CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. ruimtelijke onderbouwing voor verleggen fietspad publ

Raadscommissie 6 september 2023, gemeente TexelBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen verleggen fietspad Tureluur - Schettersweid9.171 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

P230425

Gebiedsontwikkeling Ploeglanderweg Texel Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke Onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing

opdrachtgever document

Gemeente Texel P230425

versie

0.1

datum

23 mei 2023/18 juli (wijziging inrichtingstekening)

auteur controle vrijgave

Figuur 1 | Projectlocatie Ploeglanderweg te Texel (Bron: Google Earth 2023)

1 Inleiding

5

2 Projectvoornemen

10

3 Beleidskader

12

4 Omgevingsaspecten

17

5 Uitvoerbaarheid

28

Bijlagen

29

1.1 1.2 1.3 1.4

2.1 2.2

3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 5.1 5.2 5.3 5.4

Projectvoornemen ............................................................................................................................................................... 5 Ligging van de projectlocatie ...................................................................................................................................... 6 Vigerend ruimtelijk kader ...............................................................................................................................................7 Leeswijzer .................................................................................................................................................................................. 9 Bestaande situatie............................................................................................................................................................. 10 Toekomstige situatie ....................................................................................................................................................... 10

Rijksbeleid ................................................................................................................................................................................ 12 Nationale Omgevingsvisie (Novi) ............................................................................................................................ 12 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) ............................................................................. 12 Ladder van duurzame verstedelijking ................................................................................................................. 13 Provinciaal beleid ............................................................................................................................................................... 14 Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid ................... 14 Omgevingsverordening NH2020 ............................................................................................................................ 14 Gemeentelijk beleid ..........................................................................................................................................................

16 Conclusie beleid ................................................................................................................................................................... 16 M.e.r. -(beoordelings)plicht ........................................................................................................................................... 17 Archeologie ............................................................................................................................................................................. 21 Landschappelijke inpassing ....................................................................................................................................... 22 Bodem .......................................................................................................................................................................................24 Water .......................................................................................................................................................................................... 25 Kabels en leidingen ..........................................................................................................................................................

26 Inleiding .................................................................................................................................................................................... 28 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................................................ 28 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................28 Algemene conclusie......................................................................................................................................................... 28

Bijlage I - Lijst van Separate bijlagen .......................................................................................................................................... 29

P230425

Gebiedsontwikkeling Ploeglanderweg Texel Ruimtelijke onderbouwing

1.1

Projectvoornemen

Staatsbosbeheer is voornemens om in het kader van natuurherstel en vernatting, het ‘Cluster Tureluur/Schettersweid’, gelegen langs de Ploeglanderweg te Den Burg een kwaliteitsimpuls te geven. Hiervoor zullen de volgende werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. • • • • • • • • • • • • •

Graven van nieuwe watergangen en poelen; Verwijderen bestaand fietspad en aanleggen op nieuw tracé betonnen fietspad; Bomen kappen (berken) ten behoeve van omlegging fietspad; Terrein ten zuiden van volleybalveld diepspitten tot 1,0m-mv; Verleggen van bestaand fietspad op verhoging (grondlichaam, pijler of ligger); Aanbrengen van duikers en stuwen; Plas-dras gebied realiseren; Afplaggen terreindelen; Leeghalen sloten (organisch materiaal); Dempen van sloten; Graven van nieuwe waterlichamen; Ophogen volleybalveld; Aanleg waterspeelplaats.

Het gehele gebied is aangewezen als Natura-2000 gebied en Natuur Netwerk Nederland (NNN). Onderdeel van het natuurherstelproject, waarin de vernatting van het gebied voorop staat, is de herinrichting van het huidige fietspad. Door de voorgenomen vernatting van het gebied zal dit fietspad een gedeelte van het jaar onder water staan. Deze aanvraag gaat dan ook over het aanleggen van het fietspad op de nieuwe locatie en het verwijderen van het huidige fietspad en deze ruimte weer inrichten als natuurgebied, dit in samenhang beoordeeld. Uitvoering van de werkzaamheden staat gepland voor de periode van 15 september 2023 tot uiterlijk 15 maart 2024. De werkzaamheden worden in twee delen geknipt: 1. Aanvraag omgevingsvergunning voor de werkzaamheden voor de inrichting van het terrein. De activiteit ‘Werk of werkzaamheden uitvoeren’. 2. Het verleggen van het fietspad: aanvraag omgevingsvergunning met de activiteit ‘handelen in strijd met regeling ruimtelijke ordening’ en ‘Werk of werkzaamheden uitvoeren’. De ontwikkeling kan planologisch mogelijk gemaakt worden middels een uitgebreide procedure (artikel 2.12 lid 1 onder a en onder 3 Wabo). Dit rapport betreft de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van het verleggen van het fietspad. Dit rapport beschrijft de invloed van het volledige project op de omgeving en toetst deze aan het relevante beleid.

Dit is nodig voor de vergunningsaanvraag.

Pagina 5 van 31

1.2

Ligging van de projectlocatie

Het projectgebied staat kadastraal bekend onder de kadastrale gemeentenaam Texel, sectie G met nummer 656. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 1.943.940 m².

Figuur 2 | Projectlocatie met kadastrale grenzen (Bron: Kadastralekaart.nl)

Het projectgebied bevind zich in het duingebied van Den Burg. Ten oosten van het projectgebied ligt het dorpskern Den Burg, de bebouwing van het dorpskern waait uit richting het projectgebied. Ten oosten van het gebied ligt duin- en kustgebied die aan de Noordzee grenst. Het plangebied wordt gesplitst door de Ploeglanderweg, deze loopt ten noorden van het gebied naar het zuiden. Daarnaast loopt er een fietspad vanuit het oosten dwarsdoor naar het westen. Dit fietspad loopt parallel aan de Tureluur (een meanderende duinrel aangelegd 1997) en gaat richting de duinen. De Schettersweid is een voormalig landbouwgebied, dat ook sinds 1997 de bestemming natuur gekregen heeft en onderdeel is van het Natura 2000-gebied. Door het voormalig agrarisch gebruik, is de vegetatie nog steeds verrijkt.

