Bijlage 1. Ontwerp Bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12.publ
Tekst van het document
Ligt het in de planning om één of meerdere van bovenstaande bodemverstorende werkzaamheden tijdens het project uit te voeren, dan wordt het bouwproject als niet archeologie-vriendelijk geclassificeerd en dient nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
blz 22
4.10
20201605
Ecologie
Toetsingskader Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Beide aspecten zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Daarnaast is in elke provinciale verordening een uitwerking van de Wnb opgenomen. In de provincie Noord - Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage I bij deze verordening. Per soort worden de handelingen, middelen en methoden genoemd die mogen worden toegepast, slechts voor zover er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening.
Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden Natura-2000 Het plangebied bevindt zich op korte afstand van het Natura 2000-gebied 'Duinen en Lage Land Texel' (1.150 meter) en tevens op korte afstand van het Natura 2000-gebied 'Waddenzee' (4.100 meter). Gezien de aard van de ontwikkeling is areaalverlies, versnippering of verandering van de waterhuishouding van de Natura 2000 niet aan de orde. Daarnaast leidt het binnen opslaan van de materialen en machines en het gebruiken van de woning niet tot een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000. Er is namelijk slechts sprake van het inpandig opslaan van materiaal in plaats van in de buitenlucht. Per saldo is op eiland - niveau geen sprake van een toename van de verkeersgeneratie. Zekerheidshalve is voor de ontwikkeling een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Uit de Aerius calculatie volgt voor de aanlegfase dat er geen toename is voor de stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden. Omdat er nauwelijks iets veranderd aan de bedrijfsvoering zal er ook gezien de ligging geen extra stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden veroorzaken. Op basis van de Aerius calculatie is geen vergunning in het kader van de stikstofdepositie nodig. NNN-gebied Op circa een kilometer ten westen van het plangebied bevindt zich NNN-gebied. Dit gebied heeft geen externe werking.
De aanduiding NNN wordt beschermd via het ruimtelijke spoor en is opgenomen in de Provinciale Structuurvisie. Gezien de kleinschalige ontwikkeling in relatie tot de bestaande planologische mogelijkheden worden negatieve effecten op deze gebieden niet verwacht. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Vanwege de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt is sprake van het slopen van bebouwing. Voorafgaand aan de sloop van deze bebouwing is een ecologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 4 opgenomen. Geconcludeerd wordt dat er geen nader onderzoek nodig is en er geen ontheffing vanuit de Wet natuurbescherming nodig is.
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Rho adviseurs B.V.
Status: ontwerp / 19-02-2021
20201605
4.11
blz 23
Externe veiligheid
Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het GR onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau. Toetsing Om te onderzoeken of in de omgeving van het plangebied sprake is van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes, is de risicokaart geraadpleegd.
Hieruit is naar voren gekomen dat alle drie niet voorkomen in en in nabijheid van het plangebied. Op een afstand van 280 meter bevindt zich een transportroute via de N501. Hiervoor geldt een veiligheidszone van 30 ,meter. Met dit plan is geen sprake van een toename in het aantal personen en aan de afstand van 30 meter wordt voldaan. Er is slechts sprake van een uitwisseling van bestemmingen. Er zijn daarom geen belemmeringen vanuit externe veiligheid voor dit plan. 4.12
Luchtkwaliteit
Toetsingskader Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 14 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 10 µg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed. De huidige inrit blijft intact en het aantal verkeersbewegingen neemt niet toe.
Deze zal gelijk blijven, aangezien er dezelfde bouwmogelijkheden en hetzelfde gebruik mogelijk blijft op deze locatie alleen de bouwvlakken zullen iets in grootte worden uitgewisseld. Omdat in het plangebied slechts sprake is van de bouw van een opslagschuur en een woning is geen sprake van een significante toename van verkeersbewegingen. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
blz 24
4.13
20201605
Kabels en leidingen
Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. Toetsing In en rondom het plangebied zijn geen kabels, leidingen of zoneringen aanwezig die planologische beperkingen vormen voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Rho adviseurs B.V.
Status: ontwerp / 19-02-2021
20201605
Hoofdstuk 5 5.1
blz 25
Juridische opzet
Algemeen
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om plannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2
Toelichting op de bestemming
In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de inhoud van de bestemmingen in dit bestemmingsplan. De in dit bestemmingsplan voorkomende bestemming wordt hieronder toegelicht. Agrarisch - Oude land De bestemming 'Agrarisch - Oude land' met de daarbij behorende aanduidingen 'bouwvlak' en 'erf' wordt ook in dit bestemmingsplan voor het bestaande agrarisch bedrijf opgenomen. Omdat het opslagterrein een grotere oppervlakte nodig heeft, wordt met dit bestemmingsplan het bestemmingsvlak van de bestemming 'Agrarisch - Oude land' per saldo iets verkleind. Wel wordt een klein gedeelte van wat nu bestemd is als 'Sport-Manege' gewijzigd naar de bestemming Agrarisch - Oude land. Ter plaatse van deze gronden wordt de stolp deels gebouwd. De drie recreatieappartementen in de stolp worden ook binnen deze bestemming mogelijk gemaakt. Het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden voor ten hoogste 3 appartementen en maximaal 15 slaapplaatsen is toegestaan, mits er sprake is van een bedrijfswoning in de vorm van een stolpboerderij. Gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Per bouwvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één ter plaatse gevestigd agrarisch bedrijf worden gebouwd. Het gehele bestemmingsvlak is voorzien van de aanduiding 'erf'.
