Advies regionale raadsrapporteurs RRN Omgevingsdienst - Jaarverantwoording 2025 en programmabegroting 2027
Tekst van het document
Rapportage aan de Regionale Raadscommissie Noordkop Onderwerp:
jaarrekening 2025 en begroting 2027 Omgevingsdienst Noord-Holland Noord
__________________________________________________________________________________ Op 20 mei jl. zijn de raadsrapporteurs Omgevingsdienst (digitaal) bijeengekomen om de jaarrekening 2025 en de begroting 2027 van de Omgevingsdienst te bespreken. Bij het overleg waren aanwezig: - mevrouw P. Laan, raadslid gemeente Hollands Kroon - mevrouw B. Glashouwer, steunfractielid gemeente Schagen - de heer J. Mokveld, raadslid gemeente Texel - de heer Y. Klaver, ambtelijke ondersteuning gemeente Den Helder - de heer S. Vriend, raadsgriffier gemeente Hollands Kroon Omdat de raad van Den Helder nog geen raadsrapporteur heeft aangewezen, was bij het overleg geen rapporteur vanuit Den Helder aanwezig. Bevindingen van de raadsrapporteurs De raadsrapporteurs hebben kennisgenomen van de door de Omgevingsdienst ingediende stukken. Ook is kennisgenomen van de concept adviezen, die de colleges van Den Helder, Schagen, Hollands Kroon en Texel voorleggen aan de RRN op 28 mei a.s. De raadsrapporteurs stellen met enige teleurstelling vast dat de gemeente Den Helder (opnieuw) een afwijkend standpunt inneemt. Verschillen in de concept zienswijzen De raadsrapporteurs constateren ook dat er feitelijk twee concept adviezen liggen, omdat het college van Den Helder het concept advies gewijzigd heeft vastgesteld.
In het concept advies dat door de colleges van Schagen, Hollands Kroon en Texel is vastgesteld staat de volgende tekst: Bij de Kadernota 2027 brachten de vier gemeenten een gezamenlijke zienswijze uit. Deze was niet eenduidig op het punt van de bekostiging van zowel het plan richting een robuuste organisatie als van de impuls in de bedrijfsvoering: Den Helder kon niet akkoord gaan met de voorgestelde structurele opname van deze bedragen. De andere drie gemeenten waren hiervan wel voorstander. Nu ligt een begroting voor waarin voor structureel is gekozen. Den Helder geeft aan evenals de andere drie gemeenten positief te staan ten opzichte van het plan richting robuustheid. Echter de financiële situatie van de gemeente leidt tot een zeer kritische blik op nieuwe structurele uitgaven. Volgens het rapport van Berenschot en in het verlengde daarvan het recente AB-besluit, kunnen we op termijn van enige jaren een efficiencyslag van minimaal 5% verwachten. Mede in relatie tot dat gegeven blijft Den Helder voorstander van incidentele financiering In het concept advies dat door het college van Den Helder is vastgesteld staat een iets gewijzigde tekst: Bij de Kadernota 2027 hebben de vier gemeenten een gezamenlijke zienswijze uitgebracht.
Deze zienswijze was niet eenduidig op het punt van de bekostiging van zowel het plan richting een robuuste organisatie als de impuls in de bedrijfsvoering. De gemeente Den Helder kon niet akkoord Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
1
gaan met de voorgestelde structurele opname van deze bedragen. De overige drie gemeenten waren hiervan wel voorstander. Nu ligt een begroting voor waarin is gekozen voor structurele bekostiging. Den Helder staat, net als de andere drie gemeenten, positief tegenover het plan richting een robuuste organisatie. De financiële situatie van de gemeente vraagt echter om een zeer kritische blik op nieuwe structurele uitgaven. Volgens het rapport van Berenschot en in het verlengde daarvan het recente besluit van het Algemeen Bestuur, kan op termijn een efficiëntieslag van minimaal 5% worden gerealiseerd. Tegelijkertijd bestaat er nog onduidelijkheid over zowel het tijdspad als het uiteindelijke financiële effect van de voorgestelde maatregelen. De gemeente Den Helder heeft op dit moment echter al te maken met een bezuinigingstaakstelling van 5%. Gezien deze onzekerheden blijft de gemeente Den Helder daarom voorstander van incidentele financiering. Den Helder geeft daarom, in lijn met de eerder ingediende zienswijze, een negatieve zienswijze af op de begroting 2027. De vraag is hoe hiermee om te gaan.
