Agendabundel
Tekst van het document
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
45
Ligging bestaande warmtenetten in Noord-Holland Noord
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
46
3.4 Visie op de warmtevoorziening De visie op de warmtevoorziening wordt vastgesteld in de lokale Transitievisies Warmte (TVW). Op het moment van schrijven hebben tien van de achttien gemeenten een Transitievisie Warmte vastgesteld (zie onderstaande figuur). De overige gemeenten zijn hard bezig met het opstellen van hun Transitievisie Warmte.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
47
Stand van zaken Transitievisies Warmte in Noord-Holland Noord
De gemeenten die nu al een TVW hebben vastgesteld gaan vooral eerst aan de slag in buurten waar een warmtenet een interessante optie lijkt. Dit is voornamelijk het geval in de grotere kernen, waar de benodigde schaalgrootte voor een warmtenet eerder in beeld komt. Het gaat in de regio Noord-Holland Noord met name om warmtenetten op lagere temperatuur, met een lokale warmtebron (zoals aquathermie en mogelijk zonthermie).
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
48
In Heerhugowaard, Alkmaar, Langedijk en Heiloo wordt actief gekeken naar de mogelijkheden van het uitbreiden van het bestaande warmtenet van HVC. In Hoorn werkt men aan een nieuw warmtenet in de wijk Kersenboogerd voor 1.850 corporatiewoningen. Ook wordt onderzocht of het net in de toekomst uitgebreid kan worden naar omliggende wijken. Zo wordt op termijn voldoende schaal bereikt om geothermie als bron mogelijk te maken. Tot die tijd zet men in Hoorn in op kleinschaliger lokale warmtebronnen, zoals aquathermie, als alternatief indien opschaling naar geothermie niet mogelijk is. In Medemblik lopen onderzoeken om het warmtenet van Agriport A7 uit te breiden richting een aantal wijken in de kern Medemblik. Daarnaast wordt in de TVW’s actief ingezet op energiebesparing en zijn er enkele buurten aangewezen als kansrijk voor verwarming met elektrische warmtepompen. Dat laatste geldt voornamelijk voor de kleinere woonkernen in landelijk gebied. Voor deze kernen ligt een warmtenet vaak minder voor de hand. De voortgang van de TVW in de regio Noord-Holland Noord wordt regionaal bijgehouden en is in te zien via een webviewer. Coöperatieve warmte Net als bij plannen voor hernieuwbare elektriciteit op land, bieden lokale initiatieven en een coöperatieve werkwijze kansen voor de warmtetransitie.
Participatie in de wijkaanpakken van de TVW leidt tot betere plannen; inwoners kennen hun buurt en hun woning het best. Lokale initiatieven verhogen het draagvlak; koplopers mobiliseren de andere inwoners in de buurt. Lokale initiatieven kunnen worden gestimuleerd door uitgangspunten hiervoor op te nemen in de TVW. De wijze waarop dit wordt vastgelegd verschilt per gemeente. Op schaal van de energieregio kunnen kennis en ervaring worden uitgewisseld. De Vereniging van Energiecoöperaties en Initiatieven in Noord-Holland (VEINH) kan daarbij ondersteuning bieden, zij heeft kennis over en ervaring met buurtwarmte 16.
