Begroting 2023 Leer-werkbedrijf De Bolder_raad_definitief
Tekst van het document
240
Begroting 2022
Begroting 2023
122 26 6 13 45 9
145 23 12 14 50 9
221
253
De onderhoudskosten van machines nemen toe met de levensduur. Omdat de toekomstscenario’s van De Bolder op dit moment nog niet uitgekristalliseerd zijn, lijkt het niet verstandig grote investeringen te plegen. De post huur bedrijfsmiddelen bestaat uit de leasekosten voor bedrijfswagens. In de loop van 2021 was een elektrische personenauto in gebruik genomen en de verwachting is dat in de tweede helft van 2023 een leasecontract wordt gesloten voor een wasbus, die in de plaats komt van een van de transportbussen die aan vervanging toe is. De kosten productontwikkeling zijn kosten voor ontwikkeling van nieuwe producten of bedrijfsonderdelen, bedoeld om De Bolder toekomstbestendig te maken, rekening houdend met de nieuwe doelgroepen. Uit het positieve resultaat van 2018 is een Bestemmingreserve Transformatiekosten gevormd voor dekking van deze kosten. Hieraan is volgens het besluit over de jaarrekening van 2020 een deel (nl. € 59.000) van de opgeheven Reserve speciale trajecten Pwet aan toegevoegd. De kosten productontwikkeling worden aan deze Bestemmingsreserve Transformatiekosten onttrokken. OVERIGE OPBRENGSTEN Huuropbrengst gebouwen
25
17
20
Deze post is begroot op basis van de ten tijde van het opstellen van de begroting lopende verhuurcontracten van kantoorruimten, rekening houdend met een verhoging vanwege de gestegen energieprijzen. KOSTEN BEDRIJFSVOERING Salariskosten ambtelijk personeel
Deze post is opgebouwd uit de volgende onderdelen: Salaris & sociale lasten ambtelijk personeel Personeelskosten Inhuur payroll-medewerkers Totaal salariskosten ambtelijk personeel
979 30 0
1.020 58 112
916 42 190
1.089
1.190
1.148
De salarissen zijn begroot op basis van de werkelijke kosten per medewerker in 2022, rekening houdend met individuele periodieke verhogingen en een algemene loonsverhoging van 3%. De functie van directeur wordt sinds 23 mei jl tijdelijk ingevuld door een directeur ad interim die niet in dienst is, in afwachting van duidelijkheid over het toekomstscenario. Afschrijving vaste activa algemeen
Deze post wordt gespecificeerd als volgt: Afschrijving gebouwen en installaties 69 68 68 Afschrijving machines 52 58 74 Afschrijving inventaris 5 4 3 Afschrijving vervoermiddelen 4 4 2 Af: afschrijving t.l.v. de productie -/- 76 -/- 80 -/- 93 Totaal 54 54 54 Structureel wordt een deel van de afschrijvingen volgens schema onttrokken uit de investeringsreserves.
Overige bedrijfskosten
De overige bedrijfskosten kunnen als volgt worden onderscheiden: Onderhoudskosten gebouwen en installaties 202 Energieverbruik algemeen 41 Belastingen en verzekeringen 46 Overige algemene kosten 190 Diverse baten en lasten -/- 24
210 44 47 211 -
187 75 48 215 -
Totaal overige bedrijfskosten
512
525
480
- 23 -
Toelichting op het overzicht van baten en lasten
x € 1.000 Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Onderh. gebouwen & install.
De verlaging van deze post in de begroting van 2023 is het gevolg van een nieuw contract voor de schoonmaakkosten. Daartegenover zijn veel onderhoudskosten verhoogd in verband met de prijsspiraal.
