Agendabundel
Tekst van het document
De inrichting van het perceel is in samenspraak met de gemeente ontworpen overeenkomstig de randvoorwaarden zoals benoemd in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied, de Texelse kernwaarden, de Texel Principes én conform het amendement van de raad. Dit is in paragraaf 2.3 nader uitgewerkt.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
Rho adviseurs B.V.
blz 22
20170569
2. De ontwikkeling dient te passen binnen de Texelse Principes De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de natuur- en landschapsbeleving op en vanaf het perceel. De bestaande afschermende beplanting zorgt voor een goede landschappelijke inpassing. Tevens wordt het perceel met behoud van de natuurlijk beheerde gronden ingericht. Er wordt met die inrichting en afscherming kwaliteit en rust op het perceel gerealiseerd. Daardoor vindt geen afbreuk plaats naar de omgeving, maar wordt juist een relatie met de omgeving bewerkstelligd. Daarmee wordt bijgedragen aan het Texelse principe: vertrek vanuit natuur en landschap. Daarnaast geldt dat het om een kleinschalig recreatieperceel gaat, dat nadrukkelijk een eenheid vormt in de uitstraling die het op het gebied van duurzaamheid tot uitdrukking wil brengen. Tenslotte kan hier worden gesteld dat de totale ontwikkeling, vanaf het juist niet realiseren van de recreatieve opstallen plus een stolp in het open landschap langs de Pontweg en een recreatieobject in de natuur en beeldentuin, maar het juist verplaatsen naar een nieuw verblijfsrecreatief perceel binnen het recreatie concentratiegebied, een vorm is van opruimen en revitaliseren (zie paragraaf 2.3). Hierdoor wordt bijgedragen aan de Texelse principes: 'Ruim en revitaliseer' en 'Koester eenheid in diversiteit'. 3.
Compensatie landbouwgronden De slaapplaatsen worden verplaatst vanaf landbouwgronden naar gronden die eveneens agrarisch in gebruik zijn. De oppervlakte van het perceel dat voor de recreatie wordt ingericht is, nu een deel de agrarische bestemming behoudt, minder groot dan het deel van het agrarisch bouwvlak dat ten behoeve van de compensatie aan de Pontweg is komen te vervallen. Compensatie van landbouwgronden is om die reden niet aan de orde. 4. De toekenning van een toeristische functie met recreatieve slaapplaatsen mag geen onevenredige afbreuk doen aan de ontwikkelings- en gebruiksmogelijkheden van omringende bedrijven en/of gronden, de milieu- of woonsituatie en natuurwaarden In de directe omgeving van het recreatieperceel komen geen bedrijven voor die mogelijke hinder ondervinden van het nieuwe recreatiecomplex. Het terrein wordt omringd door andere recreatieterreinen, bos en agrarische gronden. Op ruime afstand zijn enkele verspreid liggende woonpercelen aanwezig (zie hiervoor de afbeeldingen 2 en 10). Deze afstanden zijn zodanig groot en de ontwikkeling is zodanig kleinschalig dat er geen onevenredige hinder van het recreatieperceel uitgaat op de omliggende woonpercelen. De ontsluiting vindt plaats op de Mienterglop.
Het verkeer voegt zich in het bestaande verkeer op deze weg, zodat er ook qua verkeer geen nieuwe verkeersstromen gaan ontwikkelen als gevolg van de komst van de recreatieverblijven. Het nieuwe recreatieperceel voegt zich in het gebruik van gronden in de omgeving en leidt, mede ook vanwege het kleinschalige karakter, niet tot onevenredige afbreuk voor omliggende functies. 5. Er dient sprake te zijn van een proportionele kwaliteitsverbetering van alle locaties Aan kwaliteitsverbetering wordt volgens de Nota voldaan als onderstaande checklist een positief uitsluitsel geeft: Alle gasten van het betreffende bedrijf hebben baat bij de kwaliteitsverbetering. Er is hier geen sprake van een bestaande bedrijfslocatie. Van bestaande gasten is dan ook nog geen sprake. Initiatiefnemers hebben met het nieuwe recreatieperceel nadrukkelijk de bedoeling een duurzame recreatiemogelijkheid aan het bestaande aanbod toe te voegen. Zie daarvoor paragraaf 2.2. Mensen die met een zo beperkt mogelijke ecologische voetafduk (volledige energieneutraal, duurzaam materiaalgebruik en gericht op de bewustwording daarvan) willen recreëren, krijgen met het nieuwe perceel een extra mogelijkheid om dat op Texel te realiseren.
