CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 10 mei 2022, gemeente Texel36.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

De woningbouwontwikkeling in Oudeschild past binnen het gemeentelijk en regionaal beleid, omdat invulling wordt gegeven aan: Actieplan Wonen Woningbouwprogramma Texel 2020-2030 Prestatieafspraken met Woontij 2021 t/m 2025 Kwalitatief Woningbouw Programma Kop van Noord-Holland (KwK/KwT)

25/224

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie, cultuurhistorie, bedrijven en milieuhinder, spuitzones en kabels en leidingen.

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing Het plangebied ligt tegen de dorpskern van Oudeschild. Er zijn geen bedrijven in de directe omgeving van het plangebied en er worden geen bedrijven mogelijk gemaakt met de ontwikkeling. Hierdoor vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor dit plan.

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura 2000-gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;

26/224

soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. Toetsing De ontwikkeling van het plangebied betreft nieuwbouw ter plaatse van een voormalig sportterrein binnen de bebouwde kom van Oudeschild. Ten behoeve van deze nieuwbouw heeft een ecologische quickscan plaatsgevonden. Op deze manier is onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. De resultaten van de quickscan zijn opgenomen in bijlage 3. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Het plangebied is gelegen op circa 200 meter ten westen van Natura 2000-gebied 'Waddenzee'. Op een afstand van circa 2 km ten noord-noordoosten van het plangebied ligt Natura 2000-gebied 'Duinen en Lage Land Texel'. Het plangebied ligt buiten de grenzen van de Natura 2000-gebieden, maar de ontwikkeling van het plangebied zou wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in de omgeving. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet beoordeeld worden of het plan leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de beschermde habitats en de habitats van soorten binnen de Natura 2000-gebieden.

Per 1 juli 2021 is voor de aanlegfase de wetgeving gewijzigd met het in werking treden van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Deze wet en het bijhorende besluit regelt een vrijstelling voor de vergunningsplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Dit is de vergunningplicht voor Wnb-projecten. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De Wsn en de Bsn regelt slechts indirect een vrijstelling voor de aanlegfase van Wnb-plannen. Voor de gebruiksfase is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 4. Uit de berekening blijkt dat de maximaal berekende stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar bedraagt tijdens de gebruiksfase. De verkeersintensiteit die gehanteerd is bij de berekening ligt lager dan de verkeersintensiteit van het verkeersonderzoek. Ter controle heeft de Omgevingsdienst een berekening uitgevoerd op basis van de aannames uit de toelichting. Ook uit deze berekening blijkt dat in de gebruiksfase de norm van 0,00 mol/ha/jaar niet wordt overschreden.

Het aspect stikstofdepositie staat de planontwikkeling niet in de weg. Hierbij wordt door de Omgevingsdienst wel de opmerking gemaakt dat er vanaf 13 januari 2022 een nieuwe versie van de Aerius-Calculator is. Dit betekent dat de situatie opnieuw moet worden doorberekend. Eind januari 2022 is de berekening opnieuw uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 5 en geven geen andere uitkomst dan de vorige berekening. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De dichtstbijzijnde NNN-gebieden liggen op circa 300 meter afstand, waardoor de ontwikkeling van het plangebied geen invloed heeft op deze gebieden.

27/224

Soortenbescherming Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van de ecologische quickscan wordt nader onderzoek geadviseerd om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van hermelijn vast te stellen, danwel uit te sluiten. Verder wordt geadviseerd om de aanwezigheid van de Noordse woelmuis in het plangebied te onderzoeken. Nader onderzoek naar de Noordse woelmuis en de hermelijn om de aanwezigheid vast te stellen dan wel uit te sluiten wordt uitgevoerd. Met betrekking tot de rugstreeppad wordt nader onderzoek verricht naar de mogelijke aanwezigheid van voortplantingswater en landhabitat in het plangebied. Indien nodig wordt een ontheffing Wnb aangevraagd met een activiteitenplan waarin mitigerende en/of compenserende maatregelen worden opgenomen. Het voormalige voetbalveld wordt omringd door bomen, bosschages en water(gangen). Het plangebied is mogelijk een geschikt foerageergebied voor vleermuizen, of kan worden gebruikt als vliegroute. In de quickscan is geen aandacht besteed aan dit aspect en zal nog nader worden onderzocht. Verder geldt dat er met betrekking tot de vogelsoorten rekening moet worden gehouden met het broedseizoen. Op licht beschermde of vrijgestelde soorten is de zorgplicht van toepassing. Binnen het plangebied wordt een aantal bomen verwijderd.

