bijlage 1a Integrale Verordening Sociaal Domein Texel 2026
Tekst van het document
Integrale Verordening Sociaal Domein Texel 2026
Geldend vanaf 01-01-2026 t/m heden
Intitulé Integrale verordening Sociaal Domein Texel 2026 De raad van de gemeente Texel; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 juli 2025 Besluit: 1. De Integrale verordening Sociaal Domein Texel 2026 vast te stellen en deze in werking te laten treden per 1 januari 2026.
HOOFDSTUK 1 INLEIDING VERORDENING SOCIAAL DOMEIN Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen: • werken • meedoen in de samenleving • uitkeringen • schuldhulpverlening • gezond en veilig opgroeien • vervoer naar school • hulp aan inwoners met een beperking • wonen in een veilige en gezonde omgeving 1.1 Waarom deze regels? In Nederland vinden wij het belangrijk dat: • u actief mee kunt doen aan het maatschappelijk leven of aan het werk kunt gaan • u in ieder geval een inkomen hebt waarmee u rond kunt komen • u uw financiën op orde hebt • u een huishouden kan voeren en voor uzelf kan zorgen • u een geschikte en schone woonruimte hebt, waarin u zelfstandig en veilig kunt wonen • uw kind gezond en veilig kan opgroeien en veilig naar de school kan gaan die bij hem/haar past Wij vinden het ook belangrijk dat: • mantelzorgers van inwoners goed ondersteund worden Wanneer dat tijdelijk of langdurig niet lukt, dan is het onze taak om u zo goed mogelijk te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken.
Het gaat om de: • Participatiewet (PW) • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) • Jeugdwet • Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet voortgezet onderwijs 2020 • Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) • Wet Kinderopvang (Wko) • Gemeentewet De regels in deze verordening zijn nodig om de wettelijke taken uit te voeren. Deze regels vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin bepaalde zaken worden uitgewerkt. Burgemeester en wethouders kunnen zulke uitvoeringsregels maken. Die regels staan niet in deze verordening, maar in andere regelingen, zoals beleidsregels. Op verschillende plekken in de verordening zijn wetsartikelen opgenomen. Die artikelen zijn wel iets anders opgeschreven. Dat maakt het beter leesbaar. Zo zijn de hoofdlijnen van het gemeentelijk sociaal domein goed te zien en kan de lezer de samenhang tussen de regels goed ontdekken. De Adviesraad Sociaal Domein Texel heeft over deze regels op 27 mei 2025 een advies gegeven. Dat advies is te vinden in de bijlage bij deze verordening.
1.2 Wat bedoelen we met integraal? Deze verordening heet een Integrale Verordening Sociaal Domein. Met ‘integraal’ bedoelen we dat we wetten, regels en hulp zo goed mogelijk op elkaar afstemmen. Sommige inwoners hebben met meer dan één probleem tegelijk te maken. Bijvoorbeeld: schulden, geen werk en de zorg voor een ziek familielid. Door integraal te werken, kijken we naar het hele plaatje: wat is er allemaal aan de hand en hoe kunnen we in samenhang ondersteunen. We zorgen ervoor dat de hulp goed op elkaar aansluit, ook als meerdere wetten tegelijk van toepassing zijn. Zo krijgt u ondersteuning die past bij uw situatie, zonder onnodige herhaling en zonder regels die niet goed op elkaar aansluiten.
1.3 Uitgangspunten De regels in deze verordening zijn geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. Deze regels: 1. zijn goed leesbaar 2. zijn afgestemd op elkaar 3. regelen niet meer dan nodig is 4. kunnen goed uitgevoerd worden en zijn voor iedereen duidelijk 5. respecteren de wetten, maar wijken daar soms vanaf als dat nodig is om de doelen van de wetgever te realiseren of belangrijke internationale regels na te komen 6. houden uw en onze administratieve lasten zo laag mogelijk. 1.4 Kernwaarden Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden wij rekening met de genoemde wetten onder hoofdstuk 1.1. Wij zorgen ervoor dat het effect van een besluit past bij de bedoeling van die wetten. Wij gaan daarbij uit van de volgende 6 kernwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
U neemt naar vermogen deel aan de samenleving. U benut optimaal uw eigen mogelijkheden, talenten en sociaal netwerk (bijvoorbeeld familie, vrienden of het verenigingsleven). Wij gaan uit van uw eigen verantwoordelijkheid, wij zorgen dat hulp of ondersteuning hierop aansluit. Dit betekent niet dat wij altijd met een oplossing komen. Vrije toegankelijke hulp gaat voor maatwerk. Het bieden van maatwerk is de basis van onze dienstverlening. Wanneer meerdere oplossingen passend zijn, wordt gekozen voor de goedkoopst geschikte voorziening. Wij stellen in het belang van uw kind de veiligheid in de sociale omgeving voorop.
Deze kernwaarden geven richting aan de uitvoering van de verordening. Het zijn geen regels, maar principes en overtuigingen. Die vormen de basis van de regels. Per hoofdstuk wordt aangegeven welke van deze en andere kernwaarden de regels vormen en welke rol zij spelen. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 14. 1.3 Artikel en wet [PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Wmo | Jeugdwet | Wvggz | Llv |Burgerlijk Wetboek | Gemeentewet | Awb] Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar in deze verordening ‘Gemeentewet’ als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de algemene regelingsbevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld (artikel 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook de ‘Algemene wet bestuursrecht’ (Awb) genoemd. Die verwijzing staat er als er in de Awb specifieke bepalingen zijn die op dat artikel van toepassing zijn. Bijvoorbeeld bij artikel 3.4.8 en 3.4.9 (over subsidies), 8.2 (over geld) en 11.1 t/m 11.3 (over klachten).
HOOFDSTUK 2 DE HULPVRAAG Soms lukt het u niet om zelf problemen op te lossen. U kunt ons dan om hulp vragen. Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop u aan ons ondersteuning kunt vragen als het gaat om één of meer van de onderwerpen uit deze verordening. Hierin beschrijven wij hoe u een hulpvraag kunt stellen, hoe de hulpverlening in zijn werk gaat en wat wij van u verwachten. Uitgangspunt is dat alle hulpvragen die u heeft in één keer kunnen worden gesteld. Voor bepaalde hulpvragen geldt een bijzondere route. Dit wordt aan het einde van dit hoofdstuk genoemd. Hoe wij omgaan met signalen en hulpvragen van andere personen over inwoners die hulp nodig hebben, wordt hier niet beschreven. 2.1 Sociaal Team Het Sociaal Team van gemeente Texel helpt u met uw hulpvraag. We maken een afspraak voor een gesprek, brengen met u uw probleem of hulpvraag in kaart en zoeken samen naar oplossingen.
