Bijlage 1b. Toelichting bestemmingsplan
Tekst van het document
•
het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige bestemmingen;
•
het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen.
Planspecifiek Bepaald moet worden of de nieuwe invulling realiseerbaar is op de locatie en dat dit geen belemmering oplevert voor omliggende functies. Hierbij hanteren we de richtafstanden uit de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’. Het plangebied is gelegen aan de rand van het dorp Den Hoorn. De bebouwing in de
24
omgeving bestaat uit voornamelijk uit wonen. Derhalve kan het gebied worden aangemerkt als 'rustige woonwijk'. Onderstaande tabel geeft de bedrijfsactiviteiten weer. Activiteit
SBIcode
Adres
Milieucategorie (maximaal toegestaan)
Richtafstand in
Groepsaccommodatie De Stolp
852, 8531
Stolpweg 35
2
30 m
Minimale afstand tot het plangebied 32 m
Groepsaccommodatie aan de stolpweg 35 Ten zuidoosten van het plangebied ligt aan de stolpweg de groepsaccommodatie de Stolp. Samen met de B&B Le Commandeur vormt het één geheel. Uitgaande van VNG-publicatie wordt een groepsaccommodatie aangewezen als categorie 1. In een rustige woonwijk geldt voor een dergelijke categorie een richtafstand van 10 meter. De groepsaccommodatie is echter redelijk groot en dus zou een milieucategorie van 1 als disproportioneel kunnen worden gezien, met name voor het aspect geluid. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is daarom gezocht in de VNG-publicatie gezocht naar een vergelijkbare bedrijfsactiviteit met die van een grote groepsaccommodatie. Een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, waarbij geluid een belangrijk belemmering vormt, is die van een school. Voor een school geldt een milieucategorie 2 en een richtafstand in rustige woonwijk van 30 meter. De afstand van de beoogde woningen tot het bouwvlak van de accommodatie is 32 meter. Deze afstand is berekend door het meest zuidelijk punt te nemen van de beoogde woningen en het meest noordwestelijke punt van de bouwvlak van de groepsaccommodatie / B&B. Met een afstand van 32 meter van het bouwvlak van de woningen tot het de accommodatie wordt aan de richtafstand voldaan.
Daarbij genomen ligt de geluidsintensieve kant van de groepsaccommodatie en de B&B aan de binnenkant en zal het gebouw van de Bed & Breakfast die tussen het plangebied en de groepsaccommodatie in ligt ook voor enige geluidsafscherming zorgen. Geconcludeerd kan worden dat milieuzonering niet voor belemmeringen van de beoogde ontwikkeling zal zorgen.
4.9 Externe veiligheid Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s:
• • •
risicovolle (Bevi-)inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor.
Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers
25
een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Planspecifiek De navolgende afbeelding toont een fragment van de risicokaart externe veiligheid:
Figuur 7: fragment risicokaart externe veiligheid, plangebieden met rood omkaderd (bron: risicokaart.nl)
Zoals te zien is op bovenstaande afbeelding zijn er geen risicovolle activiteiten in de nabijheid van het plangebied. Binnen een straal van 2 km zijn voor de planlocatie geen risicovolle inrichtingen of vervoer van gevaarlijk stoffen aanwezig. Hierbij kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10 Parkeren en verkeer Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogde nieuwe ontwikkeling op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Voor het maken van een inschatting van het benodigde aantal parkeerplaatsen en de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn parkeerkencijfers en kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Nota parkeernormen Texel 2015 In deze nota is opgenomen hoe de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt berekend. De parkeernormen zijn afgeleid vanuit landelijke kengetallen van CROW. Daar is een Texels accent aan toegevoegd. De parkeernormen in deze nota hebben primair betrekking op nieuw- en verbouwplannen waarvoor een omgevingsvergunning verplicht is. Om te beoordelen of bij ontwikkelingen voldoende parkeervoorzieningen gerealiseerd kunnen worden en de gevraagde vergunning verleend kan worden, toetst de gemeente de aanvraag aan het bestemmingsplan, de bouwverordening en de parkeernormen zoals deze in deze notitie zijn opgenomen. Planspecifiek Parkeren Met een functiewijziging van het plangebied verandert ook de verkeersgeneratie en parkeernorm. Voor de parkeernorm is uitgegaan van de 'Nota Parkeernormen Texel 2015'. Voor de beoogde woningen geldt een
26
