CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 6 september 2023, gemeente Texel40.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Het gevolg daarvan is dat niet voldaan kan worden aan de vereisten voor de uitgebreide procedure. Een verklaring van geen bedenkingen is nodig om de omgevingsvergunning af te geven. De omgevingsvergunning wordt dan geweigerd. Relevante wet- en regelgeving of jurisprudentie • Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 en de reparatieplannen buitengebied.

Alternatieven Het alternatief is om hier geen medewerking aan te verlenen. Binnen de bestemming ‘Bedrijf – Agrarisch loonbedrijf’ is dan geen andere gebruiksactiviteit mogelijk. De panden moeten dan volgens deze regels gebruikt worden.

Consequenties van het advies Met dit advies om een verklaring van geen bedenkingen ter inzage te leggen en vervolgens vast te stellen kan uiteindelijk de omgevingsvergunning verleend worden voor het gebruik van de panden voor brouwerijactiviteiten. Daarbij wordt de productiecapaciteit vastgesteld op maximaal 6000 hectoliter.

Relevante wet- en regelgeving of jurisprudentie • •

Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 en reparatieplannen Wet algemenen bepalingen omgevingsrecht.

(Concept / Voorgenomen)

Raadsbesluit Verklaring van geen bedenkingen voor het verplaatsen van een bierbrouwerij van de Spinbaan naar Meyertebos 7 Doelenboom Programma Maatschappelijk doel

3 3.5

Beleidsdoel

3.5.1

Mooi en gastvrij Texel Zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening met behoud van Texelse kernwaarden Voor een goede ruimtelijke ordening zorgdragen

De raad van de gemeente Texel: gelezen het advies van burgemeester en wethouders; gehoord de raadscommissie; Gelet op • •

Bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 en reparatieplannen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Overwegende • • •

Dat op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.27 voor dit project een verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk is; Dat het plan is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing waarmee is aangetoond dat deze ontwikkeling niet leidt tot een aantasting van de omgeving; Dat de komst van de kleinschalige brouwerij met een productiecapaciteit van maximaal 6000 hectoliter aan het Meyertebos 7 deze locatie een nieuwe passende invulling krijgt.

Besluit 1. Kennis te nemen van het voorgenomen besluit van het college om mee te werken aan het verplaatsen van een bierbrouwerij van de Spinbaan naar Meyertebos 7 in Den Burg op basis van een uitgebreide afwijkingsprocedure. 2. Een ontwerpverklaring van geen bedenkingen vast te stellen en ter inzage te leggen voor de aanvraag omgevingsvergunning met zaaknummer 3349454. Ondertekening

Bijlagen

Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 20-09-2023, De griffier,

De voorzitter,

Zaaknummer 3350116

1.

ruimtelijke onderbouwing met bijlagen

Raadsbesluit van : vestiging bierbrouwerij Meyertebos, verklaring van geen bedenkingen

3. Als er geen zienswijzen tegen de ontwerpverklaring van geen bedenkingen wordt ingediend, deze aan te merken als een vastgestelde verklaring van geen bedenkingen.

omgevingsvergunning

OV-Den Burg - Meyertebos 7 Texel

DATUM IMRO IDN

11-7-2023 NL.IMRO.0448.BUI2023OV0010-on01

PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20220555

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Ligging projectgebied

6

1.3

Planologische regeling

7

1.4

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM)

8

1.5

Leeswijzer

9

Planbeschrijving

10

2.1

Huidige situatie brouwerij

10

2.2

Beschrijving van de gewenste locatie

10

2.3

Beschrijving van de gewenste bedrijfsactiviteiten

14

2.4

Ruimtelijke inpassing

16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

18

3.3

Gemeentelijk beleid

20

Milieu- en omgevingsaspecten

22

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

22

4.2

Verkeer en parkeren

22

4.3

Bedrijven en milieuzonering

28

4.4

Geluid

29

4.5

Water

30

4.6

Bodem

30

4.7

Cultuurhistorie

31

4.8

Archeologie

31

4.9

Ecologie

32

4.10

Externe veiligheid

33

4.11

Luchtkwaliteit

35

4.12

Kabels en leidingen

35

4.13

Duurzaamheid

36

4.14

Spuitzone

39

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

3/77

Hoofdstuk 5

Uitvoerbaarheid

41

5.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41

5.2

Economische uitvoerbaarheid

41

Afweging en conclusies

43

Hoofdstuk 6

Bijlagen bij ruimtelijke onderbouwing

45

Bijlage 1

Vorm vrije mer-beoordeling_10 juli 2023

47

Bijlage 2

Watertoets

55

Bijlage 3

Stikstofonderzoek juli 2023

59

Bijlage 4

Stikstofberekening

67

4/77

Ruimtelijke onderbouwing

5/77

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Familiebrouwerij Diks (hierna: de initiatiefnemer) is voornemens een nieuwe kleinschalige brouwerij te beginnen op een locatie even ten noorden van Den Burg. Het betreft het perceel Meyertebos 7 te Den Burg en staat ook wel bekend als de Landbouwcentrale. De locatie is ondervoorbehoud aangekocht en de brouwerij is voornemens zijn bestaande bedrijfsvoering aan de Spinbaan 11 te Den Burg te verhuizen naar de Meyertebos 7. Als aanvulling op de bestaande bedrijfsvoering is de brouwerij voornemens de gebouwen te gaan gebruiken ten behoeve van opslag van grondstoffen en voorraad gereed bierproduct in flessen en fusten. Ook de voorraad verpakkingen waarvoor op dit moment diverse locaties op Texel worden gebruikt gaat hier dan plaats vinden. Op termijn, vanaf 2026, worden ook de overige gebouwen (schuur 1 en 2 op tekeningen) gebruikt voor inpandige opslag. De overige ruimten zullen de eerste periode nog worden ingezet voor de opslag van diverse producten zoals consumptie aardappelen en producten voor de agrarische sector als aardappel pootgoed bewaring. De locatie blijft daarmee een steunpunt voor de komende jaren voor de ondersteuning van de landbouw. Op basis van het bestemmingsplan zijn ter plaatse agrarische loonbedrijven toegestaan. De vestiging van een brouwerij is niet toegestaan.