Het Sociaal Team geeft uitvoering aan deze verordening. Zij passen de regels toe en betrekken daarbij de kernwaarden die u in paragraaf 1.3 leest. Het Sociaal Team bestaat uit inhoudelijke professionals op verschillende leefgebieden en is daardoor in staat om u met een ondersteunings-of zorgvraag zo goed mogelijk verder te helpen. KERNWAARDEN Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ✓ Wij helpen u om uw vraag op de juiste plek te stellen. ✓ Uw hulpvraag staat centraal. ✓ Wij maken hulp makkelijk bereikbaar. ✓ Wij onderzoeken uw hulpvraag zorgvuldig. 2.2
Stap 1: melding bij de gemeente
2.2.1 Indienen hulpvraag [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs] Als u ondersteuning nodig heeft, dan kunt u zich bij ons melden. U kunt deze melding op de volgende manieren doen: ✓ ✓ ✓
Digitaal Telefonisch Schriftelijk
via het contactformulier op de website www.texel.nl/contactsociaalteam via het Sociaal Team: 14 0222 door een brief te sturen naar: Postbus 200, 1790 AE Den Burg of per e-mail: gemeente@texel.nl
2.2.2 Procedure melding [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs] Wij nemen binnen 2 werkdagen contact met u op en nodigen u eventueel uit voor een gesprek met één van onze medewerkers. Wij laten u weten waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waar het gesprek over zal gaan. Ook geven wij u informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen door een onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner). 2.2.3 Gegevens [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs] 1. 2.
2.3
Tijdens het gesprek verzamelen wij alle gegevens over uw situatie die nodig zijn om de ondersteuningsvraag helder te krijgen. Als tijdens het gesprek, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat u een aanvraag voor hulp-op-maat wilt indienen, dan vragen wij u de gegevens die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag en die wij niet zelf kunnen inzien of verkrijgen, binnen 14 dagen in te leveren. Stap 2: gesprek na de melding
2.3.1 Uitnodiging voor gesprek [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs] U krijgt een uitnodiging voor een gesprek met één van onze medewerkers. Het gesprek kan telefonisch plaatsvinden als dat voldoende is. 2.3.2 Doel en procedure van het gesprek [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs] 1. 2.
Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van uw hulpvraag, het effect dat u wilt bereiken en uw persoonlijke situatie. Als u dat wilt, kunt u iemand (bijvoorbeeld een familielid of een onafhankelijk cliëntondersteuner) vragen om bij het gesprek aanwezig te zijn.
3.
4.
Bij de start van het gesprek identificeert u zich met een geldig identiteitsbewijs, tenzij de medewerker uw identiteit al eerder heeft vastgesteld. Voor de Jeugdwet is het genoeg het burgerservicenummer te controleren. Dit kan met een document waar dit op staat of met een check in de Basisregistratie Personen. Als u een persoonlijk plan hebt gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek.
2.3.3 Gesprek en onderzoek [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs] 1.
De medewerker bespreekt de melding met u en onderzoekt als volgt:
2. 3. 4.
Stap 1: Wij stellen eerst vast of u inwoner bent van onze gemeente en voldoet aan de criteria voordat u een aanvraag kunt indienen. Dit betekent dat u ingeschreven moet staan in de Basisregistratie Personen (BRP) of gedurende een bepaalde periode in de gemeente aanwezig moet zijn. Stap 2: Bij jeugdhulp stellen wij eerst vast welke gemeente verantwoordelijk is. Hierbij kijken wij naar de gemeente waar de jeugdige vóór de zorg met verblijf stond ingeschreven. Bij jeugdhulp zonder verblijf is de woongemeente van het gezin bepalend. Stap 3: Wij stellen vast wat uw hulpvraag is en welk effect u daarmee wilt bereiken. Stap 4: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen of (on)mogelijkheden er precies zijn die belangrijk zijn voor het beoordelen van de hulpvraag. Stap 5: Wij brengen in kaart welke hulp nodig is. Stap 6: Wij onderzoeken wat u zelf kan doen om het probleem op te lossen (eigen kracht), al dan niet met: gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, hulp van anderen uit het sociale netwerk of van andere organisaties, of andere voorzieningen. Stap 7: Wij bepalen welke aanvullende hulp wij kunnen geven om het probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken. Informatie die de medewerker na het gesprek ontvangt, betrekt de medewerker bij zijn onderzoek.
Gaat het om Wmo- of Jeugdhulp dan informeert de medewerker u over de mogelijkheid om te kiezen voor hulp in natura of een persoonsgebonden budget (Pgb). Gaat het om Wmo-hulp dan informeert de medewerker u over een bijdrage in de kosten.
2.3.4 Verslag [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs] 1. 2. 3. 4. 5.
Binnen 6 weken na het gesprek sturen wij u een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Als de medewerker meer informatie nodig heeft voor het verslag, waardoor het verslag niet binnen de hiervoor genoemde termijn kan worden toegestuurd, dan wordt u hierover schriftelijk geïnformeerd. Uit het verslag blijkt in ieder geval welk effect u wilt bereiken en hoe dit door inzet van de voorgestelde ondersteuning kan worden gerealiseerd. Daarbij wordt gekeken naar de korte en naar de lange termijn. In het verslag staat een voorstel voor hulp-op-maat. U ondertekent het verslag en stuurt dit naar ons op. Wij zien dit verslag dan als een aanvraag. Als u het niet eens bent met het verslag dan kunt u dat aangeven en voor gezien ondertekenen.
2.4 Stap 3: Aanvraag [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv | Wko / Awb] 1. 2.
3.
4.
Na de melding en het gesprek met onze medewerker kunt u een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. De aanvraag kan schriftelijk of digitaal worden ingediend. Als het door u ondertekende verslag, bedoeld in artikel 2.3.4. lid 4, bij ons binnenkomt wordt dit verslag aangemerkt als een aanvraag. Het doel van de aanvraag is te bepalen of wij ondersteuning verlenen en welke vorm die ondersteuning heeft. Melding en aanvraag worden op hetzelfde moment gedaan als het gaat om: een uitkering als u 27 jaar of ouder bent, vervoer van kinderen naar school, bijzondere bijstand of een voorziening in het kader van de Jeugdwet. Het gesprek met ons vindt dan plaats nadat de aanvraag is ingediend. Wij kunnen besluiten dat er voor bepaalde andere vormen van hulp uw melding en aanvraag op hetzelfde moment worden gedaan. U kunt dan bij de melding direct een aanvraag indienen. U dient een aanvraag in met ons digitale of schriftelijke aanvraagformulier.
2.4.1 Aanvraag voor hulp-op-maat [Jeugdwet | Wmo | PW | Wgs] 1.
2. 3. 4.
Vraagt u hulp-op-maat dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a. De hulp is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken. b. U heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet bereiken met: gebruikelijke hulp van huisgenoten, hulp vanuit het sociale netwerk of hulp van andere voorzieningen of organisaties, en c. De hulp past bij het gewenste effect en uw persoonlijke situatie. Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. De hulp-op-maat is niet duurder dan nodig en duurt niet langer dan nodig. Wij kiezen daarom voor de goedkoopste voorziening die passend is om uw probleem langdurig te verminderen of op te lossen. Wij kunnen hulp-op-maat weigeren als u iets (niet) heeft gedaan waardoor u de hulpvraag zelf hebt veroorzaakt en u deze had kunnen voorzien. Wij kunnen hulp-op-maat ook weigeren als u de gevraagde hulp zelf hebt ingeroepen of aangeschaft, tenzij wij daarvoor toestemming hebben gegeven of achteraf de noodzaak nog vastgesteld kan worden. Als die weigering betekent dat u grote problemen zult krijgen (onevenredig nadeel ervaart) dan kunnen wij de hulp-op-maat wel toekennen.
