CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Nota van Zw Parapluplan verblijfsrecreatie vs 4 def NIEUW

Raadscommissie 4 december 2024, gemeente TexelBij agendapunt: Parapluplan Verblijfsrecreatie58.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

Nota van Zienswijzen

Paraplubestemmingsplan Verblijfsrecreatie Texel Team Beleid, November 2024

1 / 167

Inhoudsopgave

INHOUDSOPGAVE

2

INLEIDING

5

1. TOEZEGGINGEN RAAD

7

2. DE AANGENOMEN MOTIES

9

3. ZIENSWIJZEN

18

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24

25. 26. 27. 28. 29. 30.

Zaaknummer 3314103 - Burgwal 20, Den Burg 18 Zaaknummer 3316075 - Boslaan 71, Utrecht 19 Zaaknummer 3318654 - Postweg 201, De Cocksdorp 20 Zaaknummer 3319237 - Kikkerstraat 12, De Cocksdorp 20 Zaaknummer 3324456 - Boogerd 19, Den Burg 22 Zaaknummer 3324344 - Kogerstraat 17, Den Burg 22 Zaaknummer 3320522 - Kogerstraat 17, Den Burg 23 Zaaknummer 3319941 - Duinroosstraat 1, De Koog 24 Zaaknummer 3326853 - Boerderijcamping Noorderwaard, Oosterend 26 Zaaknummer 3327127 - Boerderijcamping de Vrije Vogel, Oudeschild 26 Zaaknummer 3327928 - Jachtlust Recreatie BV, De Cocksdorp 28 Zaaknummer 3329562 - Deze zienswijze is ingetrokken. 28 Zaaknummer 3330370 - St.

Kernwaarden Texel (Den Hoorn) 29 Zaaknummer 3331993 - Stolpweg 35, Den Hoorn 33 Zaaknummer 3331991 - Groepsaccommodatie De Stolp (Stolpweg 35, Den Hoorn) 33 Zaaknummer 3331979 - Barentzstraat 47, Oudeschild 34 Zaaknummer 3332635 - Sluyscoog 56, Den Burg 35 Zaaknummer 3332623 - Gemachtigde namens B&B (De Koog) 35 Zaaknummer 3332428 - Pontweg 37, Den Hoorn 37 Zaaknummer 3332398 - Herenstraat 61, Den Hoorn 38 Zaaknummer 3332189 - Eigenaren van een huisje op De Krim 39 Zaaknummer 3332078 - LTO Noord afdeling Texel (De Cocksdorp) 39 Zaaknummer 3331910 - Mokweg 4, Den Hoorn 40 Zaaknummer 3333185 - Gemachtigde namens Oosterenderweg 2, De Waal 40 Zaaknummer 3334686 - Bestuur van de Vereniging 10 voor Texel 41 Zaaknummer 3334010 - Warmoesstraat 81, Den Burg 41 Zaaknummer 3333628 - Watermunt 15, De Koog 42 Zaaknummer 3335315 - Gemachtigde namens B&B Duin en Zee (Ruijslaan 43, De Koog) 43 Zaaknummer 3335812 - Postweg 129, De Cocksdorp 45 Zaaknummer 3335814 - Groepsverblijf Zwaluwhof (Mienterglop 39, De Koog) 45 2 / 167

31. 32. 33. 34. 35. 36. 37. 38. 39. 40. 41. 42. 43. 44. 45. 46. 47. 48. 49. 50. 51. 52. 53. 54. 55. 56. 57. 58. 59. 60. 61. 62. 63. 64. 65. 66. 67. 68. 69. 70. 71. 72. 73. 74. 75. 76.

Zaaknummer 3335816 - Camping Coogherveld (Kamperfoelieweg 3-7, De Koog) Zaaknummer 3335823 - Postweg 125, De Cocksdorp Zaaknummer 3335310 - Gemachtigde namens B&B (Ruigendijk 16a, De Koog) Zaaknummer 3335307 - Gemachtigde namens B&B (Duinroosstraat 26, De Koog) Zaaknummer 3335288 - Gemachtigde namens BnB (Klif 9, Den Hoorn) Zaaknummer 3335277 - Gemachtigde namens B&B de Borage (Oosterend) Zaaknummer 3335272 - Gemachtigde namens Maaikeduinweg 159, De Koog Zaaknummer 3335264 - Derde partij namens Pontweg 26A, Den Hoorn Zaaknummer 3335259 - Derde partij namens Klimpstraat 32, De Cocksdorp Zaaknummer 3335247 - Gemachtigde namens Vereniging B&B Texel (Den Hoorn) Zaaknummer 3335210 - Gemachtigde namens Vloedlijn 47, Den Burg Zaaknummer 3335202 - Gemachtigde namens Skillepaadje 1, Den Burg Zaaknummer 3335179 - Gemachtigde namens Kikkertstraat 17, De Cocksdorp Zaaknummer 3335174 - Gemachtigde namens Ruijslaan 31, De Koog Zaaknummer 3335539 - Gemachtigde namens De Dageraad 28, ‘t Horntje Zaaknummer 3335534 - Gemachtigde namens Mienterglop 25c, De Koog Zaaknummer 3335531 - Gemachtigde namens Epelaan 38, De Koog Zaaknummer 3335522 - Gemachtigde namens Akenbuurt 18, De Burg Zaaknummer 3335526 - Gemachtigde namens Zeekraal 6, De Koog Zaaknummer 3335517 - Gemachtigde namens Pijpersdijk 2, De Koog Zaaknummer 3335514 - Gemachtigde namens Weverstraat 104, Den Burg Zaaknummer 3335511 -

Gemachtigde namens Zeekraal 8, De Koog Zaaknummer 3335506 - Gemachtigde namens Nieuweschild 8, Oosterend Zaaknummer 3335503 - Gemachtigde namens Naalrand 11, Den Hoorn Zaaknummer 3335500 - Gemachtigde namens Dorpsstraat 262, De Koog Zaaknummer 3335496 - Gemachtigde namens Vismarkt 7a, Den Burg Zaaknummer 3335491 - Gemachtigde namens verhuurder, De Cocksdorp Zaaknummer 3335487 - Gemachtigde namens Noorder Haaks 1, Den Hoorn Zaaknummer 3335475 - Gemachtigde namens Duinroosstraat 21, De Koog Zaaknummer 3335471 - Gemachtigde namens Strijbosstraat 30, De Koog Zaaknummer 3335467 - Derde partij namens Waalderstraat 25a, Den Burg Zaaknummer 3335222 - Hoofdweg 57, De Cocksdorp Zaaknummer 3335175 - Vereniging Texelse Kampeerboeren (Den Burg) Zaaknummer 3335172 - Hallerweg 33, Den Burg Zaaknummer 3335044 - Oorsprongweg 72, De Cocksdorp Zaaknummer 3334968 - Wilsterstraat 19, Den Burg Zaaknummer 3334956 - Mokweg 31, Den Hoorn Zaaknummer 3334591 - Stuifweg 11, Oosterend Zaaknummer 3335987 - Laagwaalderweg 21, Oudeschild Zaaknummer 3335976 - Vakantiepark Dennenoord (Grensweg 106, Den Burg) Zaaknummer 3335963 - Gemachtigde namens Roggeslootweg 6, De Cocksdorp Zaaknummer 3335890 - De Ruyterstraat 60, Oudeschild Zaaknummer 3335801 - Slufterweg 200, De Cocksdorp Zaaknummer 3335811 - Postweg 132, De Cocksdorp Zaaknummer 3335671 - Vakantiepark De Bremakker (Tempelierweg 40, Den Burg) Zaaknummer

3335543 - Strijbosstraat 26, De Koog

46 47 48 49 51 52 54 55 57 58 61 62 64 65 67 68 68 70 71 73 74 76 76 78 79 81 82 84 85 87 88 90 90 92 95 95 96 96 98 98 99 102 104 106 106 106 3 / 167

77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89. 90 A. 90. B. 91. 92. 93. 94. 95. 96. 97. 98. 99. 100. 101. 102. 103. 104. 105. 106. 107. 108. 109. 110. 111. 112. 113. 114. 115. 116.

