Bijlage 3. - Nadere Regels B&W (ter kennisneming)
Tekst van het document
Nadere regels haven Oudeschild 2021
Het college van burgemeester en wethouders van Texel; gelet op de artikelen 2.3, 1.6 en 1.10 van de Havenverordening Oudeschild 2021, besluit 1. in te trekken de op 6 augustus 2019 vastgestelde ‘Beleidsregels vergunningverlening Havenverordening Oudeschild 2019’; 2. vast te stellen de navolgende
Nadere regels haven Oudeschild 2021 § 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen De begripsbepalingen in deze regels komen overeen met die in de Havenverordening Oudeschild 2021.
In aanvulling daarop wordt in deze regels verstaan onder:
- algemene eisen voor vergunningverlening: de eisen genoemd in de artikelen 1.5 en 1.6 van de verordening, alsmede de eisen genoemd in bijlage 1, sub 1;
- ligplaatsenoverzicht: de als bijlage 3 bij deze Regeling gevoegde overzichtskaart - rondvaartschip: vaartuig dat voldoet aan de eisen in bijlage 1, sub 2;
- historisch vaartuig: vaartuig dat voldoet aan de eisen in bijlage 1, sub 3; - overig vaartuig: vaartuig dat voldoet aan de eisen in bijlage 1, sub 4;
- lengte over alles: grootste lengte van het vaartuig in meters met inbegrip van alle vaste aanbouwsels, zoals delen van roer- en voortstuwingsinstallaties en werktuigbouwkundige inrichtingen;
- verordening: Havenverordening Oudeschild 2021.
§ 2 Uitgifte van ligplaatsvergunningen Artikel 2.1 Beperkte uitgifte
1. Het college verleent vergunningen voor het innemen van een ligplaats in de
Oude Havens in Oudeschild (hierna: ligplaatsvergunningen) met inachtneming van de markeringen op het ligplaatsenoverzicht als bedoeld in artikel 2.2 van de verordening.
2. Gelet op de ligging en afmetingen van de beide havens geschiedt de verdeling zodanig dat de meest stevige vaartuigen een ligplaats krijgen toegewezen in de Zuiderhaven en de meer kwetsbare vaartuigen in de Noorderhaven.
3. De ligplaatsvergunningen worden verleend voor een periode van vijf jaar door middel van een vijfjaarlijkse uitgifteronde, waarbij alle beschikbare ligplaatsvergunningen worden verdeeld.
4. Een aanvraag die is ingediend buiten de aanvraagperiode als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 van deze regels wordt afgewezen.
5. Als gedurende de in lid 3 genoemde periode van vijf jaar een of meer
ligplaatsen beschikbaar komen, kan het college bij uitzondering besluiten tot een tussentijdse verlening van (een) ligplaatsvergunning(en) conform de verdelingssystematiek en voorschriften van deze nadere regels. Artikel 2.2 Verdelingsronde 2022-2026
1. Een ligplaatsvergunning voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31
december 2026 wordt slechts verleend indien daarvoor een aanvraag is ontvangen in de periode tussen 1 oktober 2021 om 08:00 uur en 31 oktober 2021 om 16:00 uur.
2. Het college kan op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid een
ligplaatsvergunning verlenen. De vergunning kan slechts worden verleend voor een vaartuig dat voldoet aan de algemene eisen voor vergunningverlening; daarnaast dient het vaartuig ten minste te voldoen aan
a. de eisen genoemd in bijlage 1, sub 2, indien vergunning wordt gevraagd voor een rondvaartschip;
b. de eisen genoemd in bijlage 1, sub 3, indien vergunning wordt gevraagd voor een historisch vaartuig;
c. de eisen genoemd in bijlage 1, sub 4, indien vergunning wordt gevraagd voor een overig vaartuig.
Artikel 2.3 Eisen met betrekking tot de aanvraag
1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 gaat in ieder geval vergezeld van:
a. een bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel dat niet langer dan drie maanden voor indiening van de aanvraag is verstrekt;
b. in voorkomend geval, een bewijs dat degene die de aanvraag indient bevoegd is de aanvragende onderneming te vertegenwoordigen;
c. een tekening waarop de afmetingen van het vaartuig (lengte over alles, breedte en diepgang) staan vermeld.
d. ten minste twee kleurenfoto's van het vaartuig waarop de aanvraag betrekking heeft.
2. Een aanvraag gaat tevens vergezeld van:
a. documenten waarmee wordt aangetoond dat de aanvrager over het vaartuig kan beschikken op het moment waarop de aangevraagde vergunning van kracht wordt;
b. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft dat door of namens hem geen afspraken met derden zijn gemaakt waarbij een derde zich ertoe verplicht aanvragen te doen voor ligplaatsvergunningen om die
vergunningen vervolgens direct of indirect over te dragen of ten behoeve van de aanvrager te exploiteren;
c. een document waaruit de structuur blijkt van de natuurlijke personen of rechtspersonen die in de aanvrager feitelijke zeggenschap of een overwegend belang in het geplaatste kapitaal hebben;
d. een verklaring waarin de aanvrager aangeeft dat het document als bedoeld in artikel 2.3 lid 2, onderdeel b, volledig en juist is;
e. een verklaring van de aanvrager dat het aantal aanvragen dat hij doet niet hoger is dan één (1).
