CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Beleidsplan Groene Infrastructuur

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente TexelBij agendapunt: Beleidsplan Groene infrastructuur23.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

54

Boomwaarde (monetaire)

Bosplantsoen

Boswetgrens BVC (zie ook VTA)

CROW

De Krim

De Lieuw

Dendrologie

Derde grootte Diversiteit Ecologisch groenbeheer Eerste grootte

Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom. De monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Het bedrag wat gevonden wordt volgens het rekenmodel van de Nederlandse Vereniging Taxateurs van Bomen. Dit is de waarde volgens de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (www.nvtb.nl) die jaarlijks vastgesteld worden aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen. Aanplant van jong bos, hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers. Om de boomvormers uit te laten groeien wordt er regelmatig gedund.

(zie wijkers en blijvers) De begrenzing van de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld in overeenstemming met artikel 1 lid 5 van de Boswet. Boom Veiligheids Controle ( cyclus 1 x per 3 jaar). Deze controle vindt plaats in het kader van de ‘’wettelijke’’ zorgplicht om de gemeentelijke bomen periodiek te (laten) inspecteren. Deze zorgplicht zorgt ervoor dat de drempel voor aanvaardbaar risico niet wordt overschreden. Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-en Wegenbouw en de Verkeerstechniek. Instelling die onderzoek doet en ook de Standaard RAW heeft ontwikkeld. De Krim heeft verspreid op Texel 9 verschillende parken. Campings, een vakantiepark, een bungalowpark, een appartementencomplex en een hotel. Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging De Lieuw Texel is een collectief van 250 boeren en burgers. Zij zetten zich in voor weidevogels, natuur en landschap in het agrarisch gebied, ruim 8.000 hectare. Zij realiseren waardevolle plattelandsnatuur in samenhang met agrarisch ondernemerschap. De wetenschap van de houtige gewassen. Dendrologisch waardevolle bomen zijn bomen die als soort, variëteit of cultivar zeldzaam zijn in Leidschendam-Voorburg of in de regio. Boomklasse kleiner dan 10 meter in volwassen toestand. Mix van verschillende soorten bijv. bomen Het beheer van het groen waarbij de inheemse flora en fauna centraal staat.

Boomklasse van 15 meter en hoger in volwassen toestand.

55

Eutrofiëring

Exoten

Groenblauwe dooradering

Handboek Bomen

Hangwaterprofiel HHNK Hittestress

Hoofdgroenstructuur

Iepenspintkever

Iepziekte Inclusieve samenleving

Kappen Klimplant

Klimaatadaptief

Natuurvriendelijke oever RAW

Vermesting - zorgt er voor dat er meer voedingsstoffen aanwezig zijn in de bodem, de lucht en het water. In natuurlijke vegetaties en ecosystemen zal een overaanbod aan voedsel een ontwrichting veroorzaken. Organisme dat zich buiten zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied heeft gevestigd in een gebied of land waar het oorspronkelijk niet vandaan komt. Groenblauwe dooradering is het netwerk van halfnatuurlijke landschapselementen zoals sloten, slootkanten, houtwallen en bomenrijen. Daarnaast biedt het bijvoorbeeld ruimte voor de overleving van planten en dieren en het draagt bij aan de belevingswaarde van het landschap Het Handboek Bomen omvat gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn bij de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. Een bodem waarbij de boomwortels het in de bodem beschikbare water opnemen, zonder dat zij toegang tot het grondwater hebben. Hoogheemraadschap Noorder Kwartier Gezondheidsklachten die ontstaan als mensen door hoge temperaturen en luchtvochtigheid niet meer in staat zijn de lichaamstemperatuur goed te reguleren. Met de Hoofdgroenstructuur beschermen en versterken we belangrijke groengebieden (bomenlanen, parken etc). Door dit vast te leggen beschermen we dit voor nu én in de toekomst.

Iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytuscolytus (F.) en Scolytus multistriatus (Marsh) en Scolytus pygmaeus. De aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Cerato cystisulmi (Buism.) C. Moreau). Een samenleving waarin alle mensen kunnen meedoen met dezelfde kansen en mogelijkheden, ongeacht hun achtergrond, leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, godsdienst, seksuele voorkeur en ongeacht of ze een ziekte of beperking hebben. Het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand. Verhoutend, overblijvend gewas dat zich hecht aan een dragend element, zoals een wand of muur. Bedoeld zijn beeldbepalende verticale begroeiingen van één of meer klimplanten van meer dan twee verdiepingen hoog. De omgeving aanpassen en je voorbereiden op de gevolgen van het veranderende klimaat. Voorbeelden zijn: dijken verstevigen, sloten verbreden en dorpen voorzien van meer groen. Geleidelijk aflopende overgang van land naar water, waar voor zowel (water)planten als dieren een geschikte habitat te vinden is. Stichting voor Rationalisering en Automatisering in de Grond- Weg, en Waterbouw (nu opgenomen in het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Weg- en Waterbouw te Ede).