3.5 Regionale samenwerking Energieregio Noord-Holland Noord heeft op dit moment een beperkt aantal regio-overstijgende restwarmtebronnen. Enkel in de deelregio Alkmaar is er al
16 Voor meer informatie, zie de website van Energie Samen en ‘Twintig lessen uit de praktijk van
bewonersinitiatieven in de warmtetransitie’.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
49
sprake van een bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. Deze deelregio heeft hiervoor een goed functionerende overlegstructuur opgericht die hieronder nog verder wordt toegelicht. In de andere deelregio’s is op dit moment nog geen sprake van bovengemeentelijke warmte-infrastructuren en is er daarom geen sprake van regionale samenwerking op dit onderwerp. Wanneer projecten zich ontwikkelen kan ook in de Kop van Noord-Holland verdere samenwerking alsnog worden opgezet. De gemeenten in Noord-Holland Noord hebben een breed gedeelde wens om van elkaar te kunnen leren en hebben behoefte aan inhoudelijke ondersteuning bij het treffen van maatregelen in de warmtetransitie. Hoewel er in de regio Westfriesland nog geen sprake is van bovengemeentelijke warmteinfrastructuren, willen de gemeenten hierin samen optrekken. Bijvoorbeeld bij de afstemming met de regionaal actieve woningcorporaties, netbeheerders en op het gebied van kennis delen. In de Kop van Noord-Holland overleggen de gemeenten regelmatig over de Transitievisie Warmte. Hier delen zij kennis en ervaringen en pakken gezamenlijk onderzoeken op naar kansrijke warmtetechnieken. Zo is er in het verleden al gezamenlijk gekeken naar de uitwisseling van warmte tussen Den Helder en Hollands Kroon, en eventuele aansluiting van kernen bij de regio Alkmaar. De regio zet deze samenwerking ook de komende jaren voort.
Verdere inhoudelijke ondersteuning wordt in de energieregio geleverd door het Servicepunt Duurzame Energie. Hierna gaan we nog dieper in op de regionale samenwerking in de regio Alkmaar, en de ondersteuning van het SPDE. Samenwerking rondom warmtenet regio Alkmaar Het warmtenet in de regio Alkmaar strekt zich uit van de bio-energiecentrale van HVC op bedrijventerrein Boekelermeer in Alkmaar tot aan Broek op Langedijk in de gemeente Langedijk en glastuinbouwgebied Alton in Heerhugowaard. Het warmtenet is volop in ontwikkeling. Zowel nieuwbouw als bestaande bebouwing sluit aan op het warmtenet. HVC, de gemeenten Alkmaar, Heerhugowaard en Langedijk, de woningcorporaties en andere stakeholders werken daarbij samen (Warmtetransitie HAL-gemeenten). Zij streven naar versnelling van de warmtetransitie en het mobiliseren van uitvoeringskracht om kansrijke projecten te realiseren. De afgelopen jaren verliep de samenwerking voornamelijk organisch en projectgestuurd. Nu de warmtetransitie in een stroomversnelling raakt en de plannen van de gemeenten steeds concreter worden, groeit de behoefte aan regie, afstemming en houvast. Deze zijn nodig om afzonderlijke projecten in een regionale en projectoverstijgende structuur en samenhang met elkaar te verbinden.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
50
De verschillende partijen werken daarom aan het opzetten en onderhouden van een overlegstructuur. Hierin wordt op zowel bestuurlijk als strategisch en operationeel niveau efficiënt de afstemming gezocht en kennis gedeeld. Ook zijn de HAL-partijen voornemens om in 2021 gezamenlijk een warmteregisseur aan te stellen. Zo geven de samenwerkingspartners handelingsperspectief aan de Transitievisies Warmte van de gemeenten en aan de prestatieafspraken tussen woningcorporaties en gemeenten. Ondersteuning door het Servicepunt Duurzame Energie Vanuit de Provincie Noord Holland ondersteunt het Servicepunt Duurzame Energie gemeenten en andere organisaties in Noord-Holland bij de energietransitie in de gebouwde omgeving. Het Servicepunt deelt kennis en is gangmaker voor het onderlinge gesprek. Strategie op Maat Welke stappen zet je na je Transitievisie Warmte? Wat betekent de nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening voor gemeenten? Hoe geef je een isolatiestrategie vorm en hoe maak je verbinding met andere duurzaamheidsthema’s? Onder de programmalijn Strategie Op Maat gaat het servicepunt aan de slag met dit soort vraagstukken. Eerste Hulp Bij Uitvoering (EHBU) Eerste Hulp Bij Uitvoering biedt concrete ondersteuning voor wijkaanpakken. Dat kan op technisch, financieel, organisatorisch en juridisch vlak, maar ook op het gebied van participatie en communicatie.
