Bijlage 3. Algemeen accountantsprotocol WMO en Jeugdwet 2023
Tekst van het document
COPRO 23040
ALGEMEEN ACCOUNTANTSPROTOCOL FINANCIËLE PRODUCTIEVERANTWOORDING WMO EN JEUGDWET 2023
Rol, positie en toekomstperspectief van dit protocol Dit landelijk accountantsprotocol is als tijdelijk hulpmiddel in 2015 geïntroduceerd om drie redenen: 1. De informatievoorziening bij en tussen gemeenten en aanbieders was niet op orde. 2. De veelheid van vereisten rond verantwoording en controle via lokale controleprotocollen leidde tot onwerkbare situaties voor zorgaanbieders en hun accountants waardoor gemeenten controleverklaringen te laat of geheel niet zouden krijgen. 3. De gemeentelijke accountant vraagt om het aantonen van de prestatielevering, wat lastig is voor gemeenten omdat zij niet zelf de ontvanger zijn van de dienstverlening. Het protocol biedt hierin houvast, al zou het niet het enige controlemiddel bij gemeenten moeten zijn. In de toekomst dient de accountant geen rol meer te vervullen in de contractrelatie tussen gemeenten en aanbieders. De uitfasering van het gebruik van dit protocol zal in de praktijk gedifferentieerd en gefaseerd plaatsvinden. Dit lijkt in de praktijk langer te duren dan verwacht, vandaar dat dit protocol nog steeds actueel is.
Versie: 28 november 2023
Inhoud 1.
Preambule ....................................................................................................................................................... 3 1.1
Inkadering protocol ............................................................................................................................... 3
1.2
Gehanteerde uitgangspunten................................................................................................................ 3
1.3
Toepassingsscenario’s ........................................................................................................................... 4
1.4
Onderhoud en versiebeheer.................................................................................................................. 5
1.5
Belangrijke definities ............................................................................................................................. 5
2.
Verantwoordingsproces zorgaanbieder .......................................................................................................... 5
3.
Accountantsprotocol ....................................................................................................................................... 6 3.1
Inleiding ................................................................................................................................................. 6
3.2
Doelstelling controle.............................................................................................................................. 6
3.3
Controle-object ...................................................................................................................................... 7
3.4
Reikwijdte van de controle .................................................................................................................... 7
3.4.1
Financiële productieverantwoording ................................................................................................ 7
3.4.2
Financiële productieverantwoording per gemeente ........................................................................ 7
3.4.3
Te verstrekken andere documenten ................................................................................................. 7
3.5
Normen- en toetsingskader ................................................................................................................... 7
3.6
Uitwerking toetsingscriteria .................................................................................................................. 8
3.7
Materialiteit ........................................................................................................................................... 9
3.7.1
Vereist zekerheidsniveau .................................................................................................................. 9
3.7.2
Spreiding van werkzaamheden over alle gemeenten ..................................................................... 10
3.7.3
Toleranties financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) . 10
3.7.4
Rapportagetolerantie per gemeente .............................................................................................. 11
3.8
Controle-aanpak .................................................................................................................................. 11
3.8.1
Algemeen ........................................................................................................................................ 11
3.8.2
Risicoanalyse ................................................................................................................................... 12
3.9
Evaluatie van onderkende afwijkingen en onzekerheden ................................................................... 12
3.10
Oordeelsvorming ................................................................................................................................. 12
3.10.1
Aangepast oordeel ...................................................................................................................... 12
3.10.2
Afwijkingen bij een gemeente: wel of geen aparte rapportage ................................................. 13
Bijlage I
Model financiële productieverantwoording ....................................................................................... 14
Bijlage II
Model goedkeurende controleverklaring ....................................................................................... 15
Bijlage III
Model rapport van bevindingen ..................................................................................................... 18
Bijlage IV
Definities en toelichting van gehanteerde begrippen .................................................................... 19
Pagina 2 van 20
1. Preambule 1.1
Inkadering protocol
Het doel van dit accountantsprotocol is te voorzien in een landelijke standaard voor de financiële productieverantwoording en accountantscontrole voor zorgaanbieders binnen de Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. Dit accountantsprotocol is voor het eerst toegepast voor het boekjaar 2015. Op basis van de evaluatie van de toepassing en ontwikkelingen in vigerende wet- en regelgeving zijn jaarlijks diverse aanpassingen verwerkt. De (inhoudelijke) aanpassing ten opzichte van het accountantsprotocol 2022 betreft: Verwijderen van de 1-november maatregel uit het normen- en toetsingskader (paragraaf 3.5) vanwege de Wet wijziging woonplaatsbeginsel Jeugdwet, omdat deze voor 2023 niet meer aan de orde is. Voor 2023 vormen de extra kosten/productie in het kader van de (tot en met ultimo 2023 verlengde) ‘Regeling specifieke uitkering vergroten van beschikbaarheid van acute jeugd-ggz capaciteit’ een aandachtspunt. Zorgaanbieders dienen deze extra kosten/productie conform de ‘Handreiking verantwoording en controle SPUK acute jeugd-ggz’ niet via de financiële productieverantwoording Jeugdwet te verantwoorden. Dit aandachtspunt heeft geen wijzigingen in dit protocol tot gevolg.
Dit accountantsprotocol richt zich op een uniforme financiële productieverantwoording voor de Wmo en Jeugdwet met bijbehorende accountantscontrole, via uniforme kaders voor: De formats voor de financiële productieverantwoording; De reikwijdte van de controle; Het algemene normen- en toetsingskader voor de controle; De hierbij te hanteren materialiteit en toleranties (betrouwbaarheid- en nauwkeurigheidseisen); De verantwoordingsdeadlines en accountantsproducten. De verantwoording en de controle daarvan zijn gebaseerd op de vereisten van financiële rechtmatigheid voor de gemeenten. Dit betreft vier algemene aspecten die in elke contractrelatie tussen gemeenten en zorgaanbieders relevant zijn: Het recht op het verstrekken van zorg; De bepaling van de omvang van de zorg; De vereisten aan de declaratie; Het aantonen van de levering van zorg. Dit accountantsprotocol geeft alleen een model voor een goedkeurende verklaring (zie bijlage I). De situatie kan zich voordoen dat de accountant geen goedkeurende controleverklaring bij de financiële productieverantwoording kan afgeven, dan wel via een of meer toelichtende paragrafen bepaalde aangelegenheden zal moeten benadrukken. Het is aan de accountant om zijn controleverklaring dienovereenkomstig aan te passen, met inachtneming van de voorbeeldteksten van HRA III van de NBA.
1.2
Gehanteerde uitgangspunten
Dit accountantsprotocol hanteert de volgende uitgangspunten: a. b. c.
