Agendabundel
Tekst van het document
UP21. Beperking risico’s grote containerschepen boven de Waddeneilanden In opdracht van het ministere van IenW is onderzoek uitgevoerd naar de risico’s van grote containerschepen boven de Waddeneilanden in verschillende weersomstandigheden. Naar aanleiding van dit onderzoek zijn in het kader van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) gesprekken gevoerd met de buurlanden. De landen werken nu in IMO-verband aan een niet-dwingend voorstel voor aanpassing van de bestaande routeringsmaatregelen boven de Wadden.
18
Andere initiatieven in dit Uitvoeringsprogramma die bijdragen aan de veranderdoelen van dit deelprogramma zijn onder meer: - Onderzoek ecologische effecten klimaatverandering (UP10). - Organisatie kennishuishouding en opstellen Kennisagenda (UP23). Hier zetten we het gesprek over voort - De tracékeuze voor de aanlanding van windenergie die is opgewekt op de Noordzee. - Gaswinning onder de Waddenzee in de context van de nationale klimaatdoelen, het bevorderen van een betrouwbare en betaalbare energievoorziening in Nederland en het voorkomen van schade aan de natuur van de Waddenzee. - De kansen voor het beperken van de effecten van bestaande en nieuwe defensieactiviteiten op de kernwaarden van het Waddengebied. - Het benutten van slib voor klimaatadaptatie (ook buiten het Eems-Dollardgebied. - Het verkennen van de wenselijkheid en mogelijkheid voor afbouw van schelpenwinning.
19
4. De UP-initiatieven uitgewerkt Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de 21 initiatieven uit hoofdstuk 3, waar de partijen in deze programmaperiode mee aan de slag gaan. De toelichtingen gaan in op de trekker van het initiatief en de betrokken partijen, het beoogde eindresultaat in 2026 is, de bijdrage aan de doelen van de Agenda, de voortgang tot nu toe en de vervolgplanning en tot slot de benodigde inzet van de partijen om de initiatieven uit te voeren, uitgedrukt in geld en capaciteit. De uitwerking is nog niet compleet. De planning en vervolgstappen zijn nog niet altijd scherp. De komende maanden vullen we dit overzicht samen met de initiatieftrekker en betrokken partijen aan. We zullen de voortgang periodiek actualiseren.
20
UP1. Handelen vanuit ecologische principes Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de Coalitie Wadden Natuurlijk. Berokken is onder meer het Omgevingsberaad Wadden Korte toelichting Menselijk medegebruik en ecologie moeten beter in balans komen om de Waddennatuur te kunnen behouden en ontwikkelen. Dit initiatief draagt daaraan bij doordat partijen in een zo vroeg mogelijke fase - liefst dicht bij de stap van ideevorming naar initiatieven en liefst ver voor de stap van formele procedures - met elkaar in gesprek gaan over de passendheid van het initiatief binnen de doelstelling van het Waddengebied. Dat gebeurt in het Omgevingsberaad Waddengebied. De inzet is dat partijen voorgenomen initiatieven aanmelden bij het Omgevingsberaad voor een zogenaamde maatschappelijke toetsing, voorafgaand aan de formele vergunningverlening. Op basis van een nog te ontwikkelen kader stelt het Omgevingsberaad een preadvies voor de vergunningverlener op. Het advies gaat ook in op de cumulatieve effecten op de ecologische milieugebruiksruimte. De initiatiefnemer kan het preadvies benutten om het voorgenomen initiatief te optimaliseren. Vergunningverleners kunnen het kader en het preadvies benutten om tot een goede afweging te komen over de vergunningverlening.