Pagina 6 van 31

1.3

Vigerend ruimtelijk kader

Het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013’, vastgesteld op 12 juni 2013 door de gemeente Texel ( identificatie NL.IMRO.0448.BUI2013BP0001va01). Op de gronden rust de enkelbestemming ‘Natuur’, enkelbestemming ‘Bos’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’.

Figuur 3 | Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013’ (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Relevante begrippen Bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; Bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. Natuurwaarden: de aan een gebied toegekende waarden gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang, voorkomende in een gebied. Onderdeel van de natuurwaarden vormt steeds een beoordeling van de soortbescherming op basis van de Flora- en faunawet, de gebiedsbescherming op basis van de Natuurbeschermingswet (Natura 2000 gebieden), de Ecologische Hoofdstructuur en het weidevogelleefgebied. Plaggen: het verwijderen van de bovenste grondlaag met begroeiing. Plan: het bestemmingsplan Buitengebied 2013 NL.IMRO.0448.BUI2013BP0001-on01 van de gemeente Texel. Plangebied: het gebied waarop het plan betrekking heeft. Waarde - archeologie 4: gronden met een gematigde archeologische verwachting zoals vermeld op de Archeologische Beleidskaart categorie 4. Overige begrippen zijn niet relevant.

Pagina 7 van 31

Enkelbestemming ‘Bos’ De gronden met de bestemming ‘Bos’ (artikel 22) van bestemmingsplan ‘Buitengebied Texel 2013’ zijn in het ‘Reparatieplan Buitengebied Texel’ vastgesteld op 10 oktober 2017 gewijzigd danwel aangevuld. De gronden die voorheen de bestemming ‘Bos’ kenden, kennen met dit reparatieplan de enkelbestemming ‘Natuur’. Enkelbestemming ‘Natuur’ De gronden met de bestemming ‘Natuur’ zijn bestemd voor (artikel 31, lid 1): a. doeleinden van landschaps- en natuurbescherming en ontwikkeling; met daaraan ondergeschikt: b. extensief dagrecreatief en educatief medegebruik; c. kleinschalig historisch medegebruik; d. cultuurhistorische waarden ter plaatse van de aanduiding 'Cultuurhistorische waarden'; e. een eendenkooi ter plaatse van de aanduiding 'Eendenkooi'; f. een schapenboet ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - schapenboet'; g. een veldschuur ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke vorm van agrarisch - veldschuur'; h. water(berging); i. een antennemast, ter plaatse van de aanduiding 'Antennemast'; en daarbij behorende: j. wegen en paden; k. overige bouwwerken. Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels (artikel 31, lid 2.2): a. het oprichten van windturbines is niet toegestaan; b. de hoogte van overige bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen; c. de hoogte van terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 1,5 meter; d.

de hoogte van een antennemast zal ten hoogste 40,00 meter bedragen Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren (artikel 31, lid 5.1): a. het graven, verbreden of dempen van (erf)sloten, plassen of andere watergangen, en het aanbrengen van kunstwerken zoals dammen, kaden en oeverbeschoeiingen; b. het ophogen, afgraven of egaliseren van gronden of het op een andere wijze ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur of de bodemsamenstelling dan wel de bodemopbouw; c. het inplanten van gronden met bomen of struiken. Uitzonderingen bevatten onder andere plaggen, zoals luidt onder artikel 31, lid 5.1, sub c. Enkelbestemming ‘Waarde Archeologie 4’ Op de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ mag worden gebouwd, maar gelden de volgende regels (artikel 57, lid 2): a) bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 500 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 meter wordt gegraven zullen uitsluitend worden gebouwd indien: 1. door de werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en 2.

vooraf door de aanvrager van het bouwwerk een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld: • de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of • er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of • de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad.

Pagina 8 van 31

b) in het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen Burgemeester en Wethouders aan de in artikel 57 lid 2 sub a bedoelde bouwwerken te verlenen omgevingsvergunning de volgende voorwaarden verbinden: • de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; • de verplichting tot het doen van opgravingen; • de verplichting de bouw die tot de bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door Burgemeester en Wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. Op de gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ gelden de volgende regels voor het uitvoeren van werkzaamheden (artikel 57, lid 3.1): Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden of grondbewerkingen en het roeren en omwoelen van gronden waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; 3. het ophogen van gronden met meer dan 50 cm; 4. het egaliseren van gronden; 5. het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; 6. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 7.

het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt. Betekenis voor het project Het planvoornemen is op basis van meerdere artikelen in strijd met het vigerende bestemmingsplan: • Op basis van artikel 31, lid 5.1, sub a is het verboden om de volgende werkzaamheden uit te voeren: ‘het graven, verbreden of dempen van (erf)sloten, plassen of andere watergangen, en het aanbrengen van kunstwerken zoals dammen, kaden en oeverbeschoeiingen’. De werkzaamheden in het planvoornemen zijn in strijd met het vigerende bestemmingsplan; • Op basis van artikel 31, lid 5.1, sub b is het verboden om de volgende werkzaamheden uit te voeren: ‘het ophogen, afgraven of egaliseren van gronden of het op een andere wijze ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur of de bodemsamenstelling dan wel de bodemopbouw’. De werkzaamheden in het planvoornemen zijn in strijd met het vigerende bestemmingsplan; • Op basis van artikel 31, lid 5.1, sub c is het verboden om de volgende werkzaamheden uit te voeren: ‘het inplanten van gronden met bomen of struiken’. De werkzaamheden in het planvoornemen zijn in strijd met het vigerende bestemmingsplan; • Op basis van artikel 57, lid 2 sub a is het aanleggen van het betonnen pad in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

• Op basis van artikel 57, lid 3.1 is het verboden om de beoogde werkzaamheden van het planvoornemen uit te voeren. De strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan kan worden opgeheven via een omgevingsvergunning (artikel 2.12 lid 1 onder a en onder 3 Wabo).

