CConstaterende datTexel
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie 2 maart 2021, gemeente Texel45.128 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ze zijn blij met de toezegging en zullen dit accorderen. Raadslid ZEGEREN denkt er ook zo over, want waar men recht op heeft moet gelijk getrokken worden. Hij is wel benieuwd of hier een externe partij voor advies betrokken was, of dat we dat intern kunnen. De organisatie moet toch intern ook betrouwbaar zijn voor alle partners. Burgemeester UITDEHAAG erkent dat een paar dingen gezien hadden moeten worden, ook door hemzelf. De Bolder functioneert hier in een bijzondere constructie; er zijn nog maar 2 gemeenten die zo een 1 op 1 verband met de sociale werkvoorziening hebben. Hij zal zorgen dat die fout bij een volgende reorganisatie niet meer gemaakt wordt. Wat in 2016 ook speelde was dat ze De Bolder meer wilden integreren in de gemeente, en toen was het ook niet vreemd om dezelfde functiewaardering erop los te laten. Maar er is toen niet op tijd benoemd dat het ook financiële gevolgen kon hebben. Hij doet dit nu met overtuiging want dat is rechtvaardig, maar handig is anders, geeft hij toe. Raadslid HOOGERHEIDE vindt dat ze als gemeenschap trots mogen zijn dat De Bolder een unieke, slagvaardige, zelfstandige organisatie is, die heel veel perspectief biedt. Commissielid VISSER wil meegeven zeer verheugd te zijn dat het met terugwerkende kracht wordt rechtgetrokken. Ze is blij met beantwoording, ook voor de sinds 2016 vertrokken 2 medewerkers.

Met inachtneming van de toezegging kan dit stuk als hamerstuk naar de raad van 17 februari 2021.

6.

Evaluatie en Visie Sociaal Domein Commissielid HUISMAN is blij met het stuk, maar mist eigenlijk wat de effecten zijn. Welke resultaten en effecten kunt u melden, welke knelpunten ziet u, en zou u ons een monitoringsoverzicht kunnen geven, waarop dat per jaar zichtbaar is, vraagt hij. Wethouder VAN DE BELT legt uit dat het uiterst complex is. Ze zitten midden in een transitie, waaraan ze veel meer doen dan geld uitgeven, als je het bijv. vergelijkt met

Verslag raadscommissie

woensdag 03-023/12

toezegging

aanleg van een trottoir. Het is lastig om hier concrete resultaten uit te halen, legt hij uit. En waarschijnlijk hebben we aan het begin niet de goede vragen gesteld wat we willen meten. Daar is wat hem betreft beter met elkaar over te praten, want daar zijn ze niet zo goed in geweest. De opzet voor uitwerking van de visie geeft wel een aantal knelpunten, en op punten waar ze knel ervaren hopen ze met elkaar een concreet uitvoeringsprogramma vast te stellen. De wethouder kaatst de –wel terechte- vraag terug over de doelstellingen en wat we willen bereiken, door voor te leggen waarop de raad hen gaat beoordelen. Met elkaar zullen we die doelstellingen moeten formuleren, en dat zal niet eenvoudig zijn maar hopelijk kunnen o.a. die waarden, samen met de visie en uitvoeringsprogramma’s daartoe een mooie aanzet geven, betoogt hij. Commissielid HUISMAN is blij met de toezegging. Wat de VVD betreft zal het ‘een blijvertje’ moeten zijn. Raadslid VERSEPUT vindt het een duidelijke en prettig leesbare evaluatie. De geschetste toekomstvisie noemt ze een ambitieus plan, waar durf, lef en ervaring voor nodig zijn. We mogen trots zijn op het team, en we gaan het met interesse volgen. In de reacties van partners vallen enkele dingen op. Vooral dat er al zoveel gebeurt, maar veel langs elkaar heen loopt, of buiten de boot valt.

Ze vraagt of ze goed heeft begrepen dat de wethouder dit al heeft opgepakt en is benieuwd hoe dat verbeterplan eruit ziet. Wethouder VAN DE BELT dankt voor de complimenten, hij zal ze doorgeven. Er is geprobeerd de vele materie toch leesbaar te presenteren. Knelpunten en bundeling op cluster zijn aandachtspunten die we met elkaar hebben, en hij beseft dat er gevaar is dat er dingen buiten gaan vallen. Hoe vaak evalueren is interessant en hangt mede af van hoe we het aanvliegen. Uit de reacties van partners haalt hij de grote lijn, dat het teveel zonder hen gemaakt is. Een tweede is, dat de gedachte om als gemeente anderen te gaan uitnodigen om te praten over de opgaven in het sociaal domein, nog een beetje de oude geest ademt. Sociaal domein is van ons allemaal, en op sommige programma’s zelfs veel meer van anderen dan van de gemeente. Misschien moeten we het wel heel anders aanpakken en bijv. het uitvoeringsprogramma ‘gezondheid’ door anderen op poten laten zetten. Dat levert misschien wel een bredere opbrengst op. Wanneer evalueren, dat ligt eraan wat de raad en anderen in die uitvoeringsprogramma’s willen meten. Gaan we geluk meten, en/of geld, enz. De wethouder verwacht dat er bij de verschillende programma’s verschil in tempo zal ontstaan, en dus verschillende evaluatiemomenten. Het gaat in ieder geval om steviger monitoren.

Alle wetten zijn bij de raad in handen, en we betrekken u erbij, maar vragen u aan het eind, als die programma’s er zijn, wel aan te geven of dat is wat u wilt, licht hij zijn oproep toe. Commissielid LEGIERSE is verheugd met de uitgebreide evaluatie. De PvdA heeft 2 vragen. 1. We missen een beetje hoe gaat het met de mensen, zijn ze gelukkiger, gezonder, hoe gaat het met de jeugd, enz. Worden doelstellingen op welzijn van de mensen ook gemeten? Het lijkt hen goed daar lering uit te trekken. 2. M.b.t. inbreng van maatschappelijke partners, lijkt het hen goed op niet al te lange termijn met deze partners om tafel te gaan voor uitgebreide discussie. Wethouder VAN DE BELT stelt dat het om de eerste vraag gaat. Krijgen de mensen wat ze nodig hebben, zijn ze blij, zijn ze tevreden. Monitoring die er is, is vaak te uitgebreid, of levert niet precies wat je weten wilt. En de cijfers in Noord-Holland zijn niet recent genoeg. Dit is echt wel een punt waar we steviger op moeten inzetten, zeker als we niet alleen willen sturen op geld. Bij het stellen van doelen moeten we eigenlijk eerst vragen wat we willen meten. Om tafel gaan met partners is nu net de essentie, maar relevante is dan of wij om tafel met hen gaan, of de partners met ons. Raadslid KIEFT wijst erop dat wat voorheen Kadercommissie Sociaal Domein was, door de planningscommissie is teruggestuurd.

Hij complimenteert het college met deze verandering, want hier kan de raad beter op sturen. De betrokkenheid van het veld die de wethouder schetst hebben zij jaren gemist. Dat is absoluut noodzaak voor de samenleving op Texel voor de komende 10, 20 jaar. Vragen zijn nog: Monitoring heeft niet alleen ten doel resultaten van beleid te meten, maar ook financiële effecten van preventie op de schaal van Texel zichtbaar zien te maken, en die terug te laten vloeien

Verslag raadscommissie

woensdag 03-024/12

toezegging

naar Texel. Voor de verzekeraars is die schaal nauwelijks interessant, maar voor Texel juist uitgangspunt. Waar ergens in het traject denkt de wethouder toe te zijn aan die gerichte aanpak? Het gaat dan om doelstellingen die we willen bereiken per cluster, waar gaat u als raad ons op beoordelen, cliënttevredenheidsonderzoek, bereiken we echt iedereen en alle doelgroepen, enz. Verder geeft de heer Kieft alle lof voor waar we nu staan. Wethouder VAN DE BELT dankt voor de lof en is blij met deze inbreng. Hij hoopt dat de raad zich realiseert dat we er nog lang niet zijn. Misschien is de visie over een maand al gedateerd, want het is een levend document. In ieder geval proberen we met z’n allen de goede weg op te gaan. Met de partners proberen we hele duidelijke kaders te stellen en met de raad, waar u ons op wilt beoordelen. Het college beoordelen op het proces, en andere punten meer op klanttevredenheid. De gemeente en het college hebben echt niet alle wijsheid in pacht, benadrukt de wethouder. Het zijn veelal samenwerkingsvraagstukken. Het begrip positieve gezondheid, dat de heer Kieft noemde, is lastig. Het gaat erom dat mensen goed in hun vel zitten, stevig in hun schoenen staan, en moeilijke dingen beter aankunnen. Waarom leidt bijv. bij de één schuld niet tot grotere schuld, en bij de andere juist wel.