56

Rooien SBB Struweel Tijdelijke kroon

Tweede grootte Vellen

Verzilting Vitaliteit VTA Wijkers en Blijvers

Het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand. Staatsbosbeheer Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken. Dat deel van de kroon van een boom, dat geen deel uitmaakt van de definitieve kroon bij het bereiken van het volwassen stadium. Tijdens de groei van de boom wordt de tijdelijke kroon geleidelijk gesnoeid door begeleidingssnoei. Boomklasse van 10 tot 15 meter hoogte in volwassen toestand. Rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben. Verzilting is de toename van het zoutgehalte in de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater. Gezondheid (energie/levenskracht) van een boom Visual Tree Assessment. Een methode om de vitaliteit en kwaliteit van bomen te bepalen. Wijkers zijn bomen die snel groot worden. Deze bomen/heesters worden gerooid als de blijvers, bomen die langzaam groeien, groot genoeg zijn om de taak van de wijkers over te nemen.

57

Bijlage 2 - Het landschap en Kaarten Het DNA van Texel – Analyse van het Landschap Om uitspraken te doen over de groenstructuur in de gemeente is het zowel van belang de bodemkundige ondergrond als de ruimtelijke opbouw van de gemeente te kennen. Het soort groen is immers direct gerelateerd aan de soort bodem en door te onderkennen op welke wijze de stedelijke structuur in het verleden ontstaan en gegroeid is, is het vervolgens mogelijk een groenstructuur toe te voegen die voortbouwt op de bestaande structuur en deze ook zal versterken.

Bodemkundige opbouw De bodemkaart laat goed de ontstaans- en occupatiegeschiedenis van het eiland zien. De grote in één keer ingesloten en ontgonnen strandvlakte van Polder Eierland tekent zich duidelijk af als één bodemtype. Het oude land daarentegen laat door zijn vorming en vele eeuwen van bodemgebruik een veel complexere bodemsamenstelling zien. Het grootste gedeelte van Texel, de duinen en de strandvlakten, bestaat uit zandbodemtypen. Het oude land bestaat uit lemige kleigrond, kalkarme grond, met daarnaast leemarme grond en kalkhoudende grond van duin en strandvlakten.

Kaart: Bodemkaart en vertaling landschappelijke opbouw (kaarten en leesbare legenda in bijlage 2)

Bij de soortkeuze van bomen dient uitgegaan te worden van deze bodemkundige ondergrond. Elke boom heeft een eigen voorkeur wat betreft de bodem en zo ontstaan “streekeigen soorten”. Door de boomkeuze aan de bodem te koppelen, ontstaat differentiatie binnen de groenstructuur, mede doordat sommige bomen beter gedijen dan anderen. Daarnaast ontstaat een

robuuste groenstructuur omdat de bomen in de voor hen meest gunstige ondergrond staan en we daarmee voldoen aan streekeigen soorten. Samengevat bestaat Texel uit: Het oude land, strand- en zeepolders, binnenduinrand en de duinen. Buitendijksland en de zeereep spelen voor de groenstructuren geen rol.

58

Kaart: Landschappen (kaart en leesbare legenda in bijlage 2)

Kaart: Grondgebied gemeente (kaart en leesbare legenda in bijlage 2)

Het oude Land Het oude land is de kern van Texel en heeft een grillige kavelstructuur, door de eeuwen heen gevormd. De wegen zijn nooit recht. Windsingels

en bosjes maken dat het landschap ruimtelijk heel afwisselend is. Soms dicht, soms open.

59

Kaart: Oude Land

Kaart: Groenstructuur Oude Land

60

Texel heeft veel windsingels vooral in het buitengebied. Windsingels en hakhoutbosjes kun je vergelijken met hoge hagen van 4 tot 12 m, die functioneren als windvang of als erfafscheiding. In gebieden met veel wind, de kust en in de polders zijn ze onmisbaar. Veel windsingels bestaan uit populier en els gecombineerd met oeverbegroeiing van inheemse struiken. De singels zijn van landschappelijk als ecologisch zeer waardevol door een grote verscheidenheid van planten- en diersoorten. En kunnen tevens fungeren als schaduwplekken voor (landbouw) dieren. Op Texel bestaan veel windsingels uit iep, die helaas zijn aangetast door iepziekte. Indien er geen maatregelen worden getroffen, zal de windsingel worden uitgehold (door het afsterven van de iepen) en zijn functie, niet alleen landschappelijk maar ook ecologisch, verliezen. De maatregelen worden onder beheer - ziekten en plagen behandeld. Ook waren er In dit gebied vroeger veel tuunwallen en kolken te vinden. Tuinwallen zijn lage ‘muurtjes’ van ongeveer één à anderhalve meter hoog en een meter breed, gemaakt van op elkaar gestapelde graszoden. Dit was een inventieve manier om het vee op het eigenland te houden, omdat niet overal sloten konden worden gegraven en