Zaaknummer 3334721 - Hoofdweg 106, De Cocksdorp Zaaknummer 3336542 - Redoute 12, Den Hoorn Zaaknummer 3336541 - Gerritslanderdijkje 1, Den Burg Zaaknummer 3336538 - Schoonoordsingel 17, Den Burg Zaaknummer 3336533 - Schoonoordsingel 17, Den Burg Zaaknummer 3336095 - Maricoweg 25, Den Burg Zaaknummer 3336092 - Maricoweg 25, Den Burg Zaaknummer 3336089 - Molenstraat 78, Den Burg Zaaknummer 3336084 - Molenstraat 78, Den Burg Zaaknummer 3337347 - Nieuwlanderweg 101, De Waal Zaaknummer 3337333 - Wintergroen 8, De Koog Zaaknummer 3337320 - Limietweg 16, De Cocksdorp Zaaknummer 3337122 - Burgerinitiatief Society 4.0 Texel (adres onbekend) Zaaknummer 3336604 - De Ruyterstraat 128, Oudeschild Zaaknummer 3336604 - De Ruyterstraat 128, Oudeschild Zaaknummer 3336545 - Hollewal 40, Den Burg Zaaknummer 3336990 - Maaikeduinweg 10, De Koog Zaaknummer 3336632 - Gemachtigde namens Duinroosstraat 3, De Koog Zaaknummer 3336627 - Klif 37, Den Hoorn Zaaknummer 3336621 - Kogerstraat in Den Burg Zaaknummer 3336614 - Kadijksweg 19, De Waal Zaaknummer 3336608 - Ruijslaan 61, De Koog Zaaknummer 3336597 - Gemachtigde namens 4 partijen (Ruijslaan, De Koog) Zaaknummer 3336566 - LTO Noord regio West (Zwolle) Zaaknummer 3336405 - Watermunt 9, De Koog Zaaknummer 3336398 - Vuurtorenweg 27, De Cocksdorp Zaaknummer 3336382 - Kikkertstraat 75, De Cocksdorp Zaaknummer 3336368 - Negen groepsaccommodaties op Texel

Zaaknummer 3336363 - Noordwester 45, Den Burg Zaaknummer 3336358 - Kampeerterrein Woud (Rozendijk 38, Den Burg) Zaaknummer 3336354 - Hotel de 14 Sterren (Smitsweg 4, Den Burg) Zaaknummer 3336349 - HISWARECRON (Leusden) Zaaknummer 3337368 - Postweg 163, De Cocksdorp Zaaknummer 3337351 - Maaikeduinweg 9 De Koog Zaaknummer 3337334 - De Rede 13, Den Hoorn Zaaknummer 3337324 - Kogerstraat 120, Den Burg Zaaknummer 3337315 - Bungalowverhuur Aldubo (Nesweg 27, Oosterend) Zaaknummer 3337413 - Vakantiepark De Koorn-aar (Grensweg 388, Den Burg) Zaaknummer 3337363- (geen adres) Zaaknummer 3340743 Zaaknummer 3340743 - Schipper Boonstraat 10, De Cocksdorp

109 111 113 115 116 118 119 121 122 124 124 126 126 126 128 129 131 133 134 136 138 138 140 141 143 145 146 148 149 151 151 153 153 155 155 157 158 159 160 161 161

4.AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

164

5.HET BEELDKWALITEITSPLAN

167

4 / 167

Inleiding Het gemeentebestuur van Texel werkt aan het Paraplubestemmingsplan Verblijfsrecreatie Texel. Dit Parapluplan is één van de zes pijlers in het Toeristisch Toekomstplan (TTP) dat in 2021 werd vastgesteld. ‘Stuur vanuit inzicht en heldere regelgeving’ was een belangrijk en veel omvattend actiepunt in het TTP. Deze pijler onder het TTP gaat ook over eenduidige en heldere regelgeving voor het verblijfsaanbod. Zo is in Bijlage 5 van het TTP uitgebreid stilgestaan bij de slaapplaatsregistratie en het aantal slaapplaatsen op welk soort terrein. In Bijlage 6 van het TTP is een inschatting gemaakt van de niet geregistreerde slaapplaatsen (in havens en bij logies met ontbijt). In Bijlage 9 van het TTP wordt al een voorschot genomen over ‘wat we kunnen doen om verdere verstening tegen te gaan’. Het Parapluplan is als Ontwerp op 30 januari 2023 ter inzage gelegd. Van 30 januari tot en met 13 maart 2023 was eenieder in de gelegenheid een zienswijze op het plan kenbaar te maken. De circa 40 vooroverlegpartners en 1 indiener van een inspraakreactie voor de termijn van ter inzagelegging, hebben een mail en/of een brief ontvangen met het verzoek te reageren. Er zijn 116 zienswijzen ingediend, waarvan 1 weer werd ingetrokken. Alle zienswijzen zijn beoordeeld, waarbij is nagegaan óf en hóe het plan bijgesteld moet worden. Deze Nota van Zienswijzen is het eindresultaat.

Met deze nota neemt de gemeenteraad een besluit over de inhoud van het definitieve bestemmingsplan. Algemene lijn

Waar het zienswijzen van andere overheden betreft, wordt zoveel mogelijk tegemoet te komen aan hun opmerkingen en wensen, uiteraard binnen de door de gemeenteraad gestelde kaders. De provincie en HHNK hebben gereageerd dat ze geen opmerkingen hebben op het Ontwerp Parapluplan. Voor zienswijzen van andere belanghebbenden wordt tegemoet gekomen aan wat is ingebracht waar het past in de algemene uitgangspunten. Het Toeristisch Toekomstplan en de in februari 2022 vastgestelde 1e Uitvoeringsagenda Toerisme vormen samen met de bestemmingsplannen waarop het Parapluplan betrekking heeft, een belangrijk kader voor de planologische systematiek. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, wordt het Omgevingsplan de basis voor de gemeentelijke regels over de leefomgeving. Daarvan wordt dit Parapluplan onderdeel. Dit bestemmingsplan valt nog onder het oude recht (Wro). Dat betekent dat qua opzet en beantwoording vooral ‘een goede ruimtelijke ordening’ wordt nagestreefd. Integraal Duidelijk is geworden dat het Parapluplan niet alleen gaat over toeristisch ondernemerschap of regelgeving.

Het gaat ook over gevoelde overlast, het verbreden van een inkomensbasis, het inspelen op trends of het parkeren in centra en omliggende woonwijken gaat het over thema’s als mobiliteit, gezondheid, verduurzaming, nabuurschap, vergroting van de biodiversiteit, klimaataanpassingen en wat voor gemeente Texel wil zijn. De Omgevingswet eist van een gemeente dat een initiatief ‘integraal’ wordt aangevlogen; dat we afwegingen kunnen maken met oog voor alle consequenties. De fysieke leefomgeving is immers de plek waar we gezond, veilig en met oog voor elkaar willen kunnen leven. Ook vraagstukken die in deze nota aan de orde komen, dienen in breder perspectief te worden bezien. De Nota van Zienswijzen en het definitieve Paraplubestemmingsplan Verblijfsrecreatie zijn bouwstenen van een groter huis dan alleen verblijfsrecreatie, net zoals dit onderdeel van het TTP slechts 1 van de 6 pijlers is van het Toeristisch Toekomstplan. Nabuurschap Belangrijk wordt gevonden om te benadrukken dat los van alles wat de gemeente kan regelen, het belangrijk is en blijft dat men als buren met elkaar in gesprek gaat over nabuurschap, (over)last etc. Leeswijzer

In hoofdstuk 1 worden de tijdens de raadsvergadering van 14 december 2022 gedane toezeggingen toegelicht. In hoofdstuk 2 wordt de uitwerking beschreven van de 7 moties die op 10 juli 2024 zijn aangenomen. In hoofdstuk 3 5 / 167

wordt ingegaan op de zienswijzen. De naar voren gebrachte punten zijn in deze notitie samengevat. Bij de Publieksbalie van de gemeente zijn de geanonimiseerde zienswijzen in te zien, zodat waar nodig ook op de integrale tekst in de zienswijzen kan worden teruggevallen. Per persoon, instantie of organisatie zijn de zienswijzen afzonderlijk beantwoord. Per zienswijze is aangegeven of en op welke wijze het Paraplubestemmingsplan wordt aangepast. De 115 zienswijzen kunnen qua inhoud/reactie als volgt worden gerubriceerd en samengevat: Onderwerp

Aantal

Reactie gemeente beknopt

Logies met ontbijt

64

Het bestaande legale gebruik kan worden voortgezet. Voor nieuwe logies met ontbijt locaties gelden de nieuwe regels.

Kamperen bij de boer

15

Geen wijzigingen ten opzichte van het Ontwerpplan.

Verblijfsrecreatieve terreinen

8

Omzetting blijft mogelijk onder voorwaarden. Voorstel: amendement schrappen vanwege planschaderisico’s.

Verblijfsrecreatieve gebouwen

5

De eis van landschappelijke inpassing voor verblijfsrecreatieve gebouwen’ beter omschrijven. Een 3-jarige pilot buiten het bestemmingsplan om wordt voorgesteld voor het plaatsen van een beperkt aantal kampeermiddelen bij groepsaccommodaties

Kampeerterreinen

1

Geen wijzigingen ten opzichte van het Ontwerpplan.

Stolpenregeling

3

Geen wijzigingen ten opzichte van het Ontwerpplan.

Pipowagen

5

Voor een beperkt aantal komt een overgangsregeling.