In het uitvoeringsprogramma gezondheid en veel verder daarbuiten, is dat ook een maatschappelijke opgave. We moeten met z’n allen veerkrachtig genoeg zijn om dingen aan te kunnen. Dat gaat bijv. ook over hoeveel huisartsen kunnen we hebben op het eiland, hoeveel mensen kloppen er aan, hoe vullen we thuiszorg in op onze schaal, enz. We zijn er nog niet. Raadslid KIEFT hoort nog graag iets over Nederlandse Zorgautoriteit, Ministerie en verzekeraars. De gemeente is in principe bereid ook aan tafel te gaan, zegt de wethouder, maar advies is niet te lang te wachten met de eerste lijntjes uit te zetten. Ook wijst hij op steunaanbod bij monitoring e.d. Wethouder VAN DE BELT erkent dat de gemeente juist bij dit soort dingen aan tafel moet zitten. Dat is juist voor Texel belangrijk. In ieder geval zal hij uitspreken dat Texel dit proces steunt. Raadslid HOOGERHEIDE dankt voor de uitstekende beantwoording van de vele vragen. Het doet hem goed te horen dat het college nadenkt over doelstellingen en ermee terugkomt. Ook is hij verheugd te zien dat ambtelijke ondersteuning aanwezig is. Bij raadslid VAN DE WETERING zit nog wat oud zeer. In de evaluatie heeft ze input gemist van diverse partijen, hoewel later het lijstje wel is uitgebreid. Ook vindt ze storend dat 6 jaar geleden is gestart, en nu gezegd wordt niet goed te kunnen meten.

Voor haar horen alle takken in het hele sociaal domein bij elkaar te komen, en is gemeente partner. Met deze visie en met alle partners samen moeten we een ander toekomstbeeld gaan bouwen. Over de vraag aan de raad of we een aparte nota gezondheidsbeleid willen, wil ze weten wat het college precies van de raad vraagt. Ook hoort ze graag of het college naar meer formatie wil. Ze ziet eigenlijk niets concreets terug over bovenwettelijke taken. Tevens mist ze aansluiting met de lokale situatie doordat de stukken regionaal zijn opgesteld. Ze wil weten hoe dat wordt opgelost. Wethouder VAN DE BELT neemt deze terechte kritiek ter harte namens team en college. Hij meent, als we een jaar geleden hadden gestaan waar we nu staan, dan was dit niet gebeurd. De kritiek van de partners gaat met name over integraliteit. Die hebben ze allemaal gesproken, en daar zit nu geen oud zeer meer, verzekert hij. De omgeving, maatschappij, wil sneller en heeft moeite de gemeente mee te krijgen, maar dat is begraven en nu kijken we vooruit. Het is mooi om te zien dat men elders in het land nog niet zover is. Over de noodzaak tot gezondheidsbeleid, en in hoeverre de gezondheid op het eiland iets is waar we op afrekenen, hoeveel we daar als gemeente aan bijdragen, dat zijn vragen waarvoor het misschien interessanter is die activiteit op te zetten binnen de totale cluster.

Voor wat betreft formatie, als hij kijkt naar wat ons te doen staat, denkt hij dat ze afgelopen jaren wat makkelijk achterover hebben kunnen leunen, maar het nu wel begint te kraken. Het is pas goed te zien als die uitvoeringsprogramma’s er zijn. Er komt zeker een geldvraag op de raad af, maar hij heeft nog geen idee hoe groot. Over bovenwettelijke taken vindt hij dat de raad die vraag ook aan zichzelf en aan elkaar mag stellen, want dat komt neer op wat voor eiland wij willen zijn. Willen we die taken op het eiland en hebben we daar geld voor over, is de vraag. Raadslid VAN DE

Verslag raadscommissie

woensdag 03-025/12

toezegging

toezeggingen

WETERING memoreert dat ze een jaar geleden wel discussie hadden over extra geld naar bovenwettelijke taken, maar dat ziet ze niet terug in de evaluatie. Ze had verwacht te lezen waar dat extra geld voor gebruikt is. Wethouder VAN DE BELT denkt dat dit bijna alles in de preventiesfeer betreft. Een flink aantal dingen bij de GGD is bovenwettelijk. Hij heeft nu niet paraat over welke taken deze vraag gaat, maar kan dit wel uitzoeken, ook om duidelijk te krijgen waarom daar toen om gevraagd is. Over de regio zegt de wethouder dat we als gemeente niet alles alleen kunnen. Het is de kunst te zorgen juist wel de dingen te doen die -op de drempel- effect voor Texel hebben. Raadslid VAN DE WETERING doelde meer op oud zeer bij zichzelf. Ze is heel blij dat het college bepaalde stukken meer uitwerkt, en is ook blij met integraliteit, want je moet het samen doen. Haar andere vraag staat letterlijk in de evaluatie en was niet cynisch bedoeld. Voor mensen met bepaalde problematiek waren ooit de Scheve Huuze opgezet. Ze hoort graag of weer aan dergelijke bijzondere oplossingen gedacht wordt. Wethouder VAN DE BELT antwoordt bevestigend. Er is jarenlang op bezuinigd, maar er komt nu geld voor, zowel regionaal, maar ook voor Texel apart €50.000. Het is lastig GGZ hier continu aanwezig te hebben, en ook daar specifiek huizen voor beschikbaar te stellen.

Het is niet meer de bedoeling dat in woonwijken te doen, en gaat altijd gepaard met een traject. Dit is lastig bij zorgweigeraars, maar ze zijn daar wel mee bezig, geeft hij aan. Ook raadslid KOOT complimenteert de wethouder met het rapport, waarin ze structuur en verbinding terug heeft kunnen vinden. Het enthousiasme is overduidelijk, en daarmee is al een grote stap gemaakt. Wat haar opvalt wil ze nog wel delen. In de 5 benoemde leidende principes zit eigenlijk een soort filosofische benadering. Over zinvol leven vraagt ze wat dat is en wie dat bepaalt. Ook bij kwaliteit van leven overviel haar dat. Wat is dat, en wat de ene ervan vindt, daar zou de ander misschien niet willen ruilen. Ze vraagt zich af waar je dan uitkomt, en hoe daar concreet beleid op is te maken. De Adviesraad Sociaal Domein had in haar ogen steekhoudende opmerkingen. Gaat de wethouder daarmee aan de slag, vraagt ze. Verder vraagt ze dringend om in de uitvoeringsprogramma’s te proberen concrete doelstellingen te formuleren. Wethouder VAN DE BELT vindt dit goede vragen; hier zou het over moeten gaan, en hij wil wel gesprek over hoe we dat gaan concretiseren. Hij had graag dat gesprek nu al gehad, maar we moeten wel vooruit, dus is gekozen het op deze manier te formuleren. De gedachte is te vertrekken vanuit deze waarden en uit te komen bij concrete uitvoeringsprogramma’s.

Het gaat erom goed te kunnen omgaan met de dingen die gebeuren. Daarbij moeten we beseffen dat we als Texel niet alles zelf kunnen en keuzes moeten maken. Dat wordt een interessant vraagstuk, en ligt binnen elk programma anders. Bijv. als het gaat over werk en zekerheid, of over wat we willen met De Bolder in de toekomst. Raadslid HOOGERHEIDE vindt het stuk zeer open en duidelijk. Hij ziet dat er voortvarend met de kanteling wordt omgegaan. Texels Belang heeft hier het volste vertrouwen in. Commissielid HUISMAN is ook blij met het formuleren van concrete doelstellingen en samen de handschoen oppakken. Commissielid LEGIERSE wil nog meegeven, dat voorop moet staan hoe de mensen met een hulpvraag gedijen, en hoe we samen met de mensen vooruitgang kunnen bereiken. De PvdA is heel blij met deze visie. Raadslid KIEFT verwijst, naar aanleiding van de vragen van mevrouw Koot en de gehele nota, over positieve gezondheid, naar de vertaling van de essentie van leidende principes naar ‘de spin van Huber’. Het lijkt hem goed die nog een keer toe te sturen en op een informatieavond nog eens goed toe te lichten, want daar zit heel concreet in waar elk individu de accenten wil leggen. Wethouder VAN DE BELT kondigt binnen afzienbare tijd 2 informatieavonden aan. Positieve gezondheid zal één van de thema’s zijn, en de andere werk en zekerheid.

