Bijlage 2. Ruimtelijke onderbouwing - 20211213
Tekst van het document
Renovatie Landhoofd Het Noorden
Figuur 1
10-11-2021
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 2 Huidige situatie en initiatief .................................................................................. 4 2.1 Huidige situatie Landhoofd Het Noorden in De Cocksdorp ............................................. 4 2.2 Voorgenomen initiatief ................................................................................................... 5 2.3 Beeldkwaliteit en ruimtelijke inpassing ........................................................................... 6 2.4 Verkeer en parkeren ........................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Beleidskader.......................................................................................................... 8 3.1 Rijksbeleid........................................................................................................................ 8 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................ 9 3.3 Gemeentelijk beleid.......................................................................................................
10 Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten ............................................................................................ 13 4.1 Milieuzonering ............................................................................................................... 13 4.2 Wegverkeerslawaai ....................................................................................................... 13 4.3 Water ............................................................................................................................. 13 4.4 Bodemkwaliteit.............................................................................................................. 13 4.5 Aardkundige waarden ................................................................................................... 13 4.6 Cultuurhistorie ............................................................................................................... 14 4.7 Archeologie .................................................................................................................... 14 4.8 Ecologie ......................................................................................................................... 14 4.9 Externe veiligheid ..........................................................................................................
15 4.10 Luchtkwaliteit .............................................................................................................. 16 4.11 Kabels en leidingen ...................................................................................................... 16 4.12 Passende beoordeling ................................................................................................. 16 Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid ................................................................................................. 17 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 17 5.2 Economische/financiële uitvoerbaarheid ...................................................................... 17 5.3 Conclusie ....................................................................................................................... 17
2
Hoofdstuk 1 Inleiding De Stichting Waterrijke Perspectieven De Cocksdorp (hierna Stichting) heeft sinds 2017 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het wad direct achter het dorp De Cocksdorp toegankelijker te maken, de bestaande bouwwerken te renoveren en het oude gemaalgebouw te benutten. Dit heeft geresulteerd in een rolstoeltoegankelijke dijkovergang en het plan voor de aanleg van houten vlonders op het bestaande landhoofd in combinatie met het verlengen van deze strekdam door middel van een zwevend deel wat aan het bestaande landhoofd is gekoppeld. Dit zal fungeren als uitkijkpunt en keerpunt voor rolstoelgebruikers. In deze onderbouwing zal dit plan verder worden toegelicht en onderbouwd. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond wat de gevolgen voor de omgeving zijn op diverse ruimtelijke aspecten. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in deze onderbouwing opgenomen samen met de inpassing in de omgeving, net als een toetsing aan de verschillende beleidsstukken, het bestemmingsplan en de beeldkwaliteit.
Figuur 2 Opgang rolstoelgebruikers
3
Hoofdstuk 2 Huidige situatie en initiatief
2.1 Huidige situatie Landhoofd Het Noorden in De Cocksdorp
De Cocksdorp ligt in het noorden van Texel en wordt door de Eijerlandse Zeedijk beschermd tegen de zee. In zee ligt een strekdam/ landhoofd om de kustverdediging te beschermen tegen de zeestroming, figuur 3. Via deze strekdam zijn de aanlegsteigers van het haventje van Sil bereikbaar. Dit is een kleinschalig haventje, een van de meest gefotografeerde plekken van Texel. Figuur 4
Figuur 3
Figuur 4
Bron: Een bericht van de wadden
4
2.2 Voorgenomen initiatief De Stichting Waterrijke Perspectieven De Cocksdorp (hierna Stichting) heeft sinds 2017 onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het wad direct achter het dorpje De Cocksdorp toegankelijker te maken, de bestaande bouwwerken te renoveren en het oude gemaalgebouw te benutten. Dit heeft geresulteerd in het aanleggen van een rolstoelvriendelijke dijkovergang, onder anderen door het plaatsen van een nieuw hek, zie figuur 2. en nieuwe brede trap de dijk over en het plan voor het aanleggen van houten vlonders op de bestaande strekdam en het verlengen van deze strekdam door middel van een zwevend deel wat aan de bestaande strekdam is gekoppeld. Dit zal fungeren als uitkijkpunt en keerpunt voor rolstoelgebruikers. Figuur 5
5
2.3 Beeldkwaliteit en ruimtelijke inpassing Met de beoogde ontwikkeling dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke inpassing, overeenkomstig de Texelse kernwaarden en de Texel Principes. De plannen hebben ruimtelijk geen invloed op de omgeving. De verlenging van de strekdam is minimaal en ook zwevend aan de bestaande constructie. Hierdoor zal de ruimtelijke impact minimaal zijn. De bekleding van de strekdam met houtenvlonders over het asfalt zal zorgen dat het geheel samen met het haventje van Sil meer een eenheid vormt. Het is kleinschalig en wordt ontwikkeld door de Texelaars, voor de Texelaars. De inrichting van het perceel is ontworpen overeenkomstig de randvoorwaarden zoals benoemd in de Texelse kernwaarden en de Texel Principes.
