Bijlage 1b. Bestemmingsplan Postweg 145 De Cocksdorp_Bijlagen bij toelichting.stikstof, water en ecologie publ
Tekst van het document
Postweg 145 De Cocksdorp Texel Stikstofdepositieberekening Stikstofdepositieberekening
Postweg 145 De Cocksdorp Texel Stikstofdepositieberekening
GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Hooijschuur Groen Kerkewijk 117 3904 JB Veenendaal T. 0318 – 50 56 37
I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu PLANGEGEVENS Projectnummer:
K21172
Datum:
28 mei 2021
Titel:
Stikstofdepositieberekening De Cocksdorp, Postweg 145
Projectleider: Auteur:
Stikstofdepositieberekening
Inhoud 1
Inleiding........................................................................................................................ 4 1.1
Aanleiding................................................................................................................................. 4
1.2
Wettelijk kader .......................................................................................................................... 4
2
Stikstofdepositie .......................................................................................................... 6 2.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden ..................................................................... 6
2.2
Uitgangspunten ........................................................................................................................ 6 2.2.1 Referentiesituatie ...................................................................................................... 6
3
2.2.2
Gebruikersfase .......................................................................................................... 7
2.2.3
Realisatiefase ............................................................................................................ 7
Conclusie ..................................................................................................................... 8
Separate bijlagen: -
Bijlage 1 – Nieuwe gebruikersfase
Stikstofdepositieberekening
1 Inleiding In deze rapportage zijn de rekenresultaten te vinden van de berekening die is uitgevoerd met de AERIUS Calculator om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te bepalen ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Er zijn geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. 1.1
Aanleiding
Met het plan wordt een onverwarmde schuur gerealiseerd van 750 m 2 ten behoeve van de opslag van bestaand materieel.
Figuur: Aanduiding planlocatie (bron: Google Maps)
1.2
Wettelijk kader
Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb).
Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep).
Stikstofdepositieberekening
Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019 (en na de update van 15 oktober 2020, versie 2020) kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de realisatiefase, als de gebruikersfase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.
Stikstofdepositieberekening
5
2 Stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie, gaat dit hoofdstuk in op de afstand van de planlocatie tot Natura 2000-gebieden, de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Om de toekomstige situatie te realiseren zal er een realisatiefase zijn welke ook inzichtelijk wordt gemaakt. 2.1
Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden
In onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied op ca 1000 meter afstand van de planlocatie ligt.
Figuur: Ligging planlocatie t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator 2020)
2.2
Uitgangspunten
Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2020 (beschikbaar sinds 15 oktober 2020). In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante emissiebronnen meegenomen. 2.2.1
Referentiesituatie
Op de planlocatie bevindt zich nu geen bron die verwijderd zal worden en die zorgt voor stikstofemissie. De referentiesituatie is daarom niet meegenomen in deze berekening.
Stikstofdepositieberekening
6
2.2.2
Gebruikersfase
In de nieuwe situatie wordt er een nieuwe schuur voor de opslag van bestaand materieel worden gerealiseerd. Deze schuur zal niet verwarmd worden en zal dus geen stikstof uitstoten. Wel vindt er stikstofemissie plaats door de verkeersgeneratie van de schuur. Verwacht wordt dat deze in de praktijk nauwelijks zal toenemen, maar voor de berekening is uitgegaan van de planologische mogelijkheden. De verkeersgeneratie kan berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie
'CROW
381
Toekomstbestendig
parkeren'
uit
2018.
Voor
een
'Bedrijf
arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf)' in de gewenste situatie (loods van 750m2) is de verwachte verkeersgeneratie 23,4 tot 34,2 mvt/etmaal per m2 bvo in het buitengebied van een niet stedelijke regio. De bronlijn loopt vanaf het bedrijfsperceel in zuidelijke richting naar de kruising van de Postweg en de Slufterweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Als peiljaar is gekozen voor 2021. Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de gebruikersfase geen stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied. De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1. 2.2.3
Realisatiefase
Om het plan te kunnen realiseren zijn er bouwwerkzaamheden nodig. Maar per 1 juli 2021 treed de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking. Er geldt dan een vrijstelling voor de tijdelijke stikstofuitstoot bij de bouwfase van een plan. Er hoeft dus geen berekening voor de bouwfase te worden uitgevoerd.
