CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingplan Oosterend Cor Bremerstraat/Bijenkorfweg

Raadsvergadering 14 december 2022, gemeente TexelBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat/Bijenkorfweg27.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Deze wet en het bijhorende besluit regelt een vrijstelling voor de vergunningsplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Dit is de vergunningplicht voor Wnb-projecten. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 32

20211291.3

gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De Wsn en de Bsn regelt slechts indirect een vrijstelling voor de aanlegfase van Wnb-plannen. Voor de gebruiksfase is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 7. Uit de berekening blijkt dat de maximaal berekende stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt tijdens de gebruiksfase. In verband met de nieuwe versie van de AERIUS Calculator is eind januari 2022 een nieuwe berekening uitgevoerd. De Omgevingsdienst heeft deze berekening ambtshalve geactualiseerd welke is opgenomen in bijlage 8. Deze berekening geeft geen andere uitkomst dan de vorige berekening. Het aspect stikstofdepositie staat de planontwikkeling niet in de weg. Op basis van de Aeriuscalculatie is geen vergunning nodig in het kader van de stikstofdepositie. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De dichtstbijzijnde NNN-gebieden liggen op circa 1400 meter afstand, waardoor de ontwikkeling van het plangebied geen invloed heeft op deze gebieden. Het plangebied bevindt zich wel in een gebied dat is aangewezen als stiltegebied.

Door de voorgenomen werkzaamheden gaat een gedeelte van dit stiltegebied mogelijk verloren, bijvoorbeeld door het inzetten van mobiele werktuigen als graafmachines, maar ook door de bewoning van het gebied door mensen. Negatieve effecten op dit door de provincie Noord-Holland aangewezen stiltegebied kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Het stiltegebied op Texel bestrijkt een groot deel van het eiland. Dit houdt in dat zowel dorpen als het buitengebied als stiltegebied door de provincie zijn aangewezen. Het dorp Oosterend maakt ook deel uit van het stiltegebied. Gezien de omvang van de ontwikkeling en de directe aansluiting op de reeds aanwezige bebouwing in Oosterend is de invloed op het stiltegebied zeer beperkt. Soortenbescherming Ten behoeve van de soortenbescherming is een ecologische quickscan uitgevoerd. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van de ecologische quickscan wordt nader onderzoek geadviseerd om de aanwezigheid van de Noordse woelmuis in het plangebied te onderzoeken. Verder wordt geadviseerd om de aanwezigheid van de hermelijn vast te stellen, danwel uit te sluiten. M et betrekking tot aanwezigheid van landhabitat van heikikker wordt geadviseerd nader onderzoek uit te voeren door de voortplantende populatie heikikkers binnen een straal van enkele honderden meters om het plangebied in beeld te krijgen.

Aan de hand van de bevindingen van deze omgevingscheck kan worden ingeschat in hoeverre het plangebied landhabitat voor eventueel aangetroffen individuen vormt. M et betrekking tot de rugstreeppad kan de aanwezigheid van landhabitat van rugstreeppad in onder andere het zanderige stuk binnen het plangebied niet op voorhand worden uitgesloten. Doordat de rugstreeppad op de Waddeneilanden zeer algemeen voorkomt, wordt geadviseerd om nader onderzoek over te slaan en direct over te gaan tot een ontheffingsaanvraag. Verder geldt dat er met betrekking tot de vogelsoorten rekening moet worden gehouden met het broedseizoen. Op licht beschermde of vrijgestelde soorten is de zorgplicht van bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

20211291.3

blz 33

toepassing. Om de aanwezigheid van de Noordse woelmuis in het plangebied vast te stellen dan wel uit te sluiten heeft aanvullend onderzoek plaatsgevonden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 6. Hieruit blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor het actuele voorkomen van noordse woelmuizen. Tijdens het veldwerk zijn er geen aanwijzingen gevonden voor het eventueel voorkomen van de hermelijn. Naar aanleiding van de resultaten van de quickscan is een aanvullend ecologisch onderzoek uitgezet naar de rugstreeppad, heikikker en hermelijn. De onderzoeksresultaten zullen gedurende de bestemmingsplan procedure bekend worden. Indien nodig wordt een ontheffing Wnb aangevraagd met een activiteitenplan waarin mitigerende en/of compenserende maatregelen worden opgenomen. 4.4

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 9. Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond maximaal licht verhoogde gehalten aan lood en PAK aanwezig zijn. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de geanalyseerde parameters aangetoond. De gehalten aan PFAS hebben de toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op land en in oppervlaktewater niet overschreden. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen verhoogde concentraties aan asbest aangetoond.

In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium, xylenen, naftaleen en/of zink aangetoond. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek is geen aanvullend of nader onderzoek noodzakelijk. De kwaliteit van de bodem is geschikt voor de toekomstige woonfunctie. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van de ontwikkeling. 4.5

Wegverkeerslawaai

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 34

20211291.3

buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Toetsing Wegverkeerslawaai Het plangebied bevindt zich niet binnen een geluidzone behorende bij een weg. De dichtstbijzijnd gelegen weg met ene geluidzone bevindt zich op een afstand van circa 250 m, het geluid wordt bovendien grotendeels afgeschermd door het naastgelegen recreatieterrein met vakantiewoningen. Derhalve is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 4.6

Water

Toetsingskader Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Door middel van de watertoets wordt het plan kenbaar gemaakt bij het waterschap. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing.

Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels (https://www.hhnk.nl/keur/). Toetsing Het plan

in

Oosterend

is

kenbaar

gemaakt

bij

het

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Hoogheemraadschap

Hollands

Status: ontwerp /

20211291.3

blz 35

Noorderkwartier. Het Hoogheemraadschap heeft reeds overleg gevoerd met de gemeente Texel over dit plan. Verharding en compensatie maatregelen Voor de ontwikkeling is sprake van een toename van de verharding. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier hanteert bij ontwikkelingen waarbij sprake is van een verhardingstoename tot 2.000 m² de vuistregel dat 10% van de toename aan verhard oppervlak dient te worden gecompenseerd door middel van het inrichten van nieuwe waterberging. De verhardingstoename bedraagt 5.240 m2. Het verhardingspercentage is door het hoogheemraadschap planspecifiek bepaald en bedraagt 10%, wat neerkomt op een compensatie van 524 m2. Het hoogheemraadschap geeft aan dat Oosterend wat betreft het watersysteem tussen watervoerend en greppel in zit. Bij regen hebben de waterlopen een waterafvoerende functie. De hoeveelheid compensatie hier kan gerealiseerd worden middels zowel normale als alternatieve compensatie. Greppels zullen als sloten functioneren en kunnen middels de 10% compensatie regel meegenomen worden. Indien wadi's worden gecreëerd zullen deze op inhoud beoordeeld worden en als 69 mm bergend meegenomen worden. De gemeente moet aangeven hoe de watercompensatie wordt vormgegeven.

Het hoogheemraadschap geeft aan dat om de afvoer naar het watersysteem robuust te houden in de toekomstige situatie, de duiker onder de Koningsweg in ieder geval vergroot moet worden. Deze is nu 800 mm rond en moet dan minimaal naar een 1000 mm rond. Watercompensatie wordt nabij het plangebied gezocht. Dit zal nader uitgewerkt worden in de civiel technische uitwerking, in directe afstemming met het hoogheemraadschap. Waterkwaliteit en riolering De ambitie van het hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Er is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Voor de ontwikkeling wordt een gescheiden stelsel aangelegd door de initiatiefnemer. Het uitgangspunt is het 100% afkoppelen van schoon hemelwater van het rioleringsysteem. Bij toepassing van een gescheiden stelsel zal een inschatting worden gemaakt naar potentieel vervuilde oppervlakken (parkeerterreinen) en schone verhardingen (pleinen en daken).

Voor de nieuwe bebouwing worden uitloogbare materialen zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien materialen als koper, lood en zink worden gebruikt, is voor de afvoer van hemelwater maatwerk vereist. 4.7

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 36

20211291.3

met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven. Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO 2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM 10) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM 2,5) jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg/ m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO 2 en PM 10 (= 1,2 µg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt er in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde concentratie fijnstof (PM 10) van minder dan 18 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO 2) van 10 µg/m3.

De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3, wat betekent dat in de directe omgeving van het plangebied sprake is van een goede luchtkwaliteit. Op voorhand kan worden gesteld dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.8

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de M onumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

20211291.3

blz 37

fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. Toetsing Voor de gemeente Texel is de beleidskaart van Vestigia Bv (2007, update 2013) vigerend. Op de beleidskaart zijn zones met een archeologische waarde of verwachting aangeduid, die zich laten vertalen in vrijstellingsgrenzen. Bodemingrepen die binnen de geldende vrijstellingsgrens blijven, zijn niet onderzoeksplichtig. Het zuidelijke deel heeft een vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek van 100 m² en het noordelijke deel van het plangebied heeft een vrijstellingsgrens van 1.000 m². Een klein deel in het westen van het plangebied is vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Hier heeft in 1999 een archeologisch onderzoek plaatsgevonden.

Voor het zuidelijke gebied geldt een hoge archeologische verwachting op basis van de ligging van het plangebied op een dekzandrug met oud bouwlanddek. Ten behoeve van de planontwikkeling is een archeologische quickscan uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 10. In de quickscan is aangegeven dat voor het zuidelijke deel van het plangebied op de beleidskaart archeologie een hoge archeologische verwachting geldt. Op basis van het in 1999 uitgevoerde onderzoek geldt een zeer hoge archeologische verwachting voor resten voor sporen uit de periode Ijzertijd tot en met Late M iddeleeuwen. In de aangrenzende nieuwbouwwijk zijn deze resten ook aangetoond en onderzocht. De resten bevinden zich op de pleistocene afzettingen. Het noordelijke deel van het plangebied is in de 12e of 13e eeuw overstroomd. Hierbij is een laag klei afgezet en zullen delen van het dekzandlandschap geërodeerd zijn. Na de aanleg van de Noorddijk is het gebied in gebruik geweest als akker en weiland. De Heerenweg liep dwars door het plangebied en markeert waarschijnlijk begrenzing de hogere, drogere gronden in het zuiden van het plangebied. Als afscheiding tussen de percelen zijn tuunwallen aangelegd. Door de ruilverkaveling zijn de tuunwallen en de Heerenweg ter plaatse van het plangebied verdwenen.

