CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. 2e Herstelbesluit bestemmingsplan Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein incl. bijagen

Raadscommissie 29 september 2021, gemeente TexelBij agendapunt: 2e herstelbesluit bestemmingsplan Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein10.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Herstelbesluit bestemmingsplan Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein

zaaknummer

1449904

Voorgeschiedenis Op 21 februari 2018 heeft de gemeenteraad van Texel het bestemmingsplan ‘Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein’ gewijzigd vastgesteld. De gemeente wil met dit bestemmingsplan een uitbreiding van het bedrijventerrein Oudeschild op Texel ten behoeve van de Texelse Bierbrouwerij mogelijk maken. Tegen dit besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan hebben vier appellanten beroep ingesteld. Op 15 januari 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) onder nummer 201804031/1/R1 een tussenuitspraak gedaan over het bestemmingsplan. De Afdeling heeft de gemeenteraad opgedragen het bestemmingsplan op vier punten te repareren. Op 30 juni 2020 heeft de raad het bestemmingsplan, met inachtneming van de uitspraak van de Afdeling, opnieuw (gewijzigd) vastgesteld. Tegen het herstelbesluit van 30 juni 2020 zijn aanvullende beroepsgronden ingediend. Op 19 mei 2021 heeft de Afdeling, onder nummer 201804031/4/R1, een tweede tussenuitspraak gedaan. Opnieuw heeft de Afdeling enkele omissies geconstateerd. De Afdeling ziet het belang bij een spoedige beëindiging van het geschil en heeft de raad (daarom) opgedragen om binnen 26 weken na de tussenuitspraak een nieuw besluit over het bestemmingsplan te nemen. De door de Afdeling geconstateerde gebreken zijn de volgende: a) De verkeersroute via De Waal is niet in het bestemmingsplan geborgd.

Indien dat noodzakelijk wordt geacht door de raad dan kan het plan enkel worden vastgesteld indien de route publiekrechtelijk wordt geborgd. In het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden of het wel of niet noodzakelijk is om de verkeersroute publiekrechtelijk te borgen (14.2 van de tussenuitspraak). b) De Afdeling heeft vastgesteld dat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit m.e.r. De in het besluit genoemde bestuursorganen moeten in het kader van de aanmeldnotitie m.e.r. gehoord worden (15.11 van de tussenuitspraak). c) Niet inzichtelijk is gemaakt, noch verzekerd is dat de bedrijfsvoering van de bierbrouwerij aan de Schilderweg 214b in Oudeschild daadwerkelijk wordt beëindigd en dat op deze locatie niet opnieuw een bedrijf met een vergelijkbare stikstofdepositie kan worden gevestigd. Nu een directe samenhang ontbreekt mag de locatie Schilderweg 214b niet betrokken worden in de stikstofberekening (15.15 van de tussenuitspraak). Naar aanleiding van de tweede tussenuitspraak wordt het bestemmingsplan door middel van het voorliggende herstelbesluit opnieuw 'gerepareerd'. Indien de raad besluit om het bestemmingsplan door middel van het herstelbesluit gewijzigd vast te stellen, zal het herstelbesluit aan de Afdeling gezonden worden.

Aan appellanten zal gelegenheid geboden worden om een reactie op het herstelbesluit te geven. Vervolgens zal de Afdeling, eventueel nadat een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, einduitspraak doen.

Verkeersroute Het college heeft onderzocht of via een verkeersbesluit een verplichte rijroute kan worden vastgelegd voor het vrachtverkeer ten behoeve van een Texelse bierbrouwerij. Dit is niet mogelijk, omdat een verkeersbesluit niet uitsluitend gelding kan hebben voor het vrachtverkeer ten behoeve van de bierbrouwerij. Daarom wordt voorgesteld de rijroute in de planregels te borgen door middel van een voorwaardelijke verplichting. Deze luidt als volgt: Artikel 3 lid 5.4 ‘Voorwaardelijke verplichting - verplichte rijroute’ wordt toegevoegd en luidt: Het is uitsluitend toegestaan de bierbrouwerij te exploiteren indien en voor zolang het vrachtverkeer ten behoeve van de bierbrouwerij wordt afgewikkeld via de rijroute die als Bijlage 3 bij de planregels is gevoegd. In de plantoelichting is vastgelegd dat de gemeenteraad er vanwege de verkeersveiligheid en het voorkomen van overlast in Oudeschild aan hecht dat het vrachtverkeer ten behoeve van de brouwerij via De Waal wordt afgewikkeld. Aanvankelijk is ervan uitgegaan dat dit door middel van een privaatrechtelijke afspraak geregeld kon worden. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt dat, gelet op het feit dat de raad dit in het kader van een goede ruimtelijke ordening nodig vindt, borging in de planregels noodzakelijk is. Door middel van de bovenstaande planregel wordt in die borging voorzien. Vooroverleg aanmeldnotitie m.e.r.

In rechtsoverweging 15.11 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling vastgesteld dat de in artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit m.e.r. bedoelde bestuursorganen en instanties niet zijn geraadpleegd. Dit dient alsnog te gebeuren. Artikel 3 lid 3 sub a van het Besluit m.e.r. schrijft voor dat de adviseurs en bestuursorganen die op grond van een wettelijk voorschrift adviseren over het bestemmingsplan, moeten worden geraadpleegd over de plan-merbeoordeling. Het gaat om de wettelijke overlegpartners die betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. Uit paragraaf 6.2 van de plantoelichting bij het bestemmingsplan ‘Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein’ volgt dat in het kader van artikel 3.1.1. Bro bij de voorbereiding van het bestemmingsplan de volgende instanties zijn betrokken: -

de provincie Noord-Holland (Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling); het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier; de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland-Noord; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; de Veiligheidsregio Noord-Holland.

In het kader van de uitvoering van artikel 3 lid 3 sub a van het Besluit m.e.r. zijn deze bestuursorganen en instanties geraadpleegd. Artikel 3 lid 3 sub b van het Besluit m.e.r. vereist dat de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) of een door hen aangewezen bestuursorgaan over de plan-m.e.r.-beoordeling moeten worden geraadpleegd. De ministeries van IenW en LNV hebben (nog) geen instantie of bestuursorgaan aangewezen die/dat namens hen kan worden geraadpleegd. Het ministerie van OCW heeft de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed aangewezen als instantie die in het kader van plan-m.e.r.-beoordelingsprocedure geraadpleegd moet worden. De stukken (aanmeldingsnotitie m.e.r. en het bestemmingsplan) zijn in het kader van de voorbereiding van dit herstelbesluit aan de betreffende instanties toegezonden. De ontvangen reacties zullen als bijlage bij dit herstelbesluit worden toegevoegd.