Energieverbruik algemeen
In de begroting is rekening gehouden met verhoging van de gasprijs met factor 3,7 (exclusief de wettelijke opslag en belasting) en verhoging van de prijs voor elektriciteit met factor 2,2 (exclusief heffingen). De huidige contracten van De Bolder met de leveranciers lopen af op 31 december 2022 en de factor is de afgelopen tijd ook hoger geweest. Maar terwijl we de begroting opstellen, dalen de prijzen weer. De onzekerheid over de tarieven per 1 januari a.s. is groot en ook is onduidelijk of er eventueel nog compensatie komt van de overheid. Het totaal aan kosten vanwege energieverbruik is begroot op € 236.000, hiervan wordt € 161.000 doorbelast aan de productie. Dit bedrag is inbegrepen in de post grond- en hulpstoffen van totaal € 1.781.000 op pagina 23.
FINANCIËLE BATEN EN LASTEN Financiële baten en lasten
Deze baten en lasten kunnen als volgt worden gespecificeerd: Betaalde rente leningen 7 Ontvangen rente belegde reserves -/- 7 Overige rente -/- 14
8 -/- 7 -/- 16
8 -/- 4 -/- 14
Totaal financiële baten en lasten
-/- 15
-/- 10
-/- 14
Het rentepercentage van zowel de leningen als de belegde reserves is gelijk aan het percentage van de laatst afgesloten lening van de gemeente Texel bij een externe financiële instelling. Voor 2021 was dit percentage 0.365%, voor 2022 geldt 0.28%. ONTTREKKINGEN EN TOEVOEGINGEN AAN RESERVES Onttrekkingen
De specificatie van de onttrekkingen aan de diverse reserves is als volgt: Onttrekking investeringen 2003 20 Onttrekking investeringen 2018 21 Onttrekking reserve cofinanciering transitiekosten P-wet 14 Onttrekking reserve transformatiekosten 54 Onttrekking reserve egalisatie rekeningresultaten 29
20 28 14 45 92
19 45 14 50 191
Totaal onttrekking bestemmingsreserves
199
319
138
Na de toegestane onttrekkingen uit de bestemmingsreserves bedraagt het begrotingstekort voor 2022 € 147.400. Hiervan wordt in 2022 € 91.800 onttrokken uit de reserve egalisatie rekeningresultaten. Voor het resterende deel ad € 55.600 wordt eenmalig de algemene reserve van de gemeente aangesproken. In 2022 wordt in overleg met de gemeente een structurele oplossing gezocht voor 2 posten uit de begroting die zijn begrepen in de algemene kosten. Het gaat om een bedrag van € 15.000 dat De Bolder aan de gemeente betaalt voor vaste kosten en een bedrag van € 40.600 als bijdrage in de ict-kosten van de gemeente. Deze zoektocht is onderdeel van de toekomstscenario’s van De Bolder.
- 24 -
Toelichting op de reserves en voorzieningen Algemene reserve: De algemene reserve is bestemd als algemene buffer voor De Bolder om te voorkomen dat bij incidentele financiële problemen in de bedrijfsvoering er een beroep moet worden gedaan op de gemeentelijke begroting. De algemene reserve bedroeg volgens de jaarrekening 2021 ruim 8% van de totale jaarlijkse bedrijfslasten. Als bedrijf dat financieel voor 40% afhankelijk is van bedrijfsmatige ontwikkelingen die positief, maar ook negatief kunnen fluctueren, is een reserve van die omvang betrekkelijk gering. Als wordt gekeken naar de bedrijfslasten zonder loonkosten WSW en Participatiewet, want daarvoor wordt een bijdrage ontvangen, dan is de omvang van de algemene reserve voldoende. In navolging van de besluitvorming uit de perspectiefnota van de gemeente neemt De Bolder de lopende verliezen eerst ten laste van de eigen reserves. Bestemmingsreserves, bestaande uit: Investeringsreserves: Reserves investeringen (2003 en 2018 en 2020): Bij investeringen ten behoeve van de productie vindt steeds de afweging plaats of een investering wel rendabel is. Investeringen ten behoeve van de productie binnen een SW-bedrijf zijn bijna nooit voor 100% rendabel. Om passend werk te kunnen bieden wordt er soms toch besloten tot een investering waarvan van tevoren bekend is dat hij slechts in geringe mate bijdraagt aan de opbrengst uit productie.