2.4.2 Advisering [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv | Awb ] Wij zorgen ervoor dat de medewerker die een melding of aanvraag behandelt de deskundigheid heeft die hiervoor nodig is. Als de medewerker die deskundigheid niet heeft, zorgen wij ervoor dat iemand die wel deskundig is een advies uitbrengt. Dit advies (deskundig oordeel) betrekken wij bij de beoordeling van de aanvraag. 2.4.3 Beoordelen aanvraag [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv |Wko / Awb] 1.
2.
3.
Bij het beoordelen van de aanvraag betrekken wij alle gegevens die van belang zijn. Het gaat onder meer om gegevens over: a. uw behoeften b. uw (on)mogelijkheden c. uw persoonlijke situatie d. de mogelijkheden vanuit uw sociale netwerk, andere organisaties en vanuit ons Om te bepalen of wij hulp verlenen volgen wij de stappen zoals vermeld in artikel 2.3.3. lid 1. Als deze onderzoekstappen al voor de aanvraag zijn doorlopen, dan volgt in deze fase het besluit op aanvraag op basis van de uitkomsten van het onderzoek. Voor iedere stap geldt, dat wij de deskundigheid inzetten die nodig is om die stap goed te kunnen afronden. Is er bijzondere deskundigheid nodig, dan zetten wij die in. Wij stellen u op de hoogte van welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt.
2.4.4 Beslistermijn [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv | Awb] 1.
2.
Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen 8 weken nadat de aanvraag is ontvangen. Gaat het om een aanvraag in het kader van de Wmo, dan beslissen wij binnen 2 weken nadat de aanvraag is ontvangen en in ieder geval binnen 8 weken na de melding. De beslistermijn kan schriftelijk worden opgeschoven als u onvoldoende gegevens heeft verstrekt. Als wij een besluit niet binnen de vastgestelde termijn kunnen nemen, dan noemen wij een nieuwe termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen.
2.5 Stap 4: beslissing 2.5.1 Inhoud besluit [Jeugdwet | Wmo | PW | IOAW | IOAZ | Wgs | Llv | Awb]
1.
2.
3.
4.
5. 6.
Wij nemen een besluit en sturen u deze per brief of digitaal toe. Het doel van dit besluit is, dat u weet of er wel of geen hulp wordt gegeven. Als wij hulp geven dan staat er in het besluit ook of de hulp in natura, in de vorm van een pgb, in geld of op een andere manier wordt gegeven. Geven wij de hulp in natura dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. wat de hulp inhoudt en waarvoor de hulp bedoeld is b. wanneer de hulp ingaat en hoelang de hulp duurt c. hoe en door wie de hulp wordt gegeven en d. welke voorwaarden en verplichtingen er voor de hulp gelden. Geven wij de hulp in de vorm van een pgb dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. waarvoor het pgb bedoeld is b. hoe hoog het pgb is c. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt d. hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en e. welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden. Geven wij de hulp in de vorm van geld dan wordt in het besluit in ieder geval vastgelegd: a. voor welk doel het geld wordt gegeven b. wanneer het geld wordt betaald c. hoe vaak het geld wordt betaald en d. welke voorwaarden en verplichtingen er gelden. Wij informeren u in het besluit ook over een eventuele bijdrage in de kosten. Dit noemen wij eigen bijdrage. Wij informeren u over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen het besluit (zie ook artikel 11.5).
2.5.2 Verval van recht [Jeugdwet | Llv | Wmo] Het recht op hulp vervalt als u niet binnen 6 maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp, tenzij dit u niet te verwijten valt. Deze voorwaarde wordt ook in het besluit opgenomen. 2.6 Uitzonderingen 2.6.1 Jeugdhulp via arts e.a. [Jeugdwet | Awb] 1. 2. 3.
Wij zorgen ervoor dat u jeugdhulp krijgt, als: de huisarts, jeugdarts, medisch specialist, gecertificeerde instelling of jeugdreclassering de jongere doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder. Wij maken afspraken met: huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars over zulke doorverwijzingen. Als u daarom vraagt, sturen wij een besluit per brief over de ondersteuning. Dit besluit voldoet aan dezelfde eisen als het besluit op een aanvraag die bij onszelf is ingediend.
2.6.2 Spoedeisende gevallen [Jeugdwet | Wmo | PW | Llv | Wgs] In spoedeisende gevallen kunnen wij afwijken van de normale procedure om te zorgen dat u de hulp krijgt die nodig is. Het kan gaan om de volgende (tijdelijke) hulp in afwachting van ons onderzoek: a. het bieden van hulp en zorg aan ouders en hun kinderen b. het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp c. het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning d. schuldhulpverlening e. vervoer naar school f. het verstrekken van een voorschot op een uitkering of vanuit de algemene of bijzondere bijstand die nog niet is toegekend.
HOOFDSTUK 3 WERKEN EN MEEDOEN IN DE SAMENLEVING Wij vinden het belangrijk dat u in uw eigen levensonderhoud kunt voorzien. Wij verwachten daarom van u dat als u een uitkering ontvangt en kunt werken, u zelf werk zoekt. Wij willen u daarbij ondersteunen. Welke hulp wij u kunnen geven staat in dit hoofdstuk beschreven. Die hulp noemen we ook wel: een voorziening. Als u een uitkering ontvangt, dan kunnen wij iets van u terugvragen. Dat wordt een tegenprestatie genoemd. In dit hoofdstuk wordt daar meer over uitgelegd. Ook vinden wij het belangrijk dat u meedoet in de samenleving. Dat kan via werk, maar ook op andere manieren. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van uzelf of van ons, maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar). In dit hoofdstuk staan de belangrijkste regels voor de hulp die wij kunnen geven om mee te doen in de samenleving. De regels in dit hoofdstuk zijn gebaseerd op de Participatiewet of op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). KERNWAARDEN Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1 gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden: ✓ Wij ondersteunen u zo goed mogelijk naar langdurig en passend werk of meedoen in de samenleving. ✓ Betaald werk gaat voor onbetaald werk en door ons verstrekte inkomensondersteuning. ✓ U bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk dat uw kind naar school gaat.
3.1 Voor wie? [PW | IOAW | IOAZ] Wij ondersteunen u op weg naar werk als u: a. Met een gemeentelijke uitkering niet op eigen kracht en met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus en andere organisaties de weg naar werk kunt vinden. b. Geen hulp kunt krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per geval beoordelen wij of er hulp wordt gegeven. c. Jonger bent dan 27 jaar, geen werk en geen havo-of vwo-diploma of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebt. Wij ondersteunen u bij het vinden van een passende opleiding of passend werk, of leiden u naar hulpverlening of zorg. 3.2 Samenwerking [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2.
Wij werken samen met het UWV, regiogemeenten en andere organisaties om u te helpen passend werk te vinden. Wij zorgen ervoor dat werkgevers ondersteund worden als zij inwoners die onder onze doelgroep vallen werk willen aanbieden.
3.3 Budget [PW | IOAW | IOAZ] Wij kunnen per soort voorziening een budgetplafond vaststellen. Een budgetplafond is het maximale bedrag dat wij aan een bepaalde soort voorziening per kalenderjaar kunnen uitgeven. Als dit plafond bereikt is verstrekken wij in dat kalenderjaar zo’n voorziening niet. Voor wettelijke loonkostensubsidie en beschut werk kunnen wij geen budgetplafond vaststellen. 3.4 Voorzieningen - werk [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2.
