CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Was-Wordt-lijst Integrale Verordening Sociaal Domein Texel 2026

Raadsvergadering 17 september 2025, gemeente TexelBij agendapunt: Integrale Verordening Sociaal Domein Texel 20264.723 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-Wordt-Lijst Integrale Verordening Sociaal Domein Texel 2026 Doordat de integrale verordening een andere indeling en structuur heeft waarbij bepalingen uit de Participatiewet, Wmo en Jeugdwet zijn samengevoegd tot een samenhangend geheel, zijn de artikelen uit de oude verordeningen niet één-op-één terug te vinden en te vergelijken. Sommige artikelen zijn samengevoegd, anders geformuleerd of verplaatst. En soms zijn regels verwerkt in algemene richtlijnen, zodat de verordening makkelijker te begrijpen en te gebruiken is. In deze Was-Wordt-Lijst staan dan ook alleen de belangrijkste wijzigingen.

WAS

Verordening participatie en re-integratie en gesubsidieerde arbeid 2018

WORDT (integrale verordening 2026)

TOELICHTING

Artikel 2.2.3 lid 2 Gegevens Als tijdens het gesprek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat jij een aanvraag voor hulp-op-maat wilt indienen, dan vragen wij jou de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag en die wij niet zelf kunnen inzien of verkrijgen, binnen 14 dagen in te leveren.

Vanuit Wmo en Jeugd gaan we uit van een termijn van 14 dagen. Voor de eenduidigheid hanteren we dit nu ook voor Participatie.

Artikel 2.5.2. Verval van recht Het recht op hulp vervalt als u niet binnen 6 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp, tenzij dit u niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen.

Door binnen de integrale verordening de uiteenlopende regelingen binnen het sociaal domein samen te brengen, is een uniforme aanpak nodig om alles overzichtelijk en eerlijk te houden. De vervaltermijn draagt bij aan die uniformiteit en voorkomt verwarring, ongelijke behandeling en een inefficiënte uitvoering. Hier is gekozen voor een andere benaming omdat de term stage verwarrend blijkt te zijn voor werkgevers en cliënten. Het lijkt te veel op een stage vanuit het onderwijs en wekt de indruk dat een stagevergoeding wordt verstrekt. De duur van de activiteiten wordt afgestemd op de mogelijkheden en capaciteiten van de inwoner (maatwerk). Een termijn wordt opgenomen in de beleidsregels.

Artikel 3.4.3 Werkervaringsplaats

Artikel 10 Werkstage Verordening participatie en re-integratie en gesubsidieerde arbeid 2018 Artikel 9 lid 4: Het college kan gedurende maximaal 1 jaar de in het eerste lid bedoelde activiteiten aanbieden aan de belanghebbenden

Artikel 3.4.4. Sociale activering Geen termijn opgenomen.

Verordening participatie en re-integratie en gesubsidieerde arbeid 2018 Artikel 13 Persoonlijke ondersteuning

Artikel 3.4.7 Persoonlijke ondersteuning bij werk Interne werkbegeleiding 1. Wij kunnen u interne werkbegeleiding aanbieden om u te helpen uw werk goed te doen. 2. Hiervoor kunnen wij uw werkgever bijvoorbeeld een training aanbieden voor meer medewerkers, zodat die interne werkbegeleiding voor meerdere inwoners die ondersteuning-opmaat krijgen kunnen bieden. 3. Wij spreken met uw werkgever af hoe deze interne werkbegeleiding wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met uw werkgever. Jobcoaching 1. Wij kunnen u een erkende jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven als u extra begeleiding nodig hebt om uw werk goed te kunnen doen. 2. Wij spreken met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met de werkgever. Artikel 3.4.11 Nazorg Wij kunnen je, nadat je uitkering is beëindigd, 3 maanden ondersteunen en begeleiden. Artikel 3.4.12 Kinderopvang 1. Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien: a. je meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en b. opvang niet mogelijk is binnen je sociale netwerk. 2. Als je van de Belastingdienst kinderopvangtoeslag ontvangt, kun je van ons voor de kosten van kinderopvang die voor jouw rekening blijven, een bijdrage krijgen. Je moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: a.

je hebt een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering en de kinderopvang is nodig om mee te kunnen doen aan een activiteit van ons die je dichter bij werk brengt (een voorziening), of

Hier wordt nadrukkelijker onderscheid gemaakt tussen jobcoaching en andere vormen van persoonlijke ondersteuning bij werk. Bijvoorbeeld de ‘Harrie Helpt training’ die medewerkers traint zelf interne werkbegeleiding te bieden. Dit n.a.v. het Breed Offensief

