CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Woonzorglocatie Gasthuisstraat II_Toelichting

Raadscommissie 1 februari 2023, gemeente TexelBij agendapunt: Ter inzage leggen ontwerp bestemmingsplan "Woonzorglocatie Gasthuisstraat II"16.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 3 5 6 7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Beschrijving van het plan Ruimtelijk-functionele structuur Beoogde situatie

8 8 8

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleid Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

12 12 14 15 16

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Milieu- en omgevingsaspecten Algemeen Bedrijven en milieuzonering Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Water Bodem Aardkundige waarden Erfgoed Ecologie Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen MER-toets

19 19 19 20 22 23 24 24 26 28 30 31 32

Hoofdstuk 5

Planuitgangspunten

34

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Juridische plantoelichting Algemeen Toelichting op de bestemming Handhaving

35 35 35 37

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Financiele uitvoerbaarheid

38 38 38

2

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Zorgaanbieder Omring heeft al meer dan honderd jaar haar wortels in West-Friesland, de kop van Noord-Holland en op Texel. Omring heeft in 2021 besloten het voortouw te nemen in de ouderzorg-sector op Texel. Als gevolg van veranderende wet- en regelgeving voor zowel corporaties als voor zorgorganisaties, in combinatie met een veranderende klantwens en toenemende vergrijzing, en daarmee ook het aantal mensen met een zware zorgvraag op Texel, heeft Stichting Omring de wens om aan de Gasthuisstraat 55 een vorm van beschermd wonen mogelijk te maken voor mensen met een intensieve zorgvraag (WLZ-indicatie). Beschermd wonen is een alternatief voor de huidige traditionele verpleeghuiszorg. Het gaat hoofdzakelijk om mensen met dementie of mensen met een zodanig intensieve somatische zorgvraag dat er 24 uurs aanwezigheid van professionele ondersteuning nodig is. De inzet van zorg, ondersteuning en behandeling wordt multidisciplinair georganiseerd en geleverd. Deze klantgroep heeft naast een eigen appartement ook ruimten nodig waar gezamenlijk kan worden gekookt, gegeten en waar elke dag georganiseerde sociale activiteiten plaatsvinden. Dit omdat (in zijn algemeenheid) het voor deze klantgroepen niet meer mogelijk is zelf structuur in de dag aan te brengen. Het bieden van dagstructuur, naast wonen en zorg, is daarom een belangrijk onderdeel van het Beschermd Wonen.

Het beoogde programma is inmiddels uitgewerkt en vastgelegd in een voorkeursmodel. Er is gekozen voor een zogenaamd D-model. Dit model biedt het meeste ruimte voor beleving en ontmoeting voor de bewoners en zorgt voor een stedenbouwkundige en sociale link met het dorp. Het model is uitgewerkt in een structuurontwerp (Bijlage 1 Structuurontwerp, behorend bij de toelichting). Het ontwerp gaat uit van de realisatie van één gebouw met daarin 53 appartementen voor beschermd wonen. Het plangebied is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Den Burg'. Binnen dit bestemmingsplan gelden de enkelbestemmingen "Maatschappelijk en Sport", "Verkeer - Parkeerterrein" en "Sport". De realisatie van 53 appartementen ten behoeve van beschermd wonen past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom wordt het bestemmingsplan herzien. De realisatie van de woonzorgappartementen wordt juridisch-planologisch mogelijk gemaakt door middel van het onderhavige bestemmingsplan.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Gasthuisstraat 55 in Den Burg (Texel) en staat kadastraal bekend als gemeente Texel sectie O, nummers 1383, 1384 en 1908 (gedeeltelijk). Het oppervlak van het kadastrale perceel bedraagt circa 4.896 m². In figuur 1.1 is de globale ligging weergegeven en in figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

3

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Figuur 1.1: Ligging van het plangebied.o.v. Den Burg

4

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Figuur 1.2: Begrenzing van het plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied maakt onderdeel uit van het vigerende bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Den Burg'. Binnen dit bestemmingsplan gelden de enkelbestemmingen "Maatschappelijk", "Verkeer - Parkeerterrein" en "Sport". Binnen de bestemming "Maatschappelijk" staat momenteel het gebouw van de voormalige Vrije School en ter plaatse van de bestemming "Sport" heeft in het verleden een sporthal gestaan. Op deze locatie ligt nu een aantal tijdelijke parkeerplaatsen. De maximale bouwhoogte ter plekke van de bestemming "Sport" bedraagt 10 meter en de goothoogte bedraagt 7 meter. Ter plekke van de bestemming "Maatschappelijk" bedraagt de maximale bouwhoogte 9 meter en de goothoogte 6 meter. De bestemming "Verkeer - Parkeerterrein" ligt in het noordelijke deel van het plangebied en wordt momenteel ook gebruikt als parkeerplaats. Het gehele plangebied kent de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3". Deze bestemming is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden ter plekke. In hoofdstuk 4.7.1 Archeologie wordt dit onderdeel nader beschreven. In figuur 1.3 zijn de begrenzingen van de bestemmingen opgenomen.

5

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Den Burg'

Strijdigheid Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 53 appartementen ten behoeve van beschermd wonen. Het nieuwbouwplan past niet binnen de bouwmogelijkheden van de vigerende bestemmingen, waardoor een herziening noodzakelijk is.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Woonzorglocatie Gasthuisstraat II" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.0448.DNB2022BP0001-on01); regels.

De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

6

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven dat de ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. Hoofdstuk 5 beschrijft de plan uitgangspunten. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de plansystematiek en de opzet van de regels. Hoofdstuk 7 geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan, zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk van dit plan wordt ingegaan op het (voor)overleg, de inspraak en de procedure.