Wij stemmen de ondersteuning af op uw positie op de arbeidsmarkt. Als u een grote kans op betaald werk hebt, wordt andere ondersteuning ingezet dan als u een kleine kans op betaald werk hebt. Wij bieden ondersteuning aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk.
Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet voor mensen met een grote kans op betaald werk zijn: • detacheringsbaan • proefplaatsing • scholing Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet voor mensen met een kleine kans op betaald werk zijn: • werkervaringsplaats • sociale activering • participatieplaats • beschut werk • hulp op de werkplek • loonkostensubsidie • scholing. 3.
Wij beoordelen per persoon of het zinvol is om een voorziening in te zetten. Als dit het geval is dan beoordelen wij welke voorziening wij inzetten en voor hoe lang. Daarbij kijken wij naar een aantal factoren, zoals uw: omstandigheden, eventuele beperkingen, de zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en de beschikbaarheid van voldoende budget.
Voorzieningen voor inwoners met een grote kans op betaald werk 3.4.1 Detacheringsbaan [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2. 3.
Wij kunnen u via een andere organisatie laten werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie. Het doel van een detacheringsbaan is dat u na afloop in dienst komt van de werkgever. Een voorwaarde is dat de detacheringsbaan niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
3.4.2 Proefplaatsing [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2. 3. 4. 5.
6.
Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk laten werken bij een werkgever. U houdt wel een uitkering tijdens deze periode. Bij het aanbieden van een proefplaatsing betrekken wij uw mogelijkheden, interesses en vaardigheden. Het doel van de proefplaatsing is dat de werkgever kan kijken of u geschikt bent voor het werk. Een proefplaatsing wordt uitsluitend ingezet als er gerede twijfels zijn over uw geschiktheid voor het werk. Als u geschikt bent voor het werk volgt er een dienstverband. Dit is een voorwaarde bij een proefplaatsing. De duur van het dienstverband hangt af van de duur van de proefplaatsing. De proefplaatsing is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt tijdens de proefplaatsing. Hierover worden afspraken gemaakt voor de start van een proefplaatsing. Als de proefplaatsing niet wordt omgezet in een dienstverband, moet de werkgever uitleggen wat hij heeft gedaan om u te begeleiden. De proefplaatsing duurt maximaal 2 maanden en kan eenmalig met 4 maanden worden verlengd als dat voor de werkgever noodzakelijk is om een goed beeld te krijgen van uw geschiktheid.
Voorzieningen voor inwoners met een kleine kans op betaald werk 3.4.3 Werkervaringsplaats [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2.
Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden met behoud van uitkering. Bij het aanbieden van een werkervaringsplaats betrekken wij uw mogelijkheden, interesses en vaardigheden.
3.
4. 5. 6. 7.
De werkervaringsplaats heeft verschillende doelen: a. U doet werkervaring op. b. U leert om in dienstverband te functioneren. c. U doet werkritme op. De werkervaringsplaats is alleen mogelijk als de werkgever u goed begeleidt. De organisatie geeft u kansen om te oefenen en te leren in het werk. De werkervaringsplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever. In die overeenkomst worden het doel van de werkervaringsplaats en de begeleiding van u verder uitgewerkt. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. De werkervaringsplaats duurt maximaal 6 maanden en kan 1 keer worden verlengd met maximaal 6 maanden.
3.4.4 Sociale activering [PW | IOAW | IOAZ] 1.
2.
Wij kunnen u, als u er nog niet aan toe bent om te werken, verwijzen naar zinvolle activiteiten die een eerste stap richting betaald werk kunnen zijn. Dit heet sociale activering. Dat kunnen bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of activiteiten in een dorpshuis zijn. Het doel van sociale activering is om u te helpen weer grip op uw leven te krijgen, sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.
3.4.5 Participatieplaats [PW | IOAW | IOAZ] 1.
2. 3.
4. 5. 6.
Wij kunnen u, als u een gemeentelijke uitkering ontvangt, 27 jaar of ouder bent en weinig kans hebt op betaald werk, een participatieplaats aanbieden. De participatieplaats wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever. Bij het aanbieden van een participatieplaats betrekken wij uw mogelijkheden, interesses en vaardigheden. Het doel van een participatieplaats is om de kans op betaald werk te vergroten. U kunt langdurig met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek werken en doet zo werkervaring op. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor u zijn bedacht. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Een participatieplaats duurt maximaal 2 jaar. Dit kan 2 keer met 1 jaar worden verlengd als dit uw kansen op werk vergroot. Wij beoordelen dit. U kunt na iedere zes maanden een premie ontvangen. Burgemeester en wethouders stellen het bedrag van deze premie vast. Een voorwaarde voor de premie is dat u voldoende hebt meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.
3.4.6 Beschut werk [PW | IOAW | IOAZ] 1.
2. 3. 4.
Wij bieden u een beschutte werkplek aan als het UWV heeft geadviseerd dat dat nodig is. Dat is zo, als u alleen kunt werken zodra het werk en de werkplek zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. Als u een uitkering ontvangt van het UWV of geen werk hebt, dan kunt u ook in aanmerking komen voor een beschutte werkplek. Dan geldt dit artikel ook. Wij zetten ons ervoor in dat het aantal beschutte werkplekken dat wij volgens het Rijk jaarlijks moeten realiseren, gerealiseerd wordt. Het doel van beschut werk is om u, als u alleen onder aangepaste omstandigheden kunt werken, een veilige werkplek te bieden. Het kan zijn dat u niet meteen een beschutte werkplek kunt krijgen. Dat kan als wij alle beschutte werkplekken voor het kalenderjaar al hebben ingevuld. U komt dan op een wachtlijst. Wel kunnen wij u helpen om u voor te bereiden op een beschutte werkplek. Zolang er in dat volgende jaar nog geen geschikte werkplek voor u beschikbaar is, is het mogelijk dat een andere persoon voorgaat.
5. 6.
7.
Schoolverlaters van het praktijkonderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs hebben voorrang op de wachtlijst. Wij bieden de volgende voorzieningen aan zodat u beschut kan werken: a. aanpassing van de werkplek of de werkomgeving b. uitsplitsing van taken c. aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. Wij kunnen u, als u in aanmerking komt voor beschut werk, voorzieningen aanbieden die de stap naar beschut werk makkelijker maken. Het gaat om de volgende voorzieningen: a. hulp bij het invullen van de dag; b. sociale activering; c. scholing; en d. schuldhulpverlening.
3.4.7 Persoonlijke ondersteuning bij werk [PW | IOAW | IOAZ] Interne werkbegeleiding 1. Wij kunnen u interne werkbegeleiding aanbieden om u te helpen uw werk goed te doen. 2. Hiervoor kunnen wij uw werkgever bijvoorbeeld een training aanbieden voor meer medewerkers, zodat die interne werkbegeleiding voor meerdere inwoners die hulp-op-maat krijgen kunnen bieden. 3. Wij spreken met uw werkgever af hoe deze interne werkbegeleiding wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met uw werkgever. Jobcoaching 1. Wij kunnen u een erkende jobcoach aanbieden of de werkgever daarvoor een vergoeding geven als u extra begeleiding nodig hebt om uw werk goed te kunnen doen. 2. Wij spreken met de werkgever af hoe de jobcoach wordt ingezet en leggen dit vast in een overeenkomst met de werkgever. 3.4.8. Tijdelijke loonkostensubsidie [PW | IOAW | IOAZ | Awb] 1. 2. 3.
