CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Beleidsplan Groene Infrastructuur

Raadsvergadering 7 november 2024, gemeente TexelBij agendapunt: Beleidsplan Groene infrastructuur23.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsplan Groene Infrastructuur .txl 2024 Oktober 2024

Inhoudsopgave Deel 1 Beleidsdeel

Deel 2 Beheerplan

Leeswijzer

1. De doelstellingen voor dit groenbeheerplan zijn: 2. Wet en Regelgeving, gemeentelijk beleid 3. Wat heeft de gemeente aan areaal? 3.1 Definitie en beheerdoel per groentype 4. Hoe was de kwaliteit van het groen bij inspectie in 2020? 4.1 Hoe is de kwaliteit van het groen nu? 5. Kwaliteit bomen 5.1 Huidig areaal 5.2. Boomveiligheid 6. Sport 7. Databeheer 8. Groen en beheer 8.1 DO Dagelijks Onderhoud 8.2 GO Groot Onderhoud 8.3 VV Vervanging 8.4 Vergelijking beschikbaar en benodigd budget 8.5 Vergelijking benodigde en beschikbare fte 8.6 Uitbesteedwerk 9. Beheer in de toekomst? 10. En wat zijn de gevolgen? 10.1 Ziektes en invasieve soorten] 10.2 Ziektebeeld Iepenziekte 10.3 Mionitiring en inspectie 10.4 Bestrijding en aanpak 10.5 Bosplantsoen(Wijkers en Blijvers) 11. Toekomstige (extra) kosten beheer door verwezenlijking ambities 12. Beheer en onderhoud in de toekomst 13. Conclusies en aanbevelingen

Voorwoord van de wethouder Samenvatting 1. Inleiding 1.1 Doel 1.2 Belang van openbaar groen 2. Hoe herstelt Texel de groene infrastructuur? 2.1 Deltaplan biodiversiteitsherstel (landelijk beleid) 2.2 Coalitieakkoord (lokaal beleid) 2.3 Omgevingsvisie (lokaal beleid) 2.4 Beleidsnotitie natuur en landschap Texel 2018 2.5 Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (lokale uitwerking) 3. Uitwerking beleid per thema 3.1 Biodiversiteit 3.1.1 Groenblauwe dooradering 3.1.2 Landschapsbeleving 3.1.3 Waardevol buitengebied 3.2 Bomen, bosplantsoen en overig groen 3.2.1 Hoe om te gaan met het kappen van bomen 3.2.2 Bosplantsoen 3.2.3 Extra bomen planten 3.2.4 Monumentale en waardevolle bomen 3.2.5 Bestaande bomen en zonnepanelen 3.3 Overig groen 3.4 Circulariteit 3.5 Gezondheid 3.6 Educatie/communicatie 3.7 Hoofdgroenstructuur Texel 3.8 Groen in de dorpen 3.9 Kansen Landschap 4. Overzicht planning en middelen 5. Hoe van groenbeleid naar groenbeheer? 5.1 Groenprojectplan 5.2 Financiële consequenties groene investeringsprojecten 5.3 Ambities groenbeheer 5.4 Maatwerk 5.5 Huidige bomen groeiplaatsverbetering 5.6 Ander beheer

Bijlagen Bijlage 1 Begrippenlijst Bijlage 2 Het landschap en kaarten Bijlage 3 Rijksbrief 23 maart 2023 Bijlage 4 Tabel klimaatadaptieve gebouwde omgeving Bijlage 5 Huidige kosten beheer (oude wijze) Bijlage 6 Definities groentypen

3

4

Leeswijzer In hoofdstuk 1 -de inleiding- wordt ingegaan met het waarom en doel van het plan en wordt ingegaan op het belang van groen voor het eiland. In hoofdstuk 2 beschrijven we de (beleidskaders) welke van belang zijn bij het herstellen van de groene infrastructuur op Texel. Vervolgens worden de beleidsuitgangspunten per thema in hoofdstuk 3 nader uitgewerkt. Hierbij wordt onder andere nader ingegaan op welke wijze we de biodiversiteit vergroten en op welke wijze we met onze bomen en overig groen om willen gaan. Het beleidsdeel van deze nota wordt afgesloten met een overzicht van de planning en benodigde middelen.

beheer. Uit het geformuleerde beleid komen projecten en suggesties voort die op korte termijn implementeerbaar zijn, al in zekere zin uitgevoerd worden en waar nog verder onderzoek gedaan moet worden op toepassing in de bestaande omgeving. In dit hoofdstuk wordt de koppeling gemaakt van groen beleid naar groenbeheer.

Vervolgens wordt in de projectenlaag een vertaling gemaakt van het groenbeleid naar groen-

De analyse van het landschap en bijbehorende kaarten zijn als bijlage 2 toegevoegd.

Vervolgens wordt ingegaan op welke wijze in het groenbeheer omgegaan wordt om de gestelde doelen te realiseren. De gehanteerde begrippen zijn in bijlage 1 opgenomen.

De resterende bijlagen worden in het plan benoemd en zijn in de uitgebreide versie als bijlage te vinden.

5

Voorwoord van de wethouder Droger, natter, warmer: heftiger buien, langduriger droogte, vaker gecombineerd met langduriger hitteperiode’s. Dat zijn de weersveranderingen waar we in toenemende mate mee geconfronteerd gaan worden. De afgelopen winter toonde ons al dat veel meer nattigheid dan gebruikelijk, onvermoede en ongewenste effecten heeft op onze infrastructuur.

zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Meer en heftiger buien in kortere tijd, langduriger droogte en hitteperiodes, hoe verkleinen we de gevolgen daarvan voor de Texelaars, voor landbouw en natuur, voor de bezoekers. Hittekaarten en schaduwroutes, waterberging, koelte voor waterleidingen, versterking van biodiversiteit, beperking onderhoudsgevoeligheid: het groenbeheer heeft en krijgt hier allemaal mee te maken, en dat vraagt om aangepast beleid en aangepast beheer.

Meestal denk je bij gemeentelijke infrastructuur aan grijs: wegen, straten, stoepen, pleinen, parkeerplaatsen, en ook riolering en ondergrondse afvalbakken. Voor al deze zaken heeft een gemeente mensen in dienst die werken met beheerplannen en onderhoudsbudgetten. Een aantal gemeenten heeft binnen de bebouwde kom ook oppervlaktewater in beheer. Dat laatste is op Texel qua beheer overgedragen aan het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Infrastructuur betekent investeren en onderhouden. Wat nu nog Beheerplan Wegen heet, wordt op termijn verbreed naar Beheerplan Infra. Dat lukt niet van vandaag op morgen, dat vraagt intern de nodige afstemming tussen beleid en uitvoering, en opbouw van ervaring. Het vraagt ook om nog intensiever overleg met alle stakeholders op ons eiland.

In het recent aangenomen document “Texel Robuust, Strategie en uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Texel 2024-2028” is zichtbaar gemaakt dat er extra uitdagingen zijn bijgekomen. Naast grijs gaan straks ook groen en blauw essentieel onderdeel worden van onze Texelse infrastructuur. Waar de groene infrastructuur tot voor kort vooral de functie vervulde van een verzorgde publieke ruimte, en het groenbeheer vooral ook daarop was gericht, komen er nu nieuwe functies bij. De veranderende weersomstandigheden vereisen dat we deels met nieuwe ogen kijken naar de inrichting van de buitenruimte,

In voorliggend Beleidsplan Groene Infrastructuur benoemen we de beleidsuitgangspunten die worden vertaald in het Groenbeheerplan dat als onderdeel twee is opgenomen. Zo zet Texel goede stappen op weg nar een robuust eiland, met een infrastructuur die bestand is tegen de uitdagingen van nu en later. Wethouder Rikus Kieft, beleid Wethouder Cees Hooischuur, beheer

6

Beleidsplan Groene Infrastructuur/Groenbeheer Zoals in het Raadsadvies aangegeven, zijn het beleidsdeel en de vertaling daarvan in beheer nog onvoldoende geïntegreerd. Daarvoor is meer tijd nodig dan we nu hebben ivm de tijdsdruk richting begroting. Ook zullen we meer praktijkervaring moeten opdoen in het werken met deze ambities op Texel, het betreft immers de leefbaarheid en het klimaatadaptief vermogen op de langere termijn. Het college onderschrijft daarom de hierin opgenomen ambities, en vraagt de Raad dat ook te doen, met dit voorbehoud: we nemen twee jaar de tijd om olv een aan te stellen projectleider samen met het huidige groenbeheer in een tweetal pilots in Texelse dorpen te verkennen hoe we dat het beste kunnen doen. De in de 2 pilots opgedane ervaring verwerken we bij de begroting van 2027 in een nieuw voorstel hoe we ambities en uitvoeringspraktijk met elkaar verbinden.

