CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan - ontwerp

Raadscommissie 31 maart 2021, gemeente TexelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan herstructurering golfbaan De Texelse20.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Aardkundige waarden

Toetsingskader De provincie Noord-Holland heeft op de kaart behorende bij de structuurvisie en de verordening aardkundig waardevolle gebieden aangegeven. De provincie maakt hierin onderscheid tussen aardkundig waardevolle gebieden en aardkundige monumenten. De aardkundige monumenten worden beschermd op basis van de provinciale Milieuverordening.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Status: Ontwerp / 17-08-2020

20181824

blz 29

Toetsing De ontwikkeling ligt gedeeltelijk in een aardkundig waardevol gebied. Op basis van artikel 8 van de verordening dient in de toelichting van een bestemmingsplan aangegeven worden in hoeverre rekening is gehouden met aardkundige waarden. Voor de aardkundige waarden is het belangrijk dat de hoogteverschillen in het landschap behouden blijven. De locaties waar de agrarische bedrijven verdwijnen zijn in het verleden al vlakgetrokken en hier zijn geen aardkundige waarden meer aanwezig. De verplaatsing van het clubhuis wordt op een locatie gepositioneerd waar ook geen aardkundige waarde meer zichtbaar zijn. Dit ligt allemaal op enige afstand van De Roggesloot, die met deze ontwikkelingen niet wordt aangetast. Dit aspect staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg. 4.7

Cultuurhistorie

Toetsingskader De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Toetsing Binnen het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. De nieuwe inrichting van het plangebied voegt zich in de bestaande structuren en kenmerken van de omgeving. Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.8

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Texel heeft een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Op deze kaart worden gebieden aangewezen waar zich mogelijk archeologische resten bevinden. Deze archeologische waarden zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd door de dubbelbestemming 'waarde-archeologie'. Onderscheid is gemaakt tussen archeologische waarde, gematigde archeologische verwachting en hoge archeologische verwachting.

Deze gronden zijn primair bestemd voor het behoud en de bescherming van aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Toetsing De gemeenteraad heeft op 12 juni 2013 de geactualiseerde archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze locatie is een “terrein van lage archeologische verwachting” (Categorie 5). De trefkans op archeologische resten is in dit gebied relatief laag. Er is daarom geen archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Wanneer er archeologische vondsten worden gedaan is een uitgebreid archeologisch onderzoek altijd noodzakelijk en zullen passende maatregelen worden genomen.

Bestemmingsplan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Status: Ontwerp / 17-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz30

4.9

1081824

Ecologie

Toetsingskader Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Beide aspecten zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Daarnaast is in elke provinciale verordening een uitwerking van de Wnb opgenomen. In de provincie Noord - Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage I bij deze verordening. Per soort worden de handelingen, middelen en methoden genoemd die mogen worden toegepast, slechts voor zover er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening.

Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden Natura-2000 De golfbaan grenst aan het Natura 2000-gebied 'Duinen en Lage Land Texel' (1.150 meter) en tevens op korte afstand van het Natura 2000-gebied 'Waddenzee' (1.800 meter). Gezien de aard van de ontwikkeling is areaalverlies, versnippering of verandering van de waterhuishouding van de Natura 2000 niet aan de orde. Daarnaast leidt het verplaatsen van het clubhuis en de uitbreiding van de golfbaan niet tot een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000. Er is namelijk slechts sprake van een verplaatsing en uitbreiding van de golfbaan. Per saldo is op eiland - niveau geen sprake van een toename van de verkeersgeneratie. Met de ontwikkeling wordt enkel een kwaliteitsimpuls van de golfbaan beoogt. Zekerheidshalve is voor de ontwikkeling een stikstofberekening uitgevoerd. Deze is als bijlage 2 toegevoegd. Uit de (verschil)berekening blijkt dat het netto-effect voor de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar is, waarbij het opheffen van de agrarische functie van het gebied een gunstige invloed heeft. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit project bestaan er dus geen belemmeringen in het kader van de Wnb. Weidevogelleefgebied Wel is het plangebied gelegen in een weidevogelleefgebied.

Ter plaatse is in de huidige situatie al een golfbaan en de daarbijbehorende bebouwing aanwezig waardoor reeds verstoring van de weidevogels plaatsvindt. Het betreft dan ook een ingreep die netto geen verstoring van het weidevogelleefgebied oplevert. Er zijn in het seizoen weidevogels en broedparen op de golfbaan. Deze nesten worden gemarkeerd ter bescherming. NNN-gebied Ook grenst de locatie aan de noordkant aan het NNN. Dit gebied heeft geen externe werking. De aanduiding NNN wordt beschermd via het ruimtelijke spoor en is opgenomen in de Provinciale Structuurvisie. Gezien de kleinschallige ontwikkeling in relatie tot de bestaande planologische mogelijkheden worden negatieve effecten op deze gebieden niet verwacht. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Status: Ontwerp / 17-08-2020

20181824

blz 31

Vanwege de ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn een drietal ecologische onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn als bijlage 3 en 4 opgenomen. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat geen sprake is van beschermde soorten in het plangebied, waar rekening mee gehouden dient te worden tijdens de uitvoering van de plannen. Wel dient rekening te worden gehouden met broedende vogels. Uitgangspunt is daarom om de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Daarmee is voldoende rekening gehouden met broedende vogels en vormt het aspect ecologie geen belemmering voor dit plan. 4.10

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het GR onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau. Toetsing Om te onderzoeken of in de omgeving van het plangebied sprake is van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes, is de risicokaart geraadpleegd.