Texelprincipes
De voorgenomen ontwikkeling is geïnspireerd door de 7 Texelprincipes en is getoetst aan de Texelse kernwaarden. 1. vertrek vanuit natuur en landschap 2 koppel schoonheid aan schoonheid 3 ga voor echt Texels en Texels eigen 4 beweeg met de seizoenen mee 5 ruim op en revitaliseer 6 koester eenheid in diversiteit 7 blijf jutten en innoveren 1. vertrek vanuit natuur en landschap Deze ontwikkeling is tot stand gekomen door de wens om de uitgestrektheid van het Wad ook bereikbaar te maken voor rolstoelgebruikers. Om de stilte en schoonheid en weidsheid van het wad te kunnen ondergaan zonder vast te raken in de zuigende modder van het wad. Vanuit deze wens is de Stichting plannen gaan ontwerpen en heeft subsidie aangevraagd voor de realisatie van een rolstoelvriendelijke toegang tot het wad. 2. koppel schoonheid aan schoonheid De schoonheid van deze plek wordt toegankelijk voor alle bezoekers om ervan te genieten. De schoonheid wordt versterkt door de toegankelijkheid. Door de toevoeging van de houten vlonders wordt het een eenheid met het haventje van Sil en wordt het in het geheel mooier. 3. ga voor echt Texels en Texels eigen Het haventje van Sil is echt Texels, mooie plekjes toegankelijk maken voor mensen die minder goed ter been zijn is ook een goede Texelse eigenschap.
Hier wordt een mooie eenheid gecreëerd om de echte beleving van ’t Wad voor iedereen mogelijk te maken zonder dat het een aantasting is voor alle andere bestaande kwaliteiten, zoals de natuur en de stilte. 4. beweeg met de seizoenen mee Door de steiger beter toegankelijk te maken kan je de seizoenen op ’t Wad intenser beleven. Je hebt niet alleen te maken met eb en vloed, maar ook met storm, ijs en droogte. Alles beleef je intenser op deze manier. 5 ruim op en revitaliseer Eigenlijk wordt er niks opgeruimd, maar alleen gerevitaliseerd. De oude strekdam wordt weer helemaal netjes gemaakt met de nieuwe houten vlonders. 6 koester eenheid in diversiteit De strekdam en het haventje van Sil krijgen een grotere eenheid doordat beide met hout bekleed zijn na uitvoering van de plannen. De strekdam blijft natuurlijk wel een massieve eenheid, net als de aangrenzende dijk en aanlegsteigers staan heel luchtig op palen. De nieuwe uitbreiding van de strekdam sluit hier weer goed op aan door zwevend boven het water te hangen.
6
7 blijf jutten en innoveren De constructie elementen die gebruikt worden voor de zwevende uitbreiding van de strekdam zijn gejut, deze bleven over bij de sloop van een gebouw en liggen nu ongebruikt bij Tatenhove en komen nu hier mooi tot zijn recht.
