Bijlage 1. Ruimtelijke onderbouwing 2e fase Postweg met bijlagen publ
Tekst van het document
De overige vegetatie in het bos bestaat uit opslag van jonge bomen en veel struweelgewassen. Dit bosgebied is vooral interessant voor moeras-, zang- en broedvogels.
16
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
Het gebeid heeft potentie voor drie verschillende habitattypen: 1. 2. 3.
N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland, N14.03 Haagbeuken- en essenbos en N11.01 Droog schraalgrasland.
De kwaliteit van deze gebieden verschilt tussen de habitattypen. N12.04 en N11.01 zijn net als de omliggende gebieden nog niet van voldoende kwaliteit. Dit komt omdat het omliggende gebied en met name de overgangszone nog in ontwikkeling zijn. Door het huidige beheer aan te houden is de verwachting dat de gewenste doelen voor deze habitattypen binnen enkele jaren behaald zijn. Voor habitattype N14.03 geldt dat deze al van voldoende kwaliteit is. Er zijn vele structuurkenmerken aanwezig binnen het stuk bos wat nodig is voor een goede kwaliteit van het habitattype. Kenmerken zoals gemengde vegetatie, Europese soorten, gelaagde fases, dikke dode bomen en dikke levende bomen zijn aanwezig waardoor de kwaliteitsbepaling als ‘Hoog’ beschouwd wordt. Voor habitattype N12.04 Zilt- en overstromingsgrasland geldt dat deze hoort bij de WKW van de omliggende gebieden “T5. Natuurgebied Waddenkust”. De vereiste abiotische en ruimtelijke condities voor dit habitattype zijn: • • • • • • • • • • • •
relatief voedselarme onbemeste bodem (abiotisch); oude bodem (ongestoord) (abiotisch); buffercapaciteit bodem/ water (abiotisch); (micro) reliëf (abiotisch); peil- en/of overstromings- dynamiek (abiotisch); brakke kwel (abiotisch); goede (grond- en oppervlakte) water- kwaliteit (abiotisch); bestaand water- en/ of verkavelingspatroon (ruimtelijk); openheid (ruimtelijk); rust (beperkte menselijke aanwezigheid) (ruimtelijk); stilte (ruimtelijk); donkerte (ruimtelijk).
De werkelijke situatie sluit goed aan op deze factoren. Vrijwel alle kenmerken zijn aanwezig in de werkelijke situatie. Het nieuwe gebied ligt in ieder geval een stuk rustiger ten opzichte van het huidige werkgebied waarin gewerkt wordt. Vooral de ruimtelijke condities wordt goed aan voldaan. Er loopt wel een duidelijk pad door het gebied waardoor te zien is dat deze bewandeld wordt. Aan de noordoostkant loopt ook een trap naar beneden waardoor het voor recreanten makkelijk is om het gebied te betreden. De verstoring kan eventueel beperkt worden door hier in te grijpen.
17
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
Figuur 10: Overzicht van het nieuwe gebied.
Figuur 11: Overgangszone nat-droog.
Figuur 12: Open zandplek in het nieuwe gebied.
18
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
4.3 Beheer en inrichting De verwachting is dat door het juiste beheer de kwaliteit van het gebied omhooggaat. Staatsbosbeheer is in het omliggende gebied druk bezig met het ontwikkelen van het gebied om zo de beoogde kwaliteitsdoelen te behalen. Het zuidelijke deel van het gebied is deels gedempt om de ontwikkeling van het grasland te stimuleren. Deze ontwikkeling dient de komende jaren gemonitord te worden of de kwaliteit van de graslanden omhooggaat. Voor goede ontwikkeling van het grasland dient gefaseerd maaibeheer plaats te vinden waarbij het maaisel na een aantal dagen wordt afgevoerd. In de huidige situatie gebeurt dit dat al en dient zo gehouden worden. Het rietland dient jaarlijks gemaaid te worden. Voor de bosstrook geldt dat deze zich niet verder mag gaan uitbreiden. Anders gaat dit ten koste van het grasland, wat het belangrijkste habitattype is in dit gebied. Eventuele zaailingen van bomen buiten de bosstrook dienen regelmatig verwijderd te worden. Ook dient gemonitord te worden op aanwezigheid van exoten welke direct verwijderd moeten worden.