4. 5.
Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een tijdelijke loonkostensubsidie geven. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren om inwoners met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en productieverlies te vergoeden. Wij stellen vast of u niet in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief u op de werkplek zult zijn (welke loonwaarde u hebt), wordt een zogenaamde loonwaardemeting uitgevoerd. De tijdelijke loonkostensubsidie is maximaal 50% van de loonkosten en duurt maximaal 6 maanden. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.
3.4.9. Wettelijke loonkostensubsidie [PW | IOAW | IOAZ | Awb] 1. 2. 3. 4.
Wij kennen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toe als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en werkgevers een vergoeding te geven voor productieverlies. Wij stellen vast of u niet in staat bent het wettelijk minimumloon te verdienen. Om te bepalen hoe productief u op de werkplek zal zijn (welke loonwaarde u hebt) passen we een erkende methode toe. De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde. De hoogte van de loonkostensubsidie is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.
Voorzieningen voor alle doelgroepen 3.4.10 Scholing [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2. 3.
Wij kunnen u, als u 27 jaar of ouder bent, scholing aanbieden als die scholing nodig is om de stap naar passend werk te maken en andere organisaties geen passende scholing kunnen aanbieden. De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat. Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing wordt afgestemd op uw mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij wegen in de besluitvorming ook mee in hoeverre het beroep waarvoor u wordt opgeleid al dan niet een goed toekomstperspectief heeft.
3.4.11 Nazorg [PW | IOAW | IOAZ] Wij kunnen u, nadat uw uitkering is beëindigd, 3 maanden ondersteunen en begeleiden door gesprekken met u en/of uw werkgever als dat nodig is om uw werk goed te kunnen doen. 3.4.12 Kinderopvang [PW | IOAW | IOAZ | Wko] 1.
2.
Wij zorgen ervoor dat er passende kinderopvang beschikbaar is, indien: a. u meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk b. u een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke en/of psychische beperking hebt en is vastgesteld dat één of meer van deze beperkingen kinderopvang noodzakelijk maken c. is vastgesteld dat kinderopvang noodzakelijk is voor een goede en gezonde ontwikkeling van uw kind Als u van de Belastingdienst kinderopvangtoeslag ontvangt dan kunt u van ons voor de kosten van kinderopvang die voor uw rekening blijven een bijdrage krijgen. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: a. U hebt een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering en de kinderopvang is nodig om mee te kunnen doen aan een activiteit van ons die u dichter bij werk brengt (een voorziening). b. U volgt voltijds HBO-of universitair onderwijs, voortgezet onderwijs of vavo-onderwijs. c. De kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of gastouderbureau.
3.4.13 Andere voorzieningen en vergoedingen [PW | IOAW | IOAZ] 1.
2.
3. 4.
Wij kunnen andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten. Dit kan bijvoorbeeld zijn: • een noodzakelijke intermediaire voorziening als u een visuele of motorische beperking hebt (bijvoorbeeld computervoorzieningen en hulpmiddelen) en/of
•
werkplekaanpassingen, in de vorm van een meeneembare (zoals bijvoorbeeld aangepaste bureaustoel, toetsenbord, koptelefoon) of niet-meeneembare voorziening (zoals aangepast toilet, entree met automatische deuropener of een traplift), en/of
•
een vervoersvoorziening om op het werk te komen, zoals aangepaste fiets, een bruikleenauto, kilometervergoeding, rolstoeltaxi, of begeleidingskosten.
Wij kunnen ondersteuning aanbieden bij een leer- werktraject als: a. u 16 of 17 jaar bent en u nog leerplichtig bent, of b. u tussen de 18 en 27 jaar bent en nog geen startkwalificatie hebt behaald Wij kunnen de kosten vergoeden die u moet maken bij deelname aan een voorziening of bij betaald of onbetaald werk. Wij kunnen een werkgever een deel van de kosten vergoeden voor het re-integratietraject.
3.5 Tegenprestatie 3.5.1 Doel van de tegenprestatie [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2.
Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen als u een uitkering ontvangt en wij dit een passende manier vinden om iets terug te doen voor de samenleving. Het doel van de tegenprestatie is dat u zich inzet voor de samenleving als reactie op onze inspanningen voor u.
3.5.2 Duur en omvang tegenprestatie [PW | IOAW | IOAZ] De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal 6 maanden per jaar en maximaal 8 uur per week. Dit is om de volgende redenen: 1. De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten. 2. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie. 3. Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor geen beloning kan worden gevraagd. 3.5.3 Voorwaarden tegenprestatie [PW | IOAW | IOAZ] 1. 2. 3.
Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met al uw persoonlijke omstandigheden, zoals de gezinssituatie, de duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en vrijwilligerswerk. Wij leggen geen tegenprestatie op als u mantelzorg verleent en dit niet te combineren is met de tegenprestatie. Wij leggen geen tegenprestatie op als u kunt laten zien dat u vrijwilligerswerk doet. Dit werk is vergelijkbaar met een tegenprestatie zoals beschreven in 3.5.1 en 3.5.2.
3.6 Meedoen in de samenleving [Wmo] Als u vanwege een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig hebt om mee te doen in de samenleving (participeren), kunt u op aanvraag hulp-op-maat krijgen. U moet wel aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 voldoen. Ook moet de hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage voor u leveren, zodat u in staat bent om mee te doen in de samenleving en zo lang mogelijk in uw eigen leefomgeving kunt blijven wonen. Wij kunnen in ieder geval de volgende vormen van hulp geven: 3.6.1 Dagbesteding [Wmo] Wij zorgen ervoor dat als u niet in staat bent de dag goed in te vullen hulp-op-maat kunt krijgen (dagbesteding). De hulp-op-maat houdt in dat u mee kunt doen aan arbeidsmatige, recreatieve of andere groepsactiviteiten onder begeleiding voor een of meer dagdelen per week. 3.6.2 Begeleiding [Wmo] Wij zorgen ervoor dat als u niet in staat bent de normale dagelijkse activiteiten te doen hulp-op-maat kunt krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat u begeleid wordt bij deze activiteiten. Dit betekent dat de begeleider u helpt bij de dagelijkse gang van zaken en op een goede manier met uw omgeving kan omgaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over.
3.6.3 Contact met anderen [Wmo] Wij zorgen ervoor dat als u, vanwege een beperking in uw mobiliteit, onvoldoende mogelijkheden hebt om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben, hulp-op-maat kunt krijgen. De hulp-op-maat houdt in dat u geholpen wordt bij het vervoer dicht bij huis. Zo kunt u meedoen met recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen doen. Die hulp kan bestaan uit het aanbieden van de mogelijkheid om te reizen met een taxi of het gebruikmaken van een vervoermiddel. 3.6.4 Rolstoel [Wmo] Wij zorgen ervoor dat als u zich vanwege een beperking langdurig niet kunt verplaatsen in en om de woning een rolstoel kunt krijgen die passend is bij uw situatie. 3.6.5 Sportvoorziening 1. U kunt door een beperking niet sporten zonder een aangepaste sportvoorziening. U kunt één keer in de drie jaar in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming als bijdrage in aanschaf en onderhoud van de sportvoorziening. 2. Deze bijdrage bedraagt maximaal € 4.000,-. 3.6.6 Aanpassing of vervanging voorziening [Wmo] Als hulp-op-maat aangepast of vervangen moet worden dan doen wij dit alleen als de: a. normale afschrijvingstermijn is afgelopen, of b. voorziening onbruikbaar is geworden buiten uw schuld om of c. voorziening geen oplossing meer is voor uw hulpvraag.