Rho adviseurs B.V.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
20170569
blz 23
Er is een koppeling van fysieke en technische kwaliteit (veiligheid, good housekeeping). Het nieuwe terrein wordt op eenzelfde wijze beheerd als het naastgelegen zomerhuizenterrein. Die wijze van beheren heeft aangetoond dat de koppeling tussen fysieke en technische kwaliteit op die wijze op een goede manier kan worden gewaarborgd. Er is sprake van architectonische en welstandelijke kwaliteit. De recreatieve opstallen voldoen aan de architectuur die enerzijds bij het landschap past en onderdeel zijn van het ensemble met de stolp, maar die daarnaast ook de moderne, duurzame uitstraling moet krijgen waarmee iets aan het bestaande aanbod wordt toegevoegd. Dit wordt bij de omgevingsvergunning verder architectonisch uitgewerkt. Er geldt een thematische welstandstoets voor de stolp, waarbij ook de samenhang met de recreatieve opstallen beschouwd zal worden op basis van de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan Buitengebied. De stolp wordt identiek gebouwd aan de verleende vergunning voor de Pontweg. De gedetailleerde uitwerking van de recreatieve opstallen zal gedaan worden op basis van de genoemde uitgangspunten. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit (kavelruimte, inpassing in het landschap, duurzaamheid).
De recreatieve opstallen worden overeenkomstig de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan Buitengebied samen met de stolp in een ensemble ingepast op het huidige perceel. Die inrichting, als ware er sprake van een boerenerf, zorgt er voor dat de natuurlijke uitstraling van het perceel niet wordt aangetast. Het perceel is kleinschalig opgezet, met voldoende parkeerplaatsen die in het terrein zijn ingepast en de natuurlijke uitstraling bevorderen. De verharding wordt beperkt doordat de parkeerplaatsen niet bij de recreatieverblijven zijn gesitueerd maar aan de ontsluitingsweg liggen. Een waardevol deel van het weiland blijft behouden. In paragraaf 2.3 is beschreven dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing.
De kwaliteitsverbetering speelt in op klantbehoefte. Er is sprake van duurzame recreatieve opstallen in combinatie met een stolp op de wijze van een erfinrichting in een natuurlijke setting. De ontwikkeling gaat gepaard met een goede groene inpassing. Daarmee wordt beoogd een groep mensen aan te trekken die op dit moment nog beperkt of onvoldoende keus heeft om op Texel te recreëren. De omgeving of Kernwaarden worden er door versterkt. Er is sprake van een perceelsgebonden ontwikkeling. Naast deze ontwikkeling en los hiervan wordt de natuur- en beeldentuin opgewaardeerd en wordt het aangrenzende agrarische landschap voor mensen en dieren op een natuurlijke manier beleefbaar gemaakt. Beoogd wordt met die aanpassingen de natuurwaarden van de gronden rondom het verblijfsrecreatieve perceel zodanig te versterken dat daarmee ook de biodiversiteit gediend wordt en de natuurlijke setting van het verblijfsrecreatieve perceel in haar omgeving wordt versterkt. Daarmee wordt de aantrekkelijkheid van de recreatieverblijven voor mensen die zich daardoor aangetrokken voelen verhoogd. In paragraaf 2.3 is verder ingegaan op de kernwaarden. Kwaliteitsverbetering perceel Pontweg 160-164: Het perceel Pontweg 164 wordt niet meer bebouwd en van een bestemming voorzien op grond waarvan er ook niet meer gebouwd mag worden.
Het perceel Pontweg 160/162 wordt opgeknapt door de stolp aan de weg te slopen. De bestaande kwaliteit van het perceel met haar individuele ligging in het landschap blijft voorts aanwezig. Realiseren van de recreatieve opstallen en een stolp op deze locatie is ruimtelijk gezien geen verbetering voor dit gebied of de omgeving. 7. Deelverplaatsing is niet mogelijk, tenzij dit leidt tot minder verstening. Er is in dit geval geen sprake van deelverplaatsing. Alle recreatieverblijven worden verplaatst. Dit criterium is om die reden niet van toepassing. De ontwikkeling die wordt gerealiseerd is van geringere omvang die men voornemens was te realiseren aan de Pontweg in samenhang met de recreatieve opstal uit de natuur- en beeldentuin. De verstening neemt niet toe terwijl de kernkwaliteiten van de bebouwing en het open landschap langs de Pontweg behouden blijven.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
Rho adviseurs B.V.