Het servicepunt ondersteunt op maat, passend bij de verschillende fasen waarin gemeenten nu verkeren en de diversiteit aan werkwijzen. Samen Slim Leren (SSL) Binnen de provincie is enorm veel kennis aanwezig en mogelijkheden om kennis te ontwikkelen. Via gezamenlijke leercommunities, games en andere originele methodes daagt het servicepunt gemeenten uit, soms gezamenlijk met hun stakeholders, om samen te werken aan die doorontwikkeling.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
51
4. Vervolg na de RES 1.0 De RES is een continu proces. Elke twee jaar bekijkt de regio de RES opnieuw. Verloopt de uitvoering volgens planning, moet er worden bijgestuurd of moeten er nieuwe projecten worden opgenomen? Ook kunnen op deze manier nieuwe (technologische) ontwikkelingen worden meegenomen. Vervolgens wordt een nieuwe RES gemaakt (RES 2.0 en verder). In dit proces is opnieuw ruimte voor inwoners en belanghebbenden om hun stem te laten horen. Na vaststelling van de RES 1.0 werken gemeenten door om de zoekgebieden verder uit te werken, worden de uitkomsten van de RES 1.0 verwerkt in de uitvoeringsinstrumenten van het omgevingsbeleid en wordt een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld. Concretisering zoekgebieden De concretisering van de zoekgebieden loopt door na de vaststelling van de RES 1.0. Het is aan gemeenten om hier uitvoering aan te geven en dit samen met initiatiefnemers en belanghebbenden op te pakken. De Participatiecoalitie Noord-Holland kan daarbij een rol spelen. Ook na de RES 1.0 blijft er ruimte voor nieuwe initiatieven. Als een gemeente besluit om een zoekgebied toe te voegen, te wijzigen of te schrappen, wordt dat zichtbaar in de RES-viewer. Deze viewer bevat de meest actuele situatie van de zoekgebieden. Voor het borgen van de ruimtelijke samenhang in de regio heeft de provincie een regierol.
“Elke gemeente zou een iconisch energieproject moeten hebben”. Sanne van Dorp, deelnemer Jongerentafel
Verwerken in omgevingsbeleid De in de RES 1.0 gemaakte afspraken krijgen een juridische status als deze worden uitgewerkt en vastgesteld in omgevingsrechtelijke instrumenten. Het Klimaatakkoord wijst in dit verband op de gemeentelijke omgevingsvisies, programma’s en omgevingsplannen. Ook de provinciale omgevingsvisie, omgevingsverordening en projectbesluiten zijn instrumenten om de RES juridisch vorm te geven. Het bevoegd gezag bepaalt hoe de RES vertaald wordt naar het omgevingsbeleid. Het gaat daarbij zowel om de inpassing van grootschalige energieopwek, als om benodigde ruimte voor de aanpassing van
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
52
energie-infrastructuur. Doelstelling is om in 2021 de keuzes in de RES geborgd te hebben in het omgevingsbeleid van gemeenten en provincie. Regionaal uitvoeringsprogramma De programmaorganisatie RES NHN heeft het proces tot aan de vaststelling van de RES 1.0 gefaciliteerd en ondersteund, in de periode 2019, 2020 en de eerste helft van 2021. Door de betrokken overheden en stakeholders is de wens geuit om na de vaststelling van de RES 1.0, de regionale ondersteuning vanuit een programmaorganisatie te continueren. Daarnaast is het voorstelbaar dat regionale samenwerkingsafspraken nodig zijn voor de uitwerking en uitvoering van de RES. Ook is het wenselijk om afspraken, kaders en een aanpak vast te leggen voor het proces naar de RES 2.0. Hiervoor wordt een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin worden uitgewerkt: •
regionale samenwerkingsafspraken met betrekking tot de uitwerking van de zoekgebieden voor zon en wind en de Regionale Structuur Warmte;
•
afspraken, kaders en aanpak voor het proces naar de RES 2.0;
•
afspraken met betrekking tot data en monitoring van de voortgang van de uitvoering;
•
afspraken over inzet en verdeling van capaciteit en uitvoeringsbudget.
