Bijlage 1 ontwerpplan gmb-2025-136151
Tekst van het document
Uit de samenhang met artikel 22.10 «Aansluiting op distributienet voor warmte» volgt dat een warmteplan kan worden vastgesteld door gemeenten die tot aanleg van een nieuw distributienet willen overgaan. Wanneer een gemeente in verschillende gebieden tot aanleg van warmtenetten wil overgaan, moet het warmteplan per distributienet worden vastgesteld. Het gebied moet in het warmteplan zo nauwkeurig mogelijk worden afgebakend, bijvoorbeeld door een van het warmteplan deel uitmakende plankaart. In het warmteplan moet het geplande aantal aansluitingen op het distributienet worden aangegeven. Dat is van belang omdat de aansluitplicht op grond van artikel 22.10, eerste lid, onder a, niet meer van toepassing is op in het warmteplangebied te bouwen bouwwerken wanneer het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen daadwerkelijk is bereikt. Dit wordt beoordeeld op het moment van het indienen van de aanvraag om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk. Als aan het geplande aantal aansluitingen is voldaan, is vrijwillige aansluiting niet uitgesloten.
In de fase dat het geplande aantal aansluitingen nog niet is bereikt, geldt de aansluitplicht overigens ook wanneer het definitieve distributienet nog niet gereed is en bouwwerken tijdelijk collectief van warmte worden voorzien door transport van in hulpketels opgewekte warmte totdat de definitieve infrastructuur gereed is. In het warmteplan moet de te bereiken mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van de aansluiting op het distributienet voor warmte, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, worden aangegeven. Het gaat daarbij om de mate die bereikt wordt wanneer het in het warmteplan aangegeven aantal aansluitingen op dat distributienet is bereikt. Deze mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu moet duidelijk zijn aangegeven, bijvoorbeeld aan de hand van getallen voor CO2, en NOx, zodat eenvoudig kan worden getoetst of sprake is van een aan aansluiting op het warmtenet gelijkwaardige oplossing. De gemeenteraad is bevoegd het warmteplan vast te stellen. Hiermee is zeker gesteld dat de te maken gemeentelijke keuzen over de aanleg van warmtenetten in een gebied via een voor belanghebbenden transparant en democratisch gelegitimeerd proces tot stand komen.
Voor het warmteplan gelden – als onderdeel van het omgevingsplan – geen specifieke inhoudelijke vereisten. Als een gemeente geen warmteplan heeft vastgesteld of niet tijdig (binnen de afgesproken periode) opnieuw heeft vastgesteld, dan kan in die gemeente artikel 22.10 «Aansluiting op distributienet voor warmte» niet worden toegepast. In die gemeente kan op basis van vrijwilligheid worden aangesloten op het warmtenet. Zie ook de toelichting op het begrip distributienet voor warmte en de toelichting bij artikel 22.10 «Aansluiting op distributienet voor warmte». T De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
BIJLAGE I BIJ ARTIKEL 1.1, TWEEDE LID, VAN DIT OMGEVINGSPLAN, BEGRIPSBEPALINGEN In Bijlage I bij artikel 1.1 van dit omgevingsplan zijn in aanvulling op de begrippen van de Omgevingswet, de AMvB’s en de Omgevingsregeling de overige begripsbepalingen opgenomen die nog nodig zijn. Deze begrippen worden hieronder toegelicht.
24
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
Activiteitenbesluit-bedrijventerrein Het begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein is opgenomen omdat in artikel 22.63, tweede lid, voor gevoelige objecten die op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein zijn gelegen, hogere geluidswaarden zijn vastgesteld. In de definitie van het begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein wordt aangesloten bij geldende omgevingsplannen. Het komt vaak voor dat een omgevingsplan dat (in het tijdelijke deel) een bedrijventerrein aanduidt, meer bestemmingen omvat dan alleen bedrijfsbestemmingen. Zo kan een natuurgebied of landelijk gebied deel uitmaken van een gebied dat in een omgevingsplan is begrensd door een grens die een bedrijventerrein aanduidt. Het is niet de bedoeling dat de hogere waarden ook in die gebieden gelden. Anderzijds kan het voorkomen dat er één of enkele percelen zijn met een andere bestemming dan een bedrijfsbestemming, die omsloten zijn door percelen met bedrijfsbestemmingen. Voor die percelen, bijvoorbeeld een burgerwoning op het bedrijventerrein, zijn de hogere waarden wel van toepassing. Om die reden wordt het begrip beperkt tot een cluster percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen. Opgemerkt wordt dat in het nieuwe stelsel de term «bedrijventerrein» zonder definitie wordt gehanteerd. Deze regel moet worden overgezet van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan naar het nieuwe deel van dit omgevingsplan.