19
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
5
Conclusie
De ingreep is getoetst op verschillende punten die van belang zijn in het kader van de wetgeving voor natuurbescherming en ruimtelijke ingrepen. Het knelpunt van de ingreep voor de natuurbescherming ligt bij de gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland gebieden. Hierbij is gekeken naar welke provinciale documenten van toepassing zijn voor de ingreep en gebieden. Daaropvolgend zijn de wezenlijke kenmerken en waarden (WKW) van deze gebieden in kaart gebracht. De ingreep en nieuwe ontwikkeling zijn vervolgens getoetst op deze WKW’s en is er gekeken of significante effecten zich voortdoen. Op basis van al deze stappen kunnen de volgende conclusies getrokken worden: -
voor de ingreep en compensatie wordt voldaan aan de juiste benodigde stappen als beschreven in de provinciale documenten; door de ingreep gaat 2.214 m² aan NNN-gebied verloren; de WKW’s en de kwaliteit van de habitattypen van de NNN-gebieden welke verloren gaan door de ingreep zijn van lage kwaliteit. Dit heeft te maken met een hoog verstoringsgehalte; het nieuwe gebied waarin NNN-gebied ontwikkeld wordt bedraagt 3.135 m²; de omgeving van dit nieuwe gebied is al aangewezen als NNN-gebied en hoort bij een gebied wat opgenomen is onder de WKW.; de kwaliteit van het gebied in de omgeving is van matige kwaliteit; het nieuw te ontwikkelen gebied is van dezelfde kwaliteit als het aangrenzende gebied; de verwachting is dat door het juiste beheer, binnen enkele jaren de beoogde kwaliteit van de potentiële natuur behaald wordt.
Als de bovenstaande conclusies samengevat worden kan een eindconclusie getrokken worden. 1. Door de ingreep en ontwikkeling van nieuwe natuur vindt geen significante aantasting plaats op beschermde NNN-gebieden. 2. Er vindt toename plaats in oppervlakte en kwaliteit van natuurgebieden.
20
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
6
Bibliografie
BIJ12, 2022, Natuurtypen, Geraadpleegd van: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuuren-landschap/natuurtypen/ Overheid.nl, Wet Natuurbescherming, Geraadpleegd van: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01 Provincie Noord-Holland, 2022, Bijlagen bij ontwerp-omgevingsverordening NH2022 Provincie Noord-Holland, 2022, Omgevingsverordening NH2022 Provincie Noord-Holland, 2020, viewer Omgevingsverordening NH2020, Geraadpleegd van: https://noord-hollandextern.tercera-ro.nl/MapViewer/ Provincie Noord-Holland, 2019, Provinciale Ruimtelijke Verordening Provincie Noord-Holland juni 2019 Provincie Noord-Holland, z.d., Viewer Natuurbeheerplannen, Geraadpleegd van: https://geoapps.noordholland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=nbp Provincie Noord-Holland, z.d., Wegwijzer Natuurnetwerk Nederland, Geraadpleegd van: https://bestanden.noordholland.nl/internet/Onderwerpen/Natuur/nnn-wijzer/ecologisch-onderzoek.html Provincie Noord-Holland, z.d., Noordelijke duinen Texel (T2), geraadpleegd van: https://noord-hollandextern.tercera-ro.nl/SiteData/8002/Publiek/BV00020/b_NL.IMRO.8002.POVPNH-VG01_413.pdf Provincie Noord-Holland, z.d., Natuurgebieden Waddenkust (T5), geraadpleegd van: https://noord-hollandextern.tercera-ro.nl/SiteData/8002/Publiek/BV00020/b_NL.IMRO.8002.POVPNH-VG01_416.pdf RVO, 2022, Voorwaarden Wet natuurbescherming bij buitenwerkzaamheden, Geraadpleegd
van: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijkeingrepen/bij-buitenwerkzaamheden/voorwaarden Smit Groenadvies, februari 2022, Quickscan fietspad trace Postweg Texel
21
Bijlage I bestektekeningen beoogde situatie Rotonde Molenlaan
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
Kruising Postweg met De Krim
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
Kruising Postweg met de Hollandsweg (oost)
Natuurnetwerk Nederland compensatieplan NNN-compensatieplan reconstructie Postweg te Texel
Kruising Postweg met de Hollandsweg (west)
Bijlage II Artikel 1.12 Wet natuurbescherming Natuurnetwerk Nederland 1 Gedeputeerde staten van de provincies dragen, ieder in hun provincie, tezamen zorg voor het nemen van de nodige maatregelen voor: a.
de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland natuurlijk in het wild levende vogelsoorten en in het bijzonder de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de Vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten;
b.
het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende soorten dieren en planten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn, en van de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, genoemd in bijlage I bij de Habitatrichtlijn en habitats van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn, en
c.
het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, bedoeld in artikel 1.5, vierde lid.
2 Met het oog op het eerste lid dragen gedeputeerde staten in hun provincie in elk geval zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd «natuurnetwerk Nederland». Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. 3 Gedeputeerde staten kunnen gebieden gelegen buiten het natuurnetwerk Nederland aanwijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden, met inachtneming van hun cultuurhistorische kenmerken. Deze gebieden worden aangeduid als «bijzondere provinciale natuurgebieden», onderscheidenlijk «bijzondere provinciale landschappen». 4 Door Onze Minister en gedeputeerde staten gezamenlijk wordt op adequate wijze de verantwoording inzake de geleverde inspanning voor het behalen van de doelstellingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn gemonitord. Onze Minister informeert de beide Kamers der Staten-Generaal over de voortgang van de totstandkoming en instandhouding van het natuurnetwerk Nederland op basis van de ter zake doende gegevens die door gedeputeerde staten zijn aangeleverd.