3. De aanvrager geeft in de aanvraag in ieder geval aan:
a. of de aanvraag ziet op een rondvaartschip, op een historisch vaartuig of op een overig vaartuig;
b. op welke wijze is voldaan aan de algemene eisen voor vergunningverlening;
c. op welke wijze is voldaan aan de eisen genoemd in bijlage 1, sub 2, indien de aanvraag ziet op een rondvaartschip;
d. op welke wijze is voldaan aan de eisen genoemd in bijlage 1, sub 3, indien de aanvraag ziet op een historisch vaartuig;
e. op welke wijze is voldaan aan de eisen genoemd in bijlage 1, sub 4, indien de aanvraag ziet op een overig vaartuig.
4. Indien de aanvraag ziet op een rondvaartschip, geeft de aanvrager aan:
a. of (en zo ja, welke) specifieke bestemmingen door het vaartuig zullen worden bezocht;
b. welke activiteiten overigens door de ondernemer worden verricht.
5. Een aanvraag wordt ingediend door een onderneming in de zin van de Handelsregisterwet 2007.
6. Een aanvraag ziet op één (1) vaartuig en per vaartuig wordt ten hoogste één (1) aanvraag ingediend.
7. Een aanvraag als bedoeld in deze paragraaf kan tevens strekken tot het plaatsen van een kiosk of reclamebord op de kade, als bedoeld in artikel 2.4, sub 3 van de verordening. De aanvrager dient dit in de aanvraag te vermelden.
8. Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in het voorgaande artikellid, dan wordt de aanvraag vergezeld door een voldoende gedetailleerde tekening van de
kiosk of het reclamebord op een schaal van ten minste 1:20, met daarop aangeven de afmetingen.
Artikel 2.4 Maximaal aantal aanvragen per aanvrager
1. Een aanvrager dient ten hoogste één (1) aanvraag om ligplaatsvergunning in. 2. Voor de toepassing van het eerste lid worden twee of meer aanvragers
beschouwd als één aanvrager indien dezelfde rechtspersoon of natuurlijke persoon daarin feitelijke zeggenschap of een overwegend belang heeft of een aanvrager
feitelijke zeggenschap of een overwegend belang in een andere aanvrager heeft. 3. Een rechtspersoon of een natuurlijk persoon wordt geacht feitelijke
zeggenschap te hebben in een aanvrager wanneer hij gerechtigd is direct of indirect 50% of meer van de stemmen uit te brengen in één of meer van de
besluitvormende organen, dan wel op andere wijze in staat is de besluitvorming te beheersen.
4. Een rechtspersoon of een natuurlijk persoon wordt geacht een overwegend belang te hebben in de onderneming van een aanvrager wanneer hij een
rechtstreeks of middellijk belang heeft van 50% of meer van het geplaatste kapitaal.
5. Bij overtreding van het eerste lid worden de aanvragen afgewezen voor zover het er meer zijn dan toegestaan.
6. Het college kan in bijzondere gevallen – bijvoorbeeld indien sprake is van een aanvrager die al over meerdere ligplaatsvergunningen beschikte – ontheffing
verlenen van het in lid 1 omschreven verbod en toestaan dat door één aanvrager twee ligplaatsvergunningen worden aangevraagd.
7. De geldigheidsduur van de in lid 6 bedoelde ontheffing is vijf jaar; deze kan niet worden verlengd.
Artikel 2.5 Indieningswijze aanvraag
1. Voor een aanvraag van een ligplaatsvergunning wordt gebruik gemaakt van een (al of niet digitaal) aanvraagformulier dat op aanvraag of via de gemeentelijke website beschikbaar is.
2. Een aanvraag wordt ingediend door verzending via de aanvraagmodule op de
website van de gemeente Texel of door overhandiging van het aanvraagformulier ten gemeentehuize.
Artikel 2.6 Toetsingscriteria
1. Het college wijst een aanvraag om ligplaatsvergunning in ieder geval af indien: a. de aanvrager naar het oordeel van het college onvoldoende heeft
aangetoond dat hij over het vaartuig kan beschikken op het moment waarop de aangevraagde vergunning van kracht wordt;
b. een ingediende verklaring als bedoeld in artikel 2.3 onjuist is, of
c. is voldaan aan de criteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en
onderdeel a of b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
2. Onverminderd het eerste lid wijst het college een aanvraag tevens af indien:
a. de aanvraag ziet op een vaartuig dat moet worden aangemerkt als een verwaarloosd schip in de zin van de verordening;
b. niet is voldaan aan de bepalingen van deze regels.
§ 3 Verdeling beschikbare ligplaatsvergunningen Artikel 3.1 Aantallen 1. Het college verleent voor de aanvragen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid:
a. ten hoogste twee ligplaatsvergunningen voor historische vaartuigen; b. ten hoogste één ligplaatsvergunning voor een overig vaartuig;
c. een variabel aantal ligplaatsvergunningen voor rondvaartschepen;
2. Het college verdeelt de ligplaatsen met inachtneming van de markeringen in het ligplaatsenoverzicht;
3. Indien in de categorieën a. en/of b. niet het daarin genoemde maximum aantal ligplaatsvergunningen kan worden verleend bij gebreke van daartoe strekkende ontvankelijke aanvragen, kan het college besluiten om in categorie c. een extra
ligplaatsvergunning te verlenen en – indien nodig – daartoe de markeringen in het ligplaatsenoverzicht te wijzigen. Artikel 3.2 Rangschikking
1. Indien er meer aanvragen dan uit te geven ligplaatsvergunningen zijn,
rangschikt het college de aanvragen door middel van een toetsing aan de criteria, genoemd in bijlage 2 bij deze Regels.