In het nieuwe deel wordt concreet aangeduid voor welke locaties de hogere waarde geldt. Er kan dan geen gebruik meer gemaakt worden van het begrip Activiteitenbesluit-bedrijventerrein.
concentratiegebied geurhinder en veehouderij Het begrip «concentratiegebied geurhinder en veehouderij» voor in de paragraaf over geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s die gehouden worden voor het berijden, in dierenverblijven. Als een gemeente in een geurverordening een concentratiegebied heeft aangewezen, dan wordt deze verordening na inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 4.6, eerste lid, onder e van de Invoeringswet Omgevingswet van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben gemeenten op grond van artikel 5.108 van het Bkl de bevoegdheid om in het omgevingsplan één of meerdere concentratiegebieden aan te wijzen. Bestaande concentratiegebieden geurhinder en veehouderij moeten in de transitieperiode overgezet worden van het tijdelijke deel van het omgevingsplan naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.
distributienet voor warmte Dit begrip is gedefinieerd als «collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater». Onder dit distributienet valt dus zowel een stadsverwarmingssysteem als een «klein» wijk- of buurtverwarmingssysteem. Voor de definitie is voor zover mogelijk aansluiting gezocht bij de begripsomschrijving zoals deze is opgenomen in NVN 7125 van april 2011.
geurgevoelig object Om geen te groot gat te laten vallen op moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, wordt er voor geur in de omgevingsplanregels van rijkswege uitgegaan van de begrippen uit de ingetrokken regelgeving. Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer en de voormalige Wet geurhinder en veehouderij was de groep objecten die beschermd werden tegen geurhinder, anders dan de groep geurgevoelige gebouwen die beschermd worden op grond van en gedefinieerd zijn in het Bkl. Aan de ene kant is het begrip geurgevoelig object breder dan het begrip geurgevoelig gebouw: onder het begrip geurgevoelig object vallen alle locaties waarbij hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Onder geurgevoelig gebouw op grond van artikel 5.91 van het Bkl vallen kort gezegd alleen gebouwen met een woon-, onderwijs-, of gezondheidzorg- of kinderopvangfunctie. Onder het begrip geurgevoelig object, valt dus ook het begrip geurgevoelig gebouw. Overigens biedt het vierde lid van artikel 5.91 van het Bkl wel de mogelijkheid om in dit omgevingsplan ook andere geurgevoelige gebouwen of gedeelten van gebouwen aan te wijzen, mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen. Aan de andere kant is het begrip geurgevoelig object smaller dan het begrip geurgevoelig gebouw.
Onder het begrip geurgevoelig gebouw, wordt ook verstaan: een gebouw dat nog niet aanwezig is maar op grond van een omgevingsplan of omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gerealiseerd.
25
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
Soms is er voor bestaande of nieuwe situaties wel al bewust verwezen naar een geurgevoelig gebouw, zoals bedoeld in het Bkl.
gezoneerd industrieterrein Onder de voormalige Wet geluidhinder gold een geluidzone rondom bepaalde industrieterreinen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt deze systematiek van zones. In plaats daarvan worden bij omgevingsplan geluidproductieplafonds – als omgevingswaarde – vastgesteld rondom bepaalde industrieterreinen. Het begrip gezoneerd industrieterrein komt dus niet meer voor in de Omgevingswet. Voor de omgevingsplanregels van rijkswege is het van belang dat er geen wijziging optreedt in de rechtspositie van bedrijven op het gezoneerde industrieterrein en in de bescherming ten opzichte van van de geluidgevoelige objecten daaromheen zoals woningen. Daarom is het begrip gezoneerd industrieterrein nog wel relevant. De begripsbepaling verwijst naar de betekenis die onder de voormalige Wet geluidhinder aan een gezoneerd industrieterrein werd gegeven. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat het begrip gezoneerd industrieterrein enkel in het omgevingsplan is opgenomen om de bestaande rechtsposities ongewijzigd te handhaven, en dat niet is bedoeld om een inhoudelijke wijziging van het begrip door te voeren.