Beoogd resultaat De inzet is dat een loket ontstaat dat initiatiefnemers weten te vinden voor een preadvies en dat de vergunningverlener het kader en de preadviezen goed kan hanteren en het ook daadwerkelijk benut. Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan de doelen van alle deelprogramma’s. Voortgang Nog niet gestart. Planning en vervolg Het initiatief start in 2022 en in 2023 vindt een pilot plaats. De eerste stap zijn een of meer gezamenlijke sessie(s) met betrokken partijen – stakeholders, vergunningsverleners en natuurbescherming – om te komen tot een werkwijze en een kader. Kosten en capaciteit PM
21
UP2. Natuurbeheer, -herstel en ontwikkeling Beoogd resultaat Het resultaat is een stappenplan om de habitats in 2030 minimaal in een matige staat van instandhouding te brengen en in 2035 in een goede staat van instandhouding. De staat van het voedselweb wordt leidend voor het leveren van ecosysteemdiensten en de integrale aanpak van de kustzone is daar dienend aan.
Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekkers zijn de Coalitie Wadden Natuurlijk en het ministerie van LNV. Ze werken samen met de Beheerautoriteit Wadden en de beheerders in het Waddengebied. Korte toelichting In verschillende programma’s werken de partijen gezamenlijk aan actief natuurherstel: onder meer in het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW), het Beheerplan Natura 2000, de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW), het Programma Eems-Dollard 2050 (ED2050), het Investeringskader Waddengebied (IKW) en het Waddenfonds. Voor natuurbehoud en -ontwikkeling is het nodig meer rust te creëren en het menselijk medegebruik en de bodemberoering te verminderen. Daardoor verbeteren de omstandigheden voor biobouwers en onderwaterhabitats. Ook is het nodig de natuurlijke dynamiek en de ecologische samenhang te vergroten. Hiervoor zijn in het Doelendocument verschillende veranderdoelen geformuleerd. Het behalen van deze veranderdoelen is leidend voor dit initiatief, waarbij de nadruk ligt op natuurontwikkeling door rust aan de kust en op de bodem te creëren en de natuurlijke dynamiek te vergroten.
-
Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de doelen voor: Natuur van Wereldklasse, veranderdoelen 1 t/m 4. Voortgang Nog niet gestart. Planning In 2023 ligt er een plan van aanpak gekoppeld aan het stappenplan om de eerste drie veranderdoelen vorm te geven. Vervolg PM Kosten en capaciteit PM
22
UP 3. Programma ED2050, 2e tranche Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de provincie Groningen. De provincie werkt hierbij samen met de andere opdrachtgevers van het programma ED2050: de ministeries van IenW en LNV en Rijkswaterstaat. Andere betrokken partijen zijn Groningen Seaports, de gemeenten Het Hogeland, Eemsdelta en Oldambt, de waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest en Het Groninger Landschap.
Beoogd resultaat Het programma ED2050 heeft twee hoofddoelen (Programmaplan 2021-2026): de vertroebeling verminderen en de natuurlijke leefgebieden langs de randen van de Eems-Dollard versterken. Daarbij is omgaan met klimaatverandering en inspelen op andere opgaven in het gebied - onder meer voor landbouw en waterveiligheid - een belangrijke randvoorwaarde.
Korte toelichting De Eems-Dollard is het enig overgebleven estuarium van de Waddenzee. Het is een van de laatste plekken in Nederland waar zoet en zout water samen komen en waar de bijbehorende estuariene habitats en soorten te vinden zijn. Deze natuur staat wel onder druk. In de Eems-Dollard ondervindt de natuur invloed van industriële bedrijvigheid langs de randen van het estuarium. Door inpoldering en vaargeulverdieping is sprake van onnatuurlijk hoge concentraties slib in het water, waardoor de voedselproductie van het systeem is afgenomen en het aantal vissen, vogels en planten achteruitgaat. Daarnaast zijn er te weinig geschikte leefgebieden voor vogels, vissen en kleine bodemdieren die passen bij een estuarium.
Met het programma werken de partijen via zeven inhoudelijke strategieën aan de ecologische doelstellingen: - Het onttrekken van slib en het nuttig toepassen daarvan in onder meer dijkversterking en verbetering van landbouwgronden. - Het versterken van de buitendijks sedimentatie gecombineerd met natuurverbetering. - Het creëren van nieuwe natuurgebieden binnendijks, in combinatie met slibinvang en versterking van de beleving van het gebied. - Het verkennen van kansen om baggeren en verspreiden van zand en slib te combineren met natuurherstel of het verminderen van de impact op natuur. - Het creëren van voldoende broedgebieden en hoogwatervluchtplaatsen. - Het verkennen van de kansen voor versterking van onderwaterleven en biobouwers. - Het verbeteren en borgen van goed natuurbeheer binnen- en buitendijks.