Per zorgaanbieder een financiële productieverantwoording per domein (Wmo en Jeugdwet) op totaalniveau met een controleverklaring van de accountant per domein. Per gemeente een financiële productieverantwoording per domein (Wmo en Jeugdwet), waarbij de accountant echter geen oordeel of controleverklaring geeft. Andere controle-informatie kan een individuele gemeente ontlenen aan: 1) De controlemaatregelen die de gemeente zelf uitvoert of heeft uitgevoerd; 2) De toetsing van het totale registratie- en declaratieproces Wmo en Jeugdwet bij de zorgaanbieder door de accountant in het kader van zijn controle op de totaalverantwoording, waarbij het uitgangspunt is Pagina 3 van 20
d.
e.
dat zorgaanbieders een eenduidig registratie- en declaratieproces hebben voor alle gemeenten ten aanzien van de Wmo en Jeugdwet; 3) Iedere gemeente wordt – ongeacht haar relatieve belang in de financiële verantwoording op totaalniveau – betrokken in de werkzaamheden van de accountant; 4) Een rapport van bevindingen van de accountant in de uitzonderingssituatie dat door hem geconstateerde fouten en onzekerheden niet afdoende door de zorgaanbieder zijn gecorrigeerd/ toegelicht. De mate van zekerheid die individuele gemeenten aan deze controle-informatie kunnen ontlenen, is afhankelijk van de lokale situatie. Gemeenten dienen zelf te evalueren in welke mate de toepassing van dit accountantsprotocol en de hiervoor genoemde aspecten leiden tot de voor hen vereiste zekerheid over de financiële rechtmatigheid van de in het sociaal domein bestede gelden. Deze evaluatie kan leiden tot additionele werkzaamheden. Het algemene normen- en toetsingskader van dit accountantsprotocol is gericht op vier algemene aspecten van financiële rechtmatigheid voor gemeenten: 1) Het recht op het verstrekken van zorg; 2) De bepaling van de omvang van de zorg; 3) De vereisten aan de declaratie; 4) Het aantonen van de levering van zorg.
Anders gezegd, het normen- en toetsingskader van dit accountantsprotocol richt zich op de voor gemeenten bekende eisen van recht (volgens de afgesproken voorwaarden), hoogte (volgens het afgesproken tarief) en duur (binnen de afgesproken termijnen). In uitzonderingssituaties kan een gemeente behoefte hebben aan aanvullende informatie, werkzaamheden of zekerheid. Deze eisen vanuit de gemeente (bijvoorbeeld gericht op een leveranciers-, doelmatigheids- of kwaliteitsbeoordeling) vallen buiten de reikwijdte van dit accountantsprotocol.
1.3
Toepassingsscenario’s
De toepassing van dit accountantsprotocol en het format voor de financiële productieverantwoording is voor gemeenten, zorgaanbieders en hun accountants niet verplicht. Het protocol wordt breed gedragen door de betrokken brancheorganisaties, is als vaktechnisch uitvoerbaar beoordeeld door de NBA werkgroep COPRO en biedt belangrijke mogelijkheden om administratieve lasten te beperken. Verdere vermindering van administratieve lasten is mogelijk indien gemeenten en zorgaanbieders afrekenen zonder nog gebruik te maken van een financiële productieverantwoording met controleverklaring. Dit kan alleen als de gemeente een eigen controle-aanpak/ interne beheersing heeft die de financiële productieverantwoording met controleverklaring overbodig maakt. Voor alle andere situaties adviseren de betrokken brancheorganisaties daarom sterk dit accountantsprotocol toe te passen. Tevens adviseren zij om dit accountantsprotocol te integreren in de contracten tussen zorgaanbieders en gemeenten, indien behoefte bestaat aan een jaarlijkse financiële verantwoording voorzien van controleverklaring. Het kan zijn dat zorgaanbieders, gemeenten en hun accountants dit accountantsprotocol niet of in gewijzigde vorm toepassen. Hierbij worden onder meer de volgende scenario’s onderscheiden: a.
b.
Voor de zorgaanbieders waarbij geen van de gemeenten een accountantscontrole voorschrijft, kan dit accountantsprotocol (inclusief het format voor de financiële productieverantwoording) buiten beschouwing worden gelaten. Voor de zorgaanbieders waarbij één of meerdere gemeente(n) waaraan Wmo- en/of Jeugdwet is gedeclareerd om een accountantscontrole vragen van de verantwoorde productie Wmo en/of Jeugdwet, wordt geadviseerd dat zorgaanbieders, gemeenten en hun accountants dit accountantsprotocol zullen toepassen. Het is aan individuele partijen om dit in goed overleg ook te realiseren. Geadviseerd wordt dat partijen hierover tijdig in overleg treden. Pagina 4 van 20
c.
d.
e.
1.4
Voor de zorgaanbieders waarbij één of meerdere gemeenten geen accountantscontrole voorschrijven en andere gemeenten wel, handelt de zorgaanbieder als volgt. In de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein wordt alleen de productie Wmo en Jeugdwet verwerkt die betrekking heeft op de gemeenten die een accountantscontrole voorschrijven. De zorgaanbieder voegt aan de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein een overzicht toe van de gemeenten waarop de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein betrekking heeft. De accountant waarmerkt dit overzicht en verwijst ernaar in zijn controleverklaring (onderdeel ‘Overige aspecten – beperking in gebruik en verspreidingskring’). Als één of meerdere gemeenten dit accountantsprotocol (nog) niet willen toepassen dan wel niet (geheel) toereikend achten in de context van bijvoorbeeld gemaakte contractafspraken, dan wordt geadviseerd om dit accountantsprotocol en het bijbehorende verantwoordingsformat toch onverkort toe te passen en om met de betreffende gemeenten in gesprek te gaan. Dit kan eventueel leiden tot aanvullende informatie, werkzaamheden of zekerheid. Geadviseerd wordt om dergelijke aanvullingen tot een minimum te beperken door de noodzaak hiervan expliciet te evalueren tussen zorgaanbieder, gemeente(n) en de accountant.
Zij vallen in ieder geval buiten de reikwijdte van dit protocol. Een andere oplossing kan zijn dat de gemeente haar verordeningen en/of contracten aanpast in de richting van het uniforme normen- en toetsingskader van dit protocol. In het uitzonderlijke geval dat de gemeente en de zorgaanbieder een afwijkend verantwoordingsformat en/of accountantsprotocol wensen te hanteren, is het van belang dat het betreffende accountantsprotocol vooraf aan de NBA werkgroep COPRO wordt voorgelegd. Geadviseerd wordt om ook dergelijke afwijkingen van dit protocol tot een minimum te beperken.