Stikstof In rechtsoverweging 15.15 heeft de Afdeling vastgesteld dat niet vaststaat dat sprake is van een directe samenhang tussen het voorgenomen plan en de betrokken salderingsmaatregel waarin rekening is gehouden met de positieve gevolgen van de beëindiging van de bierbrouwerij op de huidige locatie aan de Schilderweg 214b in Oudeschild als externe salderingsmaatregel. De Afdeling constateert daartoe dat niet inzichtelijk is gemaakt, noch is verzekerd dat de bedrijfsvoering van de bierbrouwerij op de huidige locatie daadwerkelijk wordt beëindigd en dat op deze locatie niet opnieuw een bedrijf met een vergelijkbare stikstofdepositie kan worden gevestigd. De bedrijfsinventaris en bedrijfsmiddelen ten behoeve van de bierbrouwerij zijn eigendom van de Texelse bierbrouwerij. Uit een brief van 24 augustus 2021 van de Texelse bierbrouwerij blijkt dat zij vóór de ingebruikname van een gebouw overeenkomstig het nieuwe bestemmingsplan de bedrijfsinventaris en bedrijfsmiddelen van de huidige locatie zal verwijderen en dat in dat kader vóór de ingebruikname van een gebouw overeenkomstig het nieuwe bestemmingsplan aan het bevoegd gezag zal worden gemeld dat de bedrijfsvoering aan de Schilderweg 214b wordt gestaakt en daar niet meer zal worden hervat. Aanvullend wordt aan de planregels de volgende voorwaardelijke verplichting toegevoegd.

Artikel 3 lid 5.5 ‘Voorwaardelijke verplichting - ingebruikname bouwwerken’ wordt toegevoegd en luidt: De ingebruikname van een gebouw voor de bierbrouwerij overeenkomstig deze bestemming is uitsluitend toegestaan, indien: -

bij het bevoegd gezag een melding als bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer is ingediend die ziet op een volledige bedrijfsbeëindiging van de bestaande inrichting Texelse Bierbrouwerij aan de Schilderweg 214b in Oudeschild; en

-

de Texelse bierbrouwerij die gevestigd is aan de Schilderweg 214b haar bedrijfsactiviteiten staakt door de bedrijfsinventaris en bedrijfsmiddelen te verwijderen en haar bedrijfsvoering aan de Schilderweg gestaakt houdt.

De bestaande bierbrouwerij op de Schilderweg 214b is gemeld en valt onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Door de melding bedrijfsbeëindiging wordt zeker gesteld dat de betreffende stikstofrechten waarmee extern is gesaldeerd komen te vervallen. Ook wordt met de planregel geborgd dat de bedrijfsvoering van de bierbrouwerij feitelijk wordt gestaakt en gestaakt blijft. Het bestemmingsplan maakt vestiging van een nieuw bedrijf aan de Schilderweg 214b mogelijk, maar dat nieuwe bedrijf zal wel ‘op eigen kracht’ moeten voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de Wet natuurbescherming. In lijn met rechtsoverweging 15.15 van de tussenuitspraak is daarmee voldoende verzekerd dat een nieuwe invulling van de bestaande gronden met een bedrijvenbestemming gelegen buiten het onderhavige plangebied niet leidt tot stikstofdeposerende ontwikkelingen en dat sprake is van directe samenhang tussen de salderingsmaatregel en het herstelbesluit. Door Langelaar Milieuadvies is op basis van de maximale productie van 157.000 hl/j ook een nieuwe berekening gemaakt zonder dat rekening is gehouden met externe saldering. Hierbij is de bemesting zoals deze binnen het plangebied nu plaatsvindt in de berekening als interne salderingsmaatregel betrokken. Hieruit volgt qua depositie-uitkomst een afname op stikstofgevoelige habitats.

Dit betekent dat het voorliggende herstelbesluit ook in zoverre in overeenstemming met artikel 2.7 lid 1 Wnb wordt vastgesteld.

Aanpassingen plantoelichting Als gevolg van het gevoerde vooroverleg en de nieuwe stikstofberekeningen is de plantoelichting op enkele onderdelen aangepast. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Paragraaf 4.1 Milieueffectrapportage In paragraaf 4.1 wordt het navolgende tekstdeel toegevoegd: “Op grond van het bepaalde in artikel 3, derde lid, aanhef en onder a en b, van het Besluit m.e.r. zijn 8 instanties verzocht om een reactie in het kader van het m.e.r. beoordelingsbesluit. Hiertoe zijn de relevante stukken (aanmeldingsnotitie m.e.r. en het bestemmingsplan) aan de betreffende instanties toegezonden. In reactie hierop is door de verschillende instanties als volgt gereageerd. PM reacties”. Paragraaf 4.10 Ecologie Het tekstdeel: ‘De ontwikkeling en gebruik van de brouwlocatie ten noorden van Oudeschild leidt mogelijk tot een vergunning- of meldingsplichtige toename van stikstofdepositie op het gebied. Middels een berekening in het programma Aerius is voor zowel de bouw- als gebruiksfase bepaald in welke mate de nieuwe brouwerij leidt tot een toename van stikstofdepositie op het gebied. Voor de Aeriusberekening is uitgegaan van de bierbrouwerij met een maximale productie van 157.000 hl/j. Door Langelaar Milieuadvies is op basis van de maximale productie van 157.000 hl/j en de nieuwe verkeersgegevens een verschilberekening gemaakt.

In de gebruiksfase vindt de structurele emissie van stikstof plaats. In de berekening zijn de huidige verkeersbewegingen, zoals deze plaatsvinden in de huidige situatie aan de Schilderweg, buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is ervanuit gegaan dat de brouwerij direct na bedrijfsverplaatsing aan zijn maximale productiecapaciteit zit. Daarmee zijn de eventuele negatieve effecten aanzienlijk slechter berekend dan dat ze zich in werkelijkheid voordoen. Als gevolg van de bedrijfsverplaatsing en toename van de productie treden er bij de Duinen en Lage land Texel voor enkele hexagonen een toename op van stikstof depositie (max. 0,02). Voor al deze hexagonen geldt dat de kritische depositie waarden in de huidige situatie, maar ook als gevolg van de beperkte toename, niet overschreden worden. Daarmee kan er geconcludeerd worden dat als gevolg van de bedrijfsverplaatsing er geen significant negatief effect optreedt. Nu er geen sprake is van een overschrijding van de KDW kan opnieuw geconcludeerd worden in het kader van de voortoets dat er geen sprake is van een significante verslechtering. Daarmee kan afgezien worden van een passende beoordeling en daarmee van het opstellen van een MER.