In het Programma Eems-Dollard 2050 werken overheden, natuur- en milieuorganisaties en bedrijven samen om de natuur te herstellen en economische ontwikkelingen mogelijk te maken. De komende jaren wordt gewerkt aan het terugdringen van de vertroebeling door jaarlijks 1 mln./ton slib (droge stof) uit het systeem te onttrekken. Het onttrokken slib wordt benut voor bodemverbetering, het ophogen van landbouwgronden, dijkversterking en bouwblokken voor diverse toepassingen. Langs de randen van het estuarium vindt natuurherstel plaats door nieuwe leefgebieden en zachtere overgangen tussen land en water en zoet en zout water te creëren, in combinatie met slibinvang, recreatie en waterveiligheid. Belangrijke projecten in de 2e tranche (vanaf 2021) zijn de pilot Ophogen landbouwgrond, IBP-VLOED, MIRTverkenning Eemszijlen, de inrichting en exploitatie van het tussengebied van de Dubbele Dijk voor slibinvang, natuurherstel en zouttolerante en natte teelt, de monitoring van de Kleirijperij, de aanleg van de Brede Groene Dijk en de inrichting van de Kleine en Groote Polder.
Cruciaal in dit grensoverschrijdend gebied zijn ook de twee overkoepelde strategieën: het benutten en versterken van de samenwerking met Duitsland en een goed ondersteunend kennisprogramma. De beoogde resultaten per strategie in 2026 staan in het Programmaplan 2021-2026. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Natuur van Wereldklasse, veranderdoel 6. - Havens, veranderdoelen 4 en 5. Voortgang en planning Ieder kwartaal ontvangt de Stuurgroep Economie en Ecologie in Balans een rapportage over de voortgang van de strategieën en projecten. Ieder jaar wordt een monitoringrapportage opgesteld.
23
De beoogde (tussen)resultaten in de periode 2021-2026 staan in het programmaplan. De programmahorizon is het ecologische streefbeeld in 2050. Kosten en capaciteit De programmakosten bedragen circa € 150.000,- (exclusief € 100.000,- voor het kennisprogramma) en de inzet van 7 fte door de opdrachtgevende partijen. De uitvoeringskosten van de projecten worden bekostigd uit onder meer het Waddenfonds, de PAGW, het HWBP, LIFE-IP en cofinanciering door de verschillende partners van het programma.
24
UP4. Inrichting Waddenatelier Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is de provincie Groningen. Andere betrokken organisaties zijn de Waddenprovincies, kustgemeenten, Waddeneilanden en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Korte toelichting De landschappelijke en cultuurhistorische waarden zijn belangrijke en unieke kwaliteiten van het Waddengebied. Naar verwachting zal de druk op deze waarden de komende jaren sterk toenemen door een toenemende vraag naar ruimte voor duurzame energie en bedrijvigheid. Dat vraagt om zorgvuldigheid bij toekomstige inpassingsvraagstukken. Het Waddenatelier kan hierbij helpen. In het Waddenatelier willen we bestaande kennis en kunde samenbrengen en optimaal benutten voor toekomstige ruimtelijke vragen in het Waddengebied. De gedachte is te komen tot versterkte samenwerking in een netwerkorganisatie. Het Waddenatelier is geen nieuw instituut, en ook geen eenmalige activiteit of evenement. In het Waddenatelier verkennen partijen samen hoe ontwikkelingen zijn in te passen door middel van ontwerpend onderzoek: hoe kan een plan de ruimtelijke kwaliteit van het Waddengebied versterken, passend bij de bestaande kwaliteiten. De Basiskaart Landschap en Erfgoed en de ruimtelijke vertrekpunten uit de Agenda voor het Waddengebied 2050 vormen hiervoor de basis. Beoogd resultaat De beoogde resultaten van het Waddenatelier zijn: 1.