Ecologische quickscan Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel In het kader van de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland
In opdracht van Gemeente Texel
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
In opdracht van: Naam Contactpersoon Postadres Postcode + plaats
: Gemeente Texel : : Emmalaan 15 : 1791 AT Den Burg
Datum Onderzoekers Opgesteld door Gecontroleerd door Status Versie Geldigheidsduur
: 17 maart 2022 : : : : Definitief :1 : 3 jaar
Smit Groenadvies BV Adres Telefoonnummer E-mail Internet
: Zijperweg 5 1742 NE Schagen : : :
Disclaimer * Natuur is onvoorspelbaar. Het is mogelijk dat ondanks de zorgvuldige voorbereiding en onderzoek toch beschermde soorten worden aangetroffen tijdens de werkzaamheden. In dat geval heeft de uitvoerder een zorgplicht en is verantwoordelijk voor de verdere gang van zaken. In de wet is namelijk vastgelegd dat de wettelijke zorgplicht voor de aanwezige natuur gedurende het gehele plan-, uitvoerings- en beheertraject de verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever. Bij twijfel of er beschermde soorten en/of vaste rust-, verblijf- en voortplantingsplaatsen voorkomen in het plangebied moet altijd nader onderzoek worden uitgevoerd.
** Voor het uitvoeren van het onderzoek gebruiken wij onder andere gegevens van de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). De NDFF ontwikkelt zich naar open data, met consequenties voor de invoer en het gebruik van NDFF-data. De data die wij verkrijgen met het uitvoeren van het onderzoek in deze offerte zullen wij op termijn moeten delen met het NDFF. Deze data wordt dan (deels) publiekelijk toegankelijk. Wanneer u deze offerte accepteert, geeft u akkoord voor het delen van de verkregen onderzoeksgegevens.
2 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
Inhoud 1
2
3
4
5
6
7
INLEIDING
4
1.1 1.2 1.3
4 4 5
Doel van de quickscan Gebiedsbeschrijving Leeswijzer
EINDOORDEEL
6
2.1 2.2
Conclusie Advies
6 7
ONDERZOEKSMETHODE
8
3.1 3.2 3.3
Doel van het onderzoek Veld- en bureauonderzoek Werkwijze
8 8 8
BESCHERMDE NATUURGEBIEDEN
9
4.1 4.2
9 10
Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden in de omgeving van het plangebied
RESULTATEN UIT VELD- EN BUREAUONDERZOEK
11
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
11 11 11 11 12 12 13 14
Vleermuizen Vogels met jaarrond beschermde nesten Vogels zonder jaarrond beschermde nesten Amfibieën, vissen en reptielen Grondgebonden zoogdieren Libellen, dagvlinders en ongewervelden Flora en beplanting rondom het plangebied Conclusie resultaten
EFFECTEN
15
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7
15 15 15 15 15 15 16
Vleermuizen Vogels met jaarrond beschermde nesten Vogels zonder jaarrond beschermde nesten Amfibieën, vissen en reptielen Grondgebonden zoogdieren Libellen, dagvlinders en ongewervelden NNN-gebieden
LITERATUUR
BIJLAGES
17
18
Bijlage I Wettelijk kader Bijlage II Beknopte samenvatting Wet natuurbescherming
18 20
3 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
1
Inleiding
Gemeente Texel heeft plannen het fietspad te vernieuwen bij de reconstructie van een tracé aan de Postweg nabij Cocksdorp. Binnen het bestaande wegprofiel wordt het fietspad vernieuwd. Drie (T-) kruisingen krijgen een nieuw profiel waarbij het meest noordelijke kruispunt als een rotonde wordt aangelegd (figuur 1). De sloot naast de wegberm wordt op de twee meest zuidelijke kruispunten deels gedempt. Er worden enkele bomen gekapt voor de verbreding, het aantal is nog niet bekend. Om de reconstructie van de Postweg te toetsen aan de Wet natuurbescherming heeft de gemeente Texel, Smit Groenadvies gevraagd voor het uitvoeren van een ecologische quickscan. De Wet natuurbescherming (Wnb) legt enkele verplichtingen op bij langdurig beheer en ruimtelijke ingrepen in de natuur. De wet verplicht de initiatiefnemer op de hoogte te zijn van mogelijke beschermde natuurwaarden binnen het werkgebied. Het doel van de wet is dat de inheemse flora en fauna in stand blijft. Door deze natuurwaarden vooraf te onderzoeken, wordt schade aan beschermde soorten voorkomen of beperkt. Als schade niet te voorkomen is, moet de initiatiefnemer een ontheffing aanvragen. 1.1 Doel van de quickscan Het doel van de flora- en faunascan is het opsporen van eventuele strijdigheden van de voorgenomen werkzaamheden met de natuurwetgeving. 1.2 Gebiedsbeschrijving Het fietspad ligt langs de Postweg, een tweebaansweg.