Algemeen

9

nvt

Anders

5

nvt

In Hoofdstuk 4 zijn de ambtshalve wijzigingen bij de vaststelling van het bestemmingsplan op een rij gezet. De link naar het Beeldkwaliteitsplan is voor de volledigheid in hoofdstuk 5 opgenomen.

6 / 167

1. Toezeggingen raad Tijdens de raadsvergadering over het Ontwerp Parapluplan (op 14 december 2022) zijn de volgende toezeggingen gedaan: 1. N.a.v. inbreng van de heer Soyer (GroenLinks) geeft wethouder Kieft aan tijdens de periode van ter visielegging te zullen kijken naar de definitie van een vast kampeermiddel (1.17); of een verwijzing naar 1.9 handig is; gaat over de definitie daarvan, in relatie tot kamperen bij de Boer en Kampeerterreinen. Met als doel: verhelderen. De term ‘vast kampeermiddel’ (1.17) is nieuw en heeft alleen betrekking op de duur van het kunnen laten staan van het kampeermiddel. Op terreinen met een niet recreatieve bestemming zoals bij ‘kamperen bij de boer’ wordt een kampeermiddel na langere tijd (30 dagen wordt in de rechtspraak vaak aangehouden) automatisch als bouwwerk beschouwd waarvoor een omgevingsvergunning nodig is1. Vaste kampeermiddelen mogen gedurende langere tijd (maar wel binnen de toegestane openingsperiode) op het terrein blijven staan, voor ‘kamperen bij de boer’ is dat een opsteker voor gasten en ondernemers. Op terreinen met een recreatiebestemming mogen kampeermiddelen sowieso langer blijven staan zonder dat sprake wordt van een bouwwerk waarvoor een vergunning nodig is.

2. De Klankbordgroep komt in beeld na de zienswijzen-ronde (de wethouder schetst dat dit het begin van een proces is; het is nog geen eindstation). De Klankbordgroep heeft op 20 november 2023 kennis kunnen nemen van het ambtelijk voorstel voor deze Nota van Zienswijzen en heeft hierover op 23 december 2023 haar advies aan het college overhandigd. Het advies van de KBG en de reactie van het college zijn als stukken bijgevoegd. 3. Wethouder Kieft vraagt de commissie Ruimtelijke Kwaliteit hoe beeldbepalende stolpen het beste behouden kunnen worden. Het antwoord van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit is op 16 mei 2023 verwerkt in de ‘beantwoording raadsvraag’: 1. Het paraplubestemmingsplan Verblijfsrecreatie is niet het juiste instrument om een nieuw toetsingskader of regeling op te nemen om beeldbepalende stolpen te beschermen. Omdat het Parapluplan een herziening of reparatie is van de huidige regelingen omtrent verblijfsrecreatie. 2. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vindt het niet wenselijk om ook monumentale stolpen met andere bestemmingen dan agrarisch toe te voegen aan de ‘Stolpenregeling’ aangezien dit een aanzienlijke verruiming van de regeling betreft in plaats van een inperking. 3. Beeldbepalende stolpen kunnen op dit moment het beste in stand worden gehouden door te onderzoeken of de stolpen in aanmerking komen voor een monumentale status.

Hiervoor is een inventarisatie nodig van alle nietmonumentale stolpen. Daarnaast kan de toekomstige Omgevingswet een rol spelen om ‘Erfgoed’ een meer integraal en zichtbaar onderdeel op zichzelf te laten worden in het toekomstige Omgevingsplan. 4. Het welstandsbeleid is het instrument om de instandhouding van de authentieke uitstraling en kenmerken van stolpen te borgen. Tevens kan in navolging van het Schapenboetenbeleid ook een Stolpenbeleid worden gemaakt.

4. N.a.v. het aangenomen amendement ‘Diversiteit van aanbod, niet verder verstenen’ (zaak 3261416). Hierbij geeft wethouder Kieft aan dat als uit onderzoek blijkt dat een termijn van 3 jaar onvoldoende is, kijkend naar voorkoming planschade, hij met een aanpassingsvoorstel zal komen. De belofte om met een aanpassingsvoorstel te komen, is relevant aangezien het bureau dat de beoordeling van de overgangstermijn heeft gedaan, een andere werkwijze voorstelt om planschade-claims te voorkomen.

5. Toezeggingen in antwoorden op raadsvragen over wat wel en niet mogelijk is op kampeerterreinen: ‘Het college zal het gebruik van algemenere omschrijvingen verkennen en daarin de optie van het hanteren van het begrip ‘blokhut’ meenemen’. En samenhangend met punt 1: ‘Het college zal, voor de vergadering van de raadscommissie waarin de zienswijzen op het Ontwerp Parapluplan worden behandeld, met een voorstel komen om zowel de definities als de verschillen tussen boerencampings en Recreatie - Kampeerterreinen te verduidelijken’. Op een terrein met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterrein’ mogen kampeermiddelen en tenthuizen worden geplaatst. Op een terrein voor ‘kamperen bij de boer’ (met de bestemming agrarisch) alleen kampeermiddelen. Kampeermiddelen zijn tenten, campers en (toer)caravans, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, en met dit parapluplan ook pipowagens. Onder kampeermiddel wordt niet verstaan een stacaravan/chalet of een tenthuis. Zie ook BIJLAGE 5.

1

Om misverstanden hierover te voorkomen, wordt dit nu expliciet geregeld, zodat een vergunning niet nodig is.

7 / 167

Indien ‘Recreatie-Kampeerterreinen’ zich willen onderscheiden met bijzondere kampeervormen dan moet de verschijningsvorm vallen onder de definitie kampeermiddel cq. ’een tent, camper of caravan dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf’. Het college kan zich het willen onderscheiden voorstellen maar is van mening dat kamperen op ‘RecreatieKampeerterreinen’ niet te veel moet gaan lijken op verblijven op ‘Recreatie-Verblijfsrecreatieve terreinen’. Stenen of houten gebouwen passen niet op een kampeerterrein. Binnen de kampeermiddelen tent, caravan en camper zouden andere verschijningsvormen kunnen worden ontwikkeld. 6. Tijdens de raadsvergadering is de motie ‘BenB Parkeereis niet in centrum en geen parkeren in voortuinen’ ingediend met het verzoek ‘met een voorstel te komen om, in het proces van de ter visie legging, te onderzoeken hoe: 1. We voor bestaande logies en ontbijt in dorpscentra met een exploitatie vanaf 1 januari 2019 en bijvoorbeeld voor de bestemmingen Centrum, Centrum 1, Centrum 2 en Gemengd, de parkeereis van één parkeerplaats per logies en ontbijt kamer kunnen laten vervallen. 2.

We het bestraten van voortuinen kunnen voorkomen door de parkeereis ‘een parkeerplek per logies met ontbijt-kamer’ aan te vullen met bijvoorbeeld ‘die zich op de bestaande oprit bevindt, of naast het huis, en in ieder geval niet voor de voorgevel’ of via een andere wijze, bijvoorbeeld via het parkeerbeleid. En uiterlijk op het moment dat de zienswijzen besproken zijn daar voorstellen aan de raad voor te doen’. In het Ontwerp Parapluplan worden nieuwe locaties waar logies met ontbijt wordt aangeboden gereguleerd met maximaal twee kamers en maximaal 30% en 50m2 en een parkeereis van één parkeerplaats per kamer binnen het bebouwingsvlak. Dit om groei van het toerisme te beteugelen, maar ook om parkeerdruk op de woonwijken te verminderen. Voor bestaande logies met ontbijt in dorpscentra die verder voldoen aan de eisen uit de vigerende bestemmingsplannen, wordt de parkeereis niet redelijk gevonden. Die aanbieders van logies met ontbijt kunnen niet aan de eis van parkeerruimte binnen het eigen bestemmingsvlak voldoen door het centrumkarakter van de bebouwing, wegen en percelen. Ook zorgen deze locaties met logies met ontbijt niet voor meer parkeerdruk in de centra zelf, hoogstens meer voertuigbewegingen. Dat is ook ingebracht door insprekers tijdens de vergadering op 30 november 2022. In de centra mag immers maar beperkt (qua duur en plek) worden geparkeerd.

In het bestuurlijk advies wordt voorgesteld om gezien de vele verschillende facetten van de problematiek de discussie hierover te voeren in het kader van de mobiliteit- en parkeervisie.