Texelse kernwaarden
De Texelse kernwaarden: 1.Rust en ruimte 2.Grote afwisseling in landschappen en landgebruikvormen 3.De Texelse identiteit 4.Het specifieke eilandkarakter 5.Nachtelijke duisternis 6.Maritieme monumenten De Texelse kernwaarden worden gerespecteerd in deze ontwikkeling. De rust en ruimte zullen bewaard blijven bij deze ontwikkeling. Het is niet zo dat dit uitkijkpunt nu opeens noemenswaardig meer bezoekers zal trekken. Het wordt alleen ook toegankelijk voor mindervaliden, waardoor er ook een ander publiek kan komen. Het maakt het mogelijk de grote afwisseling van het landschap goed te ervaren en het unieke karakter van Texel beter tot zijn recht te laten komen. Het eilandkarakter wordt beter beleefbaar ook voor minder validen. De impact op het landschap is er niet aangezien het wordt bevestigd op de bestaande constructie. De constructie wordt niet verlicht waardoor het geen invloed heeft op de nachtelijke duisternis. Daarnaast zal het geen maritiem monument aantasten.
2.4 Verkeer en parkeren
De gemeente Texel heeft zijn eigen parkeerbeleid. Dit beleid is vastgelegd in de Nota Parkeernormen Texel 2015. Voor parkeren is van belang dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De functie van het gebied verandert niet. Het is in de huidige vorm al één van de meest gefotografeerde plekjes van Texel, dit zal door de toevoeging van nieuwe bekleding niet veranderen. In de parkeernorm is niet iets opgenomen voor een uitzichtpunt of ander toeristisch punt. Het is niet te verwachten dat er een hogere parkeerdruk komt. Verkeersdruk Door deze ontwikkeling zal de verkeersdruk niet noemenswaardig toenemen. Hierdoor zal er geen verkeersoverlast ontstaan. Er worden daarom ook geen extra maatregelen hieromtrent getroffen.
7
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid
Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 in werking getreden. Voor de omgevingswet worden alle wetten over de leefomgeving gebundeld. Hierbij hoort ook 1 rijksvisie op de leefomgeving. De NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgave waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Denk hierbij aan de bouw van ongeveer 1 miljoen woningen, de ontwikkeling van duurzame energie, aanpassen aan klimaatverandering, de ontwikkeling van een circulaire economie en de omschakeling naar kringlooplandbouw. Bij de opgave wordt rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NIVO is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke partijen. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het rijk aan de vier prioriteiten; 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, 2. Duurzaam economisch groeipotentieel, 3. Sterke en gezonde steden en regio’s, 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om de beleidskeuzes weloverwogen te maken zijn en drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, 3. Afwentelen wordt voorkomen.
De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. De ontwikkeling zoals omschreven in deze onderbouwing is niet strijdig met de NOVI. Figuur 6 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt niet alleen regels voor de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de NOVI, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijke ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: • Een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys; • Over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed; • Een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners.
In dit plan is aan de orde, Titel 2.5 Waddenzee en waddengebied. De landschappelijke kwaliteiten van de Waddenzee zijn, de rust, weidsheid, open horizon en natuurlijkheid met inbegrip van de duisternis. Als cultuurhistorische kwaliteiten van de Waddenzee worden aangemerkt, de in de bodem aanwezige archeologsiche waarden en de overige voor het gebied kenmerkende cultuurhistorische structuren en elementen.