2. De toetsing leidt tot toekenning van punten volgens de tabel, genoemd in bijlage 2.
3. De toekenning van punten geschiedt door het college.
4. Het college stelt een rapport op waarin de aanvragen staan gerangschikt in de volgorde van puntentoekenning.
5. De aanvraag met de meeste punten wordt het hoogst gerangschikt.
6. Het college behandelt de aanvragen op volgorde van rangschikking, te beginnen bij de hoogst gerangschikte aanvraag.
7. De puntentoekenning en de onderbouwende motivering daarvoor worden door het college tegelijk met de definitieve rangschikking openbaar gemaakt door toezending aan de aanvragers.
Artikel 3.3 Beoordeling aanvraag
1. Een aanvraag om een ligplaatsvergunning voor een rondvaartschip wordt getoetst aan:
a. de algemene eisen voor vergunningverlening; b. de eisen genoemd in bijlage 1, sub 2.
1.1. Indien de aanvraag niet voldoet:
a. aan de algemene eisen voor vergunningverlening, wordt de aanvraag afgewezen;
b. aan de eisen in bijlage 1, sub 2, wordt de aanvraag behandeld overeenkomstig artikel 3.3 lid 3.
1.2. Op een positief beoordeelde aanvraag wordt positief beslist, voor zover er een ligplaatsvergunning beschikbaar is.
1.3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel wordt een aanvraag niet
getoetst indien op het moment van behandeling geen vergunningen meer kunnen worden verleend.
2. Een aanvraag om een ligplaatsvergunning voor een historisch vaartuig wordt getoetst aan:
a. de algemene eisen voor vergunningverlening; b. de eisen in bijlage 1, sub 3.
2.1 Indien de aanvraag niet voldoet:
a. aan de algemene eisen voor vergunningverlening wordt de aanvraag afgewezen;
b. aan de eisen in bijlage 1, sub 3, wordt de aanvraag behandeld overeenkomstig artikel 3.3 lid 3.
2.2 Op een positief beoordeelde aanvraag wordt positief beslist, voor zover er een ligplaatsvergunning beschikbaar is.
2.3 In afwijking van het bepaalde in lid 2 van dit artikel wordt een aanvraag niet
getoetst indien op het moment van behandeling geen vergunningen meer kunnen worden verleend.
3. Een aanvraag om een ligplaatsvergunning voor een overig vaartuig wordt getoetst aan:
a. de algemene eisen voor vergunningverlening; b. de eisen in bijlage 1, sub 4.
3.1 Indien de aanvraag niet voldoet:
a. aan de algemene eisen voor vergunningverlening, wordt de aanvraag afgewezen;
b. aan de eisen in bijlage 1, sub 4 wordt de aanvraag afgewezen.
3.2 Op een positief beoordeelde aanvraag wordt positief beslist, voor zover er een ligplaatsvergunning beschikbaar is.
3.3 In afwijking van het bepaalde in lid 3 van dit artikel wordt een aanvraag niet
getoetst indien op het moment van behandeling geen ligplaatsvergunningen meer kunnen worden verleend.
Artikel 3.4 Onderuitputting en afwijzing resterende aanvragen
1. Indien na toepassing van artikel 3.3 sprake is van onderuitputting van de
beschikbare ligplaatsvergunningen, wordt – met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.1, lid 2, van deze regels - positief beslist op het aantal hoogst
gerangschikte aanvragen dat gelijkstaat aan het resterende aantal vergunningen, voor zover die aanvragen op grond van het eerste lid van de relevante artikelen positief worden beoordeeld.
2. Aanvragen waarop niet op grond van artikel 3.3 of het eerste lid van dit artikel positief is beslist, worden afgewezen.
§4 Verlening van een vergunning Artikel 4.1 Inhoud van de vergunning
1. Een vergunning wordt verleend voor het innemen van een ligplaats in de Oude Havens en vermeldt in ieder geval de naam en kenmerken (waaronder in ieder geval de afmetingen) van het vaartuig waarvoor de vergunning is verleend.
2. Een vergunning vermeldt of zij geldt voor een rondvaartschip, een historisch vaartuig of een overig vaartuig.
3. Een vergunning vermeldt of zij mede geldt voor het plaatsen van een kiosk of een reclamebord.
4. Aan een vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat de vergunninghouder:
a. wijzigingen aan het vaartuig, de kiosk of het reclamebord meldt op de in de vergunning omschreven wijze;
b. de vergunning zelfstandig exploiteert, zonder dat een derde in belangrijke mate invloed uitoefent op de wijze van exploitatie;
c. borgt dat het vaartuig tijdens de vergunningduur wordt bestuurd door
bemanning die in dienst is of in opdracht werkt van de vergunninghouder, voor zover het een vergunning betreft voor een rondvaartschip.