De Postweg ligt ten oosten van de Cocksdorp en ten westen van de Roggesloot in Texel (figuur 1). De directe omgeving bestaat uitnatuurgebied; ten westen duinbos en ten oosten een brakwater zeearm met daarnaast riet- en grasland. Er liggen wat vrijstaande gebouwen aan de Postweg. Het tracé heeft een lengte van ongeveer 600 meter en ligt tussen de brandweerkazerne aan de Postweg 211 en Hotel Molenbos aan de Postweg 226. Bij de brandweerkazerne ligt een T-kruising met de Hollandseweg (figuur 1, cirkel 3). In het midden van het tracé, op 250 meter ten noordoosten ligt de Krim: een T-kruising met de Roggeslootweg (figuur 1, cirkel 2). Op de meest noordoostelijke locatie ligt een Y-splitsing met de Molenlaan en Vuurtorenweg (figuur 1, cirkel 1). Voor alle locaties geldt dat Staatsbosbeheer als grondeigenaar bestendig beheer uitvoert.
4 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
Figuur 1. Tracé langs fietspad Postweg (rode lijn) waarlangs drie kruisingen worden heringericht (rode cirkels)
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de aanbevelingen en conclusie behandeld. Op basis van welke beschermde soorten er mogelijk aanwezig zijn en wat de effecten van de werkzaamheden op deze soorten zijn, volgt het advies. In hoofdstuk 3 wordt de onderzoeksmethode beschreven. Er wordt ingegaan op het doel van het onderzoek en de gevolgde methode voor de bureaustudie en het veldonderzoek. In hoofdstuk 4 wordt behandeld of beschermde natuurgebieden voorkomen in de omgeving van het plangebied. In hoofdstuk 5 worden de resultaten van het bureauonderzoek gekoppeld aan de resultaten van het veldonderzoek, hierbij is gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten en potentiële functies van het plangebied voor deze soorten. In hoofdstuk 6 worden conclusies getrokken over de effecten van de werkzaamheden op beschermde soorten.
5 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
2
Eindoordeel
In dit hoofdstuk staan de hoofdlijnen van het rapport. Welke beschermde soorten zijn mogelijk aanwezig, wat zijn de effecten van de werkzaamheden op beschermde soorten en hieruit volgend advies. Beschermde, niet vrijgestelde soorten
Potentieel aanwezig binnen het plangebied
Biotoop
Advies
verblijfplaats
Nee
-
-
foerageergebied
Ja
Lijnvormige landschapselementen
Gedragscode bosbeheer 20102015
vliegroute
Ja
Lijnvormige landschapselementen
Vogels met jaarrond beschermd nest
Ja
Duinbos, rietland
Gedragscode bosbeheer 20102015 Gedragscode bosbeheer 20102015
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
Ja
Duinbos, rietland
Vissen, amfibieën
Ja
Waterelementen en winterbiotoop
Grondgebonden zoogdieren
Ja
Duinbos en oevervegetatie
Gedragscode bosbeheer 20102015
NNN-gebied
Ja
2214 m2
NNN compensatieplan
Vleermuizen
2.1
Gedragscode bosbeheer 20102015 Gedragscode bosbeheer 20102015
Conclusie
Vliegroutes van vleermuizen, vogels met jaarrond beschermde nesten (cat. 5) en zonder jaarrond beschermde nesten worden verwacht bij het duinbos. Vissen en amfibieën, met name de beschermde rugstreeppad kan in de watergang voorkomen. De algemene grondgebonden zoogdieren met name de beschermde noordse woelmuis kan aan de oevers van watergang voorkomen. Door de voorgenomen werkzaamheden bij de drie kruisingen worden negatieve effecten op bovenstaande soorten verwacht. Om overtreding van Wnb te voorkomen dienen vervolgstappen te worden genomen.
6 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
2.2 Advies Het advies is om te werken volgens de oude gedragscode “bosbeheer 2010-2015 inclusief aanvullingen naar aanleiding van de tussenuitspraak d.d. 23 augustus 2012”, zodat de werkzaamheden ontheffingsvrij zijn. De uitvoerder dient met een activiteitenplan te werken. De rugstreeppad, de noordse woelmuis en broedvogels verdienen extra aandacht bij de werkzaamheden evenals alle maatregelen in het activiteitenplan hieromtrent (maatregelen als inspectie voorafgaand aan de aanlegfase, het plaatsen van een amfibieën scherm, het werken buiten de kwetsbare perioden). Nadat de werkzaamheden uitgevoerd zijn, is het NNN gebied in omvang afgenomen met 2214 m2. De initiatiefnemer dient een compensatieplan te maken waarin beschreven staat hoe deze afgenomen oppervlakte wordt gecompenseerd door aanwas van oppervlakte van NNN gebied elders op Texel. De provincie toetst het compensatieplan met een NNN-toets en het nee / tenzij principe.