De gemeente Texel staat in principe positief tegenover de ontwikkeling en wil meewerken aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan. Ter ondersteuning bij de aanvraag van deze omgevingsvergunning moet een goede ruimtelijke onderbouwing worden ingediend. Deze onderbouwing voorziet hierin. Daarnaast is het brouwen van het bier aangemerkt als een bedrijfsactiviteit waarvoor een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) dient te worden aangevraagd. In deze OBM moet worden aangetoond dat de realisatie van een kleinschalige brouwerij geen negatieve gevolgen heeft voor het milieu. In de OBM worden de toekomstige bedrijfsactiviteiten getoetst aan alle omgevingsaspecten. Onderhavige rapportage voorziet in de OBM. Onderdeel van de OBM is de vormvrije mer-beoordeling. Deze vormvrije mer-beoordeling is opgenomen als bijlage 1.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied bevindt zich direct ten noorden van het dorp Den Burg. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 1.1. Het projectgebied wordt begrensd door het bestemmingsvlak van de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch loonbedrijf'.

6/77

Figuur 1.1

1.3

Ligging projectgebied

Planologische regeling

De mogelijkheden voor het gebied zijn bepaald in het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Texel 2013'. Op basis hiervan hebben de gronden de bestemming 'Bedrijf - Agrarisch loonbedrijf'. De bedrijfsgebouwen en overkappingen mogen hierbij gebruikt worden ten behoeve van een agrarisch loonbedrijf. Op het perceel is ook een bedrijfswoning toegestaan. Op basis van dit bestemmingsplan is de vestigingen van een brouwerij niet toegestaan. Een uitsnede van het geldende bestemmingsplan is weergeven in figuur 1.2. Waarde - Archeologie De bestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' zijn ook van toepassing op het projectgebied. De bestemmingen zijn opgenomen ter bescherming van eventueel voorkomende archeologische waarden. Onderzoek is nodig bij ingrepen groter dan respectievelijk 100 m2 en 500 m² en dieper dan 50 centimeter.

7/77

Figuur 1.2

Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013

Reparatieplan buitengebied Texel Tot slot is op 21 december 2016 het bestemmingsplan Reparatieplan buitengebied Texel vastgesteld. In dit reparatieplan zijn onder meer een aantal omissies van het in het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 hersteld.

1.4

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM)

Het brouwen van bier is genoemd onder het Bor onder artikel 2.2.a lid 1 onder a. en luidt: Een installatie voor de voedings- en genotmiddelenindustrie oprichten, wijzigen of uitbreiden. Concreet betreft het: De oprichting van een installatie van een kleinschalige brouwerij. Hiermee is onderhavige activiteit aangemerkt als de bedrijfsactiviteit waarvoor een OBM verleend moet worden. Voor een brouwerij is deze gekoppeld aan een m.e.r.-beoordeling. De gemeente kan de OBM verlenen als uit een m.e.r.- beoordeling blijkt dat geen volledige milieueffectrapportage nodig is. Deze beoordeling is

8/77

opgenomen in bijlage 1.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie en beschrijving van het initiatief. In hoofdstuk 3 wordt het voor het plan relevante beleid beschreven. In Hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de milieu- omgevingsaspecten. hoofdstuk 5 behandelt de uitvoerbaarheid van het project. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de conclusie.

9/77

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

De beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit project en wordt in dit hoofdstuk beschreven. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen.

2.1

Huidige situatie brouwerij

Huidige locatie aan de Spinbaan 11 Tesselaar Familiebrouwerij Diks bevindt zich in de huidig situatie op het bedrijventerrein van Den Burg. Specifiek gaat het om een gedeelte van het gebouw aan de Spinbaan 11. Dit betreft het oostelijk gelegen gebouw. Huidige activiteiten en ontwikkelingen Tesselaar Familiebrouwerij Diks is een kleine ambachtelijke brouwerij van bieren op Texel. De Familiebrouwerij geeft inmiddels werk aan 12 personen waarvan 2 eigenaren met 8 full time en 2 parttime medewerkers. Sinds de oprichting in juni 2017 is er na een bouwperiode van 2 jaar in 2019 begonnen met het maken van Tesselaar bier, inmiddels heeft de brouwerij een assortiment van 9 vaste bieren als Strandstruner, Eilandkriebel, Eilandbiêr, Witte Tessel-Aar, Bruuzer, Slufterbok, Razende Bok, Dukdalf en Kouwe Skéépekop. Daarnaast maakt de brouwerij voor vier verschillende horecabedrijven een uniek eigen bier, zoals Sunny side Up, Kasté bier, Kaap de Goeie Hop en Skarrelaar. Voor de Veteranen van Nederland brouwt de familiebrouwerij Tesselaar Grombaard een bier waarvan een stukje van de omzet naar de Veteranenvereniging gaat. Een zelfredzaam eiland en een brouwerij met smakelijke bieren op een duurzame manier gemaakt is een van de drijfveren van de Familie Diks.

De Familiebrouwerij vervult steeds meer en meer de functie van de kleine lokale bierbrouwer voor het eiland Texel en groeit daarmee dit jaar naar een volume van 2.500 hectoliter (ter vergelijk een brouwerij in Oudeschild maakt 42.000 hectoliter en in Oosterend naar schatting 1.000 hectoliter). Om de groei rustig en voorzichtig verder te laten groeien is er een uitbreiding in ruimte gewenst iets wat door de huiseigenaar op de Spinbaan onmogelijk is gemaakt door de huur op te zeggen per juli 2023.

2.2

Beschrijving van de gewenste locatie

De brouwerij is voornemens hun brouwerij te gaan uitbreiden van 3.000 hectoliter per jaar naar 6.000 hectoliter per jaar. Hiertoe is de brouwerij uitgekomen op de locatie Meyertebos 7 te Den Burg beter bekend als de Landbouwcentrale. Het projectgebied bevindt zich in het buitengebied van Texel. Rondom het projectgebied, met uitzondering van de zuidkant, is dan ook sprake van het open agrarisch landschap. De zuidkant wordt begrenst door een woning en een tweetal recreatiewoningen. De Meyertebos is een weg welke voornamelijk bedoeld is voor bestemmingsverkeer. Aan de Meyertebos bevinden zich afwisselend woon –en werkfuncties. De weg gaat in zuidelijke richting over op de Waalderweg, welke deel uit maakt van de hoofdontsluitingsweg van Den Burg. Het projectgebied is daarmee goed bereikbaar.

10/77

Enkele luchtfoto's van de huidige situatie is weergeven in figuur 2.1 en 2.2. De begrenzing is afgestemd op basis van het huidige bouwvlak. Figuur 2.3 en 2.4 geef een vooraanzicht weer. Het plan is de brouwerij met proefruimte en verkoopruimte te vestigen in schuur 5 en 6 zoals weergeven in figuur 2.5. Het proeflokaal/de sanitaire ruimte en verkoopruimte bedraagt maximaal 80 m2. In schuur drie zal een gedeelte van de vloer gebruikt worden om graan te vermouten. In de gewenste situatie blijft er, net als in de huidige situatie, sprake van een kleinschalige brouwerij. De eigen brouwlocatie op de Spinbaan verhuist dus naar de Meyertebos en vervalt op de oude locatie.