Onderhoud en versiebeheer
Het onderhoud van dit accountantsprotocol en de daarbij behorende formats van de financiële productieverantwoording berust bij het Ketenbureau i-Sociaal Domein dat onderdeel uitmaakt van VNG Realisatie. Jaarlijks zal in het vierde kwartaal voorafgaand aan het volgende verslagjaar een geactualiseerde versie beschikbaar komen.
1.5
Belangrijke definities
In dit accountantsprotocol is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van begrippen die over het algemeen bekend zijn in de zorg-, gemeente- en accountantssector. Waar nodig zijn bijzondere begrippen in de tekst nader omschreven of in een voetnoot gedefinieerd. Begrippen waarvan de uitleg van belang is voor adequate toepassing van dit accountantsprotocol als geheel, zijn nader gedefinieerd/ toegelicht in bijlage IV.
2. Verantwoordingsproces zorgaanbieder De financiële productieverantwoording van zorgaanbieders vormt het sluitstuk van het registratie- en declaratieproces van de gerealiseerde productie over het boekjaar1, inclusief de daarin begrepen controlemaatregelen van zorgaanbieders en gemeenten. De inhoud, vorm en procedure van de financiële productieverantwoording worden binnen de wettelijke kaders afgestemd en/of overeengekomen tussen zorgaanbieders en gemeenten. Dit accountantsprotocol is ontwikkeld met het gegeven dat de inhoud, vorm en procedures voor gemeenten en zorgaanbieders niettemin inhoudelijk veel overeenkomsten hebben en op grond daarvan generiek kunnen worden weergegeven. Wie verantwoordt: De zorgaanbieder die zorg levert en declareert op basis van Wmo en/of Jeugdwet, met uitzondering van zorgaanbieders met een kleine productieomvang 2 Wat wordt waar verantwoord: 1
Een boekjaar wordt gelijk gesteld aan het kalenderjaar. Wanneer sprake is van zorgtrajecten die niet per einde van het boekjaar kunnen worden afgesloten, geldt dat de financiële productieverantwoording tevens de financiële waarde van fictief afgesloten zorgtrajecten omvat die per 31 december onderhanden zijn. 2 Het gaat hierbij om een omzet van minder dan € 125.000 per financieringsstroom (Wmo/Jeugdwet).
Pagina 5 van 20
-
-
-
Financiële productieverantwoording (namens de zorgaanbieder rechtsgeldig ondertekend en gewaarmerkt door de accountant) op totaalniveau: Overzicht gemeenten waarop financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet op totaalniveau betrekking heeft: Financiële productieverantwoording (namens de zorgaanbieder rechtsgeldig ondertekend en gewaarmerkt door de accountant) per gemeente: Controleverklaring bij (ondertekende en gewaarmerkte) financiële productieverantwoording op totaalniveau: Rapport van bevindingen (uitzonderingssituatie): Inhoudelijke productieverantwoording (indien van toepassing):
Bij alle gemeenten Bij alle gemeenten
Bij desbetreffende gemeente Bij alle gemeenten Bij desbetreffende gemeente Bij desbetreffende gemeente
Via verspreiding van de financiële productieverantwoording op totaalniveau en per gemeente noch via de controleverklaring en een eventueel rapport van bevindingen van de accountant daarbij, mag concurrentiegevoelige en vertrouwelijke informatie worden gedeeld. Wanneer wordt verantwoord: De termijnen voor indiening van de financiële productieverantwoording en de controleverklaring daarbij is gebaseerd op afspraken tussen zorgaanbieders en gemeenten. Voor zover hierover (nog) geen afspraken zijn gemaakt, worden de volgende termijnen als leidraad meegegeven: Financiële productieverantwoording: Vóór 1 maart van het jaar t + 1. Controleverklaring: Vóór 1 april van het jaar t + 1.
3. Accountantsprotocol 3.1
Inleiding
Dit accountantsprotocol geeft zorgaanbieders, gemeenten en hun accountants duidelijkheid over de aard, reikwijdte en zekerheid van(uit) de accountantscontrole van de financiële productieverantwoording binnen de Wmo en de Jeugdwet. Dit accountantsprotocol is geen kader voor alle uitzonderingssituaties die zich kunnen voordoen. In voorkomend geval dienen de betrokken partijen onderling afspraken te maken waarbij de strekking van dit protocol zoveel mogelijk wordt gevolgd. Het productieregistratie- en declaratieproces in het sociaal domein kenmerkt zich door een diversiteit aan controlemaatregelen. Deze controlemaatregelen voert de zorgaanbieder deels zelf uit. De accountant van de zorgaanbieder evalueert de uitkomsten hiervan voor zijn oordeelsvorming over de aard, timing en omvang van zijn eigen werkzaamheden. Daarnaast zullen gemeenten zelf de nodige controles uitvoeren, bijvoorbeeld op de kwaliteit van de productie of de juistheid van de ingediende declaraties. Deze vallen buiten de reikwijdte van dit protocol, maar zijn uiteraard voor de gemeente van belang in het kader van de controle van de financiële rechtmatigheid in het sociaal domein.
3.2
Doelstelling controle
De doelstelling van de accountantscontrole is gericht op het verschaffen van zekerheid aan de zorgaanbieder en de gemeente over de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). Het accountantsprotocol richt zich uitsluitend op de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). De accountant houdt hierbij wel rekening met een spreiding van de controlewerkzaamheden over alle betrokken gemeenten. Zijn oordeel richt zich echter op de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). Hij geeft geen oordeel af over de afzonderlijke financiële productieverantwoordingen die de zorgaanbieder per gemeente indient. Wel brengt hij in uitzonderingsgevallen een rapport van bevindingen uit aan individuele gemeenten.
Pagina 6 van 20
3.3
Controle-object
Het controle-object bestaat uit het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet van de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) over het boekjaar 2023. Hierover geeft de accountant in zijn controleverklaring een oordeel. De accountant waarmerkt de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) en neemt in dit waarmerk een verwijzing op naar de afgegeven controleverklaring (behorend bij de verklaring met datum/kenmerk ……). De financiële productieverantwoording(en) per domein (Wmo/Jeugdwet) per gemeente vormt/vormen geen object van controle. De accountant geeft hierover geen oordeel, maar behandelt deze overeenkomstig Standaard 720 De verantwoordelijkheden van de accountant met betrekking tot andere informatie (zie paragraaf 3.4.2). De accountant waarmerkt de financiële productieverantwoording(en) per domein (Wmo/Jeugdwet) per gemeente uitsluitend ter identificatie. Op deze wijze kan de betreffende gemeente ervan op aan, dat de betreffende productieverantwoording onderdeel uitmaakt van de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet).