7 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
3
Onderzoeksmethode
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het doel van het onderzoek en de gevolgde methode voor de bureaustudie en het veldonderzoek. 3.1 Doel van het onderzoek Het doel van de flora- en faunascan is het opsporen van eventuele strijdigheden van de voorgenomen werkzaamheden met de natuurwetgeving. Gekeken wordt naar welke middelen gebruikt zijn om te komen tot een advies ten aanzien van de geplande werkzaamheden. 3.2 Veld- en bureauonderzoek Om eventuele strijdigheden met de Wnb te kunnen aantonen is een verkennende scan uitgevoerd van het plangebied en de directe omgeving (<1km). Hierbij is onderzocht wat de afstand tot beschermde natuurgebieden is en welke effecten de geplande werkzaamheden hierop kunnen hebben. Middels een veldverkenning en gegevens van Nationale Databank Flora en Fauna en waarneming.nl is de aanwezigheid van leefgebied van beschermde soorten geanalyseerd. Het aantonen of uitsluiten van een leefgebied van een beschermde soort is van belang om de potentiële negatieve effecten van de werkzaamheden te kunnen beoordelen. Aanvullend worden waargenomen soorten genoteerd. Deze waarnemingen zijn uit de aard der zaak niet volledig. Het plangebied is bezocht op 28 januari om 16.00 en is uitgevoerd door G. Luchtenberg. Tijdens het bezoek waren de volgende weersomstandigheden: • temperatuur: 7℃ • neerslag: droog • windrichting & windkracht: W 4 Bft.
• bewolking: onbewolkt Waarnemingen zijn gedaan met behulp van een verrekijker en foto’s zijn gemaakt met behulp van een mobiele telefoon. 3.3 Werkwijze Om bovenstaand doel te bereiken, zijn de volgende werkstappen doorlopen: • • • • • • • •
bureaustudie; veldverkenning in het plangebied waarbij een analyse is gemaakt van de aanwezige leefgebieden. Het leefgebied is een indicatie van welke beschermde soorten zijn te verwachten. aanvullend worden waargenomen soorten genoteerd. Deze waarnemingen zijn uit de aard der zaak niet volledig; opstellen van een lijst van de mogelijk voorkomende beschermde soorten; effectanalyse; formuleren van een conclusie of er sprake is van een conflict met de Wet natuurbescherming; zo nodig: advies voor nader onderzoek; zo nodig: advies met betrekking tot mitigerende en compenserende maatregelen.
8 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
4
Beschermde natuurgebieden
Tijdens de bureaustudie is gekeken naar de vraag of natuurgebieden in de omgeving van de planlocatie voorkomen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de Natura 2000-gebieden en de Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. Hierbij wordt gekeken naar de afstand van deze gebieden tot het plangebied. Zo kan bepaald worden of de geplande werkzaamheden mogelijk invloed hebben op de natuurwaarden van de beide gebieden. 4.1 Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied Het plangebied ligt op meer dan 500 meter van het Natura 2000-gebied ‘duinen en lage land Texel’, die onder de bescherming van de Wet natuurbescherming vallen (figuur 2). Vanwege deze afstand is geen effect te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen van doelsoorten en habitattypen die in het kader van de Wet natuurbescherming aangewezen zijn als gevolg van verstoring door geluid, licht en andere verstoringsfactoren. Sinds 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn) van kracht. Hierdoor is de (tijdelijke) bouwfase vrijgesteld van vergunningsplicht voor stikstofdepositie. Wat wel getoetst moet worden is de gebruiksfase. Aangezien de functie van het plangebied niet is verandert en het huidige gebruik in stand blijft is voor de gebruiksfase geen extra depositie te verwachten. Effect door het toedoen van stikstofdepositie is niet te verwachten.
Figuur 2. Het fietspad minimaal 500 meter van het Natura 2000 gebied 'duinen en lage land Texel'
9 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden in de omgeving van het plangebied Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden zijn aangewezen gebieden waarin de natuur voorrang heeft, ook grote wateren met natuurwaarden zijn meegenomen. De provincie werkt aan het behoud en de ontwikkeling van deze gebieden. Dit wordt gedaan in samenwerking met natuur beherende organisaties, boeren, gemeenten en waterschappen. Het doel is een betere verbinding tussen natuurgebieden en het omringende agrarisch gebied ter vervolmaking van de biodiversiteit. Het plangebied ligt langs een NNN gebied (figuur 3), en de activiteiten vinden deels plaats binnen NNN-gebied. De westelijke wegberm grenst aan een sloot met direct erachter het natuurgebied (NNN). Bij de meest zuidelijke kruising (figuur 3, cirkel 3) vinden de werkzaamheden plaats aan de zuidoostelijke wegberm. Hier ligt NNN gebied met gemaaid rietland (natuurdoeltype N05.02), brak water (natuurdoeltype N04.03), zilt en overstromingsgrasland (natuurdoeltype N12.04) en kruiden en faunarijk grasland (natuurdoeltype N12.02).