Binnen deze aanduiding is het toegestaan om de gronden ten behoeve van een agrarisch erf in te richten. Daarnaast is het toegestaan om ten behoeve van het agrarisch bedrijf op het agrarische erf te wonen. Dit vindt plaats in de nieuwe stolpboerderij. De bouwregeling is afgestemd op de voorwaarden die voor een stolp gelden (zie paragraaf 1.3). Bedrijf - Opslag De bestemming 'Bedrijf - Opslag' met de daarbij behorende aanduiding 'bouwvlak' wordt ook in dit bestemmingsplan voor het bestaande opslagterrein opgenomen. Omdat het opslagterrein een uitruil oppervlakte nodig heeft, is met dit bestemmingsplan het bestemmingsvlak van de bestemming vergroot. Daarnaast is het bestaande bouwvlak verplaatst naar de toekomstige locatie van de opslagloods. Agrarisch - Oude land Bedrijf - Opslag Huidig bouwvlak 8.257 1.251 Toekomstige bouwvlak 5.861 1.552
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Totaal 9.508 7.413
Rho adviseurs B.V.
blz 26
20201605
Bos De randen van het plangebied krijgen de bestemming 'Bos'. Binnen deze bestemming is de aarden wal en de afschermende singel mogelijk. Bebouwing is binnen deze bestemming niet toegestaan. Hiermee wordt gewaarborgd dat het perceel een goede landschappelijke inpassing krijgt. Waarde - Archeologie 2/Waarde - Archeologie 3 Op het perceel zijn, conform het archeologie beleid van de gemeente, de bestemmingen 'Waarde Archeologie -2' en 'Waarde - Archeologie -3' opgenomen. Dit ter bescherming van eventueel aanwezig archeologische waarden in het plangebied. Binnen deze dubbelbestemming geldt dat bij bouwwerken met een grotere oppervlakte van respectievelijk 100 m² en 500 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 m wordt gegraven een archeologisch onderzoek verplicht is. Gebiedsaanduiding geluidzone Voor de kartbaan is een geluidszonering opgenomen. Het is verboden gevoelige bebouwing op te richten ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone'.
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Rho adviseurs B.V.
Status: ontwerp / 19-02-2021
20201605
Hoofdstuk 6 6.1
blz 27
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Inspraak en overleg Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegezonden aan Provincie Noord-Holland, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Vanwege de kleinschaligheid van het plan wordt het voorontwerp niet voor inspraak ter inzage gelegd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan. 6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aangetoond over voldoende financiële middelen te beschikken voor de uitvoering van de plannen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Bij dit bestemmingsplan is de vaststelling van een exploitatieplan niet nodig. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten, waarin de gemaakte kosten zijn geregeld. In de overeenkomst is ook vastgelegd dat eventuele planschade voor rekening is van de initiatiefnemer.
Aangezien de gemeentelijke kosten hiermee gedekt zijn, is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
blz 28
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Rho adviseurs B.V.
20201605
Status: ontwerp / 19-02-2021
20201605
blz 29
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
20201605
Bijlage 1
Raadsbesluit medewerking recreatieve slaapplaatsen
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
20201605
Bijlage 2
Watertoets
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
datum 8-12-2020 dossiercode 20201208-12-24984 Project: Den Burg - Akenbuurt 12 Gemeente: Texel Aanvrager: Organisatie: Rho Adviseurs
Geachte heer/mevrouw Voor het plan Den Burg - Akenbuurt 12heeft u advies aangevraagd in het kader van de watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat het plan een beperkte invloed heeft op de waterhuishouding. Hierdoor kan de korte procedureworden gevolgd voor de watertoets. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan op de waterhuishouding kan worden ondervangen met standaard maatregelen. Deze maatregelen vindt u in het onderstaande wateradvies dat u in de ruimtelijke onderbouwing van het plan kunt verwerken. U hoeft dan verder geen contact met ons op te nemen met betrekking tot de watertoets. Mochten er desondanks vragen zijn dan kunt u op onze watertoetspagina een link vinden naar de gebiedsindeling van onze regioadviseurs en rechtstreeks contact opnemen met één van hen. ( https://www.hhnk.nl/watertoets/) U kunt ook met ons algemene nummer bellen (072-582 8282) en vragen naar de regioadviseur voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Wij hebben uw aanvraag als een melding ontvangen en zullen deze archiveren. Tijdens de formele overlegprocedures (art 3.1.1 of art 5.1.1) van uw plan zal het waterschap een controle doen of de conclusies ten aanzien van de wateraspecten kloppen.
Indien u tijdens de ter inzage termijn van uw plan niets van ons hoort, gaan wij akkoord met het plan en kunt u deze email beschouwen als ons formele wateradvies. Indien wij wel willen/moeten reageren, zullen wij contact met u opnemen. LET OP:Dit formulier en het watertoetsproces is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het waterschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te maken in het kader van vergunningverlening. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op https://www.hhnk.nl/vergunningen. Met vriendelijke groet, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD T 072 582 8282 F 072 582 7010 E post@hhnk.nl W www.hhnk.nl
Wateradvies korte procedure Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) is aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het plan Den Burg - Akenbuurt 12in het kader van de watertoets. In dit advies staan de maatregelen die Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier adviseert om wateroverlast te voorkomen en het water in de sloten schoon te houden. Op basis van de door de aanvrager/initiatiefnemer ingevoerde gegevens heeft het hoogheemraadschap een aantal opmerkingen. Daarnaast is er een aantal aspecten die
wij graag in de uitwerking van het plan verwerkt willen zien. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden (https://www.hhnk.nl/keur/).
Verharding en compenserende maatregelen Uit uw gegevens blijkt dat er geen / slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van de verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen. Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen.
Tot Slot De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan. Mocht de inhoud van het plan wijzigen, dan verzoeken wij u vriendelijk ons een geactualiseerde versie toe te sturen. Ook ontvangen wij graag een exemplaar van het definitieve en goedgekeurde plan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via 072 - 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. www.dewatertoets.nl
20201605
Bijlage 3
Archeologische quickscan
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Document
Archeologische Quickscan ten behoeve van het bestemmingsplan
Plangebied
Akenbuurt 12, Den Burg, gemeente Texel
Adviesnummer
20215
Opsteller(s)
(KNA-archeoloog) &
(sr. KNA-archeoloog)
Datum
20-05-2021
Advies
Handhaven van de vrijstellingsgrenzen van de archeologische beleidskaart / Dubbelbestemming Waarde-archeologie 3.