Artikel 4.2 Verleningsduur
Een ligplaatsvergunning als bedoeld in artikel 4.1 heeft een geldigheidsduur van ten hoogste 5 jaar.
§5 Bepalingen ten aanzien van de plaatsing van kiosken en reclameborden Artikel 5.1 Grootte
1. Een kiosk heeft een grootte van maximaal 2.50 bij 2.50 meter en is ten hoogste 3 meter hoog;
2. Een reclamebord heeft een maximale oppervlakte van 1 m² en kan tweezijdig bedrukt zijn.
Artikel 5.2 Plaatsing reclameborden
1. Als een reclamebord aan de kiosk is bevestigd, dan is het niet mogelijk een los reclamebord te plaatsen;
2. Alleen als er geen vergunning is verleend voor een kiosk, kan vergunning worden verleend voor het plaatsen van een los reclamebord;
3. Behoudens de sub 1. vermelde reclame-uitingen mogen geen andere zaken – zoals vlaggen of banners – op, aan of naast de kiosk worden geplaatst of bevestigd.
4. Het college kan ten behoeve van ondernemers die geen ligplaatsvergunning hebben in de Oude Havens reclameborden (verwijzingsborden) plaatsen op daarvoor in aanmerking komende locaties.
5. Het college bepaalt de afmetingen, de locatie en het uiterlijk van de in lid 4 bedoelde verwijzingsborden.
§6 Bepalingen ten aanzien van (wijziging van) vergunningen Artikel 6.1 Wijziging van de vergunning
De gevallen waarin een ligplaatsvergunning kan worden gewijzigd als bedoeld in artikel 1.6 van de verordening zijn:
a. een wijziging van de beschrijving van de kenmerken van het vaartuig ten behoeve van de verbouwing of de vervanging van het vaartuig; b. een wijziging van de naam van het vaartuig;
c. een wijziging van de (rechts)persoon van de vergunninghouder. Artikel 6.2 Wijziging van de beschrijving van de kenmerken van een vaartuig
Op een aanvraag voor een wijziging van de beschrijving van de kenmerken van het vaartuig ten behoeve van de verbouwing of de tijdelijke vervanging van het vaartuig wordt slechts positief beslist indien:
a. de wijziging er niet toe leidt dat het vaartuig niet meer voldoet aan de algemene eisen voor vergunningverlening;
b. de wijziging c.q. vervanging geen betrekking heeft op de afmetingen van het vaartuig, tenzij zij ertoe leiden dat die afmetingen kleiner worden;
c. het vaartuig waarvoor de wijziging wordt aangevraagd voldoet aan de
eisen genoemd in bijlage 1, sub 2, voor zover het een vergunning betreft voor een rondvaartschip;
d. het vaartuig waarvoor de wijziging wordt aangevraagd voldoet aan de
eisen genoemd in bijlage 1, sub 3, voor zover het een vergunning betreft voor een historisch vaartuig;
e. het vaartuig waarvoor de wijziging wordt aangevraagd voldoet aan de
eisen genoemd in bijlage 1, sub 4, voor zover het een vergunning betreft voor een overig vaartuig.
Artikel 6.3 Wijziging van de naam van het vaartuig
Op een aanvraag voor een wijziging van de naam van een vaartuig wordt slechts
positief beslist indien deze niet kan leiden tot verwarring bij de havendienst en de (potentiële) passagiers van het vaartuig.
Artikel 6.4 Wijziging van de vergunninghouder
Een aanvraag voor wijziging van de vergunninghouder wordt afgewezen indien:
a. voldaan is aan de criteria, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a of b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
b. de aanvrager niet heeft aangetoond dat de beoogde vergunninghouder over het vaartuig kan beschikken op het moment van inwerkingtreding van de beoogde wijziging;
c. de aanvraag binnen twee jaar na de inwerkingtredingsdatum van de vergunning is gedaan;
d. inwilliging van de aanvraag ertoe zou leiden dat één aanvrager meerdere vergunningen op zijn naam krijgt.
§7 Slotbepalingen, overgangsrecht Artikel 7.1 Aanwijzing
1. Als gebied waar het ingevolge artikel 3.10 van de verordening verboden is om aan boord van een schip een generator te gebruiken, wordt de gehele haven aangewezen.