beplanting vaak afstierf door de zilte bodem. Tuunwallen hebben een hoge ecologische waarde, er groeien veel bijzondere plantensoorten, die weer insecten en fauna aantrekken. Zij zorgen daarmee voor een grote diversiteit in flora en fauna. Ook in de Kolken – drinkpoelen voor het vee zijn - komt een gevarieerde fauna voor van amfibieën. De kwaliteit van het oude land hangt aan de kleinschalige landschappelijke structuur die met name door de tuunwal zo goed ruimtelijk zichtbaar wordt. De tuunwal is dus niet alleen een cultuurhistorisch fenomeen, maar een onmisbare ruimtelijke bouwsteen van het oude land. Ook de groenblauwe dooradering is hier belangrijk. Sloten werden gegraven op de lage delen in het Oude land, de tuunwallen werden alleen op de hoge delen toegepast. Belangrijk zijn hier de openheid en de zichtlijnen in het landschap, bij aanplant van nieuwe windsingels houden we hier rekening mee. Kenmerk: kleinschalig, soms dicht, soms open, tuunwallen, begroeide sloten. Wens: vasthouden structuur (openheid en zichtlijnen), toevoegen tuunwallen (hoge delen) en waterlopen (lage delen) Aandachtspunt: gebruik private gronden noodzakelijk.

Strandpolders en Zeepolders Er worden op Texel twee typen polders onderscheiden, strandpolders en zeepolders. Ze hebben een verschillende geomorfologische oorsprong: strandpolders zijn ingesloten strandvlakten, zeepolders zijn bedijkte zeeboezem-

vlakten. Strandpolders liggen boven en zeepolders beneden N.A.P. De strandpolders zijn gerelateerd aan de Noordzee en de zeepolders aan de Waddenzee.

Strandpolders Polder Eierland, De Witte Hoek en Polder De Eendracht zijn de strandpolders. Het landschap van de strandpolders is groot en open en biedt ruimte voor grootschalige productie van bollen etc. Herkenbaar aan een simpele inrichting van rechte wegen in grote vierkanten en losse erven erlangs. Opvallend is geen beplantingsstructuur langs de wegen of langs de watergangen. Zeespiegelstijging en toenemende zoute kwel zullen tot aanpassingen in het watersysteem van de 61

Bron: Omgevingsvisie 2023 Witteveen & Bos Het grondwater op Texel is zout en de verzilting van de grond neemt alleen maar toe. Daarom proberen we zoet water zoveel mogelijk vast te houden. Op verschillende lo- caties wordt door enthousiaste boeren al gewerkt aan het plan om Texel zelfvoorzienend te maken op het gebied van zoet water. Er wordt in de polder Eierland een ondergronds waterbassin gerealiseerd en we gaan op zoek naar nog meer locaties voor waterberging. Om een energie neutrale, klimaat adaptieve en circulaire gemeente te zijn in 2050 moeten we nu al ruimte reserveren voor recycling, bestaande duurzame energiebronnen en energie infrastructuur. Daarnaast reserveren we ruimte voor pilots voor energieopslag, locaties voor (ondergrondse) waterberging en het opbouwen van een zoetwaterreserves. We stimuleren agrariërs om hun activiteiten aan te passen aan de gevolgen verzilting.

polders leiden.

62

Kaart: Kaart Strandpolders (kaart en leesbare legenda in bijlage 2)

Kaart: Groenstructuur Strandpolders (kaart en leesbare legenda in bijlage 2)

Aanbeveling: Kenmerk: groot, open, grootschalige landbouw, rechte wegen Wens: vasthouden aan openheid, ligging dorpen benadrukken met bomen, erven inpakken met beplanting, bestaande sloten omvormen naar natuurvriendelijke oevers Aandachtspunt: subsidie mogelijk maken voor aanplant rond erven, private gronden nodig voor uitbreiding natuurvriendelijke oevers sloten. Gronden noodzakelijk voor waterberging (omgevingsvisie).

63

Zeepolders De zeepolders zijn kleiner van schaal, liggen tegen het oude land aan en lijken in schaal en verkaveling sterk op het oude land. De inrichting van de latere zeepolders is net als de strandpolders rechtlijnig en grootschalig met lange wegen en erven erlangs. De zeepolders grenzen allemaal aan het Oude Land van waaruit ze ontgonnen zijn. Het verschil tussen oud

en nieuw land zit vooral in de rechtlijnigheid van de polders. De rechtlijnigheid van de polders wordt niet benadrukt door beplanting van de wegen met bomen of hagen, maar zouden door beplanting aantrekkelijker worden voor recreatief medegebruik door de schaduwwerking. Ook komt het ten goede aan de biodiversiteit.