7. Ook is uitleg gevraagd over het overgangsrecht. Het bestaand gebruik van 3 kamers voor logies met ontbijt blijft mogelijk als het gebruik niet in strijd was en is met de bepalingen in de vigerende bestemmingsplannen (en na registratie als verhuurder van logies met ontbijt). Het in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan beschreven overgangsrecht voor logies met ontbijt (artikel 8, lid 3), vervalt daarom. De bestaande aanduiding voor deze percelen blijft bestaan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

Ruijslaan 19 in De Koog voor maximaal 11 personen. Ruijslaan 21 in De Koog voor maximaal 8 personen. Ruijslaan 37 in De Koog voor maximaal 20 personen op basis van rechten 19 juni 1992 Parnassiastraat 31 in De Koog voor maximaal 8 personen. Stolpweg 35 in Den Hoorn voor maximaal 8 personen. Ruijslaan 29 in De Koog voor maximaal 10 personen. Zeekraal 8 in De Koog voor maximaal 10 personen. Boodtlaan 26 in De Koog voor maximaal 8 personen. Kikkertstraat 47 in De Cocksdorp voor maximaal 10 personen. Hoofdweg 116 in De Cocksdorp voor maximaal 7 personen. Kikkertstraat 69 in De Cocksdorp voor maximaal 9 personen.

De nieuwe regels gelden vanaf datum inwerkingtreding van het bestemmingsplan, na afloop van de beroepstermijn van 6 weken na de ter inzage legging van het vastgestelde Parapluplan, in het geval geen voorlopige voorziening wordt aangevraagd. Nieuwe logies met ontbijt adressen dienen vanaf dat moment te voldoen aan de nieuwe regels. Wat blijft is dat indien het gebruik, sinds de ter inzagelegging van het Ontwerp Parapluplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, het verboden is dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

8 / 167

2. De aangenomen moties Tijdens de raadsvergadering op 10 juli 2024 zijn moties rondom het Parapluplan Verblijfsrecreatie Texel in stemming gebracht. Dit om de wensen van de raad duidelijk in beeld te krijgen. Het college beschouwt deze moties als amendementen die moeten worden uitgevoerd, tenzij daarvoor ernstige bezwaren of risico’s bestaan. Op 10 juli 2024 zijn 7 moties aangenomen. In dit hoofdstuk wordt de door het college beoogde uitvoering van de moties één voor één behandeld.

Motie 1. Een pipowagen is ook een kampeermiddel Toelichting Het Toeristisch Toekomstplan is onder meer gericht op het behoud van leefbaarheid op het eiland door het zoeken naar c.q. behouden van balans. Vanuit dat doel legt het college de gemeenteraad nu verschillende maatregelen voor. Eén van die maatregelen betreft het inperken van pipowagens. Er is slechts een beperkt aantal pipowagens op Texel en er is geen enkele onderbouwing waaruit blijkt dat Texel gebaat is bij het tegengaan van dit type verblijfsmiddel. Ondertussen zijn de eigenaren van pipowagens de dupe en verkeren zij al lange tijd in onzekerheid over hun investering. Wij verbazen ons over de rigoureuze aanpak voor dit verblijfstype.

Wat wil het college hiermee bereiken? Vandaar deze motie, overwegende dat: kampeermiddelen gedefinieerd worden als verplaatsbare verblijfsobjecten zoals tenten, caravans, campers en aanverwante voertuigen; een pipowagen - net als caravans en campers - een verplaatsbaar verblijfsmiddel is, dat gebruikt wordt voor recreatief nachtverblijf; eigenaren van pipowagens hebben geïnvesteerd in hun kampeermiddel en nu achteraf moeten aantonen dat dit was toegestaan, ondanks het ontbreken van duidelijke regels destijds; er sprake is van ongelijkheid doordat pipowagens, hoewel voldaan wordt aan de definitie van kampeermiddel, momenteel niet dezelfde rechten hebben als caravans en campers, terwijl verder niet onderbouwd is waarom dit recreatiemiddel wordt uitgesloten. Roept het college op 1. pipowagens te erkennen als kampeermiddel binnen de gemeentelijke regelgeving, waardoor eigenaren van pipowagens dezelfde rechten en plichten krijgen als eigenaren van caravans en campers; 2. z.s.m. te communiceren naar inwoners (en toeristen) dat pipowagens zijn toegestaan als kampeermiddel op daarvoor bestemde terreinen binnen de gemeente.

Conclusie Op zichzelf is de motie uitvoerbaar, met de volgende kanttekeningen: Bouwwerk Kampeermiddelen, in welke vorm ook, die voor langere tijd op een plek staan (ook met die bedoeling) krijgen daardoor een plaatsgebonden karakter. Hieruit volgt (wettelijke uitleg ‘bouwwerk’ en jurisprudentie daarover) dat een dergelijk kampeermiddel ook een bouwwerk wordt. In de bestemmingsplanregels staat nu bijvoorbeeld bij ‘Recreatie – Kampeerterreinen’ dat bouwwerken voor verblijfsrecreatie niet zijn toegestaan. Het parapluplan probeert deze tegenstrijdigheid/ onduidelijkheid in de planregels weg te nemen. Een foutieve interpretatie staat in de noot: als je het kampeermiddel na 30 dagen verplaatst blijft het een kampeermiddel. Als je een kampeermiddel op een perceel plaatst met het doel deze langere tijd op het perceel geplaatst te houden, dan wordt het een bouwwerk. Daar verandert niets aan als je deze na 30 dagen een paar meter verschuift. De consequentie Als een pipowagen een kampeermiddel is, dan mag deze ook bij kamperen bij de boer worden geplaatst, bij een woning in het buitengebied en op alle locaties met de bestemming ‘Recreatie – Kampeerterrein’ zonder verdere beperkingen (dus maximaal 15 bij kamperen bij de boer, 1 bij elke woning in het buitengebied en bijvoorbeeld 1.245 pipowagens op kampeerterrein Kogerstrand). De vraag is of dit de bedoeling van de motie is.

Bovendien vervaagt zo ook het verschil tussen kamperen bij de boer (een nevenactiviteit op een agrarisch bedrijf) en bedrijven wiens kampeerterrein het enige verdienmodel is (met de bestemming ‘Recreatie – Kampeerterrein’). 9 / 167

Alternatief Alternatieven voor deze motie kunnen zijn: - Een maximum aantal of percentage pipowagens per terrein voor ‘kamperen bij de boer’ en ‘Recreatie Kampeerterrein’ opnemen (bijvoorbeeld maximaal 20% van het aantal slaapplaatsen); of -

Pipowagens niet bij ‘kamperen bij de boer’ toe te staan.

Ambtelijke wijzigingen (van het Ontwerp Parapluplan) Pipowagens zijn er in alle soorten en maten en om te voorkomen dat daarover discussie gaat ontstaan, is het raadzaam een definitie van een pipowagen op te nemen en deze vervolgens gelijk te schakelen aan een kampeermiddel. De volgende definitie wordt voorgesteld: 1.12 pipowagen Een pipowagen is een wagen voor recreatief gebruik van hout of daarmee vergelijkbaar materiaal, met 4 wielen, verplaatsbaar en bedoeld voor recreatief verblijf, met een maximumlengte van 6,0 meter zonder dissel, een maximum hoogte van 4,0 meter vanaf het maaiveld en een maximum breedte van 2,55 meter (conform de wegenverkeerswet);

Ook de definitie van ‘kampeermiddel’ moet worden aangepast: 1.9 kampeermiddel Een tent, een camper, een caravan, een pipowagen, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Onder kampeermiddel wordt niet verstaan een stacaravan/chalet of een tenthuis;

In de regels opnemen dat in de normtelling bij de bestemmingen ‘Recreatie Kampeerterrein’ en ‘Recreatie – Verblijfsrecreatieve terreinen’ een pipowagen ook voor 3 slaapplaatsen telt. Dit gegeven geldt eveneens voor ‘kamperen bij de boer’ en stolpen bij agrarische bestemmingen en voor een kampeermiddel bij een woning in het buitengebied. Een artikel 6.1.4 wordt aan het plan toegevoegd waarin staat: ‘conform de aanpassing van de definitie van caravan, vervalt de 4e eis (de lengtebeperking) aan het plaatsen van een kampeermiddel in de directe nabijheid van de woning (beschreven in onder andere 3.4.4, 4.4.4 , 5.4.4, 6.4.4, 7.4.4, 8.4.4 en 9.4.4 van het bestemmingsplan Buitengebied 2015): ‘4° de lengte van de caravan is maximaal 6,50 meter gemeten zonder dissel’. In artikel 51.4.1 van de planregels wordt verwijderd: ‘de lengte van de caravan is maximaal 6,50 meter gemeten zonder dissel’. Voorwaarde 4 wordt vernummerd naar 3.

