Bijlage 1. Uitgebreide Samenvatting wijzigingen verordeningen 2025-2026
Tekst van het document
Geactualiseerde Samenvatting van wijzigingen in Belastingverordeningen 2025-2026 1. Verordening forensenbelasting 1. Tariefaanpassingen • Het percentage blijft gelijk: 0,2852%. • Minimumtarief verhoogd van €595,00 naar €631,00. • Maximumtarief verhoogd van €1.852,00 naar €1.965,00. • Tarief voor vaste standplaatsen verhoogd van €534,00 naar €566,00. 2. Terminologie • In 2025 wordt gesproken over caravans met vaste standplaats. • In 2026 is dit gewijzigd naar mobiele vakantiewoningen met vaste standplaats. 3. Verwijderde artikelen • Artikel 9 (Aanmeldingsplicht) en Artikel 10 (Kwijtschelding) uit 2025 zijn niet opgenomen in de verordening van 2026. 4. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
2. Verordening parkeerbelastingen 1. Terminologie • In 2026 is de definitie van “centrale computer” uitgebreid met “of een ander communicatiemiddel”, wat duidt op bredere digitale toepassingen. 2. Belastingplicht bij vergunning • 2025: belasting wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. • 2026: belasting wordt geheven van de vergunninghouder. 3. Betaling naheffingsaanslag • 2025: betaling binnen 2 weken na ontvangst duplicaat. • 2026: betaling moet terstond plaatsvinden. (conform modelverordening) 4. Kosten naheffingsaanslag • Van 2025: €78,80 naar 2026: €82,00 (maximaal tarief is verhoogd en dit volgen wij) 5. Vrijstellingen • 2025: specifieke eisen aan zichtbaarheid van gehandicaptenparkeerkaart. • 2026: eenvoudiger geformuleerd, zonder eisen aan plaatsing van de kaart. 6. Tarieven voor parkeren en Texelvignetten zijn ongewijzigd tussen beide jaren. 7. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
3. Verordening reclamebelasting 1. Belastingplicht • 2025: Geheven van de gebruiker van de vestiging waarop reclameobjecten zijn aangebracht. • 2026: Geheven van degene van wie of ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen. 2. Tariefwijzigingen Deze tarieven worden trendmatig verhoogd met 2,7%. • Tariefgebied A (binnenring)
o Vast bedrag: van €349,50 naar €359,00. o Variabel tarief: van €1,320 naar €1,360 per €1.000 boven €233.000 o Maximum: van €1.748 naar €1.796,50 • Tariefgebied B (buitenring): o Vast bedrag: van €58,20 naar €59,80 o Variabel tarief: van €0,220 naar €0,230 per €1.000 boven €233.000 o Maximum: van €291,30 naar €299,20 3. Opbouw en formulering • 2026 bevat een aparte tarieventabel als bijlage. • 2026 vermeldt expliciet dat bedragen onder €5,00 niet worden geheven. 4. Kwijtschelding • 2025: Artikel 11 vermeldt expliciet dat er geen kwijtschelding wordt verleend. • 2026: Geen aparte bepaling over kwijtschelding. 5. Overige wijzigingen • 2026 noemt expliciet dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de betalingstermijn. • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
4. Verordening toeristenbelasting 1. Tariefwijzigingen • Per persoon per overnachting: van €2,40 naar €2,60 Forfaitaire tarieven voor jaar-/seizoenplaatsen en arrangementen zijn hierdoor verhoogd in 2026: • Jaarplaats: €377,00 • Seizoenplaats: €364,00 • Verlengd voorseizoenarrangement: €264,00 • Voorseizoenarrangement: €203,00 • Naseizoenarrangement: €112,00 • Maandarrangement: €71,00 2. Forfaitaire berekeningswijze • 2025: Artikel 6 bevat een uitgebreide regeling voor forfaitaire berekening. • 2026: Artikel 6 bevat vaste bedragen per arrangement; forfaitaire berekening is verwijderd. De berekening blijft hetzelfde alleen laten we nu de tarieven zien waardoor het beter te begrijpen is. Hieronder de berekening.
