins Hendrikpolder en de Eierlandsepolder. Deze polders zijn weids, strak en grootschalig. De polders rond den Hoorn zijn minder weids en grootschalig. Het fijnmaziger landschap in de oudere polders wordt bepaald door diverse binnendijkjes en waterlopen met hier en daar een tuinwal, een stolpboerderij of een schapenboet. Figuur 4
Oude veldschuur
Huidige staat veldschuur Figuur 3
Locatie ten opzichte van de omgeving Figuur 4
4
2.2 Voorgenomen initiatief Het voorgenomen initiatief is om de vervallen schuur aan de Watermolenweg te slopen en hiervoor in de plaats, voor locatie zie figuur 4, passend in het landschap een schapenboet voor terug te bouwen. De vervallen schuur was een schuur lijkend op een schapenboet, maar met een verdieping erin en voldeed niet aan de afmetingen van een schapenboet. De nieuwe schuur zal wel uitgaan van alle originele kenmerken van een schapenboet, zie figuur 5, denk hierbij bijvoorbeeld aan de afmeting, de positionering in het landschap, met zijn kont in de wind, de opgaande gevel aan één zijde, die naar het noordoosten is gericht en de vierkants-constructie. Ontwerp nieuwe schapenboet Figuur 5
5
2.3 Beeldkwaliteit en ruimtelijke inpassing Met de beoogde ontwikkeling dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke inpassing, overeenkomstig de Texelse kernwaarden en de Texel Principes. De plannen hebben ruimtelijk een goede invloed op de omgeving van origine kwamen in deze polders aan de rand van het Oude Land ook schapenboeten voor. Deze (originele) schapenboet als vervanging van een veldschuur past dus goed in het landschap. Dit is ook omschreven in het beeldkwaliteitsplan behorend bij het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013, Texel in ontwikkeling. De inrichting van het perceel is ontworpen overeenkomstig de randvoorwaarden zoals benoemd in de Texelse kernwaarden en de Texel Principes.
Texelprincipes
De voorgenomen ontwikkeling is geïnspireerd door de 7 Texelprincipes en is getoetst aan de Texelse kernwaarden. 1 vertrek vanuit natuur en landschap 2 koppel schoonheid aan schoonheid 3 ga voor echt Texels en Texels eigen 4 beweeg met de seizoenen mee 5 ruim op en revitaliseer 6 koester eenheid in diversiteit 7 blijf jutten en innoveren Het landschap wordt mede gevormd door stolpen, schapenboeten, sloten en tuinwallen. Door een vervallen veldschuur in dit landschap te vervangen met een schapenboet met zijn kont in de wind versterk je het landschap. Het landschapselement, de schapenboet, wordt gekoppeld aan het mooie karakteristieke landschap. Zo maak je het mooie landschap nog mooier. De schapenboet is een echt Texels bouwwerk. Dit soort bouwwerken komen nergens anders in Nederland voor. Ze zijn op Texel met name terug te vinden op het Oude Land. Een schapenboet biedt beschutting tegen de wind en is gebouwd om in de overwegende (zuid)westelijke windrichting op de oostelijke kant luwte te bieden. De oude vervallen schuur wordt opgeruimd en er wordt een mooie nieuwe schapenboet voor teruggebouwd. Alle schapenboeten hebben dezelfde verschijningsvorm, maar zijn wel allemaal uniek. Vroeger werden de vierkantspalen van een stolp of schapenboet gejut uit gestrande schepen.
Tegenwoordig worden ze meestal uit nieuwe materialen opgebouwd, of gerestaureerd, waarbij hergebruik wel de voorkeur heeft. Het ontwerp van de schapenboet wordt wel gejut doordat er goed gekeken is hoe andere schapenboeten zijn gebouwd en is dit aangepast aan de materialen van nu. Nieuwe schapenboet ingepast op de locatie
Figuur 6
6
Texelse kernwaarden De Texelse kernwaarden: 1.Rust en ruimte 2.Grote afwisseling in landschappen en landgebruikvormen 3.De Texelse identiteit 4.Het specifieke eilandkarakter 5.Nachtelijke duisternis 6.Maritieme monumenten Door de bestaande schuur te vervangen voor een schapenboet, meer passend bij het landschap blijft de rust en ruimte bewaard. Het perceel is opgenomen in de late maairegeling ten behoeve van de natuur. Dit sluit aan bij de gewenste rust in het gebied. De Texelse identiteit zal door de toevoeging van de schapenboet juist worden vergroot, net als het specifieke eilandkarakter dat ook wordt versterkt. De huidige landgebruikvormen blijven behouden. De Texelprincipes en de Texelse kernwaarden worden gerespecteerd in deze ontwikkeling. De Texelse identiteit wordt door deze ontwikkeling alleen maar vergroot. Figuur 7
Nieuwe schapenboet ingepast op de locatie
2.4 Verkeer en parkeren
De Watermolenweg is geen verbindingsweg tussen dorpen. De weg wordt gebruikt als landbouwontsluitingsweg en incidenteel als verbindingsroute tussen Den Hoorn en de veerverbinding. De verkeersintensiteit is gering. In het zomerseizoen wordt de weg ook gebruikt door toeristen die per fiets of met de auto Texel verkennen. Het voorgenomen gebruik, opslag, zal geen of nauwelijks invloed hebben op de verkeersdruk en daarmee de geluidsbelasting van de weg.
