Bijlage 2. Nota van Zienswijzen
Tekst van het document
Ontwerpbestemmingsplan 16 januari 2024 De Koog Stappeland
Aan de OD NHN is gevraagd om te beoordelen of door middel van de aangeleverde documenten aangetoond wordt dat er voldaan kan worden aan het wettelijk kader omtrent geluid.
Wettelijk kader
Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerlawaai bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. Voor de projectie van een woning in een stedelijk gebied, binnen de 200 meter geluidzone van een weg bestaande uit één of twee rijstroken, is volgens Artikel 82 van de Wet Geluidhinder de voorkeursgrenswaarde op de gevel, vanwege de weg, 48 dB. Als een overschrijding dreigt van de voorkeursgrenswaarde is een akoestisch onderzoek noodzakelijk. Wanneer uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er niet voldaan kan worden, dient een verzoek tot het vaststellen van hogere grenswaarde te worden ingediend. Ook is in dat geval een onderzoek naar de geluidswering van de woning op grond van het Bouwbesluit 2012 nodig.
Goede ruimtelijke ordening 29/33
Nota van Zienswijzen bestemmingsplan ‘De Koog – Stappeland’
Bij het opstellen van een ruimtelijk onderbouwing dient de invloed van bestaande (of nieuw te vestigen) bedrijvigheid op de leefomgeving afgewogen te worden. Door middel van milieuzonering dient een ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies, zoals wonen. De VNGbrochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) geeft richtlijnen voor de in acht te nemen afstanden. Aan de hand van de VNG-brochure dient beoordeeld te worden of de gevraagde bestemmingsplanwijziging een negatieve invloed heeft op de functie wonen. Luchtkwaliteit In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen moet bij (nieuw-)bouwplannen het aspect luchtkwaliteit worden beschouwd (hoofdstuk 5.2 van de Wet milieubeheer). In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen, welke zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'Niet In Betekenende Mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft.
Beoordeling
Wegverkeerslawaai Met het realiseren van de nieuwe woningen aan de Stappeland worden meerdere geluidgevoelige bestemmingen in de zin van de Wet geluidhinder mogelijk gemaakt. De woningen worden gebouwd in de buurt van de Kamperfoelieweg en de Mienterglop, wat een buitenstedelijk 60 kilometer per uur weg betreft, en derhalve beschikt over een geluidzone. Hierdoor is de voorkeursgrenswaarde op de gevel van de woning, vanwege de Kamperfoelieweg en de Mienterglop, 48 dB (inclusief aftrek). Volgens de geluidkaart van de Atlas Leefomgeving valt het bouwplan in de 32dB (exclusief aftrek) geluidcontour van de Kamperfoelieweg en de Mienterglop, wat geen overschrijding is van de voorkeursgrenswaarde.
Goede ruimtelijke ordening De naast gelegen sporthal wordt volgens het ontwerp bestemmingsplan toelichting niet gebruikt maar deze is weldegelijk planmatig aanwezig. Volgens bedrijf en milieu zonering dient er 50m afstand aanwezig te zijn ten opzichte van de nieuwe te plannen woningen. Hier wordt niet aan voldaan bij de sociale huur appartementen. Bij de beoordeling van de ‘sporthal’ moet worden uitgegaan van de maximale invulling van de bestemming ‘sport’. Blijkbaar is de sporthal al geruime tijd niet meer in gebruik, maar door de bestemming sport kan hier dus vrij gemakkelijk een andere sport worden gerealiseerd die voor meer overlast kan zorgen. Luchtkwaliteit Het bouwplan betreft de bouw van 38 woningen, waardoor het plan kan worden aangemerkt als een project wat naar verwachting niet voor overschrijdingen van de grenswaarden zorgt en ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht. Opgenomen tekst is akkoord.