Kaart: Kaart Zeepolders (kaart en leesbare legenda in bijlage 2)

Kaart: Groenstructuur Zeepolders (kaart en leesbare legenda in bijlage 2)

Dwars door het landschap kronkelen oude natuurlijke kreken. Een deel van het poldergebied is Natura 2000 gebied. Kreekrestanten met rietkragen, moerassen en graslanden. Dit Lage Land van Texel heeft schorren en zilte graslanden met vele vogelsoorten. Veel gebied is rust – en foerageergebied voor vele vogels. De natuurgebieden worden door zowel door bevolking als toeristen bezocht. Het behoud hiervan is dus essentieel. Hierover zou je in gesprek kunnen gaan over mogelijke transitie van de minder productieve gronden voor versterking van de biodiversiteit. Dit zou met de natuurbeherende organisaties (SBB, Natuurmonumenten) en de boeren moet plaatsvinden. Vergroting en verbinding vermindert de kwetsbaarheid en zorgt voor versterking van de biodiversiteit.

Tegelijkertijd willen boeren hun landbouwgrond behouden, maar door verzilting, maar ook door de noodzaak te verduurzamen, zal de huidige werkwijze waarschijnlijk moeten veranderen. Het is zoeken naar vloeiende overgangen tussen natuur en cultuurland.

Aanbeveling: Kenmerk: kleiner qua maat en schaal. Wens: Verschil strand en zeepolders benadrukken door toevoegen windsingels, in gesprek gaan over mogelijke transitie minder productieve gronden voor versterking biodiversiteit. Aandachtspunt: Private gronden noodzakelijk, overleg met Natuurbeherende organisaties, boeren, samenwerkingsverbanden en Hoogheemraadschap.

64

Binnenduinrand Van De Koog tot aan Den Hoorn loopt aan de binnenzijde van de duinen een bijzondere zoom land: de binnenduinrand. Een zoom van bossages, open ruimtes levert zo een waardevol en uniek beeld op het eiland. Het gebied maakt

deel uit van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) en heeft zo een bijzondere status. Onderdeel hiervan is het Nationaal park Duinen van Texel.

Kaart: Kaart: Natuur Netwerk Nederland (groen) en Bijzonder Provinciaal landschap

Kaart: Natura 2000 gebied

Het landschap van de binnenduinrand geeft afwisseling van open ruimtes en bossages, bescheiden bebouwing en staat in contrast met

de brede open ruimte van strandvlakte of oude land ervoor.

65

Kaart: Buitendijks land, Duinen en Binnenduinrand

Kaart: Groenstructuur Binnenduinrand en Duinen (kaarten en leesbare legenda in bijlage 2)

Buitendijksland en Duinen De bijna 30 km lange reep zand aan zee is één van de langste onbedorven kusten van Nederland, met zowel drukke als zeer stille stukken. Het is daarmee de grootste trekker van het eiland, hoofddoel van een groot deel van de jaarlijkse miljoen bezoekers. De Zeereep zelf speelt ruimtelijk qua groenstructuur niet zo’n dominante rol in het beeld van Texel. De duinen vormen misschien wel het meest indrukwekkende en beeldbepalende landschap op Texel. Het strand kent zijn eigen ecologie met op diverse plaatsen de embryonale (natuurlijke) duinvorming. Waar aan de zeereep de elementen dominant zijn en in het oude

land de mens, komt in de duinen alles samen: levende geomorfologie, woeste natuur, gelaagde cultuurhistorie, recreatie en zelfs landbouw. Ondanks deze ‘drukte’ blijft leegte het beeld domineren. Ok defensie heeft hier grote stukken land als beherende organisatie in bezit. Aanbeveling: Kenmerk: NNN en deels Natura 2000, open en dicht met individuele bebouwing. Wens: meer diversiteit in bosgebieden toevoegen, (omvormen bos naar gevarieerd loofbos), natter maken van duinvalleien. Door zeespiegelstijging kunnen duinvalleien verdrinken, daar moet rekening mee gehouden worden. Aandachtspunt: Gronden SBB en Natuurmonumenten.

66

67

80

Bijlage 3 - Rijksbrief 23 maart 2023

Inhoudelijke maatlat: op hoofdlijnen

1.

Inhoudelijke maatlat: biodiversiteit BIODIVERSITEIT EN NATUURINCLUSIVITEIT Doel

Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus

Normen

Er zijn voor het thema biodiversiteit geen normen opgenomen, vanwege het locatiespecifieke karakter van de onderdelen en de nog beperkte onderbouwing ervan.

Richtlijnen De onderdelen voor biodiversiteit zijn als richtlijn opgenomen, omdat deze in Nederland nog relatief weinig toegepast zijn in de praktijk en verder wetenschappelijk loopt.