Vervolgtraject
Toetsing van toekomstige bouwplannen en grondroerende werkzaamheden op het aspect archeologie.
Archeologische Quickscan 1. Inleiding Op verzoek van de gemeente Texel (contactpersoon: is gekeken naar het aspect archeologie met betrekking tot het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan voor de Akenbuurt 12, Den Burg, gemeente Texel. Het perceel is in gebruik als opslagterrein en agrarisch bedrijf met stolp. Het bedrijf is voornemens om een nieuwe opslagloods en een nieuwe bedrijfswoning te realiseren. Hiervoor zullen een aantal gebouwen inclusief de bestaande stolp worden gesloopt.1 Het is niet bekend wat de oppervlakte en diepte van de nieuwbouw bedraagt, behalve dat deze de vrijstellingsgrenzen van de archeologische beleidskaart (zie hieronder) zullen overschrijden. De bestaande stolp is eind 2020 al gesloopt en in mei 2021 geheel geamoveerd.2 Direct ten noorden van het perceel is de kartingbaan zichtbaar, ten westen ligt een manege.
1 2
Concept-bestemmingsplan Texel Den Burg-Akenbuurt 12. Duijn in prep. Pagina 1 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 1. Plangebied van het nieuwe bestemmingsplan (witte stippellijn) op een actuele luchtfoto. Bron: PDOK.
2.
Beleidskaart archeologie
Voor de gemeente Texel is de beleidskaart van Vestigia Bv (2007, update 2013) vigerend. Op de beleidskaart zijn zones met een archeologische waarde of verwachting aangeduid, die zich laten vertalen in vrijstellingsgrenzen. Bodemingrepen die binnen de geldende vrijstellingsgrens blijven, zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Het plangebied ligt binnen een zone met een hoge archeologische verwachting (waarde 3) met een oppervlakte van 100 m2 en een diepte van 50 cm als vrijstellingsgrens. (zie afbeelding 2) Deze archeologische verwachting is gebaseerd op de bodemgesteldheid. De strook met een vrijstellingsgrens van 1.000 m2 aan de oostzijde van het plangebied is archeologisch onderzocht middels boringen voor de aanleg van een persleiding. Hier zijn vondsten uit de IJzertijd / Romeinse tijd en Middeleeuwen aangetroffen.3
3
Kerkhoven et al 2008. Pagina 2 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 2. Plangebied van het nieuwe bestemmingsplan (zwarte stippellijn) op de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Het terrein valt grotendeels binnen een hoge archeologische verwachting met een vrijstellingsgrens van 100 m2 en 50 cm – mv.
3. Cultuurhistorische achtergrond Voor het bepalen van de aanwezigheid van bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd kan gebruik worden gemaakt van historisch kaartmateriaal. Op de Kadastrale Minuutplan van 1828 is de, inmiddels gesloopte, stolpboerderij zichtbaar. Deze stolpboerderij is bouwhistorisch onderzocht, en hoewel de datering nog verder wordt onderzocht, zal deze stolp waarschijnlijk in de 17e eeuw zijn gebouwd.4 Ten noorden van de stolp loopt nog een weg – deze raakt in de jaren ‘70 van de vorige eeuw in onbruik wanneer ook de kartingbaan wordt aangelegd. Op het terrein van de boerderij worden vanaf 1950 diverse bijgebouwen neergezet en ook weer deels gesloopt of verbouwd.5
4 5
Duijn in prep. Duijn, in druk. Kadaster, topografische kaarten uit de 20e eeuw, niet afgebeeld. Pagina 3 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Afbeelding 3. Plangebied (zwarte stippellijn) op de Kadastrale Minuutplan van 1828 met de stolpboerderij.
Wat archeologische (en cultuurhistorische) waarden uit de Nieuwe Tijd betreft, kunnen eventuele oudere bouwfasen van de gesloopte stolpboerderij nog aanwezig zijn. Middeleeuwse bewoning wordt, op basis van historisch kaartmateriaal, niet verwacht gezien de ligging ten opzichte van de doorgaande wegen op de oudste topografische kaarten (afbeelding 4). Hier zijn ten westen van Den Burg de Gerritslanderdijk en de Westerweg ingetekend, waar het plangebied grofweg tussen ligt. Waarschijnlijk is het gebied in de Middeleeuwen wel in cultuur gebracht (zie ook hieronder bij paragraaf 4).
Afbeelding 4. Plangebied (rode cirkel, bij benadering) op de ‘Kaart van Texel’ P. Bruijnsz, omstreeks 1594. Bron: Nationaal Archief 4.VTH.2662. Pagina 4 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
4. Archeologische en geologische bronnen Aan de hand van bodemkaarten en geomorfologie kan inzicht worden verkregen in de verwachting voor vindplaatsen uit de prehistorie. De hoge archeologische verwachting van de beleidskaart is gebaseerd op de geomorfologie – het plangebied ligt op een dekzandrug die is gevormd in de laatste ijstijd. Lager gelegen delen van Texel hebben vanaf de Bronstijd last gehad van veenvorming, een stijgende zeespiegel, en oprukkende kwelders, maar bewoning boven op deze hogere delen bleef mogelijk. Vanaf de Romeinse tijd woonde men alleen op de hoogste delen in een landschap van kwelders en veenmoerassen, waarna in de Middeleeuwen de lagere delen van Texel werden bedijkt.6 Archeologische vindplaatsen en vondsten komen in de directe omgeving van het plangebied voor (afbeelding 5).
Afbeelding 5. Plangebied (zwarte stippellijn) op een topografische kaart met AMK-terreinen (groen) en vondstmeldingen (rode stippen). Bron: Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Opentopo.