blz 24
20170569
8. De verblijfsrecreatieve accommodaties moeten bedrijfsmatig worden geëxploiteerd Aan deze voorwaarde voldoet de ontwikkeling. De nieuwe locatie zal bedrijfsmatig geëxploiteerd worden. In de regels is dit vastgelegd. Welstandsnota De Welstandsnota geeft een helder en actueel beeld van de bestaande architectonische en stedenbouwkundig - landschappelijke kwaliteiten van de gemeente Texel. De Welstandsnota gaat uit van een gebieds- en objectgerichte benadering. Verder wordt uitgegaan van een specifieke, thematische benadering als het gaat om (nieuw) bouwen aan dorpsranden en als het gaat om het bouwen aan of nabij monumenten en stolpen. In de Welstandsnota worden drie welstandsniveaus onderscheiden, namelijk 'bijzonder', 'welstandsvrij' en 'dorpsranden'. Het concentratiegebied nabij De Koog kent het welstandsniveau 'Welstandsvrij'. Voor stolpen gelden evenwel thematische welstandscriteria, waarbij ook de overige bebouwing op het erf in samenhang met de stolp beoordeeld moet worden. De inrichtingstekening is al ter beoordeling voorgelegd en akkoord bevonden. Bij de uitwerking van de omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met de welstandscriteria. Het plan is voorts getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan van het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013.
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Texel (zie ook paragraaf 2.3.) In het beeldkwaliteitsplan (vastgesteld in 2013) wordt onderscheidt gemaakt tussen zeven verschillende landschapstypen. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Binnenduinrand landschap. Dit landschap bestaat afwisselend uit bosschages, open ruimtes en bijzondere gebouwen. Het vormt de ruimtelijke overgang van de duinen naar de weidse uitzichten op de polders. Texel wil zijn landschap verder laten uitgroeien. Op sommige plekken, bijvoorbeeld rond de Koog, is de natuur ‘dichtgeslibt’ met recreatieterreinen en liefdeloze bebouwing. Herstel met meer openheid en allure is hier het streven. Echter op andere plekken is de zoom nog maar erg smal of zelfs afwezig en loopt het Oude Land tot pal aan de duinrand. Met nieuwe bosschages, lanen en bijzondere bebouwing kan het kantwerk hier groeien. Door de inpassing op het perceel met bestaande boomsingels, de versterking daarvan naar de voorgeschreven 7 m breedte, het behoud van een deel van het weiland en de directe relatie met het landschap wordt de belevingswaarde op het perceel versterkt en vindt er geen afbreuk plaats naar de omgeving.
Bij plannen of ontwikkelingen in afwijking op het bestemmingsplan moet volgens het Beeldkwaliteitsplan een erfinrichtingsplan aangeleverd worden dat inzicht geeft in de erfinrichting wat betreft water, groen, bebouwing, verharding, ontsluiting en beplantingssoorten (zie bijlage 3 bij de regels). Parkeerbeleid De CROW normering vormt de basis van het gemeentelijk parkeerbeleid. Het parkeerbeleid van de gemeente Texel is op 17 februari 2016 vastgesteld. Uitgangspunt van het gemeentelijk parkeerbeleid is dat er wordt geparkeerd op eigen terrein. Bij de uitwerking van het plan wordt de gemeentelijke parkeernormering gehanteerd (zie paragraaf 2.4). Hiermee wordt voldaan aan het parkeerbeleid van de gemeente Texel.
Rho adviseurs B.V.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
20170569
Hoofdstuk 4 4.1
blz 25
Omgevingsaspecten
Milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Voor het bepalen van de richtafstanden wordt onderscheidt gemaakt tussen rustige woonomgevingen en gemengde gebieden. Een recreatieterrein is aangewezen als inrichting uit milieucategorie 3.1. Hierbij geldt een richtafstand van 50 meter tot aan gevoelige bestemmingen, zoals woningen. De bepalende factor voor deze afstand betreft geluidhinder. De afstand van de meest nabij gelegen woning tot aan het nieuwe perceel is meer dan 100 meter (circa 180 meter). Bovendien is de afstand van 50 m gebaseerd op gemiddelde groottes van recreatieterreinen. Het gaat hier om een recreatieperceel met een stolp met daarin twee inpandige recreatie appartementen en een drietal recreatieve opstallen. Afgezet tegen de gemiddelde groottes is er sprake van een zeer kleinschalig recreatieterrein, zodat in dit geval met een kleinere afstand rekening mag worden gehouden.