Als de vier gemeenteraden een eensluidend document richting de OD willen sturen, dan zal de RRN de raden van Schagen, Hollands Kroon en Texel moeten adviseren om de tekst van Den Helder over te nemen (tenzij in de RRN de raadsleden van Den Helder zich scharen achter de versie van Schagen, Hollands Kroon en Texel). Als die keuze niet wordt gemaakt, zal –afhankelijk van de besluitvorming- Den Helder tekstueel dus een iets andere zienswijze indienen dan Schagen, Hollands Kroon en Texel. Dat komt bij de OD mogelijk vreemd over, juist omdat beide tekstgedeelten over Den Helder gaan. Onder het kopje Amendementen wordt hierop teruggekomen. Jaarrekening 2025 Voor wat betreft de jaarrekening geldt dat het boekjaar is afgesloten met een positief totaalresultaat van € 184.000 te verdelen in: resultaat Milieutaken € 212.000 (negatief) en resultaat VTH-plustaken € 396.000 (positief). Het voorstel is het negatieve resultaat ten laste te brengen van de algemene reserve en het positieve resultaat te storten in de VTH-plustaken. Voor wat betreft de storting wordt dit als volgt gemotiveerd: Sinds de aansluiting van de provincie Noord-Holland bij de OD NHN zijn de resultaten van de VTH plustaken altijd apart van de Milieutaken bezien. Als er verrekening van resultaten VTH-plustaken plaatsvond, dan was dit altijd met de bestemmingsreserve VTH-plustaken.
Vraag 1 Resultaatbestemming Waarom is bij het onderbrengen van de taken van de provincie ervoor gekozen om deze splitsing te maken? Is de bestemmingsreserve VTH-plustaken alleen bedoeld voor taken, die de provincie bij de OD heeft ondergebracht? Zo ja, ziet dit positieve resultaat dan ook alleen op provinciale taken? Zo nee, waarom wordt dan nog steeds deze keuze gemaakt? Wat is het doel van deze reserve? Wat is de stand van deze bestemmingsreserve en welke omvang zou die moeten hebben? En als die omvang is bereikt, waarom dan toch deze keuze, zeker gelet op de stand van de algemene reserve als dit besluit wordt genomen?
Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
2
Het is tegenwoordig aan het dagelijks bestuur (DB) om zelf aan te geven of er is voldaan aan de rechtmatigheidscriteria. Op blz. 37 van de jaarstukken geeft het DB aan dat dit niet het geval is. De raadsrapporteurs gaan ervanuit dat het DB hieraan extra aandacht geeft in 2026. Begroting 2027 Voor wat betreft de begroting gaan de raadsrapporteurs ervanuit dat alle afwijkingen ten opzichte van de Kadernota in de begeleidende brief zijn benoemd. Vraag 2 Begroting versus Kadernota Is die aanname juist? En zo nee, welke andere afwijkingen zijn er dan nog meer? Door de raadsrapporteurs zijn de stukken beoordeeld, mede in het licht van eerdere rapportagens en (geamendeerde) zienswijzen. Financiële keuzes en een ingeboekte efficiencydoelstelling zijn alleen realistisch en bestuurlijk zuiver wanneer vooraf duidelijk is welk type omgevingsdienst de deelnemers nastreven en welke randvoorwaarden daarvoor gelden. In de ontwerpbegroting wordt een structurele efficiencytaakstelling van 5% vanaf 2029 opgenomen, terwijl tegelijkertijd wordt aangegeven dat de concrete uitwerking van maatregelen en randvoorwaarden nog volgt. Daarnaast wordt een traject richting harmonisatie van takenpakketten aangekondigd, omdat verschillen tussen gemeenten leiden tot complexiteit en in efficiency.