De gebieden met een hoge of zeer hoge archeologische waarde op de beleidskaart staan op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) Dit zijn bekende archeologische vindplaatsen, die zijn ontdekt door veldverkenning en booronderzoek.7 De terreinen in de directe omgeving van het plangebied (de groene vlakken op afbeelding 5) hebben de volgende typering: 5669 – Sporen van bewoning, Romeinse tijd – hoge waarde. 1309 = rijksmonument 46037 – Sporen van bewoning, Romeinse tijd – zeer hoge waarde, rijksbescherming. 6 7
Kloosterhuis 1986, Vos 2018. Woltering 2002. Pagina 5 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
5660 - Sporen van bewoning, Midden IJzertijd - Vroeg Romeinse tijd – hoge waarde. 5661 – Sporen van bewoning, Romeinse tijd – hoge waarde. 5658 – Nederzetting, Midden IJzertijd – Vroeg Romeinse tijd – hoge waarde. Er zijn geen vondsten binnen het plangebied gemeld in het landelijk registratiesysteem ARCHIS 3. In de directe omgeving liggen echter veel vondstlocaties (de rode punten op afbeelding 5). Het vondstmateriaal dateert in de Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd, Vroege en Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
Afbeelding 6. Plangebied (witte stippellijn) op de bodemkaart. Donkerbruin: Hoge bruine enkeerdgronden; lemig fijn zand. Lichtbruin: Laarpodzolgronden; lemig fijn zand. Lichtgroen: Beekeerdgronden; lemig fijn zand. Bron: Alterra 2018.
De bodemkaart (afbeelding 6) toont een hoge bruine enkeerdgrond in het zuidelijk deel van het plangebied en een laarpodzolgrond in het noordelijke deel. Op enkeerdgronden is door langdurige bemesting met dierlijke mest en plaggen of graszoden een dikke toplaag ontstaan van minstens 50 centimeter. Onder deze laag zijn archeologische resten doorgaans goed geconserveerd. Een laarpodzol kent ook een toplaag die is ontstaan door plaggenbemesting, maar dit bodemtype ligt vaak lager en is (periodiek) met water verzadigd. We hebben hier te maken met oude akkergronden die waarschijnlijk al honderden jaren in gebruik zijn. De bemeste toplaag die al in de Middeleeuwen kan zijn opgeworpen, zorgt voor afdekking en conservering van eventueel aanwezige sporen en vondsten uit de prehistorie en Romeinse tijd. 5. Conclusie In het kader van het nieuwe bestemmingsplan voor de Akenbuurt 12 is gekeken naar de aanwezige én te verwachten archeologische waarden. Het ligt in de verwachting dat nieuwbouwplannen groter zijn en dieper reiken dan de vrijstellingsgrenzen van de archeologische beleidskaart toestaan. De vraag is of binnen dit perceel nog archeologische waarden aanwezig kunnen zijn.
Pagina 6 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Gebaseerd op historisch kaartmateriaal geldt een lage archeologische verwachting voor de Nieuwe Tijd, met uitzondering van de locatie van de gesloopte stolp. Deze stolpboerderij die vermoedelijk in de 17e eeuw is gebouwd, kan nog een of meerdere voorgangers hebben gekend. Voor de Middeleeuwen geldt een middelhoge archeologische verwachting. In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse vondsten geregistreerd uit zowel de Vroege als de Late Middeleeuwen. De hoge zandgronden van het ‘oude land van Texel’, waar het perceel op ligt, waren in de Middeleeuwen bewoonbaar en hier werd landbouw bedreven. Directe aanwijzingen voor bewoning uit deze periode zijn er echter niet. Voor de prehistorie en met name de IJzertijd en de Romeinse tijd geldt een hoge archeologische verwachting. In de directe omgeving van het plangebied bevindt zich een archeologisch rijksmonument (een nederzetting uit de Romeinse tijd) en diverse terreinen van hoge archeologische waarde; dit zijn percelen met vondsten uit de IJzertijd en Romeinse tijd. Als we deze verspreiding combineren met de bodemgesteldheid, geomorfologie en hoogteligging (afbeelding 7) ontstaat een beeld van een landschap waarbij men in de prehistorie en Romeinse tijd op de (flanken van de) dekzandruggen woonde. Bovendien ligt het prehistorische niveau ter plekke afgedekt onder een esdek van meer dan 50 cm dikte.
Archeologische sporen en vondsten zijn, indien aanwezig, goed geconserveerd. Het uitgevoerde booronderzoek voor de persleiding in het oosten van het plangebied onderschrijft dit beeld.8
Afbeelding 7. Plangebied (zwarte stippellijn) op het Actueel Hoogtebestand Nederland 3. Duidelijk is dat het gebied op een verhoging in het landschap ligt – dit is de oude dekzandrug.
6. Advies Archeologie West-Friesland adviseert om de huidige vrijstellingsgrenzen van de archeologische beleidskaart te handhaven binnen het nieuwe bestemmingsplan. De dubbelbestemming waarde-archeologie 3 dient dan te worden behouden. Plannen voor bodemverstorende ingrepen dienen te worden getoetst op het archeologische aspect.