Naar aanleiding van een quickscan door Archeologie West Friesland heeft nader onderzoek plaatsgevonden op de locatie. De locatie is nu vrijgegeven onder voorwaarde van monitoring en deels archeologische begeleiding. 4.9

Cultuurhistorie

Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (M OM O) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 38

20211291.3

cultuurhistorische waarden. Toetsing In bijlage 10 wordt naast de archeologie ingegaan op het aspect cultuurhistorie. Hier is aangegeven dat de historische situatie van het plangebied door ingrepen in het kader van de ruilverkaveling niet meer zichtbaar is. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. 4.10

Spuitzones

Toetsingskader Ruimtelijk spoor Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt uitgegaan van een spuitzone tussen gevoelige bestemmingen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Er bestaan geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen percelen waarin met gewasbeschermingsmiddelen kan worden gespoten en nabijgelegen gevoelige functies. Uit jurisprudentie van de Raad van State (onder meer in de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2) blijkt dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in algemene zin niet onredelijk wordt geacht. Hierbij wordt gemeten vanaf de bestemmingsgrens: vanaf de bestemming die het telen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk maakt tot aan de grens van de bestemming die de woning(en) mogelijk maakt. In bijzondere gevallen kan met een geringere afstand worden volstaan. Uit jurisprudentie (onder meer in de uitspraak van 30 maart 2016 in zaak nr. 201402301/3/R3) blijkt dat het aanhouden van een kortere afstand dan de richtafstand zorgvuldig moet worden onderzocht en goed moet worden onderbouwd. Daarbij gaat het om het aspect gezondheid/woon- en leefklimaat en om de milieuruimte voor agrarische bedrijvigheid waarmee zij hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitoefenen.

Verder is van belang dat richtafstanden alleen van toepassing zijn op nieuwe situaties. Milieuspoor Voor agrarische bedrijven en tuinbouwbedrijven geldt dat zij op grond van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rekening dienen te houden met voorwaarden en beperkingen. Daarbij gaat het onder meer om het volgende: bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht dient een techniek te worden gebruikt met een driftreductie van minimaal 75% (ten opzicht van een vastgelegde referentietechniek); een oppervlaktewaterlichaam. De minimumafstand tot een oppervlaktewaterlichaam is afhankelijk van het soort gewas en overige aspecten waaronder de mate van driftreductie. Toetsing Het plan betreft een woningbouwlocatie. Een woning is in het kader van ruimtelijke ordening

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

20211291.3

blz 39

een gevoelige functie die bescherming tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen behoeft. Op het perceel aan de noordkant van het plangebied is de bestemming 'Agrarisch Oude land', waardoor gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is. In figuur 4.2 is het gebruik van de agrarische percelen in de nabijheid van het plangebied opgenomen.

Figuur 4.2

Agrarisch gebruik percelen (bron: Boer & Bunder)

In figuur 4.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. Gezien het huidige gebruik van het perceel dat grenst aan het plangebied als extensief beheerd grasland is een eventuele blootstelling aan schadelijke stoffen zeer beperkt. Op basis hiervan zijn er geen problemen met betrekking tot het aspect spuitzones in relatie tot de planontwikkeling. De teelt van gewassen waarbij sprake is van hoge drift is niet aan de orde op de aangrenzende percelen. De aanplant van fruitbomen (zoals appelbomen) is namelijk niet toegestaan op deze percelen, omdat hiervoor geen vergunning is verleend. Indien wel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen plaats vindt moet voldaan worden aan de daarvoor geldende wetgeving waarbij onder meer de zorgplicht voor mens, dier, plant en water in acht moet worden genomen. Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen moet altijd driftarme apparatuur worden gebruikt. Daarnaast worden vanuit het activiteitenbesluit eisen gesteld aan de voorwaarden van toepassing (onder andere windkracht). Bovendien dragen nieuwe driftreducerende spuittechnieken bij aan verbeteringen op het gebied het gebied van milieu, waterkwaliteit, voedselzekerheid, menselijke gezondheid en arbeidsomstandigheden. Voor de agrariërs gelden teeltvrije zones langs watergangen.

De breedte van een dergelijke zone is afhankelijk van het gewas en mag niet worden voorzien van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Op het agrarisch perceel grenzend aan het plangebied is een hoefijzervormige watergang gelegen en een waterberging/kolk, waardoor vanwege de teeltvrije zone geen gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast langs de watergang en de waterberging. Bovendien is het plangebied veel hoger gelegen dan het aangrenzend agrarisch perceel (een maximaal hoogteverschil van 1,75 meter), waardoor bij eventuele toepassing van gewasbeschermingsmiddelen de hogere ligging een fysieke barrière vormt. bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 40

20211291.3

De spuitzone vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.11

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.

In de nabijheid is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. 4.12

Kabels en leidingen

Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 4.13

Mer-beoordeling

Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

20211291.3

blz 41

m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de M ER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen M ER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven.

Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen (bijlage 14) dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 28 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld, waaruit blijkt dat gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure in het kader van het bestemmingsplan. Deze notitie wordt opgenomen als bijlage in dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 42

20211291.3

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische toelichting

Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Deze zijn opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Texel. Het plangebied in dit plan heeft de volgende bestemmingen gekregen: Groen De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bedoeld voor plantsoenen, velden, groenstroken en parken. Daarnaast zijn deze gronden bedoeld voor parkeren, speelvoorzieningen, paden en waterpartijen. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn hoofdzakelijk bestemd voor weg en straten en fiets- en wandelpaden. Wonen - Aaneengebouwd De gronden met de bestemming 'Wonen - Aaneengebouwd' zijn bestemd voor woningen. Deze woningen worden gebouwd in hoofdgebouwen die uitsluitend in rijen worden gebouwd. De hoofdbouwen op de verbeelding met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rug' zijn hoofdgebouwen waar de woningen met de achtergevel aaneengebouwd moeten worden. Om de geluidsoverlast als gevolg van de tennisbanen te beperken is de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' op de verbeelding weergegeven. Wonen - Vrijstaand De gronden met de bestemming 'Wonen - Vrijstaand' zijn bestemd voor woningen waarbij uitsluitend vrijstaande hoofdgebouwen mogen worden gebouwd.