Ondertussen zullen ze ook de voortgang van de uitvoeringsprogramma’s delen. Dit agendapunt gaat –met inachtneming van de toezeggingen- als bespreekpunt naar de raad van 17 februari 2021.

Verslag raadscommissie

woensdag 03-026/12

7.

GGD HN eerste begrotingswijziging 2021

toezegging

De VOORZITTER leest de toelichting voor. Er is een tekort van €545.000, waarvan de grootste posten informatiebeveiliging en jeugd zijn. De reserve neemt door deze begrotingswijziging met de helft af. Raadslid SCHUIRINGA noemt dit een gevoelig onderwerp. Hij is dankbaar voor de inzet op dit moment. Gisteravond is in de commissie in Alkmaar harde uitspraak gedaan over ICT. Ook zijn al jarenlang investeringen gedaan, maar is er nog steeds geen digitaal dossier voor jeugdzorg. Hij neemt aan dat de raad de reacties daarop wel zal krijgen. Raadslid VAN DE WETERING staat volledig achter de zienswijze die de gezamenlijke colleges hebben opgesteld. Dit komt morgen ook in de RRN aan de orde neemt ze aan. Het blijft een zorgenkindje. Het advies van het college is voor D66 leidend. Raadslid KIEFT had een schriftelijke vraag over blz.3, m.b.t. extra inzet voor versterking managementstructuur. Dat lijkt hen een verkeerde richting, omdat men destijds juist naar meer zelfsturing wilde. Het college stelt voor hierop een voorbehoud te maken. GroenLinks steunt dat. Wethouder VAN DE BELT vindt deze vraag terecht.

Het conceptantwoord komt nog naar de raad voor 17 februari, maar luidt ongeveer als volgt: in 2016 is het uitgerold, er waren diverse redenen om naar zelfsturing en het nieuwe werken te gaan, met alleen regels als het moet, dus waarom nu naar versterking van het management? Het blijkt dat veel medewerkers juist wel behoefte hebben aan meer leiding. En versterking van het management gaat niet ten kosten van FTE’s. Daaraan voegt de wethouder nog toe, dat wat hier gebeurt, deze ‘terug-kanteling’, al eerder is gebeurd bij andere afdelingen. Raadslid KIEFT begrijpt dat dit de stand van zaken is. Raadslid HIN hoort niet anders dan gedoe over ICT bij de GGD. Ze begrijpt niet dat dit niet op orde kan komen, en ondersteunt het advies van het college. Raadslid ZEGEREN reageert met dezelfde verbijstering. Hij denkt dat de organisatie een heel top down brede managementstructuur heeft. En alle GGD’s werken autonoom, daar wordt hij heel boos van. Het is voor hem geen vraagteken meer waarom die kosten zo hoog zijn. Raadslid KOOT vindt de benaming ‘zorgenkindje’ van mevrouw Van de Wetering nog te zacht uitgedrukt. Ze volgt de GGD al een aantal jaren via de RRN. Op 8 juni 2017 sloot jaarrekening 2016 negatief: €487.000. Dat was een enorme zeperd.

Op 7 juni 2018, werd door de RRN aangegeven dat er vóór september 2018 een concreet plan van aanpak moet zijn om de financiële positie in te lopen, en een plan van aanpak Veilig Thuis. En nu zitten we weer met grote problemen bij de GGD plus een informatielek. Als raadslid heeft ze hier verschrikkelijk veel moeite mee. Ze voelt zich mede verantwoordelijk, als deelnemer in het gebeuren, maar twijfelt wat ze hiermee moet. Het kost veel moeite om nu weer in te stemmen. Misschien moet dat toch een keer ter discussie komen. Bijvoorbeeld, als je nu kijkt naar het vaccinatieprogramma, dat was toch ooit ‘core business’ van de GGD. Zoiets uitrollen moet toch in hun genen zitten, maar ze bemerkt dat het toch niet echt professioneel van de grond komt. Als raadslid zijn we daar straks wel mede verantwoordelijk voor. Mevrouw Koot hoort graag hoe de wethouder dat ziet. Wethouder VAN DE BELT kan zich daar zeker wel in verplaatsen. Hij deelt die zorgen, en die zijn ook niet nieuw. Eigenlijk is het als raadslid onmogelijk om controle op deze GR te hebben. Onlangs is overgegaan op een collegeregeling. Hijzelf is nog zoekende naar de juiste manier, maar als AB lid kan hij de raad wel informeren. Het lijkt hem goed hier eens een keer in kopregionaal verband over te praten, maar hij weet niet of de raad dat digitaal wil, of wil wachten tot het in de zaal mogelijk is.

Wil zal er wel over denken en praten met collega’s, maar heeft vandaag nog geen oplossing. Raadslid KOOT geeft een korte beeldspraak mee. Ze krijgt bij de GGD het gevoel of ze eigenaar van een winkel is, waar ze eigenlijk geen eigenaar meer van wil zijn. Er moet een heel ander concept komen, want ze wil hier geen verantwoordelijkheid meer voor hebben.

Verslag raadscommissie

woensdag 03-027/12

toezegging

Wethouder VAN DE BELT wijst tevens op de landelijke discussie over de GGD’s, met opmerkelijke regiogrenzen, en vaak eigen protocollen. Hij deelt die zorg, maar merkt op dat Texel ook maar heel ‘mini’ is in dit verband. Over de vaccinatie kan hij moeilijk oordelen. Dat is een zaak van GHOR, meent hij. Raadslid SCHUIRINGA dankt mevrouw Koot voor haar inbreng en beeldspraak. Hij vult aan dat het erop lijkt dat de bedrijfsleider van die winkel niet naar de eigenaar wil luisteren. De GGD moest ook al gedwongen worden te beginnen met een algemene reserve. Die hebben ze pas sinds kort, en dat mag de wethouder best memoreren, vindt hij, want hoe is het mogelijk dat er nooit gecommuniceerd is dat wij wel problemen signaleren, maar dat daar niets mee gebeurt. Hij noemt het schrijnende feit dat er niet eens een digitaal jeugdzorgdossier is. Mevrouw Van de Wetering dankt hij voor het benoemen als ‘zorgenkindje’. Wethouder VAN DE BELT vindt deze uitspraken toch te kort door de bocht, want natuurlijk gaan er ook dingen goed. Hij wil wel praten hoe ze er meer grip op kunnen hebben, en dan maken zulke uitspraken het gesprek niet makkelijker. Bovendien waren de raden tot 2 maanden geleden zelf wel het AB. Het is ingewikkeld, maar ‘Zwarte Pieten’ zal niet helpen, denkt hij. Raadslid SCHRUIRINGA blijft bij zijn mening, want ze hebben ook nooit agenda’s en verslagen gehad.

De wethouder kan ook terugvallen op het rekenkameronderzoek met de 18 gemeenten, want ook daar is bijna niet op gereageerd. Wel is nu eerst de pandemie bestrijden belangrijker. Wethouder VAN DE BELT geeft aan dat de raad tot voor kort passieve informatieplicht had, maar de GGD tegenwoordig actieve informatieplicht heeft, dus hij gaat ervan uit dat de raad voortaan die informatie wel krijgt. Raadslid ZEGEREN wil niet dat ze zich als raad in elk detail verdiepen, maar wil wel graag benchmarken en op basis van een A-4 conclusies kunnen trekken. Ze willen verslag van de punten waarop het niet goed gaat. Vergelijken met andere GGD’s kan in zijn ogen wel want ze moeten toch allemaal dezelfde prestatie leveren. Het moet bovenregionaal toch mogelijk zijn hierover gezamenlijk afspraken te maken, net zoals dat met alle gemeenten ook is gebeurd om ongeveer hetzelfde tarief voor een paspoort te hanteren. Raadslid HIN noemt het een log apparaat, en vindt 25 GGD’s al absurd. De overkoepeling zou moeten zorgen dat alle regio’s met dezelfde systemen werken, want iedereen moet de wet op dezelfde wijze uitvoeren. Commissielid VISSER meldt dat ze zich als PvdA ook onmachtig en ongemakkelijk voelen bij het feit dat ze graag verbeteringen willen, maar niet goed weten hoe dat te doen. Qua gevoel staan ze er hetzelfde in.