3.4
Reikwijdte van de controle
3.4.1 Financiële productieverantwoording Onder meer de volgende bekostigingsvormen worden onderkend binnen het domein van de Wmo en Jeugdwet: Inspanningsgerichte uitvoeringsvariant Outputgerichte uitvoeringsvariant Taakgerichte uitvoeringsvariant Subsidiabele kosten Specifieke financieringsvormen en/of correctieregels op de financiële waarde(n) van bovenstaande financieringsvormen3 3.4.2 Financiële productieverantwoording per gemeente Het accountantsprotocol richt zich op de financiële productieverantwoordingen op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). De financiële productieverantwoording(en) per domein (Wmo/Jeugdwet) per gemeente vormt/vormen geen object van controle. De accountant behandelt deze als andere informatie overeenkomstig Standaard 720 De verantwoordelijkheden van de accountant met betrekking tot andere informatie. 3.4.3 Te verstrekken andere documenten Aan de gemeente te verstrekken andere documenten bij de financiële productieverantwoording per domein (Wmo/Jeugdwet), zoals een inhoudelijk verslag, vallen buiten de reikwijdte van dit protocol en vormen geen controle-object van de accountant. De accountant geeft hier geen oordeel over.
3.5
Normen- en toetsingskader
De Wmo en de Jeugdwet vormen het wettelijk kader voor de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet door gemeenten, naast de verordeningen die de gemeenten zelf uitbrengen. Voor dit accountantsprotocol gelden als basis de vier algemene aspecten (eisen) voor de financiële rechtmatigheid van gemeenten: Het recht op het verstrekken van zorg; De bepaling van de omvang van de zorg; De vereisten aan de declaratie; Het aantonen van de levering van zorg. Hierbij volgt dit accountantsprotocol de volgende redenering. De bovengenoemde wet- en regelgeving en eventuele andere overeengekomen afspraken tussen gemeenten en zorgaanbieders bepalen de financiële rechtmatigheid van bestedingen in het sociaal domein. Dit accountantsprotocol bevat in paragraaf 3.6 vier
3 Voor correctieregels kan gedacht worden aan niet voor financiering in aanmerking komende productie, substitutie van
productieafspraken, doelmatigheidscorrecties, etc.
Pagina 7 van 20
generieke toetsingscriteria. De toetsingscriteria vallen binnen de categorieën juistheid, financiële rechtmatigheid en levering en dekken de voor gemeenten bekende eisen van recht, hoogte en duur af. Dit betekent dat de in deze paragraaf genoemde wet- en regelgeving en eventueel andere overeengekomen afspraken tussen gemeenten en zorgaanbieders voor dit accountantsprotocol en de daarop gebaseerde controle uitsluitend relevant zijn voor zover ze de toetsingscriteria van paragraaf 3.6 raken. Van de accountant wordt niet verwacht dat hij toetst aan alle bepalingen die zijn opgenomen in de hiervoor genoemde wet- en regelgeving en tussen gemeenten en zorgaanbieders gemaakte afspraken. Dat doet hij uitsluitend indien en voor zover deze bepalingen zijn uitgewerkt in de toetsingscriteria van paragraaf. 3.6. Indien in de wet- en regelgeving of de individuele overeenkomsten tussen gemeenten en zorgaanbieders bepalingen zijn opgenomen die verder gaan dan of afwijken van de toetsingscriteria van paragraaf 3.6, dan vallen deze uitdrukkelijk buiten de reikwijdte van het onderzoek en de verklaring van de accountant.
3.6
Uitwerking toetsingscriteria
Binnen de hierboven genoemde vier aspecten van het normenkader gelden voor de accountant de volgende toetsingscriteria. Zij betreffen de juistheid, financiële rechtmatigheid en levering: 1. 2. 3. 4.
Rekenkundige juistheid; Juistheid productie; Juistheid tarief; Levering productie4.
Deze toetsingscriteria zijn hieronder verder uitgewerkt. De uitwerking moet in samenhang gezien worden met paragraaf 3.8.2 die ingaat op de risicoanalyse van mogelijke afwijkingen inzake deze toetsingscriteria. Uit deze risicoanalyse kan ook blijken dat niet alle hieronder genoemde toetsingscriteria voor de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) van de betreffende zorgaanbieder relevant zijn. In dat geval hoeft de accountant deze niet in zijn controle op te nemen. Een voorbeeld hiervan is onderhanden werk, dat hoeft niet in elke contractsituatie voor te komen. 1. Rekenkundige juistheid Rekenkundige juistheid van de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) Rekenkundige aansluiting financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) op de som van de totalen van de financiële productieverantwoordingen per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet) Rekenkundige aansluiting financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) op het onderliggende registratiesystemen voor Wmo en Jeugdwet bij de zorgaanbieder, onderverdeeld naar gemeenten en producten 2.
Juistheid productie Aanwezigheid geldige toewijzing Aanwezigheid geldige verwijzing van huisarts, jeugdarts, gecertificeerde instelling of medisch specialist5 4 De term ’levering’ impliceert dat de verantwoorde productie tijdens de gecontroleerde periode heeft plaatsgevonden en betrekking heeft
op de zorgaanbieder. 5 De Regeling Jeugdwet, artikel 6.a.1, lid 1 sub g schrijft voor dat een aanbieder die voor een in de wet bedoelde dienst bij een gemeente een bedrag in rekening brengt, indien verwijzing door een huisarts, medisch specialist of jeugdarts heeft plaatsgevonden, daarbij van de desbetreffende arts de naam en het adres of de zorgverlenerscode vermeldt. In het informatiemodel i-Standaarden is de Gecertificeerde instelling eveneens als verwijzer aangeduid. Strikt genomen is deze aanduiding onjuist, maar voor dit protocol wordt hier de lijn van het genoemde informatiemodel gevolgd en wordt de bepaling van een Gecertificeerde instelling gelijk gesteld aan de verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Indien in de steekproef of deelwaarneming van de accountant (zie paragraaf 3.7.2) een productieregel wordt geselecteerd waarbij (in het verzoek om toewijzing) de verwijzer een huisarts, jeugdarts, Gecertificeerde instelling of medisch specialist is, dan vormt de aanwezigheid van de verwijzing in de administratie van de zorgaanbieder een toetsingscriterium voor de accountant. Binnen de i-Standaarden is de code verwijzer in het 315-bericht (VOT) voor de hiervoor genoemde verwijzers respectievelijk 02, 03, 04 en 05. Indien
Pagina 8 van 20
-
De verantwoorde productie is op cliëntniveau niet hoger dan het maximum aan toegewezen zorg Het verantwoorde product komt overeen met het toegewezen product dan wel is volgens overeengekomen conversieregels afgeleid van het toegewezen product De productie is verantwoord aan de juiste gemeente6 Het onderhanden werk is juist berekend Geen verantwoording van productie die bij derden is gedeclareerd (onderaanneming) Onderbouwing van eventueel verantwoorde subsidiabele kosten7 Juistheid en volledigheid van verantwoorde correctie(s)
3. Juistheid tarief Het gehanteerde tarief is gelijk aan het tarief dat met de gemeente is overeengekomen blijkens het afgesloten contract of andere documentatie waaruit impliciet blijkt dat de gemeente met het gehanteerde tarief akkoord is. 4. Levering productie Algemene uitwerking: In het zorgproces zijn beheersmaatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de verantwoorde zorg is geleverd. De accountant toetst of de zorgaanbieder in het zorgproces (in opzet en bestaan) beheersmaatregelen heeft getroffen die moeten borgen dat de met de cliënt overeengekomen zorg wordt geleverd. De zorgaanbieder kan hier bijvoorbeeld invulling aan geven door bij een nieuw/ gewijzigd zorgaanbod de cliëntgegevens en het overeengekomen zorgaanbod op te nemen in de planning van zorgmedewerkers en toe te zien op de uitvoering van de planning. Verder wordt verwezen naar paragraaf 3.8 van dit protocol. Specifieke uitwerking naar het soort zorgaanbod: o Intramuraal bekostigd zorgaanbod: Hier wordt de basis gevormd door de registratie van de aanwezigheid of toegestane afwezigheid cliënt. o Extramuraal bekostigd zorgaanbod: Hier wordt de basis gevormd door AO/IC rondom zorgplanning, -registratie en –declaratie bij de zorgaanbieder.