Stikstofdepositieberekening
7
3 Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.
Stikstofdepositieberekening
8
Kerkewijk 117 3904 JB Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu
Stikstofdepositieberekening
9
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RogYpH5d7TUb (21 mei 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Kubiek
Activiteit
Omschrijving
AERIUS kenmerk
RogYpH5d7TUb
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
21 mei 2021, 16:16
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
1,00 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
bedrijfsopslag
Situatie 1
RogYpH5d7TUb (21 mei 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
schuur Industrie | Overig
Bron 2 Wegverkeer | Buitenwegen
Resultaten
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
-
-
< 1 kg/j
1,00 kg/j
RogYpH5d7TUb (21 mei 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
schuur 117862, 571246 22,0 m 0,1 ha 11,0 m 0,280 MW Standaard profiel industrie Bron 2 118024, 571067 1,00 kg/j < 1 kg/j
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
34,0 / etmaal NOx NH3
1,00 kg/j < 1 kg/j
Situatie 1
RogYpH5d7TUb (21 mei 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RogYpH5d7TUb (21 mei 2021) pagina 5/5
EcoTex
september 2021
Betreft : Quickscan ecologie met betrekking tot Ruimtelijke Ordening Gemeente Texel Adres : postcode : Opdrachtgever : Firma : Hooijschuur Groen datum opdrachtverstrekking : donderdag 8 september 2021 per email 15:24
INHOUDSOPGAVE 1. Inhoud 2. aanleiding 3. Natuurwetgeving in relatie werkzaamheden 3.1 Wet Natuurbescherming soortenbescherming 3.2 Wet Natuurbescherming gebiedsbescherming 3.3 Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 3.4 Weidevogel gebied
4. Gebiedsbeschrijving 4.1 Locatie 4.2 Te verwachten werkzaamheden 5. Onderzoeksmethode 6. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 6.1 Nationale databank Flora en Fauna 6.2 Vleermuizen 6.3 Overige Zoogdieren 6.4 Amphibieen 6.5 Libellen en Vlinders 6.6 Vaatplanten 6.7 Vogels 7. Conclusie Bijlage(N)
EcoTex
pag 2
Ecologisch adviesbureau EcoTex heeft vanuit Firma Hooijschuur Groen de opdracht gekregen voor het uitvoeren van een Quickscan (veldbezoek) en rapportage Quickscan Wet Natuurbescherming . De geplande werkzaamheden zijn het zo spoedig mogelijk bouwen van een materialenschuur op adres Postweg 145 , de Cocksdorp te Texel . Op deze locatie te noemen plangebied is de Firma Hooijschuur Groen gevestigd (www.hooijschuurgroen.nl). De Quickscan Wet Natuurbescherming heeft als doel in te schatten of er negatieve effecten te verwachten zijn op het voorkomen van voor de wet beschermde soorten. Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van bureau onderzoek en een veldbezoek (september 2021). Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij het plangebied. De Quickscan is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en kan niet gezien worden als een volwaardig ecologisch onderzoek. Voorde Quickscan zijn geen uitgebreide inventarisaties uitgevoerd naar soorten en soortgroepen. Het veldbezoek is op 10 september 2021 uitgevoerd door ecologisch adviseur Kees Verschoor van ecologisch adviesbureau EcoTex.
Leeswijzer In deze Quickscan Wet natuurbescherming is in hoofdstuk de relevante wetgeving weergegeven. De gebiedsbeschrijving in hoofdstuk 3 beschrijft de ligging van het plangebied, het huidige en toekomstige gebruik, de verwachte werkzaamheden en de ligging ten opzicht van beschermde gebieden. Na een korte beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethode in hoofdstuk 4 volgt in hoofdstuk 5 de3 beschrijving van de mogelijke effecten op beschermde soorten of, effecten op nabij gelegen beschermde gebieden als N 2000 of Natuur Netwerken. In hoofdstuk 6 zijn alle conclusies samengevat.