Er is daarmee sprake van een goede inpassing die geen afbreuk doet aan een goed woon- en leefklimaat van functies in de directe omgeving. Daarnaast geldt voor de nieuwe recreatieverblijven dat een goed leefklimaat gerealiseerd moet worden. Op ruim 250 meter van het plangebied is een agrarisch bedrijf bestemd. Dat bedrijf heeft geen invloed op het leefklimaat op het recreatieperceel. De natuur- en beeldentuin wordt door liefhebbers van natuur en beelden bezocht en heeft geen invloed op het leefklimaat in de recreatieverblijven. Het ten zuiden van het terrein gelegen zomerhuizenterrein is zodanig ingericht dat er geen uitstraling naar buiten vanuit gaat. Aan een onderlinge invloed op de leefbaarheid is geen sprake. Omdat het plangebied ruim voldoet aan de richtafstand, kan gesproken worden van een goed leefklimaat. Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. 4.2
Wegverkeerslawaai
In het kader van geluid is de Wet geluidhinder van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. Daarbij onderscheidt de Wgh geluidsgevoelige gebouwen enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Het uitgangspunt is dat op de gevels van geluidsgevoelige functies voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Indien hier niet aan wordt voldaan, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Wegen waarvoor de zoneplicht niet geldt, zijn woonerven en wegen waarop een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De recreatieverblijven worden door middel van een eigen erftoegangsweg ontsloten vanaf de Mienterglop. De weg heeft een wettelijke geluidszone van 250 meter vanaf de as van de weg. Recreatie is een niet-geluidsgevoelige functie volgens de Wgh. Wel is van belang dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening een aanvaardbare omgevingssituatie is. De recreatieverblijven worden gebouwd langs een weg die geen doorgaande functie heeft. De verkeersintensiteiten zijn zeer laag, waardoor er een goed recreatieklimaat wordt geboden. Vanuit de Wet geluidhinder zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
Rho adviseurs B.V.
blz 26
4.3
20170569
Water
Vanwege het grote belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de bestemmingsplanprocedure geworden. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Het plan is via de digitale watertoets voorgelegd aan het hoogheemraadschap. De invloed van het plan op de waterhuishouding is beperkt. Daarom kan de verkorte procedure voor de watertoets worden doorlopen. Volstaan wordt met het opnemen van een standaard waterparagraaf. Deze 'standaarduitgangspunten' zijn in deze paragraaf behandeld. Over de impact van de ontwikkeling is met het Hoogheemraadschap gesproken. Het bestemmingsplan wordt vervolgens voorgelegd aan het hoogheemraadschap voor een wateradvies. De watertoets is doorlopen en is als bijlage 1 bij het plan gevoegd. Zonering primaire waterloop Het plangebied raakt een zonering van een primaire waterloop. Het voornaamste aandachtspunt voor het Hoogheemraadschap is het goed kunnen uitvoeren van onderhoud aan de door en langs het plangebied gelegen waterlopen.
Aan de noordzijde van het plangebied (aan het Oude Dijkje) is een hoofdwaterloop aanwezig waarbij het onderhoud van het natte profiel en onderhoud op afmetingen (profiel en baggeren) wordt uitgevoerd door het Hoogheemraadschap, maar de aanliggend eigenaar het droge talud dient te onderhouden. Het onderhoud van de waterlopen zal gedeeltelijk vanaf de kant worden uitgevoerd, omdat de omringende waterlopen niet voldoende breed zijn om varend onderhoud uit te voeren. Doordat zowel het HHNK als de eigenaar van het plangebied een verantwoordelijkheid heeft in het kader van het onderhoud van de waterlopen en een ontvangstplicht dient een onderhoudspad van ten minste vijf meter breed vrij gehouden te worden. Waterkwantiteit De realisatie van het plan heeft een toename van circa 800 m2 aan verharding en bebouwing tot gevolg. Een deel van de verhardingstoename wordt gerealiseerd door de aanleg van parkeergelegenheid en een deel door de bouw van de recreatieverblijven. Door deze toename aan verharding zal de neerslag versneld worden afgevoerd van het terrein. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. De initiatiefnemer van het ruimtelijk plan is verantwoordelijk voor de regeling, de financiering en de realisatie van compenserende maatregelen.