Figuur 2.1 Luchtfoto met begrenzing projectgebied

11/77

Figuur 2.2 locatie en omgeving

Figuur 2.3

12/77

Aanzicht projectgebied

Luchtfoto

Figuur 2.4 schuur 6

Figuur 2.5

13/77

Schuur 5 en 6 worden in de toekomst gebruikt voor de brouwerij

Aanzicht op

Figuur 2.6

2.3

Vogelaanzicht

Beschrijving van de gewenste bedrijfsactiviteiten

Het initiatief betreft het vestigen van een (kleinschalige) brouwerij inclusief verkoop en proefruimte op de locatie Meyertebos 7 te Den Burg. De huidige installatie die is opgebouwd op de Spinbaan 11 is de complete installatie die zal worden verhuisd. Hier is geen verdere uitbreiding gewenst om het goede aantal liters te kunnen produceren. De benodigde afmeting van schuur 6 kan de volledige brouwerij met bottelarij, vergisting tanken en lagering tanken herbergen

14/77

en is 600 m2. De bestaande gebouwen in het projectgebied blijven behouden en worden gebruikt voor de gewenste bedrijfsvoering. Schuur 5 gaat ingericht worden ten behoeve van de proefruimte, verkoopruimte. De totale afmeting van de verkoop -en proefruimte is 80 m2 met een capaciteit voor 25 personen. Ook wordt een toiletgroep met 2 toiletten en de afgeschermde loopruimte voor bezoekers gerealiseerd. De verkoop en proefruimte met toiletten krijgt een oppervlakte van 80m2. Verder is een ruimte als filmzaal 40 m2 ingericht met een capaciteit voor 25 personen. Doormiddel van het reserveringssysteem is het aantal bezoekers tegelijkertijd in de brouwerij/ proefruimte gemaximeerd tot 40 personen totaal. Het bezoekersgedeelte is samen 35% van de oppervlakte van schuur 5 waarvan de rest kan worden gebruikt als opslag van grondstoffen en voorraad gereed bierproduct in flessen en fusten. Ook de voorraad verpakkingen waarvoor op dit moment diverse locaties op Texel worden gebruikt gaat hier dan plaats vinden. Op termijn worden ook de overige gebouwen gebruikt voor inpandige opslag. Dit voorkomt onnodige opslag buiten. Buitenopslag vindt dan ook niet plaats. In schuur 5 zal in het verlengde van het proeflokaal gedeelte een pantry/ keuken en kantoor worden gerealiseerd met 2 personeel toiletten/kleedruimte en een Garderobe / schoonmaakkast voor het personeel.

Met de aankoop van de Landbouwcentrale kan ook een lang gekoesterde wens van de familie in vervulling gaan om het graan van Texelse bodem in schuur 3 op de grond te laten kiemen en drogen. Dit zo geheten vloer vermouten zal alleen voor eigen brouwerij worden gedaan of voor de kleine collega brouwers van Texel. De maximale verwerking van graan zal zich beperken tot 3 ton per week wat voldoende is voor 5 brouwsels per week van 30 HL. Een jaar productietijd van 40 weken per jaar maakt een jaar volume van 6.000 Hl speciaalbier. Het drogen van het gekiemde graan kan gebeuren met de restwarmte uit de stoomketel. Het overwegen om zelf te vermouten is alleen vanuit educatieve en ideële doeleinden als duurzaamheid geboren. Hoe gaaf is het om aan de bezoekers van de brouwerij te laten zien wat er moet gebeuren om van een glas bier te kunnen genieten! Van Gerstkorrel tot bier van Texel krijgt dan een nog hogere beleving. Verder zal de familie met diverse lokale akkerbouwers een prijs plus boven de marktwaarde kunnen betalen als er de goede brouwkwaliteit kan worden geleverd. Dit alles zal leiden tot weer minder vervoersbewegingen omdat nu het graan van Texel af gaat per vrachtwagen naar Winterswijk/Eemshaven om bij Vloermouterij Masterveld/ Agrifirm te worden vermout waarna de wagens weer de pallets met mout weer terug vervoeren naar Texel.

De overige ruimten, circa 1.250 m2, zullen de eerste periode nog worden ingezet voor de opslag van aardappelen en daarna voor graan voor eigen gebruik. Een uitgebreide omschrijving van het productieproces wordt uiteindelijk in te actualiseren Productie Handboek opgenomen en bij de aanvraag omgevingsvergunning toegevoegd. De voorgenomen indeling van het projectgebied is weergegeven in figuur 2.7. processchema van het brouwen is in figuur 2.8 opgenomen. Een uitgebreide beschrijving van het gehele bouwproces is opgenomen als bijlage bij

15/77

de aanvraag omgevingsvergunning.

Figuur 2.7

2.4

Indeling toekomstige situatie (tekening 21 juni 2023)

Ruimtelijke inpassing

Met de beoogde ontwikkeling dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke inpassing, overeenkomstig het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied en de Texelse kernwaarden. Daar er slechts sprake is van een functiewijziging en de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bestaande inrichting wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het landschap. Wel wordt het bestaande parkeerterrein groen ingepast.

16/77

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. De regio waarvan de gemeente Texel deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro

17/77

stelt niet alleen regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR, maar stelt ook regels die in ruimtelijke plannen moeten worden opgenomen. In dit geval betreft de voorgenomen ontwikkeling geen ontwikkeling die betrekking heeft op de 14 nationale belangen zoals genoemd in de SVIR en waarvoor regels zijn gesteld in het Barro. Het projectgebied ligt niet binnen een gebied dat door de Barro is aangewezen. Daarmee is het project niet in strijd met het beleid zoals uiteen gezet in deze stukken. Duurzame verstedelijking In de NOVI is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' een procesvereiste. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied mogelijk is, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking Met dit project gaat het om een functiewijziging van bestaande gebouwen. Dit betreft geen stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Daarom is toetsing aan de ladder niet noodzakelijk.