7

Samenvatting De wereld om ons heen verandert, waarbij klimaatverandering een belangrijk thema is. Om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen, de biodiversiteit te vergroten en het achteruit gaan van de natuur(waarden) tegen te gaan is het belangrijk actie te ondernemen. De onderstaande doelen en uitgangspunten welke opgenomen zijn in dit Beleidsplan Groene Infrastructuur dragen daaraan bij.

• Planten we jaarlijks 100 (1%-1,3% van het aantal bomen) extra bomen op Texel met name in de dorpen. • Het areaal bosplantsoen vermindert niet, dit betekent dat indien het noodzakelijk is bosplantsoen te verwijderen dit in de directe omgeving wordt gecompenseerd (m2). • Worden er geen bomen gekapt t.b.v. zonnepanelen.

1. Vergroten biodiversiteit

3. Water en groen

• Voegen we ecologisch groen toe aan buurten met weinig natuurwaarden. • Richten we ons op specifieke ecologische groeninrichting en beheer om kwetsbare habitats en locaties met bijzondere plant- diersoorten in hun voortbestaan te beschermen. • Bewoners en gebiedseigenaren bewust maken van klimaatverandering en de mogelijkheden om op eigen terrein (gebouw en tuin) aan groen bij te dragen. • Behouden en versterken we bomenlanen, bermstructuren en natuurvriendelijke oevers. • Richten we het beheer zo in dat deze een positief effect heeft op de biodiversiteit. • Realiseren we meer groen in de kernen en versterken we de verbinding met het groen buiten de kernen. • Waar schakels in het netwerk ontbreken vullen we deze aan. • Koesteren we het netwerk van bomenrijen, wallen en sloten in het buitengebied. • Zetten we in op een blauw-groene dooradering. • Gaan we binnen de bebouwde kom uit van de 3-30-300 regel. • Bevorderen we de aanleg van authentieke tuinwallen. • Bij nieuwe inrichting en beheer raadplegen en toepassen Ecologisch groenbeheer.

• We creëren meer waterberging zowel binnen als buiten de bebouwde kom. • We verminderen regenwateroverlast door beperking van verhardingen. • Zetten we in op het realiseren van natuurvriendelijke oevers en wadi’s.

4. Groen in de dorpen • We zorgen voor een belangrijke groenstructuur in elk dorp. • We zorgen voor een betere aansluiting van de groenstructuur in de dorpen met het omliggende buitengebied. • Wordt zoveel mogelijk ingezet op het ‘ontharden’ van de buitenruimte, zo vormen we verharding zonder functie om naar een plantvak. • Vergroenen we parkeerplaatsen (open verharding). • Stimuleren van groene daken. • Is het uitgangspunt om gebiedseigen inheemse soorten te gebruiken. • Brengen we meer diversiteit in het groen aan.

2. Bomen • Bomen worden niet gekapt (bij gebiedsontwikkelingen) tenzij het echt niet anders kan. • Wordt een gekapte boom altijd gecompenseerd (Ecologische Waarde Potentie).

8

1. Inleiding Texel is één van de drukstbezochte eilanden van het Waddengebied. Het eiland zelf heeft bijna 14.000 inwoners, waarvan de meeste in Den Burg (ruim 7.000) wonen. Hiernaast heeft Texel ongeveer 1,2 miljoen bezoekers per jaar. Waarvan de piek in het hoogseizoen ligt. Uitgaande van het aantal geregistreerde bedden (45.000) zijn dat ongeveer 3 x zoveel bezoekers dan inwoners. Het groen op het eiland levert een grote bijdrage aan de leefbaarheid. Texel is met recht trots op de prettige woon- en werkomgeving die zij te bieden heeft aan haar inwoners en bezoekers. En net als ander leven op aarde, gedijen ook mensen beter in een groene omgeving. Texel is uniek, het is als eiland volledig omgeven met water. De geschiedenis, het samenspel van mens en natuur, heeft het eiland en het landschap gevormd. Op Texel vindt men natuur die nergens anders ter wereld voorkomt. Niet voor

niks is het waddengebied als Unesco werelderfgoed aangewezen. Maar ook bijvoorbeeld de Slufter aan de Noordzeekant, met zijn brakke water, levert een uniek stukje natuur. Texel kent meerdere verschillende gebieden met kleine kernen en een eigen landschappelijk karakter en identiteit. Dit maakt het eiland divers en afwisselend, maar ook een beleidsplan complex. Toch biedt het ook ruimte en mogelijkheden voor maatwerk met specifieke situatie-gerelateerde duurzame aanpassingen. Het klimaat verandert, extremen nemen toe. Neerslag valt meer in pieken en ook perioden van droogte en hitte nemen toe. Het water en het groen spelen een belangrijke rol om beter met deze weersveranderingen om te kunnen gaan. We richten ons op het weerbaarder en klimaat-robuuster maken van dit systeem. Hoe we dit gaan aanpakken leest u verderop in dit stuk.

Belangrijke thema’s klimaatverandering

1.1 Doel Met het beleidsplan Groene Infrastructuur wil Texel: • richting geven aan ontwikkelingen en ambities formuleren op het gebied van groen. • de ontwikkeling van Texel als gezond, klimaatadaptief en groen eiland faciliteren om zo de vitaliteit en het welzijn van haar bewoners naar een hoger plan te kunnen brengen. • aanknopingspunten bieden voor inrichting en beheer. • groen en groenontwikkelingsmogelijk¬heden voor Texel duurzaam veiligstellen waar het moet en flexibiliteit bieden waar het kan. • circulair worden - Texel wil zuinig om gaan met grondstoffen. Groen- en grijsafval zou9

den voortaan grondstoffen moeten zijn. • partners op het eiland inspireren en stimuleren: inwoners, bedrijfsleven, kennis- en onderwijsinstellingen en andere overheden. Daarom is het belangrijk om te zorgen: • Dat Texel een betere groenblauwe dooradering krijgt door het versterken en uitbreiden van natuurinclusief beheerde sloten en natuurvriendelijke oevers en kolken, windsingels/bosjes en kruidenrijke randen. • Dat Texel klimaatadaptiever wordt door de aanpak van hittestress (vanwege de gevolgen voor de volksgezondheid), extreme regenval, inzet van meer groen (meer waterberging en

verkoeling in de vorm van schaduw). • Dat Texel biodiverser wordt door bestaand groen weerbaarder te maken. • Dat Texel duurzamer wordt door duurzaam groenontwerp (uitgangspunt bestaand groen handhaven), bij elke vraag circulariteit meenemen en verminderen gebruik niet-duurzame bronnen. • Dat Texel gezonder wordt door groen in te

richten als uitnodiging om te bewegen, spelen, sporten en recreëren. • Dit te doen samen met elkaar door informatie en educatie. • Dat het groen in de dorpen beter aansluit en meer onderdeel wordt op/van het omringende landschap.

1.2 Belang van openbaar groen Texel staat voor vele uitdagingen. Het eiland wil in de toekomst zorgvuldig omgaan met de ruimte die ze heeft. Dat vraagt om slimme keuzes, waarbij het toevoegen van groenblauwe kwaliteit geldt als het voornaamste uitgangspunt en de ruimtelijke opgaves in samenhang worden bekeken. Dit Beleidsplan Groene Infrastructuur geeft op hoofdlijnen aan welk groen van belang is op gemeentelijk niveau en waar het groen versterkt kan worden op het gehele eiland. Het garandeert het groene karakter van de gemeente in de toekomst door de hoofdgroenstructuur duidelijk te benoemen, verbindingen te maken en de ligging aan het buitengebied te versterken. Daarmee beperken we ons niet alleen tot het gemeentelijk grondgebied. Hiermee is er geactualiseerd en samenhangend beleid voor de komende jaren. Het plan geeft de gewenste toekomstige landschappelijke ontwikkeling aan. Dit betekent dat niet alle voorstellen van vandaag op morgen zullen worden gerealiseerd. Het plan geeft een mogelijk eindbeeld weer, waar naartoe kan worden gewerkt en gaat in op de hoofdlijnen.