Raadslid KOOT dankt voor deze bijval en de herkenning van haar gevoel die ze meent te bespeuren. De suggestie van de heer Zegeren over benchmarking voor uniformiteit vindt ze goed, maar bij haar blijft overheersen dat de gemeenten de GGD’s min of meer in onze schoot geworpen kregen. Ze blijft zitten met het dilemma verantwoordelijk te zijn zonder er grip op te hebben. Ze wil dat morgen in de RRN wel proberen naar voren te brengen, en rekent er in ieder geval op dat de wethouder dit meeneemt. Raadslid VAN DE WETERING vindt dat de wetgever de gemeenten in een lastig parket heeft geplaatst. De verantwoordelijkheid ligt hier, maar tegelijkertijd wordt het regionaal geregeld. Gelukkig zit de wethouder nu wel in een positie om hier iets aan te doen, dus ze spoort hem aan dit op te pakken. Ze denkt dat morgen in RRN uiteindelijk wel hun conclusie naar voren zal komen. Dit stuk gaat als bespreekstuk naar de raad van 17 februari 2021.

8.

Omgevingsdienst NHN - Kadernota 2022 Raadslid KOOT vindt niet helemaal duidelijk of dat geld beschikbaar wordt gesteld voor al die personen, terwijl helemaal niet onderbouwd is wat die precies gaan doen.

Verslag raadscommissie

woensdag 03-028/12

toezegging

Wethouder KOOIMAN stelt dat de bedoeling is dat dit geld voor die 15 formatieplaatsen beschikbaar wordt gesteld. Het college vindt hiervoor onvoldoende onderbouwing, dus heeft daarvoor deze zienswijze opgesteld. Raadslid KOOT vraagt of het college dan niet eerst gaat zeggen dat dit geld nog niet beschikbaar wordt gesteld. Wethouder KOOIMAN antwoordt dat ze dit goed heeft begrepen. Indien men akkoord van de raad verwacht voor begroting 2022, dan moet hierover eerst meer duidelijkheid komen. Raadslid RAN meldt dat de VVD zich kan vinden in de gezamenlijke zienswijze, maar de laatste alinea verbaast hen nogal. Wederom is er geen afstemming geweest tussen ambtelijke werkgroep en AB. Hij wil toch aan de burgemeester, die in het AB zit en voorzitter van het DB is, dringend vragen inspanning te leveren dat die afspraak nagekomen wordt. Burgemeester UITDEHAAG heeft als voorzitter een onafhankelijke positie, en zit er formeel niet namens zijn eigen gemeente. Om het zuiver te houden is het beter wethouder Kooiman op dit punt aan te spreken. Wethouder KOOIMAN geeft aan dat dit het laatste stuk van de zienswijze is, en dus in ieder geval in DB en AB nog onder de aandacht gebracht zal worden. Deze kadernota kan als hamerstuk naar de raad van 17 februari 2021.

9.

Regionaal Historisch Centrum Alkmaar - Kadernota 2022 Deze kadernota kan als hamerstuk naar de raad van 17 februari 2021.

10.

GGD HN - Kadernota 2022

toezegging

toezegging

Raadslid SCHUIRINGA haalt de woorden van de heer Zegeren aan. We praten over de kadernota met 18 gemeentes. Hij is benieuwd of er ook een landelijke kadernota is waar alle 25 GGD’s aan moeten voldoen, met algemene spelregels. Volgens hem zou dat tijd worden. Hij verwijst hierbij naar een momentopname bij het journaal, met een vraag van voorzitter Gezondheidsraad, hoe de vaccinatie tegen de Mexicaanse griep werd uitgevoerd. Dat ging toen prima via een ‘militaire’ commandostructuur. Wethouder VAN DE BELT meent dat het landelijk netwerk van GGD’s GHOR heet, maar hij weet niet of die een kadernota hebben. Het doel is vooral te handelen bij crisissen. Volgens mij staat die taak in de wet, maar hij zal z’n best doen dat uit te zoeken. Raadslid KIEFT wijst op de begrotingswijziging 2021 voor GGD Hollands Noorden. De verandering van managementstructuur is toch wel bepalend voor begroting 2022, vindt hij. Het woord ‘corona’ wordt wel genoemd, maar veranderingen in taken zullen onder een vergrootglas komen, en aanpassingen moeten ondergaan, om beter voorbereid te zijn op pandemieën. Wethouder VAN DE BELT heeft hier zo geen antwoord op. Wel weet hij dat er aandacht is voor wat corona betekent voor de taken die de GGD’s voor de gemeenten uitvoeren. Daarover hebben alle gemeenten in augustus ook een brief gekregen.

Hij kan zich voorstellen dat de directie er in deze kadernota nog geen voorschot op neemt. Hij is het er wel mee eens, maar dit is niet in het laatste AB aan de orde geweest. Raadslid KIEFT oppert dat de wethouder dit misschien in zijn kwartaalrapportage mee kan nemen. Wethouder VAN DE BELT zegt dit toe. Hij heeft begrepen dat de directeur van de GGD morgen ook in de RRN is, dus misschien is het mogelijk deze vraag al te stellen. Raadslid ZEGEREN vraagt of het verzoek een vriendelijke manier van opdracht geven is, of dat de gemeenten maar moeten afwachten wat de GGD ermee doet. Wethouder VAN DE BELT legt uit dat dit een kadernota is. De GGD gaat op de inbreng reageren, en komt straks met een begroting waarin wel of niet is verwerkt wat is ingebracht. Commissielid VISSER wijst op haar eerdere opmerking hoe lastig ze het vinden om gewenste verbeteringen in te brengen. Ze realiseren zich dat het niet mogelijk is nu uitgebreid debat op te starten, en zullen zich schikken in het voorliggende besluit, maar

Verslag raadscommissie

woensdag 03-029/12

dat is nog geen hamerstuk i.v.m. de RRN-vergadering morgen. In punt 3 leest ze bijv. ‘vooralsnog’. De PvdA vraagt zich af of de GGD kan blijven leveren op langere termijn. Graag zien ze dat er door de fracties en de wethouder alvast nagedacht wordt over deze zaken, zodat straks wel goed voorbereid discussie gevoerd kan worden, en duidelijk is aan te geven wat we als eiland van de GGD verwachten. Wethouder VAN DE BELT waarschuwt dat morgen een van de weinige momenten is om invloed uit te oefenen. Hij roept op dan ook niet te schromen zienswijzen te amenderen, dingen toe te voegen, of te schrappen. Raadslid VAN DE WETERING geeft mevrouw Visser mee al blij te zijn dat de raden de kadernota’s tegenwoordig op tijd op tafel hebben. Daarin is al een hele stap gemaakt, maar morgen is wel een goede plek om onze punten aan te geven, beaamt ze. Dit agendapunt gaat als bespreekstuk naar de raad van 17 februari 2021.

11.

aandachtspunt

Veiligheidsregio NHN - Kadernota 2022 Raadslid SCHUIRINGA ziet hier hetzelfde. Hij vraagt of de VR ook een landelijke kadernota maakt. Ook kan hij niet overzien wat de financiële gevolgen zijn van volledig onderbrengen van Veilig Thuis bij de GGD. Portefeuillehouder UITDEHAAG vindt dit een goede vraag, maar wel wat dubbel. Hij deel met de heer Schuiringa dat bij deze pandemie wel duidelijk is geworden dat er misschien teveel is gedecentraliseerd. In zo’n situatie zou meer centrale sturing wenselijk zijn. Aan de andere kant, als er zo’n landelijke kadernota zou komen, staat dat juist op gespannen voet met onze gemeentelijke invloed. Voor Veilig Thuis denkt hij dat het goed is het op de meest geëigende plek onder te brengen, en dat lijkt hem de Gezondheidsdienst, al zal een keiharde knip niet helemaal mogelijk zijn. Raadslid SCHUIRINGA vergelijkt de situatie met de Nationale Politie. Er zijn verschillende korpsen, maar meer centrale leiding bleek nodig. Eigenlijk is hij er ook van overtuigd dat centrale organisatie met goede uitwisseling beter zou zijn. Hij vraagt de burgemeester deze zorg mee te nemen. Burgemeester UITDEHAAG doet dat graag, maar weet nog niet of men bij alle gemeentes blij zou zijn als het rijk meer regie zou nemen in GGD’s en VR’s. Het lijkt hem verstandig daar eerst nog eens over door te discussiëren.