3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening NH2020 Het ruimtelijk beleid van de provincie Noord - Holland is vastgelegd in de Omgevingsvisie 2050. In de omgevingsvisie geeft de provincie een toekomstbeeld, waaruit het provinciaal belang volgt. Het toekomstbeeld is als volgt gedefinieerd: 'De provincie Noord-Holland zorgt dat Noord-Holland een mooie, veelzijdige en internationaal concurrerende provincie blijft door in te zetten op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ruimtegebruik. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels verbonden aan de provinciale hoofdbelangen. Artikel 6.4 Kleinschalige ontwikkelingen Het projectgebied ligt in het werkingsgebied 'landelijk gebied'. In artikel 6.4 (Kleinschalige ontwikkelingen) is geregeld dat in een bestemmingsplan een kleinschalige ontwikkeling in landelijk gebied mogelijk gemaakt kan worden. Het toegestane bebouwd oppervlak mag niet worden vergroot en dient plaats te vinden op een locatie waar een stedelijke functie is toegestaan. Het aantal burgerwoningen mag hierbij niet toenemen. De ontwikkeling vindt plaats op een locatie waar een stedelijke functie al is toegestaan. De bouwblokken blijven onveranderd. Daarnaast is geen sprake van de ontwikkeling van een burgerwoning.

Artikel 6.59 Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied Ook is artikel 6.59 'Ruimtelijke kwaliteitseis ingeval van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk

18/77

gebied' van toepassing. In artikel 6.59 staat aangegeven wat de ruimtelijke kwaliteit is ingeval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in het landelijk gebied. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat een motivering waaruit blijkt dat voldaan wordt aan de kwaliteitsvoorwaarden. Artikel 6.46 Bijzonder provinciaal landschap Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. Het BPL is beschreven in kernkwaliteiten per deelgebied. De voormalige beschermingsregimes Bufferzones, Aardkundig Monument en Weidevogelleefgebied zijn geborgd in de kernkwaliteiten. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, gericht op de wezenlijke kenmerken en waarden van natuur en landschap) en Provinciale Monumenten hebben een eigen regime en vallen daarom buiten het BPL-regime. Een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied Bijzonder provinciaal landschap bevat regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten. In het BPL zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast.

Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Hierdoor is er ruimte voor maatwerk en gebiedsgerichte differentiatie. In de ruimtelijke onderbouwing van een bestemmingsplan dat een ontwikkeling in het BPL mogelijk maakt, moet worden gemotiveerd dat de ter plaatse geldende kernkwaliteiten niet worden aangetast. In lijn met de provinciale Leidraad Landschap en Cultuurhistorie zijn de kernkwaliteiten beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden: 1. Landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen. 2. Openheid en ruimtebeleving: de beleving van de ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten. 3. Ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen. In dit geval ligt het projectgebied in het BPL en daarin specifiek in een het gebied Texel oude land en aandijkingen. Het BPL Texel - Oude Land en aandijkingen is het zuidoostelijk deel van het Waddeneiland Texel. Het omvat zowel het Oude Land als delen van de aandijkingspolders eromheen. Het Oude Land van Texel ligt op een opgestuwde verhoogde keileemondergrond.

Naast het reliëf zijn de bebouwings- en landschappelijke structuren, zoals stolpen, schapenboeten, tuunwallen en kolken karakteristiek. In de oude open aandijkingspolders rond het Oude Land ligt een aantal gebieden dat een geschikt habitat voor weidevogels is. Het Oude Land van Texel ligt op een opgestuwde verhoogde keileemondergrond. Naast het reliëf zijn de bebouwings- en landschappelijke structuren, zoals stolpen, schapenboeten, tuunwallen en kolken karakteristiek. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk indien de leesbaarheid van de aardkundige kernkwaliteit in stand blijft. Voor de aardkundige waarden is het belangrijk dat de hoogteverschillen in het landschap behouden blijven. De locaties waar de agrarische bedrijven verdwijnen, zijn in het verleden al vlak getrokken en hier zijn geen

19/77

aardkundige waarden meer aanwezig. De ontwikkelingen worden op een locatie gepositioneerd waar ook geen aardkundige waarde meer zichtbaar zijn. Met dit bestemmingsplan is dan ook geen sprake van aantasting van de aardkundige -en stuwwallandschap kernkwaliteiten. Het Oude Land heeft een halfopen karakter. De Hoge Berg op het Oude Land heeft een meer besloten karakter. Het reliëf en de kleinere bebouwings- en beplantingselementen zijn van invloed op de beleving van de ruimte. De oudere aandijkingen zijn ook open, maar bescheiden van maat. De dijken begrenzen de open ruimten. Met dit project is geen sprake van een verdere verdichting van het halfopen landschap. Er is slechts sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling waarbij de openheid niet wordt aangetast. Gelet op het voormalige en toekomstige gebruik van het projectgebied, het ongewijzigd laten van de gebouwen, omvang en inpassing van de gronden in het landschap, de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden kunnen negatieve effecten op het NNN en op habitat van weidevogels worden uitgesloten. Het gebied ligt ook niet in een gebied voor Habitat van weidevogels.

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie 'Texel op koers' In de Structuurvisie worden op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelingen voor het eiland aangegeven op het gebied van economie, ruimtelijke ordening, zorg en welzijn. Hieronder volgen de hoofdpunten uit de Structuurvisie die een ruimtelijke relatie hebben. Zelfstandige lokale ondernemers op het eiland zijn belangrijke dragers voor de economie van het eiland. De gemeente stimuleert deze lokale (ambachtelijke) bedrijvigheid dan ook. Bij nieuwe ontwikkelingen gaat de gemeente uit van de Texelse kernkwaliteiten. Het gaat hierbij om de rust en ruimte, de rijkdom aan natuur en cultuurlandschappen, de grote afwisseling in landschappen en landgebruiksvormen, de Texelse identiteit, het specifieke eilandkarakter, de nachtelijke duisternis en de maritieme monumenten. De gemeente staat op voor het opnieuw in gebruik nemen van vrijgekomen boerderijen. De ontwikkeling vindt plaats op een bestaande (agrarische) bedrijfslocatie. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de structuurvisie 'Texel op koers'. Parkeerbeleid De CROW normering vormt de basis van het gemeentelijk parkeerbeleid. Het parkeerbeleid van de gemeente Texel is op 17 februari 2016 vastgesteld. Uitgangspunt van het gemeentelijk parkeerbeleid is dat er wordt geparkeerd op eigen terrein. Bij de uitwerking van het plan wordt de gemeentelijke parkeernormering gehanteerd (zie paragraaf 4.2).

Hiermee wordt voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Texel.