Conform de gemeentelijke afspraken met betrekking tot kap van bomen in de bebouwde kom, worden de bomen één op één gecompenseerd (herplant) in het plangebied en/of elders. Er zijn geen bomen in het plangebied die vermeld staan op de bomenlijst van de gemeente Texel. De bomen op die lijst mogen niet zonder vergunning worden gekapt. De omgevingsdienst geeft aan dat het plangebied gedeeltelijk buiten de bebouwde kom ligt. Dit betekent dat voor het verwijderen van houtopstanden buiten de vastgestelde contour een melding moet worden gedaan. Voor houtopstanden die wel onder de bescherming van de Wet natuurbescherming vallen, geldt dat het verboden is deze houtopstanden te vellen zonder voorafgaande melding van die velling. Die melding dient te worden gedaan bij de OD NHN. De voorgenomen velling kan na een dergelijke melding worden verboden, of er kunnen specifieke eisen worden gesteld aan de wettelijk geldende herplantplicht.

4.4

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Voor het plangebied is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Uit het onderzoek blijkt dat in de plaatselijk zwak baksteenhoudende bovengrond lichte verhogingen aan kwik en/of lood zijn gemeten ten

28/224

opzichte van de achtergrondwaarden. Ondanks de lichte verhogingen van lood geeft de Omgevingsdienst aan (zie bijlage 9) dat lood in de bodem (ook onder de interventiewaarde) een risico kan zijn voor de gezondheid, vooral bij kinderen onder de zes jaar. In de bijlage wordt verwezen naar een website voor verdere informatie en tips om risico's te beperken. De gemeente zal met de lichte verhogingen aan lood rekening houden bij de inrichting van eventuele speelvoorzieningen. In de ondergrond is plaatselijk een lichte verhoging aan molybdeen aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan barium, molybdeen, xylenen en naftaleen gemeten ten opzichte van de streefwaarden. In de actuele contactzone (0-0,5 m-mv) is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. Van zowel de bovengrond als de ondergrond zijn de gehalten aan PFOA en PFOS (PFAS) bepaald. Gezien de resultaten dient de hypothese, uitgangspunt was een onverdachte locatie, te worden verworpen. Er zijn lichte verhogingen aangetoond in grond en grondwater. De gehalten in grond en grondwater overschrijden echter niet de toetsingswaarden voor nader onderzoek. Voor nader onderzoek bestaat geen aanleiding. De kwaliteit van de bodem is geschikt voor de toekomstige woonfunctie. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van de ontwikkeling in het plangebied.

4.5

Geluid

Toetsingskader Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. Toetsing In de nabijheid van het plangebied ligt een aantal 30 km-wegen (Trompstraat en De Wittstraat).

Dit zijn geen doorgaande wegen en uitsluitend voor bestemmingsverkeer. Formeel ligt het plangebied binnen de zone van het Mieland (50 km-weg). Dit is een betonnen weg, in hoofdzaak voor (agrarisch) bestemmingsverkeer. Gezien de geringe verkeersintensiteiten op de omliggende wegen en de afstand tot het Mieland (circa 100 m) kan worden gesteld dat aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh wordt voldaan (48 dB) en dat het geluid van de 30 km-wegen akoestisch niet relevant is. De ontwikkeling is ook van invloed op de omgeving. Het plan genereert 284 mvt/etmaal. Dit aantal is niet hoog,

29/224

maar de ontsluiting van het plan loopt langs twee woningen aan de Trompstraat. Dit wordt een 30 km-zone, waardoor de Wgh niet aan de orde is. Voor de Trompstraat (met circa 1000 mvt/etmaal in de huidige situatie) geldt dat de toename onder de 40%/1,5 dB blijft. Dit houdt in dat verkeerstoename en daarmee de toename van het geluid acceptabel is. Door de lage snelheid en het beperkte aantal verkeerbewegingen is de geluidstoename voor de woningen aan de Trompstraat acceptabel en voldoet naar verwachting aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder (als richtwaarde omdat de Wgh niet van toepassing is). Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.6

Water

Toetsingskader Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Door middel van de watertoets wordt het plan kenbaar gemaakt bij het waterschap. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer. Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema's waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing.

Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels (https://www.hhnk.nl/keur/). Toetsing Het plan in Oudeschild is kenbaar gemaakt bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het hoogheemraadschap heeft hierop reeds een advies gegeven. Vervolgens zijn de plannen in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan het hoogheemraadschap. Verharding en compensatie maatregelen De verhardingstoename bedraagt 7.119 m2. Dit betekent dat het hoogheemraadschap een planspecifiek compensatiepercentage hanteert. Voor het peilgebied waarin het plangebied zich bevindt bedraagt het

30/224

percentage 10%. Dit betekent dat de compensatie-eis 712 m2 wordt. Rondom het plangebied liggen watergangen. Om de vereiste waterberging te realiseren worden de bestaande watergangen, waar mogelijk, met een meter verbreed. De verbreding van deze watergangen is ook de voorkeur van het hoogheemraadschap. Ter plaatse van de groene wig tussen de rug-aan-rug blokken wordt de overige waterberging gerealiseerd. Op basis van het indicatief ontwerp wordt 712 m2 wateropvang gerealiseerd. Deze oppervlakte aan watercompensatie is gebaseerd op berekeningen van de ontwerptekening. De ontwerptekening is iets aangepast naar aanleiding van de wensen van omwonenden. Hierdoor is het ontwerp, binnen de plangrenzen, in zijn geheel iets naar het zuiden verplaatst. De bestaande sloot wordt niet verplaatst, maar om aan de beoogde wateroppervlakte te voldoen, vindt de verbreding niet aan de binnenzijde van het plangebied plaats, maar aan de buitenzijde. De omwonenden hebben tevens aangegeven dat extra waterberging wenselijk is in de groene wig tussen het plangebied en de woningen aan de Trompstraat. Dit aspect wordt nog nader onderzocht en wordt bij de civieltechnische uitwerking meegenomen en afgestemd met het hoogheemraadschap. Verder moet het watersysteem robuust worden aangelegd. Door de verharding op het perceel neemt de druk op het watersysteem rond het plangebied toe.