HOOFDSTUK 4 GEZOND EN VEILIG OPGROEIEN Jongeren in Nederland moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van jongeren, hun ouders en hun netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij een beroep doen op ondersteuning door ons. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden om het beroep op dure gespecialiseerde hulp te verminderen. Daarbij staat het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van het gezin en de sociale omgeving voorop. In deze verordening bedoelen we met jongeren: kinderen en jongeren tot 18 jaar, én jongvolwassenen van 18 tot 23 jaar die jeugdhulp kregen toen ze nog geen 18 waren. Als zij deze hulp nog steeds nodig hebben na hun 18e verjaardag, kunnen ze die hulp blijven krijgen. Deze jongeren vallen onder de betekenis van 'jeugdige' zoals beschreven in artikel 1.1 van de Jeugdwet. KERNWAARDEN Naast de kernwaarden in hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden. ✓ De jongere moet gezond en veilig kunnen opgroeien. U bent als ouder daarvoor verantwoordelijk. Vanaf 18 jaar is de jongere zelf verantwoordelijk. ✓ De hulp aan jongeren is zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk. 4.1 Uitgangspunten bij het bieden van jeugdhulp [Jeugdwet] 1.
2.
Jongeren tot 18 jaar en hun ouders of verzorgers kunnen hulp krijgen bij problemen met opgroeien of opvoeden. Soms hebben kinderen tijdelijk hulp nodig, soms voor langere tijd. U kunt op aanvraag hulp-opmaat krijgen als u voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.3.2. De geboden hulp is gericht op het versterken van uw eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen en het sociale netwerk van de cliënt.
3. 4.
5.
Wij luisteren naar wat u belangrijk vindt bij het kiezen van jeugdhulp. Als meerdere vormen van hulp passend zijn, kiezen wij de goedkoopste adequate voorziening. In beleidsregels leggen wij vast op welke manier dit hoofdstuk wordt uitgevoerd.
4.2 Preventieve maatregelen [Jeugdwet] 1.
2.
Wij zorgen ervoor dat jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dat te bereiken helpen wij alle jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk in ieder geval met: a. het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen b. informatie, advies en trainingen c. jeugdgezondheidszorg (GGD: consultatiebureau, schoolarts) d. activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen via het jongerenwerk e. schoolmaatschappelijk werk f. advies- en meldpunt Veilig Thuis g. opvoedondersteuning, en h. een vertrouwenspersoon en de Kindertelefoon. Deze hulp is vrij toegankelijk. U hebt hiervoor geen verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts nodig en ook geen besluit van ons. Wij zorgen ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk hulp wordt geboden. Waar mogelijk bieden wij jeugdhulp op vrijwillige basis.
4.3 Hulp-op-maat [Jeugdwet] 1.
2.
Wanneer de hulp uit artikel 4.2 niet voldoende is, kunnen wij hulp-op-maat aanbieden. Deze hulp is niet vrij toegankelijk. U heeft daarvoor een besluit van ons nodig of een verwijzing door een jeugdarts, een huisarts, een medisch specialist, of een Gecertificeerde Instelling. De verlening of afwijzing van hulp-opmaat wordt vastgelegd in de vorm van een beschikking. Wij kunnen in ieder geval de volgende hulp-opmaat aanbieden: a. ondersteuning bij het opvoeden en opgroeien in de vorm van persoonlijk advies en specifieke cursussen of trainingen b. jeugdbegeleiding en jeugd- en opvoedhulp door (ambulante) begeleiding c. een plek in een pleeggezin, gezinshuis of verblijf in een instelling, als thuis wonen (tijdelijk) niet mogelijk is d. specialistische jeugdhulp in de vorm van (ambulante) begeleiding, ondersteuning of behandeling e. persoonlijke verzorging f. dagbesteding, dagbehandeling, kortdurend verblijf g. vervoer van de jongere van en naar een plek waar jeugdzorg wordt aangeboden h. basis en specialistische Jeugd GGZ i. (semi-) residentiele zorg j. jeugdbescherming en Jeugdreclassering k. jeugdzorg plus l. crisishulp, of m. hulp bij ernstige dyslexie. De Rijksoverheid biedt het Advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling Veilig Thuis.
Dit advies-en meldpunt biedt 24 uur per dag 7 dagen per week advies en ondersteuning aan iedereen die direct of indirect is betrokken bij huiselijk geweld en kindermishandeling. Het advies- en meldpunt is te bereiken via telefoonnummer 0800-2000 (gratis) of via www.veiligthuis.nl.
4.4 Overgang van 18- naar 18+ (aanpassing landelijk besluit opnemen) [Jeugdwet]
1. 2.
3.
4.
5.
Wij zijn er verantwoordelijk voor dat jongeren uit de jeugdhulp ondersteund blijven worden als ze 18 jaar worden. Dat wil zeggen dat wij zorgen voor een plan voor de jongere op alle belangrijke leefgebieden. Dit plan besteedt in ieder geval aandacht aan de volgende onderwerpen: a. scholing, werk of participatie b. wonen c. inkomen d. zorg en ondersteuning e. vrije tijd f. het netwerk van de jongeren Het is mogelijk dat de jeugdhulp wordt verlengd. Dit kan maximaal tot de dag dat de jongere 23 jaar wordt. Deze verlenging is dan een onderdeel van het plan. Er zijn een aantal voorwaarden voor verlengde jeugdhulp. Deze hulp kan alleen worden ingezet als deze hulp vanaf 18 jaar niet onder een andere wet valt en: a. de jongere al voor zijn 18e levensjaar jeugdhulp kreeg en wij voortzetting noodzakelijk vinden b. na beëindiging van de jeugdhulp (die was begonnen voor het 18e levensjaar) wij binnen een half jaar vaststellen dat hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is c. voor de leeftijd van 18 jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is d. de jeugdhulp wordt ingezet in het kader van een strafrechtelijke beslissing of jeugdreclassering Als sprake is van pleegzorg, dan wordt deze ingezet tot de dag dat de jongere 21 jaar wordt, tenzij de jongere 18 jaar of ouder is en heeft aangegeven op eigen benen te willen staan.
De jeugdzorg kan eventueel worden verlengd totdat de jongere 23 jaar wordt. Een verblijf in een gezinshuis duurt in principe tot de jongere 21 jaar is, tenzij de jongere dat niet wil, de gezinshuisouders niet instemmen, andere passende hulp beschikbaar en nodig is, of de jongere onder de Wlz valt. Voorwaarde is dat er samen met alle betrokkenen een toekomstperspectief is vastgesteld.