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied en de nut en noodzaak hiervan. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het vigerende beleid op verschillende bestuursniveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op relevante milieu- en omgevingsaspecten, waarna in hoofdstuk 5 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden toegelicht.

Pagina 9 van 31

2.1

Bestaande situatie

Het projectgebied is gelegen in het natuurgebied ‘De Dennen’. Het gebied is in het begin van de 20e eeuw aangeplant. In een vroeg stadium werden voornamelijk dennen aangeplant, vandaar de benaming van het gebied. Het bos was oorspronkelijk bedoel voor houtproductie maar beschikt tegenwoordig vooral over een natuur- en recreatieve functie. Dit komt sterk naar voren in het aanzicht van het gebied. Het gebied is bosrijk en geniet van veel groen. Te midden van het projectgebied bevindt zich een open vlakte wat een mooi contrast oplevert met het bosrijke gebied (

Figuur 4).

Figuur 4 | Vergezicht Ploeglanderweg (Bron: Google Maps 2022)

2.2

Toekomstige situatie

De beoogde werkzaamheden zijn nodig om de beoogde natuurdoelen ter plaatse te realiseren. Sloten worden daartoe gedempt en waterpartijen toegevoegd. Het bestaande fietspad zal verlegd worden en gronden worden afgeplagd om zodoende de bovenste verzuurde en bemeste laag te verwijderen. Elders wordt juist weer opgehoogd zodat droge en warme plekken ontstaan. De variatie in gradiënten levert meerdere leefgebieden (habitats) op voor diverse flora en fauna. Tevens zal de grond die overblijft gebruikt worden voor de ophoging van het vierkante stuk dat in gebruik is als speelweide.

Pagina 10 van 31

Het beoogde projectvoornemen zal een positieve toevoeging zijn op het huidige gebruik van het gebied. Zowel voor natuur als voor de mens. De vernatting zal de natuur een kwaliteitsimpuls geven, dit verhoogt tevens de recreatieve en belevingswaarde van het gebied.

Figuur 5. Plankaart met natuurherstelproject Tureluur / Schettersweid

Figuur 6. Plankaart te verleggen fietspad (Nieuwe tracé in groen)

Pagina 11 van 31

Het geheel van de werkzaamheden valt binnen de kernopgave kenmerkende gradiënten van de Natura-2000 herstelmaatregelen van de vernatting van De Dennen, Natura-2000 Beheerplan Texel, 2017 en Evaluatie Natura 2000-beheerplan Duinen en Lage Land Texel, A&W-rapport 20-225. Tevens maakt dit onderdeel uit van de Visie en Meerjarenprogramma strand en duingebied Noordzeekust Texel, 18-10-2021, 1.7 Verkenning vernatting van De Dennen.

Het algemene kader voor een ruimtelijk plan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsnota's en ruimtelijke regelgeving. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het projectgebied. In dit hoofdstuk wordt voor het projectgebied het relevante algemene beleid samengevat.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (Novi) De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2023 in werking. Het Rijk maakt vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet een Nationale Omgevingsvisie (Novi). Het Ontwerp van deze Nationale Omgevingsvisie is in juni 2019 verschenen en op 11 september 2020 is deze definitief vastgesteld. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven en zorgen voor grote uitdagingen in Nederland die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Deze uitdagingen vragen om een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De NOVI heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangen. De NOVI richt zich op nationale belangen, en de nationale belangen opgenomen in de SVIR maken onderdeel uit van de NOVI. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd, en dit instrument, betreffende een behoeftetoetsing van een plan, maakt ook onderdeel uit van het beleid van de NOVI. De Nationale Omgevingsvisie richt zich op vier prioriteiten. Deze hebben onderling veel met elkaar te maken en op deze prioriteiten geeft de NOVI richting aan hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten.

• Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie • De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden • Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken • Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen De vier prioriteiten zijn vertaald naar een Uitvoeringsagenda, welke concrete invulling geeft aan de richtingen, zowel vanuit de rol van het Rijk als in samenwerkingsverband. Het Rijk kiest hierbij voor de inzet van algemene rijksregels, bestaande financiële middelen en kennisontwikkeling. Het Rijk zal in samenspraak met medeoverheden en maatschappelijke partijen bestuurlijke afspraken maken. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Om beleidskeuzes te helpen maken zijn er drie afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Betekenis voor het project Het onderhavige plan heeft geen (concrete) relatie met de nationale belangen. Het beleid in de NOVI vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan.

Pagina 12 van 31

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) bevestigt in juridische zin de kader stellende uitspraken uit de SVIR ten aanzien van de dertien daarin genoemde nationale belangen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan de versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Pagina 13 van 31

Betekenis voor het project Geen van de in het Barro geregelde onderwerpen heeft invloed op het onderhavige plan (indien van toepassing natuurlijk). Het Barro legt geen beperkingen op ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. Het projectvoornemen is in lijn met het beleid zoals opgenomen in het Barro. 3.1.3 Ladder van duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is de Ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen. De Ladder is van toepassing op ieder bouwplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het doel van de Ladder is om ongewenste leegstand te voorkomen en zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik te stimuleren. Bij ruimtelijke besluiten moet daarom worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt via een bestemmingsplan, uitwerkings- of wijzigingsproject, of een omgevingsvergunning. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Mede aan de hand van jurisprudentie is duidelijk welke ontwikkelingen al dan niet worden aangemerkt als (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening, met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling.

Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving Betekenis voor het project Het projectvoornemen is het realiseren van natuurherstelmaatregelen en vernatting. Uit jurisprudentie blijkt dat bij een woningbouwontwikkeling vanaf 12 woningen de ontwikkeling wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling tenzij deze gelegen is binnen bestaand stedelijk gebied. Gezien het projectvoornemen geen stedelijke ontwikkeling betreft, hoeft de Laddertoets niet doorgelopen te worden.