Er is in het verleden wateroverlast op deze locatie geweest. Daarom adviseert het hoogheemraadschap een duiker (600 mm rond) in de zuidoosthoek van het plan, met aan de noordzijde een stuwbak met planken tot ongeveer 5 cm boven peil (tot -0.95 m NAP). Bij lichte/normale regenval kan het water om het plangebied stromen en voor verversing zorgen. Bij hevige regenval kan het water ook via de stuw afstromen. Dit advies heeft de gemeente overgenomen en is opgenomen in het ontwerp. Waterkwaliteit en riolering De ambitie van het hoogheemraadschap is om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Er is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Voor de ontwikkeling wordt een gescheiden stelsel aangelegd door de initiatiefnemer. Het uitgangspunt is het 100% afkoppelen van schoon hemelwater van het rioleringssysteem.

Bij toepassing van een gescheiden stelsel zal een inschatting worden gemaakt naar potentieel vervuilde oppervlakken (parkeerterreinen) en schone verhardingen (pleinen en daken). Voor de nieuwe bebouwing worden uitloogbare materialen zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien materialen als koper, lood en zink worden gebruikt, is voor de afvoer van hemelwater maatwerk vereist. Onderhoud waterloop Het onderhoud van de huidige waterloop vindt plaats met behulp van een trekker. Hiervoor is een onderhoudspad van 5 meter breed langs de kant nodig. Het hoogheemraadschap geeft aan dat ook na verbreding van de waterloop het onderhoudspad noodzakelijk blijft. Afhankelijk van de nieuwe breedte van de waterloop, zal de onderhoudsmethode mogelijk veranderen. Met name de brede plassen aan de zuidoosthoek van het plan (de 'wig') zijn een aandachtspunt wat betreft onderhoud. Het ontwerpplan wordt door de gemeente

31/224

civiel-technisch nader uitgewerkt. Het ontwerp en mogelijke technische aanpassingen worden nog met het hoogheemraadschap afgestemd. De gemeente heeft aangegeven dat de waterloop zal worden aangepast als het niet voldoet aan de voorschriften voor onderhoud.

4.7

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt er in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde concentratie fijnstof (PM10) van minder dan 18 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 10 µg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3, wat betekent dat in de directe omgeving van het plangebied sprake is van een goede luchtkwaliteit. Op voorhand kan worden gesteld dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.8

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. Toetsing Voor de gemeente Texel is de beleidskaart van Vestigia Bv (2007, update 2013) vigerend. Op de beleidskaart zijn zones met een archeologische waarde of verwachting aangeduid, die zich laten vertalen in vrijstellingsgrenzen. Bodemingrepen die binnen de geldende vrijstellingsgrens blijven zijn niet onderzoeksplichtig. De som van de bodemingrepen in het plangebied overstijgen vermoedelijk de interventiewaarde van 500 m². Aangezien de planontwikkeling groter is dan 500 m² is een archeologische quickscan uitgevoerd.

De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 7. Naar aanleiding van het onderzoek wordt de conclusie getrokken dat de archeologische verwachting voor dit gebied laag is. De gespecificeerde archeologische verwachting is dat archeologisch resten hier afwezig zullen zijn gezien de middeleeuwse inpoldering en moderne landbouw in dit gebied. De aanleg van voetbalvelden zal voor de laatste decennia een

32/224

conserverende werking hebben gehad aangezien niet is geploegd ter plaatse van het plangebied. Het advies dat Archeologie West-Friesland geeft is dat nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk is. Het advies is de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.9

Cultuurhistorie

Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing kerngebieden Om duidelijk te maken welke gebieden op Texel van grote waarde zijn is een kerngebiedenkaart opgesteld. Op de kerngebiedenkaart zijn de gebieden met de grootste cultuurhistorische dichtheid aangegeven. De uitwerking en beschrijving van de gebieden geeft inzicht en verdieping op cultuurhistorische waarden. Het plangebied in Oudeschild ligt in het kerngebied 'Het Oude Land en de Reede van Texel'. Onderdelen daarvan zijn onder andere de Hoge Berg en Reede van Texel - Oudeschild. De Hoge Berg maakt deel uit van de hoge Texelse keileembult (provinciaal aardkundig monument). Texel is ontstaan met de Hoge Berg als centrum, het enige gebied dat stabiel en onveranderlijk bleef, terwijl het landschap eromheen veranderde. Nog steeds knabbelt de zee aan het eiland, maar voegt op andere plekken juist zand toe.