Motie 2: Huidige pipowagens toestaan Toelichting Bij woningen in het buitengebied zijn kampeermiddelen toegestaan. In de aanloop naar het paraplu-bestemmingsplan is er discussie ontstaan over Pipowagens. Het college stelt voor om het begrip Pipowagen te schrappen in het nieuwe bestemmingsplan. Maar ook stelt het college dat er in de afgelopen jaren er ‘op verschillende manieren is om gegaan met het begrip Pipowagen’. (Zie beantwoording vragen over dit onderwerp – zoeken op ‘pipo’.) Wij vinden het redelijk en billijk – gezien de onduidelijkheid die is ontstaan over zogenaamde pipowagens de afgelopen jaren - om de pipowagens die tot aan het Ontwerp-parapluplan zijn geplaatst en zijn geconstateerd door het college toe te staan via het paraplubestemmingsplan, ook die waar geen toezegging over is gedaan. Roept het college op De negen nu geconstateerde pipowagens toe te staan via een persoonsgebonden uitsterfregeling, waarbij geldt dat ze niet vervangen mogen worden (dan stopt het recht).

Conclusie Het verwerken van de eerste motie maakt deze tweede motie overbodig. Een pipowagen wordt in dat voorstel een kampeermiddel. Hiermee worden de bestaande pipowagens legaal, mits ze aan de overige voorwaarden voldoen die in het bestemmingsplan staan. Een algemene uitsterfregeling is dan niet meer nodig. Het is mogelijk 10 / 167

dat bestaande pipowagens niet (volledig) voldoen aan de voorgestelde nieuwe regels. Het college zegt toe dat in die gevallen alsnog een passende uitsterfregeling buiten het Parapluplan om wordt gemaakt. Dat gaat hooguit om een enkel geval en daarvoor kan maatwerk worden geleverd. In beantwoording raadsvraag is eerder dit jaar de toezegging gedaan: Het college is bereid een persoonsgebonden uitsterfregeling te maken voor alle pipowagens die er zijn op het moment dat het parapluplan in werking treedt. Hierbij moet het wel gaan om ‘echte’ pipowagens. In de praktijk zijn er namelijk vele varianten. Ook situaties die worden aangeduid als pipowagen, maar dat feitelijk niet zijn. Na vaststelling van het parapluplan zal het college zo snel mogelijk een regeling opstellen en ter informatie naar u sturen, inclusief de overwegingen over waarom en wanneer iets een ‘echte’ pipowagen is.

Motie 3. Slaapplaatsen niet naar buiten verplaatsen Toelichting Het college stelt voor om een pilot met kampeerplekken bij groepsaccommodaties uit te voeren. Tijdens de Covidperiode zijn enkele kampeerplekken gedoogd bij deze accommodaties, en nu komt (zo begrijpen wij) bij hen de wens vandaan om die kampeerplekken definitief te maken. Wij vinden dat deze recreatiebedrijven voor die gevallen creatief kunnen zoeken naar inpandige oplossingen. Ook begrijpen we dat deze plekken nu al worden gebruikt als buitencampinkje, niet per se gerelateerd aan de bezoekers in de accommodatie. Balans Toerisme/ Landschap Wij vinden dat het naar buiten brengen van slaapplaatsen in de vorm van kampeermiddelen geen goede ontwikkeling. Om balans te krijgen in het toerisme, en om voorzichtig met het landschap om te gaan, gaan we op Texel dus ook voorzichtig om met de diverse toeristische verblijfscategorieën. De pilot die het college voorstelt vervaagt die categorieën, en het toestaan van enkele uitgeplaatste slaapplaatsen is het begin van het einde.

Uitzondering Uit communicatie van de Klankbordgroep begrijpen we dat er voor begeleiders van schoolklassen een uitzondering wordt gevraagd. Daar willen we aan meewerken, zonder planologische rechten te geven voor kampeermiddelen. Uitzonderlijk en bij uitzondering vinden wij dat begeleiders van schoolklassen in de groepsverblijven gebruik mogen maken van maximaal drie kampeermiddelen. Ook begrijpen we dat in sommige gevallen groepsaccommodaties mogelijke uitbreiding van de bebouwing willen inleveren voor een beperkt aantal slaapplaatsen. Die gevallen willen wij graag voorgelegd zien aan de gemeenteraad, omdat we daar kansen in zien tegen verstening. Roept het college op In het Paraplu bestemmingsplan Verblijfsrecreatie Texel te borgen dat: 1.

aan de pilot voor groepsverblijven de volgende voorwaarden gekoppeld worden: dat het gaat over maximaal 3 kampeermiddelen en dat het alleen bestemd is voor de begeleiders van schoolklassen.

2.

indien groepsverblijven mogelijke uitbreiding van bebouwing willen inleveren voor een beperkt aantal kampeerplaatsen, dit via een voorstel aan de gemeenteraad wordt voorgelegd.

Conclusie Ad. 1 Deze motie gaat niet over het wijzigen van het Parapluplan zelf en levert dus geen tekstaanpassing in het Parapluplan op. Het betreft een pilot buiten het Parapluplan om en als vervolg op de ontheffing in 2024 als onderdeel nog van de post-corona maatregelen. Dit wordt geregeld als onderdeel van de 2e Uitvoeringsagenda Toerisme, in overleg met de Klankbordgroep. In de opzet van de pilot zal opgenomen worden op welke wijze de kampeermiddelen landschappelijke goed kunnen worden ingepast en hoe geborgd kan worden dat de kampeerder ook inderdaad een schoolbegeleider is. Ad. 2 Wanneer een individuele eigenaar een ander initiatief of ontwikkeling heeft voor zijn groepsverblijf kan daarvoor een omgevingsvergunning voor een bopa worden aangevraagd. Deze zal dan apart worden beoordeeld en aan de raad worden voorgelegd voor bindend advies.

11 / 167

Motie 4. Vast kampeermiddel bij woning in buitengebied Toelichting Bij een woning in het buitengebied van Texel mag een kampeermiddel worden geplaatst. Deze mogen er - op dit moment - staan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober. Veel Texelaars gebruiken deze mogelijkheid om voor familie en vrienden van de overkant een mooi plekje te creëren in de tuin. In het Paraplu bestemmingsplan Verblijfsrecreatie Texel wordt nu gesteld dat een kampeermiddel op deze plek niet meer mag blijven staan1; de kwalificatie ‘vast kampeermiddel’ kwijtraakt. Wij vinden dat het laten staan van het kampeermiddel als voordeel heeft dat de controle gemakkelijker wordt en dat er geen onnodige handelingen van verplaatsing nodig zijn. Wij willen dan ook dat voor het kampeermiddel dat woningen in het buitengebied mogen hebben de definitie van een ‘vast kampeermiddel’ gehanteerd wordt: ‘Een ‘vast kampeermiddel’ betekent dat een kampeermiddel (tent, toercaravan, camper) langere tijd mag blijven staan, gedurende het kampeerseizoen.’ Roept het college op in de regels van het parapluplan te borgen dat woningen in het buitengebied een vast kampeermiddel mogen blijven plaatsen, op een vaste plaats dus, tijdens het kampeerseizoen.

Conclusie De motie kan worden overgenomen en levert in de uitvoering en de handhaafbaarheid geen problemen op. Als een kampeermiddel bij een woning in het buitengebied een ‘vast kampeermiddel ‘mag zijn mag ook een pipowagen van 15 maart tot 31 oktober bij een woning staan op een manier die voldoet aan de plaatsingsvoorwaarden in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 (artikel 51.4.1), bij elke woning in het buitengebied.

Ambtelijke wijziging De toelichting onderaan op pagina 11 aanpassen: De nieuwe regeling voor het kamperen bij een woning geldt alleen voor de percelen met een woonfuncties in het buitengebied. In de aanhef van de betreffende regeling is dit dan ook expliciet gesteld (artikel 6.1.3). In de regel is nu verduidelijkt dat het hier niet mag gaan om een ‘vast kampeermiddel’.

Artikel 6.1.3 aanpassen: 6.1.3 Kampeermiddel bij een woning Voor het in bijlage 1 genoemde bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 waarin een woonbestemming voorkomt dan wel waar op grond van een bestemming woningen zijn toegestaan en waar in de gebruiksregels is opgenomen dat het is toegestaan te kamperen op het achtererf met 1 kampeermiddel in de directe nabijheid van de woning, geldt dat het niet gaat om een pipowagen ook mag gaan om een vast kampeermiddel. De voorwaarden voor plaatsing van het kampeermiddel blijven ongewijzigd.