Om de effecten van de verhardingstoename te compenseren dient het wateroppervlak in het peilgebied uitgebreid te worden met 10% van het verhardingstoename, wat bij een toename van 800 m2 uitkomt op 80 m2 waterberging. Voor het realiseren van compenserende waterberging houdt het Hoogheemraadschap de uitgangspunten aan van de beleidsregels 'Compensatie verhardingstoename' en 'Alternatieve vormen van waterberging'. Verharding en compensatie maatregelen Voor de ontwikkeling is sprake van een toename van de verharding (circa 800 m2). Omdat dit, zoals na overleg met het Hoogheemraadschap is geconcludeerd, een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er in beginsel geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Desalniettemin wordt er een waterpartij op het perceel aangelegd, mede ook vanuit overwegingen van klimaatadaptatie. Waterkwaliteit en riolering Dit komt overeen met de ambitie van het hoogheemraadschap om 100% van het hemelwater van nieuwe oppervlakken te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. Er is geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt.
Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Voor de ontwikkeling wordt een gescheiden stelsel aangelegd door de initiatiefnemer. Het terrein is bedoeld om op een volledig duurzame wijze ingericht te worden. Dit strekt zich ook tot het aspect water uit.
Rho adviseurs B.V.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
20170569
blz 27
Het uitgangspunt is het 100% afkoppelen van schoon hemelwater van het rioleringsysteem. Bij toepassing van een gescheiden stelsel zal een inschatting worden gemaakt naar potentieel vervuilde oppervlakken (parkeerterreinen) en schone verhardingen (pleinen en daken). Voor de nieuwe bebouwing worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Er wordt alleen gebruik gemaakt van duurzame materialen. Proces watertoets Dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg aan het hoogheemraadschap voorgelegd voor een wateradvies. Bij de uitvoering van het plan wordt rekening gehouden met de uitgangspunten uit het wateradvies. 4.4
Bodemkwaliteit
Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor wonen of een andere functie. Het plangebied is momenteel extensief agrarisch in gebruik. Er is geen sprake van een verdachte locatie. Het perceel wordt recreatief ingericht, echter zoveel mogelijk met behoud van de bestaande situatie van de gronden. Een bodemonderzoek kan in het kader van de bestemmingsplanprocedure achterwege blijven. In het kader van de vergunningverlening is het uitvoeren van een bodemonderzoek echter wel verplicht en zal worden uitgevoerd. Gezien het huidige gebruik van de gronden worden er geen belemmeringen verwacht. 4.5
Aardkundige waarden
De provincie Noord-Holland heeft op de kaart behorende bij de structuurvisie en de verordening aardkundig waardevolle gebieden aangegeven. De provincie maakt hierin onderscheid tussen aardkundig waardevolle gebieden en aardkundige monumenten. De aardkundige monumenten worden beschermd op basis van de provinciale Milieuverordening. In het plangebied is geen sprake van een aardkundig monument of een aardkundig waardevol gebied. Dit aspect staat de ontwikkeling dan ook niet in de weg. 4.6
Cultuurhistorie
De rol van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening is de laatste jaren sterk toegenomen. Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. Cultuurhistorie is daarmee veelal een sturend onderdeel geworden in de ruimtelijke ordening. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. De nieuwe inrichting van het plangebied voegt zich in de bestaande structuren en kenmerken van de omgeving. Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.7
Archeologie
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
Rho adviseurs B.V.
blz 28
20170569
De wet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen en projecten rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden. De gemeente Texel heeft een archeologische waarden- en verwachtingenkaart. Op deze kaart worden gebieden aangewezen waar zich mogelijk archeologische resten bevinden. Deze archeologische waarden zijn in het geldende bestemmingsplan beschermd door de dubbelbestemming 'waarde-archeologie'. Onderscheid is gemaakt tussen archeologische waarden, gematigde archeologische verwachting en hoge archeologische verwachting. Deze gronden zijn primair bestemd voor het behoud en de bescherming van aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Voor beide locaties geldt een lage archeologische verwachting ('waarde-archeologie 4'). Hiervoor geldt dat bij nieuwe bouwwerken, werken of andere werkzaamheden dieper dan 0,50 m én met een oppervlakte van meer dan 500 m² archeologisch onderzoek verreist is. De gezamenlijke oppervlakte van de stolp en de recreatieverblijven bedraagt maximaal 460 m². Echter rijkt de fundering niet dieper dan 50 centimeter. In ieder geval zal ten tijde van de omgevingsvergunning een quickscan worden uitgevoerd. 4.8
Ecologie
Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 zijn beide aspecten geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Op Texel is het Natura 2000 gebied Duinen en Lange Land Texel van belang. Beide delen van het plangebied liggen op ruime afstand buiten de Natura 2000 grenzen. Gezien de afstand tot de Natura 2000 en de aard van de ontwikkeling is areaalverlies, versnippering of verandering van de waterhoudhouding van de Natura 2000 niet aan de orde. Op de locatie aan de Mienterglop worden 25 extra slaapplaatsen mogelijk gemaakt. Op even ruime afstand waren vijf van die slaapplaatsen echter al realiseerbaar.