8
Kerkhoven et al. 2008. Pagina 7 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Gezien de aard van de bodemopbouw is een eerste vervolgstap vervolgens om de diepte en eventuele verstoringen van de kansrijke archeologische niveau(s) te bepalen met een veldtoets door middel van boringen. Vanuit het gemeentelijk beleid wordt geadviseerd om archeologie-vriendelijk te bouwen, dat wil zeggen de bodem niet te verstoren. Een archeologie-vriendelijk bouwplan kan worden getoetst door Archeologie West-Friesland en dient te worden goedgekeurd door de gemeente. Een niet archeologie-vriendelijk bouwplan houdt in dat de huidige situatie van de bodem zal worden verstoord tijdens het bouwproces. Onder bodemverstoring wordt verstaan: het verwijderen van muurwerk uit de bodem, hier onder vallen ook funderingen en palen van de bestaande bebouwing vanaf de vrijstellingsdiepte gemeten vanaf het bestaande maaiveld van de archeologische vindplaats. vorstranden dieper dan 30 cm het aanbrengen van funderingspalen, damwanden, grondverbeteringen, groutankers etc.
bodemsaneringen, tijdelijke uitplaatsing van vervuilde grond kelders, ondergrondse reservoirs, overmatige boringen voor diverse onderzoeken en bijvoorbeeld wkk installaties kruipruimtes vijvers/watercompensaties sloten en andere ingravingen kabels en leiding-tracés vanaf maaiveld Ligt het in de planning om één of meerdere van bovenstaande bodemverstorende werkzaamheden tijdens het project uit te voeren, dan wordt het bouwproject als niet archeologie-vriendelijk geclassificeerd en dient nader archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
7. Bronnen AHN3 (www.ahn.nl) Archis 3.0 Duijn, D.M. in prep. Onderzoek naar drie Texelse stolpboerderijen. Westfriese Archeologische Notities. Duijn, D.M. 2021. Onderzoek naar drie Texelse stolpboerderijen, in: De archeologische Kroniek van Noord-Holland 2020, in druk. Gemeente Texel, 2013. Archeologische Beleidskaart (vastgesteld door de gemeenteraad op 12 juni 2013). Hessing, W.A.M. et al. 2012. Toelichting bij de archeologische beleidskaart van de Gemeente Texel. Geactualiseerde versie 2012 Vestigia Rapport V984, Amersfoort. Kerkhoven, A.A. et al. 2008. Rioolgemaal en persleiding Den Burg. Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Vestigia Rapport V494, Amersfoort. Kloosterhuis, J.L 1986. Toelichting bij het kaartblad Texel: bodemkaart van Nederland 1:50.000. Stiboka rapport.
Pagina 8 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
Archeologie West-Friesland is het archeologisch samenwerkingsverband van de gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik, Opmeer, Schagen, Stede Broec en Texel
Woltering, P. J. 2000. The archaeology of Texel, four studies on settlement and landscape (1350 BCAD 1500). (Thesis Vrije Universiteit, Amsterdam-Buitenveldert) Amersfoort. Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans 2018: Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus). Op 02-06-2020 gedownload van www.archeologieinnederland.nl. Woltering, P. J., 2002. Vroeg middeleeuws Den Burg op Texel, een verstrekte nederzetting uit de 7de-8ste eeuw, In: P.J. Woltering et al. (red)., Middeleeuwse toestanden, archeologie, geschiedenis en monumentenzorg., aangeboden aan Herbert Sarfatij bij zijn 65 ste verjaardag, Amersfoort, 25-64.
Pagina 9 van 9 Archeologie West-Friesland
|
Nieuwe Steen 1, 1625 HV Hoorn
|
Postbus 603, 1620 AR Hoorn
archeologie@hoorn.nl | www.archeologiewestfriesland.nl
20201605
Bijlage 4
Ecologisch onderzoek inclusief stikstof
bestemmingsplan Den Burg - Akenbuurt 12 Status: ontwerp / 19-02-2021
Rho adviseurs B.V.
Natuurtoets Wet natuurbescherming Herstructurering bebouwing Akenbuurt 12 te Den Burg
Natuurtoets Wet natuurbescherming Herstructurering bebouwing Akenbuurt 12 Den Burg
Deze natuurtoets Wet natuurbescherming omvat: • Quickscan Wet natuurbescherming soorten • Aerius calculatie, herstructurering bebouwing.
Uitvoerder:
Noordkop Groen Van Galenstraat 131 1782 EZ Den Helder
Opsteller: Paraaf:
Project: Herstructurering bebouwing Akenbuurt 12 Den Burg Rapportnummer: 2021-24 Status: Eindrapportage Datum: 8 juni 2021 Opdrachtgever: Contactpersoon: RHO adviseurs, Rapportnummer: 2021-24
Pagina 2
INHOUDSOPGAVE 1. 2.
INLEIDING BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING 2.1 Wet Natuurbescherming; soortenbescherming 2.2 Wet Natuurbescherming; gebiedsbescherming 2.3 Stikstofdepositie 2.4 Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS) 2.5 Weidevogelleefgebied DE ECOLOGISCHE BETEKENIS VAN STIKSTOF GEBIEDSBESCHRIJVING 4.1 Huidig gebruik planlocatie en omgeving 4.2 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen 4.3 Toekomstig gebruik van het plangebied ONDERZOEKSMETHODIEK ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE SOORTEN 6.1 Habitatrichtlijnsoorten van Texel 6.2 Nationale databank Flora en Fauna 6.3 Vleermuizen 6.4 Overige zoogdieren 6.5 Amfibieën, reptielen en vissen 6.6 Libellen en vlinders 6.7 Vaatplanten 6.8 Vogels ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN 7.1 Ligging ten opzichte van Natura-2000 gebieden 7.2 Natuur Netwerk Nederland 7.3 Weidevogelleefgebied AERIUS CALCULATIE 8.1 Bronnen 8.2 Resultaten Aerius calculatie aanlegfase 8.3 Aerius calculatie gebruiksfase CONCLUSIES
4 5 5 7 8 9 9 10 14 14 17 17 19 20 20 20 21 22 23 24 25 27 28 28 28 29 30 30 31 31 32
BIJLAGE: A. - Geraadpleegde bronnen B. - Resultaten Habitatrichtlijn soorten NDFF tot op ca. 500 meter C. - Wet Natuurbescherming Hoofdstuk 3. Soorten D. - Besluit Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel E. - Storingsfactoren effectenindicator. F. - Besluit Natura 2000-gebied Waddenzee G. - Artikel 19 Natuurnetwerk Nederland en natuurverbindingen H. - Artikel 25 Weidevogelleefgebied
35 37 38 41 43 47 49 50
3. 4.