Waardevolle habitat en basiskwaliteit natuur1 behouden en realiseren Inventariseren en vaststellen van doelstellingen voor de bestaande en toekomstige biodiversiteit. Hierbij is het van belang lokale habitattypen en soortencategorieën in beeld te brengen2 en doelstellingen af te stemmen op de grootte van de ontwikkeling/project, gebiedsspecifieke condities en de groen- en waterstructuren in de omgeving. Daarbij wordt het gebied ingericht op duurzame en gezonde groei en ontwikkeling, zoals ruime groeiplaatsen, gezonde bodemkwaliteit en het zoveel mogelijk behouden van het bestaande groen en de oorspronkelijke bodem. Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen: groen, tenzij Motiveren hoe natuurlijke processen en structuren, zoals de bestaande bodemopbouw en de groen- en waterstructuur in en rondom het plangebied, de basis zijn voor het plan/ontwerp. Een ontwerp met biodivers groen passend bij de lokale bodem- en waterkenmerken met verbindingen met omliggende groen- en waterstructuren heeft de voorkeur. Bij de afweging tussen groene natuurlijke en technische oplossingen worden maatschappelijke kosten en baten van de aanleg- en beheerfase betrokken. Deze richtlijn geldt voor alle thema’s. Percentage groen op buurtniveau behouden en realiseren Stel een groennorm op buurt/wijkniveau vast.

Deze norm is gebaseerd op het lokale doel / de doelen waaraan de groennorm een bijdrage moet leveren. Let hierbij op de criteria die er aan het groen gesteld wordt om de lokale doel(en) te behalen. In het percentage groen telt groen in het hele gebied, zowel op publiek en privaat terrein (inclusief daken) en volwassen boomkronen mee. Deze richtlijn geldt ook voor hitte en voor droogte en heeft ook meerwaarde voor gezondheid.

Referenties

1. Voor meer informatie over basiskwaliteit natuur, zie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/09/21/bijlage-op-weg-naarbasiskwaliteit-natuur 2. Voor meer informatie over habitattypen en soortencategorieën zie: leidraad klimaatadaptief bouwen 3. Gebaseerd op onderzoek Hogeschool van Amsterdam (De hittebestendige stad: een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte (hva.nl)) en wetenschappelijk onderzoek over stedelijk groen van het Nature Based Solutions Institute (Promoting health and wellbeing through urban forests Introducing the 3-30-300 rule | Request PDF (researchgate.net))

2.

Inhoudelijke maatlat: droogte DROOGTE Droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare functies.

Decentrale normen: Mogelijke borging door gemeenten in omgevingsplan, leidraad openbare ruimte en privaatrechtelijke overeenkomsten

Grondwaterstanden en zoetwaterbeschikbaarheid zijn sturend bij keuze functie, systeem en inrichting Motiveren en aantonen wat de gemeten en beoogde (gemiddeld hoogste en laagste) grondwaterstanden zijn. Daarbij wordt aangegeven hoe de toekomstige ontwerppeilen van groen, bebouwing en infrastructuur zijn afgestemd op de verwachte uitzakking van grondwater. Ook de waterbehoefte in ontwerp/plan voor huidige en toekomstige situatie wordt in beeld gebracht, zoals de lange termijn buffercapaciteit van een groen dak in mm per m2.

Richtlijnen

Vergroten infiltratie en minimaliseren verharding Vergelijking voor en na ontwikkeling, zodat dat de grondwateraanvulling in het gebied door infiltratie op peil blijft en de verharding voor en na ontwikkeling geen negatieve impact heeft op de infiltratie. Buitenstedelijke ontwikkeling is infiltratieneutraal: grondwateraanvulling blijft gelijk ondanks verhardingstoename, mits dit niet leidt tot grondwateroverlast gezien de grondwatersituatie, bebouwingsdichtheid en bodemtype. Binnenstedelijke ontwikkeling is infiltratiepositief: er is minder verharding (range 0 tot -10 %) of meer infiltratie (range 0 tot +10 %) dan voor de ontwikkeling. Groene daken tellen niet mee als verharding. Groene, biodiverse invullingen voor vergroting van de infiltratie hebben de voorkeur. Deze decentrale norm geldt ook voor droogte en wateroverlast.

82

Doel

Hergebruik van water, zuinig gebruik van drinkwater4 en verbeteren waterkwaliteit is onderdeel van het ontwerp Motiveren in ontwerp/plan wat het beoogde hergebruik van water is, hoe drinkwatergebruik wordt beperkt en wat de beoogde verb etering van de waterkwaliteit is, afgestemd op gebiedsspecifieke condities. Deze richtlijn heeft een raakvlak met circulaire economie door het verbeteren van de waterkringloop. Voorkeursvolgorde

Benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren

Referenties

4. Voor maatregelen/eisen voor zuinig drinkwatergebruik binnen gebouwen wordt een separaat traject opgestart vanuit het Rijk. Het advies is alle voorstellen van de drinkwaterbedrijven voor waterbesparing op woningniveau hierin mee te nemen. 3.

Inhoudelijke maatlat: bodemdaling BODEMDALING Doel

Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar.