7

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plan

Ruimtelijk-functionele structuur

In de westelijke rand van Den Burg hebben sinds de eeuwwisseling diverse stedelijke ontwikkelingen plaatsgevonden. Aan de Verzetstraat is een nieuw woongebied ontwikkeld, richting het noorden is een hulpverleningsgebouw voor politie, brandweer, ambulancedienst en geneeskundige diensten gerealiseerd en ten westen van het plangebied is door Omring recent een nieuw woon-zorgcomplex gerealiseerd. Het plangebied ligt op de hoek van de Gasthuisstraat en de Beatrixlaan. In het plangebied staat het gebouw van de voormalige Vrije School Stella Maris. Direct rondom het gebouw ligt een aantal groen-, speel- en tijdelijke parkeervoorzieningen. Langs de Gasthuisstraat staan, net buiten het plangebied, een aantal volwassen bomen. Verspreid in het plangebied staat tevens een aantal volwassen bomen. Rondom het plangebied liggen vooral woningen. Het bebouwingsbeeld is afwisselend. Langs de oude wegen, waaronder de Pontweg en de Gasthuisstraat, zijn diverse woningen uit het begin van de 19e eeuw aanwezig, die wisselend zijn gesitueerd. Het plangebied wordt momenteel ontsloten aan de zijde van de Beatrixlaan. Een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving, met daarop aangegeven de globale begrenzing van het plangebied van dit bestemmingsplan is weergegeven in figuur 2.1.

Figuur 2.1: Bestaande situatie plangebied

2.2

Beoogde situatie

Klantgroepen voor geclusterd beschermd wonen Als gevolg van veranderende wet- en regelgeving voor zowel corporaties als voor zorgorganisaties, in combinatie met een veranderende klantwens en toenemende vergrijzing, en daarmee ook het aantal mensen met een zware/intensieve zorgvraag op Texel, heeft Stichting Omring de wens om aan de Gasthuisstraat 55 een vorm van beschermd wonen mogelijk te maken. Beschermd wonen is een alternatief voor de huidige traditionele verpleeghuiszorg. Het gaat hoofdzakelijk om mensen met

8

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

dementie of mensen met een zodanig intensieve somatische zorgvraag dat er 24 uurs aanwezigheid van professionele ondersteuning nodig is. De inzet van zorg, ondersteuning en behandeling wordt multidisciplinair georganiseerd en geleverd. Deze klantgroep heeft naast een eigen appartement ook ruimten nodig waar gezamenlijk kan worden gekookt, gegeten en waar elke dag georganiseerde sociale activiteiten plaatsvinden. Dit omdat (in zijn algemeenheid) het voor deze klantgroepen niet meer mogelijk is zelf structuur in de dag aan te brengen. Het bieden van dagstructuur, naast wonen met zorg, is daarom een belangrijk onderdeel van het Beschermd Wonen. Ambitie document Voor de nieuw bouwplannen is een hoge duurzaamheidsambitie gesteld. Het moet hét groen(st)e verpleeghuis van Nederland worden. Het verpleeghuis draagt bij aan het algehele welbevinden van de Texelaar, zowel voor de gebruikers van het gebouw (bewoners, medewerkers en bezoekers) als voor het eiland Texel en de duurzaamheidsambitie van de gemeente Texel. Omring vindt dat de zorg moet bijdragen aan de verduurzaming van de samenleving. De Green Deal duurzame zorg is ondertekend en het brede duurzaamheidsprogramma Omring groen is gestart. Met deze nieuwbouw wil Omring een showcase op het gebied van duurzaamheid en gezondheid neerzetten.

Omring wil met dit project actief werken aan onze maatschappelijke verantwoordelijkheid en daarmee ook andere organisaties inspireren om met de transitie naar een nieuwe economie aan de slag te gaan. De duurzame ambitie is opgedeeld in vier verschillende thema’s. Per thema zijn er vervolgens onderwerpen benoemd met ieder haar eigen Kritische Prestatie Indicator. De prestatie-indicatoren maken het mogelijk om (meetbare) ambities in de markt te zetten. De thema’s zijn als volgt:

Het gehele ambitie document is opgenomen in Bijlage 2 Ambitiedocument duurzaamheid behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Op basis van het ambitie document is een structuurontwerp uitgewerkt. Structuurontwerp De gemeente heeft bij de uitwerking van het structuurontwerp de volgende uitgangspunten meegegeven: Zorgvuldige stedenbouwkundige inpassing van de gebouwgrenzen. Maximaal 2 bouwlagen met kap. Terugbrengen van 10 openbare parkeerplaatsen op of rond het plangebied. Behoud van zoveel mogelijk bomen en een gesloten bomenbalans. Rustpunt langs route naar centrum van Den Burg. De uitgangspunten zijn uitgewerkt in een voorkeursvariant, deze is weergegeven in figuur 2.2. Het gehele ontwerp is opgenomen in Bijlage 1 Structuurontwerp behorend bij de toelichting. In de navolgende paragrafen wordt ingegaan op de thema's binnen het plangebied.

9

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Figuur 2.2: Voorkeursvariant incl. parkeer oplossing

Programma Het nieuwe gebouw bestaat uit 53 appartementen voor beschermd wonen. Op de begane grond is ruimte voor 26 appartementen, een behandelruimte voor fysiotherapie en een teamruimte. Op de 2e verdieping is er ruimte voor 27 appartementen en een teamruimte. Het gebouw bestaat uit 2 bouwlagen en sluit daarmee in schaal goed aan bij de omgeving en de stedenbouwkundige positie aan de rand van de kern. Het gebouw heeft een plat dak en valt binnen de bestaande goot/gevelhoogtes van 7 meter en maximale bouwhoogte van 10 meter. De geleding en verspringing van de gevellijn zorgen er mede voor dat er aangesloten wordt bij deze schaal. Het gebouw heeft een plat dak en valt binnen de gedeeltelijk toegestane maximale goot/gevelhoogtes van 6 en 9 meter en voor een gedeelte de maximale bouwhoogtes van 7 en 10 meter. Op het dak zal aan de noord en noordwestzijde een toegankelijke daktuin worden aangelegd. Hierop zullen lokale opbouwen worden geplaatst t.b.v. verticaal verkeer, een kleine kas, een stilteruimte etc. Deze opbouwen zijn dienstbaar aan de daktuin en zullen de maximale bouwhoogte van 10 meter niet overschrijden. Het gebouw in deze vorm is richting de Gasthuisstraat en Beatrixlaan geschoven zodat het onderdeel gaat vormen van de stedenbouwkundige structuur en zich niet hiervan terugtrekt. Het pikt de rooilijnen op voor zover aanwezig en geleidt deze richting het kruispunt.

