CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Texelse aanpak voor burgerparticipatie

Raadsvergadering 16 februari 2022, gemeente TexelBij agendapunt: Texelse aanpak voor burgerparticipatie5.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

Status: concept Communicatiesupport Januari 2022

Inhoudsopgave

1.

Samenwerken aan Texel .........................................................................................5 o o o o

2.

Verbeterde aanpak participatie ...............................................................................6 • •

•

3.

Ontwikkel de gemeente met elkaar Dat vraagt om een betere aanpak Informele participatie en formele besluitvorming Meer duidelijkheid voor betrokkenen

De Texelse aanpak voor participatie 2.1 Bepalen participatieroute o Impact is bepalend voor de participatie o Werken met verschillende participatieroutes o Uitwerking van de participatieroutes o Vastlegging van en terugkoppeling over het participatietraject 2.2 Invulling Participatietraject ……………………………………………………………………………………………9 o Stap 1: Waarom in gesprek? o Stap 2: Waarover in gesprek? o Stap 3: Met wie in gesprek? o Stap 4: Hoe in gesprek?

De participatie aanpak in de praktijk .......................................................................12

Bijlage 1: Vragen impactmeter Bijlage 2: Checklist participatieplan Bijlage 3: Verdieping stap 1 participatieplan a.d.h.v. drie voorbeelden Bijlage 4: Online ondersteuningsinstrumenten

2/19

Communicatievisie

1.

Samenwerken aan Texel

Ontwikkel de gemeente met elkaar Een gemeenschap bouw je samen en daarvoor werk je samen. Deze samenwerking is nodig om verder te komen, om te ontwikkelen, om te beschermen. Samenwerking zorgt ervoor dat een gemeenschap succesvol en aantrekkelijk is én dat de onderlinge verhoudingen goed blijven. De wijze waarop we die samenwerking invullen, wordt voor een deel bepaald door onze lokale historie en cultuur. Daarnaast staat Texel natuurlijk niet los van bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Daarin zien we dat de verwachtingen tussen inwoners en overheid veranderen. Inwoners willen betrokken worden bij onderwerpen die hen aangaan. De overheid zoekt naar manieren om die samenwerking beter in te vullen. Deze vorm van samenwerking noemen we participatie. Het belang van participatie neemt toe. Vanuit de Rijksoverheid zien we dit terug doordat in wetten en regels steeds meer aandacht gevraagd wordt voor participatie. De Omgevingswet is hier een actueel voorbeeld van. Dat vraagt om een betere aanpak Als gemeente hebben we te maken met steeds meer participatie. Maar het is tegelijkertijd niet iets nieuws. In de afgelopen jaren werd de samenleving regelmatig betrokken bij het aanpakken van vraagstukken. Onze aanpak van participatietrajecten is niet altijd hetzelfde. Ook gaat het de ene keer beter dan de andere keer.

Om de kwaliteit van de participatietrajecten beter te kunnen garanderen gaat de gemeente werken met een verbeterde en meer gestructureerde Texelse aanpak voor participatie. Deze aanpak bevat handvatten en een werkwijze om op een betere manier allerlei verschillende participatievragen op te lossen. De keuze en uitkomsten van het participatie proces zijn met deze aanpak transparant, voor zowel inwoners, raadsleden als collega’s binnen de gemeente. Informele participatie en formele besluitvorming Door op een participerende manier samen te werken, kan een initiatief of beleid dat in ontwikkeling is beter worden. Bij goede participatie halen we belangen, meningen, ideeën en creativiteit naar boven. Dit zorgt voor betere initiatieven, beter beleid én betere onderlinge verhoudingen. Tegelijkertijd is participatie geen vervanging van de democratie, het is een aanvulling. Uitkomsten van een participatietraject worden vaak onderdeel van een formeel besluit. De gemeenteraad, het college en/of ambtenaren zullen aan de hand van de uitkomsten van het participatietraject een besluit moeten nemen. Om ook dit deel van het participatietraject goed te doorlopen, zijn afspraken en duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden nodig.

Meer duidelijkheid voor betrokkenen Door te werken met de Texelse aanpak voor participatie zullen inwoners, ondernemers en andere stakeholders merken dat er meer duidelijkheid komt in participatietrajecten. Hoe ziet het traject eruit? Waar gaan we aan werken? Wat gaat er met de opbrengst gebeuren? Wie beslist er uiteindelijk? Deze duidelijkheid, en daarmee verbetering van de kwaliteit, zorgt voor meer vertrouwen in participatie en alle voordelen die daarbij horen. Om die verbetering te bereiken, is nodig dat ambtenaren, college en gemeenteraad weten hoe deze Texelse aanpak voor participatie werkt en hoe ze deze kunnen toepassen. In dit document vindt u de uitwerking van de aanpak. We sluiten af met een voortuitblik op de manier waarop we de Texelse participatieaanpak in de praktijk gaan toepassen.