Dit is een toevoeging. Hiermee willen we terugval voorkomen en ondersteuning op maat bieden. Is opgenomen in de Participatiewet artikel 9 lid 4 en relevant om op te nemen als voorziening in de Integrale Verordening, omdat het betrekking heeft op ondersteuning die wij kunnen bieden aan mensen die moeite hebben om werk te vinden. Wij kunnen hiermee besluiten voorzieningen aan te bieden die helpen bij arbeidsinschakeling, zoals scholing, begeleiding of sociale activering.

b. c.

je volgt voltijds HBO-of universitair onderwijs, voortgezet onderwijs of vavo-onderwijs, en de kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of gastouderbureau.

Artikel 3.4.13 Andere voorzieningen en vergoedingen 1. Wij kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. Dit kan BIJVOORBEELD zijn: - een noodzakelijke intermediaire voorziening als u een visuele of motorische beperking hebt (bijvoorbeeld computervoorzieningen en hulpmiddelen) en/of,

-

-

Dit is een toegevoegde bepaling die komt uit het Breed Offensief (een brede agenda die erop is gericht de arbeidsmarktkansen voor mensen met een arbeidsbeperking te vergroten). Door nog het woord bijvoorbeeld in te voegen, kunnen we meer maatwerk bieden.

werkplekaanpassingen, in de vorm van een meeneembare (zoals bijvoorbeeld aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon) of niet-meeneembare voorziening (zoals aangepast toilet, entree met automatische deuropener of een traplift), en/of een vervoersvoorziening om op het werk te komen, zoals aangepaste fiets, een bruikleenauto, kilometervergoeding, rolstoeltaxi, of begeleidingskosten.

Verordening individuele studietoeslag en individuele inkomenstoeslag gemeente Texel 2018

Artikel 7.3 Studietoeslag

Wordt niet langer geregeld in de gemeentelijke verordening, maar in artikel 36b van de Participatiewet zelf. Vandaar dat het slechts wordt benoemd en er verwezen wordt naar de Participatiewet.

Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz Gemeente Texel 2018

Artikel 9.2 Afspraken en verplichtingen over uitkering

Onder dit artikel volgt de toelichting op een beperkt aantal inhoudelijke wijzigingen aangaande de afstemming van de uitkering. In zijn algemeenheid de opmerking dat er een herordening van de tekst heeft plaatsgevonden, om voor een logischer verloop

te zorgen. Ook is er geprobeerd zoveel mogelijk herhaling vanuit bijvoorbeeld de Participatiewet en de Awb te voorkomen. Tevens is de tekst vereenvoudigd. Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz Gemeente Texel 2018 Artikel 3. Horen van belanghebbende Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als [..]

9.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner Sub 3 Voordat uw uitkering wordt verlaagd geven wij u de kans om uw mening te geven.

De hoorplicht staat in de Awb. Volgens afdeling 4.1.2 moet een belanghebbende in sommige gevallen worden gehoord bij de voorbereiding van een beschikking. Dit geldt niet voor beschikkingen over een financiële aanspraak (artikel 4:12 Awb). Toch wordt het horen van de belanghebbende meestal aanbevolen voordat een maatregel wordt opgelegd. Dit past bij de principes van zorgvuldigheid en evenredigheid (artikel 3:2 en 3:4 Awb). In de afstemmingsverordening 2018 stond dit uitgebreider uitgelegd. Maar omdat de hoorplicht al in de Awb is vastgelegd, is ervoor gekozen om het horen van de belanghebbenden alleen kort te benoemen.

Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz Gemeente Texel 2018 Artikel 6. Ingangsdatum en tijdvak van een verlaging 1. De uitkering wordt verlaagd met ingang van de datum van toekenning van de uitkering als het gaat om een nieuwe aanvraag en bij een lopende uitkering met ingang van de eerste van de kalendermaand waarover nog geen betaling heeft plaatsgevonden. 2. In afwijking van lid 1 kan de uitkering worden verlaagd met ingang van een datum in de toekomst, wanneer dit de effectiviteit van de verlaging ten goede komt.

Artikel 9.2.4 Ingangsdatum en periode van verlaging De verlaging gaat in met ingang van de datum van toekenning van de uitkering als het gaat om een nieuwe aanvraag en bij een lopende uitkering op de eerste dag van de kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging duurt 1 of meer maanden. Als de uitkering tijdens die periode wordt beëindigd dan kan de verlaging niet volledig worden uitgevoerd. Wij leggen dan het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als u binnen 12 maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering gaat ontvangen.