parkeernorm van 1,7 per woning. Voor vier woningen moeten er zeven parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Vier van deze parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd op eigen erf, geplaatst voor het huis. De andere drie parkeerplaatsen worden voor de woningen aan de Stolpweg gerealiseerd (openbare parkeerplaatsen). Verkeer De woningen komen te liggen aan de Stolpweg, de hoofdweg van Den Hoorn naar het zuiden. Voor de Stolpweg geldt bij het plangebied een snelheidsregime van 30 km/u. De komst van vier woningen zal een minimale toename betekenen in de verkeersgeneratie van het plangebied. Aan de hand van de CROWpublicatie 'Toekomstig parkeren' wordt er uitgegaan van een 'weinig stedelijk' gebied in de 'rest bebouwde kom'. Voor de beoogde ontwikkeling geldt een toename in de verkeersgeneratie van maximaal 32,8 per etmaal. De toename van de verkeersgeneratie kan door de Stolpweg worden opgevangen. Er kan geconcludeerd worden dat er kan worden voldaan aan de richtlijnen van parkeren en verkeer.
27
5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2 Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3 Planregels Voor het opstellen van de planregels is uitgegaan van de gemeentelijke standaard. Op deze wijze beschikt de gemeente over zoveel als mogelijk uniforme plannen. De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk II. Ten slotte regelt hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemming op alfabetische volgorde. Ook dit hoofdstuk kent een standaardopbouw:
• • • • • • •
Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
28
5.4 Wijze van bestemmen Navolgend worden per artikel kort de belangrijkste aspecten weergegeven. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hiervoor is aangesloten bij de SVBP 2012. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer - Verblijfsgebied In dit artikel zijn de regels opgenomen voor de met 'Verkeer - Verblijfsgebied aangewezen gronden'. Dergelijke gronden zijn bestemd voor o.a. wegen en straten, fiets- en wandelpaden, sloten, bermen en beplanting etc. Artikel 4 Wonen - Twee-aaneen Binnen deze bestemming zijn de woonfunctie en de bebouwingsmogelijkheden geregeld en de bijbehorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen, water en toegangswegen. Tevens zijn aan-huis-gebonden beroepen toegelaten.
Op de verbeelding zijn bouwvlakken weergegeven. Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 Met deze bestemmingen worden archeologische waarden in de bodem beschermd. Het perceel blijft de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 behouden. Ter bescherming van de archeologische waarden is bouwen niet zonder meer toegestaan. Voor de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 3' geldt dat bij bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 100 m2 op locaties waar de grond nog niet is verstoord en dieper dan 0,50 meter wordt gegraven archeologisch onderzoek vereist is. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bepalingen over bouwen opgenomen. Artikel 8 overige regels In dit artikel zijn de regels omtrent parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. Artikel 10 Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen.
Deze regeling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsregeling.
29
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
•
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
•
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
•
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor het realiseren van de ontwikkelingen worden gedragen door de initiatiefnemer. Omdat het een bouwplan bedoeld zoals in de 'Grexwet' is het sluiten van een anterieure overeenkomst nog wel noodzakelijk.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 6.2.2 Participatie Initiatiefnemers zijn in gesprek geweest met omliggende bewoners van het plangebied om hun op de hoogte te stellen van het initiatief. De bewoners hebben aangegeven geen bezwaar te hebben met het betreffende plan. De bewoners van Stolpweg 35 hebben een groepsverblijf en zijn bang dat zij in toekomst klachten zullen ontvangen betreft geluid. Er is kennis genomen van de geuite zorgen. In de plantoelichting is nader gemotiveerd dat op locatie een goed woon- en leefklimaat ontstaat.
30
6.2.3 Overleg In deze paragraaf of in een separate bijlage worden te zijner tijd de resultaten van het wettelijk vooroverleg opgenomen. 6.2.4 Zienswijzen In deze paragraaf of in een separate bijlage worden te zijner tijd de eventuele zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.
31