Ook zal in het uitvoeringsprogramma aandacht besteed worden aan: •
de rollen van en afspraken met samenwerkingspartners (Participatiecoalitie Noord-Holland, Coalitie Duurzame Energie, agrariërs, PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland, Rijksvastgoedbedrijf enz.);
•
welke mogelijkheden er zijn om lokale initiatieven te ondersteunen en te financieren;
•
hoe en in welke mate gemeenten ondersteund kunnen worden bij de procesparticipatie en verdere uitwerking van de zoekgebieden;
•
aanpak voor transparante informatievoorziening.
Voor en na de zomer van 2021 wordt input opgehaald voor dit regionaal uitvoeringsprogramma bij de betrokken overheden, bestuurders, volksvertegenwoordigers en samenwerkingspartners. De invulling van het regionaal uitvoeringsprogramma is mede afhankelijk van een rijksbijdrage voor het vervolgproces. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten. Besluitvorming over het regionaal uitvoeringsprogramma volgt om deze redenen eind 2021. Advies jongeren: geen ver-van-hun-bedshow Jongeren zijn tot dusver nog niet expliciet in het RES-proces betrokken. Dit terwijl zij de rest van hun leven te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering. Neem daarom lokale influencers mee in de communicatie, betrek scholen, installeer een jongerenraad, en zet gericht sociale media in. Jongeren willen zich gehoord
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
53
voelen. Hun input moet serieus worden gewogen bij besluitvorming. En biedt jongeren ook perspectief en verantwoordelijkheid om zelf bij te dragen aan de energietransitie en verbetering van de biodiversiteit. Laat jongeren niet alleen meedenken, maar ook meedoen.
Monitoring en data Om de energietransitie vorm te kunnen geven en uit te kunnen voeren, is het noodzakelijk om het monitoren, leren en bijsturen consequent onderdeel te maken van de RES. De toegang tot actuele, betrouwbare data speelt hierin een belangrijke rol, denk bijvoorbeeld aan de elektriciteitsproductie met behulp van wind en (grootschalig) zon-PV en de ontwikkeling van vraag en aanbod van warmte. De provincie draagt in nauwe samenwerking met de gemeenten en de netbeheerders zorg voor eenduidigheid, toegankelijkheid, vergelijkbaarheid en optelbaarheid van cijfers op de verschillende (bestuurlijke) niveaus. Daarbij wordt aangesloten op de landelijke monitoringssystematiek. De provincie ondersteunt hiermee de implementatie en actualisatie van de RES’en en neemt hierin een regierol. Samenwerkingsafspraken met betrekking tot data en monitoring worden vastgelegd in het regionaal uitvoeringsprogramma. Participatie Participatie is een doorlopend proces en stopt niet bij de RES 1.0. Participatie vindt plaats richting de RES 2.0 én op projectniveau (tot aan de omgevingsvergunning). Voor participatie op projectniveau is de gemeente, samen met de initiatiefnemer, aan zet. Voor het proces naar de RES 2.0 wordt een regionaal uitvoeringsprogramma opgesteld.
De afspraken met betrekking tot regionale samenwerking, ondersteuning aan gemeenten, participatie en aanpak richting de RES 2.0 worden hierin uitgewerkt. De Participatiecoalitie Noord-Holland en de energiecoöperaties in de regio kunnen helpen in participatietrajecten.
“Onze ambitie gaat ver. We willen doen wat goed is voor onze inwoners, samen met onze inwoners.” Rosalien Den Dolder, Wethouder Koggenland
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
54
In het Klimaatakkoord17 is afgesproken in te zetten op een grote mate van participatie van de lokale omgeving bij duurzame energie. Daarbij is onderscheid te maken in participatie gedurende de beleidsfase, in aanloop naar een energieproject, en projectparticipatie zodra het project vorm begint te krijgen.
Voortzetten van samenwerking De RES 1.0 is tot stand gekomen na een intensief samenwerkingstraject van overheden, netwerkbeheerders en maatschappelijke organisaties. Deze samenwerking wordt door alle partijen gewaardeerd en als waardevol beschouwd. Om de opgenomen ambities en afspraken in de RES verder te brengen, is het van belang deze samenwerking te continueren. Naast samenwerking met lokale en regionale partijen wordt ook de samenwerking met het Rijk verder gebracht. Dit gebeurt zowel via het Nationaal Programma RES als via het programma Opwekking van Energie op Rijksvastgoed (OER) (zie kader hierna).