In het Beleidsplan Groene Infrastructuur ligt tevens de nadruk op de dorpen binnen de gemeente. Dit omdat hier de dynamiek en de druk op het groen het grootst is, waardoor een heldere visie op het groen hier ook voor alle uitdagingen het meest urgent is. Maar het buitengebied is een onmisbare schakel op Texel, ook hier willen we de groene kwaliteit vastleggen en waarborgen. Dat doen we door het landschap zoveel mogelijk op de dorpen aan te laten sluiten. Zelfs waar mogelijk het landschap de dorpen naar binnen te laten komen. Bijna elk dorp ligt in een ander landschap waardoor het groen in de dorpen een eigen karakter krijgt. Hierdoor worden de dorpen beter herkenbaar. Voor het groenbeleid betekent dit meer bomen, meer groen en het omvormen van het huidige groen. Ook gaan we het groen anders beheren voor meer biodiversiteit. Een “natuurlijker” eiland met behoud van het open landschap. Maar ook met andere grondbezitters/beheerders willen we de mogelijke bijdrage aan de doelen aan elkaar knopen.

10

2. Hoe herstelt Texel de groene infrastructuur? In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens de volgende kaders aan bod op welke wijze Texel de groene infrastructuur wil herstellen. • Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel (landelijk beleid) • Het Collegeuitvoeringsprogramma (lokaal uitgangspunt) • De Omgevingsvisie (lokaal beleid)

• Het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (lokale uitwerking) Daarnaast wordt naast groenbeleid en alles wat daarmee samenhangt dieper ingegaan op belangrijke thema’s: klimaatadaptatie, biodiversiteit, groenbeheer en circulariteit, gezondheid en educatie/communicatie.

2.1 Deltaplan Biodiversiteitsherstel (landelijk beleid) In het Deltaplan Biodiversiteitsherstel staan ambitieuze (landelijke) doelstellingen voor natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte. Deze zijn: • Door het verbeteren van de aantrekkelijk¬heid van het landelijk gebied voor planten en dieren en gebiedsgerichte samenwerking zijn in 2030 natuurgebieden effectief met elkaar verbonden en kunnen ze optimaal worden beheerd. • Door het stimuleren van nuttige insecten en een vruchtbare bodem, het creëren van gunstige leefomstandigheden voor wilde dieren en planten op boerenland en het regionaal sluiten van kringlopen krijgt biodiversiteit op boerenland meer ruimte.Door de natuurvriendelijke inrichting van bermen, dijken, bedrijventerreinen en ander openbaar groen ontstaat een fijnmazig netwerk waar wilde dieren en planten kunnen floreren. Om deze doelen te realiseren, zijn vijf succesfactoren van belang: • draagvlak en gedeelde waarden; • het realiseren van nieuwe verdienmodellen; • stimulerende en coherente wet- en regelgeving; • nieuwe kennis en innovatie; • gebiedsgerichte samenwerking tussen alle grondgebruikers in een regio. Doordat iedereen een positieve bijdrage kan leveren aan deze succesfactoren wordt het herstel van biodiversiteit een verantwoordelijkheid en zorg van ons allemaal.

Gemeente Texel speelt hierop in door met gezond groen onze dorpen en het eiland leef-

11

baar en toekomstbestendig te houden, daarom wordt ingezet op meer groen en meer bomen. Belangrijk is de groeiomstandigheden van bomen goed te houden en te verbeteren. Het bieden van ruimte aan groen vraagt om meer inzet op groen. Zowel op kwantiteit van groen, maar ook op kwaliteit. We moeten het bestaande groen koesteren, maar ook uitbreiden. Naast het klimaatbestendiger maken van het eiland, vraagt dat ook om inzetten op variatie in beplanting en meer biodiversiteit, (kwaliteitsrijke) groene daken en het vergroenen van pleinen. We willen dus kijken naar ruimtelijke kwaliteit, de bijdrage aan biodiversiteit en de klimaatbestendigheid. Daarnaast bekijken we hoe we de gebruiksmogelijkheden kunnen versterken om meer spel, sport, wandelen, ontmoeten en recreëren te bevorderen. Logisch dat hier het beheer ook bij komt kijken, de behoefte aan goed groen is eigenlijk vanzelfsprekend. Openbaar groen en de instandhouding daarvan zijn dus cruciaal voor een prettige leefomgeving.

Uitvoering en beleid Landelijk Deltaplan Biodiversiteitsherstel Natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte zijn van groot belang voor biodiversiteit in Nederland, want natuur kent geen scherpe grenzen. Kijk maar naar de insecten die gewassen bestuiven en de weidevogels en vlinders die zich zowel thuis voelen in natuur¬gebieden als in de wegbermen. Samen beslaan deze gebieden 90% van het Nederlandse oppervlak. Als alle grondgebruikers in een gebied gaan samenwerken zijn er meer kansen voor wilde planten en dieren. Bijvoorbeeld via een rijker bodemleven, een houtwal die natuurgebieden verbindt, een kruidenrijk grasland of een dijk vol bloemen. Zo kunnen bedreigde soorten zich herstellen en kan de natuur zich beter aanpassen aan klimaatverandering.

2.2 Collegeuitvoeringsprogramma (lokaal uitgangspunt) In het coalitieprogramma “Bouwen aan vertrouwen, voor een sociaal en duurzaam Texel 2022-2026” is aangegeven dat de hoge kwaliteit van wonen en leven en de ruim opgezette, groene structuur behouden moet blijven. Balans in de omgeving tussen wonen, werken en milieu staat voorop. De coalitie wil dat Texel gesteld is voor de toekomst en het eiland kan door geven aan de volgende generaties. Groen(kwaliteit) en duurzaamheid zijn belangrijke thema’s - Texel moet een groene en duurzame woon- en werkgemeente zijn. In het coalitieakkoord is het verwoord in 1 zin: ‘De openbare ruimte is zó ingericht dat deze de klimaatverandering (natter, heter en droger) goed aan kan”. Klimaatadaptatie, biodiversiteit en toekomstbestendig zijn het uitgangspunt, het zijn sleutelwoorden in het akkoord. Deze uitdagingen gelden niet alleen voor de gemeente maar ook voor andere belanghebbenden op het eiland. Als gemeente, samen met de andere partners, willen we dan ook duurzaam omgaan met groen en natuur, zodat er in de toekomst ook van kan worden genoten. Daarom is versterking qua samenwerking met natuur(-

beherende) partijen als Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, maar ook met het Hoogheemraadschap en de Texelse boeren cruciaal om de verzilting van de bodem, ook met het oog op de zeespiegelrijzing te verminderen. Door de veranderende weersomstandigheden en de toenemende recreatie staat er veel druk op het groen. Om het groen en de biodiversiteit op Texel op een hoog niveau te houden en te verbeteren zetten we ons in voor het verder versterken van deze samenwerkingen. Als aanbeveling stellen wij een Groentafel voor met alle betrokken deelnemers waarin zij o.a. de doelen voor 2030 met elkaar kunnen realiseren. Ook een blijvend goed onderhoudsniveau is belangrijk, en is dan afhankelijk van voldoende financiële middelen. Bij het stellen van prioriteiten zijn veiligheid, duurzaamheid en begaanbaarheid belangrijke criteria, naast het klimaat robuust inrichten en het versterken van de biodiversiteit. Dit doen we door voor bijen en andere bestuivers een geschikte leefomgeving, voldoende voedsel en nestgelegenheid te bieden. Bijvoorbeeld door een grote variatie te creëren in gras- en groenstroken.

2.3 Omgevingsvisie (lokaal beleid) De omgevingsvisie is in ontwikkeling en momenteel een lopend proces. De inzet gaat uit van een streven naar een klimaatadaptieve, circulaire en veilige woon- en leefomgeving. Dit is vertaald in 5 integrale opgaven, waarbij waardevol buitengebied en adaptief eiland de belangrijkste zijn voor het groenbeleid. Uitgangspunten bij Waardevol buitengebied zijn: “Het eiland behouden en versterken door bescherming van natuur en landschap”. Adaptief eiland gaat in op: “Een kustverdediging die voldoende adaptief is met de zeespiegelstijging

en toewerken naar een klimaatadaptieve en circulaire gemeente”. Beide opgaven gaan in op Water- en bodemsturend ontwikkelen, Groen en blauwe dooradering, Natuurinclusief, Landschapsbeleving, Water (verzilting en regenwateroverlast), Kustbescherming en bescherming Texels landschap. Zoals in de inleiding aangegeven is de groenblauwe dooradering van wezenlijk belang bij wateroverlast, waterbergen en water ter verkleining van droogte effecten. Naast natuurlijk meer groen onder andere in de vorm van bomen, groene daken en gevelbeplanting.