De registratie kan de vorm hebben van één of meerdere van de volgende varianten: ▪ directe tijdregistratie op basis van een tijdregistratieproces ▪ registratie van de planning op basis van een planningsregistratieproces ▪ registratie van zorgarrangementen op basis van een registratieproces van zorgarrangementen In de situatie dat een zorgaanbieder op onderdelen (nog) niet expliciet voldoet aan de relevante toetsingscriteria, kan de zorgaanbieder in de financiële productieverantwoording per domein (Wmo/Jeugdwet) per gemeente gemotiveerd aangeven of hij op andere wijze voldoet aan het normenkader. De accountant evalueert of hij op basis daarvan alsnog tot een goedkeurend oordeel kan komen dan wel zijn oordeel moet aanpassen of een rapport van bevindingen dient te verstrekken.
3.7
Materialiteit
3.7.1 Vereist zekerheidsniveau Het onderzoek moet zodanig worden ingepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet in de financiële productieverantwoording de gemeente zelf verwijzer is, dan blijkt dit binnen de i-Standaarden uit een leeg veld “Referentie aanbieder“ in het 315-bericht. Als niet (volledig) gebruik wordt gemaakt van de i-Standaarden in het berichtenverkeer, dan zal de hoedanigheid van de verwijzer op een andere wijze ontleend moeten worden aan de administratie van de zorgaanbieder. 6 Primair is de toewijzing leidend voor de gemeente waaraan de zorg wordt gedeclareerd. Als de zorgaanbieder hiervan afwijkt, onderbouwt de zorgaanbieder dit aan de hand van een schriftelijk bewijs van toestemming van de gemeente waaraan de zorg wordt gedeclareerd óf aan de hand van (de uitkomsten van) het door de zorgaanbieder uitgevoerde onderzoek naar de woonplaats van de cliënt. 7 De toetsingscriteria voor subsidiabele kosten dienen door gemeenten te worden gedefinieerd in een subsidiebeschikking of vergelijkbaar document.
Als de toetsingscriteria niet expliciet zijn gemaakt door gemeenten gelden de volgende toetsingscriteria: kosten zijn juist en passend binnen de gesubsidieerde activiteiten en de daarbij behorende begroting; gerealiseerde opbrengsten op begrote opbrengstencategorieën zijn juist en (voor zover door de accountant vast te stellen) volledig verwerkt in de verantwoorde subsidiabele kosten.
Pagina 9 van 20
op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden van materieel belang bevatten. Met het begrip ‘redelijke mate van zekerheid’ gaat dit accountantsprotocol ervan uit dat de accountant zijn controle met een betrouwbaarheid van 95% en een nauwkeurigheid van 99% uitvoert. Een verklaring met een goedkeurende strekking impliceert dat, gegeven de bovengenoemde betrouwbaarheid, in het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet van de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) geen afwijkingen (fouten) en onzekerheden voorkomen die groter zijn dan de percentages in de materialiteitstabel in paragraaf 3.7.3. Als omvangbasis gelden hierbij het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). Een verklaring met een goedkeurende strekking bij de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) geeft geen zekerheid over de financiële productieverantwoording per afzonderlijke gemeente. 3.7.2 Spreiding van werkzaamheden over alle gemeenten De accountant dient alle gemeenten die in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) zijn opgenomen in zijn controlewerkzaamheden te betrekken, ongeacht de relatieve omvang van individuele gemeenten.
Indien de accountant hierbij een steekproef uitvoert dan wel deelwaarnemingen verricht, zal hij deze spreiden over de verantwoorde productie van alle betrokken gemeenten. Voorafgaand aan de selecties voor de uit te voeren steekproeven en/of deelwaarnemingen bepaalt de accountant de homogeniteit dan wel diversiteit van het registratie- en declaratieproces van de zorgaanbieder en de uitkomsten van de in paragraaf 3.8.2. genoemde risicoanalyse. Naarmate de homogeniteit afneemt en de diversiteit toeneemt, neemt over het algemeen het aantal uit te voeren steekproeven en/of deelwaarnemingen toe. De spreiding van steekproeven en/of deelwaarnemingen over alle gemeenten impliceert dat alle productieregels binnen een te controleren (homogene) deelmassa een gelijke selectiekans hebben die ook niet bewust beïnvloed wordt door de relatieve omvang van een gemeente in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). Tegelijkertijd is de selectiekans van productieregels van een gemeente met een grote relatieve omvang in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) groter dan van een gemeente met een kleinere relatieve omvang. Dat alle productieregels een gelijke selectiekans hebben betekent niet automatisch dat elke gemeente ook in de steekproeven en/of deelwaarnemingen terechtkomt.