Het gebied kent vele tijdslagen en een divers landgebruik: prehistorische bewoning, en naderhand een voor Texel nu nog karakteristiek landschap voor de schapenhouderij met tuunwallen, drinkkolken en schapenboeten. De Reede van Texel fungeerde tot begin 19de eeuw als beschutte anker- en overslagplaats voor de schepen en om bevoorraad te worden. Dat gebeurde vanuit Oudeschild als haven- en vissersplaatsje: daar, maar ook in Den Hoorn, woonden loodsen. In Oudeschild werd water ingenomen (ijzerhoudend water vanuit de Wezenputten via het Skilslootje en vlees (eenden uit de eendenkooien, schapen) uit het gebied rondom. Voor Texel ligt een enorm schepenkerkhof (maritieme archeologie). De Schans werd aangelegd om de Reede te verdedigen. Plangebied De cultuurhistorische achtergrond wordt beschreven in de quickscan archeologie en is opgenomen in bijlage 7. Met betrekking tot cultuurhistorische achtergrond is hier aangegeven dat in de omgeving van het plangebied weinig archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Het plangebied heeft geen directe relatie met de cultuurhistorische aspecten van Oudeschild. Het plan wordt ingepast in de omgeving, waardoor het aspect cultuurhistorie voor de ontwikkeling geen belemmering vormt.

4.10 Molenbiotoop Toetsingskader Vroeger werd de windvang van een molen beschermd door het zogeheten windrecht. Algemene wetgeving die

33/224

het recht op windvang van een molen vastlegt bestaat niet meer. De bescherming van een molenbiotoop kan worden geregeld in het bestemmingsplan. Toetsing In het dorp Oudeschild staat de molen De Traanroeier. Het plangebied ter plaatse van het voormalig sportterrein aan de Trompstraat in Oudeschild bevindt zich in het vigerend bestemmingsplan binnen de 'vrijwaringszone molenbiotoop'. Dit betekent dat bij de invulling van het plangebied rekening moet worden gehouden met de windvang. In het bestemmingsplan is een formule opgenomen, waarmee de maximale hoogte van de bouwwerken kan worden berekend op basis van de afstand tot de molen en de askophoogte van de molen. Dit betekent dat de woningen een maximale hoogte tussen circa 9,6 en 11,4 meter mogen hebben. Met een maximale bouwhoogte van 9 meter hoeft geen rekening te worden gehouden met de windvang. Bovendien zijn de nieuw te bouwen woningen lager dan de bebouwing tussen het plangebied en de molen. De molenbiotoop vormt geen beperkingen voor de planontwikkeling.

4.11 Spuitzones Toetsingskader Ruimtelijk spoor Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt uitgegaan van een spuitzone tussen gevoelige bestemmingen en percelen waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Er bestaan geen wettelijke bepalingen inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen percelen waarin met gewasbeschermingsmiddelen kan worden gespoten en nabijgelegen gevoelige functies. Uit jurisprudentie van de Raad van State (onder meer in de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2) blijkt dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt in algemene zin niet onredelijk wordt geacht. Hierbij wordt gemeten vanaf de bestemmingsgrens: vanaf de bestemming die het telen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk maakt tot aan de grens van de bestemming die de woning(en) mogelijk maakt. In bijzondere gevallen kan met een geringere afstand worden volstaan. Uit jurisprudentie (onder meer in de uitspraak van 30 maart 2016 in zaak nr. 201402301/3/R3) blijkt dat het aanhouden van een kortere afstand dan de richtafstand zorgvuldig moet worden onderzocht en goed moet worden onderbouwd. Daarbij gaat het om het aspect gezondheid/woon- en leefklimaat en om de milieuruimte voor agrarische bedrijvigheid waarmee zij hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitoefenen.

Verder is van belang dat richtafstanden alleen van toepassing zijn op nieuwe situaties. Milieuspoor Voor agrarische bedrijven en tuinbouwbedrijven geldt dat zij op grond van het Activiteitenbesluit Wet milieubeheer bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen rekening dienen te houden met voorwaarden en beperkingen. Daarbij gaat het onder meer om het volgende: bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht dient een techniek te worden gebruikt met een driftreductie van minimaal 75% (ten opzicht van een vastgelegde referentietechniek); een oppervlaktewaterlichaam. De minimumafstand tot een oppervlaktewaterlichaam is afhankelijk van het soort gewas en overige aspecten waaronder de mate van driftreductie.