3/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

2.

Verbeterde aanpak participatie

Participatie is niet iets nieuws in onze gemeente. We zetten het in bij allerlei situaties. We zien daarbij dat: • • •

onze participatieaanpakken wisselen; de verschillende betrokken partijen niet altijd goed weten wat er van elkaar verwacht mag worden; er vaker behoefte is aan het oplossen van vraagstukken met behulp van participatie.

Hoe kunnen we dit verbeteren? Hoe kunnen we participatie een vast onderdeel van onze werkwijze maken, zodat we het makkelijker kunnen inzetten? En hoe zorgen we ervoor dat de gemeenschap zich door de gemeente goed betrokken voelt om mee te denken over onderwerpen die spelen en van belang zijn? Deze vragen zijn uitgewerkt in de Texelse aanpak voor participatie. De Texelse aanpak voor participatie Deze aanpak bestaat uit twee onderdelen: 1)

Bepalen van participatieroute Het eerste onderdeel zorgt ervoor dat we zicht krijgen op de mate van participatie die nodig is. Wordt het een omvangrijk of een beperkt participatietraject? Wat betekent dat vervolgens voor de verantwoordelijkheden van verschillende betrokkenen en voor de terugkoppeling en verslaglegging?

2)

Invulling participatietraject Het tweede onderdeel bevat een methode waarmee het opzetten en uitvoeren van een participatietraject wordt ondersteunt. Het begint ermee dat we aan de hand van vier stappen een goed participatieplan maken.

4/19

Participatie kent veel betekenissen In de basis staat het woord participatie voor actieve deelname. Dit begrip wordt veelzijdig gebruikt: De gemeente betrekt inwoners en anderen bij het bedenken van oplossingen. Dit noemen we ook wel beleidsbeïnvloedende participatie. Wanneer inwoners ideeën en plannen hebben en de gemeente biedt ruimte en ondersteuning om deze mogelijk te maken, noemen we dat ook wel zelfredzaamheidsparticipatie. De Omgevingswet stimuleert de participatie bij allerlei ontwikkelingen in de ruimtelijke omgeving. Een projectontwikkelaar die wil bouwen krijgt bijvoorbeeld de opdracht om de omgeving goed te betrekken. Initiatiefnemersparticipatie noemen we dit ook wel. Deze Texelse aanpak voor participatie is met name van toepassing op beleidsbeïnvloedende participatie.

Communicatievisie

2.1 Bepalen participatieroute We gebruiken 2 handvatten voor passende participatie. Handvat 1) Impact is bepalend voor de participatie De manier waarop participatie wordt ingezet is afhankelijk van de omvang en complexiteit van het onderwerp. We gebruiken daarbij het begrip impact als maat. Impact meten we door te kijken naar drie aspecten: • de omvang/ grootte van het onderwerp, • de te verwachten reuring/of maatschappelijke aandacht • de te verwachten hinder die het onderwerp veroorzaakt. Om de hoeveelheid impact in te schatten gebruiken we een Impactmeter. Door beantwoorden van hulpvragen ingaan op deze aspecten krijgt het onderwerp een score. Deze score zorgt voor een verwijzing naar een participatieroute**. --* zie bijlage 1 met voorbeeld hulpvragen **De impactmeter geeft eerste denkrichting van de mate van participatie. De definitieve mate van participatie wordt pas echt duidelijk bij het invullen van stap 1 van de participatieplan, waarom gaan we in gesprek, zie hiervoor bijlage 3. Zo kan het zijn dat de impact meter route 1 aangeeft (weinig impact) maar bij de uitwerking van het participatieplan kan uitkomen dat het nuttig kan zijn om de deelnemers meer actief te laten deelnemen. Of de impactmeter kan hoge impact aangeven, maar er is bijna bijvoorbeeld geen/ weinig ruimte voor inbreng van de deelnemers, dan zal de mate van participatie lager worden.

Een lagere trede op de participatieladder. Het invullen van de Impactmeter wordt onderdeel van ieder participatietraject. We nemen het ook als vast onderdeel in de terugkoppeling/ vastlegging van het participatietraject op.

Route 3: Intensieve participatie Route 2: Gemiddelde participatie Route 1: Beperkte participatie Route 0: Geen participatie

Handvat 2) Werken met verschillende participatieroutes We werken met vier verschillende participatieroutes. Route 0 staat voor ‘Geen participatie’. Bij de andere routes is er wel sprake van participatie. Route 1 is lichtste participatieroute en is voor onderwerpen met weinig impact. Het stelt de minste eisen aan de participatieaanpak. De zwaarste participatieroute is voor onderwerpen met veel impact en stelt de hoogste eisen aan de aanpak. Bij iedere participatieroute horen verschillende rollen en verantwoordelijkheden voor ambtenaren, college en gemeenteraad. Iedere participatieroute geeft ook een indicatie voor manier waarop we de gemeenschap betrekken en de manier waarop de terugkoppeling en verslaglegging plaatsvindt. Dit laatste maakt het mogelijk dat ook nietdirectbetrokkenen kunnen zien/lezen wat de aanpak is en wat de resultaten zijn van het participatietraject. 5/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