8
Hierin staat daarnaast dat er geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt kan worden wat de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten aantast of bedreigt. Bij deze ontwikkeling wordt een nieuwe bekleding op de bestaande strekdam aangelegd, om deze weer toekomst bestendig te maken. Daarnaast wordt aan deze strekdam een zwevend uitkijkpunt op dezelfde hoogte toegevoegd. Hierdoor worden er geen landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten aangetast of bedreigt. Dit heeft daardoor verder geen invloed op de Waddenzee, het geeft een betere beleving van het werelderfgoed en doet geen afbreuk aan het Natura 2000 gebied, zoals blijkt uit de passende beoordeling die heeft plaats gevonden. Dit wordt uitgebreid besproken in paragraaf 4.12. Met deze ontwikkeling worden er dan ook geen rijksbelangen geschaad. Het rijksbeleid staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening NH 2020 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord - Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie 2050. In de omgevingsvisie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. Om het geschetste toekomstbeeld ruimtelijk te realiseren heeft de provincie provinciale belangen benoemd. De drie hoofdbelangen (klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik) vormen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie. De hoofdbelangen zijn in de visie uitgewerkt. Texel heeft een bijzondere positie, als enige (wadden)eiland van Noord-Holland, met zijn diversiteit aan landschappen en kenmerkende cultuurhistorie, bron voor recreatie en nieuwe energie. Voor Texel zijn de kenmerken toeristen, zeehonden, zelfvoorzienend, schapen, skuumkoppe, energieneutraal, strand en Waddenzee op de kaart gezet. De ontwikkeling van deze locatie sluit hierbij aan. Door het medegebruiken van een bestaande strekdam, die onderdeel is van de zeewering, als uitkijkpunt wordt de ruimte optimaal gebruikt.
Dit bevordert de ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. Het draagt bij aan de Texelse kenmerken, toerisme, en Waddenzee. Hiermee past deze ontwikkeling binnen deze visie. Figuur 7
Met de Omgevingsverordening NH2020 (vastgesteld op 22 oktober 2020) wil de provincie ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie mogelijk maken en zet daarnaast in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er is gezocht naar een evenwichtige balans tussen evenwichtige groei en leefbaarheid. Het vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving. Het waddenzeegebied is ook aangemerkt als stiltegebied, het gaat daarbij echter niet om dit deel van de Waddenzee. Het waddenzeegebied is aangemerkt als Natura2000 gebied. Zoals in de voorgaande paragraaf ook al is aangegeven heeft deze ontwikkeling geen gevolgen voor het natura2000 gebied, behalve dat je het beter kan beleven vanaf het uitzichtpunt en het ook voor minder validen goed bereikbaar is.
9
3.3 Gemeentelijk beleid Beheersverordening De ontwikkeling vindt plaats in de beheersverordening Waddenzee en Noordzee. Vastgesteld door de gemeenteraad van Texel op 17-09-2015. Hierin heeft het de bestemming Water en de dubbelbestemming waarde - cultuurhistorische waarde en vrijwaringszone – radarverstoringsgebied. Figuur 8
Water De voor water aangewezen gronden zijn bestemd voor:
c. bestaand gebruik zoals weergegeven in bijlage 1 en 2 behorende bij deze regels, waaronder normaal onderhoud is begrepen; met daaraan ondergeschikt: d. verblijfsrecreatie, uitsluitend ten behoeve van het verblijf op of in vaartuigen alsook met inachtneming van de Erecode als opgenomen in bijlage 3 behorende bij deze regels; 3.2 Bouwregels b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte voor bestaande bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste de bestaande bouwhoogte; 2. de bouwhoogte van (aanleg)steigers (al dan niet drijvend) en kaden bedraagt ten hoogste 15 m; 3. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het kustbeheer, de scheepvaart en/of de zeeveiligheid bedraagt ten hoogste 6 m; 4. er mogen geen windturbines worden gebouwd; 5. de bouwhoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1,5 m. Dubbelbestemming waarde – cultuurhistorische waarde
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van waarde – archeologisch monument” mogen geen werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden worden uitgevoerd. b. Op of in de gronden gelegen binnen deze dubbelbestemming is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: • het uitvoeren van alle grondwerkzaamheden;
10
• •
•
het indrijven van voorwerpen in de grond; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, drainage en soortgelijke leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het winnen van schelpen beneden het peil van NAP –5 meter.
c. Een omgevingsvergunning als bedoeld lid 5.3, sub b wordt slechts verleend indien: 1. op basis van cultuurhistorisch onderzoek is aangetoond dat geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, of 2. op basis van het cultuurhistorisch onderzoek is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad, of 3. de volgende voorwaarden in acht worden genomen, wanneer op basis van cultuurhistorisch onderzoek is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden door de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden kunnen worden verstoord: a. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor cultuurhistorische resten in de bodem kunnen worden behouden; of b. een verplichting tot het doen van opgravingen; of c. een verplichting de uitvoering van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumenten zorg; • indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoel in lid 5.3, sub b, onder 3 wordt een ter zake kundig bureau om advies gevraagd. Bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend. c.