Dit is stedenbouwkundig verantwoord doordat het gebouw slechts 2 lagen hoog is. Mede hierdoor ontstaat letterlijk contact tussen het gebouw en zijn bewoners met de omgeving. Aan de kruising maakt het gebouw ruimte voor een ontmoetingsplek waar bewoners en buurt elkaar kunnen ontmoeten. Deze sociale component van contact en ontmoeting is voor bewoners, bezoekers, omwonenden en dorp een grote meerwaarde. Parkeren en ontsluiting De bestaande (tijdelijke) parkeervlakken nemen een zeer prominente plaats in op het terrein en vormen een prominent stedenbouwkundig 'gat' richting het dorp. Het gebouw vult dit 'gat' op met ruimtelijke en sociale kwaliteit. Het parkeren is dienend gepositioneerd aan de zuidkant van het kavel en wordt ontsloten vanaf de Beatrixlaan op afstand van het kruispunt. Hierdoor ontstaat mede een veilige route vanaf het ontmoetingsplein over de Beatrixlaan richting dorp. Deze route loopt niet over het parkeerterrein. Met voorliggend plan worden 16 parkeerplaatsen in het eigen plangebied gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in de volledige parkeerbehoefte van de nieuw te realiseren woonzorg-appartementen. Met het planvoornemen gaan 10 parkeerplaatsen in het plangebied verloren, deze worden gecompenseerd in de openbare ruimte. Op figuur 2.2 is te zien dat er 5 parkeerplaatssen worden gerealiseerd aan de Gasthuisstraat en 5 parkeerplaatsen aan de Beatrixlaan.

Ter plaatse van de

10

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Beatrixlaan gaan als volgt 2 openbare parkeerplaatsen verloren ten koste van de 5 nieuwe. Deze 2 parkeerplaatsen zullen gecompenseerd worden bij de herontwikkeling van Locatie de Hollewal, welke op loopafstand ligt van het plangebied. Een uitgebreidere beschrijving van het aspect staat weergegeven in hoofdstuk 3.4.5 Nota Parkeernormen Texel 2015. Groen Binnen het plangebied zijn diverse bomen aanwezig. Het uitgangspunt is het behoud van de bestaande bomen (zie ook ambitie document) en het realiseren van een groene omgeving. Op het dak van het gebouw wordt een daktuin aangelegd. Het bouwplan wordt nog verder uitgewerkt en uiteindelijk aanbesteed op dat moment wordt bekend op welke wijze het groenbeeld wordt vormgegeven. Gesteld wordt dat het terrein voldoende mogelijkheden biedt om te investeren in een groene omgeving.

11

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid en regelgeving

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat regels voor de Waddenzee en Waddengebied. Het plangebied is onderdeel van het Waddengebied.

Voor ontwikkelingen als gevolg van een bestemmingsplan in dit gebied stelt het Barro: Artikel 2.5.6 (externe werking) Op een bestemmingsplan dat betrekking heeft op het waddengebied, dat nieuw gebruik of nieuwe bebouwing dan wel een wijziging van bestaand gebruik of bestaande bebouwing mogelijk maakt en daardoor afzonderlijk of in combinatie met ander gebruik of andere bebouwing significante gevolgen kan hebben voor de landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten, bedoeld in artikel 2.5.2, zijn de artikelen 2.5.4 en 2.5.5 van overeenkomstige toepassing. Artikel 2.5.2 (landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten Waddenzee_

12

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

1. 2. a. b. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Als landschappelijke kwaliteiten van de Waddenzee worden aangemerkt de rust, weidsheid, open horizon en natuurlijkheid met inbegrip van de duisternis. Als cultuurhistorische kwaliteiten van de Waddenzee worden aangemerkt: de in de bodem aanwezige archeologische waarden, en de overige voor het gebied kenmerkende cultuurhistorische structuren en elementen, bestaande uit: historische scheepswrakken; verdronken en onderslibde nederzettingen en ontginningssporen, waaronder de dam Ameland-Holwerd; zeedijken en de daaraan verbonden historische sluizen, waaronder het ensemble Afsluitdijk; landaanwinningswerken; systeem van stuifdijken; systeem van historische vaar- en uitwateringsgeulen, en kapen.

Mede op basis van artikel 2.5.2. valt te concluderen dat met onderhavig plan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, in kader van het Barro, niet worden aangetast. Geen van de genoemde onderdelen uit dit artikel worden geroerd met onderhavig plan. Met betrekking tot het aspect archeologie heeft Archeologie West-Friesland geadviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven. Bij grondroerende werkzaamheden dient monitoring plaats te vinden. In hoofdstuk 4.7.1 Archeologie staat dit verder toegelicht. Overige regels in het Barro zijn niet van toepassing gelet op de beschreven elementen in deze regels. Onderhavig plan is niet in strijd met de regels verwoord in het Barro.

3.1.3

Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Het nieuwe verpleeghuis bestaat uit 53 woonzorgappartementen. Het betreft een ontwikkeling met meer dan 11 wooneenheden en het gebouw heeft een groter ruimtebeslag dan bestaand. Gesteld wordt dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Om deze reden wordt onderstaand toepassing gegeven aan de ladder van duurzame verstedelijking.