Bij kruising de Krim (figuur 3, cirkel 2) vinden de werkzaamheden plaats in een klein deel van de noordwestelijke berm en gaat het om nog om te vormen grond van landbouw naar natuur (natuurdoeltype N00.01) en duinbos (natuurdoeltype N15.01) Bij de kruising bij Hotel Molenbos (figuur 3, cirkel 1) worden de wegbermen rondom in een nieuw profiel verlegd in NNN gebied en gaat het om duinbos.
Figuur 3. Het plangebied, met de drie kruispunten omcirkeld, langs een NNN gebied
10 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
5
Resultaten uit veld- en bureauonderzoek
In dit hoofdstuk worden de resultaten die verkregen zijn uit het veldonderzoek gecombineerd met gegevens uit de bureaustudie naar beschermde soorten. Tijdens het veldonderzoek is het plangebied en omgeving onderzocht op aanwezigheid van potentiële gebruiksfuncties van (beschermde) soorten. Via verspreidingsgegevens van historische waarnemingen (2016 tot heden) is gekeken of beschermde diersoorten voorkomen in en rondom het plangebied. De te verwachten soorten worden hieronder per soortgroep nader behandeld. 5.1 Vleermuizen In NDFF staan vier waarnemingen van een foeragerende laatvlieger en één van een foeragerende ongedetermineerde dwergvleermuis. Dit zijn gebouwbewonende soorten. Er zijn geen waarnemingen van boombewonende soorten bekend in NDFF. Langs het tracé, buiten het plangebied, staan zes gebouwen op vijftien meter afstand tot het plangebied, hier kunnen verblijfplaatsen zijn van gebouwbewonende vleermuizen. In de bomen zijn geen holen of loszittend schors aangetroffen waardoor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. De bosrand en de weg zijn lijnvormige elementen in het landschap die door vleermuizen gebruikt kunnen worden als vlieg- en als foerageerroute.
5.2 Vogels met jaarrond beschermde nesten In de NDFF zijn waarnemingen uit de directe omgeving genoteerd van huismus en gierzwaluw (cat. 2), en kerkuil (cat. 3). Deze soorten hebben gebouwen als verblijfplaats. Roofvogels en uilen die waargenomen zijn, t.w. boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief & zwarte wouw (cat. 4) kunnen nesten hebben in het duinbos. Vogels met een jaarrond beschermd nest in categorie vijf zijn ook waargenomen, dit zijn ekster, gekraagde roodstaart, grote bonte specht, ijsvogel, koolmees, oeverzwaluw, pimpelmees, spreeuw, zwarte kraai, en zwarte roodstaart, hiervoor zijn er in de directe omgeving van het plangebied veel uitwijkmogelijkheden met vergelijkbaar biotoop of biotoop van betere kwaliteit aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn er verschillende zangvogels waargenomen met een vaste verblijfplaats, koolmees, pimpelmees (beide cat.5) in de ondergroei van het duinbos bij Hotel Molenbos. Gierzwaluw, huismus, roofvogels, roofvogelnesten of sporen zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De verwachting is dat het plangebied geen essentieel leefgebied vormt voor deze soortgroep vanwege het ontbreken van geschikte hoge bomen en gebouwen in het plangebied. 5.3 Vogels zonder jaarrond beschermde nesten In NDFF staan waarnemingen van spotvogel, braamsluiper, zanglijster, zwartkop, grasmus, rietzanger, bosrietzanger, kleine karekiet.
Dit zijn soorten die in natte ruigtes en rietland voorkomen. Tijdens het veldbezoek zijn er algemene vogelsoorten waargenomen als kauw en houtduif. Riet- en moerasvogels gebruiken het rietland naast het fietspad om nesten in te bouwen. De bosrand naast het plangebied met hier en daar vrij open ondergroei heeft een functie voor zangvogels als zanglijster, zwartkop, spotvogel om nesten in te bouwen, als foerageer- en rustplaats. 5.4 Amfibieën, vissen en reptielen De waarnemingen in NDFF tonen aan dat beschermde rugstreeppad in de directe omgeving van het plangebied voorkomt. Daarnaast komen algemene amfibiesoorten als bastaardkikker, bruine kikker, groene kikker, poelkikker en kleine watersalamander voor. De waargenomen soorten zijn vrijgesteld onder de vrijstellingen van provincie NoordHolland, deze vrijstelling geldt niet voor rugstreeppad.