Betere kwaliteit van advisering over Waddenbrede landschappelijke en cultuurhistorische vraagstukken, door:
-
2. Zorgvuldige ruimtelijke vertaling van toekomstige ontwikkelingen in het Waddengebied, rekening houdend met de bestaande landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied. Concreet resultaat is een operationeel Waddenatelier in 2022. Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Landschap en cultureel erfgoed, veranderdoel 1. - Energietransitie, veranderdoel 1. Voortgang De provincies, kustgemeenten, eilanden, RCE en waterschappen hebben al verschillende gesprekken gevoerd. De samenwerking wordt nu verder uitgebouwd. Planning en vervolg Eind 2022 is de inrichting van het Waddenatelier voltooid. Het Waddenatelier is dan ingebed in de organisatie van de Agenda voor het Waddengebied en het Uitvoeringsprogramma. Het Waddenatelier heeft raakvlakken met de Landschapstriënnale. De samenhang wordt nog nader uitgewerkt. Uitgangspunt is dat het Waddenatelier en de Landschapstriënnale elkaar aanvullen. Kosten en capaciteit Voor het Waddenatelier gaan we uit van de inzet van kennis en kunde van de bestaande kwaliteitsteams van de Waddenprovincies en RCE. Onduidelijk is nog welke aanvullende middelen en capaciteit nodig zijn om het Waddenatelier operationeel te krijgen. Dit wordt de komende periode uitgewerkt.
Het samenbrengen van partijen met kennis over landschap, cultureel en maritiem erfgoed en ruimtelijke kwaliteit.
-
Het ontwikkelen van een kennissamenwerkingsverband dat op basis van de ruimtelijke vertrekpunten kan adviseren (expertoordeel) over toekomstige inpassingsvraagstukken in het Waddengebied.
-
Het verbeteren van de kwaliteit van besluitvorming over de ruimtelijke vraagstukken.
25
UP5. Uitwerking kernwaarden Waddengebied Initiatieftrekker en betrokkenen De initiatieftrekker, het ministerie van IenW, voert dit initiatief uit in samenwerking met de Waddenprovincies. Korte toelichting Rust, ruimte en stilte zijn belangrijke landschappelijke kernwaarden van de Waddenzee binnen het Waddengebied. Als reactie op de motie van de Kamerleden Dik-Faber en De Groot vindt een verdere uitwerking van deze kernwaarden plaats in criteria en afwegingskaders. Dat gebeurt ook voor 'duisternis' (of donkerte), omdat dit ook als belangrijke kernwaarde van de Waddenzee te beschouwen is. Voor de uitwerking van de kernwaarde ruimte sluiten we aan bij de omschrijving van ‘weidsheid/open horizon’ in de Structuurvisie Waddenzee.
Planning en vervolg De volgende stappen zijn voorzien: 1. Opstellen Plan van Aanpak: 2022. 2. Uitvoeren verkenning van de landschappelijke kernwaarden per Waddenprovincie door of met behulp van de Stichting Landschapstriënnale: 2022/2023. 3. Opstellen van criteria en afwegingskaders in samenwerking met de provinciale kwaliteitsteams en Waddenatelier i.o.: 2024; 4. Verankering van de criteria en afwegingskaders in beleid en regelgeving: 2025. Kosten en capaciteit Onderdeel van het Plan van Aanpak (stap 1) is een raming van de kosten en de benodigde capaciteit.