Het verbod als bedoeld lid 5.3, sub b is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden waarbij voorafgaand aan het realiseren van de werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden cultuurhistorisch onderzoek is verricht of die: 1. reeds in uitvoering zijn ten tijde van het in werking treden van het plan; 2. of mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; 3. of het normale onderhoud betreffen, waarbij onderhoudsbaggerwerkzaamheden aantoonbaar niet dieper gaan dan de vergunde baggerdieptes en waarbij normale onderhoudswerkzaamheden aan bestaande leidingen niet dieper gaan dan de vergunde leidingdieptes; • of een totale oppervlakte van minder dan 50 m² betreffen; • of waarbij het werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid zich beperkt tot de zeebodemdiepte als aangeven op bijlage 5 ‘Zeebodemdieptekaart’ behorende bij deze regels. Artikel 6 Algemene gebruiksregels De binnen het verordeningsgebied gelegen gronden en bouwwerken mogen, naast het gebruik overeenkomstige de in deze verordening opgenomen bestemmingsregels, tevens worden gebruikt overeenkomstig het bestaand gebruik.
Artikel 7 Algemene aanduidingsregels 7.4 vrijwaringszone - radarverstoringsgebied De gronden ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone - radarverstoringsgebied”, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemming (basis-bestemming), tevens bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim.
11
Hieruit blijkt dat de werkzaamheden die behoren tot normaal onderhoud van de strekdam zondermeer vergund kunnen worden zonder eerst een cultuurhistorisch onderzoek uit te voeren. Het vernieuwen van de bekleding is grootschalig onderhoud. Het verlengen van de strekdam met het uitkijkpunt is een nieuwe toevoeging die middels deze onderbouwing mogelijk gemaakt wordt. Het toegevoegde uitkijkpunt tast de cultuurhistorische waarde van deze plek en de omgeving niet aan, dit zal daarom ook geen belemmering opleveren voor de verlening van de bouwvergunning. De hoogte wordt niet hoger dan 2m en de bestaande strekdam zal worden gebruikt zoals het nu ook gebruikt wordt als toeristische plek nabij de haven van Sil. Wat ook als zodanig als gebruik door de gemeente is geïnventariseerd in bijlage 1 en 2 bij de regels. Het gebruik zal de regels als opgenomen in bijlage 3, erecode dagrecreatief medegebruik, respecteren. Daarnaast hebben deze plannengeen invloed op het radarbeeld van het luchtruim. Hiermee passen onderhavige plannen , uitgezonderd het uitkijkpunt, binnen de eisen die gesteld worden in de beheersverordening Waddenzee en Noordzee. Structuurvisie 'Texel op koers' In de Structuurvisie worden op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelingen voor het eiland aangegeven op het gebied van economie, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn.
Bij nieuwe ontwikkelingen gaat de gemeente uit van de Texelse kernkwaliteiten. Het gaat hierbij om de rust en ruimte, de rijkdom aan natuur en cultuurlandschappen, de grote afwisseling in landschappen en landgebruiksvormen, de Texelse identiteit, het specifieke eilandkarakter, de nachtelijke duisternis en de maritieme monumenten. Dit is uitgebreid besproken in paragraaf 2.3. De plannen sluiten hier goed op aan.