Sub 2 (toepassen maatregel in de toekomst) is uit de verordening gehaald. De Participatiewet gaat ervan uit dat de maatregel wordt verrekend met de huidige uitkering. Dit houdt rekening met de onzekerheid of iemand in de toekomst nog een uitkering krijgt. Er zijn andere manieren om de maatregel later toe te passen, zoals een herzienings- of terugvorderingsbesluit, maar deze methode heeft niet de voorkeur.

3. Het bedrag van de verlaging wordt toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de daaropvolgende maand als bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Texel 2018 Artikel 12 Duur verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting

Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz Gemeente Texel 2018 Artikel 8. Gedragingen Participatiewet 1. 1e categorie Het zich niet op tijd laten registreren als werkzoekende of het niet op tijd laten verlengen van de registratie bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. 2. 2e categorie a. Het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; b. Het onvoldoende nakomen van verplichtingen die strekken tot arbeidsinschakeling als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of artikel 55 van de Participatiewet. Voor zover het gaat om belanghebbenden jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet;

9.2.6 Niet nakomen wettelijke (geüniformeerde) arbeidsverplichtingen Lid 2: De verlaging kan over 2 maanden worden uitgesmeerd. Dit doen wij alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden. De bijstandsuitkering wordt dan 2 maanden achter elkaar met 50% van de uitkeringsnorm verlaagd.

Artikel 9.2.7A Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet geüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling) 1. We onderscheiden de volgende categorieën gedragingen, waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en 55 en 56a van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen: 1. eerste categorie: a. het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of het niet tijdig laten verlengen van de registratie; b. het niet of onvoldoende verrichten van een door ons opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; c. het niet nakomen van de in artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet neergelegde verplichting om gedurende een periode van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht op bijstand ontstaat, mee te werken aan het door het college in naam van de belanghebbende verrichten van betalingen uit de toegekende bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering;

De Participatiewet en de afstemmingsverordening zeggen niets over het verspreiden van verlaging over meerdere maanden bij bijzondere omstandigheden. Sommige andere gemeenten doen dit wél. Dit helpt om grote financiële problemen voor inwoners te voorkomen, terwijl ze toch de gevolgen van verlaging merken. Zo wordt herhaling tegengegaan. Gemeente volgt een landelijke lijn bij afstemming. Daarom is gekozen voor drie in plaats van vier gedragscategorieën en drie in plaats van vier verlagingspercentages. Er is ook een herindeling gedaan. Dit maakt de afstemming eenvoudiger. Daarnaast is op grond van een wijziging van de Participatiewet (Pw) een punt toegevoegd (zie onderstaande). Ook stonden er in de afstemmingsverordening 2018 een aantal punten die overlap hebben met de geüniformeerde verplichtingen en op grond van art. 18 Pw geregeld zijn. Die zijn eruit gehaald. Concreet betekent dit het volgende: Eerste categorie Toevoeging: Sub b. Tegenprestatie (was: tweede categorie afstemmingsverordening 2018) Sub c. Verplichting op grond van art. 56a Pw toegevoegd (art. 56a Pw (Ontzorgen)). Art. 56a Pw is per 01-01-2022 inwerking getreden en

c. Het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. 3. 3e categorie a. Het niet actief zoeken naar werk voor zover het niet gaat om 1 of meer van de geüniformeerdeverplichtingen. b. Het verwijtbaar niet verschijnen op een afspraak in verband met de nakoming van de verplichtingen of de ontheffing daarvan op grond van lid 9, 9a, 18 lid 4 en 55 van de Participatiewet; c. Het niet of onvoldoende nakomen van de medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Participatiewet. 4. 4e categorie a. Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid voor datum melding of het niet behouden van een inkomensvoorziening die op grond van de wet als een passende voorliggende voorziening in de kosten van levensonderhoud wordt aangemerkt; b. Het door de jongere onvoldoende nakomen van de verplichtingen om werk te zoeken en te accepteren gedurende de zoektijd van 4 weken voor zover het niet gaat om 1 of meer van de geüniformeerde verplichtingen. c. Het niet nakomen van de re-integratieverplichting als bedoeld in artikel 9, lid 1 onder b van de Participatiewet door een alleenstaande ouder als gevolg waarvan de ontheffing van de arbeidsverplichting op grond van artikel 9, lid 1 onder a van de Participatiewet niet wordt verleend of is ingetrokken.