Uitwerking van de participatieroutes De uitkomst van de Impactmeter verwijst door naar een participatieroute. We werken met vier verschillende routes. • Route 0 staat voor Geen participatie • Route 1 staat voor Beperkte participatie • Route 2 staat voor Gemiddelde participatie • Route 3 staat voor Intensieve participatie We verwachten van de onderwerpen waarbij participatie gewenst is, dat zo’n 80% van de participatietrajecten onder Route 0/ 1 thuishoort. Dan gaat het om vragen met beperkte omvang, reuring en hinder. 15% van de participatietrajecten heeft meer aandacht nodig. Een voorbeeld daarvan: We gaan 8 bomen kappen in een straat. De omvang hiervan is niet zo groot, maar de reuring die dit in de straat kan opleveren zou wel eens groot kunnen zijn. Zo’n vraagstuk heeft dan een grondiger participatietraject nodig. Route 2 is dan passend. Tenslotte zijn er nog onderwerpen die qua omvang groot zijn, met veel aandacht en mogelijk ook veel hinder. Dit soort onderwerpen hoort onder Route 3 te vallen. We verwachten dat zo’n 5% van de vraagstukken hieronder valt. Voorbeelden zijn de Omgevingsvisie en het Toeristisch Toekomstplan. Bij iedere participatieroute horen verschillende rollen van ambtenaren, college en raad. In de tabel routes, rollen en verantwoordelijkheden lichten we die rollen verder toe.

Vastlegging van en terugkoppeling over het participatietraject Vaak worden uitkomsten van een participatietraject onderdeel van de besluitvorming. Het is daarom in verband met transparantie belangrijk dat ook niet-directbetrokkenen inzicht kunnen krijgen in de aanpak en uitkomsten van een participatietraject. Goede vastlegging is daarvoor belangrijk. Bij iedere route wordt aangegeven wat er vastgelegd moet worden. Zo kunnen ook de niet-directbetrokkenen inzicht krijgen in het traject. In de tabel ‘Routes, rollen en verantwoordelijkheden’, geven we een voorzet waaruit de verslaglegging per route bestaat. Dit wordt nog uitgewerkt in het uitvoeringsplan.

6/19

Communicatievisie

Tabel Routes, rollen verantwoordelijkheden

Spelers & proces

Route 1 bij beperkte participatie

Route 2 bij gemiddelde participatie

Route 3 bij intensieve participatie

Rol ambtenaar en college

Ambtenaar maakt kort participatieplan voor opgave. Geen rol voor college.

Ambtenaar maakt participatieplan en stemt af met college.

Ambtenaar betrekt college & raad bij maken participatieplan.

Rol gemeenteraad

Geen rol voor raad.

Raad actief informeren.

Raad kaders mee laten bepalen voor proces en inhoud.

Wie doen er mee ** (bewoners, ondernemers, verenigingen, maatschappelijke organisaties) De rol die we ze in ieder geval willen geven

Met name directbetrokkenen.

Directbetrokkenen en andere belanghebbenden.

Directbetrokkenen, andere belanghebbenden en bredere omgeving.

Zij worden geïnformeerd en kunnen hun mening/vragen/zorgen delen.

Zij kunnen meedenken over het onderwerp.

Zij kunnen meewerken aan het oplossen van het onderwerp.

Verdeling van de participatievragen

80%

15%

5%

Vastlegging per participatievraag

1) 2)

3)

Ingevulde impactmeter Ingevulde participatiechecklist (=kort participatieplan) Beknopt participatielogboek

1) 2) 3) 4)

Ingevulde impactmeter Participatieplan Uitgebreider participatielogboek Publicatie op online participatieplatform Texel Spreekt

1) 2) 3) 4)

5)

Ingevulde impactmeter Verslag bespreking raad Participatieplan Rapportage met verslagen en uitkomsten Publicatie op Texel Spreekt

** Dit schema geeft eerste denkrichting van de mate van participatie. De definitieve mate van participatie wordt pas echt duidelijk bij het invullen van stap 1 van de participatieplan, waarom gaan we in gesprek, zie hiervoor bijlage 3. Zo kan het zijn dat de impact meter route 1 aangeeft (weinig impact) maar bij de uitwerking van het participatieplan kan uitkomen dat het nuttig kan zijn om de deelnemers meer actief te laten deelnemen. Of de impactmeter kan hoge impact aangeven, maar er is bijna bijvoorbeeld geen/ weinig ruimte voor inbreng van de deelnemers, dan zal de mate van participatie lager worden. Een lagere trede op de participatieladder. 7/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