Bron: Witteveen en Bos - Omgevingsvisie in potlood

12

2.4 Beleidsnotitie natuur en landschap Texel 2018 In 2018 is de beleidsnotitie natuur en landschap Texel vastgesteld. In deze notitie wordt ingegaan welke aspecten het landschap van Texel zo bijzonder maken. Denk hierbij aan de weidevogels, het behouden van de openheid,

het karakteristieke microreliëf en de tuinwallen en kolken. Tevens wordt ingegaan op het belang om het Texelse schaap in het landschap te behouden.

2.5 Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (lokale uitwerking) Ons klimaat verandert. Dat leidt tot overlast voor mensen, dieren en planten door extreem weer, schade aan onroerend goed en aan de economie. Het wordt te droog, te heet, te nat door extreme of langdurige regenval. Vooral piekbuien met extreme neerslag in korte tijd gaan vaker voorkomen. Al dat water moet ergens heen kunnen waar het geen of weinig overlast geeft. De toenemende hitte in een stenige, omgeving (hittestress) heeft gevolgen voor de volksgezondheid, ook al door het oververhit raken van drinkwaterleidingen. Vooral mensen met een kwetsbare gezondheid zoals ouderen en jonge kinderen zijn gevoelig voor hoge temperaturen. In de kernen zou -indien geen bomen kunnen worden geplant– verticaal groen toegepast kan worden. Met deze maatregelen wordt de hittestress beperkt en het toevoegen van groene loofgangen verkleint tevens de kans op wateroverlast. Ook in het buitengebied zullen er langs de fietspaden voldoende schaduwvluchtplaatsen moeten zijn. Boerderijen kunnen hier een grote rol bij spelen in combinatie met een watertappunt. Daarnaast is het belangrijk om ook te zorgen dat het vee schaduwvluchtplaatsen heeft. Dit kan mogelijke gevolgen voor het open landschap hebben waar zorgvuldig naar gekeken moet worden om voldoende openheid te behouden.

De gevolgen van klimaatverandering worden onderverdeeld in 4 belangrijke aandachtsgebieden: Waterveiligheid (overstromingen door zeespiegelstijging), wateroverlast (hevige regenval en daardoor wateroverlast), droogte en hittestress (extreem hoge temperaturen – gevolgen voor zieken en ouderen). Voor dit groenbeleidsplan zijn vooral wateroverlast, droogte en hittestress van belang.

13

1. Wateroverlast: Om wateroverlast te verminderen worden systemen aangepast op het vasthouden, bergen en daarna afvoeren van water. Dus meer bomen en groen om het water vast te houden met als resultaat een beter leefklimaat door zuurstofproductie, CO2 reductie, waterberging, koeling (verdamping, schaduw), biodiversiteit. Waar mogelijk zullen natuurvriendelijke oevers en wadi’s aangelegd worden. In de dorpen met weinig ruimte ook opties als gevelbeplanting en groene daken (natuurlijke koeling en waterberging) onderzoeken. Waterpleinen en waterspeelplaatsen aanleggen of we maken de Groeneplaats echt groen door het toevoegen van bomen. Daarnaast wordt ingezet op het zoveel mogelijk “ontharden” van de openbare ruimte door het verwijderen van verharding en de vrijgekomen ruimte te voorzien van groenaanplant dan wel bomen. Parkeerplaatsen zijn nu nog veelal verhard, maar we werken toe naar parkeerlocaties met halfverharding, zodat het overtollig regenwater niet blijft staan. Waar nodig verbreden en verdiepen we sloten en watergangen, zodat er meer ruimte is voor (de berging van) water in natte periodes. We bewaren waar mogelijk dit regenwater om het te benutten voor irrigatie van openbaar groen. Het is belangrijk dat binnen de beheerplannen voor wegen en riool de groenaspecten worden opgenomen zodat invulling gegeven kan worden aan bovenstaande.

2. Droogte: Een ander peilbeheer kan bijdragen aan het beperken van overlast van droogte. Hoe meer water in het systeem, hoe hoger de waterstand, hoe langer de beschikbaarheid in tijden van droogte. Bezien waar het huidige oppervlaktewatersysteem kan worden uitgebreid. Zo mo-

gelijk kunnen waterbassins aangelegd worden om in tijde van droogte. Op Texel zijn agrariërs hiermee aan het experimenteren, zowel met micro management van zoet(grond)water als met zoeken naar teelten die met brak grondwater kunnen gedijen.

3. Hittestress Om hittestress te verkleinen is het noodzakelijk om de maximale gevoelstemperatuur beperkt te houden om zo gezondheidsschade te verkleinen. In het bestaand bebouwd gebied is er door veel verstening op een relatief klein oppervlak een groter risico op hitte. Daarom vergroenen we waar dat kan. Dat betekent vooral in de dorpskernen dat we creatief omgaan met de ruimte en bijvoorbeeld de verticale oppervlakken (muren) en daken benutten om met groen een koelere leefomgeving te creëren. In de buitenruimte zorgen we voor bereikbare koele plekken op loopafstand (maximaal 300 meter). We passen ons groenbeheer aan de weersextremen en geven de voorkeur aan ‘groene oplossingen boven technische oplossingen’. We willen ons bestaande areaal vasthouden en met uitbreiding versterken. Met onze soortkeuze spelen we in op klimaatbestendigheid (bestand tegen nat en droog). Bij nieuwbouw houden we rekening met het bestaande groen/ bomen en passen het zoveel mogelijk in de plannen in. We gaan daarbij uit van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Natuurinclusief bouwen wordt de norm, het draagt bij aan biodiversiteit (huismusdakpannen, nestkasten, streek eigen beplanting etc). Daarnaast bereiken we een hoge kwaliteit van het groen door zorgvuldig en op juiste wijze te beheren.

Samengevat: ‘De openbare ruimte is zó ingericht dat deze de klimaatverandering (natter, heter en droger) goed aan kan”.

Concept Uitvoeringsprogramma Klimaat adaptatie Om hittestress en wateroverlast na hevige neerslag te verminderen, willen we vergroenen. Hiervoor is ruimte nodig. Groen en bomen hebben niet alleen bovengronds, maar ook ondergronds ruimte nodig om te groeien. Deze ruimte willen we de komende jaren maken door bij herinrichtingen de beschikbare ruimte slim en multifunctioneel te gebruiken. Als er onvoldoende ruimte is voor groen, zetten we andere vormen van schaduw en verkoeling in (bijvoorbeeld luifels, verticaal groen en schaduwrijke bebouwing). Zo focussen we op Texel op het slim (her)inrichten van het stedelijk gebied en het vergroenen en verblauwen ten behoeve van verkoeling. Dit is tegelijkertijd goed voor het versterken van de biodiversiteit. De KNMI-scenario’s uit 2023 laten zien dat Nederland zowel langere nattere als droge periodes kan verwachten. Dat geldt ook voor Texel. In het kader van vergroenen onderzoeken we welke plantensoorten geschikt zullen zijn bij dit nieuwe klimaat. Door de stijgende temperaturen en toenemende droge periodes zijn niet alle soorten langer geschikt. Naast de nieuwe aanplant zetten we ons ook in om het bestaande groen zo goed mogelijk te behouden en droogtebestendig te maken. Zo wordt ons groenbestand geleidelijk klimaatbestendiger. We maken lijsten met geschikte planten voor toepassingen in de openbare ruimte op Texel.

Dit gaan wij doen in het beheerplan.

Concept Uitvoeringsprogramma Klimaat adaptatie Het vervangen van overbodige verharding door groen zien we als ‘laaghangend fruit’ waarmee we relatief eenvoudig en snel bijdragen aan een meer klimaatbestendige open- bare ruimte. Dit passen we dan ook zoveel mogelijk toe, vooral bij onze vervangings- en herinrichtingprojecten. Het vergroenen van de openbare ruimte draagt ook bij aan de ambitie om een gezonde en veilige leefomgeving. Naast het vergroenen van de openbare ruimte kunnen andere eigenaars ook een belangrijke rol spelen in het ontharden en vergroenen van de leefomgeving. Om ontharding op particulier terrein te stimuleren, blijven we deelnemen aan campagnes zoals het NK Tegelwippen

Concept Uitvoeringsprogramma Klimaat adaptatie Zowel de gemeentelijke als natuur terreinbeheerders zetten in op natuurbehoud en gaan schade door droogte tegen. Naast de boerenbedrijven, grondeigenaren en particulieren, KRW, HHNK, de Lieuw en De Krim. Waar nodig ondersteunen wij hen als gemeente. Ook onderzoeken we hoe we de opkomst van exoten, verontreiniging of eutrofiëring van het water in zowel gemeentelijke als de natuurgebieden terug kunnen dringen.