Decentrale norm Mogelijke borging door: • Provincies in verstedelijkingsstrategie • Gemeenten in omgevingsplan en privaatrechtelijke overeenkomsten

Draagkracht bodem is mede sturend bij keuze functie, systeem en inrichting Motiveren in hoeverre bebouwing en infrastructuur binnen het plangebied afgestemd is op de draagkracht van de bodem. De bodemdaling wordt hiermee zoveel mogelijk gemitigeerd en beperkt, zodat bodemdaling nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar blijven. Hierbij is het van belang dat bebouwing en infrastructuur geconcentreerd is op draagkrachtigste bodem, het (grond)waterpeil gelijk blijft of hoger wordt en het ontwerppeil, de bouwwijze is afgestemd op bodemtype en verwachte restzetting.

83

Gebiedsspecifieke keuze ontwerppeil, restzettingseis, maatregelenset en materiaal Aantonen dat over de levensduur de meest (maatschappelijk) kosteneffectieve ontwerppeilen van bebouwing, infrastructuur en groen en bijbehorende maatregelenset voor openbaar en privaat terrein is gekozen. De maatregel- en materiaalkeuze wordt afgestemd op de draagkracht van de bodem ter plekke om (de gevolgen van) bodemdaling zoveel mogelijk te mitigeren en te beperken. Bij de keuze moet de gehele levensduur (bijvoorbeeld 60 jaar voor de riolering) worden betrokken inclusief de beheerfase, zodat de kosten niet afgewenteld worden op bewoners en beheerders. De restzetting wordt berekend over een periode van 30 jaar na oplevering. Drinkwaterbedrijven hanteren het uitgangspunt van restzetting van 10 cm in 30 jaar. Parameters worden gemonitord over een periode van 10 jaar. Betrokken partijen leggen verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden vooraf vast.

4.

Inhoudelijke maatlat: hitte HITTE Doel

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Norm

Voor hitte zijn geen normen opgenomen.

Richtlijnen6

Geen directe opwarming van verblijfsplekken in de private of openbare buitenruimte door gebouwen(installaties) Aantonen dat de gebouwen en eventuele binneninstallaties zoals airco’s niet leiden tot extra opwarming van verblijfsplekken buiten de gebouwen, zoals (dak)terrassen. Voor nieuwe woningen kan het gebruik van warmtepompen met koeling nodig zijn voor het behalen van de TOjuli norm5. De toepassing van warmtepompen moet hierbij mogelijk blijven. Deze richtlijn heeft een raakvlak met de energietransitie.

84

De onderdelen van hitte zijn als richtlijn opgenomen, omdat deze in Nederland nog relatief weinig toegepast zijn in de praktijk en verder wetenschappelijk loopt.

Schaduw op verblijfsplekken, loop- en fietsroutes en drinkwaterstroken Aantonen en motiveren in hoeverre wordt voldaan aan 40 % schaduw op belangrijke loop- en fietsroutes, drinkwaterstroken7 en verblijfsplekken en 30 % schaduw op buurtniveau op het heetste moment van de dag (15:30 uur op 21 juni). Zo is een keuze tussen schaduw en zon mogelijk en warmen drinkwaterleidingen minder op. De schaduw van gebouwen en van volwassen boomkronen wordt meegerekend, mits groeiplaats volwassen groei mogelijk maakt. Afstand tot groene koele verblijfsplekken (verbonden met thema biodiversiteit) Aantonen en motiveren in hoeverre wordt voldaan aan om op loopafstand (richtlijn: 300 meter vanaf de ingang) toegang te hebben tot een openbaar toegankelijke koele groene plek in de schaduw. Hierbij is ook de omvang (richtlijn minimaal 200 m2 groen en schaduw) en de gebruiksfunctie van de koele plek in relatie tot de omgeving van belang. Groene, biodiverse invullingen van de koele plekken en vermindering van hitte hebben de sterke voorkeur. Warmtewerende oppervlakten Het plangebied wordt zo ingericht dat een belangrijk deel van de oppervlakten (range 40-50%) warmtewerend zijn. Door het maaiveld en de gebouwen warmtewerend te ontwerpen en in te richten wordt de opwarming van stedelijk gebied (het hitte-eiland effect) beperkt.

Warmte weren door groen en bomen en een biodiverse inrichting en beheer hebben de voorkeur. Vitale en kwetsbare functies en groenvoorzieningen zijn bestand tegen hitte Als vitale en kwetsbare functies, zoals beweegbare bruggen, onderdeel zijn van het project worden deze zo ontworpen dat deze kunnen blijven functioneren bij hitte. Ook groenvoorzieningen worden zo ingericht dat ze hittebestendig zijn. Daarbij heeft lokaal passende biodiverse invulling de voorkeur.

Voorkeursvolgorde

Ladder van koeling van OSKA: Koele omgeving, Warmte weren, Passief koelen, Actief koelen

Referenties

5. De TOjuli norm is sinds 1 januari 2022 opgenomen in het bouwbesluit. Het advies is om een evaluatie van de werking uit te voeren. 6. De schaduwpercentages en definities voor koele plekken zijn gebaseerd op onderzoek Hogeschool van Amsterdam (De hittebestendige stad: een koele kijk op de inrichting van de buitenruimte (hva.nl)) en de afstand tot een park ook op wetenschappelijk onderzoek over stedelijk groen van het Nature Based Solutions Institute (Promoting health and wellbeing through urban forests - Introducing the 3-30-300 rule) 7. Drinkwaterbedrijven geven aan dat het tijdens hittegolven moeilijker wordt aan de temperatuureis van 25 graden Celsius uit de Drinkwaterwet te voldoen.