30/33
Nota van Zienswijzen bestemmingsplan ‘De Koog – Stappeland’
Opmerkingen
De toelichting op de ontwerpbestemmingsplan gaat niet in op de mogelijke beperking van de sporthal. Het bestemmingsplan van de sporthal heeft geen specifieke aanwijzing op het gebruik ervan. Hierdoor wordt de sporthal beperkt door de bouw van woningen in de directe omgeving. De gemeente dient of meer ruimte tussen de bestemming sport en wonen te creëren, of het bestemmingsplan van de sporthal aan te passen zodat deze niet beperkt kan worden door de realisatie van woningen.
Conclusie Op basis van wegverkeerslawaai en luchtkwaliteit is er geen belemmering op de bestemmingsplan wijziging. Het ontwerpbestemmingsplan dient wel aangepast te worden om mogelijke beperking van de sporthal te adresseren. Advies Geadviseerd wordt het ontwerpbestemmingsplan aan te passen op bovengenoemde punten, alvorens het nogmaals voor te leggen ter beoordeling. Geadviseerd wordt om in de tekst van het omgevingsplan op te nemen dat, bij toepassing van een buiten opgestelde installaties voor warmte- of koude opwekking, aangetoond dient te worden dat kan worden voldaan aan de geluideisen zoals gesteld in § 4.3.2 van het besluit bouwwerken leefomgeving, ten behoeve van de omgevingsvergunning aanvraag. 2.3
Bodem
Wij kregen van u een verzoek om advies uit te brengen voor het aspect bodem voor de locatie Stappeland 2A, De Koog. Voor deze locatie is een plan ingediend voor herbestemmen van het perceel, van bestemming Sport naar de bestemming Wonen. U vraagt ons om het verkennend bodemonderzoek van Montferland Milieu B.V., projectnummer MM18171, d.d. 20 oktober 2018 te beoordelen om te zien of in het kader van de bestemmingswijziging de bodem geschikt is voor het beoogd gebruik. Bij de aanvraag is een toelichting op een ontwerpbestemmingsplan (NL.IMRO.0448.DKG2023BP0001-on01) toegevoegd. U vraagt ons dit document inhoudelijk te beoordelen. In ons voorgaand advies met het kenmerk RUD.282550, d.d. 3 juni 2019 is omschreven dat de onderstaande punten aangevuld moet worden in het kader van de gewenste bestemmingswijziging: • Gedempte sloot o Bij het bodemonderzoek in 2018 is een gedempte sloot aangetroffen. Er is echter geen correct onderzoek uitgevoerd naar de gedempte sloot. Om een dergelijke sloot te kunnen traceren dient minimaal dwars op de sloot te worden gewerkt met boorraaien welke bestaat uit minimaal 3 boringen. • Asbest o Het is onbekend of in de nog te slopen bebouwing asbest is verwerkt.
Indien voorafgaande aan de sloop van de bebouwing uit een asbestinventarisatie blijkt of er asbest is verwerkt, dient mogelijk nog aanvullend een bodemonderzoek naar asbest bij deze bebouwing worden uitgevoerd. 31/33
Nota van Zienswijzen bestemmingsplan ‘De Koog – Stappeland’
Wettelijk kader In de planvorming moet rekening worden gehouden met de bodemkwaliteit in relatie tot toegelaten functies. In de toelichting van een bestemmingsplan, ruimtelijke onderbouwing e.d. moeten de overwegingen hierover zijn opgenomen. Als blijkt dat de bodemkwaliteit niet direct geschikt is voor de gewenste bestemming dan moet hiervoor een nadere afweging worden gemaakt. Als sprake is van een functiewijziging kan een bodemonderzoek worden geëist. De onderzoeksplicht is alleen redelijk als het de locatie een gevoeligere functie krijgt.