EcoTex
pag 3
2. Natuurwetgeving in relatie tot geplande werkzaamheden Bescherming conform de nationale wetgeving Zorg voor alle inheemse planten en diersoorten en voor de natuurlijke rijkdommen van gebieden wordt gegarandeerd door de naleving van de wet en regelgeving ten aanzien van natuur en milieu. Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze vervangt de drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora en Faunawet. Slechts 1 wet en minder regels maakt de nieuwe Wet Natuurbescherming overzichtelijker. Bescherming dieren en planten Veel verschillende planten en diersoorten zorgen ervoor dat de natuur tegen een stootje kan. Sommige soorten , zoals vleermuizen , Gierzwaluwen, Noordse woelmuizen of Huismussen zijn kwetsbaar. In een dichtbevolkt Nederland is daarom goede natuurbescherming belangrijk. wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Rolverdeling Provincies en Rijk Vanaf 1 januari 2017 is de bevoegdheidsverdeling tussen Provincies en het Rijk vastgelegd in het Besluit Natuurbescherming. In principe is Gedeputeerde Staten van de betreffende Provincie waarin de activiteit plaats vind het bevoegd gezag.
Op het gebied van natuurbeleid is het, zo blijkt uit de memorie van toelichting bij De Wet natuurbescherming, de Provincie die een kerntaak heeft en een regisseursrol vervult bij de inrichting en het beheer van het landelijk gebied. Sinds 1 januari zijn Gedeputeerde Staten bevoegd om ontheffing te verlenen in het kader van soortenbescherming. Uitzondering hierop waarbij het rijk het bevoegd gezag heeft zijn o.a. Provincie overschrijdende infra en hoogspanning tracés . Voor de vaststelling van gedragscodes is het Rijk altijd het bevoegd gezag. De rol van de Gemeenten Ook de rol van de Gemeenten is enigszins veranderd. de Gemeente had al de plicht om te toetsen op volledigheid en informatieplicht. Met de decentralisatie is de verplichting tot toetsen op volledigheid bij omgevingsvergunningen veel belangrijker geworden.
EcoTex
pag 4
2.1 Wet Natuurbescherming soortenbescherming Een groot deel van de in Nederland van nature voorkomende Flora en Fauna is beschermd. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent onder meer dat het verboden is om de onder de Wet natuurbescherming beschreven soorten vogels, zoogdieren, amphibieen, reptielen en een aantal vissoorten te verstoren, te vangen of te doden en dat het verboden is om hun rust, verblijf en nestplaatsen uit te halen, te verwijderen of te vernielen . Wilde planten mogen niet worden uitgestoken. Het is mogelijk om ontheffing te krijgen van de verboden. Dan kan nodig zijn in het geval beschermde soorten schade aanrichten, zoals bijvoorbeeld gewas schade, schade aan Flora en Fauna. een ontheffing kan ook nodig zijn in het geval werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zoals het bouwen, onderhoud, slopen of aanleg van infrastructuur. Indien deze werkzaamheden gevolg kunnen hebben voor beschermde planten of diersoorten dient daarvoor bij De Omgevingsdienst Noord Holland Noord ontheffing aangevraagd te worden. Beschermingsregime Onder de Wet natuurbescherming wordt 1op1 aangesloten bij de beschermingsartikelen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor soorten geldt nu een kleiner aantal verbodsbepalingen. Het meest in het oog springend is het vervallen van het verbod op het verstoren van soorten.