Arrangement
Aantal personen
Aantal nachten
Totaal Tarief (€) overnachtingen
Totaal belasting (€)
Voorseizoenarrangement Verlengd voorseizoenarrangement
2.6 2.6
30 39
78 101.4
2.60 2.60
202.8 263.64
Naseizoenarrangement Maandarrangement Heel seizoen (vaste plaats) seizoen plaats
2.4 2.1 2.5
18 13 58
32.2 27.3 145
2.60 2.60 2.60
112.32 70.98 377
2.5 56 140 Aantal nachten x aantal personen = Aantal overnachtingen Aantal overnachtingen x tarief is totale belasting
2.60
364
3. Registratie- en aanmeldingsplicht • 2025: o Artikel 14: uitzondering op aanmeldingsplicht voor eerdere aangiftes.
o Artikel 15: digitale registratie en uitzonderingen bij forfaitaire berekening. 2026: o Artikel 11 en 12: vereenvoudigd, geen uitzonderingen meer. o Nachtverblijfregister verplicht zonder uitzondering. 4. Kwijtschelding • 2025: Artikel 13 vermeldt expliciet dat geen kwijtschelding wordt verleend. • 2026: Dit artikel ontbreekt. 5. Bestuurlijke boete • Nieuw in 2026: Artikel 10 lid 2 verwijst naar bestuurlijke boete bij gelijktijdige oplegging met de aanslag. 6. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel. •
5. Verordening Rioolheffing 1. Tariefwijziging • Van €299,94 per perceel naar 2026: €308,00 per perceel. 2. Voorwerp van de belasting Nieuw in 2026: Artikel 4 benoemt expliciet het voorwerp van belasting als: • De gebouwde onroerende zaak (Wet WOZ) • In 2025 werd dit niet afzonderlijk benoemd; het ging alleen om percelen aangesloten op de riolering. 3. Structuur en formulering De artikelen zijn in 2026 herschikt en vereenvoudigd: • Artikel 1 t/m 12 in plaats van 13 artikelen in 2025 • Artikelen over definities en zelfstandige gedeelten zijn vervallen • De inhoudelijke strekking is grotendeels gelijk gebleven. 4. Beleidscontext (VNG-model) • In de toelichting bij de 2026-verordening wordt verwezen naar de nieuwe VNGmodelverordening Riool- en Waterzorgheffing. • Deze benadrukt bredere gemeentelijke watertaken zoals wateroverlast en verdroging. • Mogelijke toekomstige uitbreiding naar o.a. cultuurgronden en natuurterreinen. • Texel heeft de bredere heffingsgrondslag uit de nieuwe VNG-modelverordening nog niet overgenomen. 5. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
6. Verordening Precariobelasting 1. Tariefwijzigingen in de tarieventabel • De tarieven worden trendmatig verhoogd met 2,7% Enkele voorbeelden: Omschrijving Tarief 2025 Tarief 2026 Terrassen (per m² per maand) Uitstallen van goederen
€8,38
€8,60
€8,38
€8,60
Benzinepompinstallaties (per m²/jaar) Luifels (per m² per jaar)
€47,48
€48,75
€26,08
€26,75
Zonweringen
€16,70
€17,15
Reclameborden (vast, per stuk/jaar) Vlaggen (per stuk per maand)
€11,87
€12,20
€1,20
€1,25
Voorwerpen niet genoemd (per m²/maand) Spandoeken
€2,32
€2,40
€77,64 per dag
€5,00 per week
•
Het tarief voor spandoeken was buiten proportie en is daarom aangepast naar een realistischer niveau. 2. Toevoegingen in definities (artikel 1) In 2026 zijn nieuwe begrippen geïntroduceerd, waaronder ‘Week’ (ten aanzien van het spandoek) en ‘Bouw gerelateerde voorwerpen’ (waarmee via deze verordening ook deze categorie kan worden belast). De term ‘Openbare gemeentegrond’ is niet langer afzonderlijk gedefinieerd, maar impliciet verwerkt in de bepalingen. 3. Uitbreiding berekeningsregels (artikel 6) • In 2026 zijn extra bepalingen toegevoegd over: Niet-rechthoekige voorwerpen (denkbeeldige rechthoek). • Minimumbedrag per plaatsing voor bouw gerelateerde voorwerpen (€30,00). • Gedetailleerde regels over tijdseenheden en vergunning duur. 4. Wijzigingen in wijze van heffing (artikel 8) In 2025 kon de belasting voor een dag ook via mondelinge of schriftelijke kennisgeving worden geheven. In 2026 is deze mogelijkheid vervallen; alleen heffing via aanslag is opgenomen. 5. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