5. 6.
7.
8.
9.
Rapportnummer: 2021-24
Pagina 3
1. INLEIDING Noordkop Groen heeft via RHO adviseurs en Bureau Aandacht Natuur de opdracht gekregen voor het uitvoeren van een natuurtoets Wet natuurbescherming voor de herstructurering van de bebouwing aan de Akenbuurt 12 te Den Burg op het Waddeneiland Texel. Het voornemen is om de bestaande percelen met bebouwing te herstructureren. Het plan is om de inrichting van het opslagterrein aan de oostkant te vergroten en om hier vervolgens een opslagloods te realiseren. Door het vergroten van het opslagterrein wordt de oppervlakte van het agrarisch erf verkleind. Om de nieuwe opslagloods te kunnen realiseren is het nodig om een aantal gebouwen te slopen. Deze natuurtoets Wet natuurbescherming omvat: • Quickscan Wet natuurbescherming soorten • Aerius calculatie voor de herstructurering van bebouwing De natuurtoets heeft als doel in te schatten of er negatieve effecten te verwachten zijn op het voorkomen van voor de wet beschermde soorten en eventuele effecten op beschermde gebieden. Verantwoording Zowel het bureauonderzoek als het veldbezoek zijn door Martin de Jong, ecoloog van Noordkop Groen uitgevoerd. Het veldbezoek is uitgevoerd op 26 mei 2021.
Leeswijzer In deze natuurtoets Wet natuurbescherming is in hoofdstuk 2 de relevante wetgeving weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt kort ingegaan op de ecologische betekenis van stikstof. De gebiedsbeschrijving in hoofdstuk 4 beschrijft de ligging van het plangebied, het huidig en toekomstig gebruik, en de verwachte werkzaamheden. Na een korte beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethode in hoofdstuk 5 volgt in hoofdstuk 6 de beschrijving van de mogelijk effecten op beschermde soorten (quickscan soorten). In hoofdstuk 7 volgt de beschrijving van mogelijke effecten op beschermde gebieden, met specifiek de voortoets voor het Natura 2000-gebied Duinen en Lage Land Texel. In hoofdstuk 8 staat de Aerius calculatie. In hoofdstuk 9 zijn alle conclusies samengevat.
Rapportnummer: 2021-24
Pagina 4
2. BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING Zorg voor alle inheemse planten- en diersoorten en voor de natuurlijke rijkdommen van gebieden wordt gegarandeerd door de naleving van de wet- en regelgeving ten aanzien van natuur en milieu. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Slechts één wet en minder regels maakt de wet overzichtelijker. Bescherming van dieren en planten Veel verschillende planten- en dierensoorten zorgen ervoor dat de natuur tegen een stootje kan. Sommige soorten, zoals vleermuizen, gierzwaluwen en noordse woelmuizen zijn kwetsbaar. In een dichtbevolkte samenleving als Nederland is een goede natuurbescherming belangrijk. Rolverdeling provincies en Rijk Vanaf 1 januari 2017 is de bevoegdheidsverdeling tussen provincies en het Rijk vastgelegd in het Besluit Natuurbescherming. In principe is Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie waarin de activiteit (hoofdzakelijk) plaatsvindt het bevoegd gezag. Op het gebied van natuurbeleid is het, zo blijkt uit de memorie van toelichting bij de Wnb, de provincie die een kerntaak heeft en een regisseursrol vervult bij de inrichting en het beheer van het landelijke gebied. Sinds 1 januari zijn gedeputeerde staten bevoegd om ontheffing te verlenen in het kader van soortenbescherming.
Uitzondering hierop waarbij het Rijk het bevoegd gezag heeft zijn o.a. provinciegrensoverschrijdende infra en hoogspanning 220 kV. Voor de vaststelling van gedragscodes is het Rijk altijd het bevoegd gezag. De rol van de gemeente Ook de rol van de gemeente is enigszins veranderd. De gemeente had al de plicht om te toetsen op volledigheid en informatieplicht. Met de decentralisatie is de verplichting tot toetsen op volledigheid bij omgevingsvergunningen veel belangrijker geworden.
2.1 Wet natuurbescherming; soortenbescherming Een deel van de in Nederland van nature voorkomende flora en fauna is beschermd. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent onder meer dat het verboden is om de onder de Wet natuurbescherming beschreven diersoorten en te verstoren, te vangen of te doden en dat het verboden is om hun rust-, verblijf- en nestplaatsen uit te halen, te verwijderen of te vernielen. Wilde planten mogen niet worden uitgestoken. Het is mogelijk om ontheffing te krijgen van deze verboden. Dat kan nodig zijn in het geval beschermde soorten schade aanrichten, zoals bijvoorbeeld gewasschade, schade aan de volksgezondheid of schade aan flora of fauna. Een ontheffing kan ook nodig zijn in het geval werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zoals bouwen, onderhoud, slopen of aanleg van infrastructuur. Indien deze werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor beschermde planten- of diersoorten dient daarvoor bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN) een ontheffing te worden aangevraagd.