2.2 Invulling Participatietraject Het tweede onderdeel in de Texelse aanpak voor participatie is de manier waarop het participatietraject wordt opgezet. Ieder onderwerp en iedere vraag waar participatie voor nodig is, is anders. Het participatietraject dat we gebruiken voor het beantwoorden van de vraag is ook maatwerk. Maar de manier waarop we komen tot dat participatietraject op maat, kunnen we wel standaardiseren. Hiervoor maken we gebruik van 4 stappen. Door het beantwoorden van de vragen die horen bij iedere stap*, komen we tot een goed participatieplan. De sleutels en de vragen die daarbij horen, dwingen af dat er goed wordt nagedacht voordat een traject start. --* zie bijlage 2 voor de checklist participatieplan

Vul de 4 stappen van de checklist in In de basis is een participatietraject een gesprek dat je voert met verschillende groepen uit de gemeenschap. De uitkomsten van dit gesprek hebben we nodig om te komen tot dat nieuwe beleid, een goed ruimtelijk initiatief, een richting voor de toekomst of een beter ingerichte straat. Het plan dat nodig is, kan kort of lang zijn, afhankelijk van het onderwerp. Maar in het plan worden iedere keer de 4 stappen van het participatiegesprek ingevuld. We lichten de stappen hieronder kort toe.

Stap 1: Waarom in gesprek? Door de vragen te beantwoorden die bij deze stap horen, leggen we de basis voor het participatietraject. De vragen gaan over het einddoel dat we willen bereiken, wat de rol van participatie daarbij is, welke participatieruimte we kunnen bieden en welke kaders er zijn waar we rekening mee moeten houden. In de praktijk blijkt dat het beantwoorden van deze vragen vaak complex is en veel tijd kost. Het goed beantwoorden is belangrijk om de rest van het traject goed op te kunnen zetten en uit te kunnen voeren. De vragen kunnen ook met de doelgroep samen beantwoord worden. --* zie bijlage 3 voor een verdieping van stap 1 van het participatieplan met behulp van een voorbeeld.

Meebeslissen

Coproduceren

Adviseren

Raadplegen

Informeren

Participatietrap die we gebruiken bij bepalen van participatieruimte 8/19

Communicatievisie

Stap 2: Waarover in gesprek? We weten waarom we in gesprek willen en hebben de participatieruimte bepaald. Nu worden de vraag/vragen geformuleerd die we hebben voor de deelnemers. Met welke vraag gaan we ophalen wat we nodig hebben aan het einde van het participatieproces? Een goede en aantrekkelijk geformuleerde vraag zal bijdragen aan het bereiken van meer publiek. Gaat het hier mis, dan haal je niet op wat je nodig hebt en bereik je niet de groepen die je mee wilt laten doen.

Stap 3: Met wie in gesprek? Wie heb je nodig en wil je betrekken bij het beantwoorden van de participatievraag? Heb je alle inwoners nodig, of kies je kleinere groep met specifieke kenmerken zoals bijvoorbeeld de jongeren? Wil je ondernemers betrekken, heb je de dorpscommissies nodig? Kijk daarbij ook naar de gewenste betrokkenheid van de verschillende groepen. Is het nodig dat ze allemaal meewerken? Of is het voldoende om een deel goed te informeren en een ander deel echt mee te laten werken/mee te laten bepalen?

Stap 4: Hoe in gesprek? Welke gespreksvorm past het best bij het onderwerp en het geselecteerde publiek? Gaan we werken met een buurtschouw, een online enquête of dorpenrondes? Of kiezen we voor een werkgroep met aan het eind de mogelijkheid een grotere groep te laten stemmen? Zo zijn er honderden gespreksvormen die we in kunnen inzetten. Keuzes hierin kun je maken nadat je de eerste 3 sleutels hebt beantwoord. Ook de inzet en de rol van onze participatieplatform Texel Spreekt wordt in deze stap bepaald.

9/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

3.

Texelse aanpak voor participatie in praktijk

In de hoofdstukken 1 & 2 is beschreven hoe de twee onderdelen van de Texelse aanpak voor participatie er op hoofdlijnen uitzien. Na vaststelling in de gemeenteraad wordt deze aanpak in de organisatie geïmplementeerd. Voor ambtenaren betekent dit dat zij bekend raken met de Texelse aanpak voor Participatie. Hiervoor worden o.a. trainingen gegeven en wordt het onderwerp regelmatig op de agenda gezet. De participatie coördinator houdt het onderwerp ‘levend’ in het MT en bij de verschillende teams. Het college blijft via de portefeuillehouder op de hoogte van de ontwikkelingen. Na een jaar volgt een terugkoppeling en evaluatie aan de gemeenteraad. Voor inwoners en andere stakeholders betekent dit dat ze zullen merken dat er meer duidelijkheid is in participatietrajecten. De deelnemers weten beter wat er van hen en de ander verwacht wordt, hoe het proces eruitziet en wat er met de opbrengst gedaan wordt. Dat geeft vertrouwen. De vervolg stappen bestaan uit: 1) 2) 3)