Hieruit is naar voren gekomen dat alle drie niet voorkomen in en in nabijheid van het plangebied. Er zijn daarom geen belemmeringen vanuit externe veiligheid voor dit plan. 4.11

Luchtkwaliteit

Toetsingskader Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2015) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 14 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 10 µg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed.

Omdat in het plangebied slechts sprake is van de verplaatsing van het clubhuis, een summiere uitbreiding van de golfbaan, waarbij het aantal holes het zelfde blijft, de herinrichting van de driving range, de functiewijzigingen van de woningen aan de Postweg 185 en 211 én daarnaast de huidige agrarische bedrijven en boerencamping verdwijnen, is geen sprake van een significante toename van verkeersbewegingen. Bestemmingsplan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Status: Ontwerp / 17-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz32

1081824

Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.12

Kabels en leidingen

Toetsingskader Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

Toetsing Door het agrarisch perceel ten noorden van de Postweg 211 loopt een rioolleiding. In het bestemmingsplan is de leiding beschermd met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen, overkappingen en overige bouwwerken worden gebouwd. Met de ontwikkeling die dit bestemmingsplan voorstelt, worden geen ingrepen ter plaatse van de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' mogelijk gemaakt. Ook in dit bestemmingsplan blijft de dubbelbestemming van toepassing. Verder lopen er in en rondom het plangebied geen kabels, leidingen of zoneringen die planologische beperkingen vormen voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Status: Ontwerp / 17-08-2020

20181824

Hoofdstuk 5 5.1

blz 33

Juridische opzet

Algemeen

Het uitwerkingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om plannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2

Toelichting op de bestemming

In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de inhoud van de bestemmingen in dit bestemmingsplan. Voor de bestemmingen is aangesloten bij het gemeentelijke handboek voor standaard bestemmingen. De in dit bestemmingsplan voorkomende bestemming wordt hieronder toegelicht. Wonen De toekomstige reguliere woning aan de Postweg 211 krijgt de bestemming Wonen. Sport - Golfbaan De bestaande golfbaan blijft de bestemming Sport - Golfbaan behouden. Enkel het bouwvlak van het bestaande clubhuis wordt verwijderd. Deze wordt ter hoogte van het nieuwe clubhuis terug gepositioneerd. Daarnaast krijgen de gronden ter hoogte van de uitbreiding van de golfbaan de bestemming Sport - Golfbaan. Tevens is binnen de bestemming duurzame energiewinning toegestaan. Tot slot gaat het perceel Postweg 185 deel uit maken van de golfbaan. De bestaande woning wordt hierbij in gebruik genomen als bedrijfswoning bij de golfbaan en eveneens als tijdelijke buitenopslag ten behoeve van de golfbaan. Leiding - Riool De bestaande rioolleiding die door het plangebied loopt, wordt ook in onderhavig bestemmingsplan beschermd met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'. Op de gronden mogen geen gebouwen, overkappingen en overige bouwwerken worden gebouwd.

Bestemmingsplan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Status: Ontwerp / 17-08-2020

Rho adviseurs B.V.

blz34

1081824

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Inspraak en overleg Het ontwerpbestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegezonden aan Provincie Noord-Holland, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Vanwege de kleinschaligheid van het plan wordt het voorontwerp niet voor inspraak ter inzage gelegd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan wordt vervolgens voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan. 6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De initiatiefnemer heeft aangetoond over voldoende financiële middelen te beschikken voor de uitvoering van de plannen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Bij dit bestemmingsplan is de vaststelling van een exploitatieplan niet nodig. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten, waarin de gemaakte kosten zijn geregeld. In de overeenkomst is ook vastgelegd dat eventuele planschade voor rekening is van de initiatiefnemer.