7. Verordening Afvalstoffenheffing en 8. Verordening Reinigingsrechten 1. Structuurwijziging • In 2025 was er één gecombineerde verordening voor afvalstoffenheffing en reinigingsrechten. In 2026 zijn deze gesplitst in twee aparte verordeningen: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing gemeente Texel 2026 • Verordening op de heffing en de invordering van reinigingsrechten gemeente Texel 2026 2. Tarieven • De tarieven voor afvalstoffenheffing en reinigingsrechten zijn in 2026 geactualiseerd en gespecificeerd per type dienst of gebruikssituatie. Voor afvalstoffenheffing 2026: o 1 persoonshuishouden: van €245,81 naar €255,17 o Meerpersoonshuishouden: van €396,07 naar €411,16 o Vakantiewoning: van €309,13 naar €411,16 We zien dat er steeds meer afval wordt ingezameld. Daarom wordt voortaan het meerpersoonshuishouden als uitgangspunt genomen, in plaats van het tarief voor een extra container. Bovendien blijkt dat de woning doorgaans door meerdere personen wordt gebruikt, en dat dit gebruik zich niet beperkt tot het seizoen maar het hele jaar door plaatsvindt. o Extra grijze container: van €309,13 naar €320,90 o Ophalen grofvuil/tuinafval: het tarief bedraagt €10,00. In 2025 was de hoeveelheid tot 1 m³ gratis; boven 1 m³ gold een tarief van €56,59 per m³. In de praktijk werd tot nu toe alles gratis opgehaald, zonder onderscheid naar hoeveelheid.
Conform het recycleplan hanteren we het principe halen is betalen, brengen is gratis. •
Voor reinigingsrechten 2026 (kolkenzuiger): o Tot 1 m³: €166 (met contract)/€237,83 (zonder contract). o Tot 2 m³: €256,33 (met contract)/€352,83 (zonder contract). o Tot 3 m³: €346,67 (met contract)/€467,83 (zonder contract). o Iedere extra m³: €90,33 (met contract)/€103,33 (zonder contract).
In 2025 was het tarief voor de eerste 1,5m3 €190,13, voor elke volgende m3 €126,72. Voor zon, feestdagen en buiten kantoortijden was het tarief voor de eerste 1.5 m3 €270,86 en voor elke volgende m3 €180,70. Er was geen onderscheid tussen contract en geen contract. • Het ophalen van glas is geen dienst die door de gemeente wordt uitgevoerd en is daarom uit de verordening geschrapt. 3. Belastingplicht Afvalstoffenheffing 2026: • Belastingplichtig is degene die gebruik maakt van een perceel waarop huishoudelijk afval wordt ingezameld. Reinigingsrechten 2026: • Belastingplichtig is degene die gebruik maakt van gemeentelijke diensten of voorzieningen, zoals het legen van putten. 4. Heffingswijze Afvalstoffenheffing 2026: • Heffing via aanslag voor vaste tarieven. Reinigingsrechten 2026: • Heffing per dienst via afzonderlijke aanslag. 5. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
9. Verordening Watertoeristenbelasting 1. Tariefwijziging • van €2,40 naar €2,60 per persoon per overnachting 2. Terminologie • Gebruikt de term van “kapitein ”naar “schipper” Functioneel gelijk, maar terminologisch aangepast 3. Vrijstellingen De vrijstellingen zijn in 2026 uitgebreid en verduidelijkt • 2025: o Vaartuigen voor verpleging/verzorging o Scholieren op schoolreis of werkweek (behalve begeleiders) • 2026: o Vaartuigen voor verpleging/verzorging o Vaartuigen op last van de overheid o Vreemdelingen onder verantwoordelijkheid van het COA 4. Maatstaf van heffing Preciezer geformuleerd in 2026 • 2025: aantal overnachtingen in het belastingjaar • 2026: aantal etmalen per persoon in het belastingtijdvak, waarbij een deel van een etmaal als een vol etmaal telt 5. Overige bepalingen • Heffingswijze, betalingstermijnen, aanmeldingsplicht en geen kwijtschelding zijn in beide jaren vrijwel gelijk gebleven. • 2026 bevat geen expliciet artikel over kwijtschelding, maar volgt dezelfde lijn als 2025. 6. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
10. Verordening Onroerende Zaakbelasting 1. Tariefdrempel voor invordering, met als doel uniformering en administratieve efficiëntie. • In 2025 worden belastingaanslagen van minder dan €10,00 niet opgelegd.