Motie 5. Boerencampings en schapenhouders horen bij elkaar Toelichting Bij de begrippenlijst van het paraplubestemmingsplan wordt bij een reëel agrarisch bedrijf bij de criteria inkomen en arbeidsinzet een ‘of’ criterium gebruikt (zie blz. 15, van Ontwerpplan): ‘1.17 reëel agrarisch bedrijf Er is sprake van een reëel agrarisch bedrijf als tussen de helft en een nagenoeg volledig ‘redelijk’ inkomen afkomstig is uit het bedrijf en/of tussen de helft en nagenoeg volledige arbeidsinzet van een volwaardige arbeidskracht aan het bedrijf besteed wordt.’ De achterliggende reden is steeds benoemd in de stukken (zie hier): voor schapenhouders is het vaak lastig om aan het inkomenscriterium te voldoen. Doel van het kamperen bij de boer is dat de nevenactiviteit ‘kamperen bij de boer’ een aanvulling is op het inkomen van agrarische bedrijven; niet voor zogenaamde hobbyboeren. Wij zijn het er mee eens dat bedrijfsmatige schapenhouders in staat moeten zijn om een boerencamping als aanvulling op het inkomen te exploiteren. Veel schapenhouders hebben het moeilijk en schapen zijn iconisch voor Texel. Om die reden is bij het

12 / 167

Reparatieplan Buitengebied Texel ervoor gekozen in de definitie van reëel agrarisch bedrijf het ‘en/of’ criterium op te nemen (in het oorspronkelijke plan was dit alleen ‘en’). Die keuze heeft naar onze mening tot ongewenste effecten geleid. Wij vinden het daarom niet wenselijk om dat ‘of’ criterium nog langer te hanteren en daarmee voor alle agrarische bedrijven te laten gelden. Daarom stellen wij voor dit ‘of’ criterium weer te schrappen en op te nemen dat voor schapenhouders een uitzondering kan worden gemaakt op het criterium van een redelijk inkomen. Dit betekent een aanpassing van de definitie van reëel agrarisch bedrijf en een toevoeging aan de regels voor kamperen bij de boer. De uitzondering geldt dan voor een agrarisch bedrijf die geheel dan wel in hoofdzaak gericht is op het houden/fokken van schapen en minimaal 250 fok- of melkschapen heeft. Vandaar deze motie: Roept college op - In het paraplubestemmingsplan Verblijfsrecreatie Texel de volgende definitie op te nemen voor Reëel agrarisch bedrijf Er is sprake van een reëel agrarisch bedrijf als tussen de helft en een nagenoeg volledig ‘redelijk’ inkomen afkomstig is uit het bedrijf en tussen de helft en nagenoeg volledige arbeidsinzet van een volwaardige arbeidskracht aan het bedrijf besteed wordt.

Met daarbij ook dit: In afwijking van deze definitie kan de omgevingsvergunning ook worden verleend als er geen sprake is van een ‘redelijk’ inkomen uit het agrarische bedrijf, maar dit agrarische bedrijf geheel dan wel in hoofdzaak is gericht op het houden en/of fokken van schapen en in de voorafgaande 3 jaren van de aanvraag gemiddeld minimaal 250 fokof melkschapen heeft gehad. Aan artikel 3.1.1 kamperen bij de boer het volgende toe te voegen: ‘Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor kamperen bij de boer wordt een Gecombineerde opgave ingediend en in het geval er geen Gecombineerde opgave beschikbaar is worden er andere gegevens overlegd waaruit blijkt dat er sprake is van een reëel agrarisch bedrijf’.

Conclusie Een uitvoerbare motie zoals beschreven.

Ambtelijke wijzigingen: Wijzigen van de definitie: 1.17 reëel agrarisch bedrijf er is sprake van een reëel agrarisch bedrijf als tussen de helft en een nagenoeg volledig ‘redelijk’ inkomen afkomstig is uit het bedrijf en/of tussen de helft en nagenoeg volledige arbeidsinzet van een volwaardige arbeidskracht aan het bedrijf besteed wordt.

Wijzigen 3.1 Afwijken van de gebruiksregels 3.1.1 onder g. De omvang van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf moet minimaal die van een reëel agrarisch bedrijf zijn. De omgevingsvergunning kan ook worden verleend als geen sprake is van een 'redelijk' inkomen uit het agrarische bedrijf, maar waarbij dit agrarische bedrijf zich geheel dan wel in hoofdzaak richt op het houden en/of fokken van schapen en in de voorafgaande 3 jaren van de aanvraag gemiddeld jaarlijks minimaal 250 fok- of melkschapen heeft gehouden; 3.1.1 h. (en opnieuw nummeren) Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor kamperen bij de boer wordt een Gecombineerde opgave ingediend en in het geval er geen Gecombineerde opgave beschikbaar is worden er andere gegevens overlegd waaruit blijkt dat er sprake is van een reëel agrarisch bedrijf.

Opnemen in de toelichting Het wijzigen van de definitie en regels van ‘reëel agrarisch bedrijf’ heeft effect op de regels in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 rondom (a) kamperen bij de boer, (b) recreatieappartementen in stolpen, (c) huisvesting tijdelijk personeel, (d) productie- en branchegerichte detailhandel, (e) zorg en kinderopvang en (f) het aanbrengen van verhardingen van ondergeschikte betekenis. Ook voor die gevallen gaat dus de nieuwe, strengere norm voor reëel agrarisch bedrijf gelden.

13 / 167

Motie 6. Maximaal 20% verstenen per kampeerterrein Toelichting Wij willen ook dat verdere “verstening” binnen de perken blijft. Maar we zijn er niet voor om het verstenen helemaal aan banden te leggen; wij kiezen voor het maximeren van verstening van kampeerterreinen te maximeren. Ook wij willen op basis van de Texelse Kernwaarden dat verdere “verstening” van het eiland binnen de perken blijft. Daarbij zijn wij er niet voor om het “verstenen”/ omzetten van kampeerplaatsen naar verblijfsrecreatieve bouwwerken helemaal aan banden te leggen en kiezen ervoor “verstening” van kampeerterreinen te maximeren. Wij zijn uitgekomen op een percentage van 20%, waarbij er voor uitbaters nog een beetje bewegingsruimte is maar toch ook voorkomen wordt dat een heel kampeerterrein wordt opgekocht en zijn kampeerfunctie geheel verliest (zoals bij camping De Driehoek gebeurd is, bijvoorbeeld). Om een beeld te krijgen wat de effecten van deze motie zijn, is een rekenmodel opgesteld waarin concreet zichtbaar gemaakt is wat de effecten zijn bij het toestaan van 20% verstening per kampeerterrein. Roept het college op in de regels van het Paraplu bestemmingsplan op te nemen dat voor Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen bestemde locaties een maximum percentage van 20% 'verstening'/omzetting geldt van de nog niet naar verblijfsrecreatieve bouwwerken omgezette slaapplaatsen ter plaatse.

Conclusie Uitvoering van de motie blijft in de ogen van het college te grote juridische en planschaderisico’s met zich meebrengen. Het gaat immers om het wijzigen van bestaande rechten. Vandaar dat het advies van het college t.a.v. de motie Maximaal 20 % verstenen per kampeerterrein is, deze niet te verwerken in het parapluplan vanwege de juridische en financiële consequenties. De consequentie van het uitvoeren van de motie: ‘er wordt geschat dat de planschade en juridische kosten ruim €10 miljoen kunnen bedragen. Er is geen onderbouwing voor het risicopercentage gegeven en het lijkt ook niet mogelijk om deze ex ante (vooraf) vast te stellen. Dit betekent dat we moeten uitgaan van het maximale risico van 100%. Hierdoor is het geen onzeker risico meer en moet dit bedrag uit de Algemene Reserve worden gedekt. De huidige stand van de Algemene Reserve is hiervoor echter niet toereikend, waardoor aanvullende financiële maatregelen nodig zijn op basis van de vastgestelde Programmabegroting 2025. Het besluit leidt dan direct tot een niet sluitende begroting 2025. Mening van bureau Rho (zie ook BIJLAGE 9) a. De uitvoering van deze bepaling is heel lastig en kan risico’s of fouten met zich meebrengen. Elke keer als een aanvraag komt voor omzetting moet worden vastgesteld wat bestaand is en welke ruimte er nog is (‘wat staat er allemaal op het terrein)’. b.

De kans bestaat dat deze regel in een beroepsprocedure bij de Raad van State onderuit wordt gehaald vanwege het ontbreken van een deugdelijke grondslag (motivatie/onderbouwing). De bewoording in de motie gaat voorbij aan het feit dat we ruimtelijk relevante regels moeten hebben; de wens om niet verder te verstenen wordt door de al verplichte landschappelijke inpassing (de ten minste 7,0m brede boomsingel rondom recreatie terreinen) onderuit gehaald: de ‘gebouwde logiesvormen’ staan immers niet in het zicht.