Aangezien de gemeentelijke kosten hiermee gedekt zijn, is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Status: Ontwerp / 17-08-2020

bijlagen bij de toelichting

BIJLAGE 1

datum 11-2-2019 dossiercode 20190211-12-19835 Project: Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan Gemeente: Texel Aanvrager: Jan-Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs

Geachte heer/mevrouw Jan-Jacob Posthumus, Voor het plan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan heeft u advies aangevraagd in het kader van de watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit betekent dat wij in overleg met u willen bespreken hoe in uw plan rekening kan worden gehouden deze waterhuishoudkundige belangen. Om het watertoetsproces zo vlot mogelijk te laten verlopen, sturen wij u als bijlage een automatisch gegenereerd concept wateradvies. Dit conceptadvies is in twee delen opgesplitst. In het eerste deel van het conceptadvies geven wij aan over welke onderwerpen nader overleg met het hoogheemraadschap noodzakelijk is. Het tweede deel van het conceptadvies bevat de onderwerpen die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit tweede deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en advies te geven over de nog openstaande waterbelangen.

Als u eerder een afspraak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via ons algemene nummer 072 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Naast het bijgevoegde conceptadvies kunt u op onze website meer informatie vinden over de watertoets in het algemeen: https://www.hhnk.nl/portaal/schoon-en-gezond-water_3556/item/watertoets_3017.html. LET OP: Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het hoogheemraadschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te doen. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op https://www.hhnk.nl/portaal/vergunningen-en-ontheffingen_3529/. Met vriendelijke groet, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD T 072 582 8282 F 072 582 7010 E info@hhnk.nl W www.hhnk.nl

CONCEPT Wateradvies Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) heeft u Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het plan Herstructurering golfbaan De Texelse Golfbaan. Uit de ingediende gegevens is gebleken dat er voor één of meerdere wateraspecten nader overleg noodzakelijk is met het hoogheemraadschap. Deze aspecten benoemen wij in het eerste deel van dit concept wateradvies. In het tweede deel komen de onderwerpen aan bod die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die hierdoor ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. DEEL I Hieronder vindt u de aspecten waarover nader contact met het hoogheemraadschap noodzakelijk is:

Het ingetekende plangebied heeft de volgende zoneringen (kaartlagen) geraakt: - Zonering primaire waterlopen Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en te komen tot advies over bovenstaande waterbelangen. DEEL II Dit tweede deel van het advies kunt u direct gebruiken om een aanzet te maken voor de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.

Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden ( https://www.hhnk.nl/portaal/keur_41208/). Verharding en compenserende maatregelen Uit uw gegevens blijkt dat er geen / slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van de verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering.

Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen. Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Persleiding Uw plangebied bevindt zich binnen de signaleringszone van een rioolpersleiding van het hoogheemraadschap. Dit houdt in dat beperkingen kunnen gelden ten aanzien van eventuele (bouw)werkzaamheden.

Het is binnen deze zone niet zonder overleg toegestaan om objecten te plaatsen of werkzaamheden uit te voeren die een risico vormen voor het functioneren van de rioolpersleiding, zoals: - het planten van bomen en/of diepwortelende beplanting - het uitvoeren van zware transporten; - het opstellen van materieel op het tracé van de leiding; - de opslag van (zwaar) materiaal; - het werken aan- en/of realiseren van werken boven het tracé van de leiding; - het graven of heien nabij de leiding. Indien er wel sprake is van dergelijke werkzaamheden, of wanneer er andere activiteiten worden uitgevoerd die op enige wijze schade zouden kunnen toebrengen aan de rioolpersleiding, dient u vroegtijdig contact op te nemen met het hoogheemraadschap. Tot Slot De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan. Mocht de inhoud van het plan wijzigen, dan verzoeken wij u vriendelijk ons een geactualiseerde versie toe te sturen. Ook

ontvangen wij graag een exemplaar van het definitieve en goedgekeurde plan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via 072 - 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. www.dewatertoets.nl

BIJLAGE 2

MEMO Van

:

M.A. Bulthuis

Project

:

Herstructurering De Texelse Golfbaan

Opdrachtgever :

SAB Texel

Datum

:

29-05-2020

Aan

:

--

CC

:

--

Betreft

:

berekening stikstofdepositie

1.

Inleiding

In opdracht van SAB Texel is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van een aantal ontwikkelingen binnen het bestemmingsplan ‘Herstructurering De Texelse Golfbaan’, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van dieselaangedreven materieel. Berekend is het effect op de stikstofemissie en stikstofdepositie als gevolg van het bestemmingsplan. Voor saldering in het bestemmingsplankader zijn provinciale beleidsregels niet van toepassing en kan de gemeente het effect zelfstandig beoordelen. Binnen het bestemmingsplan ‘Herstructurering De Texelse Golfbaan’ wordt ter plaatse van de golfbaan en golfoefencentrum aan de Roggeslootweg 3 het clubhuis verplaatst. Het nieuwe clubhuis zal worden verplaatst naar de zuidzijde van de golfterrein. Aan de Postweg 211 bevindt zich een agrarisch restperceel, een woning en twee schuren. Het agrarische restperceel aan de Postweg 211 zal worden gebruikt voor de uitbreiding van de golfbaan. Het agrarische gebruik zal dus worden beëindigd. Daarnaast zal één van de schuren aan de Postweg 211 worden gesloopt. Aan de Postweg 185 zal een kleine schuur worden gesloopt. Het project bestaat dus uit het beëindigen van een agrarische functie, het verplaatsen van het clubhuis en de sloop van twee schuren.