In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen zal, conform de beslisboom, een WNB vergunning aangevraagd worden nu gebruik is gemaakt van saldering.’ Wordt vervangen door: ‘De ontwikkeling en gebruik van de brouwlocatie ten noorden van Oudeschild leidt mogelijk tot een vergunningplichtige toename van stikstofdepositie op het gebied. Middels een berekening in het programma Aerius is voor zowel de bouw- als gebruiksfase bepaald in welke mate de nieuwe brouwerij leidt tot een toename van stikstofdepositie op het gebied. Voor de Aeriusberekening is uitgegaan van de bierbrouwerij met een maximale productie van 157.000 hl/j. Door Langelaar Milieuadvies is op basis van de maximale productie van 157.000 hl/j en de nieuwe verkeersgegevens een verschilberekening gemaakt. In de gebruiksfase vindt de structurele emissie van stikstof plaats. In de berekening zijn de huidige verkeersbewegingen, zoals deze plaatsvinden in de huidige situatie aan de Schilderweg, buiten beschouwing gelaten. Daarnaast is ervanuit gegaan dat de brouwerij direct na bedrijfsverplaatsing aan zijn maximale productiecapaciteit zit. Daarmee zijn de eventuele negatieve effecten aanzienlijk slechter berekend dan dat ze zich in werkelijkheid voordoen.

Als gevolg van de bedrijfsverplaatsing en toename van de productie treden er bij de Duinen en Lage land Texel voor enkele hexagonen een toename op van stikstof depositie (max. 0,02). Voor al deze hexagonen geldt dat de kritische depositie waarden in de huidige situatie, maar ook als gevolg van de beperkte toename, niet overschreden worden. Daarmee kan er geconcludeerd worden dat als gevolg van de bedrijfsverplaatsing er geen significant negatief effect optreedt. Nu er geen sprake is van een overschrijding van de KDW kan opnieuw geconcludeerd worden in het kader van de voortoets dat er geen sprake is van significante gevolgen. Er treden geen belangrijke nadelige milieueffecten op. Daarmee kan ook afgezien worden van het opstellen van een MER. Door middel van het nieuwe artikel 3 lid 5.5 ‘Voorwaardelijke verplichting - ingebruikname bouwwerken’ is invulling gegeven aan de opdracht uit de tussenuitspraak van de Afdeling van 19 mei 2021 (zaaknummer 201804031/4/R1).

Aanvullend heeft Langelaar Milieuadvies in beeld gebracht of er ook zonder externe saldering een toename van de stikstofdepositie optreedt, indien rekening wordt gehouden met het gegeven dat bij ingebruikneming van het plangebied door de bierbrouwerij het bestaande agrarisch gebruik van het plangebied zal worden gestaakt. Langelaar Milieuadvies heeft haar bevindingen vastgelegd in het Memo onderzoek stikstof dat als Bijlage ** bij de plantoelichting is gevoegd. De conclusie van Langelaar luidt ‘dat per saldo de NOx depositie op alle kwetsbare habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden in de gebruiksfase niet groter is dan ten tijde van de referentiesituatie’. Dat betekent dat wanneer de externe saldering buiten beschouwing wordt gelaten, geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie. Dat betekent dat er hoe dan ook geen sprake is van een significante verslechtering. Van een vergunningplicht in het natuurspoor is geen sprake. Het plan kan in overeenstemming met artikel 2.7 lid 1 Wnb worden vastgesteld.

Als bijlagen bij dit herstelbesluit horen: 1. 2. 3. 4.

Stikstof rapportage Langelaar milieuadvies Bijlage 3 bij de regels, ‘verplichte rijroute vrachtverkeer’ Ontvangen reacties van instanties in het kader van artikel 3 lid 3 sub a van het Besluit m.e.r. (pm) Brief Texelse bierbrouwerij van 24 augustus 2021

Bijlage 3 bij de regels ‘Verplichte rijroute vrachtverkeer’

SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht

Betreft: Datum: Nummer: bijlage(n)

Memo onderzoek stikstofdepositie bestemmingsplan Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein 19 augustus 2021 20053/03 AERIUS_bijlage_ref_gebruik_20210727144406_RemHc5CpT7pB.pdf AERIUS_bijlage_ref_aanleg_20210727213047_Rz24m82Rq46N.pdf

1.1. Aanleiding In opdracht van SRO heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van de bestemmingsplanherziening “Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein”. Een uitbreiding van het bedrijventerrein Oudeschild is gewenst aangezien de Texelse Bierbrouwerij wil verhuizen naar de noordzijde van het bedrijventerrein Oudeschild aan het Vliegwiel in Oudeschild om meer ruimte hebben voor een grotere productiecapaciteit (157.000 hectoliter). Dit onderzoek is opgesteld in het kader van de bestemmingsplanherziening waarin de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein Oudeschild van ongeveer 4,5 hectare planologisch wordt geregeld. De gemeente Texel is voornemens In het najaar van 2021 het bestemmingsplan opnieuw (gewijzigd) vast te stellen, nadat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de gemeente Texel de opdracht had geven een aantal gebreken in het besluit van 30-06-2020 te herstellen (bestuurlijke lus). Op de onderstaande schets is de toekomstige situatie van het plangebied weergeven (indicatief).

Figuur 1 Schets toekomstige situatie (indicatief) A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 1

Het plangebied ligt op circa 960 meter afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Duinen en Lageland Texel”. In figuur 2 zijn het plangebied en het Natura 2000-gebied zwart omlijnd weergegeven. De stikstofgevoelige habitats en leefgebieden zijn paars / roze gekleurd. De delen van het Natura 2000-gebied die niet stikstofgevoelig zijn, zijn geel-groen gekleurd.

Figuur 2 ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 (bron: AERIUS Calculator)

1.2. Doel van het onderzoek In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die reeds overbelast zijn. Het voorliggende onderzoek stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken en de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. Dit onderzoek ziet toe op de depositie tijdens de aanleg- en bouwfase alsook de gebruiksfase. Daarnaast is ook de referentiesituatie onderzocht. Het onderzoek wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader (ecologisch) onderzoek nodig is.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 2

1.3. Wet en regelgeving Natura 2000 & stikstof In Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000gebied(en). Is dat het geval, dan geldt dat het bestuursorgaan bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.8 Wnb een passende beoordeling dient te maken. Voor het onderhavige plan is onderzocht of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante delen van Natura 2000-gebieden. Op basis van de berekende NOx en ammoniak emissies die het gevolg zijn van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden berekend. Depositieberekeningen worden uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator versie 2020. Elke depositiebijdrage op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied – eventueel na saldering- is in potentie een significant effect.

Een kwalitatieve ecologische beoordeling kan uitwijzen of de depositiebijdrage leidt tot significant negatieve effecten. AERIUS Calculator geeft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (kdw) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Ook geeft het inzicht of een depositiebijdrage optreedt op reeds (bijna) overbelast delen van een stikstofgevoelig habitattypen of leefgebieden. Sinds 1 juli 2021 is de wet De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Wsn) samen met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Bsn) van kracht. Deze regelgeving moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De Wsn introduceert in de Wnb een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aan te wijzen activiteiten van de bouwsector. Het Bsn regelt daarnaast voor welke activiteiten de vrijstelling geldt, namelijk voor het bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk. De reikwijdte van de partiële vrijstelling is dus niet beperkt tot het bouwen en slopen van woningen en andere bouwwerken, maar geldt ook voor aanlegactiviteiten, bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, spoorwegen en buisleidingen.