4) 5) 6)

Implementatie en uitvoeringsplan opstellen Verschillende ambtenaren, die in de praktijk met participatie te maken hebben/krijgen, trainen in deze Texelse aanpak voor participatie. Daarbij horen een aantal praktische ondersteunende instrumenten. Eén daarvan is de uitgewerkte Impactmeter. Bijlage 5 verwijst naar 2 online instrumenten die gebruikt kunnen gaan worden: de publieksanalyse en de participatiebox. Het komende jaar werken we volgens het principe ‘leren door te doen’. Daar waar mogelijk is passen we de Texelse aanpak voor participatie toe en wordt dit geëvalueerd. Op ons participatieplatform Texel Spreekt worden deze trajecten zichtbaar en toegankelijk voor iedereen. Na 1 jaar volgt een terugkoppeling en evaluatie aan het college en de raad. Bij de perspectiefnota 2024 volgt een structureel voorstel gebaseerd op de uitkomsten van de evaluatie.

10/19

Communicatievisie

Bijlage 1: Vragenlijst Impactmeter De impact wordt bepaald aan de hand van 3 criteria met daaraan gekoppelde hulpvragen tot een eindscore te komen. Die score verwijst vervolgens daar naar 1 van de 4 participatieroutes. Met het uitwerken van het participatietraject wordt concreet duidelijk welke vorm van participatie mogelijk en/ of nodig is. De criteria waarmee bepaald wordt wat de hoeveelheid impact is zijn: 1. Omvang van het onderwerp/initiatief 2. Maatschappelijke aandacht voor het onderwerp/initiatief 3. Mate van hinder van het onderwerp/initiatief De uitwerking van de drie criteria met daarbij de hulpvragen zijn in deze bijlage gericht op de onderwerpen/initiatieven in de ruimtelijke omgeving. Afhankelijk van het onderwerp worden de vragen aangepast. Zo komt er een andere vragenlijst voor zaken in het sociaal domein. Omvang van het onderwerp/initiatief Met daarbij de volgende typen vragen: 1) Het onderwerp/initiatief bestaat uit bouw of verbouw? Gaat het om een lichte (ver)bouw activiteit, of gaat het om een zware bouwactiviteit, zoals de nieuwbouw van een groot appartementencomplex, of iets daar tussenin? 2)

Het onderwerp/initiatief betreft de wijziging van een functie van een gebouw of gebied? Heeft het initiatief te maken met een lichte functiewijziging (bibliotheek krijgt extra functie), of met een zware functiewijziging (zonnevelden, onderwijsinstelling, inbreidingslocatie), of zit het er tussenin?

3)

Het onderwerp/initiatief heeft te maken met een herstructurering van een gebied? Gaat het om een lichte herstructurering (kleinschalige woningbouw, herontwikkeling klein bedrijventerrein) of gaat het om zware herstructurering zoals de transformatie van een wijk of grootschalige woningbouw?

4)

Het onderwerp/initiatief betreft een ingreep in de omgeving? Betreft het een grote herstructurering zoals het plaatsen van windturbine of een rondweg?

2.Maatschappelijke aandacht/ reuring voor het onderwerp/initiatief Geef aan op een schaal van 1 tot 10 of u verwacht dat onderwerp/initiatief veel of weinig maatschappelijk aandacht of reuring krijgt: Score 1: Er geen verwachting dat er publieke en/of politieke aandacht uitgaat naar het initiatief. Score 2: Er een theoretische mogelijkheid is dat er publieke en/of politieke aandacht is voor het initiatief Score 3 : Er enige indicatie is dat er publieke en/of politieke aandacht uitgaat naar het initiatief. Score 5 : Er duidelijke indicatie is dat er publieke en/of politieke aandacht uitgaat naar het initiatief. Score 8 : Publieke en/of politieke aandacht heeft zich al duidelijk getoond heeft. Score 10: Publieke en/of politieke aandacht heeft zich al duidelijk getoond en geeft spanning.

11/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

3.Mate van hinder van het onderwerp/initiatief Geef aan op een schaal van 1 tot 5 of u verwacht dat het onderwerp/initiatief veel of weinig hinder veroorzaakt. De hulpvragen helpen u bij het maken van uw inschatting. 1) Is de visuele aantasting van de omgeving na de ontwikkeling van het initiatief klein, of heel groot (grote zichtbaarheid, aantasting dorpsgezicht)? 2) Verwacht u weinig of juist heel veel overlast tijdens de ontwikkeling/bouw van uw onderwerp/initiatief (geluid, verkeer, zwaar bouwmaterieel, afsluitingen)? 3) Verwacht u weinig of juist heel veel overlast na ontwikkeling van uw onderwerp/ initiatief (toegang, parkeren, drukte)? 4) Verwacht u dat uw initiatief de aantasting veroorzaakt van: natuur, milieu, cultuur, gezondheid(van totaal niet tot groot effect hierop)?