Concept Uitvoeringsprogramma Klimaat adaptatie Regenwater gaan wij ontkoppelen en lozen op de directe groen omgeving naast het boezemwater. Door het maken van wadi’s als tijdelijke berging van dit regenwater. Zodat het in de grond kan infiltreren.

Concept Uitvoeringsprogramma Klimaat adaptatie Het ontstenen van overbodige verhardingen en dat omvormen naar groen opnemen in het beleid (bestrating).

14

3. Uitwerking beleid per thema In voorgaande hoofdstukken zijn de doelen en kaders van dit beleidsplan verwoord. In dit

hoofdstuk zal hiervan per (beleids)thema een uitwerking plaatsvinden

3.1 Biodiversiteit De gemeente zelf wil de biodiversiteit (landschapselementen, natuurinclusief bouwen, bermen, groenstroken etc) op Texel versterken door ruimtelijke ontwikkelingen en biodiversiteit samen op te laten gaan. Het eiland moet neerslag vasthouden, maar ook bergen, dus is een groenblauwe dooradering met natuurvriendelijke oevers mogelijk maken en hoe “omarmen” we de confrontatie met verzilting. De openbare ruimte zo inrichten, vraagt niet alleen om behoud van de groenstructuur, maar ook om versterking. In dit plan leggen we essentiële structuren vast (en sluiten zo aan bij de omgevingsvisie). In de omgevingsvisie gaat het om de samenhang tussen ruimte, water, milieu, groen, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed, leefbaarheid en gezondheid. Daarnaast wordt bezien waar versterking van de groenstructuur dan wel nieuwe groenstructuren zijn gewenst.

over de hoeveelheid groen in stedelijk gebied. Daarmee legt de wet inspannings- en rapportageverplichtingen op aan alle overheidslagen: rijk, provincie, gemeente en waterschap. En dan doen we omdat het nodig is om Texel leefbaar en klimaatrobuust te houden.

Op Texel komen bijzondere plant- en diersoorten voor en kan daardoor een eigen bijdrage leveren in het tegengaan van biodiversiteitsverlies. Tevens biedt het Texelse buitengebied mensen die hier wonen en werken dé plaats om die bijzondere planten en dieren te ervaren in hun dagelijkse omgeving. Dit is een unieke meerwaarde die Texel versterkt. Groen in en rondom de dorpen zorgt voor plant- en dierleven in onze woon- en werkomgeving. De diversiteit aan plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden, biodiversiteit genoemd, is dat ons landschap voor die soorten geschikt is. Verschillende soorten vormen een levensgemeenschap en zijn daarbij vaak afhankelijk van elkaar, zoals bestuivers en bloemen. Als de ene soort niet kan overleven, gaan ook de andere soorten die daarvan afhankelijke zijn onderuit. Dit wordt ook duidelijk gemaakt in de Natuurherstelverordening – eigenlijk een biodiversiteitswet (uitbreiding van de Habitatrichtlijn 1992- Natura 2000). De nieuwe wet spreekt zich breed uit: over het herstel van verzwakte ecosystemen, over het beschermen van bestuivende insecten, evenals bos en weidevogels, over vernatting van veenweidegebieden, maar ook

Biodiversiteit is vertaald in de volgende ambities (Bron: Deltaplan Biodoversiteits-herstel):

15

Belangrijk is dat verbindingszones ook echt functioneel zijn, dus zeker voldoende breed, met voldoende dekking, zonder veel obstakels en niet te lang. Net als mensen maken plant en dier bij het verplaatsen gebruik van verbindingen, waarbij oevers, boom- en bermstructuren de infrastructuur vormen. Mogelijkheden zijn houtrillen maken: een stapel van dikker en dunner resthout waar allerlei dieren graag gebruik van maken en blad en snoeiresten laten liggen om de bodemstructuur te verbeteren. Grotere groenvakken en het gebruik van inheemse soorten.

Groen ontwikkelen • Ecologisch groen toevoegen aan buurten met weinig natuurwaarden of bij missing links in het natuurnetwerk. • Inrichting en beheer aanpassen ter verhoging van de biodiversiteit (Lokale plantensoorten en inheems plantmateriaal, geen eenvormige aanplant ter voorkoming ziekten en plagen, blad en snoeiresten laten liggen i.v.m. verbetering bodemstructuur, houtrillen maken). • Bewoners en gebiedseigenaren bewust maken van de mogelijkheden om op eigen terrein (gebouw en tuin) aan groen bij te dragen. • Zoeken naar een samenwerkingsverbanden om dit gezamenlijk vorm te geven.

Groen beschermen • Gericht op kwetsbare soorten. • Specifieke ecologische groeninrichting en beheer om kwetsbare habitats en locaties met zeer bijzondere plant- en diersoorten in hun voortbestaan te beschermen. Hierbij streven

naar een hoge habitatkwaliteit om meest kritische soorten als indicators te faciliteren (kwaliteit realiseren). • In openbare ruimte gelegen dichtbij de locaties met bijzondere soorten, groeninrichting en beheer aanpassen op deze soorten daar waar wenselijk. • Eigenaren en beheerders van locaties waar bijzondere soorten voorkomen, bewust maken van de aanwezigheid van deze soorten en hoe hier mee om te gaan. • zoeken naar een samenwerkingsverband om gewenst gedrag gezamenlijk vorm te geven. • In de omgeving van natuurwaarden voldoende buffer realiseren en behouden om ongewenste invloeden te voorkomen. • Aandacht voor ecologisch beheer van ruigte en struweel, om daarmee voldoende habitatkwaliteit te waarborgen.

Ruimtelijke structuren beschermen en met groen ontwikkelen • Natuur Netwerk Nederland (NNN) beschermen. • Op niveau van het landschap zorgdragen dat de bijzondere structuren en gebieden voldoende oppervlak en voldoende verbinding behouden.

• Zorgen dat abiotische processen (bijvoorbeeld waterhuishouding) die bepalend zijn voor de bijzondere kwaliteiten van ecologische structuren en gebieden worden gewaarborgd. • Behouden en versterken van bomenlanen, bermstructuren en oevers die de grotere groengebieden met fijnmazig natuurnetwerk in woon- en werkgebieden verbinden.

Groen in de omgeving versterken (ecologisch groenbeheer). • Bedrijven bewust maken van de bijdrage die zij kunnen leveren aan biodiversiteitsbehoud. • Zoeken naar een samenwerkingsverband om dit gezamenlijk vorm te geven. • Afstemmen van het gemeentelijk ecologisch groenbeheer met het particulier groenbeheer op bedrijventerreinen. • Bij nieuwe inrichting en beheer raadplegen en toepassen Ecologisch groenbeheer. Bomen en planten zetten het schadelijke CO2, dat medeverantwoordelijk is voor de klimaatverandering, om in zuurstof. Daarnaast dempt groen de temperatuur op het eiland en verbetert zo het klimaat. Een groene omgeving heeft meer capaciteit voor waterberging en zuivert tegelijkertijd het water dat terechtkomt in singels en sloten. Dit heeft positieve invloed op de benodigde capaciteit van het rioolstelsel in een wijk. Daarnaast kunnen planten op daken en tegen gevels de isolatie van de woningen verbeteren en zo het energieverbruik verminderen. Tot slot biedt het groen een vestigings- en schuilplaats voor planten en dieren. Dit is van groot belang voor de soortenrijkdom en vitaliteit van de flora en fauna en de daarmee samenhangende vatbaarheid voor ziektes.