2. In bijzondere gevallen kan de havenmeester ontheffing of vrijstelling verlenen van het in lid 1 geformuleerde verbod. Artikel 7.2 Intrekking eerdere regels
De ‘Beleidsregels Vergunningverlening Havenverordening Oudeschild’, zoals vastgesteld op 6 augustus 2019, worden ingetrokken. Artikel 7.3 Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de vergadering van …. 2021. De voorzitter M.C. Uitdehaag De gemeentesecretaris E. van der Bruggen
Bijlage 1 behorende bij de Nadere regels Haven Oudeschild 2020 --------------------1. Algemene eisen voor vergunningverlening a. het schip is een rondvaartschip, historisch vaartuig of overig vaartuig,
als bedoeld in deze bijlage onder respectievelijk sub 2, sub 3 en sub 4;
b. het schip draagt bij aan de toeristische beleving van de haven; c. de lengte over alles van het schip is niet meer dan 45 m;
d. het schip is gemotoriseerd of anderszins in staat zich in de haven zelfstandig te verplaatsen;
-----------------------2. Eisen voor een rondvaartschip Een vaartuig wordt als rondvaartschip aangemerkt indien: a. het is voorzien van een inrichting en uitrusting die duidelijk gericht is op het
verzorgen van rondvaarten over de Waddenzee of Noordzee en adequaat is voor dat doel;
b. het bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd als rondvaartschip gedurende ten minste vier dagen in de week in de periode tussen Pasen en 1 november van elk jaar. ------------------------
3. Eisen voor “historisch vaartuig” Om te bepalen of een vaartuig historisch is gelden de volgende criteria: a. het vaartuig is aantoonbaar gebouwd voor 1970 of het betreft een uniek, gedocumenteerd en nauwkeurig nagemaakt vaartuig, waarvan het origineel historisch is en niet meer bestaat, en
b. het vaartuig is aantoonbaar in Nederland gebouwd en was voor 1970 actief op de Nederlandse wateren, en
c. de opbouw dient van origine bij het type vaartuig te horen, of is aantoonbaar
vanaf 1 januari 1970 onafgebroken op het betreffende vaartuig aanwezig geweest, of
d. er wordt gebruik gemaakt van het ruim als verblijfsruimte voor passagiers en kenmerkende delen van de oorspronkelijke opbouw zijn behouden gebleven.
2. Om te bepalen of historische vaartuigen over voldoende hoge beeldkwaliteit beschikken, waarbij de nadruk ligt op zorgvuldigheid en ambachtelijke scheepsbouwkunde, gelden de volgende criteria:
a. het vaartuig is van een type dat past bij de karakteristiek van de historische havenplaats Oudeschild, en
b. indien het vaartuig is aangepast, zijn de aanpassingen zorgvuldig uitgevoerd
met behoud van bestaande kenmerken en detaillering, waaronder de traditionele scheepsbouwkundige eigenschappen en onderdelen, en
c. het vaartuig is gebouwd met echte materialen die passen bij het type vaartuig. ---------------------------
4. Eisen voor “overig vaartuig” Om te bepalen of een vaartuig kan worden aangemerkt als een overig vaartuig gelden de volgende criteria:
a. het vaartuig voldoet niet op alle punten aan de eisen, genoemd in de bijlagen 2 of 3, en
b. het vaartuig is van een type dat past bij de cultuurhistorische karakteristiek van de havenplaats Oudeschild, of
c. het vaartuig is in gebruik (geweest) als visserschip, is door formaat en stevigheid in overwegende mate aangewezen op de beschutting van de
Noorderhaven en draagt als zodanig in positieve zin bij aan de toeristische beleving van de haven.
Bijlage 2 Toetsingscriteria voor rangschikking c.q. vergunningverlening Nr.
Omschrijving criterium
Waardering
Maximum
1.
Het vaartuig waarvoor een
(Meer dan) een jaar
6
gebruik of kan binnen afzienbare
punten. Elke maand
vergunning wordt gevraagd is in tijd in gebruik worden genomen
2.
minder levert een half punt op.
De aanvrager is al langer actief in
5 jaar of langer: 1
ligplaatsvergunninghouder of
langer: 2 punten,
de haven van Oudeschild als dagondernemer en heeft
geïnvesteerd in zijn/haar vaartuig 3.
wachttijd is nul
punt, 10 jaar of
punten
Als >4 vaartuigen in
toeristische aanbod in de Oude
hoger gerangschikt
Havens
3
langer dan 10 jaar: 3
Het vaartuig levert een bijdrage aan de diversiteit van het
aantal punten
dezelfde branche1
5
zijn: 0 punten >3: 1 punt
>2: 2 punten >1: 3 punten 1: 4 punten 0: 5 punten
4.
Grootte van het vaartuig
Vaartuigen met een
ligplaats in de Noorderhaven)
6-10 m: 5 punten
(voor zover aangewezen op een
lengte over alles van 10-15 m: 3 punten >15 m:
5.
1 punt
Het schip levert een bijdrage aan
Hiervoor wordt bijv.
toeristische activiteiten op de
uitstoot, verstoring op
de duurzaamheid van de
Waddenzee en in de haven van Oudeschild
5
gekeken naar CO2
5
het Wad e.d.
1 Branches zijn bijvoorbeeld garnalenvistochten, sportvistochten, zeehonden spotten, ‘extreme sports’-vaartuigen, powerboats
e.d.
6.
7.
Het schip onderscheidt zich
Hiervoor wordt bijv.
aan de kernwaarden van Texel
historische aspecten
doorat het een bijdrage levert
gekeken naar cultuur-
Het schip levert een bijdrage aan
Anders dan bij 2 gaat
van het toeristische product
ontwikkeling die het
de innovatie en houdbaarheid ‘haven Oudeschild’
het hier om de nieuwe (rondvaart)schip inluidt
3
5
Toelichting Algemeen De Havenverordening Oudeschild 2021 (hierna: HVO) bevat het regelgevende kader voor de haven. In de verordening zijn algemene regels opgenomen voor het gebruik van de haven en is bepaald in welke gevallen een vergunning is vereist voor een activiteit.