Raadslid ZEGEREN stelt consequent dezelfde vraag over benchmarking, ook bij deze gemeenschappelijke regeling. Als antwoord kreeg hij dat er geen benchmark is. Hij ziet wel dat men zich het een en ander heeft aangetrokken, en de kwaliteit is wel beter, maar hij kan daar niet over oordelen zonder benchmark. In tegenstelling tot de heer Schuiringa lijkt hem centrale leiding niet meteen nodig. Wel moeten ‘de koppen bij elkaar’ om leesbare stukken te maken, met essentiële posten en vergelijkingen als wezenlijk onderdeel, om onze controlerende taak goed te kunnen uitoefenen. Raadslid VAN DE WETERING lijkt het goed voor de RRN hierop toch een reactie te hebben, want zelfs door ambtenaren en adviseurs wordt gezegd dat relevante informatie niet op de juiste plekken komt. Ook omdat dit eigenlijk geen kadernota is zoals afgesproken. Ze hoort graag hoe de portefeuillehouder hierover denkt. Burgemeester UITDEHAAG hoort goede vragen. Het moet wel constructief blijven, maar heel simpel is, dat er ook geld nodig zou zijn voor de Omgevingswet, maar dat is niet het geval. Dit had anders omschreven moeten worden, en ook weten gemeenten nog niet welke taken ze in het kader van deze wet krijgen, en waar alle taken gelegd worden. Daar is al de eerste verwarring ontstaan. Ook blijkt advisering over veiligheid bij evenementen niet geregeld te zijn.

Een deel van de gemeentes deed dat zelf, en anderen kochten het in bij de VR. Sommigen betaalden teveel en anderen te weinig, bleek bovendien. Voor Texel is eigenlijk minder betaald – enkele duizenden euro’s - dan we afnamen, dus dat is te overzien. De burgemeester verwacht hierover een ‘leuke’ discussie in het AB. Dit is de achterliggende reden van de formulering. Hij is met de sprekers eens dat dit de volgende keer echt anders moet, want wil je goed besturen, dan moet je het klip en klaar opschrijven. Hij hoopt het begrijpelijk aan de gemeenteraad te

Verslag raadscommissie

woensdag 03-0210/12

kunnen uitleggen. Eigenlijk alle gemeentes in de regio, ook de grote, zijn vaak te klein voor bepaalde taken, dus het is logisch dat we af en toe wat inkopen, geeft hij nog wel mee. Dit agendapunt gaat als hamerstuk naar de raad van 17 februari 2021.

12.

Aankondiging moties en initiatiefvoorstellen Geen.

13.

Rondvraag 13.1

Raadslid KOOT heeft over verkeerscirculatieplan De Koog, n.a.v. haar schriftelijke vraag of de raad opdracht heeft gegeven en budget beschikbaar heeft gesteld, of dan wel de juiste volgorde is aangehouden. De voorbereidingen en gesprekken met belanghebbenden zullen toch tijd en geld nodig hebben. Ze is benieuwd hoe het college dit verder gaat doen als er geen opdracht van de raad ligt. Wethouder KOOIMAN zegt schriftelijk antwoord toe. Wethouder HUISMAN begrijpt dat mevrouw Koot het niet eens is met het antwoord. Als ze daarover in gesprek wil, zou dat op de agenda moeten komen. Raadslid KOOT maakt er een schriftelijke vraag van. Wethouder HUISMAN weet niet of dat wat uithaalt, maar dat is aan mevrouw Koot zelf.

13.2

Raadslid HOOGERHEIDE brengt in dat Stichting Kernwaarden Texel op 2-2-2021 schrijft niet betrokken te zijn bij de totstandkoming van het Toeristisch toekomstplan. Hij wil weten of de wethouder bereid is op korte termijn met hen hierover in gesprek te gaan. Wethouder HUISMAN antwoordt dat ze de brief geen beantwoorden, maar vindt het verzoek vreemd, omdat SKT geen achterban of leden vertegenwoordigt. Natuurlijk kan iedereen met haar een afspraak maken, maar ze vindt niet verstandig ‘iedereen’ als kernpartner aan te merken. Raadslid HOOGERHEIDE vindt het een gemiste kans dat zo’n kennisinstituut niet wordt betrokken. Wethouder HUISMAN komt erop terug.

toezegging 13.3

aandachtspunt 13.4

toezegging

13.5

Toezegging Toezegging

Raadslid SCHUIRINGA had de vraag die de heer Hoogerheide stelde ook van diverse groeperingen gekregen. Hij is blij met de toezegging van de wethouder dat ze nog doorgaan met allerlei organisaties, verenigingen, enz. om de toeristische visie een bredere basis te geven. Raadslid RAN hoort dat de klussenparkeerkaart nog niet aangeschaft kan worden, terwijl de gemeente al wel gaat handhaven. Is dat echt het geval, en wat wordt daaraan gedaan, wil hij weten. Wethouder HUISMAN weet wel dat er meerdere vragen kwamen wat die kaart precies inhoudt. Om dat duidelijker te communiceren wordt nu eerst een traject opgezet. Dat gaat snel gebeuren, en tot die tijd behandelen ze die gevallen natuurlijk met coulance qua handhaving. Raadslid VELTKAMP las in een artikel in Noordhollands dagblad dat de politie een groeiend tekort signaleert voor allerlei taken, momenteel en in de toekomst, met als gevolg dat allerlei met specifieke taken belaste agenten, zoals wijkagenten, elders ingezet worden. Hij hoort graag of we nog politiecapaciteit overhouden de komende jaren. Burgemeestr UITDEHAAG vindt dit een goede vraag, die al langere tijd zijn zorg heeft. Op zich heeft ons eiland nog geluk, omdat er altijd minimale bezetting moet zijn, maar de regio als geheel heeft daar wel last van. De uitstroom bij de overheid en politie – naar pensioen – is groot, evenals allerlei rechten in de cao.

Ook mag de reistijd op de boot als werktijd geteld worden. Essentieel is dan ook dat er agenten op Texel komen wonen. Dat is een uitdaging voor de toekomst, en ook bij het zoeken naar woonruimte zal hij zich daar sterk voor maken, net als voor terugkerende jongeren. Op Texel, maar ook nationaal, zij er dus zorgen om niet door de ondergrens te zakken. Hij houdt de raad daarvan op de hoogte.

Verslag raadscommissie

woensdag 03-0211/12

13.6

14.

Burgemeester UITDEHAAG dankt de commissievoorzitters voor de goede uitvoering van het voorzitterschap in deze digitale tijd.

Sluiting De VOORZITTER dankt allen voor hun inbreng. Hij sluit de vergadering om 22.20 uur.

Afkortingen GGD = gemeenschappelijke gezondheidsdienst, GHOR = geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rkc = rekenkamercommissie, VR = veiligheidsregio

Ondertekening Vastgesteld in de openbare raadscommissievergadering van 02-03-2021, De griffier,

Verslag raadscommissie

woensdag 03-0212/12

5 (niet) vaststellen ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog 1 Dossier 406 voorblad.pdf

Raadscommissie Dossiernummer

406

Extern Zaak ID

2891859

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

2 maart 2021

Agendapunt

5

Titel

(niet) vaststellen ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog

Organisatieonderdeel

Beleid & Vergunningen (VTH)

Portefeuillehouder

E. Kooiman

Aanleiding

Overig

Bijlagen Advies - Vaststellen ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog Bijlage 1.- Ontwerp bestemmingsplan Bijlage 2. - Nota van Zienswijzen - geanonimiseerd Bijlage 3. - Totaaloverzicht - Zienswijzen bestemmingsplan Pontweg, Oude Dijkje, Mienterglop - geanonimiseerd Concept-raadsbesluit - Vaststellen ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog Planschadeovereenkomst Pontweg 160 Vaststellingsovereenkomst Pontweg Oude Dijkje Mienterglop Geagendeerd