Pagina 14 van 31

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel NoordHolland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuur inclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. De Omgevingsvisie NH2050 is op 19 november 2018 door Provinciale Staten (PS) vastgesteld. Bij landschappelijke locaties: In de visie staan 5 bewegingen die laten zien hoe er wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en gefaciliteerd worden. Aan de bewegingen zijn diverse randvoorwaarden en ontwikkelprincipes meegegeven, de bewegingen zijn als volgt: • Dynamisch Schiereiland, de unieke ligging wordt benut waarbij kustverdediging voorop staat, toeristische en recreatieve kansen benut worden en natuurwaarden worden toegevoegd. • Metropool in ontwikkeling, Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. • Sterke kernen, sterke regio’s, ontwikkeling van centrumgemeenten om daarmee het voorzieningenniveau in de regio vitaal te houden en tegelijkertijd hun herkenbare identiteit behouden.

• Nieuwe energie, het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. • Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, het ontwikkelen van natuurwaarden en versterken van de duurzame agrifoodsector. Betekenis voor het project Het projectvoornemen sluit aan bij ‘Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving’. Het uitgangspunt is dat nieuwe functies aansluiten op de bestaande vraag. De provincie heeft een subsidie beschikbaar gesteld voor de uitvoering van werkzaamheden. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 In 2020 is de nieuwe omgevingsverordening genaamd 'Omgevingsverordening NH2020' vastgesteld door Provinciale Staten. De laatste versie dateert van 29 juli 2022. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de beleidsuitgangspunten juridisch vastgelegd. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie (NH2050) worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Deze Omgevingsverordening vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Een (groot) aantal van de regels van de PRV zijn ook in de Omgevingsverordening NH2020 terecht gekomen. In de Omgevingsverordening staan onder meer de regels van de provincie Noord-Holland met betrekking tot ruimtelijke ontwikkeling en plannen.

Tevens heeft de provincie in de Omgevingsverordening in het belang van een goede ruimtelijke ordening algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen, over onderwerpen waar een provinciaal belang mee is gemoeid. Daarnaast zijn in de Omgevingsverordening regels vastgelegd die voortvloeien uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de Omgevingsverordening is het provinciale beleid (inzake onder meer ruimtelijke ordening/ontwikkeling) in regels vertaald, en is doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. Het betreft regels voor de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen. Daarnaast worden er regels gesteld over nagenoeg alle aspecten/onderwerpen van de fysieke leefomgeving, zoals het Natuurnetwerk Nederland, water, energie en landschap. Er is een digitale viewer (kaart) waarmee je met een klik op een locatie direct de bijbehorende regels ziet.

Pagina 15 van 31

Figuur 7 | Uitsnede van Omgevingsverordening NH2020 (Bron: https://noord-holland-extern.tercera-ro.nl/MapViewer/)

Betekenis voor het project Het beoogde projectvoornemen is bedoeld voor natuurherstel en vernatting in het projectgebied. Dit uit zich in een kwaliteitsimpuls voor het gebied. Als aangegeven in de ‘Wet natuurbescherming’ artikel 2.7 heeft dit project verband of is nodig voor het beheer van Natura 2000-gebied. Het project is in lijn met Natura-2000 mits er een passend beoordeling voor de gevolgen van het gebied wordt gemaakt en met de instandhoudingsdoelstellingen. Het projectgebied ligt binnen het werkingsgebied van Natuurnetwerk Nederland (NNN), dit netwerk is bedoelt om natuurgebieden in Nederland met elkaar te verbinden. Specifiek ligt het projectgebied in de Zuidelijke duinen Texel (T3), deze hebben een oppervlakte van ca. 1900 ha. Er gelden hier gelden specifieke regels. Het huidige gebruik van het gebied is voor natuur, hierin zal geen verandering plaatsvinden met het beoogde planvoornemen. De actuele en potentiële natuurwaarden zullen ook niet geschaad worden door het project. 3.2.1 Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Provincie Noord-Holland (2018) In de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie wordt de ambitie genoemd om ruimtelijke ontwikkelingen bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek, het versterken van (de beleving van) openheid en helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers.

De nieuwe ontwikkeling wordt gerealiseerd binnen het landelijk gebied en kan theoretisch gezien de kernwaarden van het open landschap aantasten. Het gebied valt binnen het ensemble Texel, deze kenmerkt zich door de volgende landschapstypen: het kleileemlandschap, het aandijkingenlandschap, het strandwallen- en strandvlaktenlandschap en het jonge duinlandschap. De ruimtelijke beleving op het eiland is divers door de grote verschillen in de mate van openheid. De bossen hebben een dicht en gesloten karakter waarbij de weiden en vlakten een grote mate van openheid bieden. De dijken en duinbogen die afstrijken tegen het vlakke land zijn belangrijke ruimtelijke dragers in het gebied.

Pagina 16 van 31

Figuur 8 | Ensemble Texel met drie provinciale kernwaarden (Bron: leidraadlc.noord-holland.nl)

Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de kwaliteit van het gebied dat binnen het ensemble Texel in de leidraad is aangemerkt als 'gesloten karakter bossen binnenduinrand'. De ontwikkeling sluit aan bij de gebiedseigen karakteristieken en structuren van het landschapstype, zie verder onder paragraaf 4.3 De leidraad Landschap en Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de boogde ontwikkeling.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie 2020 Gemeente Texel (Texel op Koers) De omgevingsvisie is een belangrijk onderdeel van de omgevingswet. Het is één toekomstbeeld voor de hele omgeving waarin we wonen en werken. Het gaat in de omgevingsvisie bijvoorbeeld om zaken als wonen, verkeer, milieu, duurzaamheid, economie, landbouw en cultureel erfgoed. De omgevingsvisie is geen set van verplichte beleidsregels, maar geeft richting aan het beleid dat de gemeente de komende jaren wil voeren. Op 3 maart 2009 is de omgevingsvisie voor 2020 vastgesteld door de gemeente Texel. Hierin wordt de koers van de ruimtelijke ontwikkeling van Texel weergegeven. Het doel van de visie is om sturing te geven en samenhang aan te brengen in de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Bij alles wat de gemeente van plan is, gaat ze uit van de Texelse kernkwaliteiten: de rust en ruimte, de rijkdom aan natuur en cultuurlandschappen, de grote afwisseling in landschappen en landgebruiksvormen, de Texelse identiteit, het specifieke eilandkarakter, de nachtelijke duisternis en de maritieme monumenten. Maar ook de verbondenheid van de texelaars hun eiland en met elkaar. Binnen de visie is naar voren gekomen dat de rijkdommen van de natuurgebieden en van het cultuurland een belangrijke aantrekkingskracht vormt voor toeristen en bewoners.