7
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 in werking getreden. Voor de omgevingswet worden alle wetten over de leefomgeving gebundeld. Hierbij hoort ook 1 rijksvisie op de leefomgeving. De NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgave waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Denk hierbij aan de bouw van ongeveer 1 miljoen woningen, de ontwikkeling van duurzame energie, aanpassen aan klimaatverandering, de ontwikkeling van een circulaire economie en de omschakeling naar kringlooplandbouw. Bij de opgave wordt rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NIVO is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partijen. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het rijk aan de vier prioriteiten; 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, 2. Duurzaam economisch groeipotentieel, 3. Sterke en gezonde steden en regio’s, 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuzes weloverwogen te maken zijn en drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, 3. Afwentelen wordt voorkomen.
De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. De ontwikkeling zoals omschreven in deze onderbouwing is niet strijdig met de NOVI. Figuur 8
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt niet alleen regels voor de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de NOVI, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: • Een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys; • Over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; • Een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. In hoofdstuk 2.5 van de Barro worden de voorwaarden voor de Wadden beschreven. Bebouwing buiten het stedelijk gebied mag alleen wanneer het voldoet aan een maximaal toelaatbare bouwhoogte alsmede de aard of de functie van nieuwe bebouwing passen bij de aard van het omringende landschap.
Nieuwe bebouwing is het oprichten van bouwwerken, anders dan het vervangen van bouwwerken door bouwwerken van gelijke aard, omvang en karakter. Het vervangen van een vervallen veldschuur door een iets grotere schapenboet, is niet strijdig met de rijks belangen. Door de oppervlakte te vergroten past de bebouwing beter in het omliggende landschap en sluit daarbij beter aan bij de voorwaarde uit de Barro. Deze belangen vormen dan ook geen belemmering voor deze ontwikkeling.
8
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening NH 2020 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord - Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie 2050. In de omgevingsvisie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. Om het geschetste toekomstbeeld ruimtelijk te realiseren heeft de provincie provinciale belangen benoemd. De drie hoofdbelangen (klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik) vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie. De hoofdbelangen zijn in de visie uitgewerkt. Texel heeft een bijzondere positie, als enige (wadden)eiland van Noord-Holland, met zijn diversiteit aan landschappen en kenmerkende cultuurhistorie, bron voor recreatie en nieuwe energie. Voor Texel zijn de kenmerken toeristen, zeehonden, zelfvoorzienend, schapen, skuumkoppe, energieneutraal, strand en Waddenzee op de kaart gezet. De ontwikkeling van deze locatie sluit hierbij aan. Door de vervanging van een veldschuur door een schapenboet vindt er een kwaliteitsverbetering plaats. Dit bevordert de ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik.
Het draagt bij aan de Texelse kenmerken, toerisme, en schapen. Hiermee past deze ontwikkeling binnen deze visie. Figuur 9
Met de Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld op 22 oktober 2020) wil de provincie ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie mogelijk maken en zet daarnaast in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden (Bijzonder Provinciaal Landschap) in Noord-Holland. Er is gezocht naar een evenwichtige balans tussen evenwichtige groei en leefbaarheid. Het vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving. De ontwikkeling vindt plaats in het stiltegebied Texel-West. Het bouwen of onderhouden van gebouwen valt niet binnen de verboden van het stiltegebied. Het gebruik van de boet is de opslag van gereedschap/materiaal ten behoeve van het onderhoud van het land, dit is hier ook niet mee in strijd. De locatie ligt in een Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL), Oude Land en aandijkingen. Hierin moeten het reliëf en de kleinschaligheid en de openheid van het landschap behouden blijven. Net als de landschappelijke verschillen tussen de hogere en lagere delen, zoals de tuunwallen en sloten als kavelgrenzen. Daarnaast zijn de stolpen en schapenboeten ruimtelijke dragers van dit landschap en moeten ze hersteld en behouden blijven. Volgens het bestemmingsplan hoort op deze locatie een schapenboet, die er in de praktijk niet is. Door deze oude schuur te vervangen door een schapenboet voldoe je aan dit beleid.
Prachtlandschap Noord-Holland! Leidraad landschap en cultuurhistorie 2018 Hierin staat Texel apart beschreven. De orthogonale structuur zichtbaar in het aandijkingslandschap, de karakteristieke cultuurhistorische identiteit, zoals de schapenboet staan omschreven als waardevol. Bij ontwikkelingen moet de huidige verkavelingsstructuur behouden en zichtbaar blijven, net als de karakteristieke cultuurhistorische elementen. De veldschuur in de vorm van een schapenboet wordt vervangen door een echte schapenboet en de huidige verkaveling blijft op dezelfde manier zichtbaar en behouden. Conclusie: De ontwikkeling schaadt de provinciale belangen niet.
9
3.3 Gemeentelijk beleid Bestemmingsplan De ontwikkeling vindt plaats in de Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013. Vastgesteld door de gemeenteraad van Texel op 12-06-2013. Hierin heeft het de bestemming ‘Agrarisch – Zeepolders’ en de functieaanduiding ‘specifieke vorm van Agrarisch – schapenboet’. Hierin mag alleen binnen de functieaanduiding een schapenboet gebouwd worden. De voorgenomen ontwikkeling is iets groter dan de functieaanduiding, van ongeveer 8,4m bij 5,4m. De oude schuur in de vorm van een schapenboet is geen originele schapenboet. Om wel een originele schapenboet te kunnen bouwen moet er buiten de aanduiding gebouwd worden. Hierdoor is deze ontwikkeling in strijd met het bestemmingsplan en is deze procedure noodzakelijk. De nieuwe afmetingen van de functieaanduiding moet worden 8,8m bij 8,9m.
Figuur 10
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied ‘Texel in ontwikkeling’ In het beeldkwaliteitsplan behorende bij het bestemmingsplan Buitengebied is een heel hoofdstuk gewijd aan de schapenboet. Schapenboeten op Texel hebben allemaal dezelfde verschijningsvorm en volume. Het materiaalgebruik is wisselend, oranje of zwarte pannen of rietgedekt. De basis is van uiteenlopende soorten baksteen maar hebben bijna allemaal een houtenfront. De schapenboet staat altijd open in het landschap als een schuurtje op afstand. Het heeft een afgeschuind zadeldak en rechte voorzijde, de rechte zijde staat richting het oosten. Het heeft alleen een agrarische toepassing. De nieuwe schapenboet staat solitair in het landschap, krijgt oudhollandse dakpannen, krijgt een houtenfront, heeft gemetselde zijdes, heeft een rechte zijde richting het oosten en een afgeschuind zadeldak, zoals te zien is in figuur 5. De nieuwe schapenboet voldoet aan de opgestelde criteria voor schapenboeten in het Beeldkwaliteitsplan ‘Texel in ontwikkeling’. Structuurvisie 'Texel op koers' In de Structuurvisie worden op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelingen voor het eiland aangegeven op het gebied van economie, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn. Bij nieuwe ontwikkelingen gaat de gemeente uit van de Texelse kernkwaliteiten.
Het gaat hierbij om de rust en ruimte, de rijkdom aan natuur en cultuurlandschappen, de grote afwisseling in landschappen en landgebruiksvormen, de Texelse identiteit, het specifieke eilandkarakter, de nachtelijke duisternis en de maritieme monumenten. Dit is uitgebreid besproken in paragraaf 2.3. De plannen sluiten hier goed op aan, het Texelse cultuurlandschap wordt met deze ontwikkeling juist versterkt. Erfgoednota 2017 Hierin staat dat schapenboeten alleen mogen komen op locaties waar al schapenboeten hebben gestaan in het verleden. In het bestemmingsplan heeft het de aanduiding schapenboet, wat aangeeft dat hier een schapenboet bestemd is. De ontwikkeling past hierdoor binnen deze nota.
10
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Er is hier geen sprake van een gevoelig object of activiteiten die invloed hebben op een gevoelig object. Dit vormt dan ook geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.2 Wegverkeerslawaai In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Het gaat hier niet om een geluidgevoelig object of een ontwikkeling waardoor het wegverkeerslawaai op geluidgevoelige objecten noemenswaardig zal toenemen. Wegverkeerslawaai is dan ook geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.3 Water
Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de uitgebreideprocedure geworden, deze is ingevuld en als korte procedure aangevraagd. Maar omdat de verharding zo klein is, ruimschoots minder dan 800m2 en niet in de nabijheid van primaire waterlopen, regionale waterkeringen en primaire waterkeringen, zullen er geen problemen zijn.
4.4 Bodemkwaliteit
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Het project omhelst het realiseren van een schapenboet op de locatie van een vervallen veldschuur. Hierdoor verandert de functie niet en zal de bodemkwaliteit niet worden aangetast of een belemmering vormen. Een bodemonderzoek kan in het kader van de omgevingsvergunning achterwege blijven.
11
4.5 Cultuurhistorie De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Binnen het plangebied (de locatie van de huidige schuur en een paar meter hieromheen) is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden, de oude schuur is vervallen, maar er wordt wel een nieuwe cultuurhistorische waarde toegevoegd, een schapenboet. De nieuwe inrichting van het plangebied is nagenoeg gelijk aan de bestaande situatie en voegt zich in de bestaande karakteristieke structuren en kenmerken van de omgeving. Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor deze procedure.
4.6 Archeologie
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2023 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Texel heeft een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Op deze kaart worden gebieden aangewezen waar zich mogelijk archeologische resten bevinden. Deze archeologische waarden zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd door de dubbelbestemming 'waarde-archeologie'. Onderscheid is gemaakt tussen archeologische waarde, gematigde archeologische verwachting en hoge archeologische verwachting. Deze gronden zijn primair bestemd voor het behoud en de bescherming van aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
Aangezien er op deze locatie in het bestemmingsplan geen dubbelbestemming archeologie is opgenomen, is het niet te verwachten dat archeologie een belemmering is voor de uitvoering van dit plan.
4.7 Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Beide aspecten zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Daarnaast is in elke provinciale verordening een uitwerking van de Wnb opgenomen. In de provincie Noord - Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage I bij deze verordening. Per soort worden de handelingen, middelen en methoden genoemd die mogen worden toegepast, slechts voor zover er geen andere bevredigende oplossing bestaat.
12
Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezengebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt niet binnen Natura-2000 gebied, maar alleen binnen de aanduiding ‘Terreinen binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000’ en buiten het NNN. Er staat al een vervallen schuur, deze wordt gesloopt en vervangen. Dit zal verder geen negatieve gevolgen hebben op het nabijgelegen Natura 2000 gebied. Weidevogelleefgebied De ontwikkeling vindt plaats in de aandijkingspolder De Naal. De werkzaamheden zullen plaatsvinden tussen half november en half maart, in verband met het broedseizoen en het migratieseizoen. Het omliggende gebied wordt voor zijn geheel beheerd ten behoeve van natuurontwikkeling, dus er is genoeg foerageergebied voor de dieren om een ander plakje te zoeken. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Er zal buiten het broedseizoen worden gebouwd, bestaande nesten kunnen dan verplaatst worden. Er is verder niks bekend over beschermde plantensoorten op de locatie van het bouwwerk.
4.8 Externe veiligheid
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarzettende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Op grond van de AMvB Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt daarom gekeken naar zogenaamde risicovolle inrichtingen. Daarnaast wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en hoofdgasleidingen op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van risicovolle inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen worden de risico's gemeten in twee maten: plaatsgebonden risico (voor individuen) en groepsrisico (voor groepen mensen). In en rond dit deel van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig die invloed kunnen hebben op het plangebied.
13
4.9 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2015) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 14 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 10 µg/m. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed. Er zijn geen negatieve gevolgen van de stikstof uitstoot bij een dergelijk plan te verwachten. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.10 Kabels en leidingen n.v.t.
14
Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
□. Wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de gemeente bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning o.a. inhoudende een grote planologische afwijking, overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan of bij het project in geding zijn. Dit plan omvat zo’n kleine afwijking dat dit als het al nodig is geen problemen op gaat leveren omdat het zoals in deze ruimtelijke onderbouwing is aangegeven geen problemen te verwachten zijn. □ Tervisielegging ontwerp Het ontwerp, zal na publicatie voor 6 weken ter inzage worden gelegd. De zienswijzen worden door de raad in de besluitvorming meegenomen. □ Vaststelling Het plan wordt na de tervisielegging binnen 12 weken door de raad vastgesteld. Hierna wordt het wederom voor 6 weken ter inzage gelegd en staat er beroep tegen open.
5.2 Economische/financiële uitvoerbaarheid
Het voorliggende plan is een initiatief van De heer Sikkeleras, Diek 4, 1797AB Den Hoorn, gemeente Texel. De kosten van de mogelijk toekomstige ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Met betrekking tot het planschade-risico zal tussen gemeente en de initiatiefnemer een (standaard) overeenkomst worden gesloten.
5.3 Conclusie Voor de uitvoerbaarheid van het plan zijn geen belemmeringen.
15