Vergaderdatum

B&W

9 februari 2021

Raadscommissie

2 maart 2021

Raadsvergadering

18 maart 2021

Toelichting Het college adviseert de raad het ontwerpbestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog niet vast te stellen. Dit plan heeft van 2 september 2020 tot en met 13 oktober 2020 ter inzage gelegen. Er zijn 11 zienswijzen ingediend waarvan 1 buiten de termijn. In de nota van zienswijzen zijn deze zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Uitgangspunt van het bestemmingsplan is verplaatsing van in totaal 25 slaapplaatsen van de Pontweg 160-164 en Oude Dijkje 4 A naar het Mienterglop. Deze ontwikkeling is eerder

voorgelegd aan de gemeenteraad van 26 februari 2020. Uitgangspunt was toen het verplaatsen van de slaapplaatsen naar het Mienterglop en hier een parkje realiseren met vijf zomerhuizen. Het college heeft de raad geadviseerd geen medewerking te verlenen aan deze plannen. Reden daarvoor was dat de ontwikkeling leidde tot een verdere verstening aan het Mienterglop en niet tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Een andere reden was dat de slaapplaatsen aan de Pontweg verkregen waren door het oneigenlijk toepassen van de stolpenregeling. Tijdens de raadsvergadering van 26 februari 2020 heeft de raad een amendement aangenomen waarin de initiatiefnemers de mogelijkheid hebben gekregen een nieuw plan in te dienen. Uitgangspunt van dit nieuwe plan moest zijn het verplaatsen van de vergunde stolp met twee recreatieappartementen en twee vrijstaande recreatieve opstallen van het perceel Pontweg 160-164 naar het Mienterglop. Een aangepast plan is ingediend en in ontwerp ter inzage gelegd. Er zijn 11 zienswijzen ingediend. De inhoud daarvan richt zich met name op het verlies aan ruimtelijke kwaliteit aan het Mienterglop. De verdere verstening aan het Mienterglop, toename van verkeer, en het oneigenlijk toepassen van de stolpenregeling. Het voorstel aan de raad is deze zienswijzen gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Het college is, net als bij het oorspronkelijke plan, van oordeel dat ook bij het nieuwe ontwerp bestemmingsplan sprake is van verdere verstening van het Mienterglop. Dit gaat ten koste van de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied die niet opweegt tegen het niet bouwen van een stolp en twee recreatieve opstallen op het perceel Pontweg 160-164. Ook speelt een rol dat de slaapplaatsen die in 2011 op het perceel Pontweg 160-164 verkregen zijn door het toepassen van de stolpenregeling, maar hier niet gerealiseerd zijn, nu worden verplaatst. Deze slaapplaatsen zijn op een oneigenlijke wijze verkregen. Daarnaast heeft de initiatiefnemer de vaststellings- en planschadeovereenkomst niet ondertekend. De gemeentelijke belangen zijn niet geborgd en levert een ruimtelijk en financieel risico. Financieel vanwege het verhalen van de planschade op de initiatiefnemer. Ruimtelijk vanwege het niet borgen van de sloop van de verouderde stolp aan de Pontweg 160, hetgeen onderdeel was van het bouwplan aan de Pontweg 160-164. Het college adviseert de raad dan ook om geen medewerking te verlenen aan deze verplaatsing en het bestemmingsplan niet vast te stellen. Voorgesteld besluit 1. De nota van zienswijzen vast te stellen 2. De zienswijzen die tijdig zijn ingediend gedeeltelijk gegrond te verklaren 3. De zienswijze die buiten de termijn van inzage is ingediend niet ontvankelijk te verklaren 4.

Het bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog zoals geometrisch is vastgelegd in het Geography Markup Language (GML) bestand NL.IMRO.0448.BUI2020BP0003-on01, niet vast te stellen

1 Advies - Vaststellen ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog

Advies

1

(Niet) vaststellen ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog en de Nota van zienswijzen Doelenboom Programma

3

Maatschappelijk doel

3.5.

Mooi en gastvrij Texel Zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening met behoud van de Texelse kernwaarden

Beleidsdoel

3.5.1

Voor een goede ruimtelijke ordening zorgdragen

Raadsvoorstel Voorgesteld wordt te besluiten: 1. De nota van zienswijzen vast te stellen. 2. De zienswijzen die tijdig zijn ingediend gedeeltelijk gegrond te verklaren. 3. De zienswijze die buiten de termijn van inzage is ingediend niet ontvankelijk te verklaren. 4. Het bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog zoals geometrisch is vastgelegd in het Geography Markup Language (GML) bestand NL.IMRO.0448.BUI2020BP0003-on01 niet vast te stellen.

Toelichting Voor het verplaatsen van slaapplaatsen van de Pontweg 160-164 en Oude Dijkje 4 naar het Mienterglop heeft een ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen van 2 september 2020 tot en met 13 oktober 2020. Dit plan is het vervolg op het raadsbesluit van 26 februari 2020 waarbij de initiatiefnemers de kans kregen een nieuw plan te maken voor het verplaatsen van de slaapplaatsen. Uitgangspunt daarbij was het verplaatsen van de bouwmogelijkheid voor een stolp met twee inpandige recreatieappartementen en twee recreatieve opstallen van de Pontweg naar het Mienterglop en het verplaatsen van een recreatief opstal van Oude Dijkje 4 naar het Mienterglop. Er zijn 11 zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan ingediend. In de Nota van Zienswijzen zijn deze zienswijzen nader uitgewerkt. De initiatiefnemer heeft de vaststellings- en planschadeovereenkomst niet getekend, zodat de gemeentelijke belangen niet zijn geborgd. Het gaat daarbij onder andere om sloop van de bestaande verouderde stolp aan de Pontweg 160-164 en toekomstig gebruik van het recreatief opstal Oude Dijkje 4 A. Dit brengt een ruimtelijk en financieel risico voor de gemeente met zich mee.

Het college is, net als bij het oorspronkelijke ontwerp bestemmingsplan van oordeel dat ook bij het nieuwe ontwerp bestemmingsplan sprake is van verdere verstening van het Mienterglop en dit plan niet leidt tot de gewenste kwaliteitsverbetering. De conclusie is dat de zienswijzen gedeeltelijk gegrond zijn en geadviseerd wordt het bestemmingsplan niet vast te stellen. Gevolg daarvan is dat de slaapplaatsen niet verplaatst kunnen worden en er geen bebouwing plaatsvindt op de locatie aan het Mienterglop. Consequenties Financieel

Bijlagen  Ja  Nee

Personeel/Organisatie  Ja  Nee

Majeure risico’s

 Ja  Nee

Beheer

 Ja  Nee

Juridisch

 Ja  Nee

Belanghebbenden

 Ja  Nee

Beleid

 Ja  Nee

Structuurvisie

 Ja  Nee

Inkoop/Aanbesteding

 Ja  Nee

Regie

Deregulering

 Ja  Nee

Zaaknummer

2891859

1.

nota van zienswijzen

2.

zienswijzen geanonimiseerd

3.

ontwerp bestemmingsplan

(Niet) vaststellen bestemmingsplan Pontweg 160 164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog en de Nota van zienswijzen Samenvatting Het college adviseert de raad het ontwerpbestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog niet vast te stellen op basis van ruimtelijke gevolgen en het niet ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst door de initiatiefnemer. Dit plan heeft van 2 september 2020 tot en met 13 oktober 2020 ter inzage gelegen. Er zijn 11 zienswijzen ingediend waarvan 1 buiten de termijn. In de nota van zienswijzen zijn deze zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Verder constateert het college dat de initiatiefnemer de vaststellingsovereenkomst niet ondertekent zodat de gemeentelijke Uitgangspunt van het bestemmingsplan is verplaatsing van in totaal 25 slaapplaatsen van de Pontweg 160-164 en Oude Dijkje 4 A naar het Mienterglop. Deze ontwikkeling is eerder voorgelegd aan de gemeenteraad van 26 februari 2020. Uitgangspunt was toen het verplaatsen van de slaapplaatsen naar het Mienterglop en hier een parkje realiseren met vijf zomerhuizen. Het college heeft de raad geadviseerd geen medewerking te verlenen aan deze plannen. Reden daarvoor was dat de ontwikkeling leidde tot een verdere verstening aan het Mienterglop en niet tot een ruimtelijke kwaliteitsverbetering.

Een andere reden was dat de slaapplaatsen aan de Pontweg verkregen waren door het oneigenlijk toepassen van de stolpenregeling. Tijdens de raadsvergadering van 26 februari 2020 heeft de raad een amendement aangenomen waarin de initiatiefnemers de mogelijkheid hebben gekregen een nieuw plan in te dienen. Uitgangspunt van dit nieuwe plan moest zijn het verplaatsen van de vergunde stolp met twee recreatieappartementen en twee vrijstaande recreatieve opstallen van het perceel Pontweg 160-164 naar het Mienterglop. Een aangepast plan is ingediend en in ontwerp ter inzage gelegd. Er zijn 11 zienswijzen ingediend. De inhoud daarvan richt zich met name op het verlies aan ruimtelijke kwaliteit aan het Mienterglop. De verdere verstening aan het Mienterglop, toename van verkeer, en het oneigenlijk toepassen van de stolpenregeling. Het voorstel aan de raad is deze zienswijzen gedeeltelijk gegrond te verklaren. Het college is, net als bij het oorspronkelijke plan, van oordeel dat ook bij het nieuwe ontwerp bestemmingsplan sprake is van verdere verstening van het Mienterglop. Dit gaat ten koste van de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied die niet opweegt tegen het niet bouwen van een stolp en twee recreatieve opstallen op het perceel Pontweg 160-164.