• In 2026 is deze drempel verlaagd naar €5,00. 2. OZB-tarieven De tarieven zijn aangepast: • Gebruikersbelasting (niet-woningen): van 0,0578% naar 0,0663% • Eigenarenbelasting: - Woningen: van 0,0323% naar 0,0326% - Niet-woningen: van 0,0733% naar 0,0664% → In 2026 is wel een toelichting toegevoegd over de jaarlijkse trendmatige stijging van 2,7% van de netto-opbrengst en de afhankelijkheid van de WOZ-waardeontwikkeling. 3. Redactionele en structurele aanpassingen • Artikelkoppen zijn in 2026 licht aangepast (bijv. 'Voorwerp van de belasting' i.p.v. 'Belastingobject'). • De nummering en formulering van artikelen zijn gestroomlijnd voor duidelijkheid. • De inhoudelijke strekking is grotendeels gelijk gebleven. 4. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
11. Verordening Marktgelden 1. Tariefwijzigingen. 2,7% trendmatig verhoogd, bedragen afgerond. Omschrijving 2025 (€) 2026 (€) Dag plaats per m² 2,32 2,40 Minimum dag plaats 9,09 9,35 Jaarplaats per m² 49,66 51,00 Minimum jaarplaats 198,67 204,00 Zomerseizoenplaats per m² 49,66 51,00 (1 april – 1 nov) Minimum zomerseizoenplaats 198,67 204,00 Korting jaarplaats 53,48 54,90 Inschrijving sollicitantenlijst 57,93 59,50 vaste standplaats 2. Terminologie en structuur • In 2026 wordt expliciet verwezen naar de 'Marktverordening Texel 2009' in artikel 1. • De formuleringen zijn verduidelijkt en afgestemd op de marktverordening • In 2025 wordt de belastingplichtige omschreven als degene die een standplaats inneemt. • In 2026 is dit aangepast naar: de aanvrager van het gebruik van de standplaats. 3. Betalingstermijnen • In 2025 worden betalingstermijnen gekoppeld aan hoofdstukken in de tarieventabel (1.2.1 en 1.2.2). • In 2026 zijn de betalingstermijnen direct gekoppeld aan de tariefcategorieën: o Dag plaatsen: betaling bij uitreiking van nota o Jaarplaatsen: betaling in 4 termijnen o Seizoenplaatsen: betaling in 2 termijnen • De structuur in 2026 is vereenvoudigd en duidelijker geformuleerd. 4. Overige wijzigingen • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
12. Verordening Lijkbezorgingsrechten 1. Tariefwijzigingen • Beide verordeningen verwijzen naar een tarieventabel, maar de exacte tarieven zijn niet opgenomen in de tekst zelf. Ook deze tarieven worden trendmatig verhoogd met 2,7%
2. Definities • In 2026 is artikel 1 'Definities' opgenomen, maar zonder verdere uitwerking in het document. In 2025 is eveneens een artikel 'Begripsomschrijving' opgenomen, ook zonder nadere invulling. 3. Heffingswijze • In 2025 wordt de heffing uitgevoerd via een gedagtekende kennisgeving die gelijkgesteld wordt met een aanslag. In 2026 wordt expliciet vermeld dat de heffing plaatsvindt bij wege van aanslag. 4. Betalingstermijnen • In beide jaren geldt een betalingstermijn van 30 dagen na dagtekening van de aanslag. In 2025 is daarnaast een regeling opgenomen voor gespreide betaling bij verlening van uitsluitend recht, mits automatische incasso is afgegeven. Deze regeling ontbreekt in 2026. 5. Kwijtschelding • In 2025 is expliciet opgenomen dat geen kwijtschelding wordt verleend. In 2026 ontbreekt deze bepaling. 6. Overige verschillen • De verordening van 2026 is qua structuur gestroomlijnd en bevat minder artikelen. • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
13. Verordening Havengeld 1. Wijze van heffing • 2025: Heffing via gedagtekende schriftelijke kennisgeving. • 2026: Heffing via aanslag (formelere en juridisch duidelijkere methode). 2. Tariefwijzigingen • Tarieven zijn in 2026 trendmatig verhoogd met 2,7% ten opzichte van 2025. • Voorbeeld dagtarieven (excl. BTW): o Pleziervaartuig: van €1,98 naar €2,05 o Zeilend bedrijfsvaartuig: van €1,19 naar €1,20 o Historisch schip vergund: van €1,77 naar €1,80 o Dag-ondernemer: van €3,81 naar €3,90 o ISPS-toeslag zeegaande schepen: van €135,66 naar €139,15 3. Begripsomschrijving • Beide jaren bevatten uitgebreide definities, maar in 2026 zijn enkele omschrijvingen aangescherpt en geactualiseerd. 4. Overige bepalingen • Artikel over meldingsplicht bij binnenkomst is in 2026 vervallen. • Artikel over kwijtschelding is in 2026 niet meer opgenomen (in 2025: geen kwijtschelding mogelijk). • Redactionele aanpassingen en actualisatie van overgangsrecht en citeertitel.