Daarnaast zijn voor alle Nationale soorten (of zij nu vroeger onder tabel 1,2 of 3 vielen) de toetsingscriteria gelijkgesteld en moet aan drie voorwaarden bij het verlenen van ontheffing voldaan worden. wel kennen de `nationale` andere soorten ruimere ontheffingsmogelijkheden dan de soorten van de Vogel en Habitatrichtlijn.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 3.1 Wnb Art 3.1 id 1. Het is verboden in het wild levende vogels de3 doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te verstoren, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Art 3.5 lid 1, 4,2 en Het is verboden dieren te vangen of te doden in hun natuurlijke verspreidingsgebied of, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te vernielen of opzettelijk te verstoren.
Art 3.5 lid 5 en lid c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. EcoTex
pag 5
Vrijgestelde soorten
Voor een aantal beschermende soorten geldt een provinciale vrijstelling . de vrijstelling geldt bij handelingen die worden verricht bij bijvoorbeeld Ruimtelijke ontwikkeling, onderhoud vaarwegen vliegvelden, bermen of in kader van natuurbeheer. ook werkzaamheden in bestendig beheer of onderhoud in landbouw of bosbouw zijn vrijgesteld. Vrijgestelde soorten zijn onder meer; aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn , Rosse woelmuis en veldmuis, bastaardkikker, gewone pad, bruine kikker, kleine watersalamander en meer kikker.
Algemene Zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen in de Flora en Faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. de zorgplicht houdt in dat u de werkzaamheden die nadelig zijn voor planten en dieren, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
3.2 Wet Natuurbescherming gebiedsbescherming Voortvloeiend uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is in Nederland een graat aantal gebieden aangewezen als beschermd N 2000 gebied. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming kent voor Natura 2000 gebieden een toetsingskader. In ieder besluit tot aanwijzing van en N 2000 gebied zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied beschreven. Hierbij gaat het om de bescherming van de leefgebieden van vogels(Vogelrichtlijn) en de bescherming van habitat en habitat van soorten (Habitatrichtlijn). Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een N 2000 gebied de kwaliteit van natuurlijke habitat of soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op soorten waarvoor een gebied is aangewezen. Niet alleen de activiteiten in een N2000 gebied hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied , ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden ineen gebied beïnvloeden. Dit wordt externe werking genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking : bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoeleinden van de soorten en habitattypen in het N 2000 gebied , ongeacht de afstand tot het beschermde gebied.
EcoTex
pag 6
3.3 Natuur Netwerk Nederland In de Nota Ruimte is in het verleden op landelijk niveau het Natuur netwerk Nederland (destijds de Ecologisch Hoofdstructuur genoemd) vastgelegd. De Nota Ruimte en de Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid zijn in 2012 vervangen door het besluit algemene ruimtelijke ordening(Barro) en Structuurvisie infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het NNN bestaat uit verbindingszones en beschermde reservaten en N2000 gebieden . Het doel van het NNN is het vergroten en verbinden van natuurgebieden. Door deze verbindingen vindt uitwisselingen plaats van planten en dieren tussen gebieden. Het NNN is planologisch vastgelegd en begrensd. Het beschermingsregime is onder de Wet ruimtelijke ordening vastgelegd in het Barro en werkt via Provinciale verordeningen door in Gemeentelijke bestemmingen. Met ingang van 1 oktober 2012 is het NNN juridisch geborgd in titel 2.10 van het Barro. Conform die titel zijn in artikel 19 en kaart 4 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening van Noord Holland (hierna: PRV) gebieden aangewezen die in de Provincie het NNN vormen. Voor die gebieden zijn in het Natuurbeheerplan 2018 wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld en geldt het beschermingsregime van artikel 19 van de PRV.10.
Binnen het NNN zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante aantasting van oppervlakte van NNN gebieden of van samenhang tussen deze gebieden. Hier zijn wel uitzonderingen voor volgens Provinciale Ruimtelijke Verordening!