Tegelijkertijd blijkt uit de jaarstukken/controlebevindingen dat de financiële buffer/weerstand beperkt is en als tegenvallers optreden, deelnemers (gemeenten) uiteindelijk garant staan voor voldoende middelen. Vraag 3. Strategische keuze: “wat voor OD willen we zijn?” Wanneer (welke maand/kwartaal) wordt aan deelnemers/raden een expliciete strategische positionering voorgelegd: welk serviceniveau, hoeveel uniformiteit versus maatwerk, en welke sturingsfilosofie past daarbij? In de reactie op de zienswijzen bij de Kadernota wordt benoemd dat deelnemers behoefte hebben aan een duidelijkere koppeling tussen strategie en P&C en dat OD NHN hiermee aan de slag gaat. Vraag 4. Koppeling strategie en P&C Welke bestuurlijke producten volgen hieruit (notitie, routekaart, besluitpunten)? Vraag 5. 5% efficiency vanaf 2029: planning, mijlpalen en “go/no-go” a. In de begroting wordt 5% efficiency vanaf 2029 ingeboekt. Welke mijlpalen moeten in 2026–2028 gehaald zijn om dit realistisch te maken (bv. harmonisatiebesluit, uniform tarief/urennorm, implementatie-stappen e.d.)? b. In de begroting staat dat de maatregelen en randvoorwaarden nog worden uitgewerkt en dat hierover nog bestuurlijke besluitvorming volgt.
Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
3
c.
Wanneer komt deze uitwerking ter besluitvorming in het AB en wanneer krijgen raden dit ter informatie/zienswijze? Wat is het concrete alternatief als de randvoorwaarden niet op tijd worden gerealiseerd: wordt de 5% bijgesteld/uitgesteld, of ontstaat anders een financieel gat dat via deelnemers moet worden gedekt?
Vraag 6. Harmonisatie takenpakketten: wat, wanneer, besluitmomenten De begroting kondigt harmonisatie/standaardisatie van takenpakketten aan en noemt start eind 2026. Wat is het tijdpad (start–concept–besluit–implementatie) en welke besluitmomenten komen er in AB/deelnemersoverleg/RRN/colleges en/of raden? Vraag 7. Financiële robuustheid/risico’s/buffer a. In de jaarstukken/controlebevindingen wordt het weerstandsvermogen als onvoldoende gekwalificeerd en wordt gewezen op het beperkte buffer. Welke maatregelen worden in 2026-2027 genomen om het risicobeheer te actualiseren en de weerstandspositie te verbeteren? b. Het dashboard laat eveneens een lage weerstandscapaciteit-ratio zien. Wordt dit dashboard gebruikt als stuurinstrument met concrete bestuurlijke drempelwaarden (en welke interventies volgen bij overschrijding)? Vraag 8. Uitvoeringsambitie versus betaalbaarheid (WPM als voorbeeld van “sober scenario”) Bij WPM wordt in de begroting gekozen voor een zo laag mogelijk ambitieniveau (aanschrijven, beperkt vervolg). Welke criteria hanteert OD NHN om te bepalen wanneer “sober” bestuurlijk acceptabel is bij wettelijke taken, en welke risico’s (gelijk speelveld/effectiviteit) worden daarbij expliciet geaccepteerd? In de concept adviezen aan de RRN wordt voorgesteld de raden te adviseren een zienswijze uit te brengen.
In grote lijnen (met inachtneming van de hiervoor gemaakte opmerkingen en gestelde vragen) kunnen de raadsrapporteurs deze onderschrijven. Een amendement ter overweging De raadsrapporteurs geven via de RRN de raden in overweging te bepalen hoe om te gaan met de twee concept adviezen. Komt er één concept zienswijze waarbij de tekst van Den Helder wordt overgenomen door de overige raden (via een amendement), neemt Den Helder de tekst over van Schagen, Hollands Kroon en Texel (via een amendement) of wordt gekozen voor twee verschillende zienswijzen richting OD? De raadsrapporteurs sluiten daarnaast niet uit dat het wenselijk is de zienswijze aan te vullen en daartoe een amendement voor te stellen. Dit is echter afhankelijk van de antwoorden op de hiervoor gestelde vragen. Indien de noodzaak hiertoe aanwezig is, zal dit tijdens de vergadering van de RRN worden aangegeven. Als één of meerdere amendementen door de meerderheid van de leden van de RRN wordt/worden omarmd, wordt/worden ten behoeve van de gemeenteraden (een) eensluidend amendement(en) opgesteld, die door partijen in de raden kan/kunnen worden ingediend.
Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
4
Het advies van de RRN wordt dan de voorgestelde zienswijze met inachtneming van het amendement of amendementen (met de besproken strekking) voor te leggen aan de raden.
Mondelinge toelichting in de RRN vergadering van 28 mei a.s. Mevrouw Laan is beschikbaar deze rapportage mondeling toe te lichten.
De raadsrapporteurs, mevrouw P. Laan, mevrouw B. Glashouwer en de heer J. Mokveld
Rapportage raadsrapporteurs Omgevingsdienst NHN
5