De spreiding van deelwaarnemingen en/of steekproeven over alle gemeenten is van belang voor de representativiteit van de werkzaamheden van de accountant, maar niet bedoeld om tot een oordeel te komen of zekerheid te verstrekken over de financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet). De accountant geeft immers alleen een oordeel over de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet), waarin de verantwoorde productie van alle betrokken gemeenten is opgenomen. De accountant stelt van alle geselecteerde posten ook vast dat deze aan de juiste gemeenten zijn toegerekend. 3.7.3
Toleranties financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) De accountant hanteert voor de bepaling van de materialiteit en zijn oordeelsvorming de volgende uitgangspunten voor de Wmo en Jeugdwet afzonderlijk.
Pagina 10 van 20
Oordeel Goedkeurend
Beperking
Oordeelonthouding
Afkeurend
Afwijkingen (fouten) in de verantwoording
≤ 1%
> 1% en ≤ 3%
n.v.t.
> 3%
Onzekerheden in de controle
≤ 3%
> 3% en ≤ 10%
> 10%
n.v.t.
Omvangbasis
Het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet)
3.7.4 Rapportagetolerantie per gemeente Indien de accountant tijdens zijn controle afwijkingen (fouten) of onzekerheden constateert die geen effect hebben op zijn oordeel over de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet), maar wel relevant zijn voor de financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet), kan het nodig zijn om een rapport van bevindingen uit te brengen. Paragraaf 3.10.2 bevat de hierbij te onderscheiden situaties en de te volgen procedure. Omdat de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) hierbij geen passende maatstaf biedt, geldt de financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet) als basis. Als de accountant op grond van paragraaf 3.10.2 een rapport van bevindingen moet uitbrengen, gelden de volgende percentages voor het rapporteren van afwijkingen: Rapportage Fouten
> 1%
Onzekerheden
> 3%
Omvangbasis
Het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet in de financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet)
De rapportagetolerantie geeft aan vanaf welke omvang de niet-gecorrigeerde afwijkingen of niet toegelichte onzekerheden door de accountant gemeld moeten worden in het rapport van bevindingen. De rapportage van de accountant heeft het karakter van een uitzonderingsrapportage.
3.8
Controle-aanpak
3.8.1 Algemeen De risico-inschattingswerkzaamheden en overige controlewerkzaamheden van de accountant richten zich op de juistheid van het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). De accountant voert zijn controlewerkzaamheden uit in overeenstemming met Nederlands recht, waaronder de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), de Nederlandse controlestandaarden (in het bijzonder Standaard 805) en dit accountantsprotocol. De accountant is zelfstandig verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van voldoende controlewerkzaamheden ter verkrijging van voldoende en geschikte controle-informatie ter onderbouwing van zijn oordeel over het totaalbedrag Wmo en het totaalbedrag Jeugdwet in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). Hiervoor zal hij zich primair richten op opzet en bestaan van de administratieve organisatie en de interne controle (AO/IC) rondom de productieverantwoording en de daaraan ten grondslag liggende registratie- en declaratieprocessen. De accountant zal hierbij alleen de inzet van de geleverde productie kunnen toetsen, omdat hij niet beschikt over voldoende deskundigheid om de inhoud daarvan te controleren, dan wel dit niet kan Pagina 11 van 20
controleren vanwege privacyaspecten. Van de accountant wordt daarom geen expliciet oordeel over de kwaliteit van de AO/IC verwacht, noch een detailcontrole op dossier- of cliëntniveau. Het wordt aan de accountant overgelaten op welke wijze hij zijn verdere controleaanpak inricht, hoe hij zijn controlewerkzaamheden uitvoert en hoe hij op grond daarvan voldoende controle-informatie verkrijgt. Het gaat er in essentie om, dat de accountant voldoende controle-informatie verzamelt om met een redelijke mate van zekerheid vast te kunnen stellen dat de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) de hierin opgenomen bedragen in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weergeeft in overeenstemming met de toetsingscriteria zoals uitgewerkt in paragraaf 3.6 van dit protocol. 3.8.2 Risicoanalyse De accountant baseert zijn controle-aanpak op een analyse van het risico van afwijkingen door fraude of fouten van materieel belang in de afzonderlijke totaalbedragen Wmo en Jeugdwet in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet), overeenkomstig de bepalingen van Standaard 315 Risico’s op een afwijking van materieel belang identificeren en inschatten.
De accountant baseert zijn risicoanalyse primair op een beoordeling van de door de zorgaanbieder opgestelde risicoanalyse ten aanzien van de in paragraaf 3.6 genoemde toetsingscriteria.
3.9
Evaluatie van onderkende afwijkingen en onzekerheden
De accountant evalueert de door hem onderkende afwijkingen (fouten) en onzekerheden bij de controle van de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) overeenkomstig de relevante bepalingen van Standaard 450 Evaluatie van tijdens de controle geïdentificeerde afwijkingen. Van een afwijking is sprake als de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) niet voldoet aan de toetsingscriteria zoals uitgewerkt in paragraaf 3.6. Van een onzekerheid is sprake als onvoldoende (controle-)informatie beschikbaar is om te controleren of sprake is van afwijkingen in (een gedeelte van) de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet). Fouten onderscheiden zich in incidentele en structurele fouten. Een incidentele (geïsoleerde) fout is een toevallige fout. Een structurele fout is gelegen in (onderdelen van) het systeem van uitvoering, waardoor fouten met een herhalingskarakter (kunnen) optreden. De accountant neemt hierbij de bepalingen uit Standaard 530.13 in acht. De accountant evalueert geconstateerde afwijkingen en onzekerheden en formuleert op basis daarvan zijn oordeel en indien van toepassing zijn rapport van bevindingen.
3.10
Oordeelsvorming
Een goedkeurend oordeel over de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) strekt zich uit tot de afzonderlijke totaalbedragen voor de financieringsstromen Wmo en Jeugdwet. Concreet betekent dit dat de accountant twee afzonderlijke verklaringen afgeeft. Zie bijlage II voor het model van een goedkeurende controleverklaring. 3.10.1 Aangepast oordeel Als sprake is van afwijkingen (fouten) of onzekerheden die een materieel effect (kunnen) hebben op het totaalbedrag Wmo en/of het totaalbedrag Jeugdwet in de financiële verantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet), dan geeft de accountant een ander dan goedkeurend oordeel. Afhankelijk van de omvang kan dit leiden tot een verklaring met beperking, een verklaring van oordeelonthouding of een afkeurende verklaring. Ingeval van een afwijkend oordeel dient de accountant in de sectie Basis voor ons oordeel een beschrijving en kwantificering van de financiële gevolgen van de afwijking én (indien toewijsbaar aan één of meerdere gemeenten) per gemeente afzonderlijk op te nemen, tenzij dit praktisch onuitvoerbaar is. Indien het niet praktisch uitvoerbaar is om de financiële gevolgen te kwantificeren, dient de accountant dit in deze sectie te vermelden. Zie hiervoor Standaard 705 artikel 21 Aanpassingen van het oordeel in de controleverklaring van de onafhankelijke accountant. Pagina 12 van 20
3.10.2 Afwijkingen bij een gemeente: wel of geen aparte rapportage Over de financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet) geeft de accountant geen afzonderlijk oordeel. Wel kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van een rapport van bevindingen voor een specifieke gemeente. Zie hiervoor paragraaf 3.7.4. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten en varianten: -
Situatie A. Als de accountant in de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet) afwijkingen/onzekerheden heeft geconstateerd die geen materieel effect (kunnen) hebben op het totaalbedrag Wmo en/of het totaalbedrag Jeugdwet maar wel groter zijn dan de rapporteringstolerantie voor de desbetreffende financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet), dan corrigeert de zorgaanbieder de afwijkingen dan wel licht zij de onzekerheden toe8. In dit geval brengt de accountant geen rapport van bevindingen uit.
