Bijlage 12. Verordening reclamebelasting 2024
Tekst van het document
Verordening op de heffing en de
invordering van reclamebelasting 2024
De raad van de gemeente Texel gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2023; gehoord de raadscommissie van 6 of 7 december 2023; gelet op
artikel 227 eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet Besluit:
vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2024; in te trekken de Verordening op de heffing en de invordering van reclamebelasting 2023.
Artikel 1 Begripsomschrijving Deze verordening verstaat onder: Reclameobject
een openbare aankondiging in letters, symbolen of kleuren, of een voorwerp, of een combinatie daarvan, zichtbaar vanaf de openbare weg
Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welk op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond
Wet WOZ
de Wet waardering onroerende zaken
Onroerende zaak
de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ
Waarde
De op voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ voor het kalenderjaar, als bedoeld in artikel 7, voor de onroerende zaak vastgestelde waarde. Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ is vastgesteld, is de waarde de met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20 tweede lid van de Wet WOZ vastgestelde waarde
Vestiging
1. de onroerende zaak als bedoeld onder hoofdstuk III van de ‘Wet waardering onroerende zaken’, die niet tot woning dient, 2. twee (2) of meer onroerende zaken die direct naast of boven elkaar gelegen zijn en die tezamen door één (1) organisatie of bedrijf voor één (1) doel worden gebruikt
Voorziening
specifiek hulpmiddel bestemd voor het aanbrengen, tonen of vertonen van één of meer (al dan niet wisselende) openbare aankondigingen
Jaar
een kalenderjaar
Artikel 2 Voorwerp van de belasting Deze verordening is van toepassing binnen de bebouwde kom van de kern Den Burg met twee
tariefgebieden, conform de beschrijving in artikel 8 en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart (bijlage 1).
Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam ‘reclamebelasting’ wordt onder de bij deze verordening gestelde voorwaarden,
binnen de gebieden als bedoeld in artikel 2 een directe belasting geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.
Artikel 4 Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de vestiging waarop, waaraan, waarin of waarbij één (1) of meer reclameobjecten zijn aangebracht dan wel zijn geplaatst.
Artikel 5 Vrijstelling De reclamebelasting wordt niet geheven voor openbare aankondigingen: a.
die korter dan 13 weken per jaar aanwezig zijn, tenzij deze openbare aankondigingen zijn
aangebracht, getoond of vertoond in een voorziening waarin, waaraan of waarop wisselende
openbare aankondigingen worden aangebracht, die individueel korter dan 13 weken per jaar aanwezig zijn, getoond of vertoond maar waarbij de verschillende openbare aankondigingen gezamenlijk 13 weken per jaar of meer aanwezig zijn;
b.
die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend, kunnen
c.
die zonder commercieel oogmerk aanwezig zijn;
worden aangemerkt;
d.
die door de gemeente of in opdracht van de gemeente is geplaatst of aangebracht, indien en
e.
die door (semi)overheden of maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële
f.
zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de publieke taak;
doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op activiteiten die uitsluitend een charitatief of ideëel belang dienen;
aangebracht door of namens ondernemersverenigingen of centrummanagement, waarbij het reclameobject uitsluitend bestaat uit een vlag, banier of zuil met de naam van de ondernemersvereniging of het centrummanagement;
g.
aangebracht op bouwterreinen, voor zover deze opschriften rechtstreeks betrekking hebben
h.
die onderdeel uitmaken van de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze
op de op dat terrein in uitvoering zijnde bouwwerkzaamheden;
aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of verhuren zaak (makelaarsborden);
i.
aangebracht op scholen, zorginstellingen (instelling waar zorg wordt geboden, waaronder
j.
aangebracht op religieuze gebouwen die nog voor de eredienst worden gebruikt;
andere. fysiotherapeut, tandarts en overige zorginstellingen genoemd in de jurisprudentie) en culturele instellingen en die uitsluitend betrekking hebben op de functie van het gebouw;
k.
l.
waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet
geschieden onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is (abri’s, zuilen, driehoeksborden, mupi’s);
die door politieke partijen zijn aangebracht en die een ideëel belang dienen.
Artikel 6. Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.
De reclameheffing wordt geheven per vestiging.
2.
De heffingsmaatstaf is een vast bedrag per vestiging vermeerderd met een bedrag dat
3.
Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 1 is de heffingsmaatstaf een vast
4.
Voor een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 2, is de heffingsmaatstaf een vast
afhankelijk is van de voor de vestiging vastgestelde waarde in het kalenderjaar. bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarde van de vestiging.
bedrag en een bedrag dat afhankelijk is van de waarden die aan de vestiging kunnen worden toegerekend.
5.
Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van delen van de vestiging die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
6.
Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt in tariefgebied A – binnen de ring van de
7.
Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 228.000 wordt het in vorige lid
8.
De heffing in tariefgebied A bedraagt maximaal € 1.709 per vestiging.
9.
Het vaste bedrag van de reclamebelasting bedraagt in tariefgebied B, buiten de ring, doch
10.
Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 228.000 wordt het in het vorige
11.
De heffing in tariefgebied B bedraagt maximaal € 284,80 per vestiging
12.
Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld,
kern Den Burg - € 341,70 per vestiging.
genoemde bedrag in tariefgebied A vermeerderd met € 1,306 per € 1.000 aan waarde.
binnen de bebouwde kom van de kern Den Burg, € 56,90
lid genoemde bedrag in tariefgebied B vermeerderd met € 0,218 per € 1.000 aan waarde
wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting.
Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij
2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de reclamebelasting
aanvang van de belastingplicht.
verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, wordt de aanslag op
verzoek van belastingplichtige verminderd met zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde reclameheffing als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de vermindering minder bedraagt dan € 10,00.
Artikel 9 Wijze van heffing De reclameheffing wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 10 Betalingstermijn 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen
2.
In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen via automatische
worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.
incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag moet worden betaald in maximaal 10 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 11 Kwijtschelding Bij de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.
De Verordening reclamebelasting 2023 van 14 december 2022 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien
verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2024.
4.
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening reclamebelasting Texel 2024’.
Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Texel, 20 december 2023.
Voorzitter, R. van der Zwaag
Griffier, M. de Porto
Bijlage 1
Kaart Den Burg Tariefgebied A – binnenring Daaronder rekenende alle reclame voerende onroerende za(a)k(en) van de dorpskern tot aan de middenbaan van de Beatrixlaan, Bernhardlaan en Emmalaan.
Tariefgebied B – buitenring Alle reclame voerende onroerende za(a)k(en) binnen de bebouwde kom van Den Burg exclusief de onroerende za(a)k(en) gevestigd in tariefgebied A.
Verbeelding tariefgebieden A (groen) en B (blauw)