De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) vallen onder de partiële vrijstelling. De vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg voor projecten (art 2.7 lid 1 wnb), niet voor plannen (2.7 lid 2 Wnb), zoals het onderhavige. 1.4. Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is als volgt: - onderzoek naar de NOX en NH3 emissies gedurende de aanlegfase - onderzoek naar de NOX en NH3 emissies gedurende de gebruiksfase - onderzoek naar de NOX en NH3 emissies gedurende de referentiesituatie - berekeningen van de depositie met AERIUS Calculator A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 3

2.

Emissies gebruiksfase

2.1.

Wegverkeer

Goudappel Coffeng heeft onderzoek gedaan naar de verkeersgeneratie door een bierbrouwerij tot en met een capaciteit van 157.000 hectoliter per jaar. Het aantal verkeersbewegingen is weergegeven in de onderstaande tabel.

Dit betreft bij 157.000 hl per jaar circa 4943 zware vrachtwagenbewegingen en 19.607 lichte motorvoertuigbewegingen (bestelbus en personenauto) per jaar. Er zijn afspraken gemaakt hoe het vrachtverkeer moet gaan rijden en in de planregels van het nieuwe bestemmingsplan is vastgelegd. Om de bebouwde kom van Oudeschild te ontlasten rijden de zware vrachtwagens via de Laagwaalderweg naar De Waal en verder in de richting van Den Burg (zie route op onderstaande afbeelding).

Figuur 3 Aantal verkeersbewegingen per type voertuig per groeiscenario per jaar en rijrichting

De lichte motorvoertuigbewegingen rijden grotendeels via Oudeschild in de richting van Den Burg. Een klein deel rijdt in noordelijke richting (zie onderstaande afbeelding).

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 0 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 4

De doorrekening van het verkeer en de verkeersstromen zijn bepaald conform het rapport “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020”, opgesteld door BIJ12 (januari 2021, versie 3.0). Hierin worden 2 criteria genoemd wanneer het aan- en afvoerende verkeer van en naar een inrichting is opgenomen in het heersende verkeersbeeld: 1. Het verkeer onderscheidt zich hier door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. 2. De verhouding tussen de hoeveelheid verkeer (per etmaal) dat door het voornemen wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State accepteert deze afbakening van ‘heersende verkeersbeeld” bij stikstofonderzoek1. ad 1: De Laagwaalderweg kent in noordelijke richting een 60 km/u regime. Aannemelijk is dat geladen vrachtwagens die de Laagwaalderweg opdraaien na circa 200 meter een snelheid, rij- en stopgedrag hebben dat zicht niet meer onderscheid van het overige verkeer op de Laagwaalderweg. Ongeladen vrachtwagens bereiken deze snelheid al bij een kortere afstand. ad 2: Door de gemeente zijn verkeerstellingen uitgevoerd op de Laagwaalderweg ter hoogte van de toekomstige locatie van de bierbrouwerij.

Figuur 4 Resultaten verkeerstellingen in gemiddelde verkeersintensiteiten

De periode eind oktober – begin november is niet de drukste periode op Texel. Uit een eerder uitgevoerde telling op de Laagwaalderweg in juni 2015 blijken de verkeersintensiteiten maximaal 2.600 motorvoertuigen per etmaal te bedragen. Er wordt in dit onderzoek uitgegaan van de laagste tellingen (worstcase benadering). Een week bestaat uit 5 werkdagen en 2 weekenddagen. Jaarlijks rijden ter hoogte van de toekomstige bierbrouwerij 640.158 motorvoertuigbewegingen op de Laagwaalderweg. Jaargemiddeld zijn dit per etmaal 1753,9 motorvoertuigbewegingen. •

•

De verkeersgeneratie van de bierbrouwerij in noordelijke richting op de Laagwaalderweg bedraagt 9.437 motorvoertuigbewegingen per jaar. Jaargemiddeld zijn dit per etmaal 25,9 motorvoertuigbewegingen. Ten opzichte van het reeds aanwezige verkeer op de Laagwaalderweg ten noorden van de brouwerij is de verkeersgeneratie door de brouwerij 1,5%. De verkeersgeneratie van de bierbrouwerij in zuidelijke richting op de Laagwaalderweg bedraagt 15.113 motorvoertuigbewegingen per jaar. Jaargemiddeld zijn dit per etmaal 41,4 motorvoertuigbewegingen. Ten opzichte van het reeds aanwezige verkeer op de Laagwaalderweg ten zuiden van de brouwerij is de verkeersgeneratie door de brouwerij 2,4%.

1 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125393/201804031-4-r1/

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 5

De verhouding tussen de hoeveelheid verkeer dat door het voornemen wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer beperkt zich tot enkele procenten. Het aan- en afvoerende verkeer van en naar de brouwerij is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als het op de Laagwaalderweg rijdt. Na 200 meter in noordelijke, dan wel zuidelijke richting op de Laagwaalderweg onderscheidt het verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hier is het verkeer opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het aan- en afvoerende verkeer van en naar de brouwerij is gemodelleerd over een afstand van 200 meter op de Laagwaalderweg ten noorden van de noordelijke inrit en ten zuiden van de zuidelijke inrit. De toekomstige brouwerij ligt aan de rand van de kern Oudeschild. In AERIUS Calculator zijn de emissiekentallen voor motorvoertuigen in de “bebouwde kom” hoger zijn dan in “buitengebied” is worstcase uitgegaan van “bebouwde kom” voor de gemodelleerde wegvakken. 2.2. NOx Emissies Brouwerij Stookinstallaties leiden tot NOx-uitstoot. Op basis van het Activiteitenbesluit geldt dat het rookgas van een ketelinstallatie met een nominaal vermogen van 1 Megawatt of meer (geen grote stookinstallatie) aan de emissiegrenswaarde van 70 mg/Nm3 moet voldoen.

Op basis van deze gestelde eis wordt er van uit gegaan dat de emissie per kubieke meter aardgas dus maximaal deze grenswaarde betreft. 1 m3 aardgas (Groningen kwaliteit) levert 9,0 m3 droog rookgas. Dit getal is inclusief de correctie ter grootte van (21/(21-3) = 1,1667) vanwege een zuurstof overmaat van 3%. De emissiegrenswaarde voor NOx bedraagt 70 mg/Nm3 (droog rookgas bij 3% zuurstof). verwarming Met bovenstaande gegevens kan de jaaremissie NOx van de CV ketel worden berekend: gasverbruik (in m3) * 9,0 * 70/1.000.000 = emissie NOx kg/jaar. De Brouwerij verwacht jaarlijks 48.048 Nm3 aardgas nodig te hebben voor de verwarming van het gebouw. 48.048 m3 aardgas per jaar leidt tot een NOx-emissie van 30,3 kg/jaar. Brouwketels Het brouwen van bier leidt tot 150 MJ per hectoliter bier. Het gasverbruik dat nodig is voor het brouwen van 1 hectoliter bier is 4,719 m3 (uitgaande van 150 MJ, 8,83 kWh/m3 en 3,6 MJ/kWh). Het brouwen van 157.000 hectoliter bier leidt tot een gasverbruik van 740.846 Nm3 aardgas. Op basis van informatie van de Deense leverancier van de voorgenomen ketels om 157.000 hectoliter bier te brouwen, geven de ketels die over een dry low NOx burner beschikken een NOx-emissie tussen de 25 en 100 mg NOx per Nm3 droog rookgas. Om de NOx emissie verder te beperken kan Selective Catalytic Reduction (SCR) worden toegepast.