Rapportnummer: 2021-24
Pagina 5
Beschermingsregimes Onder de Wet natuurbescherming wordt één op één aangesloten bij de beschermingsartikelen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor ‘nationale’ andere soorten geldt nu een kleiner aantal verbodsbepalingen. Het meest in het oog springend is het vervallen van het verbod op het verstoren van soorten. Daarnaast zijn voor alle nationale soorten (of zij nu vroeger onder tabel 1, 2 of 3 vielen) de toetsingscriteria gelijkgesteld en moet aan de drie voorwaarden bij het verlenen van een ontheffing of vrijstelling voldaan worden. Wel kennen de ‘nationale’ andere soorten ruimere ontheffingsmogelijkheden dan de soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Tabel 1. Beschermingsregime’s soorten Beschermingsregime Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn soorten Habitatrichtlijn § 3.1 Wnb § 3.2 Wnb Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild Het is verboden soorten in levende vogels opzettelijk hun natuurlijke te doden of te vangen.
verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk Het is verboden de nesten, rustplaatsen en voortplantingsplaatsen of eieren van vogels te rustplaatsen van dieren te vernielen of te beschadigen of te vernielen beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te Het is verboden eieren van rapen en deze onder zich dieren in de natuur te hebben opzettelijk te vernielen of te rapen Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Het is verboden vogels Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij opzettelijk te verstoren de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Rapportnummer: 2021-24
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Pagina 6
Vrijgestelde soorten Voor een aantal beschermde soorten geldt een provinciale vrijstelling. De vrijstelling geldt bij handelingen die worden verricht in verband met: • Werkzaamheden bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; • Werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, sporen, of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • Werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in landbouw of bosbouw; • Bestendig gebruik. Dit betreft de volgende soorten: ➢ Zoogdieren: aardmuis, bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, rosse woelmuis, veldmuis; ➢ Amfibieën: bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander. Algemene zorgplicht Onder de Wet natuurbescherming geldt, net als voorheen onder de Flora- en faunawet, een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren. De zorgplicht houdt in dat u de werkzaamheden die nadelig kunnen zijn voor dieren en planten, in redelijkheid zo veel mogelijk nalaat of maatregelen neemt om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
2.2 Wet natuurbescherming; gebiedsbescherming Voortvloeiend uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn is in Nederland een groot aantal gebieden aangewezen als beschermd Natura2000-gebied. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming kent voor de Natura 2000-gebieden een toetsingskader. In ieder besluit tot aanwijzing van een Natura 2000-gebied zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied beschreven. Hierbij gaat het om de bescherming van leefgebieden van vogels (Vogelrichtlijn) en de bescherming van habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Het is verboden om zonder vergunning een project uit te voeren die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op soorten waarvoor een gebied is aangewezen. Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd.
Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied.
Rapportnummer: 2021-24
Pagina 7
2.3 Stikstofdepositie Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom heeft u een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw, wegenbouw of de industrie) waar stikstof bij vrij komt. Tot 29 mei 2019 was toestemming hiervoor gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof. De Raad van State heeft het PAS ongeldig verklaard. De overheid werkt aan een nieuwe aanpak stikstof. Actueel rekenmodel Sinds 15 oktober 2020 is de vernieuwde Aerius calculator 2020 beschikbaar. De AERIUS-calculator berekent de deposities per hexagoon (zeshoek) met een oppervlakte van één hectare. Het rekenpunt ligt in het midden van een hexagoon. De berekende depositie op het rekenpunt wordt toegekend aan de gehele hexagoon. De Aerius calculator toont de berekende waarden ook per hexagoon. Toestemmingsverlening Aan de hand van het stroomschema, weergegeven in figuur 1 kan afgeleid worden welke stappen ondernomen moeten worden om een vergunning te kunnen krijgen voor een nieuwe activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt op stikstof gevoelige habitats in Natura-2000 gebieden.
Figuur 1. Stroomschema toestemmingsverlening stikstofdepositie Aan het stroomschema dient de volgende kanttekening geplaatst te worden; bij een toename van de stikstofdepositie op die plekken waar de Kritische depositiewaarde reeds overschreden wordt en de toename niet tijdelijk is, dient er een passende beoordeling plaats te vinden om de effecten van de extra stikstofdepositie te beoordelen.
Rapportnummer: 2021-24
Pagina 8
2.4 Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS) In de Nota Ruimte is in het verleden op landelijk niveau het Natuurnetwerk Nederland (destijds de Ecologische Hoofdstructuur genoemd) vastgelegd. De Nota Ruimte en Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid zijn in 2012 vervangen door het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte (SVIR). Het NNN bestaat uit verbindingszones en beschermde reservaten en Natura 2000-gebieden. Het doel van het NNN is het vergroten en verbinden van natuurgebieden. Door deze verbindingen vindt uitwisseling plaats van planten en dieren tussen gebieden. Het NNN is begrensd en planologisch vastgelegd. Het beschermingsregime is onder de Wet ruimtelijke ordening vastgelegd in het Barro en werkt via provinciale verordeningen door in gemeentelijke bestemmingsplannen. Met ingang van 1 oktober 2012 is het NNN juridisch geborgd in titel 2.10 van het Barro. Conform die titel zijn in artikel 19 en kaart 4 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening van Noord-Holland (hierna: PRV) gebieden aangewezen die in de provincie het NNN vormen (naam in de relevante Provinciale Ruimtelijke Verordening is echter nog Ecologische Hoofdstructuur). Voor die gebieden zijn in het Natuurbeheerplan 2018 wezenlijke kenmerken en waarden vastgesteld en geldt het beschermingsregime van artikel 19 van de PRV.10.
Binnen het NNN zijn geen ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van NNN-gebieden of van de samenhang tussen die gebieden. Hier zijn wel uitzonderingen voor volgens de Provinciale Ruimtelijke Verordening: • nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten voor zover: o er sprake is van een groot openbaar belang; o er geen reële andere mogelijkheden zijn en; o de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd of; • een activiteit of een combinatie van activiteiten die mede tot doel heeft de kwaliteit of kwantiteit van de NNN of de Natuurverbinding per saldo te verbeteren. Het NNN omvat in Noord-Holland ca 56.000 ha, waarvan ca 6.000 ha nog niet is gerealiseerd en nu veelal nog in agrarisch gebruik is. De provincie zorgt voor realisatie van de laatste 6.000 ha NNN, voor het beheer van het gerealiseerde NNN en ook voor de planologische bescherming van het gehele NNN.