5.

Inhoudelijke maatlat: gevolgbeperking overstroming GEVOLGBEPERKING OVERSTROMING

85

Doel

De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken.

Norm

Voor gevolgbeperking van overstromingen zijn geen normen opgenomen.

Richtlijn

Overstromingsrisico’s van overstromingskans, waterdiepte en evacuatietijd en bijbehorende impact afwegen8, met specifieke aandacht voor vitale en kwetsbare functies9 Motiveren in hoeverre op de locatie maatregelen genomen moeten worden voor gevolgbeperking van overstromingen, aanvullend op de veiligheid van de waterkeringen. Hierbij wordt de prioriteitsvolgorde uit Utrecht* gehanteerd: voor de functies die leiden tot een uitval met landelijke impact ligt de lat hoger dan die bij uitval met regionale impact. De lat voor functies met een lokale impact ligt hoger (of gelijk aan) reguliere functies als woningen en bedrijven.

Voorkeursvolgorde *In de Metropoolregio Amsterdam, Utrecht en in Zuid-Holland zijn verschillende voorkeursvolgordes en afwegingskaders ontwikkeld voor gevolgbeperking van overstromingen. Deze betrekken de evacuatietijd nog niet bij de afweging. De samenwerkende regio’s hebben aan het Rijk voorgesteld het kader van de metropoolregio Amsterdam voorlopig aan te houden.

Een voorbeeld voor de voorkeursvolgorde is in het basisveiligheidsniveau van de Metropoolregio Amsterdam* opgenomen:

Referenties

Waterdiepte/ Herhalingstijd

1 x per 100 jaar (1 x per 30 – 1 x per 300 jaar)

1 x 1.000 jaar (1 x per 300 – 1 x per 3.000 jaar)

1x per 10.000 jaar (1 x per 3.000 – 1 x per 30.000 jaar)

1x per 100.000 jaar ( > 1 x per 30.000 jaar)

> 2,0 meter

Schuilen en evacueren Risicovolle ontwikkeling

Schuilen en evacueren Geen v&k7 of afdoende beschermen

Schuilen en evacueren Geen v&k of afdoende beschermen

Schuilen en evacueren

> 0,5 meter – 2,0 meter

Schuilen en evacueren Risicovolle ontwikkeling

Schade voorkomen Schuilen en evacueren + schade voorkomen (v&k)

Acceptabel risico Schuilen en evacueren + schade voorkomen (v&k)

Acceptabel risico

> 0,2 meter – 0,5 meter

Schade voorkomen

Schade beperken Schade voorkomen (v&k)

Schade beperken Schade voorkomen (v&k)

Acceptabel risico

0 – 0,2 meter

Schade voorkomen

Schade voorkomen

Schade voorkomen

Schade voorkomen

8. Voor het traject “water en bodem sturend” wordt in 2023 een afwegingskader ontwikkeld om de risico-afweging verder vorm te geven 9. V&k betekent vitale en kwetsbare functies

6.

6.

Inhoudelijke maatlat: wateroverlast WATEROVERLAST Doel

Hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven- en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar.

Landelijke normen: Mogelijke borging door: Rijk in wet- of regelgeving

Geen waterschade tot en met een bui die 1 x per 100 jaar voorkomt, vitale en kwetsbare functies blijven beschikbaar Bij elk nieuw gebouw of object aantonen voor buien tot en met een herhalingstijd van 1x per 100 jaar (aanvullend op de normen in het Nationaal Bestuursakkoord Water10) dat water op het maaiveld niet tot waterschade in het gebouw zelf leidt. De verwerking van de buien vindt plaats via infiltratie in de bodem, tijdelijke berging op het maaiveld, berging en afvoer in de riolering en in het watersysteem. Startpunt vanuit regionale convenanten: 70 mm in een uur bui die overeenkomt met een herhalingstijd van 1x per 100 jaar voor in 2050 voor kortdurende buien. Voor het lokale of regionale riool-/watersysteem kunnen andere buien maatgevend zijn, zoals de composietbuien 1x per 100 jaar van 2050 van RIONED 11 en buien van een dag of meerdere dagen voor regionale watersystemen. Gemeenten kijken vooral naar kortdurende buien en waterschappen naar langdurige buien. Onderlinge afstemming is essentieel. Voor het beschikbaar blijven en doorfunctioneren van vitale en kwetsbare functies geldt een startpunt van buien met een herhalingstijd tot en met 1x per 250 jaar, die overeenkomt 90 mm in een uur in 2050 voor kortdurende buien. Buien tot en met 1x per 250 jaar zijn het hogere ambitieniveau voor niet vitale gebouwen.