De scores worden verwerkt in onderstaande thermometers. Opgeteld bepalen ze een eerste indicatie van de particpatieroute. De definitieve keuze van de mate van participatie wordt uitgewerkt in een participatieplan. Zie voor de participatiechecklist bijlage 2, voor de uitwerking stap 1 van het participatieplan bijlage 3. Hieronder een voorbeeld van een ingevulde impactmeter.

12/19

Communicatievisie

Bijlage 2: Checklist participatieplan

Door het beantwoorden van de 4 stappen van het participatiegesprek worden de belangrijke vragen voor het invullen van het participatieplan beantwoord. Bij een beperkte participatie worden de antwoorden gegeven in de vorm van een ingevulde participatiechecklist. Bij gemiddelde en intensieve participatie wordt op basis van de antwoorden een uitgebreider plan gemaakt. Het goed beantwoorden van vraag 1. Waarom in gesprek is bepalend voor de rest van het traject. In de praktijk blijkt dat het beantwoorden van deze vragen vaak complex is en veel tijd kost. Het goed beantwoorden is belangrijk om de rest van het traject goed op te kunnen zetten en uit te kunnen voeren. In bijlage 3 wordt deze stap verder uitgewerkt aan de hand van een voorbeeld.

13/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

Bijlage 3: Verdieping Stap 1 van het participatieplan Stap 1: Waarom in gesprek Waarom in gesprek? Stap 1 bij het maken van een plan voor een participatieaanpak gaat over waarom we in gesprek willen en wat we daarmee willen bereiken. Door antwoorden te geven op de vragen die bij deze stap horen leg je de basis voor de participatieaanpak. Wanneer in de voorbereiding niet genoeg aandacht hieraan gegeven wordt, zal later in het traject vaak blijken dat er iets niet klopt: Je haalt bijvoorbeeld niet op wat je nodig hebt, de uitkomsten van het participatietraject kunnen niet meegenomen worden in de besluitvorming, het lukt niet om deelnemers voor je participatieaanpak te vinden. Om dit te voorkomen heb je antwoorden nodig op de volgende vragen: 1. Wat is het beleidsdoel/projectdoel dat je wilt bereiken 2. Wat is het participatiedoel dat je daarbij hebt 3. Wat is de ruimte voor inbreng die deelnemers krijgen We lichten het beantwoorden van de vragen iedere keer toe aan de hand van 3 voorbeelden: 1. Wortelopdruk 2. Skeave Huse 3. Avontuurlijke speeltoestellen

14/19

Communicatievisie

1.

Het beleidsdoel/projectdoel

Elk beleid of project, klein of groot, heeft een doel voor ogen. Je wilt iets veranderen, een effect bereiken. We starten met dit beleidsdoel te benoemen. Zodat we weten waar we naartoe werken. We willen daarom het volgende weten: • • •

Welk probleem lossen we op? Wat is er straks anders in de buitenwereld? Wat is het beleidsdoel/projectdoel?

Aan de hand van drie voorbeelden lichten we het ‘Waarom in gesprek’ verder toe. Wortelopdruk Er is wortelopdruk van oude bomen in een straat. De stoep en de straat zijn daardoor hobbelig geworden. Dit begint gevaarlijk te worden voor de gebruikers van de stoep en de straat. Welk probleem lossen we op? Minder overlast door wortelopdruk van de bomen. Wat is er straks anders is in de buitenwereld? Omwonenden en andere gebruikers hebben minder last van hobbels en kunnen daardoor veiliger gebruik maken van de straat. Wat is het beleidsdoel/projectdoel? Een oplossing vinden voor de wortelopdruk van de bomen.

Skeave Huse De gemeente heeft een taak in het bieden van woonruimte aan inwoners die door hun problematiek moeilijk in een gangbare woning in een woonkern kunnen wonen. Door 4 zogenaamde skeave huse te laten ontwikkelen wil de gemeente die verantwoordelijkheid invullen. Er is een locatie gevonden net buiten een woonkern. Welk probleem lossen we op? We bieden passende woonruimte aan inwoners die moeilijk in een reguliere woonomgeving kunnen wonen. Wat is er straks anders is in de buitenwereld? Passende woonruimte lost (een deel van) het probleem van deze inwoners op. Dit heeft maatschappelijke voordelen. Wat is het beleidsdoel/projectdoel? Oplossing woonproblematiek voor inwoners met afstand tot regulier wonen om daarmee diverse maatschappelijke voordelen te behalen.