Het Nationaal Park ‘Duinen van Texel is een succes, zowel voor de natuur als voor de Texelse economie. Het uitgangspunt in het gemeentelijk beleid is een evenwichtige ontwikkeling van het Texels landschap. Dit houdt in dat er zowel voor natuur als voor landbouw voldoende ontwikkelingsruimte moet zijn. Betekenis voor het project De gebiedsontwikkeling aan de Ploeglanderweg is in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Texel. Het projectvoornemen past is binnen de Texelse kernkwaliteiten en zal deze positief ondersteunen.

3.4 Conclusie beleid Het beoogde projectvoornemen past binnen het beleid op zowel rijks-, provinciaal als gemeentelijk niveau. Ten aanzien van het beleid is het project uitvoerbaar.

Pagina 17 van 31

4.1

M.e.r. -(beoordelings)plicht

In het besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten opgenomen die in het kader van het bestemmingsplan plan‐m.e.r.‐plichtig, project‐m.e.r.‐plichtig of m.e.r.‐beoordelingsplichtig zijn. Per activiteit zijn de gevallen in aantallen, grootte, lengtes of oppervlakten beschreven die boven de drempelwaarden vallen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. 2. 3.

4.

Het plan of besluit is direct m.e.r.-plichtig. Het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden. Het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 'gevallen', van onderdeel D: er moet in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd. De activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit wordt niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.

In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordeling worden gedaan. Het bevoegde gezag (het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) moet voorafgaande aan het besluit inzake het plan formeel de beslissing nemen of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag kan dit besluit nemen aan de hand van een ‘aanmeldingsnotitie’. Het uiteindelijke besluit dient als bijlage bij de stukken van het ruimtelijke plan worden gevoegd. Planbeschrijving In en rondom het Natura 2000-gebied ‘Duinen en Lage Land Texel’ gaan de komende jaren werkzaamheden uitgevoerd worden om de natuur en klimaatrobuustheid te versterken. De maatregelen zijn opgenomen in Natura2000-beheerplan voor het gebied ‘Duinen en Lage Land Texel’. Eén van de maatregelen is het herinrichten van gronden om zo de natuur in het gebied robuuster te maken.

Voor de locatie is een inrichtingsplan opgesteld ter bevordering van de uitvoering van deze doelstellingen. Het doel van de herinrichting is, naast het robuuster maken van de natuur, het (weer) watervoerend maken van de lage delen (inclusief bijbehorende natte schrale natuurwaarden) en het realiseren van een betere ontwateringssituatie voor aanliggende particuliere eigendommen. Hiertoe moeten sommige sloten gedempt worden, alsmede het plaggen van de fosfaatrijke bovengrond. Hiermee wordt het huidige, te krappe, onnatuurlijke afvoersysteem vervangen door een natuurlijk, ruim gedimensioneerd en zodoende ook onderhoudsarm en robuust systeem. Toetsing In delen van de besluitgebieden geldt nog niet de bestemming ‘Natuur’ of ‘Bos’. Daar waar de bos- of natuurbestemming wel geldt, is het uitvoeren van enkele van de beoogde werkzaamheden (zoals het afgraven van gronden) niet toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Het project zou om die reden gedefinieerd worden als een landinrichtingsproject als bedoeld in D 9.

Pagina 18 van 31

Aangezien alleen het onderdeel ‘verleggen van het fietspad’ niet binnen de regels van het bestemmingsplan past is dit het te toetsen onderdeel. De ruimtelijke onderbouwingen is daarbij het eventuele m.e.r.-plichtige besluit. Daarbij dient te worden ingegaan op de volgende onderdelen: − de kenmerken van het project; − de plaats waar de activiteit plaatsvindt; − de kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project Algemeen De gemeente Texel werkt samen Staatsbosbeheer, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de provincie, inwoners en omwonenden aan het Natuurontwikkelingsproject . Het project bestaat om verschillende natuurontwikkelingsmaatregelen te realiseren, voornamelijk gericht op het verbeteren van de waterhuishouding in de gebieden. Omvang van het project Het projectgebied staat kadastraal bekend onder de kadastrale gemeentenaam Texel, sectie G met nummer 656. Het perceel heeft een totale oppervlakte van 1.943.940 m². Het project zal zich vooral richten op het ‘Cluster Tureluur/Schettersweid’, gelegen langs de Ploeglanderweg, Beschrijving planologische procedures Voor het projectgebied is een inrichtingsplan opgesteld (zie de planbeschrijving in hoofdstuk 1).

Het voornemen bestaat om met toepassing van artikel 2.1 eerste lid onder c, in samenhang met artikel 2.12 eerste lid onder a sub 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning te verlenen om de beoogde natuurontwikkelingsmaatregelen te kunnen uitvoeren. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning geldt als voorwaarde dat sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening en dat de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Als onderdeel van de goede ruimtelijke onderbouwing is voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen De nieuwe functies binnen het plan maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico van ongevallen Afgezien van de tijdelijke aanlegfase is geen sprake van een betekenisvolle productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder. Ook brengt het plan geen bijzondere risico’s voor ongevallen met zich mee. De nieuwe functie heeft geen verkeer aantrekkende werking. Risico’s voor de menselijke gezondheid Dit plan brengt geen risico’s met zich mee voor de menselijke gezondheid.