Afgas wordt verrijkt met een toevoeging van NH3 of ureum over een katalysator gevoerd waardoor NOx wordt omgezet tot N2 en H2O. Temperaturen liggen hierbij tussen de 200 en 500 graden Celcius, afhankelijk van het type katalysator. De verwijdering efficiëntie is afhankelijk van de specifieke configuratie en bedrijfscondities en ligt tussen de 90 en 94% 2.

2 https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/lucht/digitale-ner/luchtemissie/overzicht-

factsheets/factsheets/selectieve-0/

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 6

Uitgaande van de worstcase raming van de leverancier (100 mg NOx per Nm3 droog rookgas) kan de NOx-emissie met toepassing van SCR worden gereduceerd tot 1,5 - 10 mg NOx per Nm3 droog rookgas. In dit onderzoek wordt (worstcase) uitgegaan van de hoogste emissie: 10 mg NOx per Nm3. De jaaremissie NOx van de brouwketels met toepassing van SCR kan dan als volgt worden berekend: gasverbruik (in m3) * 9,0 * 10/1.000.000 = emissie NOx kg/jaar. 740.846 Nm3 aardgas leidt tot een NOx-emissie van 66,6 kg/jaar. Per ketel is dit 33,3 kg/jaar. De brouwketels staan in de zomermaanden 6 dagen per week 20 uur per dag aan en in de winter 5 dagen per week 20 uur per dag. Jaarlijks leidt dit tot 5720 uren dat de ketels in gebruik zijn. Het volumedebiet van een ketel is de berekenen door de jaarvracht droog rookgas (gasverbruik per ketel x 9,0) te delen met het aantal uren dat de ketels in gebruik zijn: Het volumedebiet van een ketel is 0,1619. De benodigde schoorsteen om de rookgassen de atmosfeer in te blazen, kent een diameter van 40 centimeter. Uitgaande van een ronde pijp is de oppervlakte 0,126 m2. De verticale snelheid in de schoorsteen is te berekenen door het volumedebiet te delen door het oppervlak van de pijp en bedraagt 1,29 m/s.

Voor de berekening met AERIUS Calculator is verder nog uitgegaan van een temperatuur van 200C (minimum met toepassing van SCR) en een hoogte van de schoorsteen van 15 meter. 2.3. Uitgangspunten Aerius berekening gebruiksfase Met Aerius Calculator 2020 zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd. • De brouwketels en de CV-ketel zijn gemodelleerd als oppervlaktebron. • Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron. Verkeersaantallen zijn weergegeven als aantallen per jaar.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 7

2.4. Rekenjaar Aerius berekening gebruiksfase Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage inzichtelijk wordt gemaakt voor het jaar waarvoor de depositie het hoogst is. Door de technologische ontwikkelingen en milieuregelgeving nemen de emissies van o.a. wegverkeer met de jaren af. • De verspreidingsberekeningen voor de gebruiksfase zijn uitgevoerd voor 2021. Dit is het eerste jaar waarin uitvoering gegeven kan worden aan de planmogelijkheden. 2.5. Rekenresultaten gebruiksfase Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2020 blijkt dat dat op verschillende reeds (bijna) overbelaste delen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in het Natura2000-gebied "Duinen en Lageland Texel” een stikstofdepositie plaatsvindt tot maximaal 0,02 mol/ha/jaar. Hierbij wordt de kritische depositiewaarde overschreden voor habitattype H2130C (Grijze duinen (heischraal) en H13307 (Schorren en zilte graslanden (binnendijks).

Figuur 5 rekenresultaten AERIUS berekening gebruiksfase

Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 8

3.

rechtstreeks, onlosmakelijke gevolgen van het plan (referentiesituatie)

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft eerder geoordeeld dat voor de beoordeling van de gevolgen van een plan voor Natura 2000-gebied alle samenhangende gevolgen dienen te worden betrokken, zoals bijvoorbeeld AbRS 23 maart 2016 , r.o. 27.4 (Randweg Haps3) waarbij werd geconcludeerd dat “De raad daarbij terecht ook de positieve gevolgen van de aanleg van de randweg als gevolg van het feitelijk verdwijnen van landbouwgronden heeft betrokken. Het betreft in dit geval een rechtstreeks, onlosmakelijk gevolg van het plan, nu de weg ter plaatse van deze gronden zal worden aangelegd en deze gronden zodoende niet meer agrarisch kunnen worden gebruikt.” Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij bestemmingsplannen, voor wat betreft het aspect stikstof, als referentiesituatie de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan gehanteerd moet worden. De beëindiging van het agrarisch grondgebruik met bemesting van de agrarische percelen ( grasland) is het rechtstreekse, onlosmakelijke (positieve) gevolg van de uitvoering van ontwikkeling van het onderhavige bestemmingsplan. Voertuigbewegingen van en naar deze percelen en de inzet van mobiele werktuigen op de percelen (bv.

een tractor) zijn buiten het onderzoek gelaten, waardoor de berekende positieve effecten een worstcase berekening in het licht van interne saldering is. planologische situatie Allereerst is de planologische situatie in beeld gebracht. De gronden in het plangebied vielen voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan “Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein” in 2020 onder het onherroepelijke bestemmingsplan “Buitengebied Texel 2013” en kenden een enkelbestemming “Agrarisch - oude land”.

Figuur 6 planologische situatie (bron: ruimtelijke plannen.nl)

3

https://www.raadvanstate.nl/@103389/201406796-1-r3/ A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 9

In het plangebied kunnen 3 percelen worden onderscheiden die agrarisch gebruikt worden. Het gezamenlijk oppervlakte van deze 3 percelen is 4,65 ha.

Figuur 7 landbouwgrond in plangebied

Bij de aanwending van mest op deze agrarische percelen vervliegt een deel van de toegepaste meststoffen, waarna het elders weer neerslaat. Welk deel vervluchtigt en vervolgens op andere locaties deponeert is locatie afhankelijk. Met name gewas en bodemsoort spelen hierbij een rol. Volgens de Basisregistratie Gewaspercelen (BRP) is het gewas op alle drie percelen “Grasland, blijvend”.

Volgens het uitvoeringsbesluit meststoffenwet is er sprake van de grondsoort ‘100% klei’ (zie figuur 16.)