11 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
Tijdens het veldbezoek is geschikt voortplantingsbiotoop voor rugstreeppad geconstateerd. De ondiepe sloot met zandige ondergrond is hiervoor geschikt (figuur 4). Waarnemingen van algemene vissoorten als driedoornige- en tiendoornige stekelbaars, rietvoorn, karper en zeevissen als bot, gewone zeedonderpad, grote zeenaald, kortsnuitzeepaardje en sprot komen in de directe omgeving van het plangebied in het brakwatergebied (zie kruising 3 in figuur 3) voor. Alleen nabij het zuidelijke kruispunt kunnen deze soorten worden verwacht. Er zijn geen waarnemingen van reptielsoorten bekend in NDFF. Tijdens het veldbezoek zijn er geen reptielen of sporen waargenomen.
Figuur 4. Links fietspad met watergang, rechts blad in de watergang
5.5 Grondgebonden zoogdieren Er zijn waarnemingen in NDFF genoteerd van diverse algemene zoogdiersoorten. Alleen de in de directe omgeving waargenomen noordse woelmuis is niet vrijgesteld onder de vrijstellingen van provincie Noord-Holland. Tijdens het veldbezoek is geschikt biotoop aangetroffen voor noordse woelmuis. Deze kan gebruik maken van de watergangen (fig. 4), drogere delen als winterverblijfplaats, nattere delen als zomerverblijfplaats. De noordse woelmuis mijdt vegetatie die gedomineerd wordt door struiken en bos. Het habitat in het plangebied is suboptimaal. De aanwezigheid van andere woelmuissoorten worden verwacht in het plangebied en daarvan is bekend dat deze de noordse woelmuis verdringen. 5.6 Libellen, dagvlinders en ongewervelden De verspreidingsgegevens in NDFF tonen aan dat naast diverse algemene dagvlinders er beschermde dagvlindersoorten voorkomen: duinparelmoervlinder, grote parelmoervlinder, grote vos. De beschermde vlindersoorten zijn afhankelijk van het voorkomen van hun waardplant. Voor duinparelmoervlinder en grote parelmoervlinder zijn dat diverse soorten viooltjes, voor de grote vos de iep, zoete kers en wilgen. In NDFF zijn er geen waarnemingen bekend van deze waardplanten. Ook zijn deze waardplanten niet aangetroffen tijdens het veldbezoek, daarnaast is de bodemsamenstelling is niet geschikt als standplaats.
Het plangebied is wel geschikt voor algemene dagvlinders De verspreidingsgegevens in NDFF tonen aan dat diverse algemene libellensoorten in de directe omgeving van het plangebied voorkomen; beschermde soorten zijn niet waargenomen. Er is geen biotoop voor beschermde libelsoorten waargenomen tijdens het veldbezoek.
12 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
5.7 Flora en beplanting rondom het plangebied Er zijn geen waarnemingen in NDFF bekend van beschermde plantensoorten in de omgeving van het plangebied, wel van algemene plantensoorten als riet, grote brandnetel, grote kattenstaart, duizendblad, rode klaver. Het plangebied grenst langs het gehele traject aan de westkant aan een sloot begroeid met riet. Net daarachter ligt de bosrand van het duinbos, bestaand uit 20 – 30 jarige eiken/beukenbos met wat elzen. Bij de meest zuidelijke T-kruising met de Hollandseweg ligt schraal grasland met kruidenrijke bermen en er zijn twee slootjes aan weerszijden van de Postweg met rietkragen. Ten oosten van de tweebaanweg ligt grasland van verzilte en overstroomde gebieden. Bij de Krim staat duinbos. De oeverbegroeiing is hier wat dichter dan op de eerdergenoemde plaatsen. De zanderige slootjes langs de weg liggen vol met bladafval (figuur 6). In een stuk bos bij de Y splitsing bij Hotel Molenbos ligt een takkenhoop van dikke stammen (figuur 5), jonge/middeloude eiken / beukenbos zonder holtes of schors, en een vrij open ondergroei met struiken.
Figuur 5. Ondergroei duinbos bij kruispunt Hotel Molenbos
13 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
Figuur 6. De rand van het duinbos bestaat uit jonge eiken / beuken. Noordelijk deel van het tracé.
5.8 Conclusie resultaten Vleermuizen kunnen van lijnvormige landschapselementen in het plangebied gebruik maken als vlieg- of foerageerroute. Algemene vogelsoorten kunnen in het riet en het duinbos voorkomen en hebben voldoende uitwijkmogelijkheden in de omgeving. Padden en amfibieën kunnen voorkomen in de sloot en hebben voldoende uitwijkmogelijkheden in de directe omgeving. De beschermde rugstreeppad en noordse woelmuis kunnen gebruik maken van de watergangen als verblijfplaats en leefgebied. Voor andere beschermde soorten zijn er geen mogelijke verblijfplaatsen waargenomen op of in het gebied.