NNN Noord Holland

3.1.1 Groenblauwe dooradering Om de biodiversiteit te vergroten realiseren we meer groen in de kernen. Hierdoor zorgen we dat onze inwoners meer ruimte hebben om te bewegen en te ontmoeten. Het groen draagt ook bij aan klimaatadaptatie en de omgevingskwaliteit. In bestaande wijken verwelkomen we initiatieven die bijdragen aan meer en kwalitatief beter groen. Kwalitatief goed groen gaat bijvoorbeeld over de juiste plantenkeuze op de

juiste plek, geschikt voor en passend bij de omgeving. Meer biodiversiteit maakt de structuur sterker. Daarnaast versterken we de verbinding tussen de kernen en het omliggende landschap. We koesteren en versterken het netwerk van landschapselementen (denk aan bomenrijen, wallen en sloten) in het buitengebied. Dit netwerk van landschapselementen vormt de zogenoemde ‘groenblauwe dooradering’. De 16

landschapselementen hebben verschillende functies in het landelijk gebied. Het zijn plekken waar planten en dieren kunnen schuilen en waar ze zich langs kunnen verplaatsen. De groenblauwe dooradering vormt een belangrijke basis voor biodiversiteit. Ook dragen landschapselementen bij aan de belevingswaarde van het landschap. Elk landschapstype heeft zijn eigen kenmerkende elementen, die mede de identiteit van de plek bepalen.

We willen regenwateroverlast tegengaan door maatregelen zoals beperking van verhardingen en het creëren van waterberging. Maatregelen hiervoor zijn al opgenomen in het Programma Stedelijk Water en Riool. Daarnaast zien we het liefst groene voortuinen met zo min mogelijk verharding om zo ook het gebruik als parkeerplaats tegen te gaan. We kunnen het gebruik van groene daken stimuleren door eventueel subsidie aan eigenaren van woningen te verstrekken.

3.1.2 Landschapsbeleving De landschappelijke diversiteit op ons eiland is groot: hier komen het keileemlandschap, het aandijkingenlandschap, het strandwallen- en strandvlaktenlandschap en het jonge duinlandschap samen. We willen die diversiteit benadrukken en mensen de landschappelijke karakteristiek laten beleven. Daarom stimuleren we grondeigenaren tot de aanleg en het beheer van landschaps-, en waterelementen, wandelpaden over boerenland en randen. Daarbij

horen ook vergoedingen als tegemoetkoming voor de inbreng van landbouwgrond bij de aanleg van nieuwe landschapselementen zoals schaduwplekken voor het vee. Daarnaast creëren we een overgangszone tussen de duinen en de polder, waarbij we de landschappen versterken en het natuurgebied toegankelijk houden. Tevens streven we naar een aantrekkelijke, landschappelijke entree van Texel.

3.1.3 Waardevol buitengebied Het buitengebied op Texel is belangrijk voor de biodiversiteit op het eiland. Daarom willen we het specifieke Texelse landschap behouden en versterken. Daartoe zetten we in op een passende synergie tussen groen en toekomstbestendige landbouw. We houden natuurgebieden waar mogelijk toegankelijk zodat iedereen van de natuur kan genieten. We versterken de verbinding tussen de dorpen en het omliggende

landschap. We verkennen verbreding van het welstandsbeleid met ‘groen’. Ook zetten we in op groenblauwe dooradering, wat betekent dat we natuurlijke elementen in het agrarische landschap willen terugzien. Denk aan hout- en tuinwallen, bomenrijen, kruidenrijke randen, sloten, watergangen met natuurlijke oevers en kolken. Verder ontwikkelen we een bufferzone tussen de duinen en de polder.

3.2 Bomen, bosplantsoen en overig groen Om het eiland klimaatrobuust te maken, de biodiversiteit te vergroten zodat eenieder daar gezonder op kan verblijven moeten er meer bomen en meer groen komen. Maar wat betekent dit voor de bestaande bomen en het groen? Op Texel willen we bomen in stand houden en het bomenareaal versterken. Bomen zijn belangrijk en wij streven naar instandhouding en ontwikkeling van een duurzame en robuuste bomenstructuur. Om invulling op bovenstaande te geven gaan we uit van de 3-30-300 vuistregel (Bron: Cecil Konijnendijk 2021) en vergroenen we stenige plekken d.m.v. bomen dan wel beplanting. Voor 17

de 3-30-300 regel gelden de volgende principes:

3 (volwassen) bomen zichtbaar vanuit elk huis Zoals aangegeven wijst onderzoek uit dat groen een positieve bijdrage levert aan de fysieke en mentale gezondheid en welzijn van de bevolking. Zicht op groen is dus belangrijk. Omdat veel mensen het grootste deel van de dag inpandig doorbrengen, wordt gesteld dat vanuit elke woning, werkplek en schoollokaal zicht hebben op minimaal drie (volwassen) bomen een goede graadmeter is.

30% bladerdek in elke buurt Met het veranderend klimaat met o.a. piekbuien en hittestress zijn bomen van groot belang. Uit onderzoek blijkt dat een bladerdek van 30% van de niet-bebouwde ruimte, voldoende effect heeft op bovenstaande effecten. Hierbij is het belangrijk te beseffen dat er een optimum is (locatieafhankelijk). Bij een drukke weg is uitwisseling van lucht met de omgeving van belang in het kader van de luchtkwaliteit. Daarnaast is er maar een beperkt aantal dagen van het jaar sprake van extreme temperaturen. Op andere dagen (bv. in het vroege voorjaar of late najaar) is het wenselijk dat er ook zonnige plekken zijn. 30% bedekking geeft daarmee een goede richting.

300 meter vanaf een park (of andere groene ruimte) Het Europees bureau van de Wereldgezondheidsorganisatie adviseert een maximale afstand van 300 meter tot de dichtstbijzijnde groene ruimte. 300 meter is een afstand waaronder mensen veel gebruik maken van het betreffende groen. In de Maatlat Groene Klimaatadaptief gebouwde Omgeving staat de regel dat iedereen op 3 min lopen 200m2 beschaduwing

heeft. Boven de 300 m loopt het gebruik snel terug. Qua grootte van het groen, wordt uitgegaan van 1 ha. Met een dergelijke maat is het groen goed recreatief te gebruiken, wat zowel de lichamelijke als geestelijke gezondheid ten goede komt. Om inzicht te krijgen in de huidige stand van zaken met betrekking tot deze drie richtlijnen in onze gemeente, kunnen kaarten worden gemaakt, waarop m.b.v. kleuren is aangegeven wat de huidige situatie in onze gemeente is. Op basis daarvan is per wijk bij te sturen op bovenstaande drie vuistregels en kan per wijk bepaald worden op welk type groen ingezet moet worden en waar het aanwezige groen in elk geval gespaard moet blijven. In de bebouwde kom op Texel is er over het algemeen op loopafstand voldoende groen, maar streven we nog steeds naar meer beschaduwing en voldoende groenbeleving. Met een verstandige inzet van groen kan de impact van klimaatverandering worden verminderd en kan schade worden voorkomen: dit is klimaatadaptatie. Vergroenen levert niet alleen een groter oppervlakte voor waterberging op, maar zorgt ook voor verkoeling in de vorm van schaduw en door verdamping.

Praatplaat functies van bomen (Bron: Handreiking Omgevingswet en bomen, Handboek Bomen)

18

3.2.1 Hoe om te gaan met het kappen van bomen? Bomen zijn altijd onderwerp van discussie en roepen altijd emotie op, zowel positief als negatief. De gemeente kapt alleen bomen als het nodig is door gevaar, onderhoud (wijker/blijver) of de groeiomstandigheden zijn zo slecht dat verdere ontwikkeling onmogelijk is. We koesteren onze bestaande bomen en kappen dus niet voor bijvoorbeeld zonnepanelen. Bij nieuwe inrichting moet vaak het bestaande groen plaats maken voor de nieuwe inrichting met later nieuw groen. Uitgangspunt van dit beleidsplan is dat er beter al bij het maken van plannen rekening gehouden moet worden met bestaand groen. Het dient zoveel mogelijk geïntegreerd te worden in de nieuwe plannen. Dan is minder compensatie nodig en wordt er voor de biodiversiteit jaren in tijd gewonnen. Het uitgangspunt in dit Beleidsplan Groene Infrastructuur is: 1. Bij bouwplannen dient de bestaande boombeplanting een belangrijke rol te spelen en als uitgangspunt te worden genomen. Onze bomen worden niet gekapt, maar we proberen ze in te passen. Als eerste wordt geïnventariseerd wat de toekomstverwachting en conditie van de boom is. Dit wordt meegegeven aan de bouwer/ontwikkelaar. Het bouwplan dient te worden afgestemd op de bestaande boombeplanting. Daarna wordt bij het bouwplan een onderbouwing over het eventuele effect op de boom (Boom effect analyse -BEA) opgesteld. 2.