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 10

Op landbouwgrond mag volgens de Nitraatrichtlijn 170 kilogram stikstof (Ntot) in de vorm van dierlijke mest per hectare per jaar worden toegediend op gras- en bouwland gebruiken. Met een derogatievergunning mag meer mest wordt gebruikt op door graasdierbedrijven bij minstens 80% gras: i. 230 kg N per ha in centraal en zuidelijk zand en löss; ii. 250 kg N per ha in overig Nederland. Het onderstaande overzicht toont de geldende stikstof gebruiksnormen van RVO4.

Feitelijke dierlijke mesttoediening Volgens opgaaf van de agrariër die deze 3 percelen in gebruik heeft is de feitelijke toediening van dierlijke mest in de jaren 2020 en 2021 44-46 ton per hectare (zie bijlage). Worstcase wordt in dit onderzoek uitgegaan van 44 ton per hectare, de opgave betreffende het meest recente volledige kalenderjaar (2020). 1 ton drijfmest staat gelijk aan 1 m3. Berekening NH3 emissie door bemesting Om de NH3 emissie bij bemesten te berekenen wordt aangesloten bij de uitgangspunten die de WUR hanteert bij berekening van de NH3-emissie in het model NEMA (NEMA staat voor Nationaal Emissiemodel voor Ammoniak (Van Bruggen et al., 2021; Van der Zee et al., 2021). NEMA wordt gebruikt voor de EmissieRegistratie (Van Bruggen et al., 2021; Van der Zee et al., 2021) en voor de Klimaat en Energie Verkenning (Vonk et al., 2020) en is eerder ook door CDM toegepast voor monitoring van de generieke maatregelen in het kader van PAS (CDM, 2020a). De met NEMA berekende ammoniakemissie wordt ook gebruikt als input voor de berekening van stikstofdepositie met AERIUS. In onderhavige studie is de meest recente versie van NEMA gebruikt (Van Bruggen et al., 2021; Van der Zee et al., 2021). In NEMA wordt voor ammoniakemissie onderscheid gemaakt naar de emissie uit mest van de verschillende soorten landbouwdieren en naar andere bronnen, zoals kunstmest en gewasresten.

Het gebruik van andere bemesting dan dierlijke mest, zoals kunstmest, wordt buiten het onderzoek gelaten. Dit leidt tot een worstcase berekening in het licht van interne saldering.

4 https://www.rvo.nl/sites/default/files/2020/02/Tabel-2-Stikstof-landbouwgrond-2019-2021.pdf

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 11

1. Ntot in mest Omdat geen mestmonster van de drijfmest aanwezig was bij de opgave wordt voor het gemiddelde totale stikstofgehalte per kubieke meter mest uitgaan van veel gebruikte gemeten gehalten in de diverse mestsoorten. Het gemiddelde totale stikstofgehalte per kubieke meter mest ligt bij dunne rundveemest gemiddeld op 4,0 kilo per 1000 kg mest5.

Dit is iets lager dan de 4,04 kilo per 1000 kg mest waarin het overzicht van de agrariër vanuit is gegaan en in het kader van de salderingsberekening een worstcase aanname. Bij een feitelijke toediening van 44 m3 drijfmest per hectare, is er sprake van circa 176 kg N per ha per jaar. Dit is meer dan de stikstofgebruiksnormen zonder derogatie. Omdat in het kader van dit onderzoek niet aangetoond kan worden dat de agrariër een derogatievergunning heeft, is worstcase gerekend met 170 kg N per ha per jaar. 2. TAN gehalte van de toegepaste mest Slechts een deel van de hoeveelheid stikstof in de toegediende mest wordt makkelijk omgezet in NH3. Dit wordt het totaal ammoniakaal stikstof genoemd (TAN). Het TAN-percentage is berekend door de fractie Nmin uit de voorgaande tabel te delen door de fractie Ntot.

Voor rundveedrijfmest is dit 48% (bij andere soorten mest ligt het TAN gehalte hoger). Door de uitkomst van te vermenigvuldigen met 17/14 kan de emissie worden uitgedrukt in NH3 in plaats van de NH3-N6.

5

Bijlage 3, www.wur.nl/upload_mm/1/1/f/565b8a2f-b4f3-42d9-b9bbc14c2d089269_1733291_Oene%20Oenema%20bijlage%201.pdf 6

Methodiek voor berekening van ammoniakemissie uit de landbouw in Nederland, 2009, G.L. Velthof https://edepot.wur.nl/5140 A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 12

3. Omrekening van N naar NH3 Bij bemesting bepaalt de toedieningstechniek mede hoeveel stikstof wordt geëmitteerd naar de lucht. Uit de opgave van de agrariër blijkt dat de toedieningstechniek zodenbemesting is. Het model NEMA kent aan het toedienen van dierlijke mest standaard emissiefactoren toe. In de meest recente versie van NEMA (april 2021) is onder andere een wijziging doorgevoerd voor mesttoediening op grasland met zodenbemester. De emissiefactor van zodenbemesting op grasland is aangepast naar aanleiding van een nieuwe statistische analyse van een bestaande dataset (Goedhart et al., 2020 ). Deze emissiefactor is in NEMA nu op 17,0% van de ammoniakale stikstof (TAN) gesteld in plaats van 19,0% die voorheen werd toegepast. De emissie uit mesttoediening neemt daardoor af7.

4. emissie berekening bemesting van grasland In de onderstaande tabel is de uitgevoerde emissie berekening schematisch weergegeven. Ammoniakvervluchtiging bij niet-derogatiebedrijven Bemesting met rundveemest

Kg N/ha op basis van niet-derogatie 2020/2021

% ammoniakale N (TAN) (Velthof)

Kg NH3/ha.jr (dus omrekening van N naar NH3)

Vervluchtigingspercentage 2021 op basis van zodebemesting

Kg NH3vervluchtiging/ha.jr uit dierlijke mest

grasland klei

170

48%

99,1

17%

16,8

4,65 ha grasland leidt tot een berekende ammoniakemissie door dierlijke mest van 78,12 kg.