14. Verordening kwijtschelding 1. Uitgesloten belastingen • 2017: Geen kwijtschelding voor o.a. forensenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting, leges, havengeld, precariobelasting, lijkbezorgingsrechten, marktgelden, watertoeristenbelasting. • 2026: Uitbreiding van uitsluitingen met: o Reinigingsrechten o OZB niet-woningen
o Reclamebelasting • Nieuw in 2026: Meer soorten belastingen uitgesloten van kwijtschelding. 2. Kosten van bestaan • Beide regelingen hanteren 100% van de bijstandsnorm voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. • Voor pensioengerechtigden: o 2017: 100% van netto AOW-bedragen. o 2026: 100% van het netto-ouderdomspensioen conform de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden. 2026 sluit expliciet aan bij landelijke regeling voor pensioengerechtigden. 3. Kinderopvangkosten • In beide regelingen worden netto kosten van kinderopvang meegenomen als uitgaven. 4. Extra financiële middelen • Nieuw in 2026: o Verhoging van het toegestane vermogen: ▪ €2.000,- voor belastingplichtige + echtgenoot ▪ 75% voor alleenstaanden ▪ 90% voor alleenstaande ouders 2017-regeling kende deze verruiming nog niet. 5. Ondernemers • Beide regelingen staan kwijtschelding toe voor natuurlijke personen met een bedrijf, mits de belastingen geen verband houden met de bedrijfsuitoefening. 6. Verschillen en afstemming suggesties verordening Texel vs. Model HHNK2023 Onderdeel Uitsluiting van belastingen
Texel 2026 Meer belastingen uitgesloten, o.a. OZB niet-woningen, reclamebelasting
HHNK 2023 Alleen waterschap belastingen opgenomen
Formulering extra middelen
Artikel 4a. Vaste bedragen in euro's
Vaste bedragen in euro's
Citeertitel en structuur
Verordening (raadsbesluit)
Regeling (collegebesluit)
Afstemmingssuggestie Overweeg om uitsluitingen te herzien of te beperken tot belastingen die niet op woonlasten drukken In afstemming met HHNK Juridisch verschil, maar inhoudelijk goed vergelijkbaar
15. Verordening Leges 1. Algemene bepalingen • Definities vereenvoudigd in 2026. • Belastingplicht korter geformuleerd. • Vrijstellingen beperkt tot wettelijke en Omgevingswet. • Artikel kwijtschelding vervallen. 2. Tarieventabel – Algemene dienstverlening • Burgerlijke stand: huwelijks- en partnerschapstarieven verhoogd. • Reisdocumenten en ID-kaart: 2026 verwijst naar ministeriële maxima. • Rijbewijzen: idem. • Basisregistratie personen: tarieven verhoogd. • Overige publiekszaken: kleine verhogingen. • Archief en bestuursstukken: lichte verhogingen.
• Kabels en leidingen: nieuwe staffel in 2026. Omgevingswet-gerelateerde diensten • Voorfase: Verhogingen in het kader van door de raad voorgestelde extra opbrengsten van 400.000 euro • Bouwactiviteiten: minimumtarief stijgt. • Omgevingsplanactiviteiten: Verhogingen in het kader van door de raad voorgestelde extra opbrengsten van 400.000 euro • Wijziging omgevingsplan: lichte stijging. • Modaliteiten en teruggaaf: tarieven hoger. 4. Hoofdstuk 3 – Dienstenrichtlijn • Horeca: vergunningen duurder. • Evenementen: trendmatig met 2,7% verhoogd. 3.
Belangrijkste trends • Tarieven in 2026 vrijwel overal verhoogd. • Meer verwijzingen naar ministeriële maxima. • Uitbreiding bij Omgevingswet-tarieven. • Nieuwe bepalingen voor kabels en leidingen.