Ook speelt een rol dat de slaapplaatsen die in 2011 op het perceel Pontweg 160-164 verkregen zijn door het toepassen van de stolpenregeling, maar hier niet gerealiseerd zijn, nu worden verplaatst. Deze slaapplaatsen zijn op een oneigenlijke wijze verkregen. De initiatiefnemer heeft de vaststellings- en planschadeovereenkomst niet ondertekend. De gemeentelijke belangen zijn nu niet geborgd en levert een ruimtelijk en financieel risico. Financieel vanwege het verhalen van de planschade op de initiatiefnemer. Ruimtelijk vanwege het niet borgen van de sloop van de verouderde stolp aan de Pontweg 160, hetgeen onderdeel was van het bouwplan aan de Pontweg 160-164. Het college adviseert de raad dan ook om geen medewerking te verlenen aan deze verplaatsing en het bestemmingsplan niet vast te stellen.

(Niet) vaststellen bestemmingsplan Pontweg 160164, Oude Dijkje 4A en Mienterglop in De Koog en de Nota van zienswijzen. Argumenten tot advies Voor u ligt het ontwerp bestemmingsplan Pontweg 160-164, Oude Dijkje 4 en Mienterglop in De Koog. Dit plan heeft al een lange voorgeschiedenis. Op basis van de mogelijkheden voor het verplaatsen van slaapplaatsen in de Nota Verblijfsrecreatie is in 2018 een principeverzoek ingediend voor het verplaatsen van 20 slaapplaatsen van Pontweg 160 – 164 naar het Mienterglop. Later is dit verzoek uitgebreid met het verplaatsen van 5 slaapplaatsen van het Oude Dijkje 4-4A (beeldentuin)naar het Mienterglop. Deze verplaatsing is onder voorwaarden positief beoordeeld op 29 mei 2018 en 15 januari 2019. In vervolg daarop hebben initiatiefnemers een ontwerp bestemmingsplan aangeleverd waarin de verplaatsing van de slaapplaatsen werd geregeld. Aan de hand van dit ontwerpplan is opnieuw een afweging gemaakt over deze verplaatsingsplannen. Daarbij was de conclusie dat de plannen een grote ruimtelijke impact hebben op het Mienterglop en er sprake is van een verdere verstening van het landschap op deze locatie. Er is geen sprake van een kwalitatieve verbetering op de locatie Mienterglop. Ook speelt mee dat de slaapplaatsen op het perceel Pontweg 160-64 verkregen zijn op basis van de stolpenregeling.

Nu deze slaapplaatsen verplaatst worden is er sprake van een oneigenlijk gebruik van deze regeling. Op 26 februari 2020 is aan de gemeenteraad geadviseerd om niet mee te werken aan de plannen voor verplaatsing van de slaapplaatsen. In de raadsvergadering van 26 februari is het amendement ‘Ruimte inbouwen voor een gewogen oordeel’ aangenomen. Op basis van dit amendement werd de initiatiefnemers de mogelijkheid geboden om een nieuw plan in te dienen waarbij de bouwmogelijkheden van het perceel Pontweg 160-164 worden verplaatst naar het perceel aan het Mienterglop. Van deze mogelijkheid hebben de initiatiefnemers gebruik gemaakt en zij hebben op 8 april 2020 een nieuw ontwerpbestemmingsplan ingediend. Dit plan heeft van 2 september 2020 tot en met 13 oktober 2020 ter inzage gelegen. Er zijn 11 zienswijzen ingekomen waarvan 1 buiten de termijn. De inhoud van de zienswijzen en de inhoudelijke reactie hierop zijn opgenomen in de Nota van zienswijzen. Inhoud van het plan Het nu voorliggende ontwerp bestemmingsplan gaat uit van het verplaatsen van de stolp met twee inpandige recreatieappartementen en twee recreatieve opstallen vanaf het perceel Pontweg 160-164 en de recreatieve opstal vanaf het Oude Dijkje 4A. In totaal 25 slaapplaatsen. Deze slaapplaatsen gaan naar een perceel aan het Mienterglop.

Hier ligt een agrarische bestemming zonder bouwvlak en daarvoor komt een verblijfsrecreatieve bestemming met bouwvlak in de plaats. Hierin is een bouwmogelijkheid opgenomen voor het plaatsen van een stolp met 2 inpandige recreatieappartementen en 3 recreatieve opstallen. Verdere bouwmogelijkheden komen hier niet. Daarmee is dit nieuwe ontwerpbestemmingsplan wat uitgangspunten betreft in overeenstemming met de eerder aangenomen motie. Verbeelding locatie Mienterglop/ Oude Dijkje

Verbeelding locatie Pontweg

Locatie Mienterglop Deze locatie wijzigt ingrijpend. Het agrarisch gebruik wijzigt naar recreatief gebruik. Het terrein wordt ingericht volgens onderstaande inrichtingstekening. Het terrein is nu grasland voor het weiden van paarden. (zie luchtfoto)

Uitgangspunt van het initiatiefvoorstel van de raad: De stolp die wordt gerealiseerd moet dezelfde zijn als waarvoor vergunning is verleend op het perceel Pontweg 164. De indeling en functie van de stolp aan de binnenkant is niet helemaal hetzelfde want op de Pontweg voorzag dat in een gedeelte bedrijfsruimte t.b.v. het agrarische bedrijf. De recreatieve opstallen moeten voldoen aan de bouwregels voor de recreatieve opstallen. De oppervlakte is daarvoor maximaal 70 m2. Het terrein wordt omringd door een boomsingel. Deze is in de huidige situatie ook aanwezig. Het terrein sluit in de nieuwe situatie aan op de beeldentuin. Op het nieuwe recreatieterrein komen voldoende parkeervoorzieningen. Locatie Oude Dijkje 4/4A (de beeldentuin) Op de locatie Oude Dijkje 4/4A verdwijnt de mogelijkheid voor een recreatief opstal. De bebouwing op dit perceel wordt beperkt tot maximaal 200 m² ten behoeve van de bestemming ‘Cultuur en Ontspanning’, waar nu een beeldentuin is gevestigd. In de beeldentuin staat nog meer bebouwing, die nu niet in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Er staat bijvoorbeeld een educatiegebouw. In dit gebouw zitten echter voorzieningen die een ander gebruik als educatiegebouw mogelijk maken. Deze moeten worden verwijderd (o.a. douche en keukenfaciliteiten). Er staat nu ook een recreatief opstal op het perceel van de beeldentuin.

Dit recreatieve opstal mag na het verplaatsen van de slaapplaatsen niet meer voor recreatieve verblijfsdoeleinden gebruikt worden. In 2016 is een omgevingsvergunning verleend, zaaknummer 1287810, voor de vervanging van dit recreatieve opstal door een nieuwe opstal, gecombineerd met vergunning voor verbouw van de bestaande recreatieve opstal tot ontvangstruimte/bezoekerscentrum. Als het nieuwe bestemmingsplan in werking treedt wordt de vergunning voor de nieuwe recreatieve opstal formeel ingetrokken met uitzondering van de verbouw van de bestaande recreatieve opstal tot ontvangstruimte/bezoekerscentrum. Uitvoeren van die werkzaamheden worden gewaarborgd in een vaststellingsovereenkomst. In de beeldentuin verder staan er nog enkele gebouwen die na inwerkingtreding van het bestemmingsplan onder vergunningsvrije bouwwerken vallen. Locatie Pontweg 160-164 De bestemming Agrarisch – Binnenduinrand wordt gewijzigd naar Bedrijf – Vrijkomende agrarische bebouwing. De nieuwe bestemming krijgt een bestemmingsvlak van ± 5000 m² met daarbinnen een passend bouwvlak. De bestaande bedrijfsschuur inclusief inpandige bedrijfswoning kunnen blijven staan. De oppervlakte voormalige bedrijfsbebouwing die hier is toegestaan is 430 m2. Daarnaast mag hier nog de bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken aanwezig zijn.

In totaal is dat maximaal 150 m2 voor de bedrijfswoning en 100 m2 bijbehorend bouwwerk. Hieronder de inrichting van het perceel waarbij de bestaande stolp met inpandige recreatieve opstallen die nu dicht op de weg staat is gesloopt. Sloop is een voorwaarde bij dit plan. De initiatiefnemer moet mede hiervoor een vaststellingsovereenkomst ondertekenen.