3.4 Weidevogelgebied Weidevogelgebieden maakten voorheen deel uit van de PEHS (Provinciale Ecologische Hoofdstructuur) : voorheen EHS (NNN), Natuurverbindingen en Weidevogelgebied. De Weidevogelgebieden zijn agrarische gebieden die actuele of potentiële waarde hebben voor Weidevogels. Voortzetting van agrarisch gebruik is een vereiste voor behoud of ontwikkeling van die waarden. Binnen het totale areaal is voor een beperkt aantal hectare rijksgeld beschikbaar voor het afsluiten van overeenkomsten voor actief weidevogelbeheer. Planologische bescherming en compensatie zijn daarom voor deze categorie gebieden onmisbare aanvullende instrumenten om de weidevogels daadwerkelijk te helpen en te beschermen.
EcoTex
pag 7
4. Gebiedsomschrijving 4.1 Locatie plangebied
Het plangebied Postweg 145 grenst via een verharde weg (300 mtr’1) van de doorgaande Postweg naar de Cocksdorp (Noord) en richting het Zuidelijk gelegen de Koog. Iets Zuidelijk van het plangebied vanaf de Postweg loopt de Slufterweg richting het N2000 gebied Nationaal Park Duinen van Texel met, het natuurgebied de Slufter in beheer bij Staatsbosbeheer op iets minder dan 1000 meter gelegen. Iets Zuidoostelijk van het plangebied is het vliegveld gelegen Texel International Airport EHTX gelegen waar in een grote periode van het jaar parachute sprongen en rondvluchten georganiseerd worden. Nabij het N 2000 gebied Nationaal Park Duinen van Texel zijn in directe omgeving diverse bungalowparken en restaurants aanwezig waar toerisme en massa recreatie plaats vind Iets ten Noord Westen van plangebied is te midden van het uitgestrekte duingebied de golfbaan `De Texelse` gelegen met , een 18 holes parcours op een oppervlakte van ± 25 hectare. Het plangebied zelf bestaat een grotendeels verhard terrein met diverse gebouwen en een woning waar firma Hooijschuur het hoveniersbedrijf zich heeft gevestigd. Om het plangebied Postweg 145 heen vind op grote schaal agrarische activiteit plaats met diverse teelten.
EcoTex
pag 8
4.2 Te verwachten werkzaamheden
Geplande werkzaamheden hebben betrekking op de nieuwbouw van een werkschuur die, de functie als opslag en machineschuur zal krijgen . (afmetingen zie aanvraag architect). De geplande nieuwbouw van de werkschuur zal via het verschuiven op korte afstand van aanwezig bestemd bouwvlak plaats vinden . Het aangepaste bouwvlak betreft een deels verhard terrein wat in gebruik is als opslag voor machines , grondbank, bestratingsmaterieel , haardhoutopslag en overige materiaal ten doel van het groen onderhoudsbedrijf Hooijschuur Groen. het terrein is voor klein deel braakliggend met wat aanwezige grassen en zuring .
5. Onderzoeksmethode
Aan de hand van bureaustudie van verspreidingsatlassen en andere standaardwerken is nagegaan welke bijzondere planten en diersoorten ervoor kunnen komen op de onderzoeklocatie plangebied . Daarnaast is er gebruik gemaakt van diverse bronnen wat betreft waarnemingen in data base . Niet alleen activiteiten in een N2000 gebied hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied , ook de activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden beïnvloeden. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het N 2000 gebied , ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Naast het bureau onderzoek wat is gedaan is op 10 september een veldbezoek geweest met als doel een inventarisatie te maken gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van aanwezige habitat.