Er zijn positieve effecten te verwachten op de menselijke gezondheid. De herinrichtingsmaatregelen zullen immers in zekere mate een bijdrage leveren aan een schone lucht en bekend is dat ‘groen’ in algemene zin positieve gezondheidseffecten teweegbrengt. Het bestaande grondgebruik In algemene zin geldt dat het projectgebied geldt dat de gronden momenteel zijn voorzien van een agrarische en/of natuurbestemming en ook als zodanig zijn ingericht en in gebruik zijn. Dat betekent dat bemesting, beweiding, maaien, bosbouw en dergelijke in meer of mindere mate aan de orde kan zijn. In de toekomstige situatie zullen de productiegerichte activiteiten ter plaatse komen te vervallen. Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een korte analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn, of gebieden die krachtens nationale en provinciale regels zijn aangewezen.

Pagina 19 van 31

Hieruit ontstaat het volgende beeld: • Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) De projectgebieden ligt in Natura 2000-gebied die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn. Het gaat om Natura 2000-gebied ‘Duinen en Lage Land Texel’. • Landschappen van archeologisch of cultureel belang (Verdrag van Valletta, Erfgoedwet) • Voor het grondgebied van de gemeente Texel geldt het archeologisch beschermingsregime. Uit archeologisch onderzoek volgt dat de beoogde bodemingrepen in het projectgebied niet zal leiden tot het verstoren van eventuele archeologische waarden. • Bestemmingplan De projectgebieden hebben de bestemmingen Bos, Natuur of Agrarisch met landschappelijke waarden. Daarnaast geldt een aantal gebiedsaanduidingen die als doel hebben de natuurwaarden en/of de hydrologische situatie te beschermen. • Natuurnetwerk Nederland (Provinciale verordening) Het projectgebied is gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Gebied geschikt voor beschermde soorten (Wet natuurbescherming) In en nabij het plangebied komen zwaar beschermde soorten voor, daarvoor wordt een ontheffing op Wnb-(soorten) aangevraagd.

Kenmerken van het potentiële effect Algemeen Het project betreft een natuurontwikkeling waarbij agrarische en natuurgronden worden heringericht ten behoeve van het versterken van de natuurwaarden ter plaatse. De omgeving van het projectgebied kent een beperkt aantal kwetsbaarheden. Gezien voorgaande zijn de milieugevolgen voor de volgende aspecten nader beoordeeld: • cultuurhistorie en landschap: er kan sprake zijn van een negatief effect op cultuurhistorische of landschappelijke waarden. • natuur: het project kan voor wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook kan er sprake zijn van negatieve milieueffecten op diverse soorten gebieden (zie plaats van het project). Voor de overige milieuaspecten geldt dat op voorhand geen negatieve effecten hoeven te worden verwacht. Hierover kan heel kort het volgende worden gesteld: • archeologie: Uit archeologisch onderzoek volgt dat de beoogde bodemingrepen in het projectgebied niet zullen leiden tot het verstoren van eventuele archeologische waarden. • water: met het plan worden enkele watergangen gedempt. Echter wordt de slenkenstructuur afgegraven voor een betere waterberging. Daarnaast is geen sprake van een toename van het verhard oppervlak. Een negatieve invloed op de waterhuishouding van het gebied is daarom op voorhand niet te verwachten.

Sterker nog met dit project worden diverse hydrologische maatregelen getroffen die de natuurwaarden daarbij versterken. Uit de ruimtelijke onderbouwing volgt dat daarbij geen significant negatieve effecten voor omliggende percelen te verwachten zijn. • externe veiligheid: onderhavig plan brengt geen activiteiten met zich mee die leiden tot externe veiligheidsrisico’s op de omgeving. • bodem: onderhavig plan bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem • luchtkwaliteit: bij het plan is er geen sprake van een toename van het verkeer. Er is daarom sprake van een project dat ‘Niet in betekende mate’ bijdraagt aan (een verslechtering van) de luchtkwaliteit, conform de ministeriele regeling NIBM. Er hoeven daarom geen negatieve effecten te worden verwacht. • geluid: bij onderhavig plan is geen sprake van een toename van het verkeer. Er is daarom geen toename van geluidshinder als gevolg van verkeer. • verkeer: bij onderhavig plan is geen sprake van een toename van het verkeer. Er hoeven daarom geen negatieve effecten op de doorstroming of de verkeersveiligheid te worden verwacht. Cultuurhistorie en landschap Cultuurhistorie In deze ruimtelijke onderbouwing wordt een bijdrage aangeleverd ter toetsing aan de kernkwaliteiten van het landschap.

Derhalve is voor ieder projectgebied een inrichtingsplan opgesteld, waarin is ingegaan op een passende ontwikkeling, rekening houdend met de kernkwaliteiten van het landschap. De werkzaamheden die worden uitgevoerd dragen bij aan het

Pagina 20 van 31

versterken van de landschappelijke en natuurwaarden op deze locaties. Negatieve milieueffecten voor cultuurhistorie kunnen daarmee worden uitgesloten, zie ook paragraaf 4.2. Natuur Gebiedsbescherming - Natura 2000-gebied Met het project wordt natuur- en landschapsontwikkelingen bereikt in en direct rondom Natura 2000-gebieden. Uit verricht ecologisch onderzoek volgt dat de beoogde werkzaamheden mogelijk negatieve effecten kunnen veroorzaken op instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Duinen en Lage land Texel. Daarom is in het ecologisch onderzoek beoordeeld in hoeverre verhoogde stikstofdepositie tot negatieve effecten zal leiden. Daaruit volgt dat de toename van stikstofdepositie zeer tijdelijk, beperkt en plaatselijk van aard zal zijn en er geen maatregelen benodigd zijn om de instandhoudingsdoelen in het hele gebied te kunnen waarborgen. De tijdelijke, beperkte en plaatselijke toename aan stikstofdepositie weegt dan ook niet op tegen de verwachte verbetering en uitbreiding van de Natura 2000-gebied instandhoudingsdoelen. Er vinden maatregelen in dit habitattype plaats, die hier juist naar verwachting zullen zorgen voor positieve effecten als gevolg van herstelmaatregelen. Tevens is gekeken naar de effecten die voor typische soorten binnen dit habitattype kunnen optreden. Daaruit volgt dat deze soorten weinig tot niet gevoelig zijn voor verstoring.