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

20211291.3

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

blz 43

Rho adviseurs B.V.

blz 44

20211291.3

Waarde - Archeologie 3 De bestemming 'Waarde - Archeologie 3' is een dubbelbestemming. Dit betekent dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Er worden voorwaarden gesteld om de archeologische waarden te beschermen indien bouwwerken worden gebouwd met een grotere oppervlakte dan 100 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 m wordt gegraven. Waarde - Archeologie 4 De bestemming 'Waarde - Archeologie 4' is een dubbelbestemming. Dit betekent dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Er worden voorwaarden gesteld om de archeologische waarden te beschermen indien bouwwerken worden gebouwd met een grotere oppervlakte dan 500 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 meter wordt gegraven. Verder is in de overige regels opgenomen dat op basis van het parkeerbeleid in het plan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid dat aansluit op de verwachte parkeerbehoefte.

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

20211291.3

Hoofdstuk 6

6.1

blz 45

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vastgelegde bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun mening op het plan kenbaar kunnen maken. Daarnaast is de dorpscommissie betrokken bij de planontwikkeling en woningcorporatie Woontij. Overleg omwonenden/dorpscommissie Het indicatieve stedenbouwkundig ontwerp is besproken met de dorpscommissie en de direct omwonenden. Overleg Woontij Woontij is positief over het indicatieve stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied en het bijbehorende programma. Het woningbouwplan in Oosterend is één van de vier plannen voor de buitendorpen. Per locatie zijn op basis van de prestatieafspraken 2021-2025 circa 20 sociale huurwoningen beoogd. Woontij is enthousiast over de rug-aan-rug woningen, omdat dit betaalbare woningen zijn met een hoge kwaliteit. Woontij verkiest deze typologie boven het stapelen van woningen (appartementen), welke minder efficiënt zijn in de m² verkeersruimte, trappenhuizen en/of lift. Woningen die door Woontij worden ontwikkeld zullen levensloopbestendig zijn. Vooroverleg Het concept-ontwerpbestemmingsplan is ter beoordeling voorgelegd aan de Omgevingsdienst NHN, provincie Noord-Holland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. De reacties in het kader van het vooroverleg zijn opgenomen in bijlage 11, 12 en 13.

Ontwerpbestemmingsplan De resultaten van het vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden die eerder een zienswijze hebben ingediend de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 46

6.2

20211291.3

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een ontwikkeling van de woningbouwlocatie in Oosterend in de gemeente Texel. De gemeente is grondeigenaar van het plangebied. De opbrengsten zijn verzekerd via grondopbrengsten. Daarnaast heeft de gemeenteraad een voorziening getroffen voor het tekort en is de grondexploitatie vastgesteld. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

De raad van de gemeente Texel heeft op 7 juli 2021 de grondexploitatie vastgesteld voor 4 woningbouwlocaties, waarvan de locatie Cor Bremerstraat/Bijenkorfweg te Oosterend onderdeel uitmaakt. Het programma bestaat uit sociale huur, betaalbare koop en dure koop.

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

20211291.3

blz 47

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

blz 48

Bijlage 1

20211291.3

Onderbouwing woningbouwbehoefte

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

De beoogde ontwikkeling op de locatie Cor Bremerstraat/Bijenkorfweg in Oosterend bestaat uit het realiseren van 28 woningen en wordt hierdoor aangemerkt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Dit betekent dat de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling moet worden aangetoond. Deze onderbouwing voorziet hierin. Gezien de andersoortige woningmarkt van Texel heeft Texel een ‘status aparte’ in het regionale woningbouwbeleid.

De situatie van de woningmarkt op Texel is als volgt: ● Er is een groot tekort aan sociale huurwoningen: de gemiddelde wachttijd bij Woontij is van 5,5 jaar, oplopend tot 8 jaar. Er staan 1.700 woningzoekenden ingeschreven bij Woontij, waarvan 500 actief woningzoekenden. Gezien de eilandsituatie is er voor de Texelse inwoners geen uitwijkmogelijkheid naar een andere gemeente. ● Er is een tekort aan middeldure huur (Rapport STEC: Middel-dure huur op Texel in beeld d.d. 17-02-2016). ● Er is onvoldoende aanbod van betaalbare koopwoningen voor jonge Texelaars en Texelse gezinnen (lage- en middeninkomens) (Notitie STEC: Notitie belang huisvestingsverordening d.d. 4 juni 2019). ● De markt zit op slot en de prijzen blijven boven-proportioneel stijgen. ● Er is sprake van een kwalitatieve mismatch in het totale woningaanbod: er zijn ruim 1.000 betaalbare woningen te kort ten opzichte van het inkomen van de huishoudens op Texel. ● Het tekort is verder versterkt door het rijksbeleid om 65-plussers langer zelfstandig thuis te laten wonen, hetgeen als gevolg heeft dat er nog minder woningen vrijkomen. ● Om op de Texelse woningmarkt een situatie te bereiken waarbij sprake is van meer evenwicht en redelijke wachttijden zijn tot 2030 naar verwachting 500-1000 extra woningen nodig (Woontij 'Een huis voor iedereen' concept d.d. 16 januari 2020).

Uit het bovenstaande blijkt dat de Texelse woningmarkt een groot tekort aan sociale huurwoningen heeft. Daarnaast is er ten opzichte van de Noordkop op Texel sprake van dure koopwoningen van matige kwaliteit. De hoge prijzen maken onderhoud en verduurzaming lastig, 'het geld gaat op aan de hypotheek'. Dit wordt ernstig versterkt door de eilandpositie. Er is geen uitwijkmogelijkheid naar woningen elders. Door de woningnood ontstaan er problemen met het invullen van vacatures. Zeker in branches die noodzakelijk zijn voor het maatschappelijk functioneren, zoals zorg, onderwijs, overheid, politie en toerisme.