4.5 Afstemming met andere vormen van hulp [Jeugdwet] Wij zorgen ervoor dat de hulp aansluit bij andere vormen van hulp die aan uw kind of aan u als ouders wordt gegeven. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over: • procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp • communicatie met andere organisaties en ons • afbakening van taken en verantwoordelijkheden • aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en hulp-op-maat De afspraken kunnen worden vastgelegd in een plan of in een andere geschikte vorm. Wij stemmen bij het verlenen van jeugdhulp ook af met voorzieningen uit andere wetten, zoals de Wmo of Zvw, om te voorkomen dat voorzieningen dubbel worden ingezet of buiten de reikwijdte van de Jeugdwet vallen. 4.6 Vervoer van de jeugdige [Jeugdwet] 1.
2. 3. 4.
Het vervoer van en naar de plek waar jeugdhulp wordt geboden hoort bij onze taak. Dit geldt voor hulp binnen en buiten de gemeente. Wij regelen vervoer als een jongere niet zelf kan reizen. Dat kan komen door een medische reden, onveiligheid of omdat de jongere nog niet zelfstandig is. Bij dagbesteding en dagbehandeling regelt de hulpaanbieder het vervoer. Dit is onderdeel van de zorg die de jongere krijgt. Bij gesloten jeugdhulp zit het vervoer al in de prijs. Voor andere situaties kan een vergoeding worden gegeven. Bijvoorbeeld een vergoeding per kilometer of het openbaar vervoer-tarief. Soms wordt een andere oplossing gezocht, passend bij de situatie. Als begeleiding tijdens het vervoer nodig is, worden ook die reiskosten vergoed. Dan krijgt één begeleider ook een vergoeding.
HOOFDSTUK 5 WONEN IN EEN VEILIGE EN GEZONDE OMGEVING Inwoners met een beperking en/of met langdurige psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Wij hebben de taak om deze inwoners te helpen als ze niet in staat zijn om zelf oplossingen te vinden voor knelpunten in hun woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in het huishouden. Wij kunnen ook helpen, als inwoners met een beperking niet goed voor zichzelf kunnen zorgen, en als inwoners opvang of beschermd wonen nodig hebben. Ten slotte spelen wij een rol bij het ondersteunen van mantelzorgers. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen over de hulp die wij aan deze inwoners kunnen geven. KERNWAARDEN Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarden. ✓ U kunt zo lang mogelijk zelfstandig veilig en gezond wonen en leven in uw eigen omgeving. ✓ Wij hebben extra zorg voor kwetsbare groepen. 5.1 Uitgangspunten [Wmo] 1.
2.
Wij zetten ons ervoor in, dat als u een beperking of psychosociale problemen hebt, u zo lang mogelijk zelfstandig kunt wonen, de noodzakelijke dagelijkse activiteiten kunt uitvoeren en uw eigen huishouden kunt voeren. U kunt op aanvraag hulp-op-maat krijgen als u voldoet aan de voorwaarden van artikel 2.3.2. Ook moet die hulp langdurig nodig zijn en een passende bijdrage leveren zodat u zo lang mogelijk in uw eigen leefomgeving kunt blijven wonen. In beleidsregels leggen wij vast op welke manier dit hoofdstuk wordt uitgevoerd.
5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 Geschikte woning [Wmo] 1.
2.
3.
4.
Wij zorgen ervoor dat u hulp-op-maat kunt krijgen als het normale gebruik van uw woning als gevolg van een beperking niet mogelijk is. Hulp-op-maat houdt in dat de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar wordt gemaakt. Dit gebeurt door de woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en de gang(en), hal of overloop in de woning bouwkundig of niet-bouwkundig aan te passen. Als de woning niet of alleen tegen zeer hoge kosten aangepast kan worden verwachten wij dat u verhuist naar een geschikte woning als deze beschikbaar is. U kunt dan een geldbedrag krijgen voor de verhuizing en de inrichting van de nieuwe woning. Wij geven geen hulp-op-maat in de volgende situaties: a. Uw beperkingen zijn het gevolg van de materialen die in de woning zijn gebruikt. b. U verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoonwagen, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kunt krijgen. c. U woont in een woning die specifiek gericht is op een bepaalde groep mensen waartoe u behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex, en de voorziening is bedoeld voor in een gemeenschappelijke ruimte, zoals elektrische deuropeners. d. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. e.
U bent zonder dringende reden verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. f. U hebt een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. g. U bent verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om uw beperkingen te verminderen of weg te nemen, tenzij wij daar toestemming voor hebben verleend. Een woonvoorziening die een eerder verstrekte woonvoorziening vervangt kan alleen worden verstrekt als: a. de eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven b. de eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten de schuld van de inwoner om; of als c. de woonvoorziening geen oplossing meer is voor de woonproblemen van de inwoner.
5.2.2 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1. 2.
3.
4.
Wij zorgen ervoor dat u hulp-op-maat kunt krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon en leefbaar kunt houden. De hulp-op-maat (huishoudelijke ondersteuning) zorgt voor het schoonmaken van het huis. Als het nodig is, ondersteunt de hulp ook bij het organiseren van het huishouden. Dat kan advies, instructie of voorlichting zijn. Dat helpt u om het huishouden weer zelfstandig te kunnen uitvoeren. Als er in het uw huishouden minderjarige kinderen zijn, dan kan de hulp-op-maat ook bestaan uit het overnemen van de gebruikelijke zorg voor uw kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode tot er andere hulp is te overbruggen. De huishoudelijke ondersteuning wordt alleen ingezet voor het schoonhouden van de elementaire woonruimtes. Dit zijn de woonkamer, toilet, badkamer, keuken en de slaapkamers die in gebruik zijn om te slapen door de hoofdbewoners.
5.2.3 Beschermd wonen [Wmo] 1.
2.
Wij zorgen ervoor dat u hulp-op-maat kunt krijgen in de vorm van beschermd wonen. U moet deze woonvorm nodig hebben als gevolg van psychische of psychosociale problemen. Beschermd wonen kan worden ingezet als dit u helpt om uzelf weer te kunnen handhaven in de samenleving. Als u hulp-op-maat in de vorm van beschermd wonen nodig hebt, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2022 en vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 23 december 2022.
5.2.4 Maatschappelijke opvang [Wmo] 1.
2.
Wij zorgen ervoor dat u hulp-op-maat kunt krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Deze opvang is bedoeld als u de thuissituatie hebt verlaten en u uzelf niet op eigen kracht kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld. Als u hulp-op-maat in de vorm van maatschappelijke opvang nodig hebt, gelden de regels die zijn vastgelegd in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2022, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Den Helder op 23 december 2022.
5.3 Mantelzorg 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger [Wmo] 1. 2.
Wij zorgen ervoor, dat als u mantelzorg geeft, hulp-op-maat kunt krijgen als u niet meer in staat bent om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt. De hulp-op-maat houdt in dat een professionele hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode van u overneemt, of dat een pgb wordt verstrekt dat kan worden ingezet om u tijdelijk te ontlasten.
5.3.2 Mantelzorgwaardering [Wmo] 1.
Wij waarderen de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. De waardering is voor personen die aan inwoners van de gemeente Texel structurele mantelzorg geven. Het doel van de mantelzorgwaardering is om het belang van mantelzorgers voor de samenleving te onderstrepen.
5.3.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering [Wmo]
1. 2. 3.