Het begrip ‘bestaand’ In de Texelse bestemmingsplannen wordt voor bouw onder het begrip ‘bestaand’ de situatie verstaan per datum ter inzagelegging van het Ontwerp bestemmingsplan, in dit geval 30 januari 2023. Het overgangsrecht voor gebruik gaat echter uit van datum vaststelling van het Parapluplan. Duidelijkheid over het ‘bestaande’ aantal blijft nodig. De geplaatste stacaravans/chalets worden echter vaak niet gemeld. Voor de bouw van zomerhuizen en familiehuizen waren blijft een omgevingsvergunning nodig, de aangevraagde aantallen en de datum van de beschikking van deze initiatieven zijn bekend. Om die duidelijkheid te verkrijgen zal voor 15 maart 2025 controle plaatsvinden van de aantallen slaapplaatsen in nog niet ‘gebouwde logiesvormen’ c.q. op plekken voor kampeermiddelen. De eisen bij omzetting 1. De eis van landschappelijke inpassing

14 / 167

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor omzetting zal worden getoetst aan het bestemmingsplan en geldt de eis van landschappelijke inpassing (dat wil zeggen dat de plaatsing c.q. bouw pas kan beginnen als een boomsingel van ten minste 7,0 m breed en minimaal 2 m hoog aanwezig is). 2. De eis van een concreet plan voor verduurzaming In een antwoord op de raadsvraag van de VVD is ook beloofd door middel van een second opinion (via bureau Rho) te laten kijken naar de juridische formulering en handhaafbaarheid van de eis bij omzetting van een concreet plan voor verduurzaming. De essentie van de conclusie van Rho: je stelt voorwaarden die nog niet zijn uitgewerkt. Deze voorwaarden moeten voldoende duidelijk en handhaafbaar zijn en ook ruimtelijk relevant. Ten aanzien van dit laatste onderdeel wordt geconcludeerd dat natuurinclusiviteit, duurzaamheid, biodiversiteit, circulariteit en klimaatadaptie geen ruimtelijk relevante eisen zijn waar je eisen aan mag stellen in een bestemmingsplan. Dat mag wel in een Omgevingsplan of een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (CHW-bestemmingsplan), maar van dat laatste is hier geen sprake. Voorgaande is voor het college reden om het paraplubestemmingsplan gewijzigd aan de raad voor te leggen. Deze wijziging op dit onderdeel bestaat dan uit het volgende: -

Het toegevoegde lid 5.3.2.d. (over de eis van een concrete plan voor verduurzaming) geheel te schrappen;

-

In de toelichting bij het parapluplan op te nemen ‘dat het tot de maatschappelijke verantwoordelijkheid van elke ondernemer hoort dat de ondernemer het voortschrijdend inzicht met betrekking tot verduurzaming, klimaatadaptatie en circulariteit meeweegt in gebouwontwerp, terreindeling en landschappelijke inpassing, ook als manier om in te spelen op de groeiende vraag bij consumenten’;

-

in de Omgevingsvisie en/of Programma’s (met bijvoorbeeld doelstellingen of kaders) richting te geven aan genoemde onderwerpen en vervolgens in het omgevingsplan hiervoor concrete regels te stellen.

Ambtelijke wijzigingen Dit vraagt de volgende aanvulling voor 5.3: 5.3 Verblijfsrecreatieve terreinen 5.3.1 Bestemmingsomschrijving Binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen' zoals opgenomen in de bestemmingsplannen genoemd in bijlage 1, zijn de volgende recreatieve verblijven toegestaan: a. kampeermiddelen, met inbegrip van vaste kampeermiddelen en tenthuizen; b. bestaande stacaravans/chalets; c. bestaande blokhutten; d. bestaande zomerhuizen; e. bestaande familiehuizen.

De aanpassing van 5.3.2: 5.3.2 Afwijken van de bouwregels

In afwijking van het bepaalde in lid 5.3.1 mogen binnen de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen' zoals opgenomen in de bestemmingsplannen genoemd in bijlage 1, nieuwe stacaravans/chalets, nieuwe blokhutten, nieuwe zomerhuizen en nieuwe familiehuizen worden gebouwd, met inachtneming van de volgende voorwaarden:

Motie 7. Omgekeerde dennenappel Toelichting Met de vaststelling van het Parapluplan komt er meer duidelijkheid over wat er wordt toegestaan bij de diverse verblijfsrecreatieve categorieën. Ook voor kampeerboeren en recreatie-kampeer-terreinen wordt dit helder, en dat met een positief Advies van de Klankbordgroep. Wij vinden die beiden categorieën zeer belangrijk voor het divers houden van het aanbod op Texel. Kamperen biedt ook voor de mensen met een kleinere beurs ook op Texel mogelijkheden. De Klankbordgroep heeft daarnaast een advies geformuleerd over innovatieve kampeerervaringen. Zij stellen dat door in te spelen op een dynamische markt een gediversifieerd aanbod verzorgd kan worden. Een gevleugelde uitspraak is het voorbeeld van een kampeermiddel in de vorm van een 15 / 167

Omgekeerde Dennenappel. In dit Parapluplan definiëren we wat kampeermiddelen en tenthuizen zijn, maar vernieuwingen in kampeerland, die kunnen we niet voorzien. Daarom vinden we dat een mogelijkheid tot experimenteren op kampeerterreinen mogelijk moet zijn, zonder het karakter van die terreinen negatief te beïnvloeden en zonder het landschap en de kernwaarden aan te tasten. Om het met de Texelprincipes te zeggen: We moeten vertrekken vanuit Natuur en Landschap, meebewegen met de seizoenen, maar ook blijven Jutten en Pionieren. Vandaar deze motie. Roept het college op 1. Pilots voor innovatieve vormen van kamperen toe te staan voor 5 jaar bij recreatie- kampeerterreinen, alleen tijdens het kampeerseizoen, en er zorg voor te dragen dat de pilots een positieve impact hebben op de kernwaarden en natuur en landschap. Dit, met input van de sector. 2. Hierbij te borgen dat t.b.v. een pilot voor een innovatieve kampeervorm een maximum geldt van 10% van het aantal slaapplaatsen dat het recreatieterrein heeft. 3. Elke pilot te evalueren. Eerst na 3 jaar tussentijds, zodat bijsturing – indien nodig - mogelijk is, en na 5 jaar een definitieve evaluatie, waarna de resultaten voorgelegd worden aan de raad.

Conclusie Als het innovatieve kampeermiddel een kampeermiddel is zoals omschreven in de definities, dan is het innovatieve kampeermiddel gewoon toegestaan. Daarvoor hoeft geen pilot te worden gestart. Bij nieuwe verschijningsvormen van kampeermiddelen, anders dan de mogelijkheden die het bestemmingsplan benoemd, kan een pilot helpen. Het college ziet dan graag de betrokkenheid van de Klankbordgroep bij het opzetten van de pilot en het adviseren aan het college over de nieuwe vormen van logiesmogelijkheden en de argumentatie waarom deze niet kunnen vallen onder de bestaande definities in de bestemmingsplannen c.q. het omgevingsplan.

Consequenties - Buiten het parapluplan om Een pilot in de 2e Uitvoeringsagenda waarin innovatieve ideeën worden verkend (die buiten de huidige definitie en kenmerken/eigenschappen van een tent, caravan of camper vallen) gebeurt buiten het parapluplan. In die pilot kunnen de aangegeven kaders worden opgenomen: ‘een mogelijkheid tot experimenteren (..), zonder het karakter van die terreinen negatief te beïnvloeden en zonder het landschap en de kernwaarden aan te tasten’. - Overal? Is beleid De consequentie is ook dat als op alle plekken waar kampeermiddelen mogen staan, dan ook vernieuwende vormen van tenten, caravans en campers mogen staan. Willen we ‘omgekeerde dennenappels’ op alle plekken waar kampeermiddelen zijn toegestaan? Dus bij kamperen bij de boer, stolpen, woning in het buitengebied en op alle ‘Recreatie – Kampeerterreinen’? De wens van ondernemers die een ‘Recreatie – Kampeerterrein’ hebben om (bijvoorbeeld) een ‘omgekeerde dennenappel’ als - innovatief kampeermiddel - te kunnen plaatsen, was juist om zich te kunnen onderscheiden van bijvoorbeeld het aanbod bij kamperen bij de boer. Het verschil tussen kamperen bij de boer (een nevenactiviteit op een agrarisch bedrijf) en de bedrijven wiens kampeerterrein het enige verdienmodel is (met de bestemming ‘Recreatie – Kampeerterrein’) verdwijnt zo.

De vraag is hoe een ‘Recreatie – Kampeerterrein’ zich dan nog kan onderscheiden. De afspraak tussen de kampeerboeren/VTKB en HISWARECRON over een logische verdeling van het type kamperen komt hierdoor ook in het geding: kamperen bij de boer sluit aan bij het aanbod: het basic kamperen met een eigen kampeermiddel, passend op een agrarisch bedrijf, terwijl de Recreatie – Kampeerterreinen zich meer op het luxere aanbod richten. Of willen (en kunnen) we de innovatieve vormen verbieden op terreinen voor kamperen bij de boer?