De verordening laat het voor een aantal specifiek omschreven onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders over om nadere invulling te geven aan die kaders door aanvullende (‘nadere’) regels te stellen.
Per 1 oktober 2021 is de HVO ingrijpend gewijzigd. Die wijzigingen zijn onderdeel van het gemeentelijke beleid dat is gericht op het ordenen van de ligplaatsen in de Oude Havens
van Oudeschild, ter voorkoming en regeling van drukte en overlast op en aan het water. In deze regels zijn de noodzakelijke maatregelen vastgelegd.
De gemeente hanteert voor de Oude Havens (de Noorder- en de Zuiderhaven) een systeem van ligplaatsvergunningen. Daarbij worden verschillende soorten vaartuigen
onderscheiden. Omdat de mogelijkheid bestaat dat er meer vergunningen aangevraagd
zullen worden dan er verleend kunnen worden, dient in deze nadere regels transparant te
worden gemaakt hoe de gemeente omgaat met deze (fysieke en beleidsmatige) schaarste. Er worden in de verordening en in deze regels geen voorschriften gesteld die een
dubbeling zouden inhouden van regels die opgenomen zijn in het Binnenvaartbesluit en de de Binnenvaartregeling. De genoemde regelingen stellen verplichtingen voor de uitrusting van (rondvaart)schepen waarin meer dan 12 personen worden vervoerd. Ook worden daarin regels gesteld over de vaarbewijzen die verplicht zijn.
Door een vergunning te eisen kan worden getoetst of aan een aantal basisvoorwaarden
wordt voldaan. Het gaat met name om eisen met betrekking tot de bijdrage die een schip
levert aan de toeristische beleving van de haven, alsmede aan de duurzame uitstraling van
de haven (die immers in de Waddenzee is gesitueerd) en de Texelse kernwaarden. De eisen worden per categorie schip omschreven in de bijlagen bij de regels. Die aspecten worden getoetst wanneer een vergunning wordt aangevraagd.
Door de raad is de Havenvisie Oudeschild vastgesteld met daarin onder meer als doelstellingen: voldoende ruimte voor gebruikers, beheersing van de drukte en
vermindering van de overlast, eerlijke verdeling van de schaarse ruimte, bescherming van het karakter van de haven als historisch erfgoed en het waarborgen van een vlotte en veilige doorvaart. De verordening en deze regels vormen een uitwerking van die beleidsmatige uitgangspunten.
In artikel 2.3 van de HVO is een vergunningplicht in het leven geroepen voor de door het college aan te wijzen gedeelten van de haven.
Buiten de Oude Havens is geen ligplaatsvergunning nodig om aan te mogen meren. Daar is het slechts noodzakelijk om de aanwijzingen van de havendienst op te volgen.
Criteria gericht op de aanvrager Een aanvrager van een ligplaatsvergunning kan aan een integriteitsonderzoek worden
onderworpen. Daarbij wordt getoetst of sprake is van een van de afwijzingscriteria als
bedoeld in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB). In artikel 3, eerste lid, in samenhang met artikel 7, eerste lid, van die wet is
bepaald dat een aanvraag kan worden afgewezen indien “ernstig gevaar bestaat dat de
beschikking mede zal worden gebruikt om a. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of b. strafbare feiten te plegen.”
De aanvrager moet bevoegd zijn om een aanvraag te doen namens zijn/haar onderneming en moet kunnen aantonen dat het vaartuig voor de datum van ingang van de vergunning daadwerkelijk in gebruik kan worden genomen en dat hij daarover kan beschikken.
Als het vaartuig nog moet worden gebouwd, dan moet de aanvrager aantonen dat hij het
vaartuig kan financieren en dat er een reële mogelijkheid is om het vaartuig daadwerkelijk
te laten bouwen. In geval van huur of lease zal de aanvraag vergezeld moeten gaan van een verklaring waarin de verhuurder aangeeft dat hij het vaartuig aan de aanvrager wil verhuren op het moment waarop de vergunning wordt verleend.
Criteria gericht op het vaartuig In bijlage 1 van deze regels worden de algemene eisen vermeld die worden gesteld aan
vaartuigen. Vervolgens worden voor drie soorten vaartuigen specifieke eisen geformuleerd. Als toetsing van de aanvraag leidt tot de conclusie dat niet aan de eisen voor
vergunningverlening is voldaan, wordt de aanvraag afgewezen. Als de aanvraag positief wordt beoordeeld, wordt eerst gekeken of er nog vergunningen resteren van het type waarvoor de aanvraag is ingediend.
Tabel 2 geeft criteria voor de rangschikking van de aanvragen. Punten worden toegekend voor verschillende aspecten, waarbij de rechten van bestaande ondernemers, die soms fors geïnvesteerd hebben in hun vaartuig, in het oog worden
gehouden. Daarnaast zijn punten te verdienen op het vlak van duurzaamheid en bijdrage aan de toeristische beleving, binnen de Texelse kernwaarden.
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Begripsbepalingen In artikel 1 wordt onder meer het begrip “algemene eisen voor vergunningverlening” gedefinieerd. Dat begrip wordt gebruikt in de verschillende artikelen die zien op de verdeling van de vergunningen.