In figuur 1 en 2 zijn de ontwikkelingen op de golfbaan en het perceel behorend bij de Postweg 211 weergegeven. 2.

AERIUS-Calculator en uitgangspunten

2.1

AERIUS, release 30 maart 2020

Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 30 maart 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 3 is de broninvoer in de AERIUS-calculator met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. 2.2

Referentiesituatie

Aan de Postweg 211 bevindt zich in de referentiesituatie (huidig) een agrarisch restperceel. Dit betreft grasland van circa 1,5 hectare. Deze graslanden kunnen in de referentiesituatie worden bemest met een toegestane 90

20181824

blz. 1

kg stikstof per hectare per jaar (tijdelijk grasland met bemesting tot 15 mei)1. De gemiddelde ammoniakemissie bij de huidige wijze van emissiearme mestaanwending op grasland (overwegend zodebemester en zodeinjecteur) bedraagt 19% , het geen wil zeggen dat 19 % van de totale hoeveelheid stikstof in de opgebrachte mest als ammoniak verdwijnt naar de lucht2. Uitgaande van een bemesting van 90 kg per hectare, vormt elke hectare bemest grasland een bron van 17,1 kg stikstof die als ammoniak naar de lucht verdwijnt. Voor 15.000 m2 betekent dit 25,65 kg ammoniak. 2.2

Exploitatiefase

Voor het project wordt uitgegaan van gasloze gebouwen. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de gebouwen. Op basis van een golfbaan van circa 60 hectare en een golfoefencentrum van circa bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 666 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROWkentallen. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Oorsprongweg. Tabel 1: Verkeersbewegingen per etmaal Inrichting Stedelijkheidsgraad Golfbaan Golfoefencentrum Totaal 2.3

Niet stedelijk Niet stedelijk

Locatie

Kencijfer CROW per centrum

Buitengebied Buitengebied

211,5 454,2 665,7

Aanlegfase

Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van de exacte bouwgegevens die beschikbaar zijn gesteld door de aannemer. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: - Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 60 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aanen afvoer van puin, materiaal en machines. Tabel 2: uitgangspunten berekening stikstofdepositie aanlegfase Machine Klasse Vermogen Belasting Emisiefactor in kW in % g/kwh Bouw nieuw clubhuis Shovel L50H

Kraan EWR 150E

Trekker Dumper

Uren

Stikstofdepositie in kg/j

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, Cat R 75-130 kW STAGE klasse IV bouwjaar 2014, Cat R 75-130 kW

130

80%

0,4

30

1,25

130

80%

0,4

60

2,5

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, Cat R 75-130 kW

110

80%

0,55

30

1,45

1

Bron: ww.rvo.nl: stikstofgebruiksnormen augustus 2019

2

bron: Bruggen, V.C. Van et al (2012):“Ammonia emissions from animal manure and inorganic fertilisers in 2009”

20181824

blz. 2

Machine

Klasse

Vermogen in kW

Belasting in %

Emissiefactor g/kwh

Uren

Stikstofdepositie in kg/j

18

0,50

Sloop twee schuren en clubhuis Rupskraan 15 ton

STAGE klasse IV bouwjaar 2014, Cat R 75-130 kW

86

80%

0,4

Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied. 3.

Resultaat en conclusie

In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de (verschil)berekening blijkt dat het netto-effect voor de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar is, waarbij het opheffen van de agrarische functie van het gebied een gunstige invloed heeft. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit project bestaan er dus geen belemmeringen in het kader van de Wnb. De referentiesituatie is in deze berekening met de toekomstige aanleg- en exploitatiefase vergeleken. De aanleg- en exploitatiefase zijn samengevoegd in één situatie, omdat de aanleg- en exploitatiefase nog in hetzelfde jaar plaatsvinden. Het vervallen van de agrarische functie geldt voor meerdere jaren. Dit effect wordt niet in de berekeningen meegenomen, maar heeft wel een gunstig effect.

Figuur 1

20181824

Verplaatsing clubhuis

blz. 3

Figuur 2

Nieuwe situatie aan de Postweg 211

Figuur 3

Broninvoer AERIUS-Calculator met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

20181824

blz. 4

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Referemtiesituatie en Aanleg en toekomstige exploitatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 1/11

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

Roggeslootweg 3, 1795 JX De Cocksdorp

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Herstructurering De Texelse Golfbaan

Rh8pFtiKwWCE

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

20 mei 2020, 12:22

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

182,05 kg/j

186,97 kg/j

4,92 kg/j

NH3

38,46 kg/j

12,71 kg/j

-25,75 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Verschil

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Duinen en Lage Land Texel

0,00

Toelichting

Resultaten

.