16 / 167

Onder: overzicht van het aantal kampeerterreinen met de bestemming ‘Recreatie - Kampeerterreinen’ op Texel met het in op de verbeelding in het bestemmingsplan toegestane aantal slaapplaatsen: aantal slaapplaatsen als kampeerterrein

in aantal kampeerplekken

de Krim

3.736

1.245

de Krim

1.845

615

405

135

501

167

Landal

255

85

NKTC De Slufter

NKTC

240

80

De Shelter

de Krim

210

70

7.192

2.397

Bedrijf Kogerstrand Loodsmansduin

deels

De Robbenjager

deels

Woud Sluftervallei

deels

17 / 167

3. Zienswijzen 1. Zaaknummer 3314103 - Burgwal 20, Den Burg Zienswijze Indieners geven aan dat zij sinds 2017 hun pand tot woning hebben omgebouwd en daarin een museum annex galerie hebben gerealiseerd in combinatie met een gastenverblijf voor 1-2 personen. Die combinatie beschouwen zij als een unieke plek. Zij hebben moeite met de eis van een parkeerplaats per kamer binnen het bestemmingsvlak. Daarover beschikken zijn zij niet. Reactie gemeente De motie van 14-12-2022 luidde ‘te onderzoeken hoe de eis van een parkeerplaats per kamer voor logies met ontbijt in dorpscentra kan vervallen’ en ‘hoe kan worden voorkomen dat voortuinen worden bestraat’, wordt gezien de complexiteit van het onderwerp (een combinatie van parkeren, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid), voorgesteld dit mee te nemen in de op te stellen parkeer- en mobiliteitsvisie. Het bestaand legaal gebruik van woningen voor logies met ontbijt (en dus het gebruik van drie kamers voor 6 slaapplaatsen logies met ontbijt) zal zonder overgangstermijn kunnen worden voortgezet. De verplichting van het hebben van een parkeerplaats (per kamer voor logies met ontbijt) binnen het eigen bestemmingsvlak, geldt voor nieuwe locaties, niet voor bestaande legale situaties. Standpunt De reactie geeft aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. Het bestaand legaal gebruik als logies met ontbijt wordt gerespecteerd.

We kunnen niet voorbijgaan aan het wettelijk overgangsrecht. Een overgangsregeling zoals verwoord in paragraaf 8.3 van het Ontwerp Parapluplan vervalt en daarmee ook de noodzaak om voor het einde van die overgangsperiode aan de nieuwe eisen voor logies met ontbijt te moeten voldoen. De eisen uit het Ontwerp Parapluplan van maximaal twee kamers voor ten hoogste 4 slaapplekken voor logies met ontbijt (tot maximaal 30% en 50 m2) en een parkeerplaats per kamer voor logies met ontbijt binnen het eigen bestemmingsvlak, gelden voor permanent bewoonde woningen die vanaf de inwerkingtreding van het Parapluplan logies met ontbijt (willen) aanbieden. De tekst in het Ontwerp Paraplubestemmingsplan De definitie van logies met ontbijt 1.10 logies met ontbijt ‘een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte voorziening in de vorm van een (slaap)kamer voor het bieden van recreatief nachtverblijf al dan niet met het aanbieden van ontbijt’ waarbij de voorziening:

a. deel uitmaakt van het hoofdgebouw dan wel een daaraan aangebouwd bijbehorend bouwwerk; b. geen zelfstandige eenheid vormt; c. niet beschikt over een keuken maar wel mag zijn voorzien van een (aparte) wc en/of badkamer, kitchenette met een tafelmodel-koelkast’. 6.1.1 Voor de in bijlage 1 genoemde bestemmingsplannen waarin een woonbestemming voorkomt dan wel waar op grond van een bestemming woningen, niet bedoeld bedrijfswoningen binnen de bestemmingen 'Recreatie – Verblijfsrecreatieve Gebouwen', 'Recreatie - Kampeerterrein' en Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen' zijn toegestaan, gelden de volgende gebruiksregels voor logies met ontbijt: a. de oppervlakte van de logies met ontbijt voorziening mag per woning / wooneenheid ten hoogste 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m²; b. het aantal recreatieve slaapplaatsen mag ten hoogste 4 per woning/wooneenheid bedragen, verdeeld over ten hoogste 2 slaapkamers, tenzij ter plaatse de aanduiding 'maximum aantal recreatieve slaapplaatsen' is opgenomen, in welk geval het aantal slaapplaatsen ten hoogste het ter plaatse aangegeven aantal mag bedragen; c. de woning / wooneenheid dient permanent te worden bewoond; d.

per slaapkamer voor logies met ontbijt dient 1 parkeerplaats aanwezig te zijn binnen het bestemmingsvlak, bovenop de norm voor het aantal parkeerplaatsen bij de woning volgens de op dat moment geldende beleidsregels. 8.3 Overgangsrecht beperkt van toepassing

18 / 167

In afwijking van het bepaalde in lid 8.2 sub a geldt dat het gebruik voor logies met ontbijt als bedoeld in artikel 6 lid 6.1.1 van dit bestemmingsplan, in afwijking van het bestemmingsplan mag worden voortgezet tot 3 jaar na de terinzagelegging van het bestemmingsplan als Ontwerp.

De n.a.v. de zienswijze aangepaste tekst in het Paraplubestemmingsplan De definitie van logies met ontbijt 1.10 logies met ontbijt ‘een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte voorziening in de vorm van een (slaap)kamer voor het bieden van recreatief nachtverblijf al dan niet met het aanbieden van ontbijt’ waarbij de voorziening:

a. deel uitmaakt van het hoofdgebouw dan wel een daaraan aangebouwd bijbehorend bouwwerk; b. geen zelfstandige eenheid vormt; c. niet beschikt over een keuken maar wel mag zijn voorzien van een (aparte) wc en/of badkamer, kitchenette met een tafelmodel-koelkast’. 6.1.1. Bestaande logies met ontbijt

Voor de bestaande logies met ontbijt locaties geldt de regeling zoals opgenomen in het betreffende bestemmingsplan zoals genoemd in Bijlage I. Indien het gebruik voor logies met ontbijt voor een periode van langer dan een jaar wordt onderbroken, is geen sprake meer van bestaand. Dan zijn de regels van 6.1.2 van toepassing. 6.1.2. Logies met ontbijt Voor de in bijlage 1 genoemde bestemmingsplannen waarin een woonbestemming voorkomt dan wel waar op grond van een bestemming woningen, niet bedoeld bedrijfswoningen binnen de bestemmingen 'Recreatie – Verblijfsrecreatieve Gebouwen', 'Recreatie - Kampeerterrein' en Recreatie - Verblijfsrecreatieve terreinen' zijn toegestaan, gelden de volgende gebruiksregels voor de locaties die na de inwerkingtreding van dit plan zijn gestart met het aanbieden van logies met ontbijt: a. de voorziening maakt deel uit van de woning/wooneenheid; b. de voorziening vormt geen zelfstandige eenheid; c. de voorziening beschikt niet over een keuken, maar mag wel een kitchenette met tafelmodel koelkast bevatten; d. de voorziening mag wel zijn voorzien van een (aparte) toilet en/of badkamer; e.

de oppervlakte van de logies met ontbijt-voorziening mag per woning/wooneenheid ten hoogste 30% van de gebruiksoppervlakte van het hoofdgebouw bedragen met een maximum van 50 m², waarbij de aangebouwde bijbehorende bouwwerken met een woonfunctie mogen worden meegerekend. f. het aantal recreatieve slaapplaatsen mag ten hoogste 4 per woning/wooneenheid bedragen, verdeeld over ten hoogste 2 slaapkamers; g. de woning / wooneenheid wordt permanent bewoond; h. per slaapkamer voor logies met ontbijt dient 1 parkeerplaats aanwezig te zijn binnen het bestemmingsvlak, bovenop de norm voor het aantal parkeerplaatsen bij de woning/wooneenheid volgens de op dat moment geldende beleidsregels. 8.3 Vervalt

2. Zaaknummer 3316075 - Boslaan 71, Utrecht Zienswijze

Een pipowagen op een boerencamping wordt door indiener als een grote caravan gezien. Gepleit wordt voor een persoonsgebonden overgangsrecht voor de kampeerders van pipowagens. Ook vragen zij zich af of campings pipowagens mogen verhuren. Reactie gemeente In het Ontwerp Paraplubestemmingsplan is geformuleerd dat een pipowagen geen kampeermiddel is en daardoor niet als passend wordt gezien op een terrein voor kamperen bij de boer (met een agrarische bestemming). Door de op 10 juli 2024 aangenomen motie ‘Pipowagen is ook een kampeermiddel’ is dat gewijzigd. Pipowagens worden in dit Paraplubestemmingsplan als kampeermiddel gezien. Tegelijkertijd is een andere motie aangenomen waarin voor eigenaren van bestaande pipowagens een maatwerk oplossing wordt gevraagd. In 2022 toonde onderzoek aan dat op Texel 7 locaties in beeld waren waar stacaravans/chalets en/of pipowagens zijn of waren geplaatst. Mogelijk dat sindsdien nog enkele pipowagens zijn geplaatst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=8a0eed26-dfad-4363-84fb-9273700aadf7