Avontuurlijke speeltoestellen Een groep bewoners wil graag in hun buurt op een grasveld meer speelmogelijkheden bieden voor de kinderen. Ze zitten te denken aan een netpiramide waarin je lekker kunt klimmen en een kabelbaan waarmee je 30 meter heen en weer kunt zoeven. De gemeente staat hier in principe positief tegenover maar wil niet verantwoordelijk zijn voor het onderhoud en netjes houden. Welk probleem lossen we op? De openbare ruimte wordt aantrekkelijker gemaakt voor de kinderen en er ontstaat een plek waar buurtbewoners elkaar gemakkelijker ontmoeten. Wat is er straks anders is in de buitenwereld? Er is een avontuurlijke speelplek gecreëerd die wordt onderhouden/beheerd door de buurt. Wat is het beleidsdoel/projectdoel? De gemeente geeft hiermee invulling aan het speeltuinbeleid. Ook wordt hiermee actief burgerschap gestimuleerd.

15/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

2.

Wat is het participatiedoel dat je daarbij hebt

Je hebt bepaald wat jouw beleidsdoel of projectdoel is. De volgende stap is het participatiedoel. Het participatiedoel geeft ons richting in de manier waarop we met de deelnemers willen samenwerken en geeft handvatten voor het managen van de verwachtingen. Als ons participatiedoel is om ideeën op te halen om vuurwerkoverlast te voorkomen, ligt een inventariserend gesprek voor de hand. Als het participatiedoel is om eigenaarschap te stimuleren, dan organiseren we een gesprek waarin we met de publieksgroepen cocreëren door samen oplossingen te ontwikkelen. We kunnen werken met de volgende participatiedoelen: • Bewustwording • Kwaliteit • Begrip • Eigenaarschap • Democratisch proces Het participatiedoel dat je kiest is sterk van invloed op de manier waarop de rest van de aanpak ingevuld wordt. Wortelopdruk Er is wortelopdruk van oude bomen in een straat. De stoep en de straat zijn daardoor hobbelig geworden. Dit begint gevaarlijk te worden voor de gebruikers van de stoep en de straat. Wat is het beleidsdoel/projectdoel Een oplossing vinden voor de wortelopdruk van de bomen. Wat is het participatiedoel? De inwoners van de straat zijn gehecht aan hun bomen. We willen begrip van ze voor de maatregelen die we gaan nemen. We zouden ze daarbij ook graag meer eigenaar willen laten voelen van hun eigen omgeving. De participatiedoelen zijn daarmee: Begrip & Eigenaarschap .

Skeave Huse De gemeente wil 4 skeave huse laten te ontwikkelen voor inwoners met afstand tot regulier wonen Wat is het beleidsdoel/projectdoel? Oplossing woonproblematiek voor inwoners met afstand tot regulier wonen om daarmee diverse maatschappelijke voordelen te behalen. Wat is het participatiedoel? De inwoners die in de buurt van de gekozen locatie wonen zijn tegen de ontwikkeling op die plek. De plek is bepaald, maar de gemeente wil werk maken van een zo goed mogelijke inpassing. Daarvoor is inbreng nodig van de omwonenden. Zo wil de gemeente komen tot een zo goed mogelijke inpassing en meer begrip voor de gekozen oplossing. De participatiedoelen zijn daarmee: Kwaliteit & Begrip.

Speeltoestellen in de buurt Inwoners willen graag een aantal avontuurlijke speeltoestellen in hun buurt. Wat is het beleidsdoel/projectdoel? De gemeente geeft hiermee invulling aan het speelbeleid. Ook wordt hiermee actief burgerschap gestimuleerd. Wat is het participatiedoel? We hebben een actieve rol van de inwoners nodig om dit initiatief te laten slagen. Het is belangrijk dat ze zich eigenaar gaan voelen. Eigenaarschap is dan ook het belangrijkste participatiedoel.

16/19

Communicatievisie

3.

Wat is de ruimte voor inbreng die deelnemers krijgen

Hoeveel ruimte is er om werkelijk iets met de resultaten te doen? Het kan zijn dat de beschikbare ruimte beperkt is door politieke/bestuurlijke factoren of door tijdgebrek. Als van tevoren al duidelijk is dat er met ideeën en adviezen weinig zal gebeuren, dan heeft het geen nut om met participatie te beginnen. Sterker nog, dan vergroot je de kans op weerstand. Daarom kijken we in deze sleutel vast naar de ruimte voor inbreng. We gebruiken hiervoor de participatietrap.