Trede 1: vraag in de regio Trede 1 vraagt de regionale ruimtevraag voor stedelijke ontwikkelingen te bepalen. Het gaat om de ruimtevraag waarin elders in de regio nog niet is voorzien. Met de regionale ruimtevraag in beeld, kan worden beoordeeld of een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Zo ja, dan is trede 2 aan de orde. Het begrip 'regio' is niet begrensd in het Bro, maar is afhankelijk van de ontwikkeling. In geval van een lokale ontwikkeling kan het daarom ook gaan om een lokale (binnen de gemeente vallende) behoefte. In dit geval kan de regio duidelijk worden beperkt tot de gemeente Texel. Dit komt vooral door de afgeschermde ligging en het feit dat de zorgplaatsen voor de eilanders zijn bedoeld. De behoefte is een aftreksom van de vraag en het bestaande aanbod. De vraag komt voor uit veranderende wet- en regelgeving voor zowel corporaties als voor zorgorganisaties, in combinatie met een veranderende klantwens en toenemende vergrijzing, en daarmee ook het aantal mensen met een zware zorgvraag op Texel. Deze trend wordt ook bevestigd in het Gemeentelijk beleid. Huidig aanbod In Den Burg heeft Omring de beschikking over een aantal verzorgingshuizen, echter zijn deze locaties door aflopende contracten niet allemaal beschikbaar op de lange termijn. Aan de Hollewal staat een verpleeghuis tevens in gebruik door Omring.

Dit verpleeghuis is echter verouderd en voldoet niet meer aan moderne standaarden van Omring. Daarbij vergrijzen de inwoners van Texel waarmee de behoefte groeit en niet meer kan worden opgevangen in het huidige aanbod aan verzorgingshuizen. Noodzaak tot herontwikkeling

13

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

De huidige en toekomstige bewoners vragen om kwalitatief goede huisvesting in de vorm van volwaardige woonzorgappartementen en/of -studio's. Omring erkent het belang daarvan en wil ook graag courante voorzieningen realiseren die waar mogelijk niet doelgroep-gebonden zijn. Als gevolg van veranderende wet- en regelgeving voor zowel corporaties als voor zorgorganisaties, in combinatie met een veranderende klantwens en toenemende vergrijzing, en daarmee ook het aantal mensen met een zware zorgvraag op Texel, heeft Stichting Omring de wens om aan de Gasthuisstraat 55 een vorm van beschermd wonen mogelijk te maken. Beschermd wonen is een alternatief voor de huidige traditionele verpleeghuiszorg. Het gaat hoofdzakelijk om mensen met dementie of mensen met een zodanig intensieve somatische zorgvraag dat er 24 uurs aanwezigheid van professionele ondersteuning nodig is. De hoofdfunctie is dan ook wonen met zorg. De inzet van zorg, ondersteuning en behandeling wordt multidisciplinair georganiseerd en geleverd. Deze klantgroep heeft naast een eigen appartement ook ruimten nodig waar gezamenlijk kan worden gekookt, gegeten en waar elke dag georganiseerde sociale activiteiten plaatsvinden. Dit omdat (in zijn algemeenheid) het voor deze klantgroepen niet meer mogelijk is zelf structuur in de dag aan te brengen.

Het bieden van dagstructuur, naast wonen met zorg, is daarom een belangrijk onderdeel van het Beschermd Wonen. Trede 2: de beschikbare ruimte binnen het bestaand stedelijke gebied Trede 2 motiveert of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte 'in te vullen', een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. Den Burg is als hoofdkern van de gemeente Texel de aangewezen locatie om te voorzien in de hiervoor beschreven behoefte, dit wordt ook bevestigd in het gemeentelijk beleid. In Den Burg komen, naast de huidige locaties in eigendom van Omring, enkele andere locaties in aanmerking voor de ontwikkeling van een voorziening voor beschermd wonen. Omring heeft deze locaties ook bezocht en komt in onderlinge afweging met de gemeente tot een voorkeur voor de kavel Gasthuisstraat. Het plangebied is goed bereikbaar en ook de afstand naar het centrum van het dorp is beperkt. Daarnaast ligt het plangebied op korte afstand van de zorglocaties Schuttehof en Gollards, welke ook onderdeel zijn van Omring. De locatie aan de Gasthuisstraat is daarom vanuit logistiek oogpunt ook een gunstige locatie.

Het plangebied ligt in de bestaande stedenbouwkundige structuur van Den Burg, waarbij in het plangebied momenteel een school staat. Het betreft een kavel die is bestemd als "maatschappelijk", "Verkeer - Parkeerterrein" en "Sport", gelegen in de kern van Den Burg. Hiermee behoort de locatie tot het bestaand stedelijk gebied en is de ruimte beschikbaar. Trede 3: multimodaal ontsloten In trede 3 gaat het om stedelijke uitleg en wel op een zodanige locatie dat het uitleggebied (in potentie) multimodaal ontsloten is of kan worden. Omdat wordt voldaan aan trede 2, is toetsing aan de derde trede niet noodzakelijk.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Zoals hiervoor beschreven is er behoefte aan het zorgcomplex met 53 wooneenheden In deze behoefte wordt voorzien in bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening NH2020

Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord - Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie 2050. In de omgevingsvisie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels verbonden aan de provinciale hoofdbelangen. De volgende regels zijn van toepassing op voorliggend plangebied. In hoofdstuk 6 worden de instructieregels beschreven voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit artikel sluit aan op de wettelijk verplichte toepassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, zoals vastgelegd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Het accent van dit artikel ligt op datgene wat niet in de wet is vastgelegd. Dat zijn de regionale afspraken.

Leidraad Landschap en Cultuurhistorie Als gevolg van ontwikkelingen wordt de inrichting en het gebruik van het stedelijk en landelijk gebied voortdurend aangepast.

14

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Nieuwe elementen en structuren worden aan het landschap toegevoegd terwijl oude verdwijnen. Soms gaan deze ontwikkelingen ten koste van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, het 'gebiedseigene'. De Provincie Noord-Holland wil ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen en tegelijkertijd verantwoord omgaan met het verleden. De provincie wil de Noord-Hollandse landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerkende kwaliteiten te benutten bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het basisuitgangspunt van het provinciale beleid is dan ook 'behoud door ontwikkeling'. Uitgangspunt hiervoor is de leidraad Landschap en Cultuurhistorie (vastgesteld op 21 juni 2010), waarin de visie op de ruimtelijke ontwikkeling is vastgelegd. Het uitgangspunt van de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie is dat ontwikkelingen op basis van de kernkwaliteiten van de omgeving plaatsvinden. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt tussen drie lagen: de ondergrond, het 'landschaps-DNA' en het 'dorps-DNA'. Bij de ondergrond gaat het om de aardkundige en archeologische waarden. Bij het landschaps-DNA zijn historische structuren en de maat en schaal van het landschap bepalend. Ook zijn de aardkundige waarden in de bodem onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit.