Er worden diverse maatregelen getroffen om de bestaande voorraad zo goed mogelijk te gebruiken. In een aantal gevallen gaat het om tijdelijke oplossingen. Het effectief inzetten van de bestaande woningvoorraad is niet voldoende.

Gezien de vraag moeten er snel woningen worden gebouwd. De hoofdcategorieën die hierbij worden onderscheiden zijn: 1. sociale en middel-dure huur; 2. goedkope en middel-dure koop. Bij de koopwoningen op de woningbouwlocaties in eigendom van de gemeente zal via de koopovereenkomst/uitgifteovereenkomst een zelfbewoningsplicht en een anti-speculatiebeding worden opgelegd.

De volgende maatschappelijke effecten worden beoogd te bereiken op de Texelse woningmarkt: 1. Wachtlijsten voor een sociale huurwoning van gemiddeld maximaal 2 jaar; 2. Afname kwalitatieve mismatch; 3. De Texelse woningmarkt vormt geen belemmering voor het accepteren van een (vaste) baan; 4. Jongeren en senioren kunnen 'in hun eigen dorp' blijven wonen; 5. Terugdringen wonen in de illegaliteit (boerenschuren, bedrijfsgebouwen op bedrijventerreinen).

In het 'Overzicht Woningbouw Texel' in het KwT is op basis van een globale programmering volgens de gemeentelijke uitgangspunten vastgelegd, waar en hoeveel woningen er in de periode 2020 – 2030 worden gebouwd. Het Overzicht Woningbouw Texel biedt ruimte voor de bouw van circa 440 woningen (waarvan circa 300 sociale huurwoningen) voor het grootste deel binnen 'bestaand stedelijk gebied' (BSG). Met het KwT is het plan kwantitatief en kwalitatief regionaal afgestemd.

De beoogde ontwikkeling zal worden gerealiseerd buiten het bestaand stedelijk gebied. De planlocatie heeft momenteel een agrarische functie. Het plangebied ligt niet in een open landschap vanwege de aangrenzende dorpsbebouwing van Oosterend en het noordelijk gelegen vakantiepark. Door op de bestaande bebouwing dat allemaal in bestaand stedelijk gebied ligt aan te sluiten, ontstaat een logische ruimtelijke afronding van het dorp, waarbij het karakter van het landelijk gebied zo weinig mogelijk wordt aangetast.

Gezien de unieke woningbouwbehoefte op Texel is het belangrijk dat de problemen op het eiland zelf worden opgelost. Deze bijzondere positie wordt onderkend in de regio en tevens beleidsmatig ondersteund. De ontwikkeling van 28 woningen op de locatie Cor Bremerstraat/Bijenkorfweg in Oosterend ligt buiten bebouwd gebied, maar past wel binnen de behoefteraming en in het woonakkoord. De locatie is zeer geschikt gebleken als uitbreidingslocatie voor woningbouw, vanwege de aansluiting op de bestaande bebouwing en de nu reeds beperkte openheid van het landschap.

20211291.3

Bijlage 2

blz 51

Quickscan licht- en geluidhinder tennisbanen

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Status: ontwerp /

Rho adviseurs B.V.

Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu

MEMO Datum:

23 april 2021

Onze referentie:

22110126.M01

Betreft:

Quickscan licht- en geluidhinder tennisbanen Oosterend Achter de Bijenkorf

Behandeld door:

dhr. A.P.O. Gosselaar, MSc (projectleider) / dhr. ing. S.R.N. Bierma

Inleiding In opdracht van de gemeente Texel is voor de te ontwikkelen woningbouwlocatie ‘Achter de Bijenkorf’ te Oosterend een quickscan opgesteld voor de aspecten licht- en geluidhinder vanwege de bestaande tennisbanen direct ten zuiden van de ontwikkellocatie. Een overzicht van de situatie is gegeven in figuur 1. De quickscan is uitgevoerd ten behoeve van de verdere planontwikkeling en de te doorlopen ruimtelijke procedures. De tennisbanen vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Er wordt in beginsel getoetst aan de geldende voorschriften van de tennisbanen.

Lichthinder Activiteitenbesluit milieubeheer Met betrekking tot het voorkomen van lichthinder vanwege sportvelden zijn voorschriften opgenomen in artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit voorschrift ziet met name op de tijden wanneer de verlichting aan mag zijn en ziet niet op het aspect lichtinstraling in woon- en/of slaapvertrekken van woningen. Wel is voor dit aspect de algemene zorgplicht van toepassing. Gebruikelijk wordt hierbij aangesloten op de “Algemene richtlijnen betreffende lichthinder” van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Deze zijn weergegeven in tabel 1. In voorliggende situatie is de lichthinder vanwege de tennisbanen getoetst aan de grenswaarden voor woningen in een stedelijk gebied E3. Er is vanuit gegaan dat in de nachtperiode (tussen 23.00 uur en 07.00 uur) de verlichting is uitgeschakeld.