-
Situatie B. Indien de zorgaanbieder deze afwijkingen niet corrigeert dan wel onzekerheden niet toelicht, brengt de accountant bij de desbetreffende financiële productieverantwoording op totaalniveau per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet) een rapport van bevindingen uit. Een model voor het rapport van bevindingen is opgenomen in bijlage III. Hierbij geldt de volgende procedure: • de zorgaanbieder geeft dit aan in de desbetreffende financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet). • de accountant maakt hiervan melding in een toelichtende paragraaf in zijn controleverklaring bij de financiële productieverantwoording op totaalniveau per domein (Wmo/Jeugdwet).
8 In deze toelichting geeft de zorgaanbieder gemotiveerd aan wat de verwachte totale omvang van fouten en van onzekerheden is op de
financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet). Geconstateerde fouten en onzekerheden dienen door de zorgaanbieder derhalve geëxtrapoleerd te worden voor de financiële productieverantwoording per gemeente per domein (Wmo/Jeugdwet). De basis voor deze extrapolatie licht de zorgaanbieder toe.
Pagina 13 van 20
Bijlage I •
Model financiële productieverantwoording
Zie separaat Excel-model.
Pagina 14 van 20
Bijlage II
Model goedkeurende controleverklaring9
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: [naam zorgaanbieder] Ons oordeel Wij hebben de bijgevoegde door ons gewaarmerkte financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet 10 op totaalniveau 2023 van [naam zorgaanbieder] te [vestigingsplaats] gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet11 op totaalniveau 2023 het totaalbedrag van € ……… in alle van materieel belang zijnde aspecten juist weer in overeenstemming met het normenkader zoals opgenomen in paragraaf 3.5 van het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de financiële productieverantwoording’. Wij zijn onafhankelijk van [naam zorgaanbieder] zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Andere informatie Naast de financiële productieverantwoording op totaalniveau 2023 en onze controleverklaring daarbij, omvat de financiële productieverantwoording andere informatie die bestaat uit financiële productieverantwoordingen Wmo/Jeugdwet12 2023 per gemeente die door ons voor identificatiedoeleinden zijn gewaarmerkt. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de financiële productieverantwoordingen per gemeente – voor zover die door ons voor identificatiedoeleinden zijn gewaarmerkt – met de financiële productieverantwoording op totaalniveau verenigbaar zijn en geen materiële afwijkingen bevatten. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de controle van de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet13 op totaalniveau 2023 en de in paragraaf 3.6 van het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023 onder 1. vermelde werkzaamheden, overwogen of de financiële productieverantwoordingen per gemeente materiële afwijkingen bevatten. Met deze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720 en het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023.
Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet14 op totaalniveau 2023. 9 Mochten de NBA voorbeeldteksten waarop dit model is gebaseerd tussentijds wijzigen, dan zal dit via een aangepaste
versie van dit protocol of een addendum kenbaar worden gemaakt. 10 Kiezen wat van toepassing is. 11 Kiezen wat van toepassing is. 12 Kiezen wat van toepassing is. 13 Kiezen wat van toepassing is. 14 Kiezen wat van toepassing is.
Pagina 15 van 20
De raad van bestuur van de zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie. Rapport over geconstateerde en niet toegelichte afwijkingen en onzekerheden 15 Zonder afbreuk te doen aan ons oordeel merken wij op dat wij naast deze controleverklaring voor de gemeenten een aparte rapportage hebben uitgebracht over geconstateerde en niet toegelichte afwijkingen en onzekerheden boven de rapportagetolerantie volgens paragraaf 3.7.4 van het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023. Beperking in gebruik en verspreidingskring De financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet16 op totaalniveau 2023 is opgesteld door [naam zorgaanbieder] voor de gemeenten die zijn opgenomen in het door ons voor identificatiedoeleinden gewaarmerkte ‘Overzicht gemeenten waarop financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet17 op totaalniveau betrekking heeft’ met als doel de raad van bestuur van [naam zorgaanbieder] in staat te stellen zich aan deze gemeenten te verantwoorden over de productie Wmo/Jeugdwet 18. Hierdoor is de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet19 op totaalniveau 2023 mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Onze controleverklaring is derhalve uitsluitend bestemd voor de raad van bestuur van [naam zorgaanbieder] en deze gemeenten en dient niet te worden verspreid aan of te worden gebruikt door anderen.
Verantwoordelijkheden raad van bestuur voor de financiële productieverantwoording De raad van bestuur van de zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het opstellen van de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet20 op totaalniveau 2023 in overeenstemming met het normenkader zoals opgenomen in paragraaf 3.5 van het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023. De raad van bestuur is tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing als het noodzakelijk acht om het opstellen van de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet21 op totaalniveau 2023 mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de financiële productieverantwoording Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fouten of fraude en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet22 op totaalniveau 2023 nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van het totaalbedrag Wmo/Jeugdwet 23 volgens de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet24 op totaalniveau 2023. De alinea is alleen aan de orde als de zorgaanbieder de geconstateerde afwijkingen (fouten) en onzekerheden niet toelicht. 16 Kiezen wat van toepassing is. 17 Kiezen wat van toepassing is. 18 Kiezen wat van toepassing is. 19 Kiezen wat van toepassing is. 20 Kiezen wat van toepassing is. 21 Kiezen wat van toepassing is. 22 Kiezen wat van toepassing is. 23 Kiezen wat van toepassing is. 24 Kiezen wat van toepassing is. 15
Pagina 16 van 20
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden en het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: •
•
•
• •
het identificeren en inschatten van de risico’s dat de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet 25 op totaalniveau 2023 afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.
Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet26 op totaalniveau 2023 en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de financiële productieverantwoording staan; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de financiële productieverantwoording en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de financiële productieverantwoording de onderliggende transacties en gebeurtenissen zonder materiële afwijkingen weergeeft.