Bij het dorps-DNA gaat het om de karakteristieken van de historische dorpsstructuur, de verkaveling, de typering, schaal en samenhang van de gebouwen en openbare ruimte.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De stedelijke ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur rondom het plangebied. De ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, sluiten hierbij aan. Op deze wijze is rekening gehouden met de kernkwaliteiten van de omgeving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aardkundige en archeologische waarden van de omgeving. In het plan wordt bovendien rekening gehouden met de omliggende rooilijnen, bebouwingsstructuur en uitstraling op de omgeving. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt, is conform de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie tot stand gekomen.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionaal Actie Programma Wonen

In 2017 is het tweede regionale actieprogramma wonen (RAP 2.0) van de regio Kop van Noord-Holland vastgesteld. In het RAP worden regionale afspraken gemaakt die nodig zijn om de woningmarkt toekomstbestendig te maken waarbij rekening wordt gehouden met demografische trends en ontwikkelingen. Texel heeft een lokaal georiënteerde woningmarkt en summiere uitwisseling met de regio. De migratiecijfers tonen aan dat er geen relatie bestaat tussen de woningbouwproductie op Texel en de woningbouwproductie in de regio. De behoefte van de lokale bevolking staat dan ook voorop in de ontwikkeling van productie. Het hoge recreatieve gebruik van tweede woningen maakt des te meer dat de woningmarkt op Texel uitzonderlijk en grotendeels onafhankelijk functioneert van de regio. Texel werkt in regionaal verband samen aan (regionale) duurzaamheidsopgaven en levensloopbestendigheid en het verkennen van optimale huisvesting van tijdelijke werknemers. De regiogemeenten stemmen in met de exceptionele positie van Texel. Het vergrijzingspercentage ligt hoger op Texel dan in de regio en daarmee ook de vraag naar voorzieningen. Het is merkbaar dat er een voorkeur bestaat voor wonen in en nabij Den Burg vanwege het hoge voorzieningenniveau. Daarnaast heeft elke kern zijn eigen karakter en aantrekkelijkheid.

Een grote uitdaging is het aanpassen van de bestaande woningvoorraad op het langer zelfstandig thuis blijven wonen. Texel is tot slot zeer ambitieus betreffende duurzaamheidsopgaven. Energieneutraal is de norm op Texel. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend plan maakt de realisatie van 53 appartementen voor beschermd wonen mogelijk in Den Burg. Het plan sluit aan bij de trend van vergrijzing en de bijbehorende woon problematiek op Texel. Het nieuwe gebouw moet het groenste woon-zorg gebouw worden en sluit daarmee aan op de duurzaamheidsopgaven van Texel. Het plan is in lijn met het RAP 2.0.

15

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie "Texel op Koers"

De structuurvisie Texel op Koers is in 2009 vastgesteld. De visie is geen set van verplichtende beleidsregels maar geeft richting aan het beleid dat de gemeente Texel de komende jaren wil voeren op het gebied van economie, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn. Hieronder volgen de hoofdpunten uit de Structuurvisie die een relatie hebben met voorliggend plan. In de visie wordt aandacht geschonken aan de ouderen van Texel, want het is een prettige gemeente om oud te worden. De bevolking van Texel vergrijst én ontgroend, het aantal senioren neemt toe en het aantal jongeren neemt af. De gemeente kiest ervoor om zorg-en welzijnsvoorzieningen in de kernen, zoals Den Burg, te vestigen. Dit betekent ook dat het aanbod van zorg-en welzijnsdiensten verder ontwikkeld moeten worden. In bouwplannen ligt de nadruk ook op de bouw senioren woningen van. Bij nieuwe ontwikkelingen gaat de gemeente uit van de Texelse kernkwaliteiten. Het gaat hierbij om de rust en ruimte, de rijkdom aan natuur en cultuurlandschappen, de grote afwisseling in landschappen en landgebruiksvormen, de Texelse identiteit, het specifieke eilandkarakter, de nachtelijke duisternis en de maritieme monumenten.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De inrichting van het plangebied sluit aan op de bestaande stedenbouwkundige structuur van de omgeving. Er is rekening gehouden met de 'Texelse identiteit'. De 53 woonzorgappartementen worden gebouwd binnen de bebouwde kom en sluiten aan bij de Texelse ambitie om woonruimte te realiseren voor senioren. Het plan past daarmee binnen de visie "Texel op Koers".

3.4.2

Woonvisie Texel

Naar aanleiding van grote veranderingen op de woningmarkt en in het woningbeleid is in september 2016 een nieuwe Texelse woonvisie vastgesteld. De nieuwe woonvisie is een krachtige visie die perspectief biedt voor lokale woonpartners. Deze woonvisie vormt een meerjarig kader en geeft input voor het maken van prestatieafspraken voor de komende jaren. Het doel van de woonvisie is om de Texelse bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen. Hierbij is aandacht voor belangrijke thema’s zoals betaalbaarheid, bestaande voorraad en zelfstandig thuis blijven wonen. De woonvisie bestaat uit vier beleidslijnen, namelijk: 1. Texel richt zich op de bestaande woningvoorraad Verduurzamen van de bestaande voorraad is noodzakelijk Particulieren stimuleren tot investeren in hun eigen woning Het bestaande reguliere woningbouwprogramma wordt uitgevoerd Regionaal project voor bewustwording particuliere eigenaren Blijverslening inzetten 2. Texel zet in op robuuste kernen Inbreiding met kleinschalig maatwerk op initiatief uit de dorpen Monitoren en onderzoeken behoefte huisvesting voor vergunninghouders en (seizoensgebonden) werknemers, indien nodig bijstellen 3.