Artikel 2.1 Beperkte uitgifte In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat het college een beperkt aantal vergunningen voor de Oude Havens verleent. In artikel 3.1, lid 2, wordt dat nog verder uitgewerkt.
De beperking ontstaat door de koppeling met de markeringen in het ligplaatsenoverzicht, dat deel uitmaakt van de Regeling. Die markeringen geven aan welke kade-gedeelten
beschikbaar zijn voor verschillende categorieën vaartuigen. Voor historische en ‘overige’ vaartuigen worden in artikel 3.1 maximumaantallen genoemd.
De praktijk laat zien dat deze (door fysieke omstandigheden noodzakelijke) beleidsmatige beperking ertoe leidt dat er sprake kan zijn van zogeheten schaarse vergunningen. Er zijn naar verwachting onvoldoende ligplaatsvergunningen beschikbaar om alle aanvragers tevreden te stellen.
Dit laat overigens onverlet dat er in de rest van de haven voldoende ligplaatsen
beschikbaar zijn. Het is mogelijk om buiten de Oude Havens als dagondernemer ook zonder ligplaatsvergunning een rondvaartschip of dergelijke te exploiteren. Een
vergunning is alleen vereist voor het innemen van een ligplaats in de Oude Havens.
Artikel 2.3 Eisen aan een aanvraag Dit artikel regelt de inhoud van een aanvraag. Het eerste lid ziet op de documenten die
nodig zijn om te bepalen of een aanvraag bevoegd is gedaan en of het vaartuig voldoet aan de gestelde criteria. Het tweede lid noemt de documenten die nodig zijn om te beoordelen of een aanvrager verbonden is met een andere aanvrager op een wijze die deze regeling niet toestaat. Aanvragers moeten in dat kader onder meer verklaren dat geen afspraken met derden zijn gemaakt over het doen van aanvragen. Het indienen van een onjuiste
verklaring kan op grond van artikel 2.6 lid 1, sub b leiden tot afwijzing van een aanvraag. Om te voorkomen dat het maximale aantal aanvragen wordt omzeild door rechtspersonen die een organisatorische of financiële samenhang vertonen zijn in lid 2 waarborgen
opgenomen. Daartoe is bepaald dat verschillende ondernemingen als één aanvrager worden behandeld indien dezelfde rechtspersoon of natuurlijke persoon in die
ondernemingen feitelijke zeggenschap of een overwegend belang in het geplaatste kapitaal heeft.
Feitelijke zeggenschap ziet op het beheersen van de besluitvorming. Indien dezelfde
natuurlijke persoon of rechtspersoon meer dan de helft van de stemmen mag uitbrengen in een orgaan van de onderneming waarin besluiten worden genomen, is sprake van
feitelijke zeggenschap. Van een overwegend belang is sprake als een natuurlijke persoon of een rechtspersoon meer dan 50% van het belang in de onderneming in handen heeft. Om te voorkomen dat ondernemingen die niet onderling zijn verbonden het maximale aantal aanvragen omzeilen door afspraken te maken om na de verdelingsprocedure
verkregen vergunningen of de inkomsten van die vergunningen over te dragen zijn in lid 2 enkele voorzieningen opgenomen. Ten eerste moet een aanvrager verklaren dat dergelijke afspraken niet zijn gemaakt en dat is voldaan aan de voorwaarden voor onafhankelijkheid
van de onderneming. Als tijdens de procedure blijkt dat een ingediende verklaring onjuist, is worden beide aanvragen afgewezen. Blijkt de onjuistheid van de verklaring na
vergunningverlening, dan kunnen de betrokken vergunningen worden ingetrokken wegens het verstrekken van onjuiste informatie bij de aanvraag. Dergelijke afspraken zijn zeer waarschijnlijk tevens in strijd met de Mededingingswet. Daarom wordt de Autoriteit
Consument en Markt tevens op de hoogte gesteld, indien blijkt dat onderlinge afspraken zijn gemaakt of dat er ongewenste samenhang tussen aanvragers bestaat, zodat er een
onderzoek kan plaatsvinden naar misbruik van marktpositie door de betrokken partijen. Het is niet mogelijk om voor meerdere vaartuigen een aanvraag in te dienen. In combinatie met bijvoorbeeld een ligplaatsvergunning voor een rondvaartschip kan ook een aanvraag worden ingediend voor het plaatsen van een reclamebord of kiosk. Het artikel geeft aan welke gegevens in dat geval nodig zijn.
Artikel 2.4 Beperking aantal aanvragen per aanvrager. Parallel aan artikel 2.3, lid 5 (1 aanvraag voor 1 vaartuig) wordt hier bepaald dat het
indienen van meerdere aanvragen door dezelfde aanvrager niet is toegestaan. De beperkte
voorraad vergunningen moet niet in handen komen van één onderneming of slechts enkele ondernemingen. Door de beperking tot 1 aanvraag wordt aan meer bedrijven de
mogelijkheid geboden om een vergunning te verwerven, hetgeen een gunstig effect zal sorteren voor de mededinging en – in samenhang daarmee - de kwaliteit van de dienstverlening.