34/224

Toetsing Het plan betreft een woningbouwlocatie. Een woning is in het kader van ruimtelijke ordening een gevoelige functie die bescherming tegen de drift van gewasbeschermingsmiddelen behoeft. Op de naast gelegen percelen aan de west- en zuidkant van het plangebied is gezien de agrarische bestemming gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk. Het agrarisch (gras) land mag op basis van de bestemming niet gebruikt worden voor sier- en/of fruitteelt, houtteelt, bosbouw en/of naar de aard en invloed daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid. De gemeente is eigenaar van deze gronden en maakt daar privaatrechtelijk afspraken over. Het land mag alleen worden gebruikt als grasland. Bovendien mag bij het toepassen van bestrijdingsmiddelen alleen gebruik worden gemaakt van een rugspuit. De spuitzone vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

4.12 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. In de directe nabijheid is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.

4.13 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.

35/224

Toetsing Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.14 Mer-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 39 woningen. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor is een aanmeldingsnotitie opgesteld (zie bijlage 8), waaruit blijkt dat gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure in het kader van het bestemmingsplan.

36/224

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Deze zijn opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Texel. Het plangebied in dit plan heeft de volgende bestemmingen gekregen: Groen De gronden met de bestemming 'Groen' zijn bedoeld voor plantsoenen, velden, groenstroken en parken. Daarnaast zijn deze gronden bedoeld voor parkeren, speelvoorzieningen, paden en waterpartijen. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn hoofdzakelijk bestemd voor weg en straten en fiets- en wandelpaden. Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor woonhuizen in de vorm van vrijstaande woonhuizen, twee aaneengebouwde woonhuizen en/of rijen woonhuizen. Wonen - Aaneengebouwd De gronden met de bestemming 'Wonen - Aaneengebouwd' zijn bestemd voor woningen. Deze woningen worden gebouwd in hoofdgebouwen die uitsluitend in rijen worden gebouwd. De hoofdgebouwen op de verbeelding met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rug-aan-rug' zijn hoofdgebouwen waar de woningen met de achtergevel aaneengebouwd moeten worden. Waarde - Archeologie 4

37/224

De bestemming 'Waarde - Archeologie 4' is een dubbelbestemming. Dit betekent dat de aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Er worden voorwaarden gesteld om de archeologische waarden te beschermen indien bouwwerken worden gebouwd met een grotere oppervlakte dan 500 m² op locaties waar de grond nog niet verstoord is en waar dieper dan 0,50 meter wordt gegraven. Vrijwaringszone - molenbiotoop De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' is behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor bescherming van de functie als werktuig van de in dit gebied voorkomende windmolen, onder andere gelet op de windvang. Daarnaast is de 'vrijwaringszone - molenbiotoop' ter bescherming van de waarde van deze molen als landschapsbepalend element. Verder is in de overige regels opgenomen dat op basis van het parkeerbeleid in het plan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid dat aansluit op de verwachte parkeerbehoefte.

38/224

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) vastgelegde bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun mening op het plan kenbaar kunnen maken. Overleg omwonenden/dorpscommissie Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure is het indicatieve stedenbouwkundige ontwerp besproken met de dorpscommissie en direct omwonenden. Vanuit Oudeschild werd de voorkeur uitgesproken om de bestaande groenstrook aan de noordzijde zoveel mogelijk te behouden voor de bewoners van de De Wittstraat. Naar aanleiding van dit overleg is er opnieuw een groenstrook aan de noordzijde in het plan opgenomen. Overleg Woontij Het plan is opgenomen in de Prestatieafspraken 2021 t/m 2025 tussen Woontij en de gemeente. Woontij is positief over het indicatieve stedenbouwkundig ontwerp voor het plangebied en het bijbehorende programma. Het woningbouwplan in Oudeschild is één van de vier plannen voor de buitendorpen. Per locatie zijn op basis van de prestatieafspraken 2021-2025 circa 20 sociale huurwoningen beoogd. Woontij is enthousiast over de rug-aan-rug woningen, omdat dit betaalbare woningen zijn met een hoge kwaliteit. Woontij verkiest deze typologie boven het stapelen van woningen (appartementen), welke minder efficiënt zijn in de m² verkeersruimte, trappenhuizen en/of lift.

Woningen die door Woontij worden ontwikkeld zullen levensloopbestendig zijn. Vooroverleg Het concept-ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ter beoordeling voorgelegd aan de provincie Noord-Holland, de Omgevingsdienst NHN en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Hun advies is in het ontwerpplan verwerkt en indien nodig is de toelichting daarop aangepast. De adviezen en aanbevelingen vanuit het vooroverleg worden opgepakt bij de verdere uitwerking van het plan en bij de omgevingsvergunning. Voor het bestemmingsplan vormt dit verder geen belemmering. Reactie Provincie Noord-Holland De provincie geeft aan dat gezien het feit dat het plan niet in een provinciaal werkingsgebied is gelegen, er geen aanleiding is om het plan te beoordelen. Het plan is reeds opgenomen in de regionale woningbouwafspraken. Reactie Omgevingsdienst NHN Het advies van de omgevingsdienst is opgenomen in bijlage 9. De opmerkingen zijn verwerkt in paragraaf 4.3, 4.4, 4.5 en 4.11 van de toelichting op dit bestemmingsplan. Reactie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) In het kader van het vooroverleg heeft het HHNK de volgende reactie gegeven: Het plan ziet er goed uit, met name de duiker plus stuw aan de Trompstraat zijn prettig. Verder worden de