EcoTex
pag 10
Tijdens het veldbezoek is de volgende checklist afgewerkt gericht op beschermde soorten in kader van Wet Natuurbescherming (indien van toepassing: . waarnemingen van aanwezige vogelsoorten . Beoordeling van potentieel habitat en nestgelegenheden . Controle op Vleermuisverblijven . eventueel te verwijderen bomen en struiken planlocatie .Zoeken naar sporen van overige Zoogdieren . Waarnemingen van overige soorten Flora en Fauna .Check waardplanten en habitat Vlinders en Libelle .Check op beschermde vaatplanten
6. Onderzoeksresultaten
6.1 Nationale databank flora en fauna De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland, de gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van planten en diersoorten. Er zijn ruim 100 miljoen waarnemingen in de NDFF opgeslagen. Uit de nationale Databank Flora en fauna komen de volgende gevalideerde gegevens naar voren voor het plangebied; Er zijn binnen het plangebied en directe omgeving geen waarnemingen van vleermuizen bekend. Binnen een ruim kader , ca 500 meter, rondom het plangebied zijn enkele waarnemingen bekend van de gewone dwergvleermuis , ruige dwergvleermuis en laatvlieger . 6.2 Verblijfplaatsen Vleermuizen Hoewel iedere soort specifieke voorkeur voor verblijfplaatsen heeft , komt de seizoen cyclus in verblijfplaatsen voor alle soorten overeen . per seizoen kiezen vleermuizen verblijfplaatsen voor een andere functie: Winterverblijfplaats. Tussenverblijfplaats. Zomerverblijfplaats. (niet Kraamverblijfplaats). Kraamverblijfplaats. Paarverblijfplaats met territorium. Zwermlocaties met verblijfplaatsen met centrale zwermfunctie. De gewone dwergvleermuis vindt zowel zomer als in de winter een verblijfplaats in gebouwen. Er zijn GEEN verblijfplaatsen van enige omvang bekend in het plangebied.
De Ruige dwergvleermuis is naast gebouw bewonend ook boom bewonend waarbij gebruikt gemaakt wordt van boomholten , ruimte onder schors , brandhoutstapels als ook nestkasten en vleermuiskasten. Bij de Laatvlieger komen alleen verblijfplaatsen in gebouwen voor.
EcoTex
pag 11
6.3 Overige Zoogdieren
Op Texel komt in afnemende aantallen de beschermde Noordse woelmuis `Alexandrymos oeconomus arenicola voor die op de Rode lijst van bedreigde en kwetsbare zoogdieren in Nederland en komt voor op de lijst van bedreigde diersoorten behorende bij de Conventie van Bern. Bovendien is de Noordse woelmuis als enige prioritaire soort van ons land genoemd in de habitatrichtlijnen. De soort heeft veel concurrentie van Aardmuis, en Veldmuis, twee andere woelmuissoorten . Op Texel is op vele plaatsen de soort verdrongen door Aardmuis en de Huisspitsmuis of dreigt dit te gebeuren. In combinatie met het verdwijnen van nat drassig gras en rietland wat de Habitatkeuze van de Noorse woelmuis is leidt dit tot sterke achteruitgang. In het plangebied komt de gewenste habitatkeuze voor de Noordse woelmuis niet voor en gezien de inrichting van plangebied is er Geen GESCHIKT leefgebied voor de Noordse woelmuis aanwezig. Waterspitsmuizen zijn in het plangebied niet waargenomen ook, is in het plangebied geen geschikt habitat aanwezig voor de Waterspitsmuis , afhankelijk van langzaam stromende met begroeide oevers is wat deze soort nodig heeft. Gezien het ontbreken van deze habitat is het plangebied NIET GESCHIKT voor de Waterspitsmuis.
6.4 Amfibieën In het plangebied zijn geen Amfibieën aangetroffen ook in het NDFF zijn waarnemingen bekend binnen plangebied .
6.5 Vlinders en Libelle Binnen plangebied zijn GEEN beschermde Vlinders of Libelle waargenomen , NDFF gegevens laten een vergelijkbaar beeld zien.
6.6 Vaatplanten In het plangebied zijn GEEN beschermde Vaatplanten aanwezig wel, blijkt uit NDFF gegevens dat ruim buiten het plangebied (500 mtr of meer)soorten als bernagie, Gewone duivenkervel, Gewone Spurrie, Kromhals, Phacelia en radijs gemeld. Deze vindplaatsen zullen van bovengenoemde soorten Vaatplanten zullen geen negatieve effecten op de instandhouding hebben met betrekking tot voorgenomen nieuwbouw van werkschuur in plangebied.