20/77

Beeldkwaliteitsplan In de Omgevingsvisie 2050 is het maken van een ‘beeldkwaliteitsplan verplicht gesteld voor nieuwe ontwikkelingen. De intentie van de provincie daarbij is samengevat in het credo 'behoud door ontwikkeling', waarbij een sterke nadruk wordt gelegd op ‘regionale identiteit en ‘ruimtelijke kwaliteit’. Voor de onderhavige ontwikkeling, waarbij sprake is van een functiewijziging wordt een beknopte beeldkwaliteitsparagraaf geacht voldoende inzicht te geven in de gevolgen van de ingreep voor de bestaande beeldkwaliteit. Met de beoogde ontwikkeling dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke inpassing, overeenkomstig het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied en de Texelse kernwaarden. Daar er slechts sprake is van een functiewijziging en de ontwikkeling plaatsvindt binnen de bestaande inrichting wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het landschap. Wel wordt het bestaande parkeerterrein groen ingepast. Hiermee wordt de landschappelijke inpassing van het erf versterkt. In het beeldkwaliteitsplan, Texel in ontwikkeling, onderdeel van het bestemmingsplan Buitengebied Texel staan uitgangspunten voor de inrichting en uitstraling van het perceel. Het plangebied bevindt zich, op basis van het Beeldkwaliteitsplan, in het Oude land. De boererven in het oude landschap dienen als één samenhangend element zichtbaar te zijn in het landschap.

In dit geval is daar sprake van door het erf te voorzien van opgaande beplanting. Per saldo is sprake van een ontwikkeling die beter landschappelijk wordt ingepast.

21/77

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Bij het doorlopen van een ruimtelijke procedure moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Daarin is vastgelegd wanneer een milieueffectrapport (MER) of een mer-beoordelingsnotitie moet worden opgesteld. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het ruimtelijke plan planmer-plichtig (bijlage C en D), projectmer-plichtig (bijlage C) of mer-beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Dit project betreft het mogelijk maken van een kleinschalige-brouwerij. Deze activiteit valt onder categorie 37.1 van onderdeel D van (de bijlage bij) het Besluit milieu-effectrapportage. Indien de productiecapaciteit meer bedraagt dan 750.000 hectoliter per jaar dan geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. In onderhavig geval is de capaciteit vele malen minder dan de drempelwaarde. In de nieuwe situatie wordt de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. niet overschreden. Sinds 7 juli j.l. is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een m.e.r. nodig is.

In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een "vormvrije" m.e.r.-beoordeling. Deze is als bijlage toegevoegd.

4.2

Verkeer en parkeren

Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en/of verkeersveiligheid. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen 'Nota Parkeernormen Texel 2015'. De verkeersgeneratie wordt berekend op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit per kengetal het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. De ontwikkeling betreft de ligging 'buitengebied' en heeft een stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk'. Ligging projectgebied Gemotoriseerd verkeer In de omgeving van het projectgebied liggen de Meyertebos en de Waalderweg. De Meyertebos en de Waalderweg zijn gecategoriseerd als erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 60 km/uur.

22/77

Langzaam verkeer Op de Meyertebos deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer en er zijn geen fietsvoorzieningen aanwezig. Langs de Meyertebos ligt ten noorden van de weg een vrijliggend fietspad, waardoor het fietsverkeer op deze weg een duidelijke plek binnen het wegprofiel heeft, zoals vanuit verkeersveiligheid op 60 km/uur-wegen gewenst is. De ontsluiting van het projectgebied voor langzaam verkeer kan als voldoende verkeersveilig worden beoordeeld. Openbaar vervoer Op circa 2.000 meter loopafstand van het projectgebied ligt langs de Pontweg de bushalte Pontweg-De Zandkoog. Buslijn 28 halteert elk uur tussen De Koog en Veerhaven 'T Horntje. De bereikbaarheid met het openbaar vervoer is daarmee niet ideaal. Echter kent Texel de texelhopper die passagiers tot bij de deur afzetten. De bezoekers van de brouwerij kunnen hier dus ook gebruik van maken. De ontsluiting van het projectgebied per openbaar vervoer kan daarmee als voldoende worden beoordeeld.

Figuur 4.2

Ligging projectgebied

Beoogde ontwikkeling De planontwikkeling omvat de realisatie van een kleinschalige brouwerij aan de Meyertebos 7 te Den Burg.

23/77

Tabel 1-1 Beoogd programma Functie Proefruimte en verkoopruimte (inclusief toiletgroep bezoekers) Brouwerij Opslag (inpandig) Totaal

Oppervlakte m2 (bvo) 80 m2 1.490 m2 2.000 m2 3.570m2

In de bestaande situatie wordt de locatie gebruikt voor het opslaan en verwerken/sorteren van aardappels (circa 3.950 m2 bvo). Door de beoogde realisatie van de brouwerij komen er diverse bestaande functies te vervallen. Dit zijn consumptie aardappelen ontvangst & sorteren en verpakken van aardappels. Ook het handelen in meststoffen en gewasbescherming komt te vervallen. Wel blijft 1.250 m2 de komende jaren beschikbaar voor opslag van aardappelen. In verkeersbewegingen betekent dit forse afname van zware verkeersbewegingen in de oostperiode (oktober tot half februari). Verkeersgeneratie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van kencijfers uit de CROW-publicatie 381. Hierbij wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het autobezit voor de kengetalen het gemiddelde van de bandbreedte gehanteerd. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de locatie 'buitengebied'. Verder geldt voor de gemeente Texel een stedelijkheidsgraad van 'niet stedelijk'. De verkeersgeneratie is bepaald voor een gemiddelde weekdag en een gemiddelde werkdag. De CROW-kentallen gaan uit van weekdagintensiteiten. De gemiddelde werkdagintensiteit is bepaald door gebruik te maken van een omrekenfactor 1,33 welke CROW-381 noemt voor werkfuncties.

Bestaande situatie In de bestaande situatie wordt de locatie gebruikt voor het opslaan en bewaren van graan en aardappelen en verder worden hier aardappelen van over het hele eiland aangevoerd om te worden gesorteerd en gewogen. Ook is hier sprake van het opslaan van aardappels en het handelen in meststoffen en gewasbescherming (circa 3.950 m2 bvo). Door de beoogde realisatie van de brouwerij komt de bestaande functie, met uitzonderin van 1.250 m2, te vervallen. Dus in de bestaande loods is alleen nog sprake van opslag en bewaaring van aardappelen. Met het vervallen van de loodsen kan de verkeersgeneratie van deze functie in mindering worden gebracht op de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie. Wel dient nog tot 2026 rekening gehouden te worden met agrarische vervoersbewegingen in verband met de te behouden tijdelijk opslag. In tabel 1-2 is de verkeergeneratie van de bestaande situatie bepaald. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van de loodsen wordt aangesloten bij de functie 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief'. Tabel 1-2 Berekening verkeersgeneratie bestaande situatie Functie Functie CROW-381 Aantal / m2 Kengetal