Texel richt zich op strategische programmering 70% van de woningbehoefte in concrete plannen vastleggen, de rest als ruimte behouden voor particuliere initiatieven Afwegingskader hanteren om de beste nieuwbouwplannen te selecteren Reserveren versus uitvoering: beperkte houdbaarheid plannen Kwaliteit van nieuwbouw duurzaam en Texels maken 4. Texel maakt zich sterk voor betaalbaarheid en oudere of zorgvragende doelgroepen Doorstroming op de Texelse woningmarkt stimuleren Een huisvestingsverordening lijkt hiervoor op dit moment niet het benodigde instrument Er worden 100 extra huurwoningen gebouwd in het betaalbare sociale segment Starters blijven helpen met de starterslening Voldoende levensloopbestendige woningen Huisvesting (tijdelijke) werknemers Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie

16

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Voorliggend plan sluit hoofdzakelijk aan bij beleidslijn 4, omdat er 53 eenheden bijkomen voor zorgvragende doelgroepen. Deze bewoners verlaten veelal ook een andere woning, waardoor het plan ook bijdraagt aan doorstroming op de Texelse woningmarkt.

3.4.3

Actieplan wonen

De gemeente Texel heeft in 2019 het Actieplan wonen vastgesteld. De doelstelling is gelijk aan de doelstelling uit de Woonvisie. De Texelse bevolking naar wens en tevredenheid laten wonen op Texel en zoveel mogelijk de woonwensen en woningbehoefte te realiseren (vooral) binnen de bestaande voorraad, met bijzondere aandacht voor de betaalbaarheid van de woningen en het faciliteren van het zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen van senioren. Op basis van de huidige provinciale prognose, met een ‘plusscenario’ vanwege de economisch positieve situatie op Texel, is een plan gemaakt om voor de komende 10 jaar 350 – 400 woningen bij te bouwen. Dit aantal is gebaseerd op de huidige provinciale prognose, met een ‘plusscenario’ vanwege de economische situatie op Texel. Uitgangspunt is voorlopig het staatje ‘woningbehoefte 2017 – 2040’ uit de provinciale prognose waarin de piek voor Texel laat zien dat er nog 300 woningen bij moeten komen.

3.4.4

Welstandsnota

De Welstandsnota geeft een helder en actueel beeld van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Texel. De Welstandsnota gaat uit van een gebieds- en objectgerichte benadering. Verder wordt uitgegaan van een specifieke, thematische benadering als het gaat om (nieuw)bouw aan de dorpsranden en als het gaat om het bouwen aan of nabij monumenten. Een groot gebied op Texel is aangemerkt als welstandsvrij. De Texelse politiek is van mening dat het welstandbeleid meer ruimte mag bieden voor eigen invullingen en dus minder dwingend hoeft te zijn. Bovendien is men van mening dat er voldoende beleid voorhanden is voor zowel de kernen als het buitengebied die welstandbeleid niet noodzakelijk maken. Het BIJZONDERE welstandsniveau is van toepassing op de historische (dorps)kernen en de uitlopers. Door het bijzondere welstandsniveau toe te passen kan de karakteristiek in stand gehouden worden. De overige bebouwing is van recentere datum en vertoont beperkte of geen samenhang tussen architectuur en stedenbouw. Hieronder vallen de overige woongebieden, werkgebieden en een groot deel van het landelijk gebied. Deze gebieden zijn als WELSTANDSVRIJ aangemerkt.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De welstandsnota dient een groot aantal welstandsvrije gebieden die door de Raad zijn aangewezen te bevatten om burgers maximale vrijheid te bieden, en criteria te bevatten die objectief toetsbaar zijn. Het plangebied kent het welstandsniveau 'vrij' waardoor er geen welstandseisen gelden. Wel heeft de gemeente randvoorwaarden meegegeven voor de planuitwerking én heeft Omring zelf een ambitie document opgesteld voor de nieuwbouw.

3.4.5

Nota Parkeernormen Texel 2015

In 2015 heeft de gemeente haar parkeernormen vastgelegd in de Nota Parkeernormen Texel. In deze nota is opgenomen hoe de parkeereis bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt berekend. De parkeernormen zijn afgeleid vanuit landelijke kengetallen van CROW. Daar is een Texels accent aan toegevoegd. Dit om de parkeernormen een bijdrage te laten leveren en de leefbaarheid en economische vitaliteit voorop te stellen, de parkeernormen moeten geen onnodige belemmering vormen voor ruimtelijke ontwikkelingen. De nota stelt ook dat als er parkeerplaatsen verloren gaan als gevolg van een ontwikkeling dat deze parkeerplaatsen gecompenseerd moeten worden. De tabel met normgetallen voor parkeren is opgenomen in bijlage 1 van de nota. Voor maatschappelijke zorgfuncties zijn parkeernormen opgenomen. De gemeente Texel biedt echter ook ruimte voor maatwerk. De gehanteerde parkeernormen stroken niet altijd met de verwachte parkeerbehoeften van een plan of project. Met onderhavig plan worden woonzorg-appartementen gerealiseerd voor ouderen met Wlz-zorg indicatie. Mensen binnen deze doelgroep hebben vaak geen auto in bezit. De parkeerbehoefte van de doelgroep zelf is dan ook beperkt. Op Texel zijn er plannen voor uitbreiding van de Gollards, een andere woonzorglocatie van Omring. Met deze uitbreiding is ook de nieuwe parkeerbehoefte berekend.