Beoordeling Het bodemonderzoek is volgens de strategie voor een onverdachte locatie uitgevoerd. Er zijn zintuiglijk geen bijzonderheden in de bodem aangetroffen. Tijdens het bezoek is op de desbetreffende locatie op het maaiveld en in de bodem visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met kwik en lood. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte kwik aangetroffen. Het grondwater is niet verontreinigd. Op 8 augustus 2019 is door Montferland Milieu B.V. een aanvullend onderzoek uitgevoerd (projectnummer MM19106), gericht op de op de locatie aanwezige demping. Hierbij zijn twee boorraaien van elk drie boringen geplaatst op de vermoedelijke locatie van de demping. In het onderzoek naar de gedempte sloot zijn geen bodemvreemde en/of anderszins afwijkende dempingsmaterialen aangetroffen. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de bodem ter plaatse van de slootdemping niet verontreinigd is. Opmerkingen Op beide besproken rapportages zijn geen opmerkingen van toepassing. Wel is de opmerking op z’n plaats dat niet aanvullend is aangegeven of de locatie verdacht is op asbest in de bebouwing. Tot in de jaren '80 is in en om veel huizen asbest toegepast. Gezien de periode waarin de bebouwing is geplaatst (woning in 1996, bijgebouwen in 1999 en 2002) is deze niet direct verdacht op het bevatten van asbest.
Daarom wordt het ontbreken van aanvulling op dit punt niet van invloed geacht op het wel of niet geschikt achten van de locatie voor het gewenste gebruik. Beoordeling tekst ontwerpbestemmingsplan De opgenomen tekst voor het aspect bodem in het ontwerpbestemmingsplan is niet akkoord. De wensen naar aanleiding van het in 2018 uitgevoerde bodemonderzoek zijn niet besproken. Het aanvullend onderzoek naar de slootdemping, uitgevoerd in 2019, is niet meegenomen in de tekst van het ontwerpbestemmingsplan. Ook is niet beschreven of de locatie wel of niet verdacht is op asbest in de bebouwing, en welke invloed dat heeft op het geschikt zijn van de locatie voor het gewenste gebruik. Conclusie Uit de beoordeling blijkt dat het bodemonderzoek conform de NEN 5740 is uitgevoerd. Een (verkennend) asbest in grond onderzoek overeenkomstig de NEN 5707 is niet noodzakelijk gebleken. 32/33
Nota van Zienswijzen bestemmingsplan ‘De Koog – Stappeland’
Uit de beoordeling blijkt dat de bodem op basis van de beschikbare informatie geschikt is voor het beoogd gebruik. Er zijn derhalve geen belemmeringen aanwezig voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Advies Geadviseerd wordt de initiatiefnemer in een brief te informeren dat op basis van het aspect bodem er geen belemmeringen aanwezig zijn voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Wel dient er een voorwaarde te worden opgenomen dat als mocht blijken dat tijdens de sloop er alsnog zintuiglijk een bodemverontreiniging, puin, asbest en/of overige niet gespecificeerde materialen in de bodem worden aangetroffen de aanvrager verplicht wordt gesteld om dit te melden bij de gemeente. In dat geval dient er aanvullend bodemonderzoek plaats te vinden. 2.4 Externe veiligheid De ontwikkeling bevindt zich niet binnen het invloedsgebied van risicovolle activiteiten. De herbestemming maakt geen nieuwe risicovolle activiteiten mogelijk. De opgenomen tekst in paragraaf 4.11 is akkoord. Geen opmerkingen. 2.5 Luchtkwaliteit Opgenomen tekst in paragraaf 4.7 is akkoord. Geen opmerkingen. 2.6 Natuur De gemeente wordt niet geadviseerd op dit aspect. 2.7 M.e.r.-beoordeling De aanmeldingsnotitie volgt de inhoudelijke eisen die daaraan worden gesteld vanuit (bijlage III van) de Europese richtlijn milieubeoordeling.
De OD NHN is niet gemandateerd om een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen op de genoemde activiteit (stedelijk ontwikkelingsproject) maar heeft geen inhoudelijke opmerkingen over de milieuaspecten in de aanmeldingsnotitie waarvoor de OD NHN wel is gemandateerd.
3. Vergunning of melding milieu Bedrijfsmatige activiteiten, of activiteiten in een omvang alsof deze bedrijfsmatig zijn, kunnen een milieubelastende activiteit (MBA) zijn, zoals voedselbereiding. Op de locatie is geen bedrijf bekend in het bedrijvenbestand van de OD NHN. Melding van beëindiging van de bedrijfsactiviteiten is niet noodzakelijk.
33/33