39/224

volgende opmerkingen gemaakt: 1. Hoe zit het met het onderhoud ter hoogte van de 'wig'? Uit de afbeeldingen blijkt niet hoe breed de waterpartij daar is en of onderhoud nog mogelijk is hier. 2. Kan er een kaart gemaakt worden waaruit de oppervlaktes van nieuw water blijkt? Dit is niet vereist voor het bestemmingsplan, maar wel noodzakelijk voor de watervergunning. In de tekst wordt gesteld dat er voldoende compensatie is. Op basis van de huidige tekeningen kan het HHNK dit niet controleren. Als blijkt dat het huidige plan niet voldoende compensatie voorziet, kan het zijn dat het plan aangepast moet worden. De veilige optie is om de afmetingen van de waterpartijen toe te voegen, zodat het HHNK deze vooraf kan beoordelen. In paragraaf 4.6 is op de vooroverlegreactie van het hoogheemraadschap ingegaan. Ontwerpbestemmingsplan De resultaten van het vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage.

Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden die eerder een zienswijze hebben ingediend de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor de ontwikkeling van de woningbouwlocatie aan de Trompstraat in Oudeschild in de gemeente Texel. De gemeente is grondeigenaar van het plangebied. De opbrengsten zijn verzekerd via grondopbrengsten. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

40/224

De raad van de gemeente Texel heeft op 7 juli 2021 de grondexploitatie van het voormalig voetbalveld in Oudeschild vastgesteld. Het programma bestaat uit sociale huur, betaalbare koop en dure koop.

41/224

42/224

Bijlagen toelichting

43/224

44/224

Bijlage 1

45/224

Bomeninventarisatie

Inventarisatie bomen Trainingsveld Trompstraat Oudeschild Texel Op 25 februari 2021 is er een inventarisatie van de bomen rondom het trainingsveld aan de Trompstraat in Oudeschild uitgevoerd door Zwanet Bosch, Boomtechnisch adviseur bij idverde Bomendienst. Daarnaast zijn de vervangingskosten berekend, deze is uitgevoerd door Bart van Tilburg, Boomtechnisch adviseur / ETT / Boomtaxateur bij idverde Bomendienst.

Inventarisatie Alle bomen op het terrein met een diameter vanaf 20 centimeter op 1,30 hoogte vanaf maaiveld zijn geïnventariseerd. Deze bomen zijn op een digitale ondergrond ingeprikt en de gegevens geregistreerd. Alle bomen in het gebied zijn uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Conditiebepaling De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment. Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld:  blad/ knopbezetting  bladgrootte  transparantie van de kroon  takscheutlengte  hoeveelheid dode takken/ twijgen  aanwezigheid van groeistrepen op de bast Gebreken bomen Naast de conditiebepaling zijn tevens de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn:  slechte takaanhechtingen (plakoksels)  parasitaire schimmelaantastingen  scheuren in stam en/ of takken  holtes  dode takken

Resultaten inventarisatie In totaal zijn er 47 bomen geïnventariseerd, voor het grootste gedeelte bestaande uit bosplantsoen. De meest voorkomende soort is de Es (Fraxinus excelsior), daarnaast zijn er de iepen (Ulmus minor) en esdoorns aangetroffen (Acer campestre, Acer pseudoplatanus). Van de 47 beoordeelde bomen zijn er 21 visueel beoordeeld als goed/voldoende, 15 bomen hebben een sterk verminderde conditie en 11 bomen zijn stervend. Meerdere boomvormers zijn meerstammig, waarschijnlijk het gevolg van uitlopen na dunning. In de bijlage is een overzichtslijst weergegeven van alle geregistreerde gegevens, in de rapportage ‘BD21041 Vervangingskosten’ zijn de vervangingskosten weergegeven. In de overige bijlagen zijn overzichtskaarten weergegeven op basis van conditie, kroondiameter en toekomstverwachting.

Boomnummer Boomsoort 1 Acer campestre 2 Fraxinus excelsior 3 Fraxinus excelsior 4 Fraxinus excelsior 5 Fraxinus excelsior 6 Fraxinus excelsior 7 Fraxinus excelsior 8 Fraxinus excelsior 9 Fraxinus excelsior 10 Fraxinus excelsior 11 Fraxinus excelsior 12 Fraxinus excelsior 13 Fraxinus excelsior 14 Fraxinus excelsior 15 Acer pseudoplatanus 16 Acer pseudoplatanus 17 Fraxinus excelsior 18 Fraxinus excelsior 19 Fraxinus excelsior 20 Fraxinus excelsior 21 Fraxinus excelsior 22 Fraxinus excelsior 23 Fraxinus excelsior 24 Acer pseudoplatanus 25 Fraxinus excelsior 26 Ulmus minor 27 Ulmus minor 28 Acer pseudoplatanus 29 Acer pseudoplatanus 30 Acer pseudoplatanus 31 Ulmus minor 32 Acer pseudoplatanus 33 Ulmus minor 34 Ulmus minor 35 Ulmus minor 36 Ulmus minor 37 Fraxinus excelsior 38 Ulmus minor 39 Ulmus minor 40 Ulmus minor 41 Acer pseudoplatanus 42 Fraxinus excelsior 43 Fraxinus excelsior 44 Fraxinus excelsior 45 Acer campestre 46 Acer campestre 47 Fraxinus excelsior