De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden afgedekt uit deze reserve, waardoor de totale afschrijvingslasten van het hele bedrijf beperkt blijven tot commercieel verantwoorde hoogte. Reserve cofinanciering transitiekosten Participatiewet: De rijksoverheid heeft een transitiebudget van landelijk € 30 miljoen beschikbaar gesteld voor het financieren van de kosten om de SW-bedrijven om te vormen van uitvoerders van de WSW naar uitvoerders van de Participatiewet. Een voorwaarde hierbij was dat de bedrijven zelf minimaal 50% aan cofinanciering bijdroegen. De voor Texel in 2016 ontvangen subsidie bedroeg € 39.000, wat voor € 30.000 is gebruikt voor de gedeeltelijke financiering van enkele investeringen. Uit de winstbestemmingen van 2014 en 2015 zijn bedragen toegevoegd aan deze reserve voor de financiering van de goedgekeurde plannen. De afschrijvingslasten van de betreffende investeringen worden gedekt uit deze reserve. Kostenreserves: Reserve speciale trajecten Participatiewet: Uit de winstbestemming van 2015 was een bestemmingsreserve gevormd voor het ontwikkelen van speciale trajecten voor die doelgroepen van de Participatiewet waarvoor in de toekomst extra zorg nodig zal zijn, zoals voor de wajongers en oudere werkzoekenden.
In 2017 en 2018 werd deze reserve bijvoorbeeld gebruikt voor de dekking van een deel van de salariskosten van een productiemedewerker uit de doelgroep, die niet viel binnen de regels van de Participatiewet. Deze reserve is conform besluit bij de jaarrekening van 2020 herbestemd. Een deel (€ 100.000) is overgebracht naar de investeringsreserves en het restant (€ 59.000) is toegevoegd aan de Reserve egalisatie rekeningresultaten. Bestemmingsreserve Transformatiekosten: Uit de winstbestemming van 2018 is een bestemmingsreserve gevormd voor de inhuur van ondersteuning bij het opstellen van plannen en toekomstscenario’s, voor de inhuur van uitvoerend projectleiderschap en voor het uitvoeren van kleine pilots in het kader van het transformatieproces inclusief eventuele materiële kosten. Met het definitief afblazen van de samenvoeging van De Bolder en STT ontstond een nieuw vraagstuk over de langere termijn bestaansscenario’s van De Bolder. In de komende jaren is een transformatie van het productiebedrijf noodzakelijk om de toekomst van De Bolder veilig te stellen. Er worden diverse scenario’s onderzocht met betrekking tot samenwerking met andere (publiekeof private-) partners, er moeten aanpassingen worden doorgevoerd in de bedrijfsvoering door het aantrekken van nieuwe werkprojecten en/of het afstoten van bestaande projecten.
De Bolder heeft als uitvoeringsorganisatie geen eigen beleidscapaciteit en is daarmee aangewezen op externe inhuur van de benodigde expertise en/of projectleiders om al deze extra activiteiten vorm te geven. Door hiervoor een bestemmingsreserve te vormen en de betreffende kosten hieruit te financieren, komen deze noodzakelijke ontwikkeltaken niet ten laste van het exploitatieresultaat en houdt De Bolder daarmee haar handen vrij om, naast de lopende productie, ook te kunnen investeren in de ontwikkeling van de eigen toekomst. Het resultaat over 2020 was ook toegevoegd aan deze reserve. Risicoreserves: Reserve egalisatie rekeningresultaten: Al vanaf 2014 is in de meerjarenramingen een dalend rekeningresultaat voorzien. Uit de winstbestemmingen vanaf 2014 is een gedeelte van het voordelig resultaat in deze reserve gestort. De begroting van 2019 was de eerste begroting waarin het negatieve resultaat werd aangevuld vanuit deze reserve. Na uitvoering van het besluit over de jaarrekening van 2021 resteert nog € 283.000. Na onttrekkingen in 2022 en 2023 wegens de verwachte verliezen zal deze reserve volledig zijn uitgenut.