Voor deze uitbreidingsplannen heeft de gemeente Texel ingestemd met een lagere parkeernorm per woonzorg-appartement dan staat weergegeven in de Nota Parkeernormen. Na overleg met de gemeente is omtrent dit plan ook overeenstemming bereikt over het hanteren van een vergelijkbare lagere parkeernorm, namelijk 0,3 per woonzorgappartement. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Bij de realisatie van de 53 woonzorgappartementen ontstaat er een parkeerbehoefte van 15,9 ofwel 16 parkeerplaatsen. Deze 16 parkeerplaatsen worden gerealiseerd in het plangebied. Met de beoogde ontwikkeling gaan 10 parkeerplaatsen verloren,

17

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

deze dienen volgens de Nota parkeernormen te worden gecompenseerd. Deze 10 parkeerplaatsen worden gerealiseerd aan de Gasthuisstraat en de Beatrixlaan, beide gelegen naast het plangebied. Als gevolg van het realiseren van die plekken, gaan wederom 2 parkeerplaatsen verloren, welke moeten worden gecompenseerd. De locatie rondom het plangebied is niet geschikt voor deze twee extra parkeerplaatsen. Hier worden al extra parkeerplaatsen gerealiseerd, nog meer parkeerplaatsen zullen ten koste gaan van onder andere de ruimte van het voetpad. Hiermee kan de veiligheid van voetgangers in het geding komen, met name de veiligheid van bewoners. Na overleg met de gemeente wordt ook in deze situatie de mogelijkheid geboden voor maatwerk. De twee openbare parkeerplaatsen worden gerealiseerd op de plek van de woonzorglocatie De Hollewal. Deze locatie bevindt zich dichter bij het centrum van Den Burg en ligt tevens op loopafstand van de oude locatie. Met deze compensatieregeling blijft de absolute parkeervoorziening in het gebied gelijk en wordt er geen afbreuk gedaan aan de parkeerkwaliteit voor bezoekers. De realisatie van deze 2 parkeerplaatsen wordt geborgd in een privaatrechtelijke overeenkomst. Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 16 parkeervoorzieningen.

Is combinatie met het OV en fietsstimuleringsbeleid van Omring vanuit de Greendeal kan hiermee worden voldaan aan de parkeernormen. Als gevolg van de ontwikkeling zal daardoor geen overlast ontstaan door geparkeerde auto's. Het plan is in lijn met de Nota Parkeernormen 2015.

3.4.6

Nota van Uitgangspunten Komplannen

Voor de nieuwe bestemmingsplannen op Texel is een Nota van Uitgangspunten komplannen opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage 1. Deze Nota van Uitgangspunten is op 14 september 2011 vastgesteld op 22 oktober 2014 aangevuld. Dit bestemmingsplan is opgesteld binnen de kaders van de Nota van Uitgangspunten. In de nota van uitgangspunten is een aantal aspecten aangegeven die voor dit plan relevant zijn. Voor maatschappelijke voorzieningen geldt dat deze verspreid door de kernen voorkomen. Binnen deze gebieden worden maatschappelijke bestemmingen mogelijk gemaakt en ook als zodanig bestemd. Binnen de bestemming is uitwisseling mogelijk.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De Nota van Uitgangspunten is vertaald naar de regels van dit ontwerpbestemmingsplan. Zo heeft het plangebied de enkelbestemming "Maatschappelijk-woon-zorgcomplex" gekregen. Daarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor Komplannen. De archeologische dubbelbestemming blijft onveranderd.

18

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wro, dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'.

VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering" Om niet alle ontwikkelingen bij voorbaat te onderwerpen aan een onnodig langdurig en kostbaar onderzoek is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uitgebracht. Deze uitgave maakt gebruik van het principe 'functiescheiding'. Door voldoende afstand aan te houden tussen nader bepaalde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen kan eenvoudigweg in veel gevallen worden aangetoond dat sprake is een 'goed woon- en leefklimaat'. De VNG-publicatie betreft zgn. pseudowetgeving (geen wetgeving maar een algemeen door de rechter aanvaarde methode). De VNG-publicatie maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald. Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieuhinder gevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken. Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied.

In een rustige woonwijk of buitengebied (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn.

19

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

4.2.1

Onderzoek

Middels de uitgevoerde beoordeling is inzichtelijk gemaakt met welke richtafstanden bij de invulling van het plan rekening moet worden gehouden. Binnen het plangebied worden appartementen mogelijk gemaakt. Gelet op de omgeving van het plangebied wordt gesteld dat het omgevingstype rustige woonwijk van toepassing is. Voor het plan zijn twee omliggende functies beoordeeld. 1. Aan de Gasthuisstraat 103 ligt een maatschappelijk bestemd gebouw, waarbinnen kantoren gevestigd zijn. De richtafstand van een dergelijk bedrijf bedraagt volgens de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 10 m. De afstand tot het plangebied bedraagt 59 meter, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand. 2. Aan de Keesomlaan 45 ligt een tankstation. De richtafstand van een dergelijk bedrijft bedraagt volgens de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 30 m. De afstand tot het plangebied bedraagt circa 250 meter, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstand. Verder zijn er geen opvallende bedrijven aanwezig die resulteren in een grotere richtafstand. Rondom het plangebied zijn vooral kleinschalige detailhandel of dienstverlenende bedrijven aanwezig. De omliggende functies worden niet gehinderd in de bedrijfsvoering en binnen het plangebied kan een goed woon en leefklimaat worden gegarandeerd.

4.2.2

Conclusie

Op basis van bovenstaand onderzoek kan geconcludeerd worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de realisatie van dit plan.

4.3

Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai

4.3.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Wegverkeerslawaai Met betrekking tot geluid veroorzaakt door het wegverkeer is in de Wet geluidhinder de verplichting opgenomen tot het verrichten van onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels van (nieuw geprojecteerde) woningen en andere geluidgevoelige objecten. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) hoofdstuk VI, afdeling 1 bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone. Als in deze zone geluidgevoelige bebouwing wordt geprojecteerd dan dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. De breedte van deze zone is afhankelijk van: de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied; het aantal rijstroken.

In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 200 meter; wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter. In buitenstedelijk gebied worden drie typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 250 meter; wegen met drie of vier rijstroken: 400 meter; wegen met vijf of meer rijstroken: 600 meter. De volgende wegen hebben op grond van artikel 74 Wgh geen zone: wegen gelegen in een als woonerf aangeduid gebied; wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. Spoorweglawaai Spoorwegen hebben een zone, waarvan de breedte afhankelijk is van de hoogte van het geluidsproductieplafond. In artikel 1.4 van het Besluit geluidhinder is de breedte van de zone aangegeven. De zonebreedte varieert van 100 tot 1.200 meter. Bij ontwikkelingen rond geluidsgevoelige bestemmingen in de zone of wijzigingen aan de spoorlijn moet akoestisch onderzoek worden gedaan. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen.