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 2/11

Resultaten

Locatie Referemtiesituatie

Emissie Referemtiesituatie

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Verkeer referentiesituatie Wegverkeer | Buitenwegen

12,76 kg/j

182,05 kg/j

Bron 2 Bemesting grasland Landbouw | Mestaanwending

25,70 kg/j

-

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 3/11

Resultaten

Locatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Emissie Aanleg en toekomstige exploitatie

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Machines aanleg clubhuis Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

5,20 kg/j

Bron 2 Sloop schuur Postweg 185 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

-

< 1 kg/j

< 1 kg/j

< 1 kg/j

-

< 1 kg/j

12,70 kg/j

181,24 kg/j

Bron 3 Transport aanlegfase Wegverkeer | Buitenwegen

Bron 4 Sloop schuur Postweg 211 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

Bron 5 Verkeer exploitatiefase Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 4/11

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Duinen en Lage Land Texel

0,01

0,01

0,00

Noordzeekustzone

0,01

0,00

0,00

Waddenzee

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-0,00

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 5/11

Resultaten

Resultaten per habitattype

Duinen en Lage Land Texel Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,01

0,00

-0,00

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,01

0,00

-0,00

H1310B Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur)

0,01

0,01

0,00

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

0,00

H2120 Witte duinen

0,01

0,01

0,00

H2130A Grijze duinen (kalkrijk)

0,01

0,01

0,00

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

0,00

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,01

0,00

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

0,00

H2140B Duinheiden met kraaihei (droog)

0,01

0,00

0,00

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

0,00

H2150 Duinheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

ZGH2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

H7210 Galigaanmoerassen

0,01

0,00

0,00

H1320 Slijkgrasvelden

0,01

0,01

0,00

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,01

0,00

H2170 Kruipwilgstruwelen

0,01

0,01

0,00

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 6/11

Resultaten

Duinen en Lage Land Texel Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2190C Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

0,01

0,01

0,00

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,02

0,01

- 0,01

H6230 Heischrale graslanden

0,04

0,02

- 0,02

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Noordzeekustzone Habitattype

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

0,00

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Waddenzee Habitattype

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

0,00

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

0,00

H1320 Slijkgrasvelden

0,01

0,00

0,00

H2110 Embryonale duinen

0,01

0,00

0,00

H2120 Witte duinen

0,01

0,01

0,00

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 7/11

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 Verkeer referentiesituatie 119599, 573258 182,05 kg/j 12,76 kg/j

Naam

Referemtiesituatie

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

666,0 / etmaal NOx NH3

182,05 kg/j 12,76 kg/j

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NH3

Resultaten

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Bron 2 Bemesting grasland 119612, 573534 0,5 m 1,6 ha 0,3 m 0,000 MW Meststoffen 25,70 kg/j

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 8/11

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

Aanleg en toekomstige exploitatie

Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Brandstof verbruik (l/j)

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Shovel

4,0

4,0

0,0 NOx

1,25 kg/j

AFW

Kraan EWR E

4,0

4,0

0,0 NOx

2,50 kg/j

AFW

Trekker Dumper

4,0

4,0

0,0 NOx

1,45 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Rupskraan 15 ton

Brandstof verbruik (l/j)

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bron 1 Machines aanleg clubhuis 119343, 573436 5,20 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Bron 2 Sloop schuur Postweg 185 119431, 573123 < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

Bron 3 Transport aanlegfase 119607, 573258 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

50,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 9/11

Resultaten

Bron 4 Sloop schuur Postweg 211 119693, 573500 < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx

Voertuig

Omschrijving

AFW

Rupskraan 15 ton

Brandstof verbruik (l/j)

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

4,0

4,0

0,0 NOx

< 1 kg/j

Bron 5 Verkeer exploitatiefase 119594, 573253 181,24 kg/j 12,70 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

666,0 / etmaal NOx NH3

181,24 kg/j 12,70 kg/j

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 10/11

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200403_6c571f9654 Database versie 2019A_20200403_6c571f9654 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A

Resultaten

Referemtiesituatie Aanleg en toekomstige exploitatie

Rh8pFtiKwWCE (20 mei 2020) pagina 11/11

BIJLAGE 3

Quickscan Wet Natuurbescherming Soorten Bestemmingsplan wijziging Sir Robert Peel, De Cocksdorp

Quickscan Wet Natuurbescherming Soorten Bestemmingsplan wijziging Sir Robert Peel, De Cocksdorp

Uitvoerder:

Noordkop Groen Van Galenstraat 131 1782 EZ Den Helder Tel. 06-20005334 Email: Noordkopgroen@gmail.com

Opsteller: Paraaf:

Ing. M. L. de Jong

Project: Bestemmingsplan wijziging Sir Robert Peel, De Cocksdorp Rapportnummer: 2019-13 Status: Eindrapportage Datum: 8 juli 2019 Opdrachtgever: De Texelse Golfbaan BV Contactpersoon: Dhr. Iwan Groothuis

Projectnummer: 2019-13

Pagina 2

INHOUDSOPGAVE 1. 2. 3.