Bij bouwplannen wordt rekening gehouden met het plaatsen van zonnepanelen. Bestaande bomen worden niet gekapt of gesnoeid voor zonnepanelen. 3. Bij herinrichting hanteren we als basis voor werken met en rondom bomen het Handboek bomen van het Norminstituut bomen. De gemeente maakt het handboek daarmee onderdeel van het beleid. 4. Vooruitlopend zal het Convenant Toekomstbestendig bouwen gehanteerd worden. Natuurinclusief bouwen wordt de norm, het draagt bij aan biodiversiteit. Hoe wordt een gekapte boom gecompenseerd ? Allereerst is het belangrijk om te vermelden dat er jaarlijks circa 100 bomen bijgeplant worden, ongeacht of er gekapt wordt of niet. Stel dat 19

een boom uit beheer of veiligheid toch gekapt moet worden, dan wordt deze gecompenseerd. De raad heeft middels een motie opgeroepen om tot een praktische compensatieregeling te komen. In den lande worden hiervoor verschillende methodes gehanteerd. Vaak zijn deze echter complex en moeilijk uitvoerbaar. De ecologische waarde verschilt per boom en heeft ook te maken met zijn standplaats. Een berk in het landschap heeft een hogere waarde dan een boom in de verharding. I- Tree Eco komt tot de conclusie dat dit nog niet te berekenen is.

Bron: De BATEN van BOMEN - Resultaten van i-Tree Eco in Nederland Is het mogelijk om de ecologische waarde van een boom te bepalen? Er is vooral gekeken naar de ecologische waarde van bomen in de zin van hun bijdrage aan de diversiteit van het bomenbestand. ‘Ecologische waarde’ is ook op te vatten als de waarde van een boom voor andere plant- en diersoorten: als woon-, rust- of nestelplaats, als foerageergebied of leefomgeving. Maar is deze waarde van een boom te bepalen? Uit literatuuronderzoek blijkt dat dit in principe moet kunnen, al is de ecologische waarde van een boom sterk afhankelijk van de omgeving waarin hij staat en is het erg specialistisch werk. Verder zeggen cijfers per boom nog niets over het bomenbestand als geheel. In ieder geval is deze methode nog niet compleet en nog niet rijp om te implementeren in i-Tree Eco.

Gelet hierop zijn er een aantal mogelijkheden.

A. Ecologische Waarde Potentie (EWP) Een mogelijke oplossing is om uit te gaan van de Ecologische Waarde Potentie (EWP) van een boom. Hierin wordt uitgegaan van de levenscyclus van een boom en de (potentiële) ecologische waarde die en boom kan bereiken. Stel er wordt een oude eik gekapt omdat deze aan het einde van zijn levenscyclus is, dan kan daar een eik van dezelfde soort voor teruggeplaatst worden. Deze teruggeplaatste eik bereikt op termijn immers ook weer zijn einde van de levenscyclus met de daarbij behorende ecologische waarde

B. Ecosysteemdiensten Dat bomen waardevol zijn, daar is iedereen het wel over eens. Maar hoe druk je die waarde uit? Het begrip ecosysteemdiensten probeert daar een lijn in te brengen. Onderzoekers van Wageningen UR leggen dit begrip als volgt uit: Ecosysteemdiensten drukken de baten uit die de natuur de mens biedt, uiteenlopend van

voedsel tot geestelijk welbevinden. Aan deze baten wordt een waarde toegekend. Ecosysteemdiensten zijn er in veel categorieën, de belangrijkste zijn: Maatschappelijke waarden (Gezondheid & Ontspanning) • Lagere zorgkosten (groen nodigt uit tot bewegen en vermindert stress) • Educatie en bewustwording • Recreatie en toerisme (mensen flaneren langs een laan, picknicken in het park) • Sociale cohesie (bijvoorbeeld door buurt(moes)tuinen of bankjes in het park) • Verminderen wind • Verhogen kwaliteit van leven (mensen vinden groen aantrekkelijk en prettig) • Veraangenamen fiets- en voetgangersroutes Ecologische waarden (Klimaat & Biodiversiteit) • Aangenaam microklimaat creëren (verkoeling, schaduw, beschutting tegen wind) • CO2 vastleggen, zuurstof productie en zuivering van de lucht • Bodemvruchtbaarheid verbeteren • Meer leefruimte voor dieren en planten • Verminderen van hitte en hittestress • Vormen van een netwerk voor dieren en planten • Voedselvoorziening voor dieren en planten • Waterafvang door regenwater vast te houden, grondwater te stabiliseren en water te verdampen en • directe uitdroging van de bodem door schaduw tegengaan Economische waarden (Imago & Ontwikkeling) • Aankleding/belevingswaarde/esthetiek • Binding bewoners, bedrijven en werknemers aan omgeving • Cultuurhistorische rijkdom • Energiebesparing voor gebouwen • Hogere vastgoedprijzen (huizen en bedrijven

in het groen zijn meer waard) • Investeringen (investeerders hebben een voorkeur voor groene aantrekkelijke locaties, waar de gebruikers prettiger wonen, werken en winkelen) • Productie van voedsel voor gebruikers van de stad (fruit, noten) • Representatie van de stad/internationale beeldvorming als groene stad

• Visuele afscherming • Hogere verblijfskwaliteit in winkelgebieden waardoor winkelend publiek langer blijft • Beschikbaarheid materialen met economisch waarde (denk aan snoeihout voor spaanplaat, hout voor planken en meubels) Als je ecosysteemdiensten zichtbaar maakt, zie je dat groen veel meer voordelen oplevert dan je in eerste instantie denkt, zeker in relatie met actuele opgaven in de openbare ruimte voor klimaatverandering, gezondheid en biodiversiteit. Uit bovenstaande blijkt echter ook dat het bepalen van de baten erg complex, arbeidsintensief en veelal subjectief is.

C. Bomenbalans en w-waarden De bomenbalans en w-waarden komen voort uit het Handboek bomen van het Normeninstituut bomen gebruiken. Het Handboek bomen omvat gestandaardiseerde kwaliteitseisen, richtlijnen en normen die van toepassing zijn bij de uitvoering van werkzaamheden in, rond en met bomen. Voorgesteld wordt het handboek onderdeel te laten uitmaken van het beleid. Om te kunnen bepalen hoe een boom gecompenseerd moet worden is het van belang de waarde van bomen te kunnen meten. Het Norminstituut bomen heeft daarvoor twee methodieken uitgewerkt. Het W cijfer en de bomenbalans. W cijfer In het handboek bomen heeft dit instituut een methode uitgewerkt om de waarde van bomen te bepalen; het W cijfer. Dit cijfer geeft inzicht in de technische kwaliteit van de boom. Een inspecteur bepaalt de conditie van de boom, de verwachte levensduur, beheerbaarheid, boomkroondiameter en boomkroonvolume. Vervolgens wordt met behulp van rekenregels het W cijfer berekend. De boom kan een waarde van 0, 2, 4, 6, 7, 8 of 10 scoren. Een boom met score 0 is onhoudbaar, een boom met score 10 heeft een levensverwachting van nog minimaal 15 jaar, en een boomkroonvolume dat groter is dan 1250 m3. Bomenbalans (=aantallen + kroonvolume) Het boomkroonvolume speelt ook een belangrijke rol in het opmaken van een bomenbalans.

Daarin wordt uitgewerkt wat de waarde is van de bomen in een projectgebied in de bestaande situatie, in aantallen bomen en het bijbehoren20

de kroonvolume. Voor de balans wordt vervolgens uitgewerkt hoeveel bomen in de nieuwe situatie zijn gepland, en wat de nieuwe aantallen en het bijbehorende boomkroonvolume is. Een dergelijke berekening maakt inzichtelijk dat ook als er even veel bomen terug worden geplant, er in de vakken een verlies in boomkroonvolume zal ontstaan. Ook voor deze methode geldt dat deze complex, arbeidsintensief en gedeeltelijk subjectief is.

Aanbeveling: Voor elke boom die wordt gekapt (niet in bosplantsoen) planten we een nieuwe boom terug. Gelet op het feit dat methodes B en C erg complex, arbeidsintensief en (gedeeltelijk) subjectief zijn wordt voorgesteld om gekapte bomen te compenseren middels de Ecologische Waarde Potentie (EWP) methode waarbij een minimale omtrek van 22 centimeter de leidraad is.