Beoogd resultaat Dit initiatief levert criteria op voor de kernwaarden rust, ruimte, stilte en donkerte. Hiermee ontstaat een duidelijk afwegingskader voor het beoordelen van initiatieven dat een vertaling krijgt in beleid en regelgeving. Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij het volgende doel: - Landschap en cultuurhistorie, veranderdoel 3. Voortgang In 2021 heeft een eerste inventarisatie plaatsgevonden van de doorwerking van de kernwaarden van het Waddengebied in beleid. Conclusie is dat er te weinig heldere (regionale) beleidskaders zijn om de kernwaarden rust, ruimte (openheid), stilte en duisternis uit te werken in criteria en een duidelijk afwegingskader. De afgelopen jaren zijn wel aanzetten en pogingen gedaan om tot verdere invulling te komen van enkele van deze kernwaarden. De Waddenprovincies geven hier op dit moment verschillend invulling aan.
26
UP 6. Duurzame mobiliteit Waddeneilanden Initiatieftrekker en betrokkenen Provincie Fryslân, het ministerie van IenW en Rijkswaterstaat zijn de initiatieftrekkers, vanwege hun verantwoordelijkheid voor de regionale bereikbaarheid, mobiliteit en de concessieverlening Waddenveren. Betrokken partijen zijn in ieder geval de eiland- en vastewalgemeenten, havens, rederijen en beheerders.
Bijdrage aan doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan de volgende doelen: - Bereikbaarheid, veranderdoelen 1, 3 en 4.
Korte toelichting De afgelopen jaren heeft het Programma naar een Rijke Waddenzee, in samenwerking met Rijkswaterstaat en andere partijen, gewerkt aan de Transitieschets Duurzame mobiliteit Waddeneilanden. Deze wordt binnenkort opgeleverd. De Transitieschets biedt handvatten om duurzame mobiliteit in het Waddengebied verder vorm te geven. Waar nuttig en mogelijk leggen de partijen daarbij een relatie met andere initiatieven en onderwerpen zoals green shipping, certificering en een reserveringssysteem voor de havens van de eilanden. Onderdeel van het initiatief zijn de acties en activiteiten voor slimmer baggeren en structureel meten en monitoren (deelprogramma Bereikbaarheid, veranderdoel 3).
Planning en vervolg De nieuwe concessie voor de Waddenveren voor de periode vanaf 2029 is een kans om een flinke slag te maken met verdere verduurzaming van de mobiliteit. Het streven is in de aanloop naar de aanbesteding (rond 2026) de juiste input te geven. Het initiatief is dan niet klaar en loopt daarna door.
Voortgang De Transitieschets is in 2021 klaar. Op basis daarvan bepalen de partijen de vervolgstappen.
Kosten en capaciteit De partijen bekijken op basis van de Transitieschets wat de vervolgstappen zijn en bepalen vervolgens de kosten en capaciteit.
Beoogd resultaat In 2026 zijn de eerste stappen naar duurzame mobiliteit gezet, met aandacht voor onder meer verduurzaming van het vervoer van en naar de eilanden (inclusief vooren natraject) en verduurzaming van het vaargeulonderhoud. Dit levert waardevolle inzichten op die een plaats krijgen bij de aanbesteding van de concessie Waddenveren voor de periode vanaf 2029 en in het Nationaal Waterprogramma (NWP) voor de periode vanaf 2027.
27
UP 7. Vervolgonderzoek bereikbaarheid Ameland 2030 Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker en opdrachtgever voor het Vervolgonderzoek Bereikbaarheid Ameland 2030 (VBA2030) is het ministerie van IenW. Opdrachtnemer is Rijkswaterstaat Noord-Nederland, die daarbij samenwerkt met de gemeenten Ameland en Noordoost Fryslân, de provincie Fryslân, Wagenborgen en andere stakeholders. Korte toelichting De betrouwbaarheid van de vaarverbinding tussen Holwerd en Ameland staat onder druk. Geulen worden kleiner en langer door drempelvorming, uitbochting en het omhoog komen van de waterbodem. Dit zijn natuurlijke processen. Hierdoor is over een steeds grotere lengte baggerwerk nodig om. Als gevolg hiervan neemt de druk op het ecosysteem toe en neemt de garantie voor een bevaarbare geul af. Een oplossing voor de bereikbaarheid van Ameland op de lange termijn is daarom nodig. Het traject Lange Termijn Oplossingsrichtingen bereikbaarheid Ameland na 2030 (LTOA) heeft twee oplossingsrichtingen opgeleverd die in het Vervolgonderzoek Bereikbaarheid Ameland 2030 (VBA 2030) een verdere uitwerking krijgen: optimalisatie van de bestaande situatie en verplaatsen van de vertrek- en aankomstlocatie. Een keuze over de voorkeursvariant vindt naar verwachting in 2023 plaats.