7 Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019, april 2021

C. van Bruggen et al https://edepot.wur.nl/544296

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 13

3.1. Aerius verschilberekening referentiesituatie vs gebruiksfase Met Aerius Calculator 2020 zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd. • De gebruiksfase is gemodelleerd als beschreven in hoofdstuk 2 • In de referentiesituatie is de bemesting van het grasland gemodelleerd als oppervlaktebron. • Het rekenjaar is overeenkomstig het rekenjaar voor de gebruiksfase: 2021 (het eerste jaar waarin uitvoering gegeven kan worden aan de planmogelijkheden). Rekenresultaten Er is een verschilberekening uitgevoerd tussen de referentiesituatie en de emissies die plaats vinden in de gebruiksfase. AERIUS rapporteert dat “de berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr”. Dit betekent dat per saldo de NOx depositie op alle kwetsbare habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden in de gebruiksfase niet groter is dan ten tijde van de referentiesituatie. Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 14

4. Emissies aanlegfase Tijdens de aanlegfase ontstaan NOx-emissies door de inzet van machinerie (veelal mobiele werktuigen), auto’s en vrachtwagens. Emissies ten gevolge van de aanleg kunnen per bouwlocatie variëren, afhankelijk van de gebruikte technieken, materialen, bodemgesteldheid, grondverzet, type gebouw, etc. Met AERIUS Calculator is berekend welke emissies door machinerie en transport toelaatbaar zijn zonder dat het aanlegfase leidt tot een stikstoftoename groter dan 0,00 mol/ha/jr op habitattypen en leefgebieden waarvan de kritische depositiewaarde is of dreigt te worden overschreden. Dit wordt in dit onderzoek de maximaal toelaatbare emissie ten gevolge van de aanlegfase genoemd. 4.1.1. uitgangspunten Aerius berekening aanlegfase • De machinerie en het transport is gemodelleerd binnen het plangebied, conform de rekenwijze voor de aanlegfase bij woningbouw in de Handreiking Woningbouw en Aerius8 van februari 2020. • De verspreidingsberekeningen voor de aanleg zijn uitgevoerd voor 2021. Dit is het eerste jaar waarin de bouwactiviteiten kunnen plaats vinden. 4.1.2. Maximaal toelaatbare jaarlijkse emissie door machinerie tijdens aanleg De maximaal toelaatbare jaarlijkse NOx-emissie door machinerie en transport in de aanlegfase is meer dan 570 kg per jaar.

Hierbij is rekening gehouden met de emissies in de referentiesituatie (bemesting grasland) Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd. 4.2. Uitvoerbaarheid van de aanlegfase De realisatiefase leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op een reeds overbelaste stikstofgevoelige habitat in het Natura 2000-gebied Duinen Lage Land Texel als de NOxemissies door machinerie en transport gedurende de aanlegfase jaarlijks niet hoger is dan 570 kg. Conform de defaultwaarden in AERIUS Calculator en de TNO emissiefactoren die voor het AERIUS Rekeninstrument beschikbaar zijn gesteld en sinds oktober 2020 gelden (en veel hoger zijn dan oude TNO emissiefactoren), wordt een jaarlijkse emissie van 570 kilo bereikt bij de inzet van bijvoorbeeld een graafmachine uit 2015 gedurende 5310 uren of een hijskraan uit 2015 gedurende 4500 uur9. (mobiel) werktuig [categorie] graafmachines 200 kW hijskranen 200 kW (mobiel) werktuig [categorie]

draaiuren vermo bouwbelasting bij gen jaar belasting [uur] [kW] [%] 3717 ≥2015 200 69% 3150 ≥2015 200 69%

NOx 0,8 1,0

draaiuren stationair

emissiefactor [g/l/u]

bouwjaar

idle [uur] graafmachines 200 kW hijskranen 200 kW 8

1593 ≥2015 1350 ≥2015

vermo gen

cilinder-

[kW] inhoud [L] 200 200

10,0 10,0

emissiefactor [g/kWh]

totale emissie [kg]

NH3 NOx NH3 0,00241 410,36 1,23582 0,00276 434,70 1,20004 totale emissie [kg]

NOx

NH3

10,0 10,0

0,00314 159,30 0,05005 0,00314 135,00 0,04242

NOx

NH3

https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/02/Handreiking-woningbouw-en-AERIUS.pdf

9 Uit metingen van TNO blijkt dat werktuigen een substantieel deel van de tijd stationair draaien: het

aandeel stationair draaien varieerde bij de metingen aan vier werktuigen tussen de 18% en 57% van de totale draaitijd (TNO, R10465). Voor de Klimaat- en Energieverkenning 2019 is door TNO uitgegaan van gemiddeld 30% van de tijd stationair draaien (TNO, P12134). Ook in dit onderzoek is uitgegaan dat 70% van de draaiuren de motor belast is en 30% van de draaiuren onbelast is (stationair draait). A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 15

Door de inzet van schone dieselwerktuigen (STAGE IV) en hybride werktuigen die op de bouwplaats elektrisch worden aangedreven is het mogelijk de emissie beperkt te houden. De benodigde borging in het ruimtelijk spoor van de maximale emissies door machinerie en transport van maximaal 570 kilogram is daarmee een vereiste het plan uitvoerbaar te maken. Als aan de drempel van 570 kg/j niet wordt voldaan, kan een omgevingsvergunning voor bouwen niet worden afgegeven. Van de drempel van 570 kg/j kan echter door middel van de verlening van een omgevingsvergunning worden afgeweken, als uit een actuele AERIUS-berekening blijkt dat bij een hogere emissie van NOx de kritische depositiewaarden van omliggende Natura 2000 gebieden niet worden overschreden. Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | 4 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 16

5. Conclusies Uit het uitgevoerde stikstofdepositie onderzoek ten gevolge van de planologische mogelijkheden die bestemmingsplanherziening “Oudeschild, uitbreiding bedrijventerrein” biedt kan het volgende worden geconcludeerd: 1. De beëindiging van het agrarisch grondgebruik met bemesting van de agrarische percelen (grasland) en het verdwijnen van de inzet van mobiele werktuigen op de percelen (bv. trekker) en verkeersbewegingen van en naar de percelen die plaats vindt voorafgaand aan de vaststelling van het plan is het onlosmakelijke (positieve) gevolg van de ontwikkeling en uitvoering van het onderhavige bestemmingsplan. Emissies door mobiele werktuigen, verkeer en kunstmest zijn buiten het onderzoek gelaten, waardoor de berekende positieve effecten een worstcase berekening zijn in het licht van interne saldering. 2. Er is een verschilberekening uitgevoerd tussen de referentiesituatie en de emissies die plaats vinden in de aanlegfase voor het rekenjaar 2021. De aanlegfase leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op een reeds overbelast stikstofgevoelige habitat in Natura2000-gebied “Duinen en Lageland Texel” als de NOxemissies door machinerie en transport gedurende de aanlegfase jaarlijks niet meer bedragen dan 570 kg.

Dit is uitvoerbaar, eventueel met de inzet van emissiearme werktuigen die voldoen aan tenminste STAGE IV en/ of hybride werktuigen die op de bouwplaats elektrisch worden aangedreven is het mogelijk de emissie beperkt te houden. De benodigde borging in het ruimtelijk spoor van de maximale emissies door machinerie en transport van maximaal 570 kilogram NOx is daarmee een vereiste het plan uitvoerbaar te maken. 3. De gebruiksfase van de bierbrouwerij Texel leidt bij een productiecapaciteit van 157.000 hectoliter per jaar op verschillende stikstofgevoelige en reeds overbelaste habitattypes en leefgebieden in het Natura2000-gebied "Duinen en Lageland Texel” een stikstofdepositie plaats vindt tot maximaal 0,01 mol/ha/jaar. Er is een verschilberekening uitgevoerd tussen de referentiesituatie en de gebruiksfase. AERIUS rapporteert “de berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr”. Dit betekent dat per saldo de NOx depositie op alle kwetsbare habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden in de gebruiksfase niet groter is dan ten tijde van de referentiesituatie. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten.