straatpeil Het begrip straatpeil was voorheen opgenomen in het Bouwbesluit 2012. Deze definitie is destijds ontleend aan de definitie van dat begrip zoals opgenomen in de Modelbouwverordening van de VNG.
warmteplan Het begrip «warmteplan» is gedefinieerd als besluit van de gemeenteraad, inzake de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor die periode de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen. Waarbij moet worden uitgegaan van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet. Het warmteplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld voor een periode van ten hoogste 10 jaar. Daarna moet in ieder geval een nieuw warmteplan worden vastgesteld. Als de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, kan de gemeenteraad het plan wijzigen (tussentijds een nieuw plan vaststellen of het plan aanpassen). Dit zou het geval kunnen zijn wanneer over de energiezuinigheids- en/of milieuprestatie van het warmtenet actuele gegevens beschikbaar zijn gekomen, die substantieel afwijken van de aan het vastgestelde warmteplan ten grondslag liggende gegevens, of wanneer de bouwopgave in het warmteplangebied in de loop der tijd dusdanig wijzigt dat dit gevolgen heeft voor het geplande aantal aansluitingen op het warmtenet.
Uit de samenhang met artikel 22.10 «Aansluiting op distributienet voor warmte» volgt dat een warmteplan kan worden vastgesteld door gemeenten die tot aanleg van een nieuw distributienet willen overgaan. Wanneer een gemeente in verschillende gebieden tot aanleg van warmtenetten wil overgaan, moet het warmteplan per distributienet worden vastgesteld. Het gebied moet in het warmteplan zo nauwkeurig mogelijk worden afgebakend, bijvoorbeeld door een van het warmteplan deel uitmakende plankaart. In het warmteplan moet het geplande aantal aansluitingen op het distributienet worden aangegeven. Dat is van belang omdat de aansluitplicht op grond van artikel 22.10, eerste lid, onder a, niet meer van toepassing is op in het warmteplangebied te bouwen bouwwerken wanneer het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen daadwerkelijk is bereikt. Dit wordt beoordeeld op het moment van het indienen van de aanvraag om een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk. Als aan het geplande aantal aansluitingen is voldaan, is vrijwillige aansluiting niet uitgesloten.
In de fase dat het geplande aantal aansluitingen nog niet is bereikt, geldt de aansluitplicht overigens ook wanneer het definitieve distributienet nog niet gereed is en bouwwerken tijdelijk collectief van warmte worden voorzien door transport van in hulpketels opgewekte warmte totdat de definitieve infrastructuur gereed is. In het warmteplan moet de te bereiken mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu van de aansluiting op het distributienet voor warmte, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde
26
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
warmte, worden aangegeven. Het gaat daarbij om de mate die bereikt wordt wanneer het in het warmteplan aangegeven aantal aansluitingen op dat distributienet is bereikt. Deze mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu moet duidelijk zijn aangegeven, bijvoorbeeld aan de hand van getallen voor CO2, en NOx, zodat eenvoudig kan worden getoetst of sprake is van een aan aansluiting op het warmtenet gelijkwaardige oplossing. De gemeenteraad is bevoegd het warmteplan vast te stellen. Hiermee is zeker gesteld dat de te maken gemeentelijke keuzen over de aanleg van warmtenetten in een gebied via een voor belanghebbenden transparant en democratisch gelegitimeerd proces tot stand komen. Voor het warmteplan gelden – als onderdeel van het omgevingsplan – geen specifieke inhoudelijke vereisten. Als een gemeente geen warmteplan heeft vastgesteld of niet tijdig (binnen de afgesproken periode) opnieuw heeft vastgesteld, dan kan in die gemeente artikel 22.10 «Aansluiting op distributienet voor warmte» niet worden toegepast. In die gemeente kan op basis van vrijwilligheid worden aangesloten op het warmtenet. Zie ook de toelichting op het begrip distributienet voor warmte en de toelichting bij artikel 22.10 «Aansluiting op distributienet voor warmte». [Vervallen]
27
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
Motivering Paragraaf 1 Inleiding Algemeen Deze wijziging van het omgevingsplan gaat over het perceel Pontweg 226 in De Koog. Het perceel Pontweg 226 is een vrij solitair gelegen perceel aan de doorgaande weg vanaf de veerhaven naar De Koog. De bebouwing is omgeven door een klein bosgebied. Aan de zuidwest- en oostzijde van het perceel liggen percelen met verblijfsrecreactieve activiteiten. Aan de noordwest- en zuidoostzijde liggen percelen met woonactiviteiten.