Meebeslissen

Coproduceren

Adviseren

Raadplegen

Informeren Participatietrap die we gebruiken bij bepalen van participatieruimte

We verbinden nu de participatiedoelen die we hebben met de participatietrap. Waarbij we dus rekening houden met de mogelijkheden en kaders/grenzen die er zijn. • Bewustwording: We willen dat ons publiek zich bewust is van een vraagstuk. Dit vraagt om goede en heldere communicatie. Dat is de trede Informeren op de participatieladder. • Kwaliteit: We willen de inhoud van het project/beleid verbeteren. Dat kan door expertise en ervaringen op te halen bij publieksgroepen. Dat kan via de tredes raadplegen of adviseren op de participatieladder. • Begrip: We willen elkaars standpunten kennen en begrijpen en rekening houden met elkaar. Dat kan via de tredes adviseren, coproduceren of meebeslissen. • Eigenaarschap: We willen actief burgerschap stimuleren. Dat kan door samen met publieksgroepen aan het werk te gaan. Dat kan via de tredes coproduceren en meebeslissen. • Democratisch proces werkt alleen als publieksgroepen de ruimte krijgen zelf aan de slag te gaan (binnen gestelde kaders) en daarna te kunnen kiezen. Dat kan via de tredes coproduceren en meebeslissen.

17/19

Texelse aanpak voor burgerparticipatie

Wortelopdruk Er is wortelopdruk van oude bomen in een straat. De stoep en de straat zijn daardoor hobbelig geworden. Dit begint gevaarlijk te worden voor de gebruikers van de stoep en de straat. Wat is het beleidsdoel/projectdoel Een oplossing vinden voor de wortelopdruk van de bomen. Wat is het participatiedoel? De inwoners van de straat zijn gehecht aan hun bomen. We willen begrip van ze voor de maatregelen die we gaan nemen. We zouden ze daarbij ook graag meer eigenaar willen laten voelen van hun eigen omgeving. De participatiedoelen zijn daarmee: Begrip & Eigenaarschap Wat is de ruimte voor inbreng die deelnemers krijgen? We willen werken aan begrip en eigenaarschap. Dat betekent dat we vrij hoog op de participatietrap moeten gaan staan. We kiezen dan ook voor coproduceren. Een samengestelde werkgroep van inwoners aangevuld met een bomenexpert onderzoekt de mogelijke oplossingen en doet een voorstel voor de oplossing. De gemeente heeft daarbij vooraf heldere kaders meegegeven

Skeave Huse De gemeente wil 4 skeave huse laten te ontwikkelen voor inwoners met afstand tot regulier wonen Wat is het beleidsdoel/projectdoel? Oplossing woonproblematiek voor inwoners met afstand tot regulier wonen om daarmee diverse maatschappelijke voordelen te behalen. Wat is het participatiedoel? De inwoners die in de buurt van de gekozen locatie wonen zijn tegen de ontwikkeling op die plek. De plek is bepaald, maar de gemeente wil werk maken van een zo goed mogelijke inpassing. Daarvoor is inbreng nodig van de omwonenden. Zo willen we komen tot een zo goed mogelijke inpassing en meer begrip voor de gekozen oplossing. De participatiedoelen zijn daarmee: Kwaliteit & Begrip. Wat is de ruimte voor inbreng die deelnemers krijgen? We willen werken aan kwaliteit en begrip. Dat betekent dat we op de participatietrap op de trede adviseren gaan staan. De uitkomsten van dit participatietraject zijn niet bindend, maar wanneer de gemeente vooraf heldere kaders meegeeft zouden de uitkomsten wel overgenomen moeten worden.

Speeltoestellen in de buurt Inwoners willen graag een aantal avontuurlijke speeltoestellen in hun buurt. Wat is het beleidsdoel/projectdoel? De gemeente geeft hiermee invulling aan het speelbeleid. Ook wordt hiermee actief burgerschap gestimuleerd. Wat is het participatiedoel? We hebben een actieve rol van de inwoners nodig om dit initiatief te laten slagen. Het is belangrijk dat ze zich eigenaar gaan voelen. Eigenaarschap is dan ook het belangrijkste participatiedoel. Dit doel hebben we nodig om ook afspraken te kunnen maken over beheer en onderhoud. Wat is de ruimte voor inbreng die deelnemers krijgen? We willen dat inwoners uit de buurt zich eigenaar voelen van de speeltoestellen. De gemeente en de initiatiefnemers gaan gezamenlijk dit proces in. Dit betekent we op de participatietrap in ieder geval doorklimmen tot en met de trede coproduceren.

18/19

Communicatievisie

Bijlage 4: Online ondersteuningsinstrumenten Online publieksanalyse Dit instrument helpt bij het vinden van alle groepen die we willen betrekken bij een traject. Vervolgens kunnen alle groepen ingedeeld op de cirkels van invloed. Zo ontstaat snel en goed inzicht in wie we willen betrekken en wat de rol is die al deze publieksgroepen kunnen spelen

https://publieksanalyse.sir.nl/ Online participatiebox Dit instrument helpt bij het vinden van een passende gespreks- of werkvorm voor het participatietraject. Op basis van de participatietrap zijn er 110 gespreks- en werkvormen beschikbaar.

https://participatiebox.sir.nl/

19/19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=bd7b2bd5-40d5-48f6-904b-d942ab49a4ce