12
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Er is hier geen sprake van een gevoelig object of activiteiten die invloed hebben op een gevoelig object. Dit vormt dan ook geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.2 Wegverkeerslawaai In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Het gaat hier niet om een geluidgevoelig object of een ontwikkeling waardoor het wegverkeerslawaai op geluidgevoelige objecten noemenswaardig zal toenemen. Wegverkeerslawaai is dan ook geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.3 Water
Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de bestemmingsplanprocedure geworden. De watervergunning is door Hoogheemraadschap Hollands Noorden al op 2 april 2021 de watervergunning afgegeven, deze is inmiddels onherroepelijk.
4.4 Bodemkwaliteit
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Het project omhelst het bekleden van de bestaande, toegankelijke, strekdam met houten vlonders en het verlengen met een zwevend uitzichtpunt. Hierdoor verandert de functie niet en zal de bodemkwaliteit niet worden aangetast of een belemmering vormen. Een bodemonderzoek kan in het kader van de omgevingsvergunning achterwege blijven.
4.5 Aardkundige waarden
De provincie Noord-Holland heeft in De Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 aardkundig waardevolle gebieden aangegeven. De provincie maakt hierin onderscheid tussen aardkundig waardevolle gebieden en aardkundige monumenten. De aardkundige monumenten worden beschermd op basis van de Omgevingsverordening NH2020 en zijn opgenomen in BPL (Bijzonder Provinciaal Landschap) of NNN (Natuur Netwerk Nederland).
13
4.6 Cultuurhistorie De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Binnen het plangebied is sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. De nieuwe inrichting van het plangebied is nagenoeg gelijk aan de bestaande situatie en voegt zich in de bestaande karakteristieke structuren en kenmerken van de omgeving. Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor deze procedure.
4.7 Archeologie
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Texel heeft een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Op deze kaart worden gebieden aangewezen waar zich mogelijk archeologische resten bevinden. Deze archeologische waarden zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd door de dubbelbestemming 'waarde-archeologie'. Onderscheid is gemaakt tussen archeologische waarde, gematigde archeologische verwachting en hoge archeologische verwachting. Deze gronden zijn primair bestemd voor het behoud en de bescherming van aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
Aangezien dit plan niet de grond roert, is het niet te verwachten dat archeologie een belemmering is voor de uitvoering van dit plan.
4.8 Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Beide aspecten zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Daarnaast is in elke provinciale verordening een uitwerking van de Wnb opgenomen. In de provincie Noord - Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage I bij deze verordening. Per soort worden de handelingen, middelen en methoden genoemd die mogen worden toegepast, slechts voor zover er geen andere bevredigende oplossing bestaat.
14
Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezengebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied ligt binnen Natura-2000 gebied. Hierdoor is een stikstof berekening noodzakelijk en daarom ook uitgevoerd door Witteveen+Bos en als bijlage bijgevoegd. Hierin wordt geconcludeerd dat er tijdens de aanleg wel enige uitstoot plaats zal vinden, maar dat door deze beperkte tijdelijke uitstoot kan worden aangesloten bij de redeneerlijn kleine tijdelijke deposities. Hierdoor is het niet vergunning plichtig voor stikstofdepositie. Er dient een ecologische voortoets gemaakt te worden, er is al een passende beoordeling uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen effecten als gevolg van stikstofdepositie te verwachten zijn. Dus stikstof is geen belemmering voor dit plan. Wadvogelleefgebied De ontwikkeling vindt plaats op het wad. Er is een passende beoordeling gemaakt voor het aanleggen van een 150m lange steiger het wad op.
Deze plannen zijn echter veranderd in een minder drastische ingreep, namelijk het gebruiken van de strekdam en deze af te dekken met houten vlonders. Uit het onderzoek is gekomen dat de steiger van maximaal 150m geen negatief effect heeft op de instandhoudingsdoelstellingen van de Waddenzee. Daarnaast zijn er wel een aantal migratiemaatregelen voorgesteld om het effect nog verder te beperken. Een deel hiervan zou ook voor het huidige plan van toepassing zijn, al gaat het om een bestaande situatie, die geen extra invloed op het gebied zal hebben. Vooral de voorwaarde dat de werkzaamheden moeten plaatsvinden tussen half november en half maart, in verband met het broedseizoen en het migratieseizoen. Dit zal dan ook worden meegenomen in de uitvoering. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Ook hierop is de passende beoordeling van toepassing. Zoals hierboven is te lezen wordt er vanuit gegaan dat het geen verstorend effect heeft.