4. 5.

6.

7.

INLEIDING BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING GEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving 3.2 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden 3.3 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen 3.4 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie ONDERZOEKSMETHODIEK ONDERZOEKSRESULTATEN 5.1 Nationale databank Flora en Fauna 5.2 Vogels 5.3 Vleermuizen 5.4 Overige zoogdieren 5.5 Amfibieën, reptielen en vissen 5.6 Libellen en vlinders 5.7 Vaatplanten TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING Wet Natuurbescherming Hoofdstuk 3. Soorten 6.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 6.2 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 7.1 Waarnemingen en te verwachten soorten 7.2 Maatregelen ter voorkoming van negatieve effecten 7.3 Nader onderzoek

BIJLAGE: A. - Geraadpleegde bronnen B. - Habitatrichtlijnsoorten in de omgeving van de planlocatie (NDFF)

Projectnummer: 2019-13

4 5 6 6 8 8 9 10 11 11 11 11 12 12 12 12 13 13 14 15 15 16 16

17 18

Pagina 3

1. INLEIDING Noordkop Groen heeft van De Texelse Golfbaan B.V. de opdracht gekregen voor het uitvoeren van een QuickScan Wet Natuurbescherming Soorten voor de voorgenomen plannen voor de bestemmingsplan wijziging van Sir Robert Peel, Postweg 185 te De Cocksdorp op het Waddeneiland Texel. Het plan betreft de bestemmingsplan wijziging van Sir Robert Peel van een agrarische bestemming naar de bestemming Golfbaan. Verder zal er aan de inrichting van het terrein weinig veranderen. De Quickscan heeft als doel in te schatten of er negatieve effecten te verwachten zijn op het voorkomen van voor de Wet beschermde soorten. Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en kan niet gezien worden als volwaardig ecologisch onderzoek. Voor de quickscan zijn geen uitgebreide inventarisaties uitgevoerd naar soorten en soortgroepen.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 4

2. BESCHERMING CONFORM DE NATIONALE WETGEVING Zorg voor alle inheemse planten- en diersoorten en voor de natuurlijke rijkdommen van gebieden wordt gegarandeerd door de naleving van de wet- en regelgeving ten aanzien van natuur en milieu. Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. Slechts één wet en minder regels maakt de wet overzichtelijker. Bescherming van dieren en planten Veel verschillende planten- en dierensoorten zorgen ervoor dat de natuur tegen een stootje kan. Sommige soorten, zoals vleermuizen, gierzwaluwen en steenuilen zijn kwetsbaar. In een dichtbevolkte samenleving als Nederland is daarom goede natuurbescherming belangrijk. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Rolverdeling provincies en Rijk Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is dan alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De rol van de gemeente Ook de rol van de gemeente is enigszins veranderd. De gemeente had al de plicht om te toetsen op volledigheid en informatieplicht.

Met de decentralisatie is de verplichting tot toetsen op volledigheid bij omgevingsvergunningen veel belangrijker geworden.

Soortenbescherming; hoofdstuk 3 Wet Natuurbescherming Vrijwel alle in Nederland in de vrije natuur voorkomende flora en fauna is beschermd. Deze bescherming is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming. Dit betekent onder meer dat het verboden is om vogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en een aantal vissoorten te verstoren, te vangen of te doden en dat het verboden is om hun rust-, verblijf- en nestplaatsen uit te halen, te verwijderen of te vernielen. Wilde planten mogen niet worden uitgestoken. Het is mogelijk om vrijstelling of ontheffing te krijgen van deze verboden. Dat kan nodig zijn in het geval beschermde soorten schade aanrichten, zoals bijvoorbeeld gewasschade, schade aan de volksgezondheid of schade aan flora of fauna. Een ontheffing kan ook nodig zijn in het geval werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zoals bouwen, onderhoud, slopen of aanleg van infrastructuur. Indien deze werkzaamheden gevolgen kunnen hebben voor beschermde planten- of diersoorten dient daarvoor bij de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord (RUD NHN) een ontheffing te worden aangevraagd. (www.RUDNHN.nl)

Projectnummer: 2019-13

Pagina 5

3. GEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving In de huidige situatie ligt voormalige boerderij Sir Robert Peel aan de postweg 185 te De Cocksdorp. Sir Robert Peel ligt ten zuiden van het dorp De Cocksdorp vlak bij Natuurgebied De Roggesloot, De Texelse Golfbaan en Vakantiepark De Krim.

Figuur 1. Overzicht huidige situatie (Google Earth). In de onderstaande figuur is de huidige situatie in detail weergegeven.

Figuur 2. Detail huidige situatie (Google earth).