2.5 Weidevogelleefgebied Weidevogelleefgebieden maakten voorheen deel uit van de PEHS (Provinciale Ecologische Hoofdstructuur: voorheen EHS (NNN), Natuurverbindingen en weidevogelleefgebied). De weidevogelleefgebieden zijn “agrarische gebieden die actuele of potentiële waarde hebben voor de weidevogels. Voortzetting van het agrarisch gebruik is een vereiste voor behoud of ontwikkeling van die waarden. Binnen het totale areaal is voor een beperkt aantal hectares (rijks)geld beschikbaar voor het afsluiten van overeenkomsten voor actief weidevogelbeheer. Planologische bescherming en compensatie zijn daarom voor deze categorie gebieden onmisbare aanvullende instrumenten om de weidevogels daadwerkelijk te kunnen beschermen” (tekst afkomstig uit “Handreiking ruimtelijke bescherming en compensatie natuur en recreatie van de Provincie Noord-Holland).
Rapportnummer: 2021-24
Pagina 9
3. DE ECOLOGISCHE BETEKENIS VAN STIKSTOF Om beter zicht te hebben wat stikstof is, hoe dit ingrijpt in natuurlijke systemen en waarom dit een probleem kan zijn, wordt hier dieper ingegaan op de theoretische achtergrond. Natuurlijk voorkomen van stikstof Stikstof is één van de onmisbare bouwstenen voor het leven op aarde en is daarmee in ecologisch opzicht van groot belang. Stikstof (N) komt in organisch materiaal voor, ook de lucht bestaat uit 80% uit gevonden stikstof (N 2). De problematiek rondom stikstofdepositie zit hem in de mate waarin dit element in reactieve vorm aan onze omgeving wordt toegevoegd als gevolg van menselijke activiteiten. De belangrijkste vormen van reactief stikstof zijn stikstofoxiden (NO x) en ammonium (NH4+). Planten kunnen stikstof via de wortels opnemen in de vorm van nitraat (NO 3-). Stikstof dat in de bodem aanwezig is als (NH4+) moet daarom eerst via denitrificatie omgezet worden in nitriet en nitraat (figuur 2). Ammonium kan zowel door depositie als door mineralisatie van organisch materiaal in de bodem terecht komen.
Figuur 2. Vereenvoudigde weergave van de stikstofkringloop (bron: Wikipedia)
Rapportnummer: 2021-24
Pagina 10
Stikstofemissie en stikstofdepositie Stikstofoxiden en ammoniak komen na emissie in de atmosfeer terecht. Eenmaal in de lucht wordt het geëmitteerde gas meegevoerd door de wind, waardoor het snel wordt verspreid, waardoor snel verdunning van de concentraties aan stoffen optreedt. Ook ondergaan deze stoffen chemische reacties onder invloed van het zonlicht en de aanwezigheid van andere stoffen. Hierdoor kunnen zowel de chemische samenstelling als de vorm van de stikstofhoudende deeltjes veranderen. In de atmosfeer komen stikstofverbindingen daardoor zowel als gas, ion en aerosol (kleine vaste deeltjes) voor. Omzetting in aerosolen is onder meer van belang voor de afstand waarover de desbetreffende stoffen getransporteerd worden. De directe afzetting of absorptie van gassen of aerosolen uit de atmosfeer aan het aardoppervlak (bodem, water of vegetatie) wordt droge depositie genoemd. Daarnaast treedt natte depositie op, het oplossen in wolken of regenwater en daaropvolgende neerslag van stikstofverbindingen. De natte depositie levert ongeveer 25-30% van de totale N-depositie. De rest is droge depositie. Kritische depositie waarden De situatie in Nederland is samen te vatten als een langdurige (decennia) hoge belasting van stikstof, hoger dan de KDW’s van habitattypen.
Inzake de omvang waarbij effecten optreden concludeert Mouissie (2019) op basis van de onzekerheden in de berekening van de KDW en experimentele studies over dosis-effect relaties, dat meetbare ecologische relevante effecten ten gevolge van stikstofdepositie kunnen optreden bij een toename van meer dan 70 mol N/ha/jr. Experimentele veldstudies betreffen vaak langjarige studies naar effecten van toenames die vele tientallen tot honderden mol N/ha/jaar bedragen, aangezien bij kleinere hoeveelheden geen verandering in de plantensamenstelling is waar te nemen. Uit een analyse van een groot aantal veldstudies blijkt dat bij een depositie rond de KDW het verlies van soorten op kan treden bij een structurele toename van 20 mol N/ha/jaar of hoger. In sterk overbelaste situaties treedt verder soortenverlies op bij hogere toenames van 35 mol of meer. Habitats zijn dan ook gevoeliger voor een structurele toename in de depositie als de achtergronddepositie rond de KDW ligt (Caporn et al. 2016; Bobbink & Hettelingh 2011).
In deze beoordeling wordt het begrip Kritische depositiewaarde (hierna KDW) gehanteerd. KDW’s zijn gehanteerd om af te bakenen welke habitats als stikstofgevoelig worden beschouwd in dit project. De kritische depositiewaarde voor stikstof is gedefinieerd als “de grens, waarboven het risico niet kan worden uitgesloten dat de kwaliteit van het habitattype significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van de atmosferische stikstofdepositie” (Van Dobben & Van Hinsberg, 2008). De kritische depositiewaarden die in de herstelstrategieën als uitgangspunt worden genomen, zijn specifiek voor habitattypen in Nederland vastgesteld in Van Dobben et al. (2012). In dat rapport zijn verschillende kennisbronnen ten aanzien van kritische depositiewaarden met elkaar gecombineerd via een vast protocol (Van Dobben et al, 2012). De kritische depositiewaarden konden worden vastgesteld met een nauwkeurigheid van 70 mol/ha/jaar (= 1 kilogram N).