Standplaats Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting Beplanting

Boomhoogte 10 11 11 11 6 12 12 12 12 11 13 14 11 13 11 11 12 15 9 12 11 9 14 12 12 10 10 12 11 10 9 11 8 8 9 5 12 9 10 10 10 13 16 15 10 12 12

Stamdiameter 22 21 20 23 24 22 29 23 25 22 25 24 27 34 21 25 22 45 26 29 21 23 38 24 24 31 22 20 30 30 22 23 20 21 22 23 30 25 23 22 23 32 41 24 22 24 34

Kroondiameter

Conditie_BTL 6 0 Goed (goed/goed) 6 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 5 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 5 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 3 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 6 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 7 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 7 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 8 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 6 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 5 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 6 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 9 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 8 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 7 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 7 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 9 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 11 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 7 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 10 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 8 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 6 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 10 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 8 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 5 3 Stervende (slecht/slecht) 7 3 Stervende (slecht/slecht) 6 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 7 3 Stervende (slecht/slecht) 8 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 6 3 Stervende (slecht/slecht) 5 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 8 3 Stervende (slecht/slecht) 3 3 Stervende (slecht/slecht) 5 3 Stervende (slecht/slecht) 5 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 6 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende) 9 2

Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 5 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 4 3 Stervende (slecht/slecht) 5 3 Stervende (slecht/slecht) 6 3 Stervende (slecht/slecht) 7 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 11 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 10 3 Stervende (slecht/slecht) 6 2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende) 5 0 Goed (goed/goed) 9 1 Iets verminderd (redelijk/voldoende)

Toekomst_voor > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar 5 tot 10 jaar 5 tot 10 jaar 5 tot 10 jaar 10 tot 15 jaar 10 tot 15 jaar 1 tot 5 jaar 1 tot 5 jaar 1 tot 5 jaar 1 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar 1 tot 5 jaar 1 tot 5 jaar 1 tot 5 jaar < 1 jaar 1 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar 5 tot 10 jaar 5 tot 10 jaar 5 tot 10 jaar < 1 jaar < 1 jaar 1 tot 5 jaar 1 tot 5 jaar 5 tot 10 jaar 1 tot 5 jaar 10 tot 15 jaar > 15 jaar 10 tot 15 jaar

Gebrek_1 Gebrek_2 Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Plakoksel stam Zwaar dood hout Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Zwam op stam Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Beschadigd bastweefsel stam Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Gebroken/losse tak Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Plakoksel stam Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Beschadigd bastweefsel stam Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Bastwoekering Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Holte in gesteltak Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Houtboorders Zwaar dood hout Beschadigd bastweefsel stam Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Beschadigd bastweefsel stam Zwaar dood hout Beschadigd bastweefsel stam Zwaar dood hout

Bastwoekering Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Holte stamvoet Slechte kroon Zwaar dood hout Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwam stamvoet Holte stamvoet Holte stam Zwaar dood hout Zwaar dood hout Bastwoekering Beschadigd bastweefsel stamGeen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwaar dood hout Bastwoekering

Gebrek_3 Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Zwam op stam Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Klankafwijking stam Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Scheefstand Plakoksel stam Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC gebrek Geen noemenswaardig BVC

gebrek

ToekomstverwachtingVerplantbaar > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee > 15 jaar Nee 10 tot 15 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 10 tot 15 jaar Nee 10 tot 15 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee < 1 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee < 1 jaar Nee < 1 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 5 tot 10 jaar Nee 1 tot 5 jaar Nee 10 tot 15 jaar Nee > 15 jaar Nee 10 tot 15 jaar Nee

Opmerking eenzijdige kroon klimop stam volledige bvc niet mogelijk, klimop kroon en stam viltig judasoor snoeiwond stam viltig judasoor klimop stam hangmat in kroon, spijkers in stam eenzijdige kroon, hangnet in kroon, spijkers stam

spijkers in stam klimop stam bvc niet geheel mogelijk, klimop stam en kroon klimop stam ingerotte snoeiwond 3m hoogte. wordt als klimboom gebruikt