86

Geen waterschade bij 0,2 meter waterdiepte op straat (verbonden met gevolgbeperking overstromingen) Startpunt: aantonen dat het vloerpeil van nieuwe gebouwen 0,2 meter hoger ligt dan het laagste punt van de rijbaan in het straatprofiel ter plaatse (dit betreft het straatpeil in het ontwerp). Hierbij is het belangrijk aandacht te hebben voor de bouwbesluiteis van 2-zijdige toegankelijkheid voor minder validen. Als niet aan de 0,2 meter voldaan kan worden vanwege toegankelijkheid of (natuurlijke) hoogteverschillen, moet met een berekening worden aangetoond dat er geen waterschade ontstaat bij een bui met een herhalingstijd tot en met 1 x 100 jaar. Ook van toepassing voor gevolgbeperking van overstromingen. Decentrale normen: Mogelijke borging door: • Gemeenten:verordening omgevingsplan en privaatrechtelijke overeenkomsten • Waterschappen in keur

Neerslag op privaat terrein verwerken op privaat terrein of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of de watersysteemgrenzen Aantonen dat neerslag op bebouwd deel van privaat terrein (range 40-70 mm12, voorzieningen zijn binnen 48-60 uur beschikbaar) wordt verwerkt daar waar het valt: in voorzieningen op het privaat terrein of in daaraan gekoppelde extra voorzieningen in het plangebied of binnen de watersysteemgrenzen.

Richtlijn

In het gebied is natuurlijke en bovengrondse afwatering zoveel mogelijk aanwezig. Motiveren in hoeverre het openbaar en privaat gebied in staat zijn om regenwater op een zo natuurlijk mogelijke wijze bovengronds onder natuurlijk verval zonder waterschade af te voeren. Groene, biodiverse invullingen van de verwerking van hemelwater hebben de sterke voorkeur. Bijvoorbeeld door de aanleg van meer biodivers groen (in plaats van verharding) of een wadi of groendak met biodiverse beplanting.

Voorkeursvolgorde

Benutten en besparen, vasthouden en infiltreren, bergen, afvoeren

Referenties

10. Afgestemd op werknormen van het Nationaal Bestuursakkoord Water opgenomen in de Waterwet (Wateroverlastnormen regionaal oppervlaktewater) 7. 11. Composietbuien beschikbaar in de Kennisbank Stedelijk Water - RIONED (riool.net) 12. Een neerslag van 40 mm in een uur komt ongeveer overeen met een herhalingstijd van 1x per 25 jaar. Een neerslag van 70 mm in een uur komt overeen met de verwachte herhalingstijd van 1 x per 100 jaar in het klimaat van 2050. Zie: STOWA 2018-12a.pdf en STOWA 2019-19A brochure neerslagstatistieken.

Ontwikkeling voorkomt afwenteling Motiveren en onderbouwen dat er na het project geen afwenteling plaatsvindt: geen extra waterschade aan gebouwen en voorzieningen en/of geen extra afvoer op kwetsbare (water)systemen of gebieden buiten de plangrens vergeleken met de situatie voor het project

Bijlage 4 - Tabel Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving

87

Bijlage 5 - Huidige kosten beheer (oude wijze) Arealen naar scenario's Dagelijks onderhoud Buitengebied

1 2

3

4 5

6

Totaal

Kosten

AREALEN GROEN Boom € 2 Straat- en parkbomen begeleidingssnoe € 2 Straat- en parkbomen onderhoudssnoe € 2 Bomen in verharding € 2 Knot- en leibomen € Beplanting € 3 Heesters € 3 Bodembedekkers € 3 Rozen € 3 Vaste planten € Haag € 4 Hagen € Bosplantsoen € 5 Bosplantsoen (Bomen en struikvormer € 5 Windsingels € Gras- en kruidachtigen € 6 Gazon € 6 Ruw gras (aannemer) € 6 Gras- en kruidachtigen €

14.352,01 9.103 5.249 3.242,48 3.242 6.630,60 6.630,60 2.077,32 2.077,32 159.331,94 159.331,94 -

Subtotaal

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € €

215.085,83 127.562 73.565 9.201 4.757 393.051,65 247.158 11.537 37.972 96.385 82.297,69 82.298 322.095,76 216.707 105.389 345.844,44 120.679 159.332 65.834

€

1.358.375

7

Windsingel

€

- €

67.692,00

8

Tuinwal

€

24.370,00 €

24.370,00

9

Zwerfkeien

€

- €

-

10

Oorlogsmonumenten

€

- €

-

11

Prullenbakken/zwerfvuil dorpen

€

- €

24.121,00

12

Begraafplaatsen

€

- €

35.721,00

13

Onkruidbeheersing verharding

€

- €

92.165,00

€

1.602.444

Totalen Dagelijks onderhoud 88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=b16b17d7-6e93-4e37-9805-67c24fcd5940