Bijdrage aan doelen van de Agenda Dit initiatief draagt bij aan het volgende doel: - Bereikbaarheid, veranderdoel 4. Voortgang Het onderzoek is eind 2021 gestart na de formele aanbesteding. Planning en vervolg Het lange termijn onderzoek komt in twee fasen tot stand: - Fase 1 uitwerking oplossingsrichtingen naar varianten: gereed medio 2021. - Fase 2 uitwerking varianten en voorkeursalternatief: eind 2022. Bestuurlijke besluitvorming is voorzien in het voorjaar van 2023. Kosten en capaciteit De kosten voor het onderzoek zijn gedekt. Het onderzoek brengt de kosten van de oplossingsrichtingen en varianten in beeld.
Beoogd resultaat Het onderzoek levert in twee fasen resultaten op: - Fase 1: maximaal drie kansrijke alternatieven per oplossingsrichting. - Fase 2: uitwerking van de kansrijke alternatieven, de trechtering naar een voorkeursalternatief en geenspijtmaatregelen.
28
UP8. Onderzoek ecologische effecten klimaatverandering Initiatieftrekker en betrokkenen Initiatieftrekker is het ministerie van LNV. Een programmateam van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) voert het initiatief uit. Het programmateam heeft een voorzitter van de NWA en bestaat verder uit vertegenwoordigers van de ministeries van LNV en I&W, het Waddenfonds, het IKW-opgaveteam Waddenzee (namens de Waddenprovincies), de Waddenacademie en de Beheerautoriteit Waddenzee (vanwege de verantwoordelijkheid voor toegepaste kennis in beheer). Korte toelichting De ministeries van LNV, IenW en EZK, de provincies Noord-Holland, Fryslân en Groningen (via het Waddenfonds) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (via de Nationale Wetenschapsagenda) investeren de komende vijf jaar € 4 miljoen in kennisontwikkeling voor het Waddengebied. Het onderzoeksprogramma focust op de ecologische effecten van klimaatverandering in het Waddengebied. Het programma levert kennis op voor de kennisvragen uit de Agenda voor het Waddengebied en de Trilaterale onderzoeksagenda voor de Waddenzee. Ook komt met dit programma kennis beschikbaar over cumulatie van effecten van alle menselijke activiteiten op de waddennatuur.
Beoogd resultaat Het initiatief levert kennis op over klimaatverandering in het Waddengebied (deelprogramma 4). Het onderzoeksprogramma vindt plaats onder begeleiding van het Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Bijdrage aan de doelen van de Agenda Het initiatief draagt bij aan het volgende doel: - Klimaatverandering, veranderdoel 1. Voortgang Het NWA-programmateam werkt een onderzoeksprogramma uit. Vervolgens wordt een onderzoekscall uitgezet, zo mogelijk met deelname van Duitsland en Denemarken. Planning en vervolg - Uitwerken onderzoeksprogramma: november 2021-april 2022. - Uitzetten onderzoekscall: voorjaar 2022. - Verwachte start: medio 2022. De eerste resultaten komen naar verwachting vanaf 2023 beschikbaar. Kosten en capaciteit De financiering is geregeld.
Het NWA-programmateam werkt de vorm van het programma en de inschrijvingsprocedure uit en stelt een stappenplan en planning op. De ambitie is het programma samen met Duitsland en Denemarken verder te ontwikkelen. Als er overeenstemming is over het plan van aanpak stellen de partijen de call for proposals op. Die komt uiteindelijk op de NWO-website te staan. Consortia kunnen vervolgens projectvoorstellen indienen.
29