Bovendien hebben de werkzaamheden een tijdelijke aard, vinden ze overdag plaats en zijn ze zeer lokaal met een korte doorlooptijd per maatregellocatie. Hierdoor is verstoring van verstoringsgevoelige soorten uitgesloten en leiden de werkzaamheden niet tot het verdwijnen of sterke achteruitgang van de typische soorten. Negatieve verstoringseffecten op het kwalificerende habitattype zijn hiermee uitgesloten. Daarnaast wordt tijdens de uitvoering een zorgvuldige werkwijze toegepast. Hiermee wordt invulling gegeven aan de zorgplicht. Hiermee zijn de effecten van betreding, bodemverstoring en oppervlakteverlies op de instandhoudingsdoelstellingen voldoende inzichtelijk gemaakt. Ook is gekeken naar de hydrologische effecten van het project. De te dempen watergangen zijn greppels die het grootste deel van het jaar droog staan. Als gevolg van het dempen van greppels treedt een zeer kleinschalige, lokale en tijdelijke vernatting op in de direct naastgelegen percelen. De mate van vernatting als gevolg van het dempen heeft een lokaal, kleinschalig en tijdelijk effect en zal niet reiken niet tot vernatting kwetsbare natuurwaarden. Negatieve hydrologische effecten zijn uitgesloten. Al met al wordt geconcludeerd dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op de Natura 2000gebieden. Daarbij komt dat de ontwikkelingen in lijn zijn met het beheerplan voor het Natura 2000-gebied.

Soortenbescherming In het natuuronderzoek zijn de maatregelen beoordeeld voor wat betreft het aspect soortenbescherming. Onderzocht is welke (zwaar) beschermde soorten (mogelijk) voorkomen binnen de gebieden. Daarnaast is onderzocht welke (negatieve) effecten optreden. Voor de maatregelen geldt een vrijstelling bij overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en is aangegeven op welke wijze via een ecologisch werkprotocol aan de zorgplicht voldaan wordt. In het ecologisch onderzoeksrapport (concept, zie bijlage) zijn de soorten zien waar in de uitvoering rekening mee moet worden gehouden benoemd. Voor deze soorten wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld en wordt de ontheffing Wnb aangevraagd. Er is een ontheffing Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming nodig voor de geplande werkzaamheden voor de noordse woelmuis, de hermelijn en de rugstreeppad en mogelijk de waterspitsmuis. In het ecologisch werkprotocol staan verschillende algemene maatregelen vermeld, zoals dat de werkzaamheden uitsluitend in overleg en onder begeleid van een ecologisch toezichthouder zullen worden uitgevoerd. Verder zijn specifieke maatregelen voor onder meer het dempen van watergangen en elders ophogen. Tot slot zijn maatregelen beschreven voor depotlocaties en transportroutes.

Met het ecologisch werkprotocol en de zorgvuldige ruimtelijke inpassing van het fietspad worden negatieve effecten op beschermde natuurwaarden tot een minimum beperkt en is

Pagina 21 van 31

er geen sprake van een negatief milieueffect met betrekking tot soortenbescherming. Het gebied wordt juist geschikt gemaakt voor deze doelsoorten. Conclusie In deze paragraaf is een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Hieruit volgt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig. Ook aangezien het feit dat geen passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming nodig is, is een m.e.r. niet aan de orde.

4.2

Archeologie

Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Op grond van de Erfgoedwet is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. Voor de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 4’ is beleid opgesteld voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Het beleid is opgenomen in bestemmingsplan ‘Buitengebied Texel 2013’ en is terug te vinden in artikel 57 lid 3.1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden of grondbewerkingen en het roeren en omwoelen van gronden waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplanting; 3. het ophogen van gronden met meer dan 50 cm; 4. het egaliseren van gronden; 5. het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; 6. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 7. het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt. Voor het verlenen van het benoemde omgevingsvergunning in artikel 57, lid 3.1 zijn de volgende regels van toepassing.

Door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind; en vooraf door de aanvrager van het bouwwerk een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders in voldoende mate is vastgesteld: de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of de archeologische waarden hierdoor niet of niet onevenredig worden geschaad. Betekenis voor het project Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. De voorgenomen ingreep is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Ten behoeve van het doen van waarnemingen dient wel in de omgevingsvergunning te worden opgenomen dat Archeologie West-Friesland toekomstige graafwerkzaamheden wil monitoren.

Het is van belang dat Archeologie West-Friesland minstens twee weken van tevoren wordt geïnformeerd over de start van de werkzaamheden.

Pagina 22 van 31

4.3

Landschappelijke inpassing

Om te kijken of nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op de juiste wijze landschappelijk wordt ingepast, wordt aan de hand van de landschappelijke kenmerken van de omgeving getoetst of het projectvoornemen het omliggende landschap niet schaadt. Door nieuwe ontwikkelingen goed aan te laten sluiten bij de kernkwaliteiten van het landschap wordt de identiteit van de plek behouden of versterkt. Zoals eerder beschreven in paragraaf 3.1 en 3.2 wordt het projectvoornemen gerealiseerd binnen de gemeente Texel en de provincie Noord-Holland. Hierin wordt ook beschreven dat het voornemen de kernwaarden niet schaadt. Texel bestaat uit diverse soorten landschappen: reliëfrijk keileemlandschap, aandijkingenlandschap, strandwallen- en strandvlaktenlandschap en jong duinlandschap (Figuur 9). Het keileemlandschap, bekend als het Oude Land, is ontstaan ten gevolge van opstuwing door landijs in de voorlaatste ijstijd. Ten westen van het Oude Land ontstond er een smalle zone met strandwallen en strandvlakten en daarnaast ontstond er een duinlandschap. Vanaf de 14e eeuw begon men met het aanleggen van aandijkingen tussen het duinlandschap en het Oude Land.