4. 5. 6.
Een mantelzorgwaardering kan worden aangevraagd als u mantelzorg geeft of ontvangt. Als u mantelzorg ontvangt kunt u een aanvraag doen voor meerdere mantelzorgers die u mantelzorg verlenen. Er moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden: a. De mantelzorgontvanger woont op Texel. b. De mantelzorger zorgt minimaal 8 uur per week en minimaal 3 maanden voor de mantelzorgontvanger. c. De mantelzorger geeft geen betaalde hulp aan de inwoner. De mantelzorgwaardering kunt u aanvragen bij Stichting Texels Welzijn. De mantelzorgwaardering moet worden aangevraagd voor 10 november van elk jaar (Dag van de Mantelzorg). Een mantelzorger kan slechts één keer de mantelzorgwaardering ontvangen per kalenderjaar.
HOOFDSTUK 6 VERVOER NAAR SCHOOL (Leerlingenvervoer) Ieder kind heeft recht op onderwijs dat bij zijn talenten en mogelijkheden past en dat aansluit bij de levensovertuiging of godsdienst van de ouders. Soms is de afstand van huis naar school te groot voor het kind of kan het kind vanwege zijn beperking niet zelfstandig naar school reizen. Ouders kunnen dan meestal een beroep doen op leerlingenvervoer. In dit hoofdstuk is geregeld hoe de gemeente ouders ondersteunt bij het vervoer van hun kind naar school. KERNWAARDEN Naast de kernwaarden uit hoofdstuk 1, gelden voor dit hoofdstuk de volgende kernwaarde: ✓ Kinderen hebben recht op onderwijs dat bij hun talenten en mogelijkheden past. ✓ Kinderen moeten veilig kunnen reizen naar de school die aansluit bij hun mogelijkheden, levensovertuiging en godsdienst. ✓ Wij versterken de zelfredzaamheid van de inwoner. 6.1 [Llv]
Uitgangspunten
U bent als ouder er zelf verantwoordelijk voor dat uw kind naar school gaat. Wij beoordelen op aanvraag of u hulp van ons kunt krijgen bij het vervoer van uw kind naar school. Onze hulp heet een vervoersvoorziening. Het kan gaan om een vergoeding voor reiskosten of om aangepast vervoer dat door ons wordt geregeld, zoals een taxibusje. Het is mogelijk dat u als ouder van uw kinderen op de basisschool een deel van de kosten zelf moet betalen. Dat is de eigen bijdrage. 6.2 [Llv] 1.
2.
3. 4.
Onderzoek
Wij onderzoeken of u als ouder een vervoersvoorziening kunt krijgen. Als dat zo is gaan wij na welke voorziening er nodig is. Wij onderzoeken dan met welk vervoermiddel het kind kan reizen en welke route naar school de kortste veilige route voor het kind is. Ook onderzoeken wij of er begeleiding nodig is bij het reizen. Voor het bepalen van de route naar school maken wij gebruik van de actuele routeplanner van de ANWB. Wij berekenen wat de afstand van de woning of opstapplaats van het kind is tot de dichtstbijzijnde school die bij het kind past en waar plaats is voor het kind. Wij kunnen bij het onderzoek het ondersteuningsplan voor het kind betrekken. Dit plan is vastgesteld door het samenwerkingsverband van scholen, na overleg met ons. Gaat uw kind naar de basisschool dan onderzoeken wij ook hoe hoog uw inkomen is. Dat is nodig om te bepalen of u een eigen bijdrage moet betalen.
6.3
Voorwaarden
6.3.1
Vervoersvoorziening
[Llv] 1.
2.
3. 4.
Wij verstrekken aan u, als ouder, een vervoersvoorziening als aan de volgende voorwaarde is voldaan: a. uw kind op 1 augustus minimaal vier jaar oud is, of minimaal drie jaar is als uw kind doof of slechthorend is en speciaal onderwijs volgt b. uw kind in de gemeente Texel woont c. uw kind naar de basisschool gaat, speciaal of voortgezet onderwijs volgt d. uw kind vanwege een langdurige beperking niet zelfstandig met het OV of met de fiets kan reizen, maar begeleiding of aangepast vervoer nodig heeft. Wij verstrekken aan u, als ouder, ook een vervoersvoorziening als: a. uw kind minimaal vier jaar oud is b. uw kind naar de basisschool gaat of speciaal onderwijs volgt c. de dichtstbijzijnde school die bij uw kind past en waar plaats is voor uw kind, meer dan zes kilometer van de woning of de opstapplaats van het kind afligt, of d. uw kind naar een school gaat die verder weg is gelegen dan de dichtstbijzijnde passende school, en u in een brief aangeeft dat u ernstige bezwaren hebt tegen die dichterbij gelegen school. U krijgt geen vergoeding voor het vervoer van uw kind, als uw kind meereist met een andere ouder die van ons een vergoeding krijgt voor het vervoer van zijn eigen kind. Wij verstrekken u een vergoeding voor de reiskosten van een begeleider, als uw kind begeleiding nodig heeft bij het vervoer naar school en u voor dit kind een vervoersvoorziening krijgt.
6.3.2 [Llv] 1.
2.
Bijzondere regeling voor weekend- en vakantievervoer
Wij verstrekken aan u, als ouder, voor uw kind dat speciaal onderwijs volgt en in een internaat of pleeggezin verblijft, ook een vervoersvoorziening voor: a. het weekendvervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug, behalve als de weekenden vallen in een schoolvakantie b. het vakantievervoer van uw kind van het internaat of pleeggezin naar uw woning en terug, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer. De schoolvakantie moet in de schoolgids van de school worden genoemd. De regels uit de andere artikelen van dit hoofdstuk gelden ook voor het weekend- en vakantievervoer, behalve artikel 6.4 lid 2, onderdeel a.
6.4
Vorm en hoogte van de vervoersvoorziening
6.4.1 [Llv]
Vervoersvoorziening
1.
2.
3. 4.
5.
6.
U kunt als ouder gebruikmaken van aangepast vervoer als dat nodig is, maar u kunt er in dat geval ook voor kiezen om uw kind zelf te vervoeren. Dan heeft u recht op een vergoeding die gebaseerd is op de kosten van vervoer met eigen auto. Gaat uw kind naar de basisschool, dan betaalt u de reiskosten soms zelf (zie artikel 6.4.2). Aangepast vervoer is nodig in de volgende situaties: a. Het kind is met het OV meer dan anderhalf uur onderweg en de reistijd wordt met aangepast vervoer teruggebracht tot 50% van de reistijd met het OV. b. OV naar school ontbreekt en het kind kan niet met de fiets naar school (ook niet met begeleiding). Als een begeleider meerdere kinderen begeleidt, dan beperken wij de vergoeding tot de reiskosten van één begeleider. De hoogte van onze vergoeding is afhankelijk van de reisafstand naar de dichtstbijzijnde school die bij uw kind past en waar plaats is voor het kind, via de kortste veilige route op basis van de routeplanner van de ANWB. Als u, als ouder, recht heeft op andere (gedeeltelijke) vergoedingen voor de reiskosten van het kind, trekken wij deze vergoedingen af van de vergoeding die wij geven. Bij aangepast vervoer brengen wij dan een bedrag bij u in rekening. Dit is de eigen bijdrage.