Projectnummer: 2019-13

Pagina 6

Figuur 3. Huidige situatie van het gedeelte van de voormalie boerencamping.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 7

3.2 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden

Figuur 4. Ligging ten opzichte van beschermde gebieden. Met rode pijl aanwijzing van de planlokatie. (https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapsgebied.aspx?id=n2k001&groe p=2) De planlokatie zijnde de voormalige boerderij Sir Robert Peel ligt op ca. 400 meter van natura 2000 gebied Duinen en Lage land van Texel. Dit betreft de huidige begrenzing.

3.3 Te verwachten werkzaamheden Er zijn gen specifieke werkzaamheden gepland. Het betreft alleen een bestemmingsplan wijziging.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 8

3.4 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie Het bouwblok van de voormalie boerderij Sir Robert Peel blijft gelijk. Verder krijgt het terrein de bestemming Golfbaan.

Figuur 5. Situatieschets toekomstig gebruik.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 9

4. ONDERZOEKSMETHODIEK Aan de hand van verspreidingsatlassen en andere standaardwerken is nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoeklocatie. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de gevalideerde waarnemingen in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt via de uitvoerportaal. (https://ndffecogrid.nl/uitvoerportaal). Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is weergegeven in bijlage A. De informatie in de verspreidingsatlassen is veelal weergegeven op kilometerhokniveau (1 x 1 kilometer) of op uurhokniveau (5 x 5 kilometer). De kaart van Nederland is door de Topografische Dienst van Nederland verdeeld in blokken van 1 km², de kilometerhokken. De plaatsaanduiding van een kilometerhok bestaat uit de coördinaten van de x-as en de y-as die elkaar in de linker onderhoek van het hok snijden. Aangezien met de schaal van kilometerhokken of uurhokken een groter gebied wordt beschouwd dan alleen de onderzoeklocatie, betekent dit niet dat de kritische soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen de begrenzing van de onderzoeklocatie. Sommige verspreidingsgegevens zijn niet erg actueel. Dit betekent dat de meest recente verspreidingsgegevens reeds verouderd kunnen zijn.

De meeste te gebruiken gegevens vormen daarom geen uitsluitsel over het aantal soorten en type waarneming van een soort in het betreffende gebied, maar enkel een indicatie over het voorkomen. Naast het bureau onderzoek heeft er een veldbezoek plaatsgevonden. Het veldbezoek is afgelegd op 14 maart 2018. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoeklocatie alsmede de omliggende terrein bezocht. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 10

5. ONDERZOEKSRESULTATEN 5.1 Nationale Databank Flora en Fauna De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat er bekend is over de verspreiding van planten- en diersoorten. Er zijn ruim 100 miljoen waarnemingen in de NDFF opgeslagen. Uit de Nationale Databank Flora en Fauna komen geen gevalideerde gegevens naar voren voor de planlocatie.

Figuur 6. Waarnemingen op de planlokatie 5.2 Vogels Broedvogels Op de planlocatie zijn algemene broedvogels te verwachten. Hierbij valt te denken aan Merel, Roodborst, Heggemus en Houtduif. Deze soorten zullen dan broeden in de opgaande begroeiing rondom het terrein waar de chalets geplaatst worden. Het moment van plaatsing zal buiten het broedseizoen plaatsvinden. Slaapplaatsen Er zijn geen aanwijzingen dat de planlocatie als slaapplaats gebruikt wordt. Andere soorten Waarnemingen van andere vogelsoorten zullen veelal betrekking hebben op trekkende vogels. 5.3 Vleermuizen Er zijn binnen het plangebied geen waarnemingen bekend van vleermuizen. Binnen een straal van 500 meter zijn er wel waarnemingen bekend van de Ruige dwergvleermuis en de Laatvlieger (Bijlage B). Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie Vanwege het ontbreken van gebouwen of hele oude bomen met holen is de planlokatie ongeschikt als verblijfsplaats voor vleermuizen. Er zijn alleen kraamkolonies bekend van Projectnummer: 2019-13

Pagina 11

de Laatvlieger op Texel. De bekende kolonies liggen niet in de buurt van de onderzoekslocatie. 5.4 Overige zoogdieren Van soorten zoals de Noordse Woelmuis zijn geen waarnemingen bekend op de planlocatie, maar wel binnen een straal van 500 meter (Bijlage B). Er zijn wel algemene soorten te verwachten op de planlokatie als de Huismuis. Naast de algemene zorgplicht hebben deze soorten bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling, waardoor een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. 5.5 Amfibieën, reptielen en vissen Er zijn binnen het plangebied geen waarnemingen bekend van de soorten Amfibieën die in het kader van de Wet Natuurbescherming zijn beschermd. Uit de omgeving (binnen een straal van 500 meter) zijn waarnemingen bekend van Habitatrichtlijnsoorten als de Poelkikker en Rugstreeppad (NDFF). Met uitzondering van een bevestigde waarneming van een muurhagedis in Den Burg, en een bevestigde waarneming van een vrouwtje zandhagedis in 2016 aan de Biesbosweg (bosrand nabij Westerslag) komen er op Texel geen reptielen voor. Geen van de beschermde zoetwater vissoorten is ooit op Texel waargenomen. 5.6 Libellen en vlinders Voor libellen geldt dat ze water nodig hebben voor voortplanting. Daarnaast zijn beschermde libellen soorten niet waargenomen op Texel. Binnen een straal van 500 meter zijn geen waarnemingen bekend van beschermde dagvlinders.