Relatie met het op 26 juni 2019 door de raad aangenomen initiatiefvoorstel “Stop op verplaatsen spookslaapplaatsen” In dit plan is er sprake van verplaatsing van niet in gebruik zijnde slaapplaatsen. De situatie voldoet dus niet aan de door de gemeenteraad gemaakte aanvulling op het beleid: ‘Het moet gaan om al gerealiseerde en bedrijfsmatig geëxploiteerde slaapplaatsen’. Op 5 december 2019 is de raad geïnformeerd over de wijze van behandeling van verzoeken die voor de datum van het initiatiefvoorstel (26 juni 2019) zijn ingekomen. Vanuit het oogpunt van ‘algemene beginselen van behoorlijk bestuur’ is toen aangegeven dat dit verzoek nog valt onder de regeling zoals die gold voor de aanpassing via het initiatiefvoorstel. Op 26 juni 2019 was er al een ontwerp bestemmingsplan aangeleverd dat in behandeling genomen was. In de raadsvergadering van 26 februari 2020 is door de raad niet meegegaan met het advies van het college om geen medewerking te verlenen aan de verplaatsing van de slaapplaatsen. Maar dat vooralsnog medewerking verleend wordt aan het verplaatsen van de slaapplaatsen van de Pontweg naar het Mienterglop en dat de initiatiefnemers een nieuw, gewijzigd, plan mochten aanleveren wat daarna ter inzage kon worden gelegd. Dat is onderhavig plan en dit plan is ter inzage gelegd en voorgelegd aan o.a.

de provincie, de veiligheidsregio Noord-Holland Noord en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Reactie Provincie Provincie heeft 10 september 2020 per mail aangegeven geen opmerkingen te hebben over dit bestemmingsplan. Reactie Veiligheidsregio De veiligheidsregio merkt over het plan op dat met de sloop van de stolp aan de Pontweg en beëindiging van het recreatieve gebruik ervan ten goede komen van de veiligheid langs de Pontweg. Verder wordt advies gegeven over de bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen voor hulpverleningsvoertuigen. Deze reactie leidt niet tot een aanpassing van het plan. Wel zal, als het plan wordt vastgesteld, het advies uitgangspunt zijn bij de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning voor onder andere de toets brandveiligheid. Reactie Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Geen reactie ontvangen. Voor de locatie Mienterglop is wel een watertoets uitgevoerd door het Hoogheemraadschap. De conclusies zijn opgenomen in de toelichting van het plan en vormen het uitgangspunt voor de inrichting van het terrein en verlenen van omgevingsvergunning als dit plan wordt vastgesteld en uiteindelijk in werking treedt.

Zienswijzen Er zijn 11 zienswijzen ingediend op het plan. Van deze zienswijzen zijn er 10 binnen de termijn ingediend en daarmee ontvankelijk. 1 zienswijze is buiten de termijn ingekomen en niet ontvankelijk. Deze zienswijzen zijn opgenomen en uitgewerkt in de Nota van zienswijzen. Voor de uitgebreide inhoud verwijzen we u dan ook naar de Nota van Zienswijzen. Hieronder zijn de belangrijkste punten uit de zienswijzen opgenomen. Inhoud zienswijzen met in cursief reactie op de zienswijze: 1. Vertrouwensbeginsel In de zienswijzen wordt gewezen op het vertrouwensbeginsel. In het huidige bestemmingplan ‘Buitengebied Texel 2013’ is bij de totstandkoming bewust gekozen voor de bestemming ‘Agrarisch – Binnenduinrand’. De gemeente moet zich aan deze bestemming houden en de burger moet daarop kunnen vertrouwen. Het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 is vastgesteld waarbij voor de locatie aan het Mienterglop de bestemming ‘Agrarisch – Binnenduinrand’ is opgenomen. Wijzigen van deze bestemming is mogelijk als daarvoor de juiste procedure wordt gevoerd. Dat kan op basis van een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in de regels van het plan zelf, maar ook door het maken van een nieuw bestemmingsplan. De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de juist procedure wordt gevoerd.

In deze situatie is in de Nota Verblijfsrecreatie aangegeven dat verplaatsen van slaapplaatsen alleen mogelijk is op basis van een nieuw bestemmingsplan. De procedure hiervoor wordt nu gevoerd. Op het moment dat dit bestemmingsplan onherroepelijk is ontstaan er bouwmogelijkheden aan het Mienterglop en wordt de vergunning voor de locatie Pontweg ingetrokken en wijzigt de bestemming hier ook. De verplaatsing van de slaapplaatsen naar het Mienterglop heeft ruimtelijke impact op de locatie Mienterglop. Formeel is hier geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel, omdat het de raad vrij staat bestemmingsplannen vast te stellen en te wijzigen. Hierbij moet dan onderbouwd worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke onderbouwing waarmee afgeweken wordt van het nu geldende bestemmingplan. 2. Spookslaapplaatsen In nagenoeg alle zienswijzen komt naar voren dat hier sprake is van het verplaatsen van spookslaapplaatsen. De verplaatsing van deze slaapplaatsen is niet volledig in overeenstemming met het beleid opgenomen in de nota verblijfsrecreatie 2016. De slaapplaatsen op het perceel Pontweg 160 – 164 zijn niet allemaal gerealiseerd en op dit moment niet bedrijfsmatig in gebruik. De huidige recreatieve opstallen worden volgens onze registratie permanent bewoond. Er is sprake van spookslaapplaatsen.

Op het moment dat de gemeenteraad op 26 juni 2019 het initiatiefvoorstel ‘Stop op verplaatsen spookslaapplaatsen’ heeft aangenomen was voor de verplaatsing van de slaapplaatsen al een ontwerpbestemmingplan ingediend. Bij de beoordeling van de gevolgen van dit initiatiefvoorstel op de lopende zaken is geoordeeld dat, nu er een ontwerp bestemmingsplan was ingediend, het plan verder in behandeling wordt genomen en beoordeeld zou worden volgens de regels vóór het initiatiefvoorstel. Vóór het initiatiefvoorstel was het oordeel dat het gaat om bestaande slaapplaatsen op basis van de verleende vergunningen voor het realiseren ervan. 3. Ruimtelijke inpassing In de zienswijze wordt ingegaan op de ruimtelijke verslechtering op de locatie Mienterglop terwijl de ontwikkeling van de stolp en de recreatieve opstallen aan de Pontweg bij de vergunningverlening in 2001 ruimtelijk akkoord was Eerder is al geconcludeerd dat de invulling van de locatie Mienterglop met recreatie een negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit heeft en leidt tot een verdere verstening aan het Mienterglop. Dat is ook één van de redenen dat het college de raad op 26 februari 2020 heeft voorgesteld niet akkoord te gaan met de invulling van het terrein met 5 zomerhuizen.

Het vervolg voorstel dat naar aanleiding van de motie van de gemeenteraad is gemaakt, vertaald in onderhavig ontwerp bestemmingsplan, voor verplaatsing van de stolp met inpandige appartementen en de recreatieve opstallen, wijzigt het standpunt van het college niet. Er blijft sprake van een grote ruimtelijke impact op het St. Jansland waardoor er geen sprake is van een aantoonbare kwaliteitsverbetering op deze locatie die opweegt tegen het niet bouwen aan de Pontweg 16064. Voor deze locatie is bij het traject voor het verlenen van de omgevingsvergunning geconstateerd dat er

sprake is van een goede ruimtelijke inpassing. Dat blijkt uit de ruimtelijke onderbouwing die voor het project was opgesteld (vergunning WHZ 2011-0001). 4. Compensatie afgebrande stolp aan Mienterglop In verschillende zienswijzen wordt aangegeven dat in de gemeenteraad de realisatie van de stolp aan de Mienterglop een compensatie zou zijn van de afgebrande stolp aan het Mienterglop. Het verplaatsen van de stolp naar het Mienterglop kan niet aangemerkt kan worden als een compensatie van de afgebrande stolp op het naastliggende perceel van de initiatiefnemers. Deze stolp is al vervangen op het recreatieterrein zelf door andere bebouwing. Nu gaat het om een verplaatsing van de stolp van de Pontweg naar het Mienterglop. 5. Beleid recreatieappartementen in stolpen In de zienswijzen komt naar voren dat de stolpenregeling oneigenlijk is toegepast op het perceel Pontweg 160-164. De stolp met de twee recreatieappartementen aan de Pontweg is mogelijk gemaakt met toepassing van de stolpenregeling. In het bestemmingsplan Buitengebied Texel 2013 zijn de slaapplaatsen hiervoor in het plan opgenomen. De verplaatsing van de bouwmogelijkheid van de stolp met twee inpandige recreatieappartementen wordt met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt op basis van het beleid voor verplaatsen van slaapplaatsen. Een hernieuwde toetsing aan het stolpenbeleid is nu niet meer aan de orde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Texel&id=058bd535-b4cc-420c-8ec1-54cf17072711