- 25 -
NIEUWE INVESTERINGEN 2023 (x € 1.000) Volgnr.
Omschrijving
Bedrag
% Afschr.
1
Vervanging afgeschreven productiemiddelen
100
10
V
2
Productiemiddelen
30
10
N
Totaal
130 N = Nieuw V = Vervanging
TOELICHTING OP DE INVESTERINGEN 2023 1.
In 2022 zijn diverse productiemiddelen afgeschreven. Vanwege het krimpende productiebedrijf wordt jaarlijks bezien of vervanging noodzakelijk is en of vervanging wegens veranderde productiewijze door hetzelfde productiemiddel moet plaatsvinden of door andersoortige apparatuur.
2.
Voor het omvormen van het productiebedrijf De Bolder naar een bedrijf met nog verder vereenvoudigde productieprocessen zijn soms nieuwe investeringen noodzakelijk. Er zal extra aandacht moeten zijn voor investeringen om essentiële productieprocessen te kunnen laten uitvoeren door medewerkers met geringere arbeidsvaardigheden. De afnemende vraag naar werkplekken binnen het productiebedrijf van De Bolder zal gevolgen hebben voor de noodzaak tot nieuwe investeringen, omdat werkplekken op termijn wegens minder beschikbare mensen komen te vervallen. Tegelijkertijd zal rekening moeten worden gehouden met investeringen die noodzakelijk zijn om het werk aan te passen aan de verminderde capaciteiten van medewerkers, door hun beperkingen en door toename van de gemiddelde leeftijd van de medewerkers in de WSW. Daarnaast zullen er de komende jaren ook werkplekken in stand moeten worden gehouden voor de bestaande WSW-doelgroep en voor de nieuwe doelgroepen vanuit de Participatiewet. Het is al een aantal jaren beleid om investeringen die zijn afgeschreven terughoudend (‘sober en doelmatig’) te vervangen door nieuwe investeringen en – indien technisch en economisch mogelijk – zoveel mogelijk te streven naar levensduurverlenging.
- 26 -
GRONDSLAGEN VAN DE FINANCIËLE VERSLAGLEGGING Algemene grondslagen De begroting voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording (BBV). De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Voor zover het BBV niet anders voorschrijft, zijn de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
- 27 -
Lijst van begrippen en afkortingen B&W: College van Burgemeester en Wethouders BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. In dit besluit worden voorschriften gesteld hoe de administratie van een gemeente moet zijn ingericht. BW: Begeleid werken Onderdeel van de Wet sociale werkvoorziening is de mogelijkheid tot begeleid werken. Dit houdt in dat een bedrijf of een instelling zelf overeenkomstig de voor dat bedrijf of instelling geldende cao een arbeidsovereenkomst sluit met een persoon behorende tot de doelgroep van de sociale werkvoorziening. De werkgever ontvangt dan jaarlijks een loonkostensubsidie en krijgt ook de mogelijkheid om voor een bepaald aantal uren per jaar de medewerker te laten ondersteunen door een jobcoach. Cao: Collectieve arbeidsovereenkomst Een cao wordt per bedrijfstak gesloten tussen de gezamenlijke werkgevers en de vakbonden. In de overeenkomst zijn de rechtspositieonderwerpen geregeld. FTE: Fulltime eenheid (of – eenheden) Het aantal dienstverbanden wordt teruggerekend naar fulltime eenheden ofwel voltijdsdienstverbanden. LIV: Lage-inkomensvoordeel Vanaf 2017 een nieuwe subsidie ter verlaging van de werkgeverslasten voor werknemers met een laag inkomen. Deze subsidie is onderdeel van de Wet tegemoetkomingen loondomein. LKS: Loonkostensubsidie.