24/77

Verkeersgeneratie

Opslagloodsen

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief

3.950

weekdag 4,7 per 100 m bvo 189,6 2

werkdag 252,2

Totaal 190 253 * omrekening weekdag naar werkdag met standaardfactor 1,33 voor werkgebieden (CROW-publicatie 381) Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een brouwerij. Op basis van het programma (zie tabel 1-1) is de verkeersgeneratie bepaald voor op een gemiddelde weekdag en gemiddelde werkdag. Echter betreft dit een berekening op basis van kencijferss. Ervaringscijfers van de brouwerij, op de bestaande locatie, leert dat 80% van de bezoekers met de fiets komt. Daarmee zijn de verkeersbewegingen, in de praktijk, aanzienlijk lager. Proefruimte Op basis van ervaringscijfer heeft de initiatiefnemer de verkeersgeneratie van de proefruimte bepaald. Dit heeft de initiatiefnemer gedaan op basis van gegevens van de bestaande bedrijfslocatie. Volgens de initiatiefnemer bedraagt de verkeersgeneratie 80 voertuigbewegingen per dag. Verkoopruimte Voor deze functie zijn geen kentallen beschikbaar om de verkeersgeneratie te bepalen. Daarom wordt voor het berekenen van de verkeersgeneratie aangesloten bij de functie 'bruin- en witgoedzaken'. Hoewel de producten niet gelijkwaardig zijn, is het gebruik van de winkels dat wel. Tabel 1-3 verkeersgeneratie planontwikkeling Functie Functie CROW-381

Aantal / m2

Kengetal

Proefruimte

80 m2

-

80 m2

1,114 per 100 m2 bvo 10,0 per 100 m2 bvo

Verkoopruimte

Bruin- en witgoedzaken

Brouwerij

Bedrijf 1.490 m2 arbeidsintensief/bezoekers extensief Bedrijf 2.000 m2 arbeidsextensief/bezoekers extensief

Opslag

Totaal

Verkeersgeneratie weekdag werkdag 80,0 80,0 89,1

89,1

149,0

198,2

4,8 per 100 m2 bvo 96,0

127,7

415

495

De toename van de verkeersgeneratie na planontwikkeling kan worden bepaald door de verkeersgeneratie van de bestaande bebouwing (253 mvt/etmaal) in mindering te brengen op de verkeersgeneratie van de toekomstige ontwikkeling (495 mvt/etmaal). Per saldo leidt dit tot een toename van de verkeersgeneratie van

25/77

242 (495– 253) mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Tabel 1-4 verkeersgeneratie per saldo Bestaande situatie Toekomstige situatie Per saldo

Verkeersgeneratie werkdag (mvt/etmaal) 253 495 242

Tijdelijke vervoersbewegingen agrarische hallen Tot 2026 blijft 1.250 m2 , van de 3.914 m2, beschikbaar voor tijdelijke opslag ten behoeve van agrarische doeleinden. In eerste instantie zal aardappel opslag blijven waarbij één keer per jaar aanvoer is en geleidelijk in het jaar afvoer zal plaatsvinden. De graanopslag na 2 jaar is 1 keer per jaar aanvoer en de afvoer gaat inpandig via de brouwerij. De afvoer van bierbostel gebeurd evenvaak als er gebrouwen wordt; maximaal 2 keer in de week. Verkeerstoedeling Het projectgebied wordt via één aansluiting ontsloten op de Meyertebos. Op basis van de navigatietool van Google Maps is een inschatting gemaakt van de toedeling van het verkeer vanaf het projectgebied (zie onderstaande afbeelding).

Figuur 4.3

Verkeerstoedeling projectgebied

Verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid

26/77

Voor beoordeling van de verkeersafwikkeling is de verkeersgeneratie tijdens het maatgevende uur van belang. Als vuistregel geldt dat de verkeersomvang tijdens het maatgevende uur circa 10% van de etmaalwaarde bedraagt. In dit geval gaat het in het drukste uur op werkdagen dan om (242 *10%) om 25 mvt/uur. Deze relatief geringe toename van verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegen en zal niet leiden tot een verslechtering van de verkeersafwikkeling. Voor de beoordeling van de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat met de relatief geringe toename van het verkeer na planontwikkeling (25 motorvoertuigen in het drukste uur) dit geen effect heeft op de verkeersveiligheid. De verkeersveiligheid wordt dan ook niet negatief beïnvloed als gevolg van het plan. In de bestaande situatie wordt het projectgebied gebruikt voor het opslaan van aardappels en wordt er tevens gehandeld in meststoffen en gewasbescherming. Het opslaan van aardappels zorgt voor piekmomenten in de oogstseizoenen waardoor er, naar verwachting, een hogere verkeersgeneratie is dan de gemiddeld berekende verkeersgeneratie. Tevens zal dit verkeer voornamelijk bestaan uit trekkers en/of vrachtverkeer. Daarnaast genereert de handel in meststoffen en gewasbescherming veel zware trekkers met aanhangers die dagelijks gebruik maken van de Meyertebos.

Hoewel de toekomstige situatie op papier meer verkeer genereert, zal het aandeel vrachtverkeer in de toekomstige situatie juist afnemen. Doordat de toekomstige situatie minder vrachtverkeer genereert zal dit zorgen voor een verbetering van de verkeerssituatie. In de basis geldt namelijk dat (zwaar) vrachtverkeer er langer over doet om een kruispunt te verlaten en daardoor sterker bijdraagt aan een afname van de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. De afname van de kwaliteit van de verkeersafwikkeling als gevolg van de toename in verkeer, weegt niet op tegen de afname van het aandeel (zwaar) vrachtverkeer in de totale verkeersgeneratie en de verbetering die deze afname overlevert voor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Per saldo zal de kwaliteit van de verkeersafwikkeling dan ook niet afnemen als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Daarnaast kan ook worden gesteld dat de afname van het vrachtverkeer ook een positief effect heeft op de verkeersveiligheid. Wel zal tot 2026 ook nog sprake zijn van het opslaan van agrarische producten. In eerste instantie zal aardappel opslag blijven waarbij 1 keer per jaar aanvoer is en geleidelijk in het jaar afvoer zal plaatsvinden. De graanopslag na 2 jaar is 1 keer per jaar aanvoer en de afvoer gaat inpandig via de brouwerij. De afvoer van bierbostel gebeurd evenvaak als er gebrouwen wordt. max 2 keer in de week.