In theorie is als gevolg van enkel een verplaatsing geen verstoring aan de orde in de aangrenzende Natura 2000. Bovendien is er in de omgeving sprake van een cluster van recreatieterreinen. In die zin gaat de verplaatsing naar de Mienterglop op in het gebruik van de omgeving en leidt dit niet tot verstoring of aantasting van de kwaliteit van het Natura 2000 gebied. Tot slot zorgt de verplaatsing van de 20 slaapplaatsen van de Pontweg naar de Mienterglop niet voor een toename van de stikstofdepositie op de Natura 2000 (zie de stikstofberekening in bijlage 3). Daarmee is geen sprake van een negatief effect op de kwaliteit van de gebieden. Vanuit de Natuurbeschermingswet zijn geen aanvullende onderzoeken of vergunningen nodig. Het aspect gebiedsbescherming werkt niet belemmerend voor dit bestemmingsplan. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Rho adviseurs B.V.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
20170569
blz 29
De ontwikkeling vindt plaats in een gebied dat extensief agrarisch in gebruik is. Dat gebruik vindt met name plaats op de wijze van het weiden van paarden. Op het perceel komen geen bijzondere soorten voor. Op het terrein vinden evenwel de nodige veranderingen plaats. Er worden recreatieverblijven gebouwd, de boomsingel wordt versterkt, er wordt een waterpartij aangelegd en er vinden bij de uitvoering werkzaamheden plaats. Om die reden is een ecologische quickscan uitgevoerd. De quickscan is opgenomen in bijlage 2. Uit de quickscan blijkt dat er geen ontheffing Wet Natuurbescherming nodig is ten aanzien van soortenbescherming voor de sloop van de stolp Pontweg 160/162 en de bouw van de recreatieverblijven aan de Mienterglop 39 Te De Koog Texel. Conflicten met de Wet natuurbescherming voor het aspect soortenbescherming worden niet verwacht. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens de werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. 4.9
Externe veiligheid
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang te kijken naar gevaarzettende functies in of in de nabijheid van het plangebied. Op grond van de AMvB Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) wordt daarom gekeken naar zogenaamde risicovolle inrichtingen. Daarnaast wordt gekeken naar vervoer van gevaarlijke stoffen en hoofdgasleidingen op grond van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Doel hiervan is om zowel individuele personen als groepen mensen een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van risicovolle inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen worden de risico's gemeten in twee maten: plaatsgebonden risico (voor individuen) en groepsrisico (voor groepen mensen). Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, en de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende maximale risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd.
Hieruit blijkt dat binnen of buiten het plangebied geen risicobronnen aanwezig zijn waarvan de risicocontouren of de invloedsgebieden over het plangebied lopen. Het plangebied ligt niet binnen de invloedszone van een weg, spoor of watergang waar vervoer van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt. Ook valt het plangebied niet binnen de invloedszone van een buisleiding waar transport van gevaarlijke stoffen door plaats vindt. De wet- en regelgeving betreffende externe veiligheid heeft dan ook geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. 4.10
Luchtkwaliteit
Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2015) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 14 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 10 µg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
Rho adviseurs B.V.
blz 30
20170569
Omdat in het plangebied het aantal slaapplaatsen vergunningtechnisch niet wordt uitgebreid is er in theorie ook geen toename van het aantal verkeersbewegingen. Het plan draagt daarmee niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.11
Kabels en leidingen
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In en rondom het plangebied zijn geen kabels, leidingen of zoneringen aanwezig die planologische beperkingen vormen voor de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied.