2.

3.

tweede categorie: a. het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet b. het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet c. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet d. het niet verschijnen op de taaltoets waardoor de toets niet kan worden afgenomen of halverwege beëindigen van de toets e. het niet meewerken aan het inleveren van bewijsstukken voor de taaleis, terwijl redelijkerwijs aangenomen kan worden dat de stukken geleverd kunnen worden. derde categorie: a.

het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.

was er dus nog niet ten tijde van inwerkingtreding afstemmingsverordening 2018 Tweede categorie Toevoeging: Sub c. Houding alleenstaande ouder op grond van verplichtingen art. 9 lid 1 sub b Pw (was cat. 4 sub c in afstemmingsverordening 2018) sub d en e. Niet verschijnen en niet meewerken aan taaltoets (was: cat. 4 sub c in afstemmingsverordening 2018) Derde categorie Geschrapt: Cat. 3 sub a afstemmingsverordening 2018 --> valt onder de geüniformeerde verplichting (art. 18) Cat. 3 sub b afstemmingsverordening 2018 -> betreft medewerkingsplicht (art. 17 lid 2 Pw) -> Deze wordt nauwelijks tot niet toegepast. Een goed voorbeeld van de medewerkingsplicht is het toestaan van een huisbezoek. Als iemand dit weigert, kan het recht op bijstand stoppen, omdat niet vastgesteld kan worden of die persoon recht heeft op bijstand. Ook het voldoen aan oproepen voor gesprekken valt onder de medewerkingsplicht. Vaak gaat het hierbij om gesprekken waarin iemand de benodigde informatie moet geven. Het niet verstrekken van benodigde informatie, wordt gezien als het niet nakomen van de inlichtingenplicht. Mbt de vierde categorie afstemmingsverordening 2018: Sub a zie nu 9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid

Als een belanghebbende niet meewerkt aan het afleggen van de taaltoets als bedoeld in artikel 18b, tweede lid van de Participatiewet, wordt een verlaging opgelegd conform het afstemmingsregime zoals vastgelegd in artikel 18b van de Participatiewet.

Sub b --> geen toegevoegde waarde tov cat. 2 sub b en de geüniformeerde verplichtingen Sub c --> gekozen voor verplaatsing naar categorie 2 sub c

In combinatie met artikel 10. Hoogte en duur van de verlaging Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Texel 2018 Artikel 9. Gedragingen IOAW en IOAZ in combinatie met artikel 10. Hoogte en duur van de verlaging

Artikel 9.2.7B Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (nietgeüniformeerde verplichtingen met betrekking tot de arbeidsinschakeling)

Zie bovenstaande opmerking aangaande de Participatiewet. Voor de IOAW en IOAZ is dit op dezelfde manier, in navolging van de landelijke lijn van verordeningen, gevolgd, ook met het oog op het harmoniseren aan de rangschikking van de gedragingen uit de Participatiewet met als oogmerk het voeren van een consistent en coherent (handhavings-)beleid voor elk van deze socialezekerheidswetten. De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot: a., de weigering en verlaging, bedoeld in artikel 20; b., de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet in het kader van het financiële beheer; c., het verlagen van de uitkering, bedoeld in artikel 38, twaalfde lid; d., het opdragen van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f. Op basis hiervan is de enige inhoudelijke wijziging dat sub b van de tweede categorie van de afstemmingsverordening 2018 mbt niet

Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Texel 2018

Verwijderd

meewerken aan traject schuldhulpverlening geschrapt is. Dit is in de IOAW en IOAZ zelf geregeld. Zie artikel 20 van de IOAW en artikel 20 van de IOAZ.

Artikel 9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid 1. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, zoals

Sub a van de vierde categorie van gedragingen in de Participatiewet uit de afstemmingsverordening 2018 is opgenomen in

Artikel 11. Blijvend en tijdelijk weigeren IOAW- of IOAZ-uitkering 1. Het college kan de uitkering tijdelijk, voor de duur van drie maanden, weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de IOAW of de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als: a. aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en een persoon ter zake een verwijt kan worden gemaakt, b. of de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van een persoon zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd. 2.

Het college kan de uitkering blijvend weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de IOAW van de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als een persoon: a. nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of b. door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.

Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Texel 2018

Artikel 8. Gedragingen Participatiewet Vierde categorie sub a Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid voor datum melding of het niet behouden van een inkomensvoorziening die op grond van de wet als een passende voorliggende voorziening in de kosten van levensonderhoud wordt aangemerkt; Artikel 14. Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid 1. Het college verlaagt de uitkering indien er sprake is van het onverantwoord interen op vermogen voorafgaand aan het beroep op een uitkering voor levensonderhoud. 2. Er is sprake van onverantwoord interen op vermogen als belanghebbende redelijkerwijs kon weten dat hij binnen een jaar een beroep op een uitkering moest doen en in dat jaar meer dan 1.5 maal de voor hem van toepassing zijnde norm inclusief vakantiegeld heeft besteed. 3. Voor een onverantwoord ingeteerd bedrag van meer dan € 5.000 boven de interingsnorm wordt de uitkering gedurende 10 maanden verlaagd met 10% van de uitkeringsnorm. 4. Voor een onverantwoord ingeteerd bedrag van minder dan € 5.000 boven de interingsnorm wordt de uitkering gedurende 5 maanden verlaagd met 10% van de uitkeringsnorm. 5.

Voor de niet in de Afstemmingsverordening genoemde situaties die aan te merken zijn als een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, wordt de uitkering verlaagd op zodanige wijze dat het zich redelijk verhoudt met de ernst van de situatie en de financiële gevolgen.

2.

bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet, vindt plaats voor een percentage van 100% en gedurende ten hoogste 3 maanden; Deze verlaging wordt toegepast in de gevallen dat u: a. voorliggende voorzieningen (periodiek inkomen of vermogensbestanddelen) had kunnen benutten voor de kosten van levensonderhoud maar deze verwijtbaar niet (hebt) benut; b. voorliggende voorzieningen door eigen toedoen niet kunt benutten; c. onverantwoord inteert op vermogen en daarmee langer of voor een hoger bedrag een beroep moet doen op een bijstandsuitkering.

artikel 9.2.8. Dit valt onder de categorie ‘te weinig besef van verantwoordelijkheid’. Daarom is gekozen om voor alle vormen van ‘te weinig besef van verantwoordelijkheid’ dezelfde verlaging toe te passen: 100% van de bijstandsnorm, maximaal 3 maanden. Dit sluit aan bij de huidige praktijk, waarin vooral artikel 8, vierde categorie, sub a wordt gebruikt voor verlaging van de uitkering. De verlaging volgens artikel 14 van de afstemmingsverordening wordt nauwelijks toegepast en is in de praktijk lastig uitvoerbaar.

Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Texel 2018

Artikel 9.2.10 Niet nakomen van andere verplichtingen 1. Wij verlagen uw bijstandsuitkering een maand, als u een opgelegde verplichting uit artikel 55 of 57 van de Participatiewet niet of niet voldoende nakomt. Het gaat om een verplichting die hieronder wordt genoemd. De verlaging is: a. 20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om verplichtingen die gericht zijn op het krijgen van werk; b. 20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting in verband met bijstand die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura) of voor een specifiek doel wordt verstrekt. c. 50% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting die is gericht op vermindering van de bijstand; d. 100% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een verplichting die is gericht op beëindiging van de bijstand. 2. Wij kunnen besluiten de bijstandsuitkering niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de verplichting uit het eerste lid onder a, niet nakomt.

Deze verplichting stond niet in de afstemmingsverordening 2018. Er is voor gekozen om dit op te nemen. Zo kan beter worden gestuurd op de verplichtingen uit artikel 55 en 57 van de Participatiewet, die per persoon verschillen. Omdat deze verplichtingen sterk individueel zijn, kan de vastgestelde verlaging soms niet goed aansluiten bij iemands situatie. Het college moet daarom altijd rekening houden met artikel 18, eerste lid, van de Participatiewet. Dit artikel bepaalt dat de bijstand moet passen bij iemands omstandigheden, mogelijkheden en middelen. In sommige gevallen kan er dus worden afgeweken van de vastgestelde verlaging.

Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Texel 2018

Artikel 9.2.12 Herhaling (recidive) De duur en hoogte van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd.

Het onderdeel ‘herhaling’ is vereenvoudigd ten opzichte van de afstemmingsverordening 2018 met als doel dit eenvoudig uitvoerbaar te laten zijn.

Artikel 17. Recidive 1. Als een belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 8 lid 2, 3 of 4, artikel 9 lid 2, 3 of 4, of artikel 14 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de duur van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. 2. Als een belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 8, lid 1, artikel 9 lid 1 of artikel 15 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde

3.

verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. Als een belanghebbende zich binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 12, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 12, bedraagt de verlaging 100% van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden. Bij een derde, vierde en volgende schending van een geüniformeerde arbeidsverplichting, telkens binnen 12 maanden na oplegging van de vorige maatregel, bedraagt de verlaging honderd procent gedurende 3 maanden.