Aanleiding Uitsnede oude bestemmingsplan Buitengebied 1996
In het bestemmingsplan Buitengebied 1996 had het perceel een horecabestemming klasse h (hotel) met 65 recreatieve slaapplaatsen en een bebouwingsmogelijkheid van 650 m2. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan Buitengebied (vastgesteld 12 juni 2013) is gekeken naar het feitelijke gebruik van de gronden en bebouwing van dit perceel. Door de eigenaar van het perceel is na de brand - die in juni 1977 het jeugdhotel/sleep-in ‘Klabam’ verwoestte - de recreatieve bestemming niet meer gerealiseerd. Het pand is nooit meer opgebouwd. De eigenaar van het perceel is in het grotendeels verwoeste pand blijven wonen. Het perceel functioneert sinds de brand, als woonperceel voor de eigenaar.
28
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
Afbeelding
Het lag niet in de lijn der verwachting dat herbouw van het recreatieverblijf binnen de planperiode zou gebeuren. Om die reden was in het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied een woonbestemming is opgenomen. De eigenaar heeft daarop een zienswijze ingediend (nummer 220 uit de Nota van Zienswijzen bestemmingsplan Buitengebied 2013) met als argument dat de wijziging naar een woonbestemming niet strookt met de Nota van Uitgangspunten bestemmingsplan Buitengebied (‘bestaande rechten op slaapplaatsen worden dus gerespecteerd in dit plan’) en dat de aanpassing van de bestemming niet met hem was besproken. Maar ook dat hij juist had gewacht op het nieuwe bestemmingplan voordat er investeringen zouden worden gedaan. En hij gaf aan dat het beter was om beleid te maken voor het verplaatsen van slaapplaatsen, zodat dit een kwaliteitsverbetering voor het ontvangende en leverende perceel zou betekenen. De raad is bij de vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 de initiatiefnemer hierbij tegemoet gekomen door het aannemen van het amendement ‘Pontweg 226. Onterecht van 65 bedden naar wonen’. Met een overgangsregeling waarmee de eigenaar 10 jaar de tijd krijgt om zijn recreatieve bestemming te realiseren. Daarna moet het recht vervallen. Het realiseren van een bestemming houdt in dat dit ook feitelijk gerealiseerd moet zijn en in gebruik moet zijn genomen.
Op 28 februari 2024 heeft de raad het voorbereidingsbesluit ‘locatie Pontweg 226 De Koog’ genomen, dat op 1 maart 2024 in werking is getreden. Het heeft een geldigheid van 1 ½ jaar, ofwel tot 1 september 2025. Het voorbereidingsbesluit is genomen om te voorkomen dat er nog verblijfsrecreatieve gebouwen zouden worden gebouwd. Dit naar aanleiding van het amendement uit 2013 waarbij de raad de eigenaar 10 jaar de tijd heeft gegeven om de 65 recreatieve slaapplaatsen te realiseren. Dit laatste is niet gebeurd. Om ongewenste ontwikkelingen in het kader van verblijfsrecreatie tegen te gaan is het voorbereidingsbesluit genomen. Echter bleek de initiatiefnemer 1 dag voor het nemen van het voorbereidingsbesluit - op 27 februari 2024, een aanvraag omgevingsvergunning te hebben ingediend voor de omgevingsplanactiviteit voor een
29
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
(appartementen)hotel. Omdat die voldeed aan de regels van het Omgevingsplan, is deze verleend op 17 juni 2024. Daartegen loopt nog een beroepsprocedure bij de Rechtbank. Om te voldoen aan de opdracht van de raad – blijkend uit het voorbereidingsbesluit - wordt een wijziging van het omgevingsplan voor de Pontweg 226 voorbereid, waarbij de verblijfsrecreatieve activiteiten en het bouwen van verblijfsrecreatieve gebouwen niet meer mogelijk zijn. ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve gebouwen’ wordt gewijzigd in ‘Wonen’ en ‘Bos’ en de bebouwingsmogelijkheden worden hierop aangepast. De eigenaar woont al sinds de jaren 70 strijdig met de bestemming, aangezien er geen woonbestemming op rust. Met dit wijzigingsplan wordt het feitelijke gebruik geregeld.