De subsidie die aan een werkgever wordt verstrekt vanuit de WSW en de Participatiewet voor het in dienst hebben van een werknemer uit de doelgroep. Participatiebudget Met de komst van de Wet participatiebudget in 2009 zijn de bestaande schotten tussen diverse op re-integratie en participatie gerichte budgetten zoveel mogelijk weggenomen. Vanaf 2015 is ook de financiering van de WSW hierin opgenomen. P-wet: Participatiewet Vanaf 2015 is de WWB omgelabeld tot Participatiewet en omgevormd tot de opvolger van de WSW, de Wajong en de WWB met een geïntegreerde aanpak van de onderkant van de arbeidsmarkt. Reclassering: Dit is een zelfstandige organisatie die als doel heeft: voorkomen en verminderen van crimineel gedrag. Zij stimuleren een verdachte crimineel gedrag te veranderen en risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Reclassering werkt samen met Justitie, politie, zorg, gevangeniswezen en gemeenten. Reclassering ziet toe dat een, door de rechter of het Openbaar Ministerie opgelegde, werkstraf op de juiste manier wordt uitgevoerd. RVU: Regeling Vervroegd Uittreden In de onlangs afgesloten cao-WSW is voor werknemers de mogelijkheid opgenomen om 2 jaar voor de ingangsdatum van hun pensioen vervroegd uit te treden met een vaste uitkering per maand (zonder vakantietoelage en eindejaarsuitkering en geen pensioenopbouw).
SE: Standaard eenheid Is een formatieplaats, gecorrigeerd naar de mate van handicap. Voor een ernstig arbeidsgehandicapte geldt een factor van 1,25 t.o.v. de licht of matig gehandicapten. STT: Sociaal Team Texel Het STT is op Texel in plaats gekomen van de afdeling Sociale Zaken en Welzijn sinds gemeenten in Nederland in 2015 uitvoerder zijn geworden van de Participatiewet. Het STT is het aanspreekpunt betreffende zorg, jeugdzorg, WMO, werk en inkomen. SW: Sociale werkvoorziening Ca. 100 sociale werkplaatsen voeren in Nederland de WSW uit. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen De organisatie die ontstaan is door de samenvoeging van de vroegere bedrijfsverenigingen. Verzorgt de indicatiestelling voor de WSW en de Participatiewet. Het UWV is verantwoordelijk voor de re-integratie van personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De Bolder is vanaf 2018 op Texel het enige bedrijf aan wie een aanbesteding gegund is voor deze trajecten. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (tot 2015 Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten). Tot 2015 bood deze wet werk, arbeidsondersteuning en een voorziening voor inkomensachteruitgang aan jonggehandicapten en studenten. Vanaf 2015 is de toegang tot deze wet beperkt tot personen zonder enige arbeidsmogelijkheden.
WIA: Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen Bevordert dat werknemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikt zijn aan het arbeidsproces blijven deelnemen en regelt de inkomensverzekering van deze personen. WML: Wettelijk Minimum Loon WNT: Wet normering topinkomens Deze wet begrenst de maximale bezoldiging functionarissen in de publieke en semipublieke sector.
van
WSW: Wet sociale werkvoorziening De wet biedt mogelijkheden om personen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke beperking werk onder aangepaste omstandigheden te bieden. Dit kan bij het eigen bedrijf van de sociale werkvoorziening of bij bedrijven en instellingen die aan het plaatsen van een persoon met een beperking kunnen en willen meewerken. De wet is in 2015 voor nieuwe gevallen vervangen door de Participatiewet. WW: Werkloosheidswet De wet biedt voor werknemers een verplichte verzekering tegen inkomensachteruitgang wegens werkloosheid. WWB: Wet werk en bijstand Deze wet werd door de gemeente uitgevoerd en regelde de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand. De wet is in 2015 omgelabeld tot Participatiewet en omgevormd tot de opvolger van de WSW, de Wajong en de WWB met een geïntegreerde aanpak van de onderkant van de arbeidsmarkt.