EcoTex
pag 12
6.7 Vogels Binnen plangebied is vanuit het NDFF 1 waarneming van Bruine Kiekendief (jagend) waargenomen (2010 07 13). Gezien de beperkte ingreep met betrekking tot nieuwbouw werkschuur Hooijschuur Groen in kader van open ruimte en jachtgebied areaal Bruine Kiekendief zal, dit Geen NEGATIEF EFFECT hebben op de instandhouding van de soort Bruine Kiekendief.
EcoTex
pag 13
7. Conclusie Vanuit het gedane bureau onderzoek en veldstudie en inventarisatie zijn er in het projectplan Postweg 195 met postcode 1795 JM GEEN negatieve effecten aangetoond die instandhouding van beschermde soorten vanuit de Natuurbeschermingswet kunnen beïnvloeden. Effecten beoordeling N 2000 en NNN Gezien de locatie van plangebied en voorgestelde nieuwbouw werkschuur gelegen midden agrarisch gebied bij naast gelegen drukke weg Postweg en, op grote afstand van N 2000 gebied Nationaal Park Duinen van Texel met aanwezig toeristische faciliteiten zullen negatieve effecten op N 2000 gebied UITGESLOTEN zijn . Bovenstaande bepalende zijn er GEEN ONTHEFFINGEN of anders nodig inzake de Natuurbeschermingswet .
Auteur: Kees Verschoor ecologisch adviseur ecologisch advies bureau Ecotex
mobiel nummer :
datum 20-5-2021 dossiercode 20210520-12-26515 Project: De Cocksdorp Gemeente: Texel Aanvrager: Organisatie: Kubiek Ruimtelijke Plannen
Geachte heer/mevrouw Donald Meis, Voor het plan , De Cocksdorpheeft u advies aangevraagd in het kader van de watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuishouding. Hierdoor kan de korte procedureworden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan op de waterhuishouding kan worden ondervangen met standaard maatregelen. Deze maatregelen vindt u in het onderstaande wateradvies dat u in de ruimtelijke onderbouwing van het plan kunt verwerken. U hoeft dan verder geen contact met ons op te nemen met betrekking tot de watertoets. Mochten er desondanks vragen zijn dan kunt u op onze watertoetspagina een link vinden naar de gebiedsindeling van onze regioadviseurs en rechtstreeks contact opnemen met één van hen. ( https://www.hhnk.nl/watertoets/) U kunt ook met ons algemene nummer bellen (072-582 8282) en vragen naar de regioadviseur voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Wij hebben uw aanvraag als een melding ontvangen en zullen deze archiveren. Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw plan zal het waterschap een controle doen of de conclusies ten aanzien van de wateraspecten kloppen.
Indien u tijdens de ter inzage termijn van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel willen/moeten reageren, zullen wij contact met u opnemen. LET OP:Dit formulier en het watertoetsproces is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het waterschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te maken in het kader van vergunningverlening. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op https://www.hhnk.nl/vergunningen. Met vriendelijke groet, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD T 072 582 8282 F 072 582 7010 E post@hhnk.nl W www.hhnk.nl
Wateradvies korte procedure Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) is aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het plan Postweg 145, De Cocksdorpin het kader van de watertoets. In dit advies staan de maatregelen die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier adviseert om wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Op basis van de door de aanvrager/initiatiefnemer ingevoerde gegevens heeft het hoogheemraadschap een aantal opmerkingen. Daarnaast is er een aantal aspecten die
wij graag in de uitwerking van het plan verwerkt willen zien. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden (https://www.hhnk.nl/keur/).
Verharding en compenserende maatregelen Uit uw gegevens blijkt dat er geen / slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van de verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen. Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen.
Tot Slot De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan. Mocht de inhoud van het plan wijzigen, dan verzoeken wij u vriendelijk ons een geactualiseerde versie toe te sturen. Ook ontvangen wij graag een exemplaar van het definitieve en goedgekeurde plan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via 072 - 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. www.dewatertoets.nl