Ligging plangebied Ligging plangebied (oranje contour)
Procedure Op 28 februari 2024 heeft de gemeenteraad het voorbereidingsbesluit locatie Pontweg 226 De Koog vastgesteld ter voorbereiding van deze wijziging van het omgevingsplan en zijn op 1 maart 2024 in werking getreden. De voorbeschermingsregels voor de voorbereiding van nieuwe regels in het omgevingsplan vervallen na 1 jaar en 6 maanden. Om de gewenste situatie te realiseren moet het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bestaande uit het bestemmingsplan Buitengebied Texel, worden aangepast. Daarbij wordt gebruik gemaakt van STOP/TPOD (Standaard Officiële Publicaties en Toepassingsprofielen voor omgevingsdocumenten). Er wordt niet meer gesproken van bestemmingen, maar van functies en activiteiten. Dit is ook terug te zien op de kaart. Ook zullen er voorrangsbepalingen en verwijzingen worden opgenomen om de relatie met de andere regels uit het omgevingsplan (Hoofdstuk 22 De bruidsschat) te duiden. In de motivering wordt onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het STOP/TPOD-omgevingsplan wordt gepubliceerd via het Omgevingsloket (DSO). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. De procedure kan grofweg in 3 stappen worden ingedeeld: 1. Voor het ontwerp-omgevingsplan
30
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
2. 3.
Ontwerp- omgevingsplan Vaststellen omgevingsplan
Voor het ontwerp omgevingsplan (voornemen wijziging omgevingsplan) De gemeente heeft op 28 februari 2025 de kennisgeving van het voornemen wijziging omgevingsplan bekend gemaakt via het gemeenteblad en de lokale krant. Het concept omgevingsplan op 21 januari 2025 gepubliceerd op de pre-omgeving van het DSO. Het voornemen tot wijziging is ook verstuurd naar de eigenaar van het perceel, en de indieners van beroep op de verleende omgevingsvergunning voor het appartementenhotel. Ook de provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollandsnoorderkwartier zijn geïnformeerd als vooroverlegpartners. Deze partijen zijn ook uitgenodigd om voor 18 maart 2025 te reageren in het kader van participatie.
Ontwerp- omgevingsplan Na controle is het ontwerp-omgevingsplan geplaatst in het gemeenteblad en is te raadplegen via ‘regels op de kaart’. Het ontwerp ligt 6 weken ter inzage. Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Dit kan schriftelijk en mondeling.
Vaststellen omgevingsplan De gemeente stelt het omgevingsplan vast. De gemeente maakt het besluit bekend door het te publiceren in het gemeenteblad via de LVBB. Tegelijk met de bekendmaking geeft de gemeente kennis van de terinzagelegging van de bijbehorende stukken.
Paragraaf 2 Beschrijving van het project en zijn omgeving Algemeen De eigenaar woont al sinds de jaren 70 van de vorige eeuw op dit perceel. De huidige planologische situatie geeft recht op een verblijfsrecreatief gebouw met 65 recreatieve slaapplaatsen in de vorm van een hotel, groepsverblijf of appartementen. De feitelijke situatie is dat hier al meer dan 40 jaar gewoon wordt. Er heeft al die tijd geen enkele verblijfsrecreatieve activiteit plaatsgevonden. Het is nu tijd om de juridische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijke situatie waarbij het wonen gelegaliseerd wordt. De ‘ontwikkeling’ waar dit plan op ziet betreft in dit geval dus het wegnemen van de ontwikkelingsmogelijkheden en regelen feitelijke woonsituatie.