Verordening maatschappelijke ondersteuning Texel 2019 Artikel 11, lid 4b Het pgb-tarief voor professionals en hulp door personen uit het sociaal netwerk bedraagt maximaal 75% van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate door de gemeente gecontracteerde maatwerkvoorziening in natura. Artikel 11, lid 6 a t/m 6j De hier genoemde pgb tarieven gelden voor het verstrekken van een pgb voor zaken/goederen, voor nadere specificering wordt verwezen naar de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Texel. a.

Het pgb-tarief voor een (maatwerk)vervoersvoorziening (inclusief scootmobiel) is –als de aanvrager het hulpmiddel zelf aanschaft- maximaal de bruto

Artikel 8.3.3 Hoogte en tarief pgb 6. Wij stellen de hoogte van het pgb voor professionele hulp voor hulp-op-maat (individueel, groep en logeren), persoonlijke verzorging, behandeling (individueel en groep), wonen en gezinsen woonvormen en hulp bij het (zelfstandig) wonen vast. Het pgbtarief voor professionals bedraagt 75% van het laagst geoffreerde tarief op dienstverleningsniveau binnen de aanbesteding van zorg in natura voor de Wmo en Jeugdwet. Het pgb is toereikend voor de aanschaf van het product of dienst bij minimaal 1 passende aanbieder.

De 75% is gebaseerd op de ingekochte zorg die wordt geleverd door professionals. Deze zorg moet aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen. Soms gaat het om een ouder of partner die taken uitvoert of begeleiding geeft. Door deze aanpassing kunnen we beter onderscheid maken en meer naar professionaliteit uitbetalen.

Deze zijn niet overgenomen in de Integrale Verordening

De opsomming 6a t/m 6j horen niet thuis in een verordening en worden opgenomen in de integrale beleidsregels Sociaal Domein 2026.

b.

c.

d.

consumentenprijs minus de korting van de gemeente bij de aanbieder. Voor onderhoud, verzekering, etc. wordt jaarlijks 5% van het pgbbedrag voor gemotoriseerde hulpmiddelen vergoed en 7% van het pgb-bedrag op basis van het standaard hulpmiddel vergoed (voor de duur van 7 jaar). Op basis van het indicatieadvies, het passingsverslag of de offerte wordt de categorie waarbinnen het hulpmiddel valt, vastgesteld. De hoogte van een pgb voor een zaak (bijvoorbeeld vervoersvoorziening, woningaanpassing) wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. Een autoaanpassing wordt vergoed indien een cliënt is aangewezen op een eigen auto om verplaatsingen te maken in de leefomgeving en op grond van een medisch advies dat een andere vervoersvoorziening niet voldoet.

Een pgb voor een autoaanpassing dient te leiden tot een langdurige adequate oplossing. Verandering in de medische situatie kan aanleiding zijn tot aanpassing van het pgb. Het pgb-tarief voor verhuiskosten wordt vastgesteld na overleg van minimaal twee offertes en bedraagt maximaal € 3.000,00.

e. f.

g.

h.

i.

Ingeval van woningsanering in verband met COPD wordt een pgb verstrekt voor zeil, linoleum en gordijnen van maximaal € 1.500;. Het pgb-tarief voor woonvoorzieningen bedraagt 100% van de de tegenwaarde van het bedrag in de door het college geaccepteerde offerte. Hiervoor vraagt de aanvrager minimaal twee offertes aan. Een pgb voor woningaanpassingen wordt aan een inwoner met beperkingen verstrekt van maximaal € 3.000. De woningaanpassing is alleen gericht op de essentiële woonruimten. Een pgb wordt verstrekt indien een verhuizing niet te realiseren is, of niet de goedkoopst adequate oplossing is en ook een algemene voorziening geen oplossing kan bieden. Een pgb voor een verhuiskostenvergoeding (in geval van noodzakelijke, plotselinge verhuizing) wordt een pgb verstrekt van maximaal € 3.000; Hiervoor dient de aanvrager minimaal twee offertes in bij de gemeente. Het pgb-tarief voor aanschaf, onderhoud en reparatie van een rolstoel c.q. sportrolstoel: is op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier. Het maximum pgb-tarief voor een sportrolstoel is € 4.000,00 voor een periode van 3 jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=8d08c44a-b2fb-42f7-ae35-8a11899402de