[Plaats en datum] [naam accountantspraktijk] [naam accountant]
25 Kiezen wat van toepassing is. 26 Kiezen wat van toepassing is.
Pagina 17 van 20
Bijlage III
Model rapport van bevindingen
RAPPORT VAN BEVINDINGEN INZAKE FINANCIË PRODUCTIEVERANTWOORDING 2023 [gemeente] Afgegeven ten behoeve van [gemeente] Aan: [naam zorgaanbieder] Opdracht Wij hebben op [datum] een controleverklaring [vermeld type controleverklaring] afgegeven bij de financiële productieverantwoording Wmo/Jeugdwet27 op totaalniveau 2023 van [naam zorgaanbieder] te [statutaire vestigingsplaats]. Overeenkomstig het Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording Wmo en Jeugdwet 2023, dienen wij naast de controleverklaring een afzonderlijke rapportage uit te brengen over tijdens onze controle vastgestelde, niet-gecorrigeerde of niet-toegelichte afwijkingen die de rapportagetolerantie voor de financiële productieverantwoording(en) per gemeente overschrijden. Met dit rapport wordt uitvoering gegeven aan deze verplichting. Aard en reikwijdte verrichte werkzaamheden Voor de aard en reikwijdte van onze werkzaamheden verwijzen wij u naar bovengenoemde controleverklaring. Deze rapportage betreft uitsluitend de niet-gecorrigeerde of niet-toegelichte afwijkingen in de financiële productieverantwoording voor gemeente [gemeente] die wij tijdens onze controle hebben vastgesteld. Wij hebben hiervoor geen aparte werkzaamheden verricht. Dit betekent dat deze rapportage geen volledig beeld hoeft te geven van alle afwijkingen.
Ook geven wij geen zekerheid over de genoemde productieverantwoording voor gemeente [gemeente]. Geconstateerde afwijkingen Tijdens de controle zijn de volgende afwijkingen geconstateerd die niet zijn gecorrigeerd of niet zijn toegelicht: 1.
Inzake …….
2.
Inzake ……
Overige aspecten – beperking in verspreidingskring en gebruik Deze rapportage is uitsluitend bestemd voor [naam zorgaanbieder] en de [gemeente] aangezien anderen die niet op de hoogte zijn van het doel van onze controleopdracht de resultaten onjuist kunnen interpreteren. Wij verzoeken u derhalve deze rapportage niet aan anderen te verstrekken zonder onze uitdrukkelijke toestemming vooraf. [Plaats en datum] [Naam accountantspraktijk] [Naam accountant]
27 Kiezen wat van toepassing is
Pagina 18 van 20
Bijlage IV
Definities en toelichting van gehanteerde begrippen
Verantwoorde en gedeclareerde productie De verantwoorde productie is de productie die in het boekjaar (tussen 1 januari en 31 december) is geleverd en financieel rechtmatig is. Dit betreft productie die conform toewijzing is geleverd in reguliere vorm alsook geleverd in alternatieve vorm, mits schriftelijk met de gemeente overeengekomen. De verantwoorde productie valt uiteen in de volgende componenten: - de gedeclareerde productie uit het boekjaar; - de geleverde, maar nog niet gedeclareerde productie uit het boekjaar en; - de correctie voor ten onrechte gedeclareerde productie uit het boekjaar die nog gecrediteerd moet worden. Conversie van producten Er kan sprake zijn van situaties waarin de zorglevering afwijkt van de toewijzing. Een veel voorkomend voorbeeld is dat in plaats van toegewezen groepsgewijze zorg, individuele zorg wordt geleverd of andersom. Er zijn ook andere voorbeelden. Gemeenten en zorgaanbieders kunnen hierover afspraken maken, waarbij de zorgaanbieder een ander zorgproduct mag leveren en declareren dan het toegewezen zorgproduct. Er is dan sprake van een zogenaamde conversie van zorgproducten volgens daarover gemaakte afspraken. Het op juiste wijze toepassen van deze conversieafspraken tast de juistheid van het gedeclareerde zorgproduct niet aan.
Wanneer gemeenten een nieuwe toewijzing verstrekken, passend bij de gewijzigde zorglevering, dan is evenwel sprake van een reguliere situatie die valt onder de definitie ‘verantwoorde en gedeclareerde productie’. Gemeenten In dit protocol wordt steeds de gemeente als enkelvoudig begrip gehanteerd. Dit begrip kan ook een andere betekenis hebben, met name als sprake is van verantwoording op het niveau van een samenwerkingsverband of centraal uitvoeringsorgaan van gemeenten. Zolang de overeenkomst met de zorgaanbieder geen uitsluitsel geeft over het verantwoordingsniveau, wordt geadviseerd om verantwoording af te leggen per gemeente. De minimale werkzaamheden per gemeente als beschreven in paragraaf 3.7.2 van dit protocol dienen parallel te lopen met het laagste verantwoordingsniveau. Toewijzing Het recht op zorg op grond van de Wmo of Jeugdwet ligt voor cliënten over het algemeen besloten in een formele beschikking28 van de gemeente op aanvraag van de cliënt. Daarnaast verstrekt de gemeente een opdracht (of verzoek) aan een zorgaanbieder om zorg te verlenen. Dit is de toewijzing. Aangezien dit protocol ziet op de interactie tussen de gemeente en de zorgaanbieder, wordt steeds het begrip toewijzing gehanteerd. Naast deze termen kunnen gemeenten ook andere begrippen hanteren, zoals indicatie, legitimatie of besluit, meestal met de betekenis van beschikking.
Ten slotte kan het vanuit de gemeente een contractuele vereiste zijn dat er een verwijzing is van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts. Deze komt in plaats van de gemeentelijke beschikking en vergt meestal nog wel een gemeentelijke toewijzing aan de zorgaanbieder. De geldige toewijzing (301-bericht) door de gemeente is de gebruikelijke vorm voor de werkopdracht van de gemeente aan de zorgaanbieder in het toewijzingsproces. Bij uitzondering kan een opdrachtverstrekking (of erkenning) in een andere vorm hiermee voor de controle gelijkgesteld worden. Omdat de aanwezigheid van een toewijzing met name in de Jeugdzorg problemen oplevert, wordt accountants geadviseerd om hieraan al tijdens de interim-controles aandacht te besteden.
28 De persoonsgerichte beschikking is een beschikking die is gericht op een rechtsgevolg voor een of meer aanwijsbare
personen en die niet geldt voor anderen dan die personen. Deze beschikking wordt aan de geadresseerde(n) van de beschikking toegezonden of uitgereikt en, indien van toepassing, aan de aanvrager van de beschikking.