4.9 Externe veiligheid
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarzettende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Op grond van de AMvB Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt daarom gekeken naar zogenaamde risicovolle inrichtingen. Daarnaast wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en hoofdgasleidingen op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van risicovolle inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen worden de risico's gemeten in twee maten: plaatsgebonden risico (voor individuen) en groepsrisico (voor groepen mensen). In en rond dit deel van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig die invloed kunnen hebben op het plangebied.
15
4.10 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2015) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 14 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 10 µg/m. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed. Volgens de passende beoordeling is een negatief gevolg van de stikstof uitstoot bij een dergelijk plan niet te verwachten. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
4.11 Kabels en leidingen
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Er zijn geen kabels en leidingen aanwezig in het plangebied.
4.12 Passende beoordeling De plannen vinden plaats in Natura 2000 gebied Waddenzee. Het is normaal onderhoud van de strekdam met een kleine uitbreiding, het uitzichtpunt. De eerdere plannen, een 150m lange steiger aan deze strekdam was echter geen normaal onderhoud. Wanneer in een Natura 2000 gebied werkzaamheden plaatsvinden die geen normaal onderhoud inhouden moet er een passende beoordeling plaatsvinden. Deze passende beoordeling heeft plaatsgevonden voor deze steiger van 150m. Hieruit is gekomen dat deze ontwikkeling op habitatrichtlijnsoorten verwaarloosbaar klein is of niet aanwezig. Daarnaast zal er geen significante verstoring optreden voor vissen, zeehonden en broedende of foeragerende vogels. Ook is als gevolg van de stikstofdepositie geen effect te verwachten. De aanleg van die wadsteiger van 150m zou niet hebben geleid tot een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Waddenzee. Het gaat hier echter alleen maar om het bekleden van de strekdam en vergroten met een overhangend uitkijkpunt. Dit kan gezien worden als normaal onderhoud met een overhangend uitkijkpunt. Dit uitkijkpunt heeft een minder grote impact op het waddengebied dan de wadsteiger van 150m, dus zullen er net als bij een wadsteiger geen significante verstoring opleveren.
Een nieuwe passende beoordeling is dan ook niet noodzakelijk en er kan geconcludeerd worden dat dit plan geen invloed heeft op Natura 2000 gebied Waddenzee en verdere onderzoeken niet noodzakelijk zijn.
16
Hoofdstuk 5. Uitvoerbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
□. Wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de gemeente bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning o.a. inhoudende een grote planologische afwijking, overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan of bij het project in geding zijn. Dit plan omvat zo’n kleine afwijking dat dit als het al nodig is geen problemen op gaat leveren omdat het zoals in deze ruimtelijke onderbouwing is aangegeven geen problemen te verwachten zijn. □ Tervisielegging ontwerp Het ontwerp, zal na publicatie voor 6 weken ter inzage worden gelegd. De zienswijzen worden door de raad in de besluitvorming meegenomen. □ Vaststelling Het plan wordt na de tervisielegging binnen 12 weken door de raad vastgesteld. Hierna wordt het wederom voor 6 weken ter inzage gelegd en staat er beroep tegen open.
5.2 Economische/financiële uitvoerbaarheid
Het voorliggende plan is een initiatief van Stichting Waterrijke perspectieven, Kikkertstraat 3, 1795AA De Cocksdorp, gemeente Texel. De kosten van de mogelijk toekomstige ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor dit plan zijn diverse subsidies aangevraagd en verkregen waarbij als voorwaarde is gesteld dat de werkzaamheden zijn uitgevoerd voor het eind van 2021. Met betrekking tot het planschade-risico zal tussen gemeente en de initiatiefnemer een (standaard) overeenkomst worden gesloten.
5.3 Conclusie
Voor de uitvoerbaarheid van het plan zijn geen belemmeringen.
17