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Tabel 1: Grenswaarden lichthinder NSVV Te hanteren

Toepassings-

parameter

conditie

Ev (lux) op de

dag en avond

gevel1

07:00-23:00 nacht*

Omgevingszone

E1

E2

E3

E4 stadcen-

natuurgebied

landelijk

stedelijk ge-

trum/industrie-

gebied

bied

gebied

2 lux

5 lux

10 lux

25 lux

1 lux

1 lux

2 lux

4 lux

2500 cd

7500 cd

10000 cd

25000 cd

0 cd

500 cd

1000 cd

2500 cd

23:00-07:00 I (cd) van elk

dag en avond 07:00-23:00

2

armatuur

nacht* 23:00-07:00 1

Ev = verticale verlichtingssterkte in lux (lumen per m 2)

2

I = Lichtsterkte in candela (lumen per eenheid van ruimtehoek)

Lichtberekening Er is gebruik gemaakt van het lichtberekeningsprogramma DIALux evo 9.0, versie 5.9.0.49107. Met betrekking tot de veldverlichting is aangesloten bij de normering zoals gedefinieerd door de verschillende sportbonden. Er is in de lichtberekening uitgegaan van tennisvelden in klasse II (landelijke en regionaal niveau, dubbel veld) waarbij de gemiddelde horizontale verlichtingssterkte meer dan 300lux moet zijn en de gelijkmatigheid meer dan 0,7 wanneer een dubbel veld wordt aangelicht. De banen worden middels 4 lichtmasten verlicht. Er is in de berekening uitgegaan van vier LED-armaturen van het type AAA-lux WS 100 LLH2 met een vermogen van 100 W per led-unit (dan wel verlichting met een gelijkwaardige lichtopbrengst). Hiermee worden de banen voldoende uitgelicht. Uitgangspunt is verder dat de verlichting in de richting van de bestaande omliggende woningen wordt afgeschermd. Uit de berekening volgt dat de 10 lux-contour (geldend voor gebiedsklasse E3) in de dag- en avondperiode ter plaatse van het ontwikkelgebied op circa 12,6 m afstand vanaf de terreingrens van de tennisbanen ligt. De 5 lux-contour ligt op circa 17,5 m vanaf de terreingrens, de 15 lux-contour op circa 11,1 m afstand. In figuur 2 en in onderstaande afbeelding 1 is het berekeningsresultaat van de lichtberekening middels contouren weergegeven.

22110126.M01

pagina 2 van 8

www.noormanadvies.nl

Afbeelding 1: Berekende contouren verlichtingssterkte in lux

Geluidaspecten Rekenmodel De inrichting en de omgeving zijn verwerkt in een akoestisch rekenmodel. Daarbij is gebruik gemaakt van het programma Geomilieu, versie V2020.2. De berekeningen van de geluidniveaus vanwege de tennisbanen zijn uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen als gegeven in de ‘Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai’, uitgegeven in 1999 (HMRI ‘99). Er is gebruik gemaakt van Module C / Methode II. Een overzicht van het rekenmodel met de ligging van de ingevoerde geluidbronnen is gegeven in figuur 3.

22110126.M01

pagina 3 van 8

www.noormanadvies.nl

Geluidgegevens De geluidgegevens met betrekking tot het tennisspel zijn gebaseerd op metingen die in het verleden zijn uitgevoerd bij een vergelijkbare baan elders. Het betrof daarbij een tenniscomplex met 3 naast elkaar gelegen tennisvelden (gravelbanen), die ten tijde van de metingen bezet waren. ‘Tennisplop’ Bepalend voor de geluidemissie is vooral het slaan met het racket tegen de bal, de zogenaamde ‘tennisplop’. In totaal zijn voor het slaan met het racket tegen de bal 8 representatieve bronlocaties in het rekenmodel opgenomen [bron 01 t/m 08]. De op basis van de eerder genoemde metingen bepaalde equivalente bronsterkte varieert nogal, maar bedraagt gemiddeld LW = 92 dB(A) per ‘tennisplop’ bij een gemiddelde tijdsduur van 0,25 s per klap. Voor de bedrijfsduur van het tennissen wordt uitgegaan van de representatieve situatie met een volledige bezetting van de speelvelden gedurende 8 uur tussen 07.00 uur en 19.00 uur. Voor de avondperiode (= maatgevende periode) wordt uitgegaan van een volledige bezetting van de tennisvelden gedurende 3 uur tussen 19.00 uur en 23.00 uur. De effectieve speeltijd bedraagt gemiddeld circa 80% (vastgesteld op basis van eerder genoemde metingen). Bij een maximale speelduur van 8 uur in de dagperiode komt dit overeen met 0,8 × 8 × 3.600 = 23.040 seconden.

Met gemiddeld 0,6 × 2/3 = 0,4 slagen per seconde 1, bedraagt het totaal aantal slagen in deze periode gemiddeld 23.040 × 0,4 = 9.216. De effectieve tijdduur van het ‘plopgeluid’ bedraagt dan 9.216 × 0,25 = 2.304 seconden ≈ 39 minuten in de dagperiode. Analoog is de effectieve tijdduur in de avondperiode bepaald, deze bedraagt ongeveer 15 minuten. De totale tijdduur per etmaalperiode is evenredig over de acht deelbronnen verdeeld. Correctiefactor impulsgeluid Verwacht mag worden dat de klappen van het racket tegen de bal (‘tennisplop’) op de beoordelingslocaties duidelijk hoorbaar zijn. Voor de toetsing dient derhalve rekening te worden gehouden met een correctiefactor K2 = +5 dB vanwege het impulsieve karakter van het geluid. Activiteitenbesluit milieubeheer De vanwege de tennisbanen in de omgeving toelaatbare geluidniveaus zijn gegeven in afdeling 2.8 van het besluit2, tabel 2.17a. Op basis van de algemene geluidsvoorschriften als vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer voorschrift artikel 2.18, lid 1 onder b, de beoordeling van het menselijk stemgeluid afkomstig van het buitenterrein voor sport- of recreatieactiviteiten buiten beschouwing 1 2

Bij de meting met drie volledig bezette tennisvelden bedroeg het totaal aantal slagen gemiddeld 0,6 per seconde. Het Activiteitenbesluit milieubeheer is online beschikbaar. De volgende link verwijst direct naar afdeling 2.8 van het besluit: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0022762&hoofdstuk=2&afdeling=2.8&z=2021-01-01&g=2021-01-01