Dit beperkt aantal verkeersbewegingen, kan samen met de verkeersbewegingen van de brouwerij, veilig worden afgewikkeld. Parkeren De parkeerbehoefte is berekend aan de hand van de gemeentelijke parkeernormen. Tabel 1-7 Normatieve parkeerbehoefte Beoogde ontwikkeling Functie Functie p-beleid

27/77

Oppervlakte in m2 bvo

Kengetal

Parkeerbehoeft e

Proeflokaal en verkoopruimte Brouwerij

Horeca – café/bar

80

Bedrijfs(verzamel)gebouw

1.490

Opslag

Loods/opslag

2.000

Totale normatieve parkeerbehoefte

4,0 per 100 3,2 m2 bvo 1,5 per 100 22,35 m2 bvo 0,9 per 100 18 m2 bvo 44

De totale normatieve parkeerbehoefte komt op afgerond 44 parkeerplaatsen. Op eigen terrein is een terrein van circa 1.800 m2 beschikbaar voor het parkeren. Op dit terrein zal worden voorzien in de volledige parkeerbehoefte. Er worden 44 parkeerplaatsen gerealiseerd. De parkeerplaatsen worden landschappelijk (groen) ingepast op het terrein en worden niet gerealiseerd voor de loodsen die nog voor de agrarische loonbedrijf functie worden gebruikt.

4.3

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor het bepalen van de richtafstanden wordt onderscheidt gemaakt tussen rustige woonomgevingen en gemengde gebieden. Toetsing Op basis van het huidige bestemmingsplan mag het projectgebied gebruikt worden ten behoeve van een agrarisch loonbedrijf. Dergelijke bedrijfsactiviteiten vallen onder milieucategorie 3.2. In de huidige situatie kan de woning op het perceel Meyerterbos 3 hier enige hinder van ondervinden. De zuidelijk grens van de inrichting bevindt zich namelijk op korte afstand van het woonperceel van Meyerterbos 3. Namelijk minder dan 10 meter. Bierbrouwerijen vallen onder milieucategorie 4.2. Voor geur, stof, geluid en gevaar zijn de afstanden respectievelijk 300, 30, 100 en 50 meter. Echter wordt met de gewenste situatie geen brouwerij mogelijk gemaakt die een milieucategorie 4.2 rechtvaardigt. De bedrijfsactiviteiten zijn eerder te scharen onder een milieucategorie 2 bedrijf.

De bedrijfsactiviteiten zijn dusdanig ambachtelijk en kleinschalig dat deze geen effect hebben op het woon- en leefklimaat van de bestaande woningen. Dit wordt door de Omgevingsdienst Noord Holland Noord bevestigd. Het advies van de Omgevingsdienst Noord Holland Noord bevestigd dat er voor het aspect geluid en geur geen belemmeringen zijn. De aspecten geur en geluid worden hierna nader toegelicht. Geluid De brouwactiviteiten vinden inpandig in één ruimte plaats (schuur 5 en 6) en op ruime afstand van de woningen aan de Meyertebos 3.

28/77

Het bronvermogen van een inpandige brouwinstallatie ligt op één meter afstand van de buitengevel op 40 dB(A). Gezien de geringe geluidsproductie van de totale productieruimte wordt geen gebruik gemaakt van installaties om geluidsemissie te beperken. De kook apparatuur is nagenoeg geluidloos. Enkel het schroten, met een schrootmolen, van de agrarische grondstoffen (gerst en tarwe) maakt enig geluid, niet meer dan 65 dB(A) naast de machine. Dit proces vindt batchgewijs plaats, maximaal twee maal per week in de dagperiode. Aangezien de activiteiten in een deugdelijk geïsoleerd gebouw plaatsvinden is sprake van zeer geringe geluidemissie. De bedrijfsactiviteiten (inclusief aan- en afvoer) vinden uitsluitend plaats in de dagperiode. De woningen aan de Meyertebos 3 liggen op een afstand van 55 meer en meer van de schuren 5 en 6. Gezien de inpandige activiteiten en de aanwezige/afschermende gebouwen tussen het projectgebied en de woningen en de gunstige situering van het parkeerterrein (noordzijde), kan zonder meer worden aangenomen dat het geluid vanwege de brouwerij voldoet aan de VNG-richtwaarde van 50 dB(A) voor gemengd gebied. Dit komt overeen met de grenswaarde van 50 dB(A) die is opgenomen in het Activiteitenbesluit (rechtstreeks werkend). Het aspect geluid is daarmee geen belemmering voor het plan.

Geur In potentie zou de realisatie van een brouwerij kunnen leiden tot hinder voor de directe omgeving vanwege geuremissie. Echter wordt de emissie van geur in zijn geheel geëlimineerd doordat de brouwerij gebruik maakt van de nieuwste kennis van technieken. Normaliter ontstaat er geuremissie als de kookdampen worden uitgeblazen middels een schoorsteen in de vrije buitenlucht. In de huidige installatie, die zal worden meeverhuisd, is dit uitgesloten door een dampafvoer van 2x90 graden af te buigen en de damp met koud water te koelen waardoor deze kookdamp condenseert en vervolgens via het riool zal worden afgevoerd. Door deze maatregel is geuremissie voor de omgeving (5x per week 60 minuten kookproces) geheel uitgesloten. Naast het kookproces zijn er geen geur-veroorzakende processen. Vanwege hygiëne dienen deuren en ramen tijdens het proces eveneens gesloten te zijn. De aanwezigheid van bronnen die geuroverlast kan veroorzaken zijn daarmee uitgesloten. Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het project.

4.4

Geluid

Toetsingskader In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

29/77

Toetsing De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting op geluidgevoelige objecten en terreinen door drie verschillende geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Binnen het projectgebied worden geen geluidsgevoelige objecten geregeld. Wel liggen in de omgeving van het gebied en langs de ontsluitende wegen geluidsgevoelige objecten, zoals (bedrijfs-) woningen. Voor wegverkeerslawaai is in de Wgh bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waarbij aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Wegen waar deze zone in principe niet geldt, zijn onder andere wegen waarvoor een maximumsnelheid geldt van 30 km per uur. Met het project worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt. Daarnaast leidt de ontwikkeling ook niet tot een dusdanige verkeersaantrekkende werking dat dit gevolgen heeft voor eventuele woningen langs de ontsluitingswegen. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai kan dan ook achterwege blijven.