3.2.2 Bosplantsoen Op Texel zijn grote vakken bosplantsoen aanwezig, niet alleen in de dorpen, maar vooral in het buitengebied. Zij hebben vooral een inheems sortiment (veldesdoorn, liguster, eik, esdoorn etc). Bij bosplantsoenvakken planten we meer bomen en heesters dan er uiteindelijk overblijven. Door snelgroeiende- en langzaam groeiende soorten bij elkaar te planten, worden langzaam groeiende planten bijvoorbeeld de eik als het ware omhoog getrokken door de snelgroeiende beplanting. Daarna wordt bekeken welke langzaam groeiende soorten uit kunnen groeien tot een boom en om die lucht en ruimte te geven wordt een deel van de snelgroeiende beplanting verwijderd. Dit systeem noemen

we het wijker/blijver principe. Indien we niet dunnen wordt de beplanting iel en dun en aan de onderzijde kaal (alles blijft maar naar het licht groeien). En hierdoor neemt de biodiversiteit af en we willen juist dat die toeneemt. Het is belangrijk dat bosplantsoenvakken toenemen en hun aantal niet verminderd.

Aanbeveling: Uitgangspunt is dat het aantal m2 bosplantsoen niet afneemt. Dat neemt niet weg dat bomen in het bosplantsoen gekapt kunnen worden om andere bomen tot volle wasdom te laten komen (wijker/blijver principe). Deze bomen worden niet gecompenseerd.

ingevoegd. Uitgangspunt was dat een nieuwe

3.2.3 Extra bomen planten Vanuit de raad is er de wens als 1 boom wordt gekapt liefst 2 bomen terug te laten komen. Wij willen conform het klimaatakkoord 1% bijplanten (circa 100 bomen per jaar) en we gaan uit van de Maatlat Groene Klimaat adaptief gebouwde Omgeving (Rijksbrief 23 maart 2023). Dat is zeker in de stedelijke omgeving lastig. Vaak liggen er veel kabels en leidingen en tegenwoordig is het belangrijk dat een boom goede groeiomstandigheden mee krijgt omdat het anders nutteloos is de boom te planten. Het streven is de boom oud te laten worden. Momenteel is de gemiddelde leeftijd van een boom ca. 30 jaar. Er is onderzoek gedaan waar en hoe er meer bomen kunnen worden geplant. Daartoe zijn voor alle kernen de bestaande bomen geprojecteerd, de BGT (Basiskaart Grootschalige Topografie) daarop toegepast en alle gras-, bodembedekkende- en heestervakken 21

boom minimaal 6 m van een bestaande boom wordt geplaatst.

Aanbeveling: Conform het klimaatakkoord zal jaarlijks 1% bijgeplant worden, dit komt neer op 100 bomen. Tabel behorende bij Rijksbrief 23 maart 2023

22

Bestaande bomen Den Burg

Bestaande bomen locatie Den Burg met 6m ruimte

Bestaande groenvakken locatie Den Burg

Mogelijke nieuwe bomen locatie Den Burg

Nu is dit voorbeeld de ijsbaan, het is niet de wens die vol te planten, maar de ruimte er omheen lijkt voldoende ruimte voor ca 60 bomen te bieden. Deze locaties moeten natuurlijk op

kabels en leidingen worden onderzocht, maar het toont wel aan dat er voldoende locaties beschikbaar zijn.

Het resultaat van Den Burg:

Bestaande bomen

Simulatie nieuwe bomen

23

Totaalbeeld

Dit zelfde is bekeken voor extra groenvakken. Waar ligt momenteel verharding die in een groenvak gewijzigd kan worden? Ook hier is het een theoretisch exercitie, maar geeft wel inzicht wat er aan mogelijkheden is. Er wordt dus onderzocht waar momenteel verharding ligt, die mogelijkerwijze omgevormd kan worden naar een groenvak. Er moet dan wel 1.80m rond het vak aanwezig zijn en om het groen op “toekomstige” manier te onderhouden is van een vak van minimaal 1 m breed en 20 m2 groot uitgegaan. Het resultaat van deze analyse is dat voor

de gehele gemeente 193.420 m2 in theorie te ontharden is.

Huidige verharding Den Burg

Mogelijkheden

Er zijn dus voldoende mogelijkheden om te vergroenen, meer dan men in eerste instantie misschien zou denken. Dit zal verder uitgewerkt moeten worden. Over de kwaliteit van het huidige bomenbestand en het beheer wordt in deel 2 nader ingegaan.

3.2.4 Monumentale en waardevolle bomen Ook is belangrijk monumentale en waardevolle bomen te beschermen. Daartoe staan deze bomen op een monumentale bomenkaart. Deze bomen hebben een beschermde status. We leren daaruit welke bomen het goed doen op Texel en willen we het toepassen van deze

bomen stimuleren bij nieuwe plannen. Ook zijn er bomen die zich kunnen ontwikkelen tot volgende generatie monumentaal, het is goed deze bomen al aan te wijzen en ze op voorhand te beschermen.

3.2.5 Bestaande bomen en Zonnepanelen In het kader van de energietransitie is het aantal zonnepanelen sterk toegenomen. De verwachting is dat dit de komende tijd nog verder groeit. Enerzijds dragen zonne¬panelen bij aan de opwekking van duurzame energie, anderzijds dragen bomen bij aan de verbetering van het klimaat. Het algemeen belang van bomen prefereert boven het individueel belang van bewoners/VVE’s en zij dienen daar rekening mee te houden.

Juridisch kader: In artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek worden vormen van hinder genoemd. Of sprake is van onrechtmatige hinder is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Het maatschappelijk belang van bomen is in de basis groter dan het individuele belang van de eigenaar van zonnepanelen. Ook is sprake van het ‘anterioriteitsbeginsel’. Simpel verwoord, wat was er eerder, de boom of het zonnepaneel? 24

• (schuur)schade door takken dichtbij gebouw -> snoei (innemen takken); • ernstige overlast door schaduw (> 6 uur/dag in de woonkamer -> snoei (innemen takken).

Standpunt gemeente Texel: Overlast door schaduwwerking op een dak met zonnepanelen is bij bestaande bomen geen reden tot kap of (vervroegde) snoei. Rendementsverlies van zonnepanelen is geen reden tot kap. In de regel doet gemeente niets bij: • beperkte schaduw (< 6 uur/dag in de woonkamer tussen 10 en 18 uur); • natuurlijke val van blad, bloesem, zaad en vrucht; • vogelpoep, luizen, spinselmot, allergieën of druipende bomen (honingdauw); • concurrentie met beplanting in tuinen (verminderde groei door wortelconcurrentie); • bestaande bomen in relatie tot zonnepanelen; • monumentale bomen en bomen in de hoofdstructuur.

Kappen van bomen komt alleen in zeer uitzonderlijke gevallen voor, zoals bij: • veiligheid voor de omgeving. • combinatie van verschillende vormen van overlast. • aantoonbare schade aan fundering, kabels en leidingen. • door noodzakelijke ontwikkelingen in de buitenruimte zoals het reconstrueren van wegen of andere ontwikkelingen. • Uitzichtloze slechte conditie. Een gekapte boom wordt te allen tijde gecompenseerd!

Bij aantoonbaar zware overlast zal de gemeente de boom behouden met ingrepen, zoals bij: • schade aan verharding door beworteling -> verharding herstellen of plaatsen wortelscherm;

3.3 Overig groen In het kader van een groene prettige leefomgeving en in het belang van klimaatadaptatie zal de gemeente het openbaar groen in de wijken zoveel mogelijk in eigendom behouden en in beginsel dus niet uitgeven (verkopen of verhuren). Voor eventuele overgebleven stroken “snippergroen-restgrond” –eigendom gemeente- die voor de gemeente niet van toegevoegde waarde (kunnen) zijn en/of een functie hierin (kunnen) hebben, kunnen aangrenzende particuliere eigenaren desgewenst een verzoek indienen. Verzoeken tot aankoop van “snippergroen-restgrond” worden door de gemeente situatie-afhankelijk beoordeeld. De gemeente geeft in elk geval geen snippergroen-restgrond uit als: • In of vlak naast de betreffende grond kabels en leidingen aanwezig zijn; • De grond onderdeel uitmaakt van een groen-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=b16b17d7-6e93-4e37-9805-67c24fcd5940