Programma OER Rijkswaterstaat, Rijksvastgoedbedrijf en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) werken sinds eind 2018 in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat samen met de regio in het pilotprogramma Hernieuwbare energie op rijksgrond. In dit programma onderzoekt en leert het Rijk hoe rijksgrond zo optimaal mogelijk en met maatschappelijk draagvlak kan worden ingezet voor het opwekken van hernieuwbare energie. Als onderdeel van het programma worden door Rijkswaterstaat de in de RES opgenomen zoekgebieden langs de hoofd- en vaarwegen waar hernieuwbare energieopwekking realistisch en kansrijk worden geacht, in kaart gebracht. Hierbij wordt rekening gehouden met de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Deze locaties worden binnen de kaders van de RES afgestemd met gemeenten en/of provincie. Als er gezamenlijk met de partijen binnen de RES voor wordt gekozen om deze locaties te ontwikkelen, worden deze met gebruikmaking van een tendersystematiek opengesteld voor geïnteresseerde marktpartijen.
Wat wordt van het Rijk gevraagd? Om te komen tot een effectieve en tijdige uitvoering van de RES is meer nodig dan alleen de inzet vanuit de energieregio’s. Tijdens het RES-proces is aandacht gevraagd voor het ontwikkelen van rijksbeleid voor: •
mogelijkheden voor het combineren van agrarische activiteiten met opwekking van hernieuwbare energie. Hierbij kent met name het huidige
17 Klik hier voor meer informatie over participatie van de lokale omgeving bij duurzame energie.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
55
belastingstelsel belemmeringen. Het Rijk wordt gevraagd deze belemmeringen in kaart te brengen en waar mogelijk aanpassingen te doen; •
de wet- en regelgeving rond het Bouwbesluit. Deze kent nog geen verplichtend karakter om initiatiefnemers duurzaamheidsmaatregelen op te leggen, zoals het toepassen van zonnepanelen op grote bedrijfsdaken en isolerende maatregelen bij nieuwbouw. Ook het energieneutraal bouwen is hierin nog onvoldoende geïntegreerd. Het Rijk wordt gevraagd te onderzoeken welke wet- en regelgeving, naast de huidige aanpassingsagenda, aangepast kan worden om gemeenten en provincies hierin meer mogelijkheden te bieden;
•
het oplossen van knelpunten in de SDE-systematiek om de RESdoelstellingen te bereiken (o.a. zon op dak stimuleren, opgaven combineren, maatschappelijke kosten, slimme energieoplossingen);
•
ook is er vanuit de regio behoefte aan een standpunt van het Rijk over de inzet van kernenergie.
Daarnaast is door netbeheerder aandacht gevraagd voor het aanbieden van de juiste landelijke gereedschappen voor de ontwikkeling van de benodigde netinfrastructuur. Het gaat daarbij om: •
Nieuwe spelregels om het bestaande elektriciteitsnet slimmer en beter uit te nutten, denk aan: o
aanpassing van wet- en regelgeving om snellere en efficiëntere aansluiting van duurzame energieprojecten en transport van duurzame energie mogelijk te maken;
o
financiële prikkels om opgewekte energie zoveel als mogelijk lokaal in balans te brengen en te zorgen dat het tarief voor kleinverbruikers en grootverbruikers het gebruik van energie stimuleert op het moment dat er veel aanbod is. Maatregelen om een betere afstemming van vraag en aanbod mogelijk te maken zoals smart charging maken hier ook onderdeel van uit.
•
Meer regie via een Nationaal Programma Energiesysteem (NPES) voor regie en integraliteit: Willen we de klimaatdoelen halen dan vraagt dit om echte regie, via een langjarige programmatische samenwerking tussen overheden en netbeheerders, gericht op uitvoering. Dit vraagt op landelijk en regionaal niveau integrale afstemming over de sectoren heen, zodat met behulp van heldere prioritering én een duidelijke (ruimtelijke en systeemtechnische) meerjarenplanning de transitie efficiënt gerealiseerd kan worden. Hierbinnen is er aandacht voor ruimte voor infrastructuur en snellere besluitvormingsprocedures inclusief escalatiemechanismen.