20

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 55 en 68 dB (Lden), afhankelijk van de situatie. Industrielawaai Rondom industrieterreinen waarop de mogelijkheid aanwezig is tot vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers, is op grond van art. 41 van de Wgh een geluidszone vastgesteld. In geval van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone of een wijziging aan het industrieterrein of de geluidszone is een akoestisch onderzoek vereist. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 50 en 65 dB(A) (Letm), afhankelijk van de situatie. Buiten de zone mag de geluidsbelasting nooit meer dan 50 dB(A) (Letm) bedragen. Er dient te worden gewaarborgd dat deze waarde, en de eventuele vastgestelde hogere grenswaarden niet worden overschreden. Middels zogenaamd zonebeheer wordt daarvoor continu de totale vergunde geluidsbelasting vanwege het industrieterrein beheerd.

4.3.2

Onderzoek

Akoestisch onderzoek wegeverkeerslawaai In de beoogde situatie worden woonfuncties gerealiseerd. Woonfuncties zijn, in het kader van de Wet Geluidhinder, geluidsgevoelige objecten. Om een gunstig woon- en leefklimaat te garanderen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd inzake de geluidsbelasting afkomstig van wegverkeer binnen zones langs wegen zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Dit akoestisch onderzoek is opgenomen in Bijlage 4. Voor het onderzoek zijn twee geluidszones geduid. Voor het plangebied is eventueel wegverkeerslawaai afkomstig van de Gasthuisstraat en de Beatrixlaan. Geluidsbelasting van beide bronnen is gemeten in het akoestisch onderzoek. De geluidsbelasting afkomstig van de Beatrixlaan bedraag maximaal 58dB en de geluidsbelasting afkomstig van de Gasthuisstraat bedraagt maximaal 56dB. De geluidsbelasting op het maatgevend object, te wetende woonzorg-appartementen, is hoger dan de voorkerusgrenswaarde van 48dB. Op basis van het akoestisch onderzoek is een voorwaarde voor gevelisolatie aangedragen. De gevelisolatie moet gelijk zijn aan het verschil tussen de werkelijke geluidsbelasting van maximaal 64dB en het binnenniveau van 33dB. Het maximaal toelaatbaar binnenniveau in de woning is namelijk 33dB. Voor verdere ontwikkeling dient daarom een procedure hogere grenswaarde te worden opgestart, waarbij een hogere waarde tot 58dB wordt vastgesteld.

Het toepassen van de procedure voor hogere grenswaarden kan worden gevolgd naar aanleiding van bepaalde criteria. Eén van die criteria stelt dat deze procedure kan worden gevolgd als er sprake is van het vervangen van bestaande bebouwing. Dit criteria is van toepassing op onderhavig plan, daarmee is de aanvraag voor een dergelijke procedure gegrond. Stemgeluid dakterras Met onderhavig plan wordt ook een dakterras gerealiseerd. Met een dakterras kan sprake zijn van uitgaande geluidsbelasting naar omliggende bestemmingen. De geluidsbelasting is in deze potentieel afkomstig van verheven stemgeluid. Het bronvermogen van het stemgeluid bedraagt circa 70dB(A). Bij aanwezigheid van 20 personen waarbij bijvoorbeeld 10 personen met verheven stem spreken is het bronvermogen 10 x 70 dB(A) = 80dB (A). De geluidsbelasting van een bron van 70dB(A) op een afstand van 30 meter resulteert volgens de 'Handleiding Meten en rekenen industrielawaai' in de volgende geluidsbelasting: 80-9-20*log(40) = 39dB(A) bij rechtstreeks zich en harde ondergrond De woningen van derden bevinden zich op een grotere afstand dan 40 meter. De geluidbelasting bij woningen van derden als gevolg van het stemgeluid op een afstand van 40 meter is lager dan de richtwaarde van 40dB(A) voor de nachtperiode voor deze omgeving. De geluidsbelasting ten aanzien van omliggende bestemmingen wordt ruimschoots niet overschreden.

Naast dat overschrijding van de geluidswaarden is uitgesloten op basis van gegeven afstanden en algemene geluidswaarden moet het karakter van het dakterras in ook in acht worden genomen. Het dakterras bevindt zich boven woonzorg-appartementen ten behoeve van ouderen met intensieve zorg. Een dergelijk dakterras zal naar verwachting significant minder stemgeluid produceren dan een terras in een centrumbestemming ten behoeve van winkelpubliek. Ook op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de geluidsbelasting ten aanzien van omliggende bestemmingen niet zal worden overschreden.

4.3.3

Conclusie

De aspecten rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai vormen geen belemmering voor onderhavig plan.

21

bestemmingsplan Woonzorglocatie Gasthuisstraat II

4.4

Water

4.4.1

Algemeen

Europees- en rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlakte waterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Op Rijksniveau is het Nationaal Waterplan het voornaamste beleidsplan. In december 2009 is dit plan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Watertoets Belangrijk instrument om water belangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets.

Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de water kwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

4.4.2

Onderzoek

Het plan is via de digitale watertoets voorgelegd aan het hoogheemraadschap. De invloed van het plan op de waterhuishouding is beperkt. Daarom kan voor deze locatie de verkorte procedure voor de watertoets worden doorlopen. Volstaan wordt met het opnemen van een standaard waterparagraaf. Deze 'standaarduitgangspunten' zijn in deze paragraaf behandeld. Over de impact van de ontwikkeling is met het Hoogheemraadschap gesproken. Het bestemmingsplan wordt vervolgens voorgelegd aan het hoogheemraadschap voor een wateradvies. De gehele watertoets is in Bijlage 5 Watertoets behorend bij de toelichting opgenomen. Hierop is het volgende naar voren gekomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=06900e8e-b023-44e3-9c2e-236847a0aa9e