4.5

Water

Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de bestemmingsplanprocedure geworden. Het projectgebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het plan is via de digitale watertoets voorgelegd aan het hoogheemraadschap. Zie hiervoor bijlage 2. De invloed van het plan op de waterhuishouding is beperkt. Ten opzichte van de huidige blifjt de verharding hetzelfde. Verder wordt 3.000 m3 water per jaar afvalwater geloost op het gemeentelijk riool. De initiatiefnemer heeft hierover contact gehad met de gemeente. De brouwerij kan worden aangesloten op het bestaande persriool met een capaciteit van 1.7 m3 per uur. Hiervoor wordt een vuilvangput net buiten de brouwerij geplaatst zodat vaste restanten van het brouwproces worden gescheiden van het rioolwater. Dit om te voorkomen dat het persriool verstopt raakt. Op basis van de locatie en de gegeven antwoorden is er geen waterschapsbelang met betrekking tot dit bestemmingsplan. Proces watertoets De aanvraag omgevingsvergunning wordt in het kader van het vooroverleg aan het hoogheemraadschap voorgelegd voor een wateradvies.

4.6

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het projectgebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is

30/77

van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing Voor de ontwikkeling wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Deze wordt aan de aanvraag omgevingsvergunning toegevoegd.

4.7

Cultuurhistorie

Toetsingskader De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Toetsing Binnen het projectgebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren van het landschap als cultuurhistorisch waardevol worden aangemerkt. Daar de verkavelingsstructuur ongewijzigd blijven, worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

4.8

Archeologie

Toetsingskader De Monumentenwet 1988 is vervallen. Een deel van de wet is overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven. De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Texel heeft een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Op deze kaart worden gebieden aangewezen waar zich mogelijk archeologische resten bevinden. Deze archeologische waarden zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd door de dubbelbestemming 'waarde-archeologie'. Onderscheid is gemaakt tussen archeologische waarde, gematigde archeologische verwachting en hoge archeologische verwachting. Deze gronden zijn primair bestemd voor het behoud en de bescherming van aanwezige of te verwachten archeologische waarden.

Toetsing De gemeenteraad heeft op 12 juni 2013 de geactualiseerde archeologische beleidskaart vastgesteld. Deze locatie

31/77

is een categorie 2 én 3. Bij ingrepen groter dan 40 én 100 m2 en dieper dan 50 centimeter is archeologisch onderzoek nodig. In dit geval is er slechts sprake van een functie wijziging. Van nieuwe ruimtelijke ingrepen is niet direct sprake. Mocht dit in de toekomst toch gaan gebeuren, dan is op dat moment archeologisch onderzoek nodig.

4.9

Ecologie

Toetsingskader Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Beide aspecten zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Daarnaast is in elke provinciale verordening een uitwerking van de Wnb opgenomen. In de provincie Noord Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage I bij deze verordening. Per soort worden de handelingen, middelen en methoden genoemd die mogen worden toegepast, slechts voor zover er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening.

Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden Natura-2000 Het projectgebied bevindt zich op korte afstand van het Natura 2000-gebied 'Duinen en Lage Land Texel' (1.075meter) en tevens op korte afstand van het Natura 2000-gebied 'Waddenzee' (4.400 meter). Gezien de aard van de ontwikkeling is areaalverlies, versnippering of verandering van de waterhuishouding van de Natura 2000 niet aan de orde. De realisatie van de brouwerij vindt plaats in bestaande bebouwing op relatief grote afstand van de beschermde natuurgebieden. Vanwege de afstand en de kleinschaligheid van de ontwikkeling worden negatieve effecten op de beschermde natuurgebieden uitgesloten. Voor de ontwikkeling is ook een stikstofonderzoek uitgevoerd. Deze is als bijlage 3 toegevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is.

32/77

NNN-gebied Op circa700 meter ten noorden van het projectgebied bevindt zich NNN-gebied. Dit gebied heeft geen externe werking. De aanduiding NNN wordt beschermd via het ruimtelijke spoor en is opgenomen in de Provinciale verordening. Gezien de kleinschalige ontwikkeling in relatie tot de bestaande planologische mogelijkheden worden negatieve effecten op deze gebieden niet verwacht. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Met dit project is geen sprake van het slopen van bebouwing, kappen van bomen en of dempen van water. Aantasting van beschermde soorten en strijdigheid met de Wet natuurbescherming wordt daardoor uitgesloten. Voor alle soorten blijft de algemene zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving.

4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In voornoemde Besluiten is een verantwoordingsplicht bij een toename van het groepsrisico opgenomen. Het aspect externe veiligheid wordt beoordeeld met het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Voor het GR is een oriënterende waarde bepaald. Dit betreft geen harde norm, maar vormt een onderdeel bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van het risico. In algemene zin geldt dat wanneer het GR onder de oriënterende waarde blijft, er sprake is van een acceptabel risiconiveau.

Toetsing Om te onderzoeken of in de omgeving van het projectgebied sprake is van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes, is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit is naar voren gekomen dat alle drie niet voorkomen in en in nabijheid van het projectgebied. Binnen of nabij het projectgebied bevinden zich geen Bevi-inrichtingen, 'overige risicovolle inrichtingen' of transportroutes/buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Het projectgebied ligt niet binnen de invloedgebied van risicobronnen. Het project heeft hierdoor geen externe veiligheidseffecten naar de omgeving en vice versa. Het

33/77

aspect externe veiligheid staat de uitvoering van het plan niet in de weg. Gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen binnen inrichting Reinigingsmiddelen Voor het reinigen zal gebruik gemaakt worden van Divosan Activ. De hoeveelheden zuur Per azijnzuur desinfectiemiddelen Divosan Activ die in opslag zijn zal klein zijn. Een jerrycan van 25 Kg zal op voorraad worden gehouden en 25 Kg in het gebruik zal toereikend zijn. Totaal Desinfectie maximaal 50 Kg. De hoeveelheden spray alcohol desinfectiemiddelen die in opslag zijn zal klein zijn. Een doos met 2x5 kg zal op voorraad worden gehouden en 5 Kg in het gebruik zal toereikend zijn. Totaal Desinfectie maximaal 20 Kg. Een hoeveelheid oplossing van Natriumhydroxide met water in een verhouding van 33% zal in een container van 1.000 liter inclusief lekbak apart van de zuur- middelen worden opgeslagen. Bij de opslag van deze reinigingsmiddelen wordt aansluiting gezocht bij de publicatiereek gevaarlijke stoffen 15 (PGS-15). De algemene voorschriften uit het Activiteitenbesluit biedt voor deze hoeveelheden gevaarlijke stoffen ruimschoots het toetsingskader. “vs 3.6.1 Een opslagvoorziening moet zodanig zijn geconstrueerd dat gelekte of gemorste gevaarlijke vloeistof in een opvangvoorziening wordt opgevangen. Daartoe moet de opvangvoorziening een capaciteit hebben van ten minste 110 % van de grootste verpakking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=80220b4b-da81-4570-8e86-a3bfcd7b7578