22110126.M01

pagina 4 van 8

www.noormanadvies.nl

worden gelaten. Tevens kunnen conform artikel 2.18, lid 3 onder c, de maximale geluidniveaus (LAmax) als gevolg van het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan buiten beschouwing worden gelaten. De tabel 2.17a is hieronder weergegeven. Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur

19:00–23:00 uur

23:00–07:00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

Voor toetsing aan de algemene geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt het stemgeluid buiten beschouwing gelaten. In afbeelding 2 en in figuur 4 zijn de berekende geluidniveaus (inclusief correctiefactor K2 = +5 dB) in de maatgevende avondperiode middels geluidcontouren inzichtelijk gemaakt bij een beoordelingshoogte van 5 m. Afbeelding 2: Berekende geluidniveaus in de avondperiode (exclusief stemgeluid)

In de avondperiode geldt de algemene grenswaarde van 45 dB(A) invallend op de gevels van omliggende woningen. De 45 dB(A)-contour ligt circa 17 m vanaf de terreingrens van de tennisbanen.

22110126.M01

pagina 5 van 8

www.noormanadvies.nl

VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ Een mogelijk toetsingskader voor (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen is vastgelegd in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ (editie 2009). De publicatie wordt gebruikt als hulpmiddel bij planologische ontwikkelingen en geeft o.a. richtafstanden om te komen tot het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in de directe omgeving van (geluid)gevoelige functies nabij bedrijven. Opgemerkt wordt dat in voorliggende situatie de tennisbanen reeds bestaan en de beoogde woningbouw de nieuwe ontwikkeling betreft. Voor tennisbanen bedraagt de aangegeven richtafstand 50 m. Met betrekking tot het milieuaspect geluid zijn richt- en grenswaarden gebaseerd op de waarden per gebiedstype zoals opgenomen in de voormalige VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk’ (editie 2009), te weten een equivalent geluidniveau van 45 dB(A) in de dag-, 40 dB(A) in de avond- en 35 dB(A) in de nachtperiode Afwijking van de afstanden is mogelijk op basis van goede onderbouwing/motivatie, waarbij aangetoond moet worden dat een aanvaardbaar woonmilieu blijft gerealiseerd. Verder geldt dat het menselijk stemgeluid een belangrijke (en mogelijk hinder veroorzakende) geluidsbron is.

In het kader van de goede ruimtelijke ordening is dit aspect tevens inzichtelijk gemaakt. Stemgeluid Tussen de slagenwisselingen en tennispartijen is het stemgeluid van de spelers en toeschouwers bepalend voor de bijdrage vanwege de tennisbaan. De equivalente bronsterkte bedraagt gemiddeld LW = 68,8 dB(A)3 per persoon. Voor het stemgeluid zijn 2 × 12 = 24 representatieve bronlocaties in het rekenmodel opgenomen [bron 10 t/m 33]. Er is rekening gehouden met 10 toeschouwers + 2 spelers per baan in de dagperiode en 4 toeschouwers + 2 spelers per baan in de avondperiode. De totale tijdsduur voor stemgeluid tussen de slagenwisselingen en tennispartijen bedraagt effectief 50% van de speeltijd van 8 uur in de dagperiode en 3 uur in de avondperiode. In afbeelding 3 en in figuur 5 zijn de berekende geluidniveaus (inclusief correctiefactor K2 = +5 dB) in de maatgevende avondperiode middels geluidcontouren inzichtelijk gemaakt bij een beoordelingshoogte van 5 m. Hierbij is in het kader van de goede ruimtelijke ordening tevens rekening gehouden met het stemgeluid van spelers en publiek.

3

Bij de meting met drie volledig bezette tennisvelden bedroeg de totale equivalente bronsterkte vanwege het stemgeluid L W = 78,8 dB(A) (= totale bijdrage stemgeluid vanwege alle drie velden). Met de aanwezigheid van in zijn totaliteit gemiddeld 10 personen (spelers + toeschouwers) komt dit overeen met een gemiddelde equivalente bronsterkte L W = 68,8 dB(A) per persoon.

22110126.M01

pagina 6 van 8

www.noormanadvies.nl

Afbeelding 3: Berekende geluidniveaus in de avondperiode (inclusief stemgeluid)

De 40 dB(A)-contour, geldend voor de avondperiode, ligt op circa 48 m vanaf de terreingrens van de tennisbanen en komt daarmee nagenoeg overeen met de VNG-richtafstand. Als grenswaarde wordt in de VNG-uitgave 45 dB(A) in de avondperiode opgegeven. De 45 dB(A)-contour (inclusief stemgeluid) ligt circa 22 m vanaf de terreingrens van de tennisbanen.

Samenvatting en conclusie In opdracht van de gemeente Texel is ten behoeve van de te doorlopen ruimtelijke procedures voor de te ontwikkelen woningbouwlocatie ‘Achter de Bijenkorf’ te Oosterend een quickscan opgesteld voor de aspecten licht- en geluidhinder vanwege de bestaande tennisbanen direct ten zuiden van de ontwikkellocatie. Met betrekking tot lichthinder volgt uit de berekening dat de 10 lux-contour (geldend voor gebiedsklasse E3) in de dag- en avondperiode ter plaatse van het ontwikkelgebied op circa 12,6 m afstand vanaf de terreingrens van de tennisbanen ligt. Voor de bestaande tennisbanen dient te worden getoetst aan de voor de tennisbanen geldende algemene geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Maatgevend is daarbij de avondperiode. De berekende 45 dB(A)-contour, geldend voor de geluidniveaus invallend op de gevels van woningen van derden, ligt circa 17 m vanaf de terreingrens van de tennisbanen. Voor de planontwikkeling kan in het kader van de goede ruimtelijke ordening rekening worden gehouden met de richtafstanden van de VNG-publicatie waarbij tevens het stemgeluid van spelers en