5 stammige boom, twee stammetjes holle klank

tweestammig

spijkers stam

top is er uit gebroken

ganoderma stamvoet driestammig eenzijdige kroon

CreationDate Creator 25-2-2021 11:25 zwanet.bosch 25-2-2021 11:18 zwanet.bosch 25-2-2021 11:13 zwanet.bosch 25-2-2021 11:07 zwanet.bosch 25-2-2021 11:03 zwanet.bosch 25-2-2021 10:59 zwanet.bosch 25-2-2021 10:55 zwanet.bosch 25-2-2021 10:48 zwanet.bosch 25-2-2021 10:46 zwanet.bosch 25-2-2021 10:35 zwanet.bosch 25-2-2021 10:32 zwanet.bosch 25-2-2021 10:23 zwanet.bosch 25-2-2021 10:18 zwanet.bosch 25-2-2021 10:27 zwanet.bosch 25-2-2021 07:49 zwanet.bosch 25-2-2021 08:15 zwanet.bosch 25-2-2021 08:04 zwanet.bosch 25-2-2021 08:21 zwanet.bosch 25-2-2021 08:32 zwanet.bosch 25-2-2021 08:35 zwanet.bosch 25-2-2021 08:38 zwanet.bosch 25-2-2021 08:52 zwanet.bosch 25-2-2021 08:48 zwanet.bosch 25-2-2021 08:57 zwanet.bosch 25-2-2021 09:16 zwanet.bosch 25-2-2021 13:48 zwanet.bosch 25-2-2021 13:58 zwanet.bosch 25-2-2021 13:53 zwanet.bosch 25-2-2021 14:05 zwanet.bosch 25-2-2021 14:12 zwanet.bosch 25-2-2021 14:18 zwanet.bosch 25-2-2021 14:14 zwanet.bosch 25-2-2021 14:20 zwanet.bosch 25-2-2021 14:22 zwanet.bosch 25-2-2021 14:27 zwanet.bosch 25-2-2021 14:32 zwanet.bosch 25-2-2021 14:36 zwanet.bosch 25-2-2021 14:39 zwanet.bosch 25-2-2021 12:39 zwanet.bosch 25-2-2021 12:33 zwanet.bosch 25-2-2021 12:28 zwanet.bosch 25-2-2021 12:18 zwanet.bosch 25-2-2021 12:11 zwanet.bosch 25-2-2021 12:07 zwanet.bosch 25-2-2021 11:46 zwanet.bosch 25-2-2021 11:39 zwanet.bosch 25-2-2021 11:31 zwanet.bosch

Conditie 44

! (

43

! (

! (

0 Goed (goed/goed)

! (

1 Iets verminderd (redelijk/voldoende)

! (

2 Sterk verminderd (matig/onvoldoende)

! (

3 Stervende (slecht/slecht) 4 Afgestorven (dood) 5 Niet aanwezig

42

! (

41

! (

45

46

! (

! (

40

! (

! (

47

39

! (

38

! (

37

! (

36

! (

1

! ( 35

! (

30

! ( 34

! (

! (

33

! (

32

28

29

! (

2

! (

! ( 31

! (

! (

3

4

27

! (

! (

6

! (

7

26

! (

! (

25

! (

5

! (

8

! ( 10

! (

24

! (

14

! (

! ( ! (

9

11 12

13

! (

! ( ! ( 22

! (

23

Locatie: Trainingsveld Trompstraat, Oudeschild, Texel Thema: Overzichtskaart bomen conditie 21

15

! (

! ( 16

! (

20

17

! (

! (

18

! ( ! (

19

¯ Esri Nederland, Community Map Contributors

Datum: 3-3-2021 Bedrijf: idverde Bomendienst B.V. Tekenaar: Zwanet Bosch

Kroondiameter Meters

44

43

42

41

45

47

46

40

39

38

37

36

1

35 30 32

34

33

29

2

28

3

31 27

4 75

26

8

25 24

6

9

10 14 23

11

21 22

13 12

15 20 1618

17

19

¯ Esri Nederland, Community Map Contributors

Locatie: Trainingsveld Trompstraat, Oudeschild, Texel Thema: Overzichtskaart kroondiameter (indicatie) Datum: 3-3-2021 Bedrijf: idverde Bomendienst B.V. Tekenaar: Zwanet Bosch

Toekomstverwachting ! (

> 15 jaar

! (

10 tot 15 jaar

! (

5 tot 10 jaar

! (

1 tot 5 jaar

! (

< 1 jaar

44

! (

43

! (

42

! (

41

45

! (

! ( ! (

40

46 47

! (

! (

39

! ( 38

! (

37

! (

36

! (

! (

35

1

! (

30

! (

2

! (

34 32

33 ( 31 ! ( ! ! (

! (

28

29

! (

! (

3

! ( 4

27

5 ! ( ! (

! (

! (

26

7

! (

25

! (

6

! (

8

! ( 9 10 ! ( ! ( 11 14 ( 12 ! ( ! ( 13 ! ! (

24

! (

23

! ( 22

! (

21

15

! (

! ( ! (

20

! (

16

17

! (

18

19

! (

! (

¯ Esri Nederland, Community Map Contributors

Locatie: Trainingsveld Trompstraat, Oudeschild, Texel Thema: Overzichtskaart toekomstverwachting Datum: 3-3-2021 Bedrijf: idverde Bomendienst B.V. Tekenaar: Zwanet Bosch

Bijlage 2

51/224

Onderbouwing woningbouwbehoefte

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=b64e1bdf-26a1-47cc-baa6-746d8f53dbde