Rho adviseurs B.V.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
20170569
Hoofdstuk 5 5.1
blz 31
Juridische planopzet
Algemeen
Het uitwerkingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om plannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. 5.2
Toelichting op de bestemming
In deze paragraaf wordt een korte toelichting gegeven op de inhoud van de bestemmingen in dit bestemmingsplan. Voor de bestemmingen is aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied waarbij de bestemmingen zijn afgestemd op de specifieke situatie. De in dit bestemmingsplan voorkomende bestemmingen wordt hieronder toegelicht. Agrarisch - Binnenduinrand Het nieuwe recreatieterrein aan de Mienterglop is gelimiteerd qua oppervlakte vanuit de compensatieopgave en de inrichting met een ensemble van de stolp met de recreatieve opstallen. Om tot een logische afronding van het perceel te komen en de waardevolle open ruimte in de hoek Mienterglop/Oude Dijkje te behouden, houden de resterende gronden de agrarische bestemming. Hier mag niet gebouwd worden. Alleen een agrarisch grondgebruik is toegelaten. Aan de Pontweg is alle grond die buiten de bedrijfsbestemming, en daarmee buiten de fysieke inrichting van het perceel Pontweg 160/162 vallen, opnieuw voorzien van de agrarische bestemming, met die uitzondering dat niet opnieuw het bouwvlak is toegekend. Op deze gronden mag nu niet langer gebouwd worden. Alleen een agrarisch grondgebruik is toegelaten. Bedrijf - Vab In het buitengebied kunnen alleen nieuwe bedrijven ontstaan door wijziging van voormalig agrarische bedrijven. Dat worden bedrijven die onder de bestemming Bedrijf - Vab vallen.
Van een dergelijke situatie is aan de Pontweg 160/162 sprake. Het gaat hierbij om kleinschalige handels-, ambachtelijke of bouwbedrijven, opslag of kleinschalige agrarische toeleverings- of verwerkingsbedrijven. Het vloeroppervlak mag maximaal de bestaande oppervlakte, dat is 430 m² bedragen. Deze oppervlakte is exclusief de inpandige bedrijfswoning met de daarbij bijbehorende bouwwerken. Kleinschalige duurzame energieopwekking is bij deze bedrijfsbestemming toegestaan ten behoeve van deze bestemming, maar niet voor het bedrijfsmatig opwekken van energie, die het eigen verbruik te boven gaat.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
Rho adviseurs B.V.
blz 32
20170569
Afwijkingen Ondergeschikte detailhandel Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken voor detailhandel. Een verbod op detailhandel moet winkelvestiging in het buitengebied voorkomen. Ondergeschikte detailhandel behoort wel tot de mogelijkheden. Een schildersbedrijf mag best een pot verf verkopen. Het is echter niet toegestaan dat een bedrijf geheel of gedeeltelijk als winkel of verkoopruimte wordt ingericht. Via een omgevingsvergunning kan toestemming verleend worden voor ondergeschikte detailhandel. Het moet dan gaan om de verkoop van eigen vervaardigde, geteelde of branchegerelateerde producten. Verder moeten de verkoopactiviteiten naar aard en uiterlijk een ondergeschikt onderdeel van het bedrijf (de hoofdfunctie) blijven en moet de verkoop een rechtstreekse relatie hebben met de bedrijfsactiviteiten. De verkoop wordt beperkt tot een maximum vloeroppervlak van 80 m². Het parkeren moet binnen het bestemmingsvlak plaatsvinden. Huisvesting tijdelijk personeel Het is via een afwijking mogelijk om tijdelijk personeel te huisvesten op het bedrijf, indien het gaat om eigen, tijdelijk personeel met een arbeidscontract korter dan 1 jaar en zonder hoofdverblijf op Texel. Na afwijking is het mogelijk om inpandige verblijven te realiseren voor tijdelijk personeel.
Daarbij mag de capaciteit in de verblijven niet meer bedragen dan 20 personen en maximaal 260 m2, ofwel 13 m2 per persoon. Wijzigingen Wijziging naar Wonen - VAB Na bedrijfsbeëindiging kan de bedrijfsbestemming gewijzigd worden in de bestemming Wonen – Vab. Deze regeling is hetzelfde als de wijzigingsregeling in de agrarische bestemmingen. Hierbij geldt een saneringsregeling (dezelfde als bij de agrarische bestemming), met als doel het buitengebied te ontstenen. Cultuur en ontspanning De bestemming 'Cultuur en ontspanning' is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied, maar 'uitgekleed' naar de nieuwe situatie toe. Het in 2014 vergunde educatiegebouw is van een bouwvlak voorzien. De maximaal gezamenlijk toegelaten oppervlakte aan gebouwen geldt voor beide bouwvlakken gezamenlijk. Er mag in totaal niet meer dan 130 m² aan bebouwing worden opgericht binnen de bouwvlakken. Daarbij zijn de bestaande rechten bestendigd. De mogelijkheid van de bouw van het recreatief opstal is verwijderd. Er mag in de tuin niet worden gewoond. Recreatie - Recreatief opstal De bestemming 'Recreatie - Recreatief opstal' is toegekend aan het recreatieperceel aan de Mienterglop. De mogelijkheden hiervoor zijn afgestemd op de verleende vergunning aan de Pontweg zoals in hoofdstuk 2 is omschreven. De recreatieve opstallen en de stolp dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden.