22110126.M01

pagina 7 van 8

www.noormanadvies.nl

publiek kan worden beschouwd. De 40 dB(A)-contour (inclusief stemgeluid, geldend voor de avondperiode) ligt op circa 48 m vanaf de terreingrens van de tennisbanen. De voor de als grenswaarde in de VNG-uitgave genoemde waarde berekende 45 dB(A)-contour (inclusief stemgeluid, avondperiode) ligt circa 22 m vanaf de terreingrens van de tennisbanen. Ook daarmee kan nog een aanvaardbaar woonmilieu worden gerealiseerd.

Noorman Bouw- en milieu-advies

22110126.M01

pagina 8 van 8

www.noormanadvies.nl

Figuren

22110126 Figuur 1

Overzicht van de situatie (bron: gemeente Texel)

22110126 Figuur 2 Oosterend

Terrein 1

Berekeningsvlak 1

Eigenschappen

Ē

Emin

Emax

g1

g2

Index

Berekeningsvlak 1 Loodrechte verlichtingssterkte Hoogte: 0.000 m

28.3 lx

0.002 lx

592 lx

0.000

0.000

S1

Gebruiksprofiel: DIALux voorinstelling, Standaard (verkeersbereik buiten)

1

Overzicht rekenmodel lichtberekening

22110126 Figuur 3 Puntbronnen Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken

0m

20 m schaal = 1 : 500

566800

29 77 - max

04 11

14

13

24

19 75 - max

08

20

07

31

26

06

25 21

03

12

15 22 16

27

02 10 17

01

30

23

05

32 33 76 - max

28

74 - max

18 566750

120600 120650 Industrielawaai - IL, [Oosterend - Tennisbanen - Achter de Bijenkorf (eerste model, april 2021)] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies

Overzicht van het rekenmodel met de ligging van de geluidbronnen

periode: groep:

Avondperiode Activiteitenbesluit milieubeheer Inclusief groepsreducties

0 - 40 dB(A) 40 - 45 dB(A) 45 - 50 dB(A) 50 - 55 dB(A) 55 - 60 dB(A) 60 - 65 dB(A) 65 - 99 dB(A)

566840

40

0m

40

20 m schaal = 1 : 600

566820

40 40

45

566800

45

40

45

40

45 45 50 55

566780

50

45 45

40

45

40 566760

120580 120600 120620 120640 Industrielawaai - IL, [Oosterend - Tennisbanen - Achter de Bijenkorf (eerste model, april 2021)] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies

Geluidcontouren berekend voor de (maatgevende) avondperiode inclusief correctiefactor K2 = +5 dB.

55 120660

120680

120700

22110126 Figuur 4

50

periode: groep:

Avondperiode LAeq Inclusief groepsreducties

0 - 40 dB(A) 40 - 45 dB(A) 45 - 50 dB(A) 50 - 55 dB(A) 55 - 60 dB(A) 60 - 65 dB(A) 65 - 99 dB(A)

566840

40 40 0m

20 m schaal = 1 : 600

40

566820

40 45

45

45

566800

40 40

45

50 50 55

45

566780

50 40 40 55 40 566760

120660

Geluidcontouren berekend voor de (maatgevende) avondperiode inclusief stemgeluid en correctiefactor K2 = +5 dB.

120680

45

120700

22110126 Figuur 5

120580 120600 120620 120640 Industrielawaai - IL, [Oosterend - Tennisbanen - Achter de Bijenkorf (eerste model, april 2021)] , Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Noorman Bouw- en milieu-advies

blz 66

Bijlage 3

20211291.3

Onderzoek geluidhinder tennisbanen Oosterend

bestemmingsplan Oosterend - Cor Bremerstraat / Bijenkorfweg Rho adviseurs B.V.

Status: ontwerp /

www.noormanadvies.nl

Rapport 22110126.R01

Tennisbanen Achter de Bijenkorf Oosterend Texel

- Onderzoek geluidhinder -

Akoestiek Bouwfysica Brandveiligheid Geluid Milieu

Rapport 22110126.R01

Tennisbanen Achter de Bijenkorf Oosterend Texel

- Onderzoek geluidhinder -

Datum:

23 juni 2022

Opdrachtgever:

Gemeente Texel Postbus 200 1790 AE Den Burg

Auteurs:

dhr. A.P.O. Gosselaar, MSc (projectleider) / dhr. ing. S.R.N. Bierma

Collegiale toets:

dhr. J. Dijkstra

Noorman Hendriks Partners BV Hoofdvestiging en postadres Paterswoldseweg 808 9728 BM Groningen

Vestiging Apeldoorn Laan van Westenenk 162 7336 AV Apeldoorn

T 050 525 09 92 E info@noormanadvies.nl I www.noormanadvies.nl

Bank rek.nr. NL05 INGB 0005 9657 21 BTW NL008482627.B01

Kvk nr 02042874 | Lid NLingenieurs | ISO 9001 gecertificeerd

www.noormanadvies.nl

Inhoud

1|

Inleiding

5

2| 2.1 2.2

Uitgangspunten Situatie Tennisbanen

5 5 6

3| 3.1 3.2 3.3

Normstelling VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ Activiteitenbesluit milieubeheer Bescherming buitenruimte (tuin)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=9418b196-5e77-4d3b-935c-20db78907257