Er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming, dan wel een verplichting om een passende beoordeling uit te voeren ten gevolge van stikstoftoename.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL 1014.19.387.B01 IBAN: NL69ASNB0708271901 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 17

BIJLAGE: opgave bemesting van de agrarische percelen in het plangebied

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening referentiesituatie en gebruiksfase Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 1/13

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Gemeente Texel

laagwaalderweg , 1792 Oudeschild

Omschrijving

AERIUS kenmerk

BP Uitbreiding bedrijventerrein Oudeschild

RemHc5CpT7pB

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

27 juli 2021, 14:44

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

Situatie 2

Verschil

NOx

-

104,92 kg/j

104,92 kg/j

NH3

78,10 kg/j

< 1 kg/j

-77,86 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)

Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

Resultaten

uitbreiding van het bedrijventerrein ten behoeve van de huisvesting van de Texelse Bierbrouwerij die wil verhuizen om meer ruimte hebben voor een grotere productiecapaciteit (157.000 hectoliter) t.o.v. de feitelijke legale situatie voorafgaand aan vaststelling van het plan (grasland)

referentiesituatie gebruiksfase

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 2/13

Resultaten

Locatie referentiesituatie

Emissie referentiesituatie

Bron Sector

Grasland (netto 4,65 ha) Landbouw | Landbouwgrond

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

78,10 kg/j

-

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 3/13

Resultaten

Locatie gebruiksfase

Emissie gebruiksfase

Resultaten

Bron Sector

referentiesituatie gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

Brouwinstallatie nw1 Industrie | Overig

-

33,30 kg/j

Brouwinstallatie nw2 Industrie | Overig

-

33,30 kg/j

CV -ketel Industrie | Overig

-

30,30 kg/j

4a Vrachtverkeer en bestelbusjes tussen bedrijf enLaagwaalderweg Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

2,74 kg/j

4b Vrachtverkeer via noord bubeko Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

3,59 kg/j

5a auto's tussen bedrijf en Laagwaalderweg Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 4/13

Resultaten

Bron Sector

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

Emissie NH3

Emissie NOx

5b lichtverkeer op Laagwaalderweg noord Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

5c lichtverkeer op Laagwaalderweg zuid Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,13 kg/j

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 5/13

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Duinen en Lage Land Texel

0,01

0,00

0,00

Waddenzee

0,01

0,00

0,00

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

(mol/ha/j)

*

Resultaten

-

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

referentiesituatie gebruiksfase

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 6/13

Resultaten

Resultaten per habitattype

Duinen en Lage Land Texel Habitattype

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

H1330B Schorren en zilte graslanden (binnendijks)

0,01

0,00

0,00

H2130C Grijze duinen (heischraal)

0,01

0,00

0,00

H2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

0,00

ZGH2180Abe Duinbossen (droog), berken-eikenbos

0,01

0,00

0,00

H2130B Grijze duinen (kalkarm)

0,01

0,00

0,00

H2140B Duinheiden met kraaihei (droog)

0,01

0,00

0,00

H2160 Duindoornstruwelen

0,01

0,00

0,00

H2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

H2190B Vochtige duinvalleien (kalkrijk)

0,01

0,00

0,00

ZGH2180B Duinbossen (vochtig)

0,01

0,00

0,00

H2150 Duinheiden met struikhei

0,01

0,00

0,00

H2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

0,00

H2190Aom Vochtige duinvalleien (open water), oligo- tot mesotrofe vormen

0,01

0,00

0,00

H9999:2 Habitattype onbekend/onzeker KDW op basis meest kritische relevante type (H2130B;H2130C).

0,01

0,00

- 0,01

ZGH2180C Duinbossen (binnenduinrand)

0,01

0,00

- 0,01

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

- 0,01

referentiesituatie gebruiksfase

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

-

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 7/13

Resultaten

Waddenzee Habitattype

Verschil op (bijna) overbelaste hexagonen*

H1310A Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal)

0,01

0,00

0,00

-

H1320 Slijkgrasvelden

0,01

0,00

0,00

-

H1330A Schorren en zilte graslanden (buitendijks)

0,01

0,00

0,00

-

*

Resultaten

Hectare met hoogste verschil Situatie 1 Situatie 2 Verschil

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

referentiesituatie gebruiksfase

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 8/13

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

referentiesituatie

Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud NH3

Resultaten

Grasland (netto 4,65 ha) 118784, 562138 0,5 m 5,0 ha 0,3 m 0,000 MW 78,10 kg/j

Sector

Omschrijving

Stof

Emissie

Landbouw grond

Mestaanwending: dierlijke mest

NH3

78,10 kg/j

referentiesituatie gebruiksfase

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 9/13

Resultaten

Emissie (per bron)

Brouwinstallatie nw1 Locatie (X,Y) 118960, 562120 Uitstoothoogte 15,0 m Temperatuur emissie 200,00 °C Uittreeddiameter 0,4 m Uittreedrichting Verticaal geforceerd Uittreedsnelheid 1,7 m/s Temporele variatie Standaard profiel industrie NOx 33,30 kg/j Naam

gebruiksfase

Brouwinstallatie nw2 118960, 562120 Uitstoothoogte 15,0 m Temperatuur emissie 200,00 °C Uittreeddiameter 0,4 m Uittreedrichting Verticaal geforceerd Uittreedsnelheid 1,7 m/s Temporele variatie Standaard profiel industrie NOx 33,30 kg/j Naam

Locatie (X,Y)

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx

Resultaten

referentiesituatie gebruiksfase

CV -ketel 118960, 562128 3,0 m 0,000 MW Continue emissie 30,30 kg/j

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 10/13

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

9.437,0 / jaar NOx NH3

2,72 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Licht verkeer

1.046,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

4a Vrachtverkeer en bestelbusjes tussen bedrijf enLaagwaalderweg 118996, 562119 2,74 kg/j < 1 kg/j

4b Vrachtverkeer via noord bubeko 119009, 562221 3,59 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

4.943,0 / jaar NOx NH3

3,59 kg/j < 1 kg/j

referentiesituatie gebruiksfase

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 11/13

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

18.561,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

5b lichtverkeer op Laagwaalderweg noord 118997, 562254 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

4.494,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

5a auto's tussen bedrijf en Laagwaalderweg 118998, 562156 < 1 kg/j < 1 kg/j

5c lichtverkeer op Laagwaalderweg zuid 119011, 562044 1,13 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

15.113,0 / jaar NOx NH3

1,13 kg/j < 1 kg/j

referentiesituatie gebruiksfase

RemHc5CpT7pB (27 juli 2021) pagina 12/13

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=0fd2be54-a787-47c4-9de8-3e86f3fcccdc