Het is uitgesloten dat er op de planlokatie voldoende geschikt habitat aanwezig is voor deze soort. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat met waard- en nectarplanten. Het is niet uit te sluiten dat er incidenteel waarnemingen gedaan kunnen worden van beschermde en zeldzame soorten. Dit komt doordat veel soorten na hun voortplantingstijd zwerfgedrag vertonen. 5.7 Vaatplanten Binnen een straal van 500 meter zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 12

6. TOETSING AAN WETGEVING; Wet Natuurbescherming Hoofdstuk 3. Soorten 6.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; § 3.1. Wet Natuurbescherming

Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Artikel 3.2 1. Het is verboden vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn dood of levend, of gemakkelijk herkenbare delen daarvan, of uit deze vogels verkregen producten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, onder zich te hebben voor verkoop of ten verkoop aan te bieden. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van vogels van soorten, genoemd in bijlage III, deel A, bij de Vogelrichtlijn, die aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen, en ten aanzien van delen of producten van die vogels. 3.

Het verbod, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing ten aanzien van bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vogels van soorten, genoemd in bijlage III, deel B, bij de Vogelrichtlijn, die aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen, en ten aanzien van delen of producten van die vogels. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de verkoop, het vervoer voor verkoop, het onder zich hebben voor verkoop of het ten verkoop aanbieden van vogels van soorten, aangewezen op grond van het derde lid, en delen of producten van die vogels. 5. Een vogelsoort wordt op grond van het derde lid uitsluitend aangewezen, indien de handelingen, bedoeld in het eerste lid, uitgevoerd overeenkomstig regels als bedoeld in het vierde lid, er niet toe leiden dat het populatieniveau, de geografische verspreiding of de omvang van de voortplanting van deze soort in gevaar wordt gebracht of kan worden gebracht. 6. Het is verboden, anders dan voor verkoop, vogels, delen of producten als bedoeld in het eerste lid, onder zich te hebben of te vervoeren, tenzij deze vogels, delen of producten aantoonbaar overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn gedood of gevangen, onderscheidenlijk verkregen.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 13

6.2 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; § 3.2. Wet Natuurbescherming Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.6 1. Het is verboden dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, onder zich te hebben voor verkoop, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden. 2.

Het is verboden, anders dan voor verkoop, dieren of planten als bedoeld in het eerste lid onder zich te hebben of te vervoeren. 3. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing ingeval de in dat lid bedoelde dieren en planten aantoonbaar zijn gefokt of gekweekt.

Projectnummer: 2019-13

Pagina 14

7. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Noordkop Groen heeft van de Texelse Golfbaan BV de opdracht gekregen voor het uitvoeren van een QuickScan Wet Natuurbescherming Soorten voor de voorgenomen bestemmingsplan wijziging voor Sir Robert Peel van een agrarische bestemming naar de bestemming golfbaan. Sir Robert Peel ligt aan de Postweg 185 te De Cocksdorp op het Waddeneiland Texel. Er zijn geen specifieke werkzaamheden gepland. 7.1 Waarnemingen en te verwachten soorten • Vogels Op de planlocatie zijn broedvogels te verwachten in de omringende opgaande beplanting. Effecten op eventuele broedvogels wordt voorkomen door de werkzaamheden niet uit te voeren tussen 1 maart en half augustus. Mochten er wel werkzaamheden plaatsvinden in die periode, dient er vlak voor de start van de werkzaamheden een controle plaats te vinden op de aanwezigheid van nesten. • Vleermuizen Een bestemmingsplan wijziging zal geen effecten hebben op het eventueel voorkomen van vleermuizen. • Overige zoogdieren Er zijn binnen het plangebied geen waarnemingen bekend van Habitatrichtlijn soorten als de Noordse Woelmuis (NDFF). Deze soort wordt ook niet verwacht op het terrein. Voor de overige zoogdieren geldt in het kader van de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling, waardoor een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is.

• Amfibieën Voor de meeste Amfibieën geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling, waardoor een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. • Libellen en Dagvlinders Er zijn geen zeldzame libellen of dagvlinders te verwachten. Het is uitgesloten dat er binnen de planlocatie voldoende geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van beschermde vlindersoorten. Voor de algemene eventueel aanwezige soorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling, waardoor een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. • Vaatplanten Binnen een straal van 500 meter zijn er geen waarnemingen bekend van beschermde vaatplanten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=4befa8ea-9d37-41b6-9cc8-a18708f1483c