Paragraaf 3 Participatie Hoe was de voorbereiding? De gemeente vindt participatie van burgers en belangenorganisaties belangrijk en biedt deze partijen daarom de mogelijkheid reacties op het voornemen van de wijziging van het omgevingsplan kenbaar te maken. In dit kader van deze beperkte wijziging wordt het concept omgevingsplan in eerste instantie opgestuurd naar de overlegpartners provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollandsnoorderkwartier. Van 4 tot 18 maart 2025 is een ieder in de gelegenheid gesteld om een reactie in te dienen in het kader van participatie. De eigenaar en de indieners van beroep op de verleende omgevingsvergunning voor het appartementenhotel zijn actief benaderd een reactie in het kader van participatie te geven.
Participatieverslag In het kader van participatie is het voornemen voor de wijziging van het omgevingsplan voor de locatie Pontweg 226 opgestuurd naar de 2 vaste vooroverlegpartners: de provincie en het hoogheemraadschap. Zij hadden geen opmerkingen op het plan. De zakelijk gerechtigde en de indieners van beroep op de omgevingsvergunning zijn in de gelegenheid gesteld om een participatiereactie in te dienen. Daarnaast is een openbare kennisgeving gepubliceerd over het voornemen waarin stond vermeld dat een ieder ook een participatiereactie kon indienen tot 18 maart 2025. Van de eigenaren van 3 naastgelegen percelen is een reactie ontvangen. Zij steunen het voornemen van de gemeente om het omgevingsplan te wijzigen. Bovengenoemde reacties zijn verwerkt in de Nota participatie en vooroverleg.
31
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025
Wat vinden andere besturen? De provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollandsnoorderkwartier hadden geen opmerkingen op de voorgenomen wijziging van het omgevingsplan voor de locatie Pontweg 226.
Paragraaf 4 Beleidskader Toetsing rijksbeleid De instructieregels van het Rijk over omgevingswaarden, specifieke taken en programma’s e.a. hebben geen invloed op dit plan, omdat dit de bestaande situatie op het perceel regelt. En geen nieuwe ontwikkelingen of activiteiten mogelijk maakt. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, omdat dit al een ruim 40 jaar bestaande situatie betreft.
Toetsing provinciaal beleid/provinciale verordening De instructieregels van de provincie hebben geen invloed op dit plan, omdat dit de bestaande situatie regelt. En geen nieuwe ontwikkelingen of activiteiten mogelijk maakt. De provinciale belangen worden met het bestendigen van de woonsituatie niet geraakt. Het wordt een woonperceel ten behoeve van 1 woning/wooneenheid, die er al is.
Toetsing regionaal beleid Niet van toepassing.
Toetsing gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is erop gericht het aantal recreatieve slaapplaatsen niet te laten toenemen en ongebruikte slaapplaatsen zo mogelijk te saneren. Het is druk genoeg op Texel, het fraaie Texelse buitengebied moet niet verder verstenen.
Paragraaf 5 Landschappelijke inpassing Algemeen Er is geen sprake van een landschappelijke inpassing. De bestaande situatie wijzigt niet, er is geen ontwikkeling op het perceel door dit plan. De bouwmogelijkheden worden kleiner en op een beperkter oppervlak. Er is minder kans op verstening van het perceel.
Paragraaf 6 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving Algemeen Er zijn geen gevolgen voor de fysieke leefomgeving omdat de bestaande situatie niet wijzigt. Er wordt geen ontwikkeling op het perceel mogelijk gemaakt met dit plan. De bestaande situatie wordt vastgelegd.
Paragraaf 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Algemeen Met de wijziging van het omgevingsplan is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het doet recht aan de ruim 50 jaar bestaande situatie op het perceel: wonen met daaromheen een klein bosgebied. Er verandert feitelijk niets. Om die reden kan volstaan worden met een beknopte beschrijving van de onderbouwing van dit besluit. Anders dan bij andere ontwikkelingen, maakt deze wijziging van het Omgevingsplan juist onmogelijk dat op het perceel een ingrijpende ruimtelijke wijziging kan plaatsvinden.
32
Gemeenteblad 2025 nr. 136151
27 maart 2025