•
Maatregelen die ertoe leiden dat er meer technici worden opgeleid voor de energietransitie.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
56
•
Gemeenten realiseren de warmtetransitie lokaal en moeten voldoende flexibiliteit hebben om tot maatwerkoplossingen te komen. Zij moeten de mogelijkheid hebben om bedrijven in publiek eigendom, waaronder de netwerkbedrijven, aan te kunnen wijzen als warmtebedrijf. Wetgeving moet niet gericht zijn op het reguleren van één type voorziening, maar de diversiteit aan netten ondersteunen, ruimte bieden voor toekomstige innovaties en een gelijk speelveld creëren voor alle partijen die actief kunnen zijn in warmte, zowel privaat als publiek. Open, onafhankelijke warmtenetten moeten daarbij blijven worden toegestaan.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
57
5. Kop van Noord-Holland 5.1
Beschrijving: aanbod en zoekgebieden
Potentie van de Kop van Noord-Holland De Kop heeft de ambitie om in 2030 2,27 TWh hernieuwbare energie op te wekken. Dit is een optelling van 1,75 TWh van bestaande en 0,52 TWh van nieuw te realiseren projecten. Het grootste gedeelte van de bestaande energieopwekking in de regio Noord-Holland Noord wordt gerealiseerd in het windpark Wieringermeer. Toch ziet de regio dat er meer potentie is voor de opwekking van duurzame energie. In onderstaande kaart zijn de zoekgebieden ingetekend. De zoekgebieden komen voort uit een technische analyse van de mogelijkheden en randvoorwaarden in de regio, meerdere (lokale) ateliers met stakeholders en belanghebbenden, ontvangen reacties en wensen
De Kop van Noord-Holland (hierna ook: ‘de Kop’) is een wijds en dunbevolkt gebied. In vergelijking met andere Noord-Hollandse regio’s is hier veel ruimte, wat kansen biedt voor duurzame energie. Windpark Wieringermeer is hiervan een voorbeeld. Ook heeft de regio gunstige fysieke omstandigheden voor wind- en zonne-energie. Dit sluit aan op de ambitie van de Kop van NoordHolland om dé energie-innovatieregio van Nederland te zijn. De mogelijkheden zijn niet oneindig. De Kop heeft waardevolle natuur en landschappen, en de land- en tuinbouw en het toerisme zijn belangrijke economische dragers. Leefbaarheid staat hoog in het vaandel van de regio. Zon en wind op agrarische percelen liggen niet voor de hand; in de duinen is dat zelfs
en bedenkingen op de concept-RES en uiteindelijk een politieke keuze. onbespreekbaar.
Daarnaast dagen de Kop van Noord-Holland, Westfriesland en de provincie het Rijk uit om samen het Plan Duurzaam Leefbaar, met natuurontwikkeling in combinatie met zonne-atollen te realiseren in de Wieringerhoek van het IJsselmeer. De opbrengst van deze locatie komt dan boven de gestelde ambitie van 2,27 TWh van de Kop van Noord-Holland. Het plan kent een potentie van 0,7 TWh voor de Kop van NH. Het plan wordt nog uitgewerkt, de regio acht het daarom te vroeg om de potentiële opbrengst nu al toe te voegen aan de ambitie voor 2030. De regio stelt randvoorwaarden aan de ontwikkeling: er mogen geen negatieve effecten zijn voor de landbouw en de doorvaarbaarheid en er moet meerwaarde zijn voor recreatie, natuur en ecologie. Zoekgebieden De zoekgebieden in de RES 1.0 zijn richtinggevend voor het aanbod naar het Rijk, maar de precieze haalbaarheid, wenselijkheid en invulling worden nader onderzocht. Daarnaast sluit deze kaart met zoekgebieden bestaande initiatieven én nieuwe initiatieven niet uit, deze zullen ook op haalbaarheid en wenselijkheid worden onderzocht. Er kunnen dus zoekgebieden bij komen en afvallen.
RES 1.0 NOORD-HOLLAND NOORD – 21 APRIL 2021
58