Het aantal toegestane recreatieve verblijfsplaatsen wordt middels de maatvoering "maximum aantal recreatieve slaapplaatsen" bepaald op 25. De recreatieve opstallen en de recreatieappartementen mogen maximaal 70 m² per stuk bedragen. Er wordt maximaal 140 m² binnen de stolp recreatief ingericht. De resterende ruimte in de stolp kan dan nog voor opslag ten behoeve van de bestemming worden benut. Waarde - Archeologie 4 Met deze bestemmingen worden archeologische waarden in de bodem beschermd. Beide percelen blijven de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 behouden. Ter bescherming van de archeologische waarden is bouwen niet zonder meer toegestaan. Voor de dubbelbestemming 'Waarde -Archeologie 4' geldt dat bij bouwwerken met een grotere oppervlakte dan 500 m2 op locaties waar de grond nog niet is verstoord en dieper dan 0,50 meter wordt gegraven archeologisch onderzoek vereist is.
Rho adviseurs B.V.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
20170569
Hoofdstuk 6 6.1
blz 33
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een project. Wat dat betreft wordt een onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. Inspraak en vooroverleg Een concept van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg toegezonden aan Provincie Noord-Holland, Veiligheidsregio Noord-Holland Noord en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Vanwege de kleinschaligheid van het plan is het voorontwerp niet voor inspraak ter inzage gelegd. De provincie heeft reeds aangegeven akkoord te zijn met het verplaatsen van de recreatieve slaapplaatsen naar de nieuwe locatie. De provincie geeft daarbij het volgende aan: 'Op de Pontweg wordt een bouwvergunning voor een stolp met 2 inpandige recreatieappartementen en 2 losstaande recreatieve opstallen niet uitgevoerd. Deze recreatieve slaapplaatsen worden verplaatst naar een agrarisch perceel aan Mienterglop. Ook het recreatief opstal van het naastgelegen terrein met de bestemming Cultuur en Ontspanning wordt verplaatst naar de Mienterglop/hoek Oude dijkje. Provincie vindt nabij De Koog een betere plek voor verblijfsrecreatie/toerisme. Op de Pontweg wordt de bestemming gewijzigd naar Bedrijf-Vrijkomende agrarische bebouwing met een inpandige woning en de rest van het perceel krijgt een agrarische bestemming.
Op het Mienterglop komen worden dan 25 recreatieve slaapplaatsen bestemd. Provincie is akkoord met het plan.' Op basis van een amendement van de raad zijn de plannen enigszins gewijzigd. Het eerdere plan ging uit van een vijftal zomerhuizen op het nieuwe recreatieterrein aan de Mienterglop. Op basis van het amendement zijn de plannen gewijzigd in die zin dat de bestaande rechten aan de Pontweg verplaatst worden naar de Mienterglop. Ofwel het verplaatsen van het recht op de bouw van een stolp met daarin twee inpandige recreatieve appartementen inclusief het verplaatsen van het recht voor de bouw van een tweetal recreatieve opstallen. Tot slot heeft de raad aangegeven te willen meewerken aan het recht om het planologisch toegelaten recreatief opstal in de natuurtuin te verplaatsen naar het nieuwe recreatieperceel. Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan is derhalve op basis van het amendement van de raad aangepast. Het ontwerpbestemmingsplan en de daarbij behorende stukken wordt voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. In deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar maken. Vaststelling bestemmingsplan Vervolgens wordt het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad. Daarna wordt het bestemmingsplan nogmaals zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode bestaat de mogelijkheid tot het indienen van beroep bij de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid en grondexploitatie
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor het realiseren van de ontwikkelingen op het recreatiepark worden gedragen door de initiatiefnemer.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
Rho adviseurs B.V.
blz 34
20170569
Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Bij dit bestemmingsplan is de vaststelling van een exploitatieplan niet nodig. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten, waarin de gemaakte kosten zijn geregeld. In de overeenkomst is ook vastgelegd dat eventuele planschade voor rekening is van de initiatiefnemer. Aangezien de gemeentelijke kosten hiermee gedekt zijn, is het opstellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk.
Rho adviseurs B.V.
Bestemmingsplan Pontweg 160-164 en Mienterglop te De Koog Status: Ontwerp / 16-08-2020
bijlagen bij de toelichting