14 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
6
Effecten
Tijdens de werkzaamheden worden er delen van de watergang gedempt en oppervlaktes van de duinbosrand gekapt. Het effect hiervan is tijdelijke verstoring en het verdwijnen van oppervlakte leefomgeving voor soorten die in deze biotopen leefgebied hebben. In dit hoofdstuk worden de effecten van de werkzaamheden per soortgroep behandeld. 6.1 Vleermuizen Vleermuissoorten die boombewonend zijn hebben geen verblijfplaatsen in het plangebied omdat bomen met holen ontbreken. Gebouwbewonende soorten kunnen verblijfplaatsen hebben in de directe omgeving van het plangebied. Door de afstand tot de weg, de aanwezige heggen en groenstructuren tussen de gebouwen en de weg, zijn effecten op gebouwbewonende soorten uit te sluiten. De mate van verstoring door licht, trillingen en geluid zijn vergelijkbaar met regulier wegonderhoud en verkeer op de Postweg. Het biotoop duinbosrand langs de westzijde van het fietspad kan een functie vervullen als foerageerroute en als migratieroute voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen effect op de foerageerroutes en de migratieroutes. Door de voorgenomen werkzaamheden gaan naar verwachting geen essentiële vliegroutes verloren. 6.2 Vogels met jaarrond beschermde nesten Cat. 5 soorten als de koolmees en de pimpelmees gebruiken het plangebied als nestplaats.
Door de voorgenomen werkzaamheden worden deze soorten verstoord, er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden in de omgeving aanwezig. 6.3 Vogels zonder jaarrond beschermde nesten Tijdens de broedperiode kunnen vogels nesten bouwen in het riet en in het duinbos. Indien er in de broedperiode wordt gewerkt dan worden aanwezige nesten verstoord. Er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden in de omgeving aanwezig. 6.4 Amfibieën, vissen en reptielen Aanwezigheid van de rugstreeppad en algemene vissen en amfibieën in het plangebied kan niet worden uitgesloten. Door de voorgenomen werkzaamheden gaat een deel van dit leefgebied verloren. De verwachting is dat dit geen essentieel leefgebied is. In de omgeving is voldoende kwalitatief vergelijkbaar biotoop aanwezig. Wanneer er buiten de kwetsbare periode gewerkt wordt, vindt er geen verstoring plaats. 6.5 Grondgebonden zoogdieren Een deel van de sloot in het plangebied wordt gedempt, dit is potentieel leefgebied van noordse woelmuis. Er zijn in de omgeving voldoende uitwijkmogelijkheden van betere kwaliteit voor noordse woelmuis. Wanneer er buiten de kwetsbare periode gewerkt wordt, vindt er geen verstoring plaats. 6.6 Libellen, dagvlinders en ongewervelden Algemene vlindersoorten kunnen voorkomen in de wegberm. Deze soorten hebben voldoende uitwijkmogelijkheden binnen het plangebied.
De beschermde vlindersoorten duinparelmoervlinder, grote parelmoervlinder en grote vos kunnen incidenteel in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vanwege het ontbreken van waardplanten hebben de werkzaamheden geen negatieve effecten op deze soorten. Het duinbos en de sloot is leefgebied voor algemene libellen, die het kunnen gebruiken als opgroeiwater en paarplek. Deze soorten hebben voldoende uitwijkmogelijkheden binnen het plangebied.
15 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
6.7 NNN-gebieden Nadat de werkzaamheden hebben plaatsgevonden is het NNN gebied in omvang afgenomen met 2214 m2. Het gaat om 1266m2 bij kruising Hotel Molenbos, 34m2+35m2 bij kruising de Krim en 437m2+442m2 bij de kruising Hollandseweg. De volgende natuurdoeltypen nemen in oppervlakte af: gemaaid rietland (natuurdoeltype N05.02), brak water (natuurdoeltype N04.03), zilt en overstromingsgrasland (natuurdoeltype N12.04), kruiden en faunarijk grasland (natuurdoeltype N12.02), nog om te vormen naar natuur (natuurdoeltype N00.01) en duinbos (natuurdoeltype N15.01) (figuur 3).
16 | 33
Quickscan Flora en Fauna
Verbreding wegprofiel op drie kruisingen van tracé Postweg te Texel
7
Literatuur
BIJ12. (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2017). Kennisdocument Huismus. Utrecht: BIJ12. BIJ12. (2017). Kennisdocument Gierzwaluw. Utrecht: BIJ12. Bosschap (2010). Gedragscode bosbeheer 2010-2015 inclusief aanvullingen naar aanleiding van de tussenuitspraak d.d. 23 augustus 2012. Ecologica. (2021). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 08-02-2022. NDFF (z.d.). Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 08 februari 2022, van NDFFecogrid.nl/uitvoerportaal RVO. 2021. Indicatieve lijst jaarrond beschermde vogelnesten. geraadpleegd op 08-02-2022, van https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/04/Lijst-jaarrond-beschermde-vogelnesten.pdf Waarneming.nl (z.d.). Waarneming.nl. Geraadpleegd op 08 februari 2022, van https://www.waarneming.nl
17 | 33