Figuur 9 | Ensemble Texel landschappelijke karakteristiek (Bron: leidraadlc.noord-holland.nl)

De projectlocatie ligt in een gebied dat bestaat uit (beboste) strandwallen- en vlakten, ten westen van het kleileemlandschap. In de geomorfologische kaart is te zien dat de projectlocatie aan de rand van kustduinen en afgevlakte strandwallen ligt, grotendeels op een ingesloten strandvlakte, zie figuur 10. De geomorfologie is ook te zien in de hoogtekaart van het gebied, de ingesloten strandvlakte vormt een duinvallei tussen de strandwallen.

Figuur 10 | Geomorfologische kaart projectlocatie

Figuur 11 | Hoogtekaart (bron: Arcgis.nl)

Pagina 23 van 31

De aanleiding voor het projectvoornemen komt voort uit het voornemen om voor het bosgebied de Dennen een plan uit te werken voor de verdere ontwikkeling naar natuurlijk loofbos. Een probleem bij dit planvoornemen is dat de hydrologie in het gebied niet optimaal is om het gewenste doel te bereiken. De afwatering in het bosgebied de Dennen is te groot om de gewenste verandering naar een natuurlijk loofbos tot stand te brengen. Door de vernatting en natuurlijke ontwikkeling van de duinvallei naast bosgebied de Dennen, de projectlocatie, wordt het water beter vastgehouden in het gebied. Hierdoor ontstaan er betere omstandigheden voor een loofbos om tot stand te komen. Naast de nut en noodzaak van het projectvoornemen heeft het vernatten van de duinvallei ook effect op het landschap van de projectlocatie. Zoals eerder genoemd ligt de projectlocatie aan de rand van de kustduinen en vormt een open ruimte tussen de naaldbossen. Aan de westzijde van het gebied ligt de Ploeglanderweg en aan de oostkant ligt een onverhard wandelpad, de Kwekerijweg. Het gebied is door de relatief lage ligging erg nat, daarnaast zijn er diverse kleine oppervlaktewateren te vinden (Figuur 12). De open ruimte van de projectlocatie wordt verbroken door het fietspad dat hier doorheen loopt, deze verdeelt het gebied in twee gedeeltes.

Figuur 12 | Huidige ruimtelijke opbouw projectlocatie

Pagina 24 van 31

Voor de toekomstige inrichting van het gebied is het van belang dat er gekeken wordt naar de kwaliteiten van het gebied en de ambitie bij ruimtelijke ontwikkelingen. De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 van de Provincie Noord-Holland geeft aan dat de algemene ambitie bij ruimtelijke ontwikkelingen bestaat uit: • Het laten bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek • Het laten bijdragen aan het versterken van de (beleving van) openheid en • Helder te positioneren ten opzichte van ruimtelijke dragers. Daarnaast is het voor het projectvoornemen van belang dat de verscheidenheid aan landschapstypen herkenbaar blijft of zelfs wordt versterkt. Dit geldt ook voor de randen/grenzen van deze landschappelijke eenheden. Het ontwerp voor het projectvoornemen bestaat landschappelijk gezien voornamelijk uit het benadrukken van de vernatting en het creëren van één open ruimte. De huidige sloten worden grotendeels gedempt en er worden nieuwe waterpartijen in combinatie met plasdraszones aangelegd. De langwerpige waterpartij aan de oostzijde ligt parallel aan de Kwekerijweg, deze vormen samen een afscheiding van de open ruimte en de functie aan deze zijde van de projectlocatie. Het bosgebied vormt de verdere afbakening van de open ruimte van het gebied.

Het fietspad is verlegd naar de zuidzijde van het gebied en ligt grotendeels langs de bosrand. Hierdoor ontstaat een aaneengesloten open ruimte die niet wordt onderbroken door andere functies.

Figuur 13 | Toekomstige ruimtelijke opbouw projectlocatie

Betekenis voor het project De nieuwe ontwikkeling sluit goed aan bij de kernkwaliteiten en schaadt deze niet, het projectvoornemen kan juist worden ingepast. Het aspect landschappelijke inpassing vormt geen belemmeringen, het projectvoornemen heeft zelfs een toegevoegde waarde voor de beleving van het gebied.

4.4 Bodem

In een nieuw ruimtelijk regime dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem (grond en grondwater) in kaart te worden gebracht. Het doel is met name het uitsluiten van sterke bodemverontreinigingen (grond en/of grondwater) binnen het plangebied. Daarnaast biedt het onderzoek ook inzicht in de te hanteren veiligheidsklasse voor de werknemers die gaan werken in of met de grond.

Pagina 25 van 31

Indien blijkt dat op een locatie een sterke bodemverontreiniging aanwezig is dienen voorafgaand aan de realisatie sanerende maatregelen genomen te worden. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Betekenis voor het project De Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (ODNHN) biedt inzicht in het grondstromen beleid in Noord-Holland Noord. Uit het digitale loket kan worden opgemaakt wat de te verwachten bodemkwaliteit is (bodemkwaliteitskaart) en of op de betreffende locatie reeds bodemonderzoek is uitgevoerd. Een kanttekening hierbij is wel dat grondwerkzaamheden op basis van de bodemkwaliteitskaart doorgaans enkel voldoende inzicht geven in relatief onverdachte gebieden (buitengebied/natuurgebieden) waar weinig menselijke activiteit is of is geweest. Het plangebied ligt binnen een dergelijk onverdacht gebied en heeft een bodemfunctieklasse ‘landbouw/natuur’ met een ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Omdat er tijdens het planvoornemen geen grondroerende activiteiten plaatsvinden is een bodemonderzoek of bodemsanering niet nodig en zijn de gronden geschikt om de bestaande functie ‘wonen’ uit te blijven voeren. Het aspect bodem staat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=d58de860-7620-42da-8eb5-77e44cbece58