Als voor een vaartuig meerdere aanvragen worden ingediend wordt alleen de aanvraag die door de eigenaar is ingediend, in behandeling genomen. Indien blijkt dat hij toestemming heeft gegeven aan derden om – bijvoorbeeld op grond van een huurovereenkomst – een aanvraag in te dienen voor hetzelfde vaartuig, wordt zowel aan de eigenaar als aan die derden de vergunning voor dat vaartuig geweigerd.
Als er meerdere rechthebbenden zijn die een aanvraag voor het vaartuig zouden kunnen indienen, zullen zij derhalve met elkaar in overleg moeten treden over de vraag wie de
aanvraag indient. Deze partijen moeten vervolgens ook afspreken dat de aanvrager over
het vaartuig kan beschikken als de vergunning wordt verleend, omdat dit een andere voorwaarde is voor vergunningverlening.
De artikelleden 6 en 7 voorzien in een mogelijke uitzondering op de in lid 1 neergelegde hoofdregel. Gedurende de looptijd van de hier bedoelde ontheffing zullen de aanvragers hun samenwerking moeten beëindigen.
Artikel 2.6 Wijziging/aanvulling van de aanvraag De aanvraag kan worden gewijzigd gedurende de aanvraagperiode. Op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht moet een bestuursorgaan daarnaast om
aanvullingen vragen als de ingediende aanvraag onvolledig is. Het tweede lid van artikel
2.6 bepaalt dat de aanvrager in dat geval een termijn van 14 dagen krijgt om de aanvraag aan te vullen.
Artikel 3.1 Aantallen Het eerste artikel in paragraaf 3, dat handelt over de verdeling van de beschikbare
vergunningen, geeft aan hoeveel vergunningen in verschillende categorieën beschikbaar
zijn. Voor rondvaartschepen geldt een variabel aantal. Het ligplaatsenoverzicht is bepalend voor het antwoord op de vraag hoeveel ligplaatsen uiteindelijk kunnen worden verdeeld. Het verdient opmerking dat in de te verlenen vergunningen in het algemeen de
mogelijkheid wordt opgenomen om – met voorafgaande toestemming van de havendienst – meer vaartuigen die in het bezit zijn van de vergunninghouder gebruik te laten maken van de ligplaats. Dat kan geschieden als het ‘hoofdvaartuig’ (dat in de vergunning genoemd wordt) overdag op pad is en de ligplaats daardoor ongebruikt blijft. Het doel daarvan is
een efficiënt gebruik van de beschikbare ruimte. Ook moet ervoor worden gezorgd dat de ligplaatsen voor dagondernemers niet te veel belast worden. De aanwijzingen van de havenmeester zijn bepalend voor de ruimte die wordt geboden.
Artikel 3.2 Rangschikking De hier bedoelde toetsing wordt uitgevoerd door het college. Het college geeft bij de
verlening van de ligplaatsvergunning aan hoe de toetsing is uitgevallen en hoeveel punten de aanvrager heeft gescoord op de verschillende onderdelen.
Artikel 3.3 Beoordeling aanvraag In dit artikel wordt de systematiek van beoordeling uiteengezet.
Artikel 3.4 Onderuitputting en afwijzing resterende aanvragen Dit artikel geeft een regeling voor de situatie waarin minder aanvragen (voor een bepaalde categorie of voor het geheel) worden ingediend dan er vergunningen beschikbaar zijn.
De geldigheidsduur van de in 2016 verleende ligplaatsvergunningen loopt eind 2021 af. Naar verwachting zal het aantal beschikbaar komende vergunningen volledig worden
uitgegeven. Niettemin kan een voorziening om vergunningen die niet worden benut te verdelen over de aanvragen in andere segmenten niet ontbreken. Dit werkt als volgt.
Als er onvoldoende positief beoordeelde aanvragen voor rondvaartschepen, historische vaartuigen of overige vaartuigen zijn ingediend om het totale aantal beschikbare
vergunningen te verlenen, wordt de hoogst gerangschikte niet vergunde aanvraag in het nog niet uitgeputte segment vergund tot ook deze vergunningen zijn verleend. Dat
betekent dat een aanvraag die eerder niet voor vergunningverlening in aanmerking kwam omdat het aantal vergunningen voor het specifieke segment (bijvoorbeeld historisch of rondvaart) was uitgeput, alsnog wordt vergund. Resterende vergunningen in deze segmenten worden toegekend aan de hoogst gerangschikte positief beoordeelde
aanvragen die eerder niet in aanmerking kwamen voor een vergunning, omdat het aantal beschikbare vergunningen reeds was verleend.
Artikel 4.2 Verleningsduur Het bepaalde in de Dienstenwet leidt ertoe dat een schaarse vergunning niet voor langer dan vijf jaar kan worden verleend.
Artikel 6.4 Wijziging van de vergunninghouder Dit artikel beperkt de mogelijkheid om een vergunning over te dragen. Dit geschiedt door te bepalen dat het niet mogelijk is om de naam van de vergunninghouder van een dergelijke vergunning te wijzigen binnen twee jaar na verlening ervan.
In combinatie met hetgeen geregeld is in de artikelen 2.3 en 2.4 kan